maandag, 30 april 2012

Harrie Winteraeken

Harrie Winteraeken

GR

Bezuinigen op studenten: meer thuis studeren en dubbel terugbetalen studiekosten?

In politiek, algemeen, arbeid, bezuinigen, bezuinigingen, crisis, de, discussie, huis, en meer.

In het bestrijden van de economische crisis dreigen ook studerenden bovenmatig te moeten bijdragen. Er dreigen bezuinigingen op de beurzen en de openbaar vervoerregeling. Het lijkt erop dat men ernaar streeft dat er meer vanuit thuis wordt gestudeerd.
Hoewel de meeste volwassenen eigenlijk het ouderlijk huis willen verlaten, wordt waarschijnlijk gedacht dat thuis studeren niet zo’n probleem hoeft te zijn voor de Randstad. Daar is met relatief korte afstanden volop aanbod van onderwijs, in alle vormen en maten. Maar gaan die bezuinigingen niet extra problemen veroorzaken in de buitenprovincies? Want daar is het aanbod minder gevarieerd en zijn de afstanden groter.
Zo kan het bovenmatig bezuinigen op studenten ook voor Limburg en in het bijzonder Maastricht een probleem worden. Er zullen minder studenten van ‘verder weg uit Nederland’ komen. Die tendens is nu al duidelijk zichtbaar. Het aantal buitenlandse studenten neemt wel toe, omdat Maastricht een aantrekkelijke studiestad is. Maar inmiddels staat ook de compensatie voor buitenlandse studenten ter discussie.

Een van de geopperde varianten om te bezuinigen is een volledige leenbeurs. Je zal je maatschappelijke carrière maar beginnen met een nog grotere schuld. Ook een extra probleem als je als starter een hypotheek wil hebben. Tegenwoordig is dat al een grote last voor de meeste studenten.
De leenbeurs wordt vaak vergoelijkt met het perspectief op een hoger inkomen: “Later verdienen die studenten toch genoeg.” En waarschijnlijk is er ook een positief verband tussen de mate van genoten onderwijs en de inkomsten uit arbeid. Maar als men een relatief hoog inkomen heeft, dan betaalt men over het algemeen ook fors meer belasting. Zo betalen de gestudeerden indirect toch al de kosten van hun studie terug. Dan hoeft men er rechtstreeks niet nog meer voor te betalen?

zondag, 29 april 2012

Ashley North

Ashley North

Hyves DWARS

Heldenschets: Jolande Sap

In begroting, bezuinigingen, campagne 2012, groenlinks, heldenschetsen, jolande sap, zin in de toekomst, begroting, bezuiniging, en meer.

Het is inmiddels een half jaar geleden sinds de laatste Heldenschets op deze site. Ineke van Gent, Jan Pronk, Andrée van Es, Jan Schaefer en Hans van Mierlo passeerden op het toneel van de heroïek al eerder de revue. Met de ontwikkelingen van de voorbije week is er een nieuw links-progressief politicus definitief toegetreden tot het heldendom.

In 1963 zag zij het eerste levenslicht in het Limburgse Venlo. Na daar het gymnasium te hebben afgerond, vertrok ze begin jaren ’80 naar de Katholieke Universiteit Tilburg om economie te studeren. Toen ze in september 2008 namens GroenLinks in de Tweede Kamer kwam, bleek deze studie goed van pas te komen. Al snel bleek ze een voortreffelijk woordvoerder Financiën te zijn voor de GroenLinks-fractie. Sindsdien kwam haar politieke carrière, ondanks de nodige hobbels, in een stroomversnelling terecht. Politiek talent van het jaar 2009 en de opvolger van Femke Halsema in 2010 als leider van GroenLinks: in twee jaar tijd ontwikkelde zij zich tot het gezicht van haar partij. Maar het kan nog beter. Deze week overtrof ze alle verwachtingen door de spil te zijn achter het Lenteakkoord, dat vanuit de Tweede Kamer de Rijksbegroting voor 2013 heeft opgesteld. We kunnen er niet omheen, de held van deze week is: Jolande Sap.

Alhoewel Jolande Sap pas de laatste jaren in de groene en rode spotlights staat, is ze al bijna twintig jaar actief voor GroenLinks. Nadat ze in 1993 lid was geworden van de toen tamelijk nieuwe partij, nam ze direct zitting in de werkgroep die de doorrekening verzorgde van het GroenLinks verkiezingsprogramma 1995-1998. Met haar achtergrond als econome niet geheel verwonderlijk. Ook binnen haar vakgebied waren er makkelijk GroenLinkse kenmerken aan Sap te ontdekken. Zo publiceerde ze in 1998 het boek Out of the Margin – Feminist Perspectives on Economics. Een feministische econome; zo iemand kon GroenLinks goed gebruiken.

Niet voor niets werd Jolande Sap dan ook in 2006 uitgenodigd mee te schrijven aan het verkiezingsprogramma van GroenLinks. Daarnaast gunde het partijcongres haar een mooie plaats op de kieslijst. Sap kreeg plek 8 toebedeeld, een verkiesbare plek gezien de toenmalige zetelverdeling in de Tweede Kamer. GroenLinks bezat namelijk precies 8 zetels. Onder invloed van de linkse titanenstrijd tussen de SP en de PvdA zakte GroenLinks echter naar 7 zetels, waardoor Sap net buiten de boot viel.

In 2008 was het dan toch zover. Op 2 september werd Jolande geïnstalleerd als de tijdelijk vervanger van Mariko Peters. Een dag later nam de politieke loopbaan van de econome opnieuw een wending. Wijnand Duyvendak, de groene woordvoerder van de fractie, kondigde zijn onmiddellijke vertrek uit de Kamer aan door toedoen van de rel om zijn nieuwe boek. Na één dag werd Sap daardoor definitief lid van de Tweede Kamer. En sindsdien ging het hard. Amper twee jaar later, in december 2010, werd Jolande door de GroenLinks-fractie unaniem verkozen tot de nieuwe fractievoorzitter, als opvolger van Femke Halsema.

Sap kreeg het niet makkelijk in haar eerste maanden als partijleider van GroenLinks. Begin 2011 leidde ze haar fractie naar het steunen van de politietrainingsmissie in het Afghaanse Kunduz. Waar het Kabinet-Rutte hierdoor een Kamermeerderheid achter zich kreeg, vormde zich achter Jolande Sap een sterk verdeelde partij. Veel GroenLinksers waren het hardgrondig oneens met de steun voor de missie, wat de inwijding bleek van het roerige jaar 2011. Bovenop de rumoer omtrent Kunduz kwamen namelijk de affaire-Peters en het stekkerdoosincident. GroenLinks zakte steeds verder we in de peilingen, tot de nog tot onlangs bedenkelijke vijf zetels.

Deze week, een paar dagen na het klappen van de Catshuisonderhandelingen, greep Jolande Sap echter haar ultieme kans.  Waar de VVD, het CDA en de PVV zeven weken de tijd nodig hadden om tot een mislukt begrotingsoverleg te komen, wist Sap binnen twee dagen de Kamerfracties van de ChristenUnie, D66, CDA en VVD te begeleiden naar een stabiele begroting voor 2013. Een broodnodige begroting in tijden van diepe economische crisis. En een sociale en groene begroting: de bezuinigingen op het passend onderwijs, ontwikkelingssamenwerking en het PGB werden teruggedraaid, terwijl er eindelijk is begonnen met de te lang uitgestelde hervormingen op onder meer de woningmarkt. De hypotheekrenteaftrek lijkt nu toch echt zijn langste tijd te hebben gehad. Met de verhoging van de belastingen op milieuvervuilende activiteiten en het afschaffen van subsidies aan grootverbruikers van fossiele grondstoffen daarbij opgeteld, heeft GroenLinks de leiding genomen over het bereiken van een voor haarzelf en het land uitstekende Rijksbegroting.

Jolande Sap. Op het juiste moment heeft ze weten te pieken. Ze heeft laten zien dat GroenLinks een uitstekende partij is om verantwoordelijkheid te dragen, die tegelijkertijd haar sociale en groene idealen verwezenlijkt. Daarmee heeft ze zich definitief bewezen als de onbetwiste partijleider van GroenLinks voor dit moment. Een partijleider die GroenLinks naar een mooie verkiezingsuitslag zal leiden op 12 september. Jolande Sap: een held!

Als toegift, een visueel profiel van Jolande Sap! ;)


Klaas Woltinge

Klaas Woltinge

Hyves Twitter Youtube

Vervolg 18 April

In actie, bus, cda, cnv, de, debat, den haag, emancipatie, gesprek, en meer.
Vervolg actie tegen de wet werken naar vermogen 16 April

Vanuit de Realisten lieten wij ons opsluiten in een kooi op het Plein in Den Haag, vanuit mijzelf gezien had ik bijna 3 doelen met het deelnemen aan deze actie.

1. op zo’n meest mogelijk positieve manier uitleggen waarom de nieuwe wet werken naar vermogen niet zou werken en waarom niet, dus ook waar de verbeter punten zouden moeten komen te liggen.

2. Er was media aanwezig en we hoopten tussen de regels door dat de Realisten ook een beetje in beeld kwam, toekomstig werkgevers zouden die naam misschien kunnen tegen komen in de krant of op tv en de radio en zouden daardoor nieuwsgierig kunnen worden en uitzoeken wie wij zijn.

3. Politiek is een grote hobby van mij waar ik mij graag in meng, hoe goed ben ik in staat om gelijk gestemde een GroenLinks stem advies te geven en belangrijker nog, hoe goed ben ik in staat ons/mijn standpunt te verdedigen met goede argumenten en andere zienswijzen naar voren te halen.

Op volgorde had ik voor de actie even gesproken met Linda Voortman, op het laatste moment had zij nog een mailing van mij ontvangen en wilde graag onze actie ondersteunen. Zelf lichte ik mondeling nog even exact toe wat de bedoeling was en hoopte uiteraard dat Jesse Klaver er ook bij zou kunnen zijn aangezien hij na de actie een debat over de wet werken naar vermogen zou gaan krijgen.

Ronald Plassterk, wij kenden elkaar al een beetje omdat wij elkaar al even gesproken hadden bij de ledenvergadering van het Homo Emancipatie Netwerk PvdA waar ik te gast was op 24 Maart jl., dat gesprek ging heel eenvoudig omdat wij elkaar eigenlijk alleen maar konden aanvullen en verviel al snel in een gesprek leuk bezig etc;

Vanaf het moment dat wij werkelijk opgesloten zaten in de kooi stroomde mondjesmaat het aantal toeschouwers toe, waaronder veel scholieren. Binnen de was het de bedoeling dat wij een beetje sipjes keken, gezien de tempratuur was dat niet zo moeilijk aangezien het niet echt warm was en jezelf warm lopen kun je niet in zo’n koude kooi. In onze kooi zat ook een mede actievoerder die wel op een hele ‘irritante’ manier bezig was, hij waarschuwde telkens dat wij zielig moesten kijken, vooral niet mochten lachen en vervolgens kwam hij aan met een steen goede grap waarvan velen inclusief mij zelf toch in de lach schoten.

Het serieuze moment begon, SBS6 arriveerde samen met enkele andere journalisten waaronder iemand van de Spits die door de spijlen van de kooi enkelen van ons een aantal vragen stelde, ook kwamen er meerdere kamerleden en zover ik gezien had was van iedere partij wel minimaal 1 persoon aanwezig.

Het was even proberen, de kamerleden wisten met de betonschaar en een aantal overige Hulp Gereedschapstukken ons te bevrijden en wij konden de kooi verlaten.
Buiten de kooi zorgde ik er voor dat ik snel even buiten beeld stond van aanwezige camera’s en fotograven en trok mijn CNV shirt even omhoog zodat ik de Realisten microfoon uit mijn jaszak kon trekken.

Vanaf het moment dat ik klaar was om in gesprek te gaan, nog snel even rond keek om te weten wie waar stond (was voornemend om juist met mensen van de VVD, PVV en het CDA te spreken), bleek ik recht voor Leon de Jong (PVV) te staan.

We groetten elkaar, Leon deed een handreiking en we stelden elkaar netjes voor in het kort, hij gaf aan dat hij Leon de Jong was en wat zijn functie was binnen de PVV, ikzelf vertelde alleen maar dat ik Klaas Woltinge was, uit Hoogeveen kom plus in het kort wat mijn bezwaren zijn tegen de nieuwe wet werken naar vermogen.

Bij het begin van het gesprek beleefde ik alles een beetje als woordenspel, liet Leon de Jong dus ook lekker in helder Nederlands aan mij uitleggen hoe de nieuwe wet werken naar vermogen exact in elkaar zit (beetje gemeen van mijzelf).

Nadat dat deel van het gesprek een beetje afgerond was vroeg Leon de Jong aan mij wie ik echt was, wilde persoonlijk meer van mij weten. In vogelvlucht ratelde ik mijn bouwjaar op (1 Maart 1978), iets over mijn ziektebeeld waarvan ik tussen mijn 15e en 18e veel last van had maar daar wel helemaal bovenop gekomen was!

Om het kracht bij te zetten vertelde ik aan hem hoe ik in 1998 op eigen initiatief naar mijn arbeidsdeskundige van het UWV was gestapt om te vertellen dat ik ondanks een paar fysieke beperkingen wel gewoon zou kunnen werken.

Ik liet aan Leon de Jong weten dat ik aan een informatica opleiding begonnen was omdat ik veel verstand van computers had destijds, nu nog steeds overigens. Hij hoorde mijn hele traject van de 3 jarige MBI 3 opleiding waarvan een aantal dingen gewoon op niveau 4 beoordeeld werden.

Dat was 2 jaar lang hard studeren, 1 jaar lang stage lopen binnen de zorg, Leon de Jong kreeg dus tot in detail mee hoe ik aan het werk gekomen was binnen een totaal andere hoek dan dat waarvoor ik geleerd had, mijn ‘verouderde’ diploma wel op zak heb en hoe ik mijn best loop te doen om vanaf 2006 weer aan het werk te komen.

Om dit kracht bij te zetten ratelde ik al mijn vrijwilligers activiteiten op binnen GroenLinks, het CNV(j) en de Zonnebloem zodat hij inzichtelijk kreeg wat mijn kwaliteiten waren en zijn.

Om on toppic te blijven gaf ik ook bij Leon de Jong aan hoe ik in 2007 bij het UWV probeerde een studie te bemachtigen, deze afgewezen werd omdat ik in 1998 al een keer naar school was gegaan etc;

Inhoudelijk kregen wij vanaf dat moment naar mijn idee gezien echt een goed gesprek over de gereedschappen die er nodig zijn om een Wajonger aan het werk te kunnen helpen, waar toekomstig werkgevers bang voor zijn bij het in dienst nemen van een Wajonger.




1. gereedschappen bestaan er wel binnen de oude regeling, maar je moet eerst wel in dienst zijn bij een werkgever, afgaand op mijn eigen situatie.
2. werkgevers knallen op mijn adres maar tegen 2 problemen waarvan mijn studie er 1 is maar veel belangrijker om te benoemen is hen onzekerheid, mijn ziektebeeld is progressief en daarover kan ik ook niet liegen (kan morgen een tumor in mijn kop krijgen bewijze van, maar ben gewoon van plan om 80+ te worden), werkgevers houden van een vast personeels bestand en daarom wordt ikzelf periodiek afgewezen.

Nogmaals liet ik aan Leon de Jong weten dat diverse werkgevers wel weten wat Wajongeren zouden willen en kunnen, (deels) op de hoogte zijn van de oude regelingen maar dat het daar ook bij op houd.

Voor de Wajonger zelf zou de lat veel te hoog kunnen liggen naar werk wegens bovengenoemde pijn punt, op vrijwillige basis behaal ik zelf soms 40 uurige werkweken en mijn inzet als welwillende is niet interessant voor een werkgever!

Bij Leon de Jong had ik ook letterlijk aangegeven waarover diverse werkgevers over vielen, het vaste personeels bestand etc; in het gesprek met Leon de Jong grapte ik er nog over, ja het zou mis met mijzelf kunnen gaan maar een gezond iemand zou morgen ook tegen een bus aan kunnen lopen!

Die opmerking mijnerzijds kwam misschien wat hard aan, Leon de Jong kreeg na ons gesprek wel duidelijker in kaart waar de problematiek lag omtrent het in dienst kunnen en willen nemen van een Wajonger.

Als reactie koppelde Leon de Jong ook aan mij terug dat hij zeker iets zou moeten gaan doen met de informatie die ik aan hem vertelde, ter afsluiting gaf ik bij Leon de Jong aan wat er bij mij allemaal mis was gegaan en de methodes waarop ik nog steeds een betaalde baan probeer te vinden.

Leon de Jong leek geschrokken te zijn, politieke praatjes en marketing skills ken ik zo onderhand uit mijn hoofd als vervent MLM’er. Nogmaals gaf Leon de Jong aan dat hij goed moest nadenken over ‘mijn’ verhaal en aan zijn gezicht af te lezen meende hij het nog serieus ook!

Zelf liet ik wederom merken wat er mis wat er in mijn ‘persoonlijke’ situatie allemaal ‘fout’ gegaan was en is en vermelde daar duidelijk bij in vragende vorm:”Zie jij dat straks niet weer gaan gebeuren?”,”in mijn situatie ontbreken de juiste gereedschappen om aan de bak te komen”,”met de nieuwe wet werken naar vermogen ga je het zelfde resultaat behalen bij een ander die wel wil en zou kunnen!”

Leon de Jong gaf tussendoor een compliment aan mij hoe ik bezig was, stelde ook de vraag aan mij omdat ik al 34 ben en onder de oude Wajong regeling val:”zou jij niet onder de nieuwe wet werken naar vermogen willen gaan vallen?”

Daarop had ik aan hem geen directe ja of nee beantwoord, vroeg wel om garanties voor de toekomstig werkgever en voor mijzelf (stel dat ik toch veel sneller ziek wordt).

Het gesprek had een open einde, maar Leon de Jong was bereid om dingen ook eens van een andere kant te bekijken.

Nadien had ik gesproken met o.a. Linda Voortman, Jesse Klaver (goed gesprek overging) en Fatma Koser Kaya die eigenlijk dezelfde zienswijze als mijzelf hadden.

Balen dat ik niet met iemand van het CDA en met name van de VVD gesproken had ;-)

woensdag, 18 april 2012

Ruard Ganzevoort

Ruard Ganzevoort

Twitter

Langstudeer-deeltijders: de toezeggingen van Zijlstra

In eerste kamer, onderwijs, politiek, kant, kort, motie, debat, discussie, de, en meer.

Gisteren hadden we in de Eerste Kamer een mondeling overleg met Halbe Zijlstra over de langstudeerboete voor deeltijdstudenten. Toen de langstudeerwet vorig jaar – tot mijn spijt – werd aangenomen, heb ik een motie ingediend die de regering vroeg om disproportionele gevolgen voor deeltijdstudenten te voorkomen. De motie werd kamerbreed gesteund en we waren dan ook erg benieuwd hoe de staatssecretaris dat ging regelen.

Inmiddels zijn de plannen duidelijk. Zijlstra wil het hele deeltijdonderwijs op de schop nemen. Het moet flexibeler en meer aansluiten bij de mogelijkheden en behoeften van studenten. Dat wil hij bereiken door een vouchersysteem. Een interessante denkrichting, maar helaas wil hij die vouchers alleen gaan bieden voor bepaalde maatschappelijk relevante opleidingen (zorg, onderwijs, techniek bijvoorbeeld). Dat is dom (want de overheid kan dat helemaal niet plannen) en oneerlijk tegenover studenten met andere studiewensen. En zo zitten er nog heel veel haken en ogen aan.

Dit debat zal eerst volop in de Tweede Kamer gevoerd worden, maar het werpt zijn schaduw vooruit. Als het namelijk die kant opgaat, krijgen deeltijdstudenten sowieso niet meer met de langstudeerboete te maken. Maar daarmee is er nog geen oplossing voor de komende jaren en voor de huidige deeltijdstudenten. Over hun positie ging ons overleg met Zijlstra.

Profileringsfonds

De oplossing waar hij mee gekomen is, houdt in dat deeltijdstudenten vanaf nu ook een beroep mogen doen op het profileringsfonds om zo een compensatie te krijgen voor de langstudeerboete. Tot nu toe was het profileringsfonds alleen voor voltijdstudenten. Bovendien kon men tot nu toe alleen een bijdrage vragen voor persoonlijke omstandigheden. Daar wordt nu aan toegevoegd dat ook vertraging door de vormgeving van de opleiding een grond kan zijn.

In lijn met de discussie vorig jaar en met mijn motie ben ik blij dat de staatssecretaris in beweging is gekomen, maar had ik nog wel wat bezwaren tegen deze oplossing. Zo blijft er een verschil tussen voltijdstudenten die een uitloopjaar hebben voordat ze een boete krijgen en deeltijdstudenten voor wie dat jaar vaak al nodig is voor het studieprogramma zelf. Die hebben dus nog steeds geen uitloop. Dat is een geval van rechtsongelijkheid en dat is in formele zin niet echt weggenomen.

Daarnaast is het de vraag of studenten nu recht hebben op compensatie als ze door de studieprogrammering officieel langstudeerders zijn, of dat het een gunst is van de instelling om die compensatie te geven. Hier gaat het om de rechtszekerheid. Op dit punt zegde Zijlstra toe de instellingen duidelijk te maken dat deze studenten gewoon de compensatie moesten krijgen. Als bijvoorbeeld je Bachelor-opleiding 5 jaar duurt, dan krijg je gewoon compensatie voor de langstudeerboete.

De staatssecretaris vond eigenlijk dat de opleidingen dan maar moesten worden ingekort of gecomprimeerd, maar de Kamer heeft hem duidelijk gemaakt dat dat de verkeerde weg is. Daarmee zijn diploma-inflatie en kwaliteitsverlies bijna gegarandeerd. Er zijn beroepsverdiepende deeltijdstudies (vooral in het HBO) die korter kunnen zijn als mensen al werkervaring en zo hebben. Maar wie bijvoorbeeld in deeltijd rechten gaat doen, die zal vaak gewoon de hele opleiding moeten doen en dan zijn vrijstellingen veel minder mogelijk.

Het hele probleem is ontstaan omdat de regering continu stelt dat het aantal studiejaren van voltijd- en deeltijdstudies gelijk moet zijn omdat de wet geen onderscheid maakt. Wat in de wet echter vooral geregeld wordt, is het aantal studiepunten. Dat moet gelijk zijn en dat heeft alles met diplomagelijkheid en kwaliteit te maken. Het verschil in lengte (in jaren) was tot voor kort geen probleem, maar omdat nu de bekostiging anders geregeld is en de langstudeermaatregel is ingevoerd, gaat het wringen. Daar lag het probleem van de staatssecretaris en zolang hij in jaren denkt en niet in studiepunten blijft dat een probleem. Zijn toekomstplannen gaan wat dat betreft wel de goede kant op omdat ze de hele deeltijdopleiding flexibiliseren.

Blijft de vraag of het nu goed geregeld is voor deeltijdstudenten. Zijn de ‘disproportionele gevolgen’ zoals mijn motie het noemde nu voorkomen? Niet volledig. In formele zin is er rechtsongelijkheid omdat zij geen uitloopjaar hebben en dus eerder een langstudeerboete krijgen opgelegd. Feitelijk wordt dat echter gecompenseerd via het profileringsfonds wanneer het een gevolg is van  hun studieprogramma. En ook als ze door persoonlijke omstandigheden vertraging oplopen, kunnen ze een beroep doen op het profileringsfonds. Ik ben dus niet helemaal tevreden, maar in elk geval hebben deeltijdstudenten door het ingrijpen van de Eerste Kamer veel meer kans gekregen om de langstudeerboete te ontlopen en gewoon hun studie af te maken.


Ruard Ganzevoort

Ruard Ganzevoort

Twitter

Langstudeer-deeltijders: de toezeggingen van Zijlstra

In eerste kamer, onderwijs, politiek, de, debat, discussie, eerste, kort, motie, en meer.

Gisteren hadden we in de Eerste Kamer een mondeling overleg met Halbe Zijlstra over de langstudeerboete voor deeltijdstudenten. Toen de langstudeerwet vorig jaar – tot mijn spijt – werd aangenomen, heb ik een motie ingediend die de regering vroeg om disproportionele gevolgen voor deeltijdstudenten te voorkomen. De motie werd kamerbreed gesteund en we waren dan ook erg benieuwd hoe de staatssecretaris dat ging regelen.

Inmiddels zijn de plannen duidelijk. Zijlstra wil het hele deeltijdonderwijs op de schop nemen. Het moet flexibeler en meer aansluiten bij de mogelijkheden en behoeften van studenten. Dat wil hij bereiken door een vouchersysteem. Een interessante denkrichting, maar helaas wil hij die vouchers alleen gaan bieden voor bepaalde maatschappelijk relevante opleidingen (zorg, onderwijs, techniek bijvoorbeeld). Dat is dom (want de overheid kan dat helemaal niet plannen) en oneerlijk tegenover studenten met andere studiewensen. En zo zitten er nog heel veel haken en ogen aan.

Dit debat zal eerst volop in de Tweede Kamer gevoerd worden, maar het werpt zijn schaduw vooruit. Als het namelijk die kant opgaat, krijgen deeltijdstudenten sowieso niet meer met de langstudeerboete te maken. Maar daarmee is er nog geen oplossing voor de komende jaren en voor de huidige deeltijdstudenten. Over hun positie ging ons overleg met Zijlstra.

Profileringsfonds

De oplossing waar hij mee gekomen is, houdt in dat deeltijdstudenten vanaf nu ook een beroep mogen doen op het profileringsfonds om zo een compensatie te krijgen voor de langstudeerboete. Tot nu toe was het profileringsfonds alleen voor voltijdstudenten. Bovendien kon men tot nu toe alleen een bijdrage vragen voor persoonlijke omstandigheden. Daar wordt nu aan toegevoegd dat ook vertraging door de vormgeving van de opleiding een grond kan zijn.

In lijn met de discussie vorig jaar en met mijn motie ben ik blij dat de staatssecretaris in beweging is gekomen, maar had ik nog wel wat bezwaren tegen deze oplossing. Zo blijft er een verschil tussen voltijdstudenten die een uitloopjaar hebben voordat ze een boete krijgen en deeltijdstudenten voor wie dat jaar vaak al nodig is voor het studieprogramma zelf. Die hebben dus nog steeds geen uitloop. Dat is een geval van rechtsongelijkheid en dat is in formele zin niet echt weggenomen.

Daarnaast is het de vraag of studenten nu recht hebben op compensatie als ze door de studieprogrammering officieel langstudeerders zijn, of dat het een gunst is van de instelling om die compensatie te geven. Hier gaat het om de rechtszekerheid. Op dit punt zegde Zijlstra toe de instellingen duidelijk te maken dat deze studenten gewoon de compensatie moesten krijgen. Als bijvoorbeeld je Bachelor-opleiding 5 jaar duurt, dan krijg je gewoon compensatie voor de langstudeerboete.

De staatssecretaris vond eigenlijk dat de opleidingen dan maar moesten worden ingekort of gecomprimeerd, maar de Kamer heeft hem duidelijk gemaakt dat dat de verkeerde weg is. Daarmee zijn diploma-inflatie en kwaliteitsverlies bijna gegarandeerd. Er zijn beroepsverdiepende deeltijdstudies (vooral in het HBO) die korter kunnen zijn als mensen al werkervaring en zo hebben. Maar wie bijvoorbeeld in deeltijd rechten gaat doen, die zal vaak gewoon de hele opleiding moeten doen en dan zijn vrijstellingen veel minder mogelijk.

Het hele probleem is ontstaan omdat de regering continu stelt dat het aantal studiejaren van voltijd- en deeltijdstudies gelijk moet zijn omdat de wet geen onderscheid maakt. Wat in de wet echter vooral geregeld wordt, is het aantal studiepunten. Dat moet gelijk zijn en dat heeft alles met diplomagelijkheid en kwaliteit te maken. Het verschil in lengte (in jaren) was tot voor kort geen probleem, maar omdat nu de bekostiging anders geregeld is en de langstudeermaatregel is ingevoerd, gaat het wringen. Daar lag het probleem van de staatssecretaris en zolang hij in jaren denkt en niet in studiepunten blijft dat een probleem. Zijn toekomstplannen gaan wat dat betreft wel de goede kant op omdat ze de hele deeltijdopleiding flexibiliseren.

Blijft de vraag of het nu goed geregeld is voor deeltijdstudenten. Zijn de ‘disproportionele gevolgen’ zoals mijn motie het noemde nu voorkomen? Niet volledig. In formele zin is er rechtsongelijkheid omdat zij geen uitloopjaar hebben en dus eerder een langstudeerboete krijgen opgelegd. Feitelijk wordt dat echter gecompenseerd via het profileringsfonds wanneer het een gevolg is van  hun studieprogramma. En ook als ze door persoonlijke omstandigheden vertraging oplopen, kunnen ze een beroep doen op het profileringsfonds. Ik ben dus niet helemaal tevreden, maar in elk geval hebben deeltijdstudenten door het ingrijpen van de Eerste Kamer veel meer kans gekregen om de langstudeerboete te ontlopen en gewoon hun studie af te maken.


dinsdag, 17 april 2012

Rogier Elshout

Rogier Elshout

Hyves Twitter

Aan wat voor raar onderzoek van Opstelten/Teeven heb ik nu mee gedaan?

In uncategorized, beleid, de, idee, maart, bezig, burger, held.
"dag meneer. wil u meewerken aan een onderzoek van het inisterie van Veiligheid en Justitie?" In het begin is het grappig, zon dom meisje die geen idee heeft wat voor vargenz e van haar scherm voorleest. maar bij vraag 10 lag ik in een deuk. Wat een bizar onderzoek. "kunt u, op een schaal van 1-10, zeggen wat u van coffeeshops vindt." WTF? wat is dat voor vraag? Al in jaar 1 van mijn studie had ik nooit een voldoende gekregen voor een onderzoeksopzet met zon vraag. Maar dan wordt het eng. Elke dag spuwen Opstelten en Teeven een partij persberichten naar De Telegraaf met kloeke taal. Heb ik nou meegedaan aan een suggestief onderzoekje dat hen weer de held van veiligheid moet maken, met meer onzin beleid gebaseerd op onzin onderzoek? heb ik er nu aan meegwerkt dat de te tevreden roker (geen onruststoker) verder wordt gecriminaliseerd, en de politie daar mee bezig blijft ipv het vangen van echte boeven? Als betrokken burger toch maart een vraagje gesteld aan Ivo. benieuwd naar het antwoord.... Continue reading

maandag, 16 april 2012

Reinier van der Hulst

Reinier van der Hulst

Twitter DWARS

Kandidatuur Voorzitter DWARS Leiden

In politiek, dwars, dwars leiden, groenlinks, leiden, pjo, reinier, voorzitter, communicatie, en meer.

Lieve DWARSers,

Zoals jullie misschien weten, vindt op 2 mei de ALV van DWARS Leiden plaats. Onze voorzitter, Prescillia, treedt dan af. Deze mail stuur ik jullie om mijzelf te kandideren voor de post van voorzitter van onze mooie afdeling.

Laat mij mezelf even kort introduceren. Op dit moment ben ik bezig met mijn scriptie voor de studie Nederlandse Politiek aan de Universiteit Leiden: sinds maart 2011 ben ik lid van DWARS en op 2 november 2011 ben ik verkozen tot penningmeester van dit bestuur. Samen hebben we onder andere het succesvolle DWARS Congres naar Leiden gehaald. Ik heb heel erg genoten van deze periode in het Leidse bestuur, maar in dit halve jaar heb ik ook heel veel geleerd, en nog steeds raak ik meer en meer geïnspireerd en gemotiveerd.

Gemotiveerd om jongeren te betrekken bij de politiek. Politiek is zo ontzettend leuk en zo ontzettend belangrijk; vooral voor jongeren. Alleen wordt de interesse van jongeren voor de politiek nog niet (genoeg) benut en lukt het jongeren nog niet genoeg om invloed uit te oefenen op de (plaatselijke) politiek. Als voorzitter wil ik mij daarom vooral inzetten om meer jongeren bij DWARS Leiden te betrekken, en om samen met GroenLinks Leiden te proberen om een jongerenraad uit de grond te stampen. Natuurlijk hoop ik ook veel meer mooie en interessante activiteiten en debatten te organiseren. Het contact met het landelijke bestuur van DWARS zal, hoop ik, nog beter worden dan het nu al is. Natuurlijk zal DWARS Leiden zich – als ik voorzitter word – nog steeds inzetten voor een groener, socialer en progressiever Leiden en Nederland.

Ik houd van discussies en nadenken, voornamelijk over politiek. Hier schrijf ik ook graag over, mijn weblogs zijn ook te lezen op site van onze afdeling. Alleen, net zoals ieder mens, ben ik niet perfect. De persoon die het meest kritisch over me is, ben ik zelf. Alleen als ik kijk naar de groei die ik in het afgelopen half jaar heb doorgemaakt, in bijna alle opzichten, ben ik er heilig van overtuigd dat het voorzitterschap van deze afdeling een logische stap is, om deze groei door te zetten. De fouten die ik maak zijn te overwinnen en mijn motivatie om mijn slechte eigenschappen te overwinnen is enorm.

In het beste bestuur vullen de bestuursleden elkaar moeiteloos aan. Om dit te kunnen doen, staat een goede communicatie bij mij dan ook voorop. Samen met de andere bestuursleden hoop ik een ijzersterk team te vormen en nog leukere en interessantere activiteiten dan we nu al hebben gedaan neer te zetten.

Met jullie steun hoop ik deze prachtige afdeling nog actiever te maken en de samenwerking met GroenLinks Leiden, DWARS Landelijk en andere PJO’s te verbeteren. Samen kunnen we jongeren een stem geven. Samen met jullie, leden van DWARS Leiden, hoop ik deze afdeling tot een bron van inspiratie en debatten (in positieve zin) te maken. Samen, als bestuur, kunnen we dit waarmaken en kunnen de bestuursleden elkaar compenseren. Hiervoor heb ik wel jullie stem nodig.

Daarom hoop ik van harte dat jullie op 2 mei aanwezig zijn bij de ALV en mij zullen kiezen als jullie nieuwe voorzitter.

Ik kan het, wij kunnen het.

Tot 2 mei!
Liefs,

Reinier van der Hulst


Reinier van der Hulst

Reinier van der Hulst

Twitter DWARS

Kandidatuur Voorzitter DWARS Leiden

In politiek, dwars, dwars leiden, groenlinks, leiden, pjo, reinier, voorzitter, activiteiten, en meer.

Lieve DWARSers,

Zoals jullie misschien weten, vindt op 2 mei de ALV van DWARS Leiden plaats. Onze voorzitter, Prescillia, treedt dan af. Deze mail stuur ik jullie om mijzelf te kandideren voor de post van voorzitter van onze mooie afdeling.

Laat mij mezelf even kort introduceren. Op dit moment ben ik bezig met mijn scriptie voor de studie Nederlandse Politiek aan de Universiteit Leiden: sinds maart 2011 ben ik lid van DWARS en op 2 november 2011 ben ik verkozen tot penningmeester van dit bestuur. Samen hebben we onder andere het succesvolle DWARS Congres naar Leiden gehaald. Ik heb heel erg genoten van deze periode in het Leidse bestuur, maar in dit halve jaar heb ik ook heel veel geleerd, en nog steeds raak ik meer en meer geïnspireerd en gemotiveerd.

Gemotiveerd om jongeren te betrekken bij de politiek. Politiek is zo ontzettend leuk en zo ontzettend belangrijk; vooral voor jongeren. Alleen wordt de interesse van jongeren voor de politiek nog niet (genoeg) benut en lukt het jongeren nog niet genoeg om invloed uit te oefenen op de (plaatselijke) politiek. Als voorzitter wil ik mij daarom vooral inzetten om meer jongeren bij DWARS Leiden te betrekken, en om samen met GroenLinks Leiden te proberen om een jongerenraad uit de grond te stampen. Natuurlijk hoop ik ook veel meer mooie en interessante activiteiten en debatten te organiseren. Het contact met het landelijke bestuur van DWARS zal, hoop ik, nog beter worden dan het nu al is. Natuurlijk zal DWARS Leiden zich – als ik voorzitter word – nog steeds inzetten voor een groener, socialer en progressiever Leiden en Nederland.

Ik houd van discussies en nadenken, voornamelijk over politiek. Hier schrijf ik ook graag over, mijn weblogs zijn ook te lezen op site van onze afdeling. Alleen, net zoals ieder mens, ben ik niet perfect. De persoon die het meest kritisch over me is, ben ik zelf. Alleen als ik kijk naar de groei die ik in het afgelopen half jaar heb doorgemaakt, in bijna alle opzichten, ben ik er heilig van overtuigd dat het voorzitterschap van deze afdeling een logische stap is, om deze groei door te zetten. De fouten die ik maak zijn te overwinnen en mijn motivatie om mijn slechte eigenschappen te overwinnen is enorm.

In het beste bestuur vullen de bestuursleden elkaar moeiteloos aan. Om dit te kunnen doen, staat een goede communicatie bij mij dan ook voorop. Samen met de andere bestuursleden hoop ik een ijzersterk team te vormen en nog leukere en interessantere activiteiten dan we nu al hebben gedaan neer te zetten.

Met jullie steun hoop ik deze prachtige afdeling nog actiever te maken en de samenwerking met GroenLinks Leiden, DWARS Landelijk en andere PJO’s te verbeteren. Samen kunnen we jongeren een stem geven. Samen met jullie, leden van DWARS Leiden, hoop ik deze afdeling tot een bron van inspiratie en debatten (in positieve zin) te maken. Samen, als bestuur, kunnen we dit waarmaken en kunnen de bestuursleden elkaar compenseren. Hiervoor heb ik wel jullie stem nodig.

Daarom hoop ik van harte dat jullie op 2 mei aanwezig zijn bij de ALV en mij zullen kiezen als jullie nieuwe voorzitter.

Ik kan het, wij kunnen het.

Tot 2 mei!
Liefs,

Reinier van der Hulst


maandag, 9 april 2012

Klaas Woltinge

Klaas Woltinge

Hyves Twitter Youtube

Werken naar vermogen werkt echt niet!

In arbeid, beperking, bezoek, de, geld, groningen, hoogeveen, kennis, mening, en meer.
Recentelijk ontving ik vanuit het CNV(j) waarvoor ik mijzelf actief in zet als Wajongere die graag aan het werk geholpen wil worden maar helaas bestonden en bestaan er te weinig werkgevers die mij een vast dienst verband durven aan te bieden.

Argumenten daarvoor zijn en waren:

1. mijn studie zou niet meer actueel zijn wat ik ook prima begrijp, zelf ben ik in bezit van een MBI3 Diploma en was daarnaast beoordeeld op niveau 4!

Dat staat heel stoer, iedereen weet ook wel dat wanneer je informatica gestudeerd hebt na een maand van het behalen van je diploma alweer achter loopt.

Na mijn studie in 1998 tot 2001 behaalde ik mijn informatica opleiding, en vond ook meteen werk binnen de zorg. Zonder daar voor geleerd te hebben bleek het toch mijn ding te zijn en functioneerde ook goed!

Per 2006 werd ik ontslagen, ziektebeelden en kennis van zaken omtrent zorg had ik niet en was ik nimmer over bijgeschoold.

Dit koste mijzelf de kop, vanaf het moment dat ik een ontslag bui zag hangen in 2005 werd ik zelf onrustig en versliep mij ook iets vaker wegens onrust over mijn vaste baan.

Vanaf 2007 solliciteer ik vrij veel, per 2008 begon de moet om te solliciteren mijzelf een beetje in de schoenen te zakken maar ging wel gewoon door!

Ik kwam in aanraking met het CNV(j) Wajong Werkt Promotie Team, vanuit het CNV(j) bezocht ik samen met een andere Wajonger een misschien toekomstige werkgever om te verkondigen wat een Wajonger ondanks zijn/haar beperking wel zou kunnen!

Wat de financiële voordelen zijn voor de werkgever die een Wajonger in dienst willen gaan nemen etc;

Het begrip Wajong zou ik mijnerzijds enkele kant tekeningen bij kunnen maken,
Wajong betekend namelijk Wet Arbeid Ongeschikte Jong Gehandicapten!

Momenteel ben ik 34, een jongere durf ik mijzelf niet meer te noemen al zou ik dat wel graag willen.

Op persoonlijke titel heb ik alles redelijk voor elkaar, ik val namelijk onder de oude Wajong regelgeving. Wat is oud en nieuw?

2. Zelf wil ik graag, het solliciteren heb ik de laatste 2 jaar ook een beetje opgegeven maar wanneer ik ergens een presentatie geef vanuit het CNV(j) Wajong Werkt Promotie team laat ik telkens wel mijn visite kaartje achter + mijn CV wanneer ik een locatie bezoek in de buurt van Hoogeveen (alles tussen Groningen en Zwolle om exact te zijn).

Zelf kamp ik met een zenuw aandoening waarbij goedaardige tumoren zouden kunnen gaan groeien op diverse zenuwen, mijn hoofd zenuw van de rug werd en word ook flink geplaagd door die stomme ziekte!

Die stomme ziekte gaat het echter niet winnen van mij, ben glas helder over mijn eigen wat misschien de onmogelijkheden van mijzelf zijn, daarnaast geef ik aan wat ik wel zou kunnen en waar ik goed in ben!

Op mijn adres tijdens een bijna collicitatie kreeg ik letterlijk de vraag:”Klaas”,”je hebt een zenuw aandoening waarbij tumoren op zenuwen groeien”,”wist je ook dat je zenuwen in je hoofd heb zitten?”

Dat type opmerkingen zou ik kunnen beschouwen als een harde klap in mijn gezicht, hap slik weg etc; maar onzekerheid bleef bestaan met de ‘oude’ regelgeving!

Met de nieuwe wet werken naar vermogen gaat men nog meer mensen achter de Geraniums drukken, waarom heeft niemand dat door?

Binnen Nederland zal er zeker een hoop bezuinigd moeten worden,
Maar toch niet op deze manier?

De nieuwe wet Werken naar vermogen gaat ons alleen maar geld kosten is mijn stelling, en laat mensen die niet kunnen, mensen die wel willen en deels zouden kunnen behoorlijk in de steek!

Zelf kan en wil ik veel, ik vang netto iets van 923,-- per maand omdat ik een volledig afgekeurde blijk te zijn!
Van mijn kant uit gezien denk ik help mij aan een opleiding met stage, ondanks mijn beperkingen weet ik zeker dat ik wel aan de bak zou kunnen komen!

Daarmee blijft er geld over voor de mensen die echt niet kunnen,
jammer genoeg begrijpen weinigen deze tekst die ik nu schrijf!

Wat ik mee geven wil, investeer nu eens in de toekomst! (niet bedoeld als PR voor GroenLinks)

Zoals het er nu naar uit ziet aldus de nieuwe kabinet’s plannen mag ik lekker achter de geraniums blijven zitten, de ‘nieuwe’ Wajongere raakt dieper in de problemen.

Dit kan echt niet aldus mijn eigen mening, maar wie ben ik?

zondag, 8 april 2012

Klaas Woltinge

Klaas Woltinge

Hyves Twitter Youtube

Dubbele spagaat

Blijven mee regeren kan leuk, interessant en belangrijk zijn.
Als gekozen kabinet kom je ook het meest geloofwaardig over wanneer je je termijn helemaal uit zit.

Als regering is het onderling ook geven en nemen, na mijn idee gaat het CDA hier wel erg ver in. Even ter herinnering, waar stond het CDA ook alweer voor?

De samenleving heeft ook verantwoordelijkheden buiten Nederland. Daarom letten we op deze dingen:

We vechten tegen ongelijkheid en armoede in de wereld, bijvoorbeeld door ontwikkelingslanden te helpen;
We proberen ervoor te zorgen dat alle landen een eerlijke en democratische regering hebben;
We willen dat landen mensenrechten naleven.

0,7%BNP

Een duurzame samenleving

De welvaart groeit op een duurzame manier. Hierdoor kunnen ook de generaties die na ons komen in een schone wereld leven. Deze duurzame groei houdt in dat we goed nadenken over waar we ons geld aan besteden. Zo blijft de economie gezond. En het betekent dat we ruimte geven aan nieuwe bedrijven en aan ideeën voor duurzaamheid.

Piet de Jong dreigt het CDA te verlaten, zelf geef ik hem groot gelijk!

Waar haalt het CDA het lef vandaan om zo maar 1 Miljard te gaan bezuinigen op ontwikkelingssamenwerking, dient het CDA dat te slikken omdat de PVV en de VVD daarop graag zouden willen bezuinigen?

Zelf heb ik geen Politiek en Economie gestudeerd, maar een ieder kan toch na gaan dat wanneer wij op 0,6% BNP gaan zitten de afspraken die binnen Europa gemaakt zijn overtreden.

Europa slikt dat misschien, ons kleine landje licht op een geschikte locatie voor de in en export. Wanneer men binnen Nederland zo door gaat worden wij wel een stuk minder serieus genomen binnen Europa (exact wat de PVV zou wensen).

Zonder uit te halen naar de PVV, zou de VVD toch door moeten hebben wanneer je ergens geld in steekt dat je er weer geld voor terug zal gaan ontvangen!

Nu hebben wij schulden dus bezuinigen zomaar links en rechts wat (aldus de VVD), kom op en denk ff na! Wanneer wij als Nederlanders tegen de zogenaamde allochtoon zijn helpen wij hen toch in hen land aan het werk?

Wij profiteren daar ook nog van, wat wil je nog meer (sarcastisch uitgedrukt)?

Wanneer wij 1 miljard gaan bezuinigen op ontwikkelingssamenwerking, beperken wij onze handel met.. Daarnaast is de kans groot dat Nederland meer vluchtelingen krijgt die men liever weg zou sturen aldus de PVV!

Het zinloze geroep toeter zou fors op bezuinigd kunnen worden, jammer dat weinigen op dat idee komen! Zal ik mijn eigen medische boekje even open gooien omtrent PGB, mijn aangepaste bed, Wajong uitkering en de rest van het gezeik wat ik maar even over sla om to the point te blijven!

Misschien mis ik iets, naar mijn idee is Rutte best een Linkse VVD’r, weet echter niet wat hij met zijn gedoogpartner Greetje Wilders aanmoet en lult daarom maar onzin!

Het CDA staat voor een dubbele keuze, nu de stekker eruit trekken zou de beste optie zijn (naar mijn idee), dat geeft politiek Nederland een slechte naam, maar daar komen wij wel overheen.

We kunnen ook afwachten, wat met name het CDA juist doet!
Gezellig vriendjes blijven met de VVD en daarbij de PVV als gedoog partner ook niet vergeten!

Zelf heb ik misschien een hoop te leren, ik heb liever dat het huidige kabinet nu per direct oprot i.p.v. over een half jaar of later pas wat zeer slecht zou zijn voor onze Nederlandse economie!

Omtrent Leers, die gast spreekt naar mijn idee een beetje met gespleten tong, wat melde hij ook al weer over ‘Mauro’ en wat had hij nadien te melden over ‘Mauro’?

Aldus Leers zijn eigen zeggen had Mauro een beetje gejokt, hij mag zijn studie af maken en daarna het land uit!
Word Leers daarop aangesproken weet hij in ene van niets, “zo heb ik het niet bedoeld etc;”

Ben geen CDA’er, maar iemand met die klets praatjes zou je toch linia recta naar huis sturen?
Dat gebeurd helaas niet omdat men komende kabinetsperiode wel vriendjes zou moeten blijven.

Op persoonlijke titel verlang ik dat er NU nieuwe verkiezingen gaan komen, het pappen en nat houden hangt mijzelf de strot uit om in wilders zijn termen te spreken!

Wanneer wij nu direct moeten gaan stemmen bestaat de kans dat er meer op de PVV zal worden gestemd wegens onvrede (die kans schat ik klein in), we kunnen ook een half jaartje wachten, misschien iets langer..

Op dat moment dient er zeker naar de stembus gerent te worden, daarom pleit ik er ook voor dat er nu nieuwe verkiezingen gaan komen!

woensdag, 4 april 2012

Jeroen van Rossum

Jeroen van Rossum

Twitter

Pretstudies

In politiek, arbeidsmarkt, beperking, communicatie, eventmanagement, hbo, hogescholen, kunstopleidingen, marja van bijsterveldt, en meer.

Minister van Onderwijs Marja van Bijsterveldt heeft het plan opgevat om het aantal pretstudies op de MBO’s van Nederland stevig terug te dringen. Ze wil een licentiesysteem invoeren, afgestemd op de behoefte van het bedrijfsleven, om zo kansarme doch populaire studies als Artiest en Dierenverzorging een minder prominente plek in het Nederlandse onderwijs te geven. De MBO’s hebben al te kennen gegeven niets in de plannen van de minister te zien, ongetwijfeld beredeneerd vanuit hun portemonnee.

Toch is dit een prijzenswaardig plan, dat helaas niet ver genoeg gaat. Want dit probleem beperkt zich niet tot de MBO’s, maar is een wijdverspreid probleem in het hele onderwijsspectrum. Sinds de MBO’s in 1996 de vrijheid kregen om zelf hun opleidingsaanbod vorm te geven, maken de pretstudies een onevenredig groot deel uit van het aanbod. En ook op de vele HBO’s die Nederland rijk is, is de verhouding tussen de behoefte van de arbeidsmarkt en het aanbod van de scholen volledig scheefgegroeid.

Zo  zie ik in mijn werk dagelijks starters met een HBO-diploma dat waardeloos voelt, omdat de arbeidsmarkt niet op ze berekend is. En dan gaat het om volledig geaccepteerde ‘normale’ studies als Communicatie of Eventmanagement. Hogescholen lokken de studenten binnen met prachtige beloftes over banen die er niet zijn. Hele drommen enthousiaste starters willen  de organisatie van Vrienden van Amstel Live of Pinkpop wel op zich nemen, maar helaas organiseren we dat niet elke week. En hoewel interne en externe communicatie een belangrijke rol inneemt in menig bedrijf, hoeft de arbeidsmarkt niet jaarlijks overspoeld te worden door een tsunami aan communicatiestarters. Om over de belachelijke hoeveelheid aspirant sportmanagers, kunstenaars, interieurontwerpers, gamedesigners en piloten nog maar te zwijgen.

Dit alles zou nog niet eens zo’n probleem zijn, als deze studenten eerlijk werden voorgelicht over de gevolgen van hun studiekeuze. Maar te vaak blijkt het aan het eind van de studie dat de gebrekkige perspectieven als een verrassing de kop opsteken. En hoewel dat bij de student wellicht op een gebrek aan realiteitszin duidt; de hogeschool die ze in eerste instantie verleidde, wist wel degelijk dat er gebakken lucht werd verkocht. Wat dat betreft snap ik de weerstand binnen het onderwijs wel, deze maatregel gaat ze bakken met geld kosten.

Wanneer de MBO’s en hogescholen – en misschien zelfs universiteiten – echt het beste voor zouden hebben met hun dierbare studenten, hadden ze dit plan zelf bedacht. Het hele idee van al die studies is ten slotte toch de studenten klaar te stomen voor hun verdere loopbaan? Hun werkende leven? De praktijk wijst uit dat daar nu genoeg mis gaat, getuige alle gefrustreerde starters met een prachtig, maar irrelevant diploma. Wat dat betreft kunnen er legio grappen gemaakt worden over het gebrek aan opleiding van onze onderwijsminister, praktische realiteitszin heeft ze blijkbaar wel.

Deze column is ook verschenen op www.volkskrant.nl.


maandag, 19 maart 2012

Maria Trepp

Maria Trepp

Twitter

Van Gogh van dichtbij

In japan/japonisme, kunst- vincent van gogh, close-up, experiment, japonisme, natuur, vincent van gogh, belangrijk, bezoek, en meer.

Van Gogh Up Close  is de titel van de tentoonstelling in het Philadelphia Museum of Art,  die daar nog tot 6 mei te zien is.

Vincent van Gogh was een kunstenaar van uitzonderlijke intensiteit, niet alleen in zijn gebruik van kleur en het uitbundig gebruik van verf, maar ook in zijn persoonlijk leven. Hij voelde zich sterk aangetrokken tot de natuur, en zijn werken – met name degene die hij maakte in de jaren vlak voordat hij zichzelf doodde- treffen de kijker met de kracht van de emoties. De tentoonstelling richt zich op de tumultueuze laatste jaren, een periode van koortsachtige artistieke experimenten die begon toen Van Gogh in 1886 Antwerpen verliet en naar Parijs ging en doorging tot zijn dood in Auvers in 1890.

Van Gogh maakte in deze tijd stillevens en landschappen die verschilden met wat men ooit eerder had gezien, doordat hij  traditionele schildertechnieken radicaal veranderde of deze vaak algeheel terzijde schoof.  Hij experimenteerde met scherptediepte en focus.  Hij gebruikte verschuivende perspectieven en bracht vertrouwde voorwerpen “dicht bij” op de voorgrond.

En hij maakte enkele van de meest originele werken van zijn carrière, werken die de ontwikkeling van de moderne schilderkunst dramatisch veranderden.  Hij creëerde een serie stillevens en schilderijen van bloemen en fruit, waarbij hij zich vooral richtte op aspecten van schaal, hoek, en kleur.  In veel van deze werken kunnen voorwerpen van bovenaf worden gezien, of worden zij in een strak bijgesneden ruimte geplaatst die geen aanwijzingen geeft over de context of de omgeving.  Stukken fruit lijken naar voren te kantelen en dreigen uit het beeld te rollen.

 Van Gogh van dichtbij

Mandje appels, 1887

Gewoon een mand met appels?   Nee. Een belangrijk moment van Van Goghs ontwikkeling van de close-up.  Hier heeft Van Gogh het tafelkleed en de achtergrond weggelaten en dit mandje appels weergegeven in een ongedefinieerde zee van kleur met behulp van een vederlicht penseelstreek.

De close-ups van grashalmen, korenschoven en boomstammen, die de voorgrond van een aantal van de landschappen uit deze periode domineren, wijzen op meer dan alleen een gedetailleerde studie van het onderwerp – ze duiden op een diepe belangstelling voor de afbeelding van de zintuiglijke en emotionele ervaring van het buitenleven. 
Rond deze tijd begon hij ook  Japanse houtsneden te verwerven. Hij bewonderde deze vanwege hun decoratieve kleur en tweedimensionale composities, en hij verwelkomde de ideeën van de Japanse kunstenaars die in nauw samenspel werkten  met de natuur, en het “het kleinste grassprietje” bestudeerden om de natuur als geheel beter te begrijpen. (zie ook Vrouw in kimono bij Vincent van Gogh;  Regendag/ De regen bij Vincent van Gogh ; Vincent van Gogh en Utagawa Hiroshige)

En toen hij in 1888 naar Arles verhuisde, schreef van Gogh dat een verblijf in het zuiden van Frankrijk sterk leek op een bezoek aan Japan.

Het strenge bijsnijden en comprimeren van voor-en achtergrond suggereert de werkwijze die gebruikt werd in de houtsneden van Utagawa Hiroshige en Hayashi Roshü, die dienden als een belangrijke inspiratiebron voor Van Gogh, die met zijn broer Theo honderden van deze houtsneden verzamelde.

Korenveld van 1888 bijvoorbeeld duwt de hemel bijna naar de top van het doek, wat in een gecomprimeerd perspectief resulteert.

 Van Gogh van dichtbij


De landschappen die hij heeft geschilderd rond Arles tonen hun Japanse invloed in een wijds uitzicht over het platteland en met hun hoge horizonlijnen, terwijl de landschappen die hij in 1889 en 1890 in Saint-Remy en Auvers ging maken dichte, meer gestructureerde werken zijn.  Gedomineerd door een scherm van bomen of vallende regendruppels suggereren deze schilderijen de directheid en nabijheid van Van Goghs omgeving.

vincent van gogh up close regen2 Van Gogh van dichtbij

Een jaar voor zijn dood schreef hij in een brief aan zijn zus: “Ik … moet altijd gaan kijken naar een grasspriet, een pijnboom-tak, een korenaar, om mezelf te kalmeren.”

vincent van gogh korenaren 1890 Van Gogh van dichtbij

In “Korenaren” van 1890, is er helemaal geen hemel maar een symfonie van lange, uitgestrekte penseelstreken die wuivende grasbladen suggereren.

“Ik heb geprobeerd om het geluid van de wind in de korenaren te schilderen,” schreef Van Gogh aan zijn vriend, de schilder Paul Gauguin.

In zijn laatste werken komt Van Gogh op een nog meer dramatische wijze dichter bij zijn onderwerpen door het verminderen van de diepte van het veld en het maximaliseren van het expressieve effect van zijn penseelvoering en kleur.  Een nauw gerichte blik op een groepje van iris, een wirwar van amandel-takken, en de levendige patronen van een keizermot zijn slechts enkele van de beelden in een gedurfde serie stillevens die het hoogtepunt van de tentoonstelling markeren.  

Het was een radicale manier van het schilderen van een landschap, het neerkijken op de voeten. De nadruk ligt op de voorgrond details. Vaak is de ondergroei het eigenlijke onderwerp in al zijn vruchtbare rijkdom en zonovergoten weelderigheid.

vincent van gogh sous bois bos met bloemen 1889 Van Gogh van dichtbij

 Maar Van Gogh kijkt zo nu en dan ook naar boven, zoals hij deed in “Amandelbloesems,” met een levendige hemel van aquamarijn gezien door de takken van een bloeiende boom.

vincent van gogh amandelbloesem almond blossom mandelbluete 1890 Van Gogh van dichtbij

Vincent van Gogh, Amandelbloesem, 1890

Maria Trepp


 

 

woensdag, 14 maart 2012

Erik van Luxzenburg

Erik van Luxzenburg

Hyves Linkedin Last.fm Twitter Youtube Flickr

Dagblad De Pers stopt - Nederland is een kwaliteitskrant armer

In studie, boekhoorn, volkskrant, sociale geografie, ns, depers, failliet, marcel, nrc, en meer.
+Dagblad De Pers stopt  :-( het leed is niet te overzien. Allereerst vertrok de intercity naar Leeuwarde van de +Nederlandse Spoorwegen van van 6.38 te vroeg. De intercity van 7.08 had juist geen zin om tijdig te vertrekken en ging een kwartier later. Zo begon mijn dag gisteren lekker. Toch postief in willen steken sloeg ik mijn favoriete treinkrant open: De Pers


Die hadden het nobele voorrrecht het volgende nieuws in hun eigen krant te mogen publiceren:


+Dagblad De Pers stopt ermee!


Dit vind ik dus echt erg. Tijdens m'n studie sociale geografie leerde ik in 1996 dat er 2 kwaliteitskranten in Nederland waren: +nrc.nl en de +volkskrant 


Zo'n 10 jaar later, in 2006 kwam +Dagblad De Pers daarbij. Het mooie was, zij is gratis. Helaas, 6 jaar en 2 economische crises later, delft ondernemer, oprichter & financier, Marcel Boekhoorn 't onderspitsamen met uitgeverij Koninklijke Wegener van over andere +De Gelderlander die +Dagblad De Pers namens Boekhoorn uitgaf.

Zonder gratis kwaliteitskrant wordt 't toch maar 'n abonnement op +nrc.nl denk ik. Wellicht kunnen die wat geschikte redacteuren en journalisten overnemen? Wellicht kan Boekhoorn investeren in +nrc.nl media?

vrijdag, 9 maart 2012

Het menu: kletsende studenten

In het menu, niet op voorpagina, hoofddocent, onderwijs, radboud universiteit nijmegen, studenten, studiefinanciering, wetenschappelijk onderwijs, college, en meer.
De overheid geeft in 2012 een kleine 4 miljard euro uit aan wetenschappelijk onderwijs. Dat is exclusief het nagenoeg net zo hoge bedrag voor studiefinanciering. Daar mag een prestatie tegenover staan. Een collega, hoofddocent aan de Radboud Universiteit Nijmegen klaagt over de onbeleefdheid van bepaalde studenten tijdens het onderwijs. Ze gaan op de achterste rijen van de collegezaal zitten om gezellig met elkaar te kletsen in plaats van naar het verhaal van de docent te luisteren. Ze maken het daarmee de docent en de welwillende studenten moeilijk om het onderwijs goed te laten verlopen. Dit gedrag op de Nederlandse universiteiten schijnt in toenemende mate voor te komen. Wat bezielt deze studenten? Ze hebben vrijwillig voor hun studie gekozen. Wanneer ze een bepaald college niet interessant vinden kunnen ze wegblijven. Wanneer ze de kwaliteit van de docent onder de maat vinden (hetgeen bij de collega overigens niet aan de orde is), kunnen ze een klacht bij het onderwijsmanagement indienen. Wel vrijwillig naar het college gaan om het onderwijs vervolgens te dwarsbomen staat haaks op de rationele houding die van een universitaire student gevraagd wordt. Blijkbaar ogen sommige studenten volwassen, maar zijn het in wezen overjarige pubers, die de verantwoordelijkheid van volwassen gedrag nog niet kunnen dragen.

Willem de Gelder

Willem de Gelder

Profiel Monique Samuel: ‘Mubarak is door Facebook van zijn troon gestoten’

In de linker wang, agenda, amersfoort, arabische lente, beleid, boek, christenunie, dagblad, de, en meer.

Monique Samuel ziet uiteindelijk hoop voor jeugd in Midden-Oosten

Vanochtend stond ze in de NRC Next en vanavond zit ze in Pauw & Witteman. Monique Samuel (22) leidt een avontuurlijk leven. Sinds ze vorig jaar voor het eerst gevraagd werd als commentator van de revolutie in Egypte is haar leven flink veranderd. ‘Vandaag word ik ook weer aan de lopende band gebeld’, zegt ze, ‘omdat er voetbalrellen zijn geweest in Port Said’. Het is tekenend voor haar leven: druk, van alles te doen.

Vanochtend stond ze in de NRC Next en vanavond zit ze in Pauw & Witteman. Monique Samuel (22) leidt een avontuurlijk leven. Sinds ze vorig jaar voor het eerst gevraagd werd als commentator van de revolutie in Egypte is haar leven flink veranderd. ‘Vandaag word ik ook weer aan de lopende band gebeld’, zegt ze, ‘omdat er voetbalrellen zijn geweest in Port Said’. Het is tekenend voor haar leven: druk, van alles te doen.

Monique Samuel werd geboren in Amersfoort als dochter van een Egyptische man en een Nederlandse vrouw. ‘Ik ben niet in Egypte geboren, zoals veel mensen denken, maar mijn familie woont daar nog wel’. Ze heeft het land al twaalf keer bezocht en meestal blijft ze langer dan een maand. ‘Ik logeer dan bij mijn oma, die woont in een simpele volkswijk in Caïro’.

Haar familie is Koptisch, de oudste etniciteit in Egypte. De Kopten zijn oorspronkelijke inwoners van het land, voordat er Arabische inmenging plaatsvond. Daarnaast is het een religieuze minderheid in Egypte, omdat zij de Koptisch-christelijke religie aanhangen. ‘Dat is één van de oudste christelijke stromingen op aarde’, legt Samuel uit, ‘gesticht door de apostel Marcus in de eerste eeuw na Christus’. Door de Arabische inmenging is ook de islam in het land gekomen. ‘Als kind van een Arabier wordt je als moslim geboren’, zegt Samuel.

Wanhoopskreet
Haar reizen naar Egypte geven haar een uniek beeld van de situatie daar, wat volgens haar ook de hoofdreden is dat ze veel in de media verschijnt. ‘Kijk, gisteren waren er voetbalrellen in Port Said. De meeste mensen zien dat dan als normaal voetbalgeweld, maar ik zie meer: een complot. Op YouTube zie je politieagenten de andere kant oplopen. Het is net alsof ze wíllen dat het uit de hand loopt.’  Echter, naast persoonlijke ervaring heeft Samuel ook veel kennis over het land: naast haar studie Politicologie aan de Universiteit Leiden, volgde ze veel vakken op het gebied van de geschiedenis van het Midden-Oosten en islamitisch recht. Met name westers beleid in islamitische landen interesseert haar, waardoor ze ook veel kennis heeft over bijvoorbeeld Iran, Israël/Palestina en Libanon. Maar Egypte, het land van haar vader, liet haar niet los: ‘Er is geen Engels of Frans boek over Egypte wat ik niet gelezen heb’.

Samuel heeft veel te vertellen over de Arabische Lente, de revoluties die vorig jaar begonnen in het Midden-Oosten. De revoluties, die voor de buitenwereld vooral een roep om democratie lijken, zijn volgens Samuel veel basaler. ‘Dit is een wanhoopskreet. Het systeem is geheel vastgelopen.’ In het Midden-Oosten is zestig procent van de bevolking onder de 29. De meeste mensen hebben slechts één heerser gekend die mijlenver van de bevolking afstaat of -stond. De welvaart steeg wel, maar de bevolkingsgroei deed dat nog veel harder. ‘De werkloosheid stijgt, het aantal ondervoede kinderen stijgt. Combineer dit met corruptie en steeds slechter onderwijs en je snapt wat er mis is’. Mensen zijn ongelukkig of zelfs wanhopig. ‘Je komt van de universiteit en hebt geen uitzicht op een baan, een appartement of zelfs een huwelijk, daar is geen geld voor.’

Verloren generatie
Sinds de revolutie is het in Egypte niet beter geworden. Samuel vertelt over haar oom, die in airconditioning handelt. Sinds de revolutie verkoopt hij niks meer. ‘Iedereen houdt zijn hand op de knip. Lonen worden niet meer uitbetaald, winkeliers verkopen niets.’ Het hele land moet opnieuw worden opgebouwd. De politieke instituties zijn zwak: sinds de jaren vijftig is Egypte in feite een militaire dictatuur geweest. Mubarak had dan wel geen uniform aan, maar hij had wel het hele leger achter zich. De ware revolutie moet eigenlijk nog plaatsvinden: het leger moet terug naar de barakken. Het kan allemaal nog wel even duren. ‘De generatie van Tahrir is eigenlijk een verloren generatie’, zegt Samuel met pijn in het hart, ‘zij zullen niet profiteren van de revolutie.’

Toch gloort er hoop voor het Midden-Oosten. Op lange termijn gelooft Samuel wel dat het beter wordt: ‘Onder druk van de hoger opgeleide bevolking zullen er geen dictators meer komen.’ Tunesië kan hierin gezien worden als lichtend voorbeeld: ‘Daar won dan wel een islamitische partij de verkiezingen, maar zij houdt zich prima aan de grondwet.’ Dit komt  ook omdat in dit land juist wél sterke instituties zijn. Het leger had niet zoveel macht en er was nadat de dictator was afgezet geen directe opvolger.

Samuel begint binnenkort aan een onderzoek over de rol van sociale media in radicale jeugdbewegingen in het Midden-Oosten. Ondanks dat slechts twintig procent van de bevolking internet heeft is de rol van Facebook en Twitter groot in de Egyptische revolutie, zegt ze. Dit komt ondermeer omdat de Arabische zender Al Jazeera, waar 86 procent van de Egyptenaren naar kijkt, ook YouTubefilmpjes, tweets en Facebookberichten uitzond. ‘Er is nauwelijks vrije pers of vrijheid van meningsuiting, maar op deze manier dus wel. Hier is totaal niet op gerekend door het Egyptische regime.’ Mubarak is eigenlijk door Facebook van zijn troon gestoten.

Coming Out
Alhoewel ze geen lid is van de Koptisch-Orthodoxe Kerk, is Samuel wel christen. ‘God is voor mij de basis van alles wat doe.’ Als ik vraag bij wat voor kerk ze zichzelf thuis voelt, verzucht ze: ‘Oef. Ik ben al bij heel veel kerken geweest, maar in elke kerk zie ik iets van God maar ook heel veel van de mens.’ Daarnaast houdt ze niet van labeltjes: ‘Ik wil gewoon met iedereen in gesprek blijven.’ Ze ziet zichzelf als een een bruggenbouwer. Met een lichte trots vertelt ze over het feit dat ze de eerste christen was die op de Islamitische Omroep kwam. ‘Dat is toch mooi?’

Vorig jaar werd Samuel onderwerp van gesprek door haar coming out: op haar weblog vertelde ze lesbisch te zijn, een vriendin te hebben en te gaan scheiden van haar man. Voor sommige mensen was dat misschien schokkend, denkt ze wel, maar voor haar zelf is de worsteling grotendeels voorbij: ‘God heeft me gewoon zo gemaakt’, zegt Samuel, ‘het is iets tussen Hem en mij.’

Samuel stond tot een tijd geleden bekend als onderdeel van het christelijke wereldje. Ze was columnist bij het Nederlands Dagblad, werkte voor het Wetenschappelijk Instituut van de ChristenUnie (ze was overigens geen lid van de partij, zegt ze nadrukkelijk) en was te zien bij de EO. Tegenwoordig doet ze een stuk meer dan dat: ‘Ik schrijf bijvoorbeeld voor een progressief weblog als DeJaap en binnenkort word ik columnist voor het homojongerenblad Gay & Night.’

Is dit allemaal het gevolg van haar coming out? Ze benadrukt dat dit niet zo is: ‘Ik heb uit de christelijke wereld juist geweldige reacties gehad’. Ze wilde vooral zelf een breder publiek aanspreken, om met iedereen in gesprek te kunnen blijven.

GroenLinks
Om diezelfde reden is ze nooit lid geweest van een politieke partij. Ze zegt zich wel verbonden te voelen met GroenLinks, maar lid worden wil ze niet. De partij is op dit moment zoekende, zegt ze, ‘net als bijna iedere partij, trouwens. Onze ‘vrienden’ van de PVV en de SP profiteren daarvan.’ Ze vindt dat Nederland veel toekomst gerichter moet denken. Ons land heeft potentie, maar we verschuilen ons nu achter de dijken. ‘We moeten ons eens committeren aan plannen voor de komende 25 jaar, in plaats van elke twee of drie jaar alles te veranderen.’ Of ze zelf de politiek in wil? Daarover zegt ze: ‘Ik moet eerst nog ervaring op doen. Ik wil niet zo’n jong broekie worden die met veel tamtam de kamer in komt, maar na een tijdje ondergesneeuwd raakt. Daarvan zijn er zoveel.’

Van buiten het parlement probeert ze echter wel mensen aan het denken te zetten, bijvoorbeeld over ons denken over het Midden-Oosten. De regering is heel hypocriet, zegt Samuel boos: ‘Ze zien een Arabische winter in plaats van een lente. Democratie in het Midden-Oosten, dat kan gewoon niet. Er móet wel een Egyptisch kalifaat komen, want anders zouden de moslims hier ook wel eens democraat kunnen zijn, da’s voor onze anti-islamitische regering veel te eng.’

Terwijl de democratie in Nederland in verval is, kan men niet enthousiast worden van democratisering aldaar, ‘terwijl Obama, Cameron, Merkel en Sarkozy allemaal positief hebben gereageerd, vond Rutte het maar zorgelijk.’

Nieuwe visie
Er moet een compleet nieuwe visie komen op het Midden-Oosten, vindt Samuel, en we moeten de jeugd daar helpen om democratieën op te bouwen. Veel hoop dat de Nederlandse regering en de EU dat zullen doen, heeft ze echter niet. ‘Ons eigen belang is veel belangrijker, joh.’ Daarom richt ze zich liever op NGO’s en jeugdbewegingen in het Midden-Oosten. Praktisch gaat ze dit de komende tijd doen bij Oxfam Novib, waar ze stage zal lopen.

‘Er is nog veel te doen’, zegt Monique Samuel, doelend op haar agenda voor vandaag. ‘Er is nog veel te doen’, denk ik, terwijl ik haar woorden op me in laat werken. Ik neem afscheid van een jonge, inspirerende vrouw, waarvan we ongetwijfeld nog meer zullen horen.

Dit stuk verscheen als coverstory in De Linker Wang (maart 2012)


donderdag, 8 maart 2012

Erik van Luxzenburg

Erik van Luxzenburg

Hyves Linkedin Last.fm Twitter Youtube Flickr

Medische hulpverlening in Nederland

In rode kruis, ghor, sigma, noodhulp, vrijwilliger, het nederlandse rode kruis, vru, vrijwilligers, de, en meer.
Vandaag ging mijn P2000 pieper af terwijl ik net even wat koffie haaldde voor mijn SENS expert (Lean consultant) collega. Dit leverde de nodige opschudding op de afdeling waar wij zitten op (het afgaan van de pieper, niet dat ik koffie haaldde). Men wilde wel weten waarvoor die pieper diende. Daarop besprak ik met enkele collegae dat ik bij de SIGMA zit in Utrecht (Veiligheidsregio Utrecht ofwel VRU) en wat dat inhoud. Wat kan beter aantonen wat de SIGMA inhoud dan een promotiefilmpje en laten we die nou op DVD hebben gekregen. Nadeel van zo'n DVD is dat je die weer niet standaard bij je hebt. Gelukkig staat de film ook op Youtube, hierbij wil ik die graag delen met iedereen die dit leest:



Het is toch mooi werk wat de Snel Inzetbare Groep ter Medische Assistentie doet, als vrijwilliger ben ik toch trots om na 15 maanden studie aangesloten te zijn bij deze club. Zo lang studeren zal men zich af kunnen vragen? Inderdaad bij de VRU doen we er zo lang over: van september 2010 tot en met december 2012. Ik heb vernomen dat bij andere regio's men in 6 maanden klaar is. Deze discrepantie in opleidingsduur schaar ik maar onder: "tot zo ver de standaardisatie en uniformering". Wellicht een interessant aandachtspunt voor het Verenigingsbureau van het Nederlandse Rode Kruis en de verschillende veiligheidsregio's die op geneeskundig vlak verenigd zijn in GHOR Nederland (GHOR = Geneeskundige Hulpverleningsorganisaties in de Regio).

Maar goed, beter op de donderdagochtenden mijn pieper maar bij me houden zodat ik er bij ben als die afgaat :-)

Laat een reactie achter wat je van het filmpje vind, ik ben benieuwd!

dinsdag, 6 maart 2012

Gerben Kappert

Gerben Kappert

Linkedin

Samen sta je sterk

In gerbie's recensies televisie, politiek, baskenland, filosofie, management, politiek, spanje, televisie, bedrijf, en meer.

Omdat Management een belangrijk onderdeel van mijn studie was, las ik een jaar of twintig geleden nog wel eens een boek over dat onderwerp. Tegenwoordig is dat de minst interessante kast in de boekwinkel. Veel nutteloos papier verspillen, de meeste managers begrijpen niet dat wijsheid niet uit een boekje te halen valt.

De biografie van Lee Iacocca, kocht ik in de opruimingbak, na een inspirerend hoorcollege, maar las ik nooit. Het enige boek dat ik wel las ging over een Braziliaans bedrijf, Semco. Opgericht door Ricardo Semler. Ik was onder de indruk. Een bedrijf met extreem veel verantwoordelijkheid voor werknemers. Zelf je salaris vaststellen, net als je werktijden. Misbruik ligt voor de hand, zeker in de kapitalistische wereld waarin we leven. Het blijkt anders te werken. Door de extreme betrokkenheid bleek de sociale controle groot genoeg, maar vooral het eigen gevoel voor verhoudingen dat niemand overvroeg. De specialist die met de voeten op het bureau de krant zat te lezen werd geaccepteerd omdat hij zodra er ergens iets aan de hand was dagen lang, zelfs zonder slaap, bezig was om het probleem op te lossen. Het bedrijf werd groot dankzij de medewerkers.

Had het boek een tijdje geleden weer eens uit de kast getrokken, wilde het uitlenen aan iemand die het in mijn ogen wel kon gebruiken, maar vond het toch te provocerend en heb het teruggezet.

http://maps.google.com/maps?hl=en&q=mondragon&client=safari&ie=UTF8&t=m&sll=43.004647,-2.500763&sspn=0.699981,1.433716&st=109146043351405611748&rq=1&ev=zo&split=1&radius=43.51&hq=mondragon&hnear=&ll=39.802686,-96.326457&spn=0.698722,0.910492&output=embed
View Larger Map
Gisteravond keek ik weer eens naar Tegenlicht, schitterende serie van de VPRO. In Spaans Baskenland blijkt een stadje te zijn dat tot vergelijkbare conclusies kwam. Samen sta je sterker. Bijna alles in het dorp is een coöperatie. Bedrijven, scholen, zelfs een eigen universiteit. Je kunt je als werknemer inkopen, daarmee wordt je meteen deeleigenaar. In Mondragon blijkt de crisis veel minder hard toe te slaan. Goedlopende coöperaties nemen werknemers (tijdelijk) over van slecht draaiende, geld wordt niet belegd in risicovolle buitenlandse aandelen, maar gewoon in saaie staatsobligaties, de lokale bank, natuurlijk ook een cooperatie, heeft een gigantisch kapitaal uitstaan.

Ik was al onder de indruk van dit prachtige stukje Europa, toen ik er bijna drie jaar geleden mocht rondreizen. Prachtige steden, schitterende natuur, trotse en gastvrije inwoners en ongeëvenaarde gastronomie, ik zou er volgens mij wel kunnen wonen. Mondragon ligt een stukje landinwaarts en lijkt mij een geweldig dorp. Waarom zou een cooperatie hier niet kunnen werken? Wie doet er mee?

Kijk zelf: Tegenlicht (gisteravond).

Of lees meer via: wikipedia.org.


maandag, 5 maart 2012

Toine van de Ven

Toine van de Ven

Hyves Twitter GR DWARS

Oplossing voor spoorproblematiek Vught heeft brede steun (nodig)

In vughtse politiek, phs, vught, vvp, alternatieven, april, burgers, communicatie, de, en meer.

De discussie over de gevolgen van het programma hoogfrequent spoor (PHS) leeft in Vught. De ervaringen van de info-avond van de 13e februari voorspellen een volle Martinihal op 2 april tijdens de info-avond van de gemeente. En dat het protest groeit heeft alles te maken met het weinige begrip van ProRail en het Ministerie voor de lokale problematiek.

Op maandag 13 februari stonden ongeveer duizend Vughtenaren op de stoep van Hotel Vught voor de info-avond van ProRail en het Ministerie van Infrastructuur & Milieu. Te veel voor de info-avond, veel meer dan verwacht en allemaal zeer bezorgd. Dat bezorgdheid omslaat in onvrede en zelfs woede is vooral te danken aan de communicatie van ProRail en het Ministerie. Tegen een volle zaal werd vrij duidelijk gesteld dat er amper ruimte was voor alternatieven. En de sprekers hadden te weinig empathisch vermogen om zich in te leven in de bezwaren en angsten van de Vughtse burgers.

En die bezwaren zijn terecht! Extra treinbewegingen zijn een zegen voor het openbaar vervoer, maar dan moet de infrastructuur daar wel op zijn ingericht. En in Vught is dat zeker niet het geval. De toename van 4 naar 6 sneltreinen per uur per richting op de lijn Utrecht-Eindhoven, maar vooral de toename van het goederenverkeer van 34-54 treinen per dag naar 64 tot 150 is onacceptabel met de huidige inrichting. Maar volgens Ton Bierbooms van ProRail is er eigenlijk alleen ruimte voor varianten voor de boog van Meteren en voor het stukje spoor tussen Den Bosch en Vught tot aan de splitsing van de verbindingen Den Bosch-Eindhoven en Den Bosch-Tilburg. En dat terwijl de gemeente al enkele jaren geleden een creatieve studie heeft laten uitvoeren naar alternatieven. Zoals het verleggen van de spoorlijn naar de rand van Vught langs de A2. Maar dit soort alternatieven lijken zonder brede lobby bij provincie en rijk weinig kans te maken. Het resultaat zou zijn dat Vughtenaren straks nog moeilijker de spoorlijn kunnen oversteken, doordat ze nog langer voor gesloten spoorbomen staan. Dat komt de leefbaarheid van het dorp niet ten goede.

Het wordt te makkelijk vergeten dat Vught op dit moment het afvalputje is voor rijksinfrastructuur. Twee spoorlijnen, een rijksweg en een snelweg doorsnijden het dorp. De omgevingseffecten van deze infrastructuur tellen in de praktijk bij elkaar op, maar bij beleidsvorming wordt elke lijn of weg afzonderlijk bestudeert. En daarmee wordt zeer creatief telkens de zogenaamde normen gehaald. Voor het spoor bestaat zelfs geen wettelijke norm voor sluitingstijden van spoorwegovergangen en worden de normen voor trillingen en geluid op dit moment nog vastgesteld. En die kunnen dus nog prima worden aangepast zodat de plannen van het PHS in Vught passen binnen de normen.

De drukbezochte info-avond van 13 februari is dus een goed teken. Waar in Zaltbommel en Den Bosch amper burgers naar de info-avond kwamen, nam in Vught 1 op de 25 inwoners de moeite. Dat de problematiek leeft in Vught werd ook al duidelijk bij de kaartenactie die de gemeente eerder had georganiseerd om te lobbyen bij de Tweede Kamer voor de Vughtse problematiek. Dat werkte voor de N65, nu moet het protest en de lobby wederom worden ingezet voor het spoor.

donderdag, 1 maart 2012

Ruard Ganzevoort

Ruard Ganzevoort

Twitter

Zijlstra laat deeltijdstudenten sudderen

In eerste kamer, politiek, onderwijs, betalen, bezuinigingen, de, eerste, filosofie, gevallen, en meer.

Toen vorig jaar zomer het besluit over de langstudeerboete werd genomen, heeft de Eerste Kamer uitgebreid gediscussieerd over de positie van de deeltijdstudenten. Die krijgen namelijk precies evenveel tijd om hun studie af te maken terwijl ze – het woord zegt het al – slechts een deel van de tijd studeren. Een kamerbrede motie vroeg de regering daarom in overleg met het veld disproportionele gevolgen voor deeltijdstudenten te voorkomen.

Dat was in juli. Omdat er in januari nog geen teken van leven was en deeltijdstudenten zich steeds meer ongerust maken, stuurde de Kamer nog maar eens een brief. Ze vroeg de staatssecretaris wat hij inmiddels gedaan had, of hij al met studentenorganisaties, universiteiten en hogescholen gesproken had, en hoe hij uitvoering aan de motie zou gaan geven. De brief bevatte ook heel concrete voorbeelden waar het fout gaat.

Bijna een maand later blijkt dat er nog geen duidelijk antwoord is. Het lijkt erop dat er nog geen gesprekken met het veld zijn geweest. Er komt een brede verkenning over deeltijdstudies. Verder is er een inventarisatie gaande over de praktijk van het deeltijdonderwijs en ontwikkelingen en wensen daarin. In dat alles komt het effect van de langstudeerdersmaatregel op het deeltijdonderwijs aan de orde. En dus bezint de staatssecretaris zich op een aantal maatregelen.

Daar kan hij maar beter haast mee maken. Van alle kanten komen de signalen dat studenten zich zorgen maken of ze hun studie wel kunnen afmaken of dat ze dan vele duizenden euro’s extra moeten betalen. Onderwijsinstellingen zijn begonnen om hun opleiding uit te kleden en in te korten. Niveauverlies dus. Iedereen wil weten waar hij of zij komend studiejaar aan toe is. Het gevolg is dat de aanmeldingen voor deeltijdstudies ernstig lijken te stagneren. Zo twittert Doekle Terpstra: “Er zijn dit jaar uitzonderlijk weinig deeltijdstudenten begonnen met een hbo-opleiding, m.n. bij lerarenopleidingen. Is ernstige situatie!”

Op zich is Zijlstra’s terughoudendheid wel te begrijpen, want hij heeft een probleem. Voltijdstudenten die te ver uitlopen, zullen anders immers overstappen naar de deeltijd om de langstudeerboete te ontlopen. Die vluchtweg wil hij kennelijk tot elke prijs gesloten houden.

Het is echter onrechtvaardig als hij dat probleem bij de deeltijdstudenten neerlegt. Deeltijdstudenten krijgen geen studiefinanciering en betalen vaak relatief veel collegegeld. Ze doen hun studie in de meeste gevallen naast hun werk of zorgtaken. In die zin zijn ze het schoolvoorbeeld van een leven lang leren en rolmodellen voor de kenniseconomie.

De huidige langstudeerboete is voor veel deeltijdstudenten zo goed als onvermijdelijk. Leraren die met de lerarenbeurs gestimuleerd worden om een masters te halen, gaan al met de kleinste vertraging over hun tijd. Stoppen kan niet, want dan moeten ze de beurs terugbetalen. Het uitloopjaar dat voltijdstudenten hebben, is er voor deeltijdstudenten niet. Er zijn zelfs opleidingen die over drie jaar gespreid zijn, zodat deze studenten volstrekt buiten hun schuld langstudeerder worden. Wie ergens in de afgelopen twintig jaar al eens een studiepoging heeft gedaan, kan het al helemaal niet meer binnen de gestelde tijd doen. En wie bijvoorbeeld naast een andere studie een deeltijdbachelor filosofie wil doen, die weet van te voren dat dat minstens twee jaar langstudeerboete kost, ook als hij of zij precies volgens het boekje studeert…

We kunnen er lang en breed over praten, maar studenten straffen terwijl ze keurig op tijd zijn, is disproportioneel. Deeltijders inperken om een vluchtweg voor voltijders af te snijden, is disproportioneel. En niveauverlies van opleidingen accepteren omwille van bezuinigingen is disproportioneel. Hoe we ook denken over de langstudeerboete zelf, deze gevolgen zijn niet acceptabel.

Daarom is het jammer dat Zijlstra niet (nog niet?) ingaat op suggesties om het anders op te lossen. Hij staart zich nu blind op de regel het aantal studiejaren plus een, ongeacht of het voltijd of deeltijd is. Hij kan ook het aantal geprogrammeerde studiepunten per jaar als uitgangspunt nemen. Spreek dan bijvoorbeeld af dat je in een deeltijdstudie niet meer dan het geprogrammeerde aantal punten mag halen, en de vluchtroute is geen vluchtroute meer.

Maar hoe we het ook oplossen, we moeten niet de deeltijdstudenten opzadelen met een probleem dat het hunne niet is. Dat leidt namelijk tot een massaal afhaken van studenten of tot een dramatisch verlies aan kwaliteit van de opleidingen. En dat kunnen we ons simpelweg niet veroorloven.


Ruard Ganzevoort

Ruard Ganzevoort

Twitter

Zijlstra laat deeltijdstudenten sudderen

In eerste kamer, politiek, onderwijs, bezuinigingen, de, eerste, filosofie, gevallen, hbo, en meer.

Toen vorig jaar zomer het besluit over de langstudeerboete werd genomen, heeft de Eerste Kamer uitgebreid gediscussieerd over de positie van de deeltijdstudenten. Die krijgen namelijk precies evenveel tijd om hun studie af te maken terwijl ze – het woord zegt het al – slechts een deel van de tijd studeren. Een kamerbrede motie vroeg de regering daarom in overleg met het veld disproportionele gevolgen voor deeltijdstudenten te voorkomen.

Dat was in juli. Omdat er in januari nog geen teken van leven was en deeltijdstudenten zich steeds meer ongerust maken, stuurde de Kamer nog maar eens een brief. Ze vroeg de staatssecretaris wat hij inmiddels gedaan had, of hij al met studentenorganisaties, universiteiten en hogescholen gesproken had, en hoe hij uitvoering aan de motie zou gaan geven. De brief bevatte ook heel concrete voorbeelden waar het fout gaat.

Bijna een maand later blijkt dat er nog geen duidelijk antwoord is. Het lijkt erop dat er nog geen gesprekken met het veld zijn geweest. Er komt een brede verkenning over deeltijdstudies. Verder is er een inventarisatie gaande over de praktijk van het deeltijdonderwijs en ontwikkelingen en wensen daarin. In dat alles komt het effect van de langstudeerdersmaatregel op het deeltijdonderwijs aan de orde. En dus bezint de staatssecretaris zich op een aantal maatregelen.

Daar kan hij maar beter haast mee maken. Van alle kanten komen de signalen dat studenten zich zorgen maken of ze hun studie wel kunnen afmaken of dat ze dan vele duizenden euro’s extra moeten betalen. Onderwijsinstellingen zijn begonnen om hun opleiding uit te kleden en in te korten. Niveauverlies dus. Iedereen wil weten waar hij of zij komend studiejaar aan toe is. Het gevolg is dat de aanmeldingen voor deeltijdstudies ernstig lijken te stagneren. Zo twittert Doekle Terpstra: “Er zijn dit jaar uitzonderlijk weinig deeltijdstudenten begonnen met een hbo-opleiding, m.n. bij lerarenopleidingen. Is ernstige situatie!”

Op zich is Zijlstra’s terughoudendheid wel te begrijpen, want hij heeft een probleem. Voltijdstudenten die te ver uitlopen, zullen anders immers overstappen naar de deeltijd om de langstudeerboete te ontlopen. Die vluchtweg wil hij kennelijk tot elke prijs gesloten houden.

Het is echter onrechtvaardig als hij dat probleem bij de deeltijdstudenten neerlegt. Deeltijdstudenten krijgen geen studiefinanciering en betalen vaak relatief veel collegegeld. Ze doen hun studie in de meeste gevallen naast hun werk of zorgtaken. In die zin zijn ze het schoolvoorbeeld van een leven lang leren en rolmodellen voor de kenniseconomie.

De huidige langstudeerboete is voor veel deeltijdstudenten zo goed als onvermijdelijk. Leraren die met de lerarenbeurs gestimuleerd worden om een masters te halen, gaan al met de kleinste vertraging over hun tijd. Stoppen kan niet, want dan moeten ze de beurs terugbetalen. Het uitloopjaar dat voltijdstudenten hebben, is er voor deeltijdstudenten niet. Er zijn zelfs opleidingen die over drie jaar gespreid zijn, zodat deze studenten volstrekt buiten hun schuld langstudeerder worden. Wie ergens in de afgelopen twintig jaar al eens een studiepoging heeft gedaan, kan het al helemaal niet meer binnen de gestelde tijd doen. En wie bijvoorbeeld naast een andere studie een deeltijdbachelor filosofie wil doen, die weet van te voren dat dat minstens twee jaar langstudeerboete kost, ook als hij of zij precies volgens het boekje studeert…

We kunnen er lang en breed over praten, maar studenten straffen terwijl ze keurig op tijd zijn, is disproportioneel. Deeltijders inperken om een vluchtweg voor voltijders af te snijden, is disproportioneel. En niveauverlies van opleidingen accepteren omwille van bezuinigingen is disproportioneel. Hoe we ook denken over de langstudeerboete zelf, deze gevolgen zijn niet acceptabel.

Daarom is het jammer dat Zijlstra niet (nog niet?) ingaat op suggesties om het anders op te lossen. Hij staart zich nu blind op de regel het aantal studiejaren plus een, ongeacht of het voltijd of deeltijd is. Hij kan ook het aantal geprogrammeerde studiepunten per jaar als uitgangspunt nemen. Spreek dan bijvoorbeeld af dat je in een deeltijdstudie niet meer dan het geprogrammeerde aantal punten mag halen, en de vluchtroute is geen vluchtroute meer.

Maar hoe we het ook oplossen, we moeten niet de deeltijdstudenten opzadelen met een probleem dat het hunne niet is. Dat leidt namelijk tot een massaal afhaken van studenten of tot een dramatisch verlies aan kwaliteit van de opleidingen. En dat kunnen we ons simpelweg niet veroorloven.


maandag, 27 februari 2012

Maria Trepp

Maria Trepp

Twitter

Studie Duits verdwijnt uit Leiden

In duitsland, duitse taal, cultuur & geschiedenis, leiden, duits, frans, opleiding, studie, talenstudies opheffen, ton naaijkens, universiteit leiden, en meer.

 “De Universiteit Leiden is van plan de studies Frans, Duits en Italiaans op te heffen als zelfstandige opleidingen. Het is de bedoeling dat ze opgaan in een ‘brede’ bachelor Taal, cultuur en mediastudies. Dat bevestigt een woordvoerder van de universiteit. Het formele besluit is nog niet gevallen, zegt ze.” (NRC 27-2-2012)

Terwijl de studenten Frans gaan demonstreren, en hoogleraar Smith in de NRC woedend van een “sterfhuis” spreekt voor de opleiding Frans, is hoogleraar Duits Anthonya Visser voorzichtig optimistisch: “Ik vind het niet per se een probleem dat er dan geen zelfstandige opleiding Duits meer is. Het gaat me om de inhoud. Dat het goed mogelijk blijft om binnen die brede bachelor Duitse taal en cultuur te kunnen blijven bestuderen.’ Visser zegt dat de inhoudelijke discussie erover nog gevoerd moet worden.” (Mare-online).

Maar is de kwaliteit van een studie niet ook afhankelijk van de tijd die men aan een bepaald vak besteedt?

“De succesvolle praktijk om talenstudenten vanaf dag één in de taal zelf te doceren maakten de Nederlandse universitaire talenstudies tot de beste ter wereld. Bij een algemene opleiding is deze praktijk niet langer vol te houden en verworden deze opleidingen tot middelmatige talenstudies die niet uitstijgen boven het niveau van een cursus Frans aan een volksuniversiteit.” (Rens Bod, NRC 3-2-2012)

“Aan de universiteiten worden in rap tempo de ambachtelijke studies afgeschaft. Portugees. Duits. Frans. Arabisch. In plaats daarvan komt geleuter over media. Bullshit is in onze cultuur niet alleen een burgerrecht. Het is een doel in het leven.” (Marjolein Februari, NRC 12-2-2012)

“Tal van Europese talen, waaronder Frans, Duits, Italiaans en Portugees, zullen als de plannen doorgaan niet of nauwelijks meer op bachelorniveau aan Nederlandse universiteiten kunnen worden gestudeerd, behalve met enig geluk als onderdeel van algemene opleidingen ‘taal, cultuur en media’ (alsof die laatste categorie niet al onder taal en cultuur valt). Een snufje Duits, een vleugje Portugees, een wolkje Russisch wellicht, net genoeg om de besluiteloze jonge mens te laten ontdekken wat hij nu eigenlijk écht wil studeren.” (Martin de Haan, NRC 20-3-2012)

Micha Wertheim satire zie hier

Ik ben in 2001 bij Duits afgestudeerd.

Toen was het nog een heerlijke tijd bij Letteren: 4-5 jaar ambachtelijke studie, reflectie, verdieping, kritisch zelfstandig denken.

Ik had er ontzettend veel aan.

Zie ook: Wij willen Bildung!

Maria Trepp

P.S. Overigens heet het al lang geen “studie” meer, mijn kop klopt dus niet. Het heet al lang “opleiding Duits”. Studie is al lang de bedoeling niet meer.

——————————————————————————————————

De Utrechtse hoogleraar Duits Ton Naaijkens in de NRC van 20 maart:

“Juist op een moment waarop de Nederlands-Duitse Handelskamer rapporteert dat 87 procent van de Nederlandse bedrijven die afhankelijk zijn van export naar Duitsland inziet dat gebrekkige talenkennis rechtstreeks tot omzetverlies leidt, besluiten veel Nederlandse universiteiten talenstudies weg te stoppen in sterfhuisconstructies.

Toch is de twijfel of er straks nog wel mensen zijn die uit de moderne talen kunnen vertalen (NRC Handelsblad, 15 maart), ongegrond. Ook al wil de Universiteit Utrecht de opleiding Portugees opheffen – de opleidingen Duits, Engels, Frans, Italiaans, Keltisch en Spaans blijven bestaan en worden allemaal geleid door één of meer hoogleraren.”

donderdag, 23 februari 2012

Saskia van der Werff

Saskia van der Werff

Twitter

Feiten bestaan niet #wot 8

In bernlef, illusie, feit, stroom, gebeurtenis, waarheid, wot, waarde, gesprek, en meer.
Iets is pas waar als het gebaseerd is op een feit, iets is niet waar als het gebaseerd is op een verzinsel, speculatie, fantasie, roddel, leugen en andere ‘onwaarheden’. Over feiten valt niet te discussiëren want feiten zijn ‘waar’ gebeurd. Toch is het waarheidsgehalte van feiten nog maar de vraag. Een kleine illustratie over het ‘waar’ zijn van feiten. Pieter zit op de bank een krantje te lezen als zijn vrouw Janneke thuiskomt. Al kletsend hangt ze haar jas op, begroet haar man, pakt een glas uit de kast, vult hem met water en valt opeens stil. Na een korte pauze roept ze uit: ‘Wat ben jij toch een attente man’ als zij de met bloemen gevulde vaas op het dressoir ziet staan. Nog vol van die onverwachte verrassing belt ze een vriendin en vertelt het verhaal in geuren en kleuren. De vriendin belt daarna een andere vriendin en ga zo maar door. Feit: Pieter is attent. Pieter, die de bloemen van een relatie heeft gekregen, zegt niets en laat zijn vrouw in de waan. Feit: Pieter is niet attent.
      Waar in deze stroom gebeurtenissen bevindt zich nu een feit? Wanneer noemen we iets een feit? Pieter is niet attent, omdat daarvan pas sprake zou zijn als hij zelf de bloemen gekocht had omdat hij zijn vrouw wilde verrassen. De intentie van Pieter maakt hem attent, niet de uitspraak van zijn vrouw. Maar die intentie zit opgesloten in Pieter zijn brein, en ‘bestaat’ daarmee niet in de voor anderen toegankelijke werkelijkheid. Klaarblijkelijk kan er pas sprake zijn van een feit, als het waarneembaar is voor anderen. En hoe de waarneembare werkelijkheid ons in het ooitje kan nemen, daarvan kan ik uit eigen ervaring meespreken. Nog een voorbeeld van een ‘echt’ feit. Ik was een paar jaar geleden voor studie in Amerika. We onderzochten hoe organisaties in Amerika omgaan met klachten van consumenten. Wij deden ons voor als consument (we hadden echt iets gekocht) en gingen naar de bedrijfsleider om te klagen. Na afloop van het gesprek evalueerden we onze ervaringen. Op de vraag: ‘Hoe zag die man eruit’ kwamen de volgende feiten op tafel. 1)Een nette broek met een hawai shirtje; 2)Een strak pak met paarse das; 3)Een spijkerbroek met witte bloes; 4)Een donkere broek met een t-shirt. Na een hoop verbazing en gelach werden we het eens. Feit: de man had kleren aan.
      Beide voorbeelden illustreren dat feiten geen vanzelfsprekendheden zijn. We kiezen feiten uit een stroom van gebeurtenissen. Al die gebeurtenissen zijn echt gebeurd maar niet van waarde als niemand ze opmerkt. Onopgemerkt verdwijnen ze. We noemen die stroom nietszeggendheid geen feit. Aan de andere kant benoemen we iets als feit als het gebaseerd is op iets dat niet is echt is gebeurd. Janneke veronderstelt iets, en constateert vervolgens het feit ‘Pieter is attent’. Dit noemen we geen feit maar een illusie. Wanneer is er nu sprake van een feit? De mens is inventief en heeft instrumenten ontwikkeld om zekerder te zijn over gebeurtenissen die we waarnemen. Als we in Amerika een foto hadden genomen was het duidelijk geweest wat de bedrijfsleider aanhad. Instrumenten als fototoestellen, telescopen, horloges, thermometers lijken ons dichter bij de feiten te brengen. Helaas is ook dit een illusie, zoals de dichter Bernlef prachtig verwoordt.

      Een met een elektronenmicroscoop 300x vergrote babytand
      Groeit uit tot een glinsterend hooggebergte
      Het wit lijkt sneeuw tot lichtspikkels uiteengevlokt
      Buiten ons gezichtsvermogen verdwijnen de omtrekken
      Dreigen onze ogen de verbinding met het geheugen te verbreken
      (uit ‘De werkelijkheid’, in bundel Kanttekeningen)

      Feiten zijn eigenlijk helemaal niet zo makkelijk te vinden. Ze zijn doorspekt van aannames, interpretaties, leugens, illusies, goede bedoelingen, vaagheden, waardes, blinde vlekken en hoop. Als dit zo gemakkelijk is te constateren, waarom hechten we dan eigenlijk zoveel waarde aan feiten? Omdat wij als mens op zoek zijn naar een betekenisvol leven, selecteren wij uit de willekeurige stroom van het leven gebeurtenissen die we feiten noemen. De grote valkuil is het verbinden van feiten met waarheid, iets wat bijvoorbeeld wetenschappers, politici, accountants, doctoren, managers maar al te graag doen. Feiten bestaan niet op zichzelf, maar zijn verbonden aan de waarde die mensen eraan toekennen. Feiten zijn betekenisgevende ankerpunten in ons anderszins zinloze bestaan. En daarmee hebben feiten voor mij onschatbare waarde.

* #WOT Write On Thursday. Dat is waar #WOT voor staat. Een initiatief van Karin Ramaker. Iedere donderdag presenteert zij een woord waarmee vele bloggers aan de slag gaan. Deze week het woord "Feit: een gebeurtenis of omstandigheid die werkelijk gebeurd is.”

vrijdag, 27 januari 2012

Reinier van der Hulst

Reinier van der Hulst

Twitter DWARS

Het ‘(A)sociale Leenstelsel’

In uncategorized, arbeidsmarkt, bezuinigen, bezuinigingen, bijbaantje, cultuur, de, euro, feit, en meer.

            Iedereen in Nederland is het er over eens: er moet bezuinigd worden. Dat is ook de belangrijkste taak van dit kabinet. Door deze drang om fors te bezuinigen tast het kabinet ook voorzieningen aan die Nederland zo uniek maken; de zorg wordt flink uitgehold, de AOW-leeftijd gaat van 65 naar 67 (maar waarom pas in 2020?), kunst, cultuur en natuur moeten het ontgelden én er wordt bezuinigd op studenten. Na de langstudeerboete, de extra kosten voor een tweede master is het nu de beurt aan de studiefinanciering van de masterstudenten. Hieronder zal ik proberen aan te geven waarom de overheid deze bezuinigingen niet door moet voeren. Eerst zal ik uitleggen hoe een student aan zijn geld komt en wat er met de nieuwe maatregel gaat veranderen. Daarna zal ik een aantal redenen geven waarom deze maatregel juist een averechts effect zal hebben.

            Zodra een scholier zijn eindexamen heeft gehaald kan hij doorstuderen. Degenen die het in zich hebben en zien zitten, kunnen dan student worden. De eerste ‘laag’ van de studie is de bachelor, daarna kan hij eventueel doorstuderen door een master te volgen. De student krijgt nu tijdens zijn studie een klein inkomen van de overheid: de studiefinanciering. Deze bijdrage kan nog vergroot worden door middel van een aanvullende beurs en een lening. Al met al is het maandelijkse inkomen (dus zonder werk) 900 à 1000 euro per maand. Een deel komt van de ouders, een deel is dus lening en een deel wordt betaald door de overheid. Dat deel (de studiefinanciering dus) wil de overheid dus omzetten in een ‘sociale lening’ voor masterstudenten.

            Sommige studenten kunnen deze studiefinanciering best missen, door een goed gevulde bankrekening. De meeste studenten kunnen dat echter niet. Even nagaan; een gemiddelde studentenkamer is op zijn goedkoopst 300 euro, met een grote kans dat de huur hoger is. Inclusief schoolgeld (uitgaande van een eerste master) wordt de kostenpost dan minstens 450 euro. Dat is dus al ongeveer 100 euro meer dan de studiefinanciering alleen. Een student moet dus of een bijbaantje zoeken (wat wordt ontmoedigd, want een langstudeerboete dreigt) of extra gaan lenen. Als die lening dan nog eens verplicht wordt verhoogd bij het verzilveren van de vooropleidingen motiveert dat niet om een master te starten.

            Daar komt nog bij dat een studieschuld een zwaarwegend argument voor een bank kan zijn om geen hypotheek te verstrekken. Dit is nu al het geval bij de ‘gewone’ studieleningen, laat staan bij de verplichte ‘sociale leningen’. Ondanks het feit dat de rentes van deze leningen veel lager zijn dan rentes op leningen bij particuliere bedrijven en de aflossingstijd vijftien tot twintig jaar bedraagt, wordt zo’n lening nog onaantrekkelijker voor studenten, omdat de studieschuld als een molensteen om de nek is. Daar komt een bank dan nog eens overheen, en dat terwijl starters als de meest kwetsbare groep op de woningmarkt is. Als we de woningmarkt willen hervormen en een nieuwe impuls moeten geven (hypotheekrenteaftrek!) moeten we ook afzien van deze ‘sociale lening’. Terzijde, studenten met een aanvullende beurs die hun studie na verlenging alsnog beëindigen hebben het nog zwaarder, omdat dan ook de aanvullende beurs in een lening wordt omgezet.

            Het ironische van dit alles is dat deze zelfde regering nog een paar maanden geleden de ambitie heeft uitgesproken om twee plekken te stijgen op de ranglijst van beste kenniseconomieën ter wereld (van negende naar zevende). Een paar maanden later wordt studeren ineens elitair gemaakt. Hoe verwacht men in Den Haag dan dat onze kenniseconomie beter wordt? De hoeveelheid geld in zijn familie bepaalt niet of iemand ook een goede student is die de kenniseconomie verder brengt. Bovendien zal er de komende jaren een enorme vraag naar hoogopgeleiden ontstaan, vooral in de zorg. Door studeren zo te ontmoedigen wordt die vraag dus nog groter en dat gaat weer ten koste van de zorg waar iedereen recht op heeft. We mogen dit nieuwe systeem dus met recht een ‘asociaal leenstelsel’ noemen. In plaats van dat de overheid investeert in beter onderwijs, zodat er minder uitloop is, en studenten aanmoedigt om juist te studeren en sneller hun studie af te ronden, lijkt dit kabinet studeren juist te markeren als een linkse hobby en die moeten blijkbaar wegbezuinigd worden. De enige die daar van profiteert is de schatkist, hopelijk ook maar voor tijdelijk.

            We moeten allemaal meehelpen te bezuinigen en dus ook studenten; dat is mijn probleem niet. Studenten zouden door middel van vrijwilligerswerk al veel meer aan de samenleving bij kunnen dragen dan ze nu doen. Mijn probleem is dat een ‘sociaal leenstelsel’ studenten nog dieper in de schulden brengt en uiteindelijk de woningmarkt en de arbeidsmarkt in zwaar weer zou kunnen brengen. Bovendien wordt studeren niet aangemoedigd, maar juist ontmoedigd. De wereld op zijn kop. In plaats van studenten een positieve prikkel te geven om zo snel mogelijk klaar te zijn (door middel van beter en meer gestructureerd onderwijs) krijgen studenten de deksel op hun neus als ze willen leren. Daarom, géén ‘(a)sociaal leenstelsel.’

 


Reinier van der Hulst

Reinier van der Hulst

Twitter DWARS

Het ‘(A)sociale Leenstelsel’

In politiek, nederland, aow, arbeidsmarkt, bezuinigen, bezuinigingen, cultuur, de, de wereld, en meer.

            Iedereen in Nederland is het er over eens: er moet bezuinigd worden. Dat is ook de belangrijkste taak van dit kabinet. Door deze drang om fors te bezuinigen tast het kabinet ook voorzieningen aan die Nederland zo uniek maken; de zorg wordt flink uitgehold, de AOW-leeftijd gaat van 65 naar 67 (maar waarom pas in 2020?), kunst, cultuur en natuur moeten het ontgelden én er wordt bezuinigd op studenten. Na de langstudeerboete, de extra kosten voor een tweede master is het nu de beurt aan de studiefinanciering van de masterstudenten. Hieronder zal ik proberen aan te geven waarom de overheid deze bezuinigingen niet door moet voeren. Eerst zal ik uitleggen hoe een student aan zijn geld komt en wat er met de nieuwe maatregel gaat veranderen. Daarna zal ik een aantal redenen geven waarom deze maatregel juist een averechts effect zal hebben.

            Zodra een scholier zijn eindexamen heeft gehaald kan hij doorstuderen. Degenen die het in zich hebben en zien zitten, kunnen dan student worden. De eerste ‘laag’ van de studie is de bachelor, daarna kan hij eventueel doorstuderen door een master te volgen. De student krijgt nu tijdens zijn studie een klein inkomen van de overheid: de studiefinanciering. Deze bijdrage kan nog vergroot worden door middel van een aanvullende beurs en een lening. Al met al is het maandelijkse inkomen (dus zonder werk) 900 à 1000 euro per maand. Een deel komt van de ouders, een deel is dus lening en een deel wordt betaald door de overheid. Dat deel (de studiefinanciering dus) wil de overheid dus omzetten in een ‘sociale lening’ voor masterstudenten.

            Sommige studenten kunnen deze studiefinanciering best missen, door een goed gevulde bankrekening. De meeste studenten kunnen dat echter niet. Even nagaan; een gemiddelde studentenkamer is op zijn goedkoopst 300 euro, met een grote kans dat de huur hoger is. Inclusief schoolgeld (uitgaande van een eerste master) wordt de kostenpost dan minstens 450 euro. Dat is dus al ongeveer 100 euro meer dan de studiefinanciering alleen. Een student moet dus of een bijbaantje zoeken (wat wordt ontmoedigd, want een langstudeerboete dreigt) of extra gaan lenen. Als die lening dan nog eens verplicht wordt verhoogd bij het verzilveren van de vooropleidingen motiveert dat niet om een master te starten.

            Daar komt nog bij dat een studieschuld een zwaarwegend argument voor een bank kan zijn om geen hypotheek te verstrekken. Dit is nu al het geval bij de ‘gewone’ studieleningen, laat staan bij de verplichte ‘sociale leningen’. Ondanks het feit dat de rentes van deze leningen veel lager zijn dan rentes op leningen bij particuliere bedrijven en de aflossingstijd vijftien tot twintig jaar bedraagt, wordt zo’n lening nog onaantrekkelijker voor studenten, omdat de studieschuld als een molensteen om de nek is. Daar komt een bank dan nog eens overheen, en dat terwijl starters als de meest kwetsbare groep op de woningmarkt is. Als we de woningmarkt willen hervormen en een nieuwe impuls moeten geven (hypotheekrenteaftrek!) moeten we ook afzien van deze ‘sociale lening’. Terzijde, studenten met een aanvullende beurs die hun studie na verlenging alsnog beëindigen hebben het nog zwaarder, omdat dan ook de aanvullende beurs in een lening wordt omgezet.

            Het ironische van dit alles is dat deze zelfde regering nog een paar maanden geleden de ambitie heeft uitgesproken om twee plekken te stijgen op de ranglijst van beste kenniseconomieën ter wereld (van negende naar zevende). Een paar maanden later wordt studeren ineens elitair gemaakt. Hoe verwacht men in Den Haag dan dat onze kenniseconomie beter wordt? De hoeveelheid geld in zijn familie bepaalt niet of iemand ook een goede student is die de kenniseconomie verder brengt. Bovendien zal er de komende jaren een enorme vraag naar hoogopgeleiden ontstaan, vooral in de zorg. Door studeren zo te ontmoedigen wordt die vraag dus nog groter en dat gaat weer ten koste van de zorg waar iedereen recht op heeft. We mogen dit nieuwe systeem dus met recht een ‘asociaal leenstelsel’ noemen. In plaats van dat de overheid investeert in beter onderwijs, zodat er minder uitloop is, en studenten aanmoedigt om juist te studeren en sneller hun studie af te ronden, lijkt dit kabinet studeren juist te markeren als een linkse hobby en die moeten blijkbaar wegbezuinigd worden. De enige die daar van profiteert is de schatkist, hopelijk ook maar voor tijdelijk.

            We moeten allemaal meehelpen te bezuinigen en dus ook studenten; dat is mijn probleem niet. Studenten zouden door middel van vrijwilligerswerk al veel meer aan de samenleving bij kunnen dragen dan ze nu doen. Mijn probleem is dat een ‘sociaal leenstelsel’ studenten nog dieper in de schulden brengt en uiteindelijk de woningmarkt en de arbeidsmarkt in zwaar weer zou kunnen brengen. Bovendien wordt studeren niet aangemoedigd, maar juist ontmoedigd. De wereld op zijn kop. In plaats van studenten een positieve prikkel te geven om zo snel mogelijk klaar te zijn (door middel van beter en meer gestructureerd onderwijs) krijgen studenten de deksel op hun neus als ze willen leren. Daarom, géén ‘(a)sociaal leenstelsel.’


John Jorna

John Jorna

Atlas van Europese Waarden

In column van de week, politiek, wereld, kort, taal, waarde, raad, regio, leiden, en meer.

LEESBAARHEID KAARTEN ENORM
VERBETERD

Recent is een nieuwe editie van de “Atlas van Europese Waarden. Trends en Tradities rond de eeuwwisseling” verschenen. In alle Europese staten, inclusief Turkije en Rusland worden voortdurend mensen ondervraagd op tal van terreinen. Ze moeten bijvoorbeeld aangeven in hoeverre ze het eens of oneens zijn met een bepaalde stelling. Zo’n stelling moet uiteraard in de betreffende landstaal vertaald worden. Dat is sowieso al moeilijk en dan blijft nog het probleem dat een woord in de ene taal net een iets andere betekenis of gevoelswaarde heeft als in het Engels, de voertaal van de atlas en het voorafgaande onderzoek. Dat maakt het onderzoek ook erg kostbaar en dat is in de prijs van de atlas goed te merken. Die is exclusief BTW € 139,– en samen met de 6% BTW en de vervoerskosten kwam de rekening op € 156,88 uit. Kijk je echter naar de fraaie vormgeving en de schat aan gegevens, dan vind ik de atlas dat bedrag zeker waard.

Mijn kritiek bij de vorige uitgave van 2005 was, dat de kaarten heel moeilijk leesbaar waren. Bij elk hoofdstuk paste een bepaalde kleur en de kaarten gaven de verschillen per land aan in meerdere tinten per kleur. De verschillen in tint waren zo klein, dat je maar moeilijk kon bepalen bij welk percentage de kleur hoorde. Nu is er gekozen voor duidelijk contrasterende kleuren, waarbij het verschil tussen hoogste en laagste waarde in een oogopslag te zien is. Ook de vele staaf- en cirkeldiagrammen zijn goed leesbaar.

Na een voorwoord van de President van de Europese Raad, Herman van Rompuy komt een kort hoofdstuk met een snelle samenvatting van de Europese geschiedenis. Je merkt dan hoeveel de Europese staten gemeenschappelijk aan geschiedenis hebben en de geschiedenis vormt het land. Desondanks zijn de verschillen tussen de staten enorm. Ik probeerde een of andere regelmaat te ontdekken, maar die is er op het eerste gezicht niet. In de volgende hoofdstukken komen allerlei aspecten aan de orde van Europa, Gezin en familie, Arbeid, Religie, Politiek, Samenleving en Welzijn. Dan volgt een conclusie. Er is korte informatie per land en informatie over de studie op zich.

De eerste kaart in de atlas met als titel “European citizenship” geeft de resultaten per land naar de vraag in hoeverre de mensen zich Europeaan voelen. Zij moesten de vraag beantwoorden bij welk gebied zij  het meest behoren en dan de volgorde bepalen tot het er het minst bij behoren. Daarbij moesten ze kiezen uit de woonplaats, de regio, het land, Europa en de wereld. Als Europa als eerste of tweede genoemd werd, dan telde dat mee als antwoord met Europa verbonden. Alleen in Luxemburg en Kosovo voelt meer dan 30% zich zo met Europa verbonden, dat zij Europa op de eerste of tweede plaats zetten. België, Zwitserland en Finland scoren tussen de 20 en 29%. Onder het gemiddelde zitten Groot-Brittannië en nog sterker Ierland, Spanje, Polen, Oekraïne, Roemenië, Georgië en Turkije. De Russen voelen zich het minst Europees. In elk land geeft een cirkeldiagram aan welk percentage welk gebied als eerste noemt. Zo voelen Nederlanders zich sterk verbonden met hun woonplaats en hun land en minder met hun regio, terwijl de Duitsers zich sterk verbonden voelen met ook de woonplaats, maar niet met de Bondsrepubliek, maar meer met de eigen bondsland Beieren of Nedersaksen bijvoorbeeld. In bondsstaten als Zwitserland en Oostenrijk zie je eveneens die sterke binding aan kanton of Bundesland. Gelukkig voelen nog heel wat Belgen zich verbonden met België. De regio scoort er wat lager, maar dan komt weer de vraag of als regio de provincies of de taalgebieden zijn bedoeld. U ziet, hoeveel interessante dingen je kunt zien op nu maar één kaart. Ik ga er dus de komende tijd nog meer blogs aan wijden.

Loek Halman, Inge Sieben and Marga van Zundert: Atlas of European Values. Trends and Traditions at the turn of the Century. Tilburg University European Values Study. Uitgave Brill, Leiden. ISBN 978 90 04 20705 9.

Jaargang 4, Nr. 199.

dinsdag, 24 januari 2012

Maria Trepp

Maria Trepp

Twitter

Latent antisemitisme in Duitsland

In duitsland, duitse taal, cultuur & geschiedenis, literatuur, oba, antisemitisme, christoph hein, duitsland, passage, peter langerich, rapport, en meer.

De Volkskrant meldt vandaag 24-1-2012:

Antisemitische opvattingen zijn volgens een nieuwe studie in ‘aanzienlijke mate’ in de Duitse samenleving aanwezig. Eenvijfde van de Duitsers zou ‘latent’ antisemitisch zijn. Dit blijkt uit een studie van onafhankelijke deskundigen die in opdracht van de regering is uitgevoerd en maandag is gepresenteerd.”
“Het gaat niet om radicaal antisemitisme dat zich in geweld of misdaden uit, maar om alledaagse vooroordelen, zoals de historicus Peter Longerich, een van de onderzoekers, bij de presentatie van het rapport zei. “

Het hele document “Antisemitismus in Deutschland – Erscheinungsformen, Bedingungen,
Präventionsansätze” kan hier worden gedownload.

Onder meer zijn in het rapport ook interessante tabellen te vinden waaruit het verschil in antisemitische opvatting tussen Duitsers en Nederlanders blijkt( p 61). Voorbeeld:

Joden hebben hier te veel invloed” – beaamd door 20 % van de Duitsers en 6 % van de Nederlanders.
Joden trachten te profiteren van het feit dat ze tijdens het nazi-tijdperk slachtoffers werden
Toestemming van 50% Duitsers en knap 20 % Nederlanders.

Dat zijn toch schokkende feiten!

 


Als Duitse en Germaniste ben ik het met de conclusies van het rapport (een substantieel latent antisemitisme)  uit ervaring helemaal eens.

Ik heb in een uitvoerige studie (samenvatting in het Nederlands klik hier) het latent antisemitisme van een Duits toneelstuk, “Passage” van Christoph Hein angetoond. 

Op het eerste gezicht is dit toneelstuk een saai stuk met slechte taal, maar er is geen bovenop liggend antisemitisme te zien.  Nauwkeurige studie aan de hand van drama- analyse geeft een ander beeld, vooral ook als men meer weet van de vormen van antisemitisme en de geschiedenis van het antisemitisme. 
Het stuk Passage kan “latent antisemitisch” worden genoemd. In Passage wordt de joodse literatuurtheoreticus Walter Benjamin als een impotente parasiet, als een nutteloze wetenschapper een als een loser voorgesteld, wiens zelfmoord op de vlucht voor de nazi’s  aan de ene kant een laffe daad was, die toch aan de andere kant te prijzen is omdat de samenleving deze loser beter kwijt kan zijn.

walter benjamin Latent antisemitisme in Duitsland

 

In mijn uitvoerig Duits hoofdstuk ga ik uitgebreid in op het begrip “antisemitisme” , en op het feit dat dit begrip, net als het begrip “racisme”, verschillende definities kent, brede en smalle. Ik heb altijd aangegeven dat ik mij op de belangrijkste Duitse antisemitisme-deskundige baseer, de historicus Helmut Berding, die heeft aangegeven, dat er tussen cultureel en biologisch racisme geen eenduidige grens te trekken is. 
Passage is gekleurd door cultureel antisemitisme, en niet door biologisch antisemitisme. Cultureel antisemitisme was in de visie van prof. Berding (die mijn teksten met goedkeuring en erkenning heeft gelezen) de voorwaarde en het voorstadium van het latere biologisch antisemitisme, zonder dat het één met het ander altijd samenvalt.

Samengevat zijn mijn argumenten om Passage een antisemitisch stuk te noemen:

ten eerste: de basis van het stuk Passage is een tegenstelling ‘goede jood’ versus ‘slechte jood’;
ten tweede: het stuk maakt onkritisch en niet-ironisch gebruik van antisemitische metaforen ;
ten derde: het stuk trivialiseert en banaliseert de vervolging van joden;
ten vierde: het stuk beeldt de slachtoffers van de vervolging af als daders.


Mijn engagement tegen antisemitisme en racisme is sterk gebaseerd op mijn familiegeschiedenis en op mijn liefde en bewondering voor mijn oom, de socialistische pacifist Heinz Brandt, die twaalf jaar concentratiekampen waaronder Auschwitz heeft overleefd. Later zat hij als dissident nog drie jaar in een isolatiegevangenis in de DDR.

 

Lees het Duits artikel over het nieuwe onderzoek hier  .  Het antisemitisme vindt men in Duitsland vooral in rechts-extreme-kringen, maar ook onder islamieten en bij voetbal-fans (in Duitsland dus ook- dat wist ik niet!).

“Bundestagsvizepräsident Wolfgang Thierse (SPD) warnte bei der Vorstellung des Berichts davor, sich mit dem Antisemitismus nur im Zuge spektakulärer Vorfälle zu beschäftigen: “Der Antisemitismus ist ein dauerhaftes Phänomen.


Routinematig denken in antisemitische clichés is naar mijn ervaring ook  gebruikelijk in burgerlijke kringen- niet alleen in Duitsland.


Maria Trepp www.passagenproject.com

zondag, 15 januari 2012

Maria Trepp

Maria Trepp

Twitter

Walter Süskind en de Joodse Raad

In geschiedenis, oba, ferdinand aus der fünten, film, hollandse schouwburg, holocaust, joodse ereraad, joodse geschiedenis, joodse raad, en meer.

Rudolf van den Berg vertelde in P&W over zijn nieuwste film Süskind, het waargebeurde verhaal van verzetsman Walter Süskind, de Nederlandse Oskar Schindler, die honderden joodse volwassenen, kinderen en baby’s redde  uit de Hollandse Schouwburg.

De in Duitsland geboren jood Walter Süskind (1906-1945) werkte in Amsterdam  voor de Joodse Raad. Door die raad was hij aangesteld als beheerder van de Hollandsche Schouwburg. In deze functie was hij in staat met de persoonsgegevens van vooral kinderen te manipuleren. 

walter suskind Walter Süskind en de Joodse Raad

Tot 1940 was de Hollandsche Schouwbrug een populair theater in de Plantagebuurt in Amsterdam. In 1941 veranderde de Duitse bezetter de naam van het theater in ‘Joodsche Schouwburg’. Vanaf dat moment mochten alleen joodse musici en artiesten optreden voor uitsluitend joods publiek. In de loop van de jaren kreeg de Schouwburg een andere functie toegewezen door de Duitse bezetter. Vanaf augustus 1942 moesten joden uit Amsterdam en omstreken zich melden voor deportatie, of werden hier onder dwang naar toe gebracht. Vele duizenden mannen, vrouwen en kinderen wachtten vervolgens in de Hollandsche Schouwburg op hun deportatie naar doorgangskamp Westerbork. Van daaruit werden zij op transport gezet naar concentratie- en vernietigingskampen.

hollandse schouwburg Walter Süskind en de Joodse Raad 
Zijn goede relatie met de Duitse autoriteiten (Süskind kende Ferdinand aus der Fünten goed, de SS Hauptsturmführer die in Amsterdam de leiding had over de deportatie van joden)  kwam hem in zijn verzetswerk van pas. Süskind, een handige en charmante man,  was bijzonder vindingrijk en listig, vervalste lijsten, bedachte honderden trucs.
Samen met de directrice van de crèche op de Plantage Middenlaan, Henriette Rodriques Pimentel, en de Amsterdamse econoom Felix Halverstad zette Süskind een systeem op om joodse kinderen uit de Schouwburg via de crèche te laten ontsnappen. Onder zijn leiding werden honderden volwassenen, kinderen en baby’s gered uit de schouwburg.

Opmerkelijk is dat het verzetswerk dat Süskind en de zijnen verrichtten gebeurde zonder dat de leiding van de Joodse Raad daar iets vanaf wist. De leiding van de Joodse Raad zou dit namelijk hebben verboden. 
Regisseur Rudolf van den Berg heeft naar eigen zeggen met zijn film geen heldenmonument voor Süskind willen opzetten, maar eerder uitdrukking willen geven aan zijn verbijstering. 
“Voor massamoord heb je geen bloeddorstige beulen nodig” zei hij.

De meeste joden werden weggehaald door Nederlanders. 
Verbijsterend is nog steeds de manier waarop de Joodsche Raad heeft gecoöpereerd met de bezetter.

De Joodsche Raad was een op initiatief van de Duitse bezetter in februari 1941 in het leven geroepen Joodse organisatie die de Joodse gemeenschap in Nederland moest besturen. Via deze raad gaf de bezetter bevelen aan de Joodse gemeenschap en haar leiders. De Raad  werd zo het doorgeefluik van de anti-Joodse maatregelen.
Zonder de ondersteuning van de Joodsche Raad hadden de nazi’s niet zo veel Nederlandse joden kunnen deporteren, omdat men niet wist wie wel en wie niet een jood was. 
Na de Tweede Wereldoorlog heeft de Joodsche Eereraad uitgesproken: ‘dat de voorzitters van de Joodsche Raad gefaald hebben in een wereld, die zelf in gebreke is gebleven‘,  en heeft met name de medewerking bij selectie en deportatie met klem veroordeeld. 

De rol van Süskind daarentegen werd door de Joodse Ereraad geprezen: 
“De Ereraad wil met erkentelijkheid vermelden het illegale werk door sommige geëmployeerden van de Joodsche Raad verricht, met name op het gebied van het laten ontsnappen van volwassenen en kinderen uit schouwburg en crèche. Zonder anderen te kort te doen brengt de Ereraad hierbij een eresaluut aan Walter Süskind. Tot dit illeagale werk hebben, zover na te gaan, de voorzitters zelf het initiatief niet genomen. Evenmin is gebleken, dat zij dit werk krachtig bevorderd hebben, zoals eigenlijk hun plicht was. Integendeel, dit zou in strijd zijn geweest met hun overige houding. “(Hans Knoop, De Joodsche Raad, p 208)

Een nieuwe studie (besproken in de NRC van 14 januari 2012) probeert antwoord te geven op de vraag waarom niet alleen het aantal maar ook het percentage Joodse slachtoffers in Nederland het hoogst was van West-Europa: 
“In hun comparatieve studie beschrijven de auteurs minutieus de overeenkomsten en verschillen tussen de drie bestudeerde landen. Nauwgezet analyseren Griffioen en Zeller onder meer de positie van het autochtone bestuur, de handelingsvrijheid van de Duitse organisaties die zich met de Jodenvervolging bezighielden, de methoden die zij toepasten en de mate van integratie, assimilatie en organisatiegraad van de Joodse bevolkingsgroepen.
De voornaamste oorzaak van het bijzonder hoge aantal en percentages Joodse slachtoffers in ons land, constateren Griffioen en Zeller, was de vrijwel ongelimiteerde macht waarover het Duitse politieapparaat hier beschikte voor het organiseren van deportaties. Zowel het bezettingsbestuur (Reichskommissariat) als de hoogste Nederlandse bestuurders waren buitenspel gezet. Het laatste geschiedde overigens zonder al te veel tegenstribbelen. 

De Nederlandse situatie verschilde daardoor radicaal van die in Frankrijk en België. De hoogste Franse autoriteiten, die hun gezag over de politie behielden, waren vanaf het najaar van 1942 nauwelijks bereid mee te werken aan deportaties. […]
Ten slotte werd het aantal en het percentage Joodse slachtoffers in Nederland gedeeltelijk bepaald door de inschakeling van de Joodse Raad bij de deportaties (oproepen voor ‘tewerkstelling in het Oosten’) en de aanvankelijke reacties van de Joodse bevolking op de Duitse methoden van misleiding en intimidatie. Terwijl in Frankrijk en België een aanzienlijk deel van de aanwezige Joden door hun Duitse of Oost-Europese achtergrond zich weinig illusies maakte over het nazi-antisemitisme, was dat bij de sterk geïntegreerde Joodse bevolking hier veel minder het geval. Velen waren daardoor langere tijd geneigd vast te houden aan legale ontsnappingsmogelijkheden: vrijstellingen (waarvoor aanvankelijk bijna een derde deel van de Nederlandse joden in aanmerking kwam) en Arbeitseinsatz in het ‘permanente’ werkkamp Vught. Deze legale ‘ontsnappingsmogelijkheden’ weerhielden veel Joden van onderduiken maar bleken uiteindelijk een verraderlijk onderdeel te vormen van het deportatiesysteem. De vrijgestelden en bewoners van kamp Vught werden alsnog op transport gezet.”
P. Griffioen en R. Zeller: Jodenvervolging in Nederland, Frankrijk en België – Overeenkomsten, verschillen, oorzaken. Boom; 1045 pagina   ‘s; € 49,50. 

————————————————————————————-
Het verhaal van Süskind werd al eerder eens verfilmd als “Secret Courage — The Walter Suskind Story”

Biografie: Mark Schellekens. Walter Süskind. Athenaeum-Polak & Van Gennep. 240. € 17,95
Film: Süskind. Regie Rudolf van den Berg. Vanaf 19 januari in de bioscoop.
Roman op basis van film: Alex van Galen, Süskind, Arbeiderspers. 256 pag. € 17,50
Documentaire: De duivelse dilemma’s van Walter Süskind. Zondagavond 15 januari, KRO, 23.30 uur, Nederland 2.

Tentoonstelling: Jodenvervolging 1940-1945. Op de eerste verdieping in de Hollandsche Schouwburg is de permanente tentoonstelling Jodenvervolging 1940-1945 ingericht. In de Hollandsche Schouwburg wordt nu ook uniek materiaal tentoon gesteld rondom Walter Süskind, zoals familiefoto’s en onlangs verworven objecten.

 

Maria Trepp www.passagenproject.com

Deze tekst staat in vertaling ook op mijn Duitse weblog  en op mijn Engelse weblog

Klaas Woltinge

Klaas Woltinge

Hyves Twitter Youtube

Zal ik dit nieuwe jaar wel mijn hoofd boven water houden was de grote vraag

In uwv, groenlinks, pgb, rutte, gezondheid, oplossingen, helpen, jsf, studie, en meer.
Eind December 2011 ontving ik een uitnodiging van Ronde Tafel met daarbij de mededeling dat men ook dit jaar weer druk bezig is met de organisatie van de Nieuwjaarsduik 2012. Omdat vooral wij het vorig jaar tot een groot succes hadden gemaakt, hoopten zij vanuit de organisatie dat wij ook dit jaar weer mee wilden doen.

Vanaf eind November en begin December zat ik nog te twijfelen en liet binnen vrienden en familie kring doorschemeren dat ik waarschijnlijk niet mee zou doen of dat ik het nog niet wist (deed ik natuurlijk alleen wanneer ik de vraag letterlijk voorgelegd kreeg).

In Januari 2011 wilde ik een duidelijk statement maken uit protest in de vorm van:”wat nou?”,”Deze ‘zielige’, ‘zwakke’ (vaak afgewen) gehandicapte donderstraal kan meer dan velen denken”

Hoe zat het ook alweer dat ik in omgeving 2007 op eigen initiatief wederom bij het UWV aanklopte voor studie mogelijkheden? Kreeg te horen wat de concrete mogelijkheden waren binnen een termijn van 3 maand en daarnaast de opmerking:”doe rustig aan”,”we kennen je ziektebeeld en daarom zal je ook blijvend in aanmerking komen voor een arbeid ongeschiktheid’s uitkering.” Ter afsluiting kreeg ik destijds ook mee dat ik ervan genieten moest!” Harder dan dat kon er eigenlijk niet in mijn smoel gemept worden (het was goed bedoeld maar toch achteraf gezien).

Natuurlijk was 1 Januari 2011 ook een uitdaging voor mijzelf, een beetje bluffen en grenzen verleggen.. Je zal maar gebluft hebben en een enorme stijfkop zijn, dan laat je toch ook zien wat je waard bent!

Dat bleef eigenlijk onhandig de tong uitsteken naar een ieder die mij allang afgeschreven hadden in welke vorm dan ook met daarbij de vraag doe me dit maar even na :P http://www.youtube.com/watch?v=YWhCuKPA0Sc

Nu 1 Januari 2012-01-12

Halverwege December 2011 begon mijn bloed natuurlijk weer te stromen waar het niet zou kunnen stromen en kreeg zelf wederom weer zin aan een verfrissende duik (gewoon doen dacht ik)!

Dit maal zat ik vooraf wel met 2 vragen:

1. Omtrent mijn gezondheid was het wat minder met mij gegaan afgelopen jaar waardoor ik ook veel minder gaan sporten ben, zou mijn rikketik zo’n sprong dan wel aan kunnen (nuchter gezien maar deels ook een onzinnig argument).
2. Wel heel belangrijk voor mezelf, in 2011 had ik mijn eigen al bewezen wil telkens een stap voorwaarts maken en een herhaling van zetten hoort daar niet bij!

Eind December schoot mij te binnen zal ik mijn eigen (opgesloten) gaan verpakken in een doos waarop diverse teksten gekalkt staan wat mij niet bevalt aan de komende begrotingen, mijn ideeën in die vorm waren te onduidelijk en praktisch gezien niet reëel.

Zelf ben ik bijvoeding nodig om maar zwaarder te worden, zo’n doos paste en past prima tussen mijn hals en net boven mijn kont (ben blij dat het voorlopig nog vergoed wordt)..

Op twitter stelde ik ook de vraag wie een origineel idee had en bij voorkeur zocht ik naar een GroenLinks thema en iets over de zorg. De beste tekst was toch wel (aan de voorkant van het shirt) Help ons ook in 2012 ons hoofd boven water te houden! Stem GroenLinks voor échte oplossingen.

(aan de achterkant) Want – gratis zwemles voor pgb-ers, gratis rondje vliegen in de JSF en 130 met je scootmobiel zijn dat niet! #OPRUTTE

1 januari was het zo ver, tegen 14:00 stapte ik uit mijn nest en ging vlot een hapje eten en wat drinken. Net voor ik vertrekken wilde moest ik ook nog even een noodstop maken op het kleinste plekje van de aarde.. Scheld vloek, geen smoesjes jongen gewoon gaan hardlopen dan kom je nog wel op tijd aan.

Bij aankomst herkende 1 van de organisatoren mij meteen en begeleide mij naar de inschrijf en kleed ruimte, toen ik omgekleed was kon ik binnen aansluiten bij een groepje die nog voor mij stonden die de teksten op mijn shirt wel heel interessant vonden (ff een kort momentje gesproken over hoe alles nu gaat en hoe het zou moeten gaan wanneer GroenLinks het voor het zeggen zou hebben)

Op een bepaald moment mochten we naar het water lopen en per groepjes sprongen mijn voorgangers het water in, tegen de tijd dat het bijna mijn beurt was begon ik al zachtjes te lopen en werd ik tegen gehouden door een van de organisatoren van Ronde Tafel, deze vermelde letterlijk aan mij:”jij mag als laatste”,”en je krijgt een speciale aankondiging dus wacht nog maar even.”

Prachtig dacht ik, zonder iets te zeggen begreep deze organisator van Ronde Tafel mij heel goed. Ik sloot me intussen alvast af van alles en begon mij op het water te concentreren en het start sein van Klaas je mag..




Zodra ik het start sein kreeg liep ik in een stevige looppas naar de rand van het water en keek waar ik ongeveer terecht wilde komen, toen werd ik ook meteen even wakker en dacht bij mijn eigen:”ik weet niet waar de camera’s staan van het grote beeldscherm waarop iedereen mee kon kijken”,”laat ik mijzelf maar langzaam 1x ronddraaien zodat zowel de voorkant als achterkant van mijn shirt goed in beeld komen te staan.” Eenmaal omgedraaid zocht ik weer naar het punt waar ik in het water wilde belanden en maakte de sprong, deze ging meteen een stuk beter dan vorig jaar… ik kwam precies op de plek terecht die ik vooraf ingeschat had, raakte wel koppie onder maar kon nu gelukkig zelfstandig snel genoeg op staan. Ook de weg naar het trappetje was een stuk eenvoudiger te vinden… Ontving divers applaus en er rende ook meteen een journaliste naar mij toe van de Hoogeveense Courant.

Had niet eens de tijd om een beetje overdonderd te zijn in de vorm van yes, dit is precies wat ik wil, nu ff gaan opletten wat ik zeg. Tijdens het lopen naar de kleedkamer vertelde deze in positieve zin ‘exact’ wat er vorig jaar gebeurd was:”vorig jaar was ik de aller eerste duiker”,”dit jaar de aller laatste”,”vorig jaar was het steen en steen koud”,”lag er eis etc;” wat ik allang vergeten was want dat eis was vooraf weg gehaald en herinnerde me alleen een aantal smeltende sneeuw bultjes..

Ze vroeg meteen hoe voelde het water aan waarop ik direct antwoordde dat ik ook het water een stuk minder koud aan vond voelen dan vorig jaar maar dat het ondanks dat best nog wel koud was. Ik plakte er aan vast dat mijn sprong gelukkig al veel beter ging dan vorig jaar.

We naderende aanmeld balie om te springen en ik kreeg de vraag:”Vorig jaar was je de eerste duiker”,”nu de laatste!”,”hoe zit dat?” Intern begon ik wat te grinniken met een gevoel van:”Yes”,”ga je straks met name veel richten op het PGB omdat je je eigen daar het meest kwaad om maakt momenteel!”

Eenmaal binnen aangekomen kregen we het wederom even over vorig jaar waarbij ik aangaf dat ik destijds wilde bewijzen dat ik ondanks mijn handicap ook veel dingen wel kon.. We kregen het over de teksten die op mijn shirt stond en zodra het woordje PGB viel kreeg ik het verzoek om mij eerst even om te kleden en daarna het interview af te maken (heel logisch eigenlijk).

In de kleed ruimte aangekomen kreeg ik diverse complimenten in de vorm van:”jij bent wel koppie onder gegaan”,”respect man!” Waarop ik wel eerlijk antwoord gaf dat dat niet mijn bedoeling was maar dat de sprong mij in verhouding met vorig jaar behoorlijk mee viel en ik had het ook niet eens koud..

Op het moment dat ik mijn t shirt uit wilde trekken kreeg ik het in ene wel steen koud, had het gevoel dat ik in mijn blootje in de sneeuw lag en het iets te kleine t shirt kon ik ook amper uit krijgen… Was bijna geneigd om te roepen:”wie wil mij even helpen om dit shirt over mijn schouders heen te trekken!”

Niet doen Klaasje, je bent een grote sterke vent met een grote mond die zo zelfstandig mogelijk wenst te blijven.Vanuit mijn eigen situatie zeker sinds het 1e kwartaal van 2011 drong tot mij door dat ik echt een PGB regeling nodig zou gaan krijgen.

Meneer Rutte snapt dat niet, aldus Rutte kan ik wel ondersteuning blijven ontvangen d.m.v. het CAK mits ik een eigen bijdrage lever, en dat noem ik nu juist geld verspilling pur sang omdat ik telkens maar enkele maanden per jaar hulp nodig ben in bijvoorbeeld de huishouding.

Dit kabinet snapt dat niet, komt geld tekort en moet gaan bezuinigen (wat GroenLinks ook zou gaan doen) en plukt zomaar overal geld vandaan om de huidige begroting matchent te maken (iets wat GroenLinks zeker niet wenst in deze vorm).

Dit kabinet schuift huidige problemen die spelen gewoon door naar de toekomst, wie dan leeft wie dan zorgt heet dat! Zelf ben ik een GroenLinkser met diverse liberale ideeën, maar wat er nu gebeurd kan echt niet!

Na het omkleden was ik nog even blijven rondhangen bij de soep stand, met een aantal mensen gesproken over de sprong en nog even gewacht op de journaliste die mij nog verder wenste te interviewen.

Al met al een geslaagde dag

zaterdag, 14 januari 2012

Toine van de Ven

Toine van de Ven

Hyves Twitter GR DWARS

Stap vooruit in het Vughtse accommodatiebeleid

Het college lichtte donderdagavond haar plannen voor het Vughtse accommodatiebeleid toe. Drie alternatieven: allen zonder Schoonveld en met De Speeldoos. Een stap vooruit in dit slepende dossier, maar toch diende zich vrijdag een nieuwe verrassing aan…

Het dossier accommodatiebeleid is zo complex, dat een echt besluit al jaren vooruit wordt geschoven. Dat komt grotendeels door onenigheid in de gemeenteraad zelf. Als de ene coalitie quick wins benoemde en gebouwen wilde gaan sluiten, werden deze gebouwen zodra ze bijna leeg zijn weer geopend door de volgende coalitie. Binnen vier jaar een besluit nemen én volledig uitgevoerd hebben lukt niet en eerdere besluiten worden vaak herroepen. Maar dat Vughte te veel sociaal-culturele accommodaties heeft én dat deze veroudert zijn, dat erkennen alle partijen.

Dus ook deze coalitie van GB, VVD en D66 heeft het accommodatiebeleid weer voortvarend ter hand genomen. Deze voortvarendheid leidt na bijna twee jaar tot een studie met locaties en plannen voor verdere uitwerking. En het belangrijkste is dat hierbij een van de afspraken uit het coalitieakkoord niet nageleefd wordt: Zaal Schoonveld als jongerencentrum. Een speerpunt voor Gemeentebelangen (GB) in de laatste jaren, waar elke discussie over accommodaties weer op werd teruggekomen. Maar eindelijk lijkt dit ook voor GB een gepasseerd station. Dat is echte winst! Want dat de kosten om Schoonveld aan te passen te hoog zijn wordt al jaren geroepen, maar nu dringt het door en kunnen we verder kijken.

De plannen die het college afgelopen donderdag aan de raad heeft toegelicht, vielen bij alle fracties goed. Ook dat is al een stap vooruit. Maar dat komt mijn inziens vooral door de heldere keuze om afscheid te nemen van Schoonveld. Een keuze die in het verleden vaker is gemaakt én is teruggedraaid! En met alle argumenten en onderbouwingen zijn er dan twee echte alternatieven: 1. De Speeldoos, Rozenoord en het Vlierthonk en 2. De Speeldoos, Rozenoord en Elzenburg. Het alternatief met alleen De Speeldoos en Rozenoord heeft verschillende nadelen – onder andere krap – waardoor deze eigenlijk direct kan worden afgeschreven…

Althans… dat was de situatie op donderdagavond. En tevreden keerde alle fracties huiswaarts om in eigen kring de plannen nog nader te bespreken voor de commissie van begin februari. Maar toen kwam opeens het bericht dat Woonwijze en het MIK een eigen muziekschool in Vught-Zuid willen gaan bouwen. Als eerste dacht ik aan de overeenkomsten met vier jaar terug met de plotselinge plannen met de Petruskerk. Ook toen had het college net plannen gepresenteerd voor het accommodatiebeleid en doorkruisde een ander initiatief deze plannen. Want alle ruimte die het MIK nodig heeft voor haar creatieve muziek-, dans- en cultuureducatie zat in de accommodatieplannen van de gemeente. Daarin zit immers het idee om alle sociaal-culturele gebouwen te centreren in het centrum en in de wijken kleinere ontmoetingsplekken de creëren.

Wat de gevolgen van de plannen van Woonwijze en het MIK zijn kan ik nu nog niet overzien, maar het legt wel een beslag op de gepresenteerde plannen. Het college zal tijdens de commissie van februari moeten toelichten in hoeverre de gepresenteerde ideeën hiermee achterhaalt zijn. Maar als de voltallige gemeenteraad in ieder uitspreekt dat het niet meer Zaal Schoonveld zal worden, dan beschouw ik dit nog steeds als een stap voorwaarts!

woensdag, 11 januari 2012

Theo Brand

Theo Brand

Kiest het CDA voor een echte omslag?

In duurzaamheid, gerechtigheid, politiek, cda, coalitie, emancipatie, oecumene, solidariteit, groenlinks, en meer.

Het CDA overweegt volgens de media ‘een ruk naar links’. De mogelijke koerswijziging blijkt uit gelekte plannen afkomstig uit het zogeheten Strategisch Beraad onder leiding van oud-minister Aart Jan de Geus. Veel christen-democraten zullen de koerswijziging eerder bestempelen als een terugkeer naar het politieke midden. Vooral macht en invloed maken een centrumpositie immers interessant. Maar een strategisch beraad is nog geen principieel beraad. En dat laatste is nodig is om een nieuw fundament onder de partij te leggen.

Als je door de waan van de dag stevig naar rechts bent meegezogen, dan sta je na verloop van tijd beteuterd in de hoek. Dan blijft er één richting over en dat is terugbewegen naar links. Zo verrassend is de koerswijziging daarom niet. De vraag is vooral: hoe ver durft het CDA te gaan? En komt de partij ook aan de progressieve kant van het politieke spectrum uit? Komt de koersverandering voort uit lijfsbehoud of is deze geboren uit een diepgewortelde overtuiging? En als dat laatste het geval is, wanneer volgt dan de erkenning dat de partij door fixatie op macht de afgelopen jaren op een ideologisch dwaalspoor terecht is gekomen?

Nu is de vraag wat de begrippen ‘links’ en ‘rechts’ precies inhouden nogal verschillend te beantwoorden. Dat is – helemaal voor middenpartijen als CDA en D66 – altijd een wat lastige zaak. Voor mij telt het criterium of een politieke partij culturele verdraagzaamheid, duurzame ontwikkeling en een eerlijke verdeling van welvaart, macht en inkomen bevordert of juist eerder frustreert. Zo bezien is het CDA op dit moment een conservatieve en rechts georiënteerde partij.

Politiek filosoof en emeritus hoogleraar politieke filosofie Henk Woldring stelde eerder in tijdschrift De Linker Wang: “Het politieke midden kan nooit je doelstelling zijn, het gaat om een visie op de samenleving. De christen-democratie moet uiteindelijk een gematigd progressieve politieke beweging zijn.” Woldring schreef in 1996 een doorwrochte filosofische studie over de beginselen van de christen-democratie en zat namens het CDA in de Eerste Kamer. In 2010 zegde hij diep teleurgesteld zijn partijlidmaatschap op.

Levert het CDA straks echt een politieke bijdrage om de dominante economische machten bij te sturen? Durft de partij weer politiek met een hoofdletter te bedrijven? Of blijft het CDA kiezen voor ongebreidelde marktwerking door een verdere terugtreding van de overheid, maar dan in een wat vriendelijker vorm met wat meer culturele openheid? Rechts, maar zonder scherpe kantjes in een wat lichtere variant? Of kiest het CDA voor een echte omslag?

Voor de politiek in het algemeen is het interessant of de koerswijziging van het CDA zal leiden tot de val van het Kabinet Rutte. Wat mij vooral boeit is de vraag of trouwe CDA-kiezers zullen doorzien dat de eeuwige slingerbewegingen van het CDA – of die nu van links naar rechts gaan, of juist van rechts naar links – vooral zijn ingegeven door macht en politieke strategie. En dat visiestukken als het recent verschenen ‘Mens, waar ben je?’ uiteindelijk ondergeschikt zijn aan politiek lijfsbehoud. Of ben ik nu te cynisch? Ik vermoed oprecht van niet. Toch wil ik als religieus geïnspireerde GroenLinkser het CDA het voordeel van de twijfel geven, maar wel met een nadrukkelijke kanttekening.

Natuurlijk is elke politieke partij bezig met macht en strategie. Wat dat betreft neem ik het CDA niets kwalijk. Politiek bedrijven valt of staat met macht en invloed. Maar voor het CDA lijkt politieke macht gaandeweg een doel en een principe op zichzelf te zijn geworden. Dat het CDA nu weereens wat naar links beweegt is daarom alles behalve opzienbarend.

Relevant is vooral de vraag of het CDA  niet alleen om strategische redenen naar links buigt, maar in het voetspoor van de ideeën van onder anderen Henk Woldring, ook definitief durft te kiezen voor een gematigd progressief profiel omdat de christen-democratische wortels van solidariteit, emancipatie en rentmeesterschap dat simpelweg vereisen.

Als die trend zich definitief zou doorzetten, komt het CDA in beeld als interessante en stabiele coalitiepartner voor PvdA, SP, D66, ChristenUnie en ook mijn eigen partij GroenLinks. Afhankelijk uiteraard van de vraag hoeveel Tweede Kamerzetels de partij kan inbrengen bij het realiseren van een nieuwe centrumlinkse regeringscoalitie.


Aantal berichten op deze pagina: 30. De berichten op deze pagina zijn niet ouder dan 2901 uur (120,9 dagen). Berichtgemiddelde: 0,2 bericht per dag, 1,7 per week.

Volgende pagina

Pagina: 1 2 3