vrijdag, 18 mei 2012

Thijs de la Court

Thijs de la Court

Linkedin Twitter

Groen Lenteakkoord?

In akkoord, arbeid, duurzaam, duurzame energie, energie, euro, kolencentrales, leiden, de, en meer.

Terwijl teksten lekken en partijen buiten het lenteakkoord hun vernietigend oordeel klaar hebben zoek ik naar concrete teksten die me een beeld geven van de winst voor een duurzame samenleving. Er is wel wat, maar nog onvoldoende voor een helder beeld. Is dat de rede dat de akkoord-partijen de duurzame winst niet weten te communiceren?

Al weken zoeken platforms als het Klimaatverbond, e-Decentraal en de DE-koepel naar de juiste gesprekspartners voor het lenteakkoord. Want, hoe goed de intenties ook zijn, je zou graag wat bijgestuurd willen hebben. Ja, we komen ‘binnen’ en krijgen een luisterend oor. Maar waar dat toe leidt is onduidelijk. Begrijpelijk, een broedende kip moet je niet storen.

Kolentax: er komen een heel aantal heffingen. De heffing op kolencentrales, een aardgasheffing, afschaffen van belastingvoordeel op rode diesel. Dat ziet er uitstekend uit en het verzamelde bedrag (bijna 900 miljoen) is indrukwekkend. Daarmee speel je weer (sociale) ruimte vrij in de rest van je systeem. Daarnaast 200 miljoen voor energiebesparing bestaande bouw? Ook heel zinvol! Nu wordt het natuurlijk spannend hoe eea door zal werken. De heffing op kolen is mooi, maar zolang de CO2 prijs nog belachelijk laag is (ETS, het emissiehandelsysteem, zet die op ongeveer 7.5 euro per ton terwijl 30 euro pas wat gaat betekenen) zal het vooral leiden tot extra inkomsten voor de rijkskas, een doorbelasting naar de elektriciteitsgebruiker, maar eigenlijk nauwelijks een vergroening van het energiesysteem.

Belasting op rode diesel heffen is goed, maar treft de landbouwsector heel stevig. Er is nog geen ruimte voor compensatie, bijvoorbeeld door de landbouwsector meer perspectief te bieden om zelf energieleverancier te worden. Dat zou kunnen door boeren in staat te stellen om hun daken in te zetten voor collectieve energieopwekking voor zonnestroom. Nu die compensatie nog niet mogelijk is zal je zien dat de sector het vooral moet zoeken in de gebruikelijke methoden als schaalvergroting, uitstoot arbeid en verdere verschraling in het agrarisch systeem. Niet-duurzame maatregelen om een duurzaam initiatief te compenseren dus.

De verlaagde BTW voor zonnepanelen is een aardige geste, maar zet natuurlijk geen zoden aan de dijk want op dit moment is zonne-energie op eigen dak al rendabel. Wat echt zoden aan de dijk zet is een verruiming in het systeem van energiebelasting, met vrijstelling voor verenigingen van eigenaren om collectief zonnesystemen op het dak te zetten en dan ook collectief vrijstelling van energiebelasting te verkrijgen. De grootste winst zal zitten in vrijstelling van energiebelasting voor collectieve opwekking in energietuinen op gemeentelijke daken, voormalige vuilstorten of andere locaties. Op dit moment zorgt de aangekondigde verlaging van de BTW vooral voor het stilleggen van de markt in panelen. Die pijn zal snel zijn geleden als de overheid voor duidelijkheid zorgt.

Is het lente-akkoord dan te slap? Het is te vroeg om dat te zeggen. Binnen de ruimte die er nu is lijkt een eerste begin gemaakt te zijn met maatregelen. Die laten een richting zien die hoopvol is. Nog frustrerend mager misschien, maar iig een begin! De tekst van het lenteakkoord mag dan zijn uitgelekt, veel is nog onduidelijk. Geduld is een schone zaak, terwijl we ook van dit akkoord niet de doorbraak mogen verwachten waarop velen hopen. Het is een onderhandeling binnen bestaande machtsverhoudingen en verkiezingen zijn noodzakelijk om ruimte te bieden voor echte verandering! Dan kunnen we echt werken aan fundamentele verandering in het systeem van energiebelasting, wet- en regelgeving die nu nog lokale opwek van duurzame energie frustreert en een CO2 prijs die er toe doet zodat de kolendominantie in ons huidige systeem verdwijnt. Het is goed de zegeningen voor de korte termijn te tellen en tegelijk onze krachten te bundelen voor de doorbraak die we werkelijk nodig hebben.

donderdag, 17 mei 2012

Margreet de Boer

Margreet de Boer

Hyves Linkedin Twitter

Hulp als het even tegenzit

In abonnement, gevonden, hulp, de, diefstal.

Nadat de conversatie met de virtuele medewerker niets opleverde, ben ik zelf gaan zoeken op de NS site.
En jawel, op het tabblad Klantenservice kan ik aanklikken 'Hulp als het even tegenzit'. Vervolgens kan ik kiezen voor 'Verlies, diefstal of beschadiging'. Dat gaat goed. De volgende tekst verschijnt:

Bij verlies, diefstal of beschadiging van uw abonnement is het handig voor u als u weet wat er mogelijk is en hoe te handelen. Dit is niet voor alle abonnementen hetzelfde. Op de volgende pagina staan per abonnement de regelingen beschreven. Kijk voor uw abonnement wat voor u van toepassing is.

Een klik op 'Lees meer' levert echter het volgende op:
U zoekt iets op NS.nl?
De pagina die u heeft opgevraagd is niet gevonden.
Wellicht bestaat de pagina niet meer, of heeft u een typefout gemaakt bij het invoeren.

Doe mij nu maar wat hulp voor als het even tegenzit.

zondag, 29 april 2012

Maria Trepp

Maria Trepp

Twitter

Huygens, Van Leeuwenhoek, Swammerdam: de wereld onder het microscoop

In christiaan huygens, geschiedenis, natuurwetenschap, antonie van leeuwenhoek, christiaan huygens, cosmotheoros, jan swammerdam, microscoop, bijbel, en meer.

Christiaan Huygens paste zijn theoretisch interesse voor de optica en zijn praktisch interesse voor het slijpen van lenzen niet alleen toe op telescopen, maar ook op microscopen. De microscoop gaf in de 17e eeuw een belangrijke toegang tot een nieuwe wonderwereld.

Vorig jaar werden in het Museum Boijmans en in het Museum Boerhaave in Leiden mooie foto’s ‘getoond, onder meer van micro-organismen, in de tentoonstelling “Schoonheid in de wetenschap”.

schoonheid in de wetenschap microscoop Huygens, Van Leeuwenhoek, Swammerdam: de wereld onder het microscoop

Zijn leven lang heeft Huygens zich samen met zijn broer Constantijn jr. geïnteresseerd voor microscopen; een belangstelling en fascinatie, die zij overnamen van en deelden met hun vader Constantijn. Vader Constantijn Huygens was bevriend met Descartes en studeerde, net als zijn zoon Christiaan, theorie en praktijk van de optica. Huygens onderzocht ook zelf  microscopisch kleine plantjes en diertjes, en ontwierp ook een speciale microscoop om de haarvaten in vissestaarten te kunnen bekijken, de zgn. aalkijker.

In zijn Cosmotheoros schrijft Christiaan over de fascinerende wereld onder het microscoop: aderen, bloedkringloop, zaadcellen (“zeer levendig diertjes”): “een zaak, die verwonderlijk is, en van alle eeuwen onbekend was”.

“[…] Voornamentlijk ook [noemen wij] dat wonder gebruik van ’t glas, in de natuur der dingen te doorzien, na de uitvindingen van het Verrekijk- en Vergroot glas [Microscopium].
[...] lk zoude hier nog veel konnen aanlassen wegens de veelvuldige leering en kennisse van de natuur der dingen […] van den omloop des bloeds door slag- en bloedaderen, die voor dezen wel begrepen wierd, maar onlangs door het Vergrootglas zelfs met de oogen begonnen is gezien te werden in de staarteinden van sommige Vissen: gelijk ook van de voortteling der Dieren, waar omtrent bevonden is dat ’er geen geboren worden dan uit zaad van haar’ s gelijken; en dat het zelve ook waar is van de Kruiden: zelfs dat in het mannelijk zaad ontallijke duizenden van zeer levendige diertjes bespeurt worden, welke, naar alle waarschijnelijkheid, de regte afzetzels der Dieren zijn: een zaak, die verwonderlijk is, en van alle eeuwen onbekend was.”

Huygens onderhield contact met de microscopenbouwer en microbioloog Antoni van Leeuwenhoek(1632-1723).

Huygens heeft  voor de Académie Royale des Sciences een Franse samenvatting vervaardigd van de eerste brief van Van Leeuwenhoek over micro-organismen (1676) en liet hij ook aan zijn mede-leden van de Académie zaaddiertjes en diverse micro­organismen zien met een door hemzelf ontworpen en vervaardigde microscoop.

antonie van leeuwenhoek beobachtung mikroskop  Huygens, Van Leeuwenhoek, Swammerdam: de wereld onder het microscoop

Volgens de toen populaire theorie van de spontane generatie ontstaat leven uit levenloos materiaal (Huygens noemt het geloof dat muizen uit aarde ontstaan). Van Leeuwenhoek, die zelf zaadcellen onder de microscoop kon waarnemen, verwierp net als Huygens deze theorie.

(Over Huygens en de microscoop zie ook de publicatie van Museum Boerhave)

Christiaan Huygens, evenals zijn vader Constantijn en Huygens’ vriend Leibniz, werden geïnspireerd door de collecties van de natuuronderzoeker Jan Swammerdam, die als eerste systematisch gebruik maakte van de microscoop en 1675 een natuurgeschiedenis van de insecten publiceerde. Voor Swammerdam was de natuur een bijbel, en was het bestuderen van de wonderwerken der natuur godsdienst. Bij hem, net als bij Christiaan Huygens, vindt men de physicotheologische gedachte dat Gods bestaan kan worden afgeleid uit de structuur van de natuur zelf.

swammerdam bybel der natuure oog bij eye bie Huygens, Van Leeuwenhoek, Swammerdam: de wereld onder het microscoop

Jan Swammerdam, Bijbel der Nature, Oog van en bij

Deze tekst staat ook op mijn Duitse blog

Meer over Christiaan Huygens

Maria Trepp

vrijdag, 27 april 2012

Marten Zoetbrood

Marten Zoetbrood

Linkedin Twitter DWARS

Oostwaarts - Istanbul

In tekst, europese, jaren dertig, de, kant, lissabon.

Eens stad der steden die het verleden voortsleept in het heden en ruines met roem verwart. Dat schreef de dichter Slauerhoff in het gedicht O Enjeitado in de jaren dertig of Lissabon. Had hij het nu geschreven, zou het over Istanbul zijn gegaan. Eveneens een stad rondom een grote rivier, vervang Taag met Bosparus en het klopt weer. Eens Constantinopel, stad van de Sultan. Vanwaar hij het gehele Osmaanse rijk controleerde. Van Balkan tot Perzische Golf en van Kaukasus tot Cairo. Ooit ook eens eindpunt van de fameuze Orient-Expres en onze westerse poort tot het verre Oosten.

Die grandeur is verworden tot een onder eigen roem zwelgend openlucht museum. Horden van toeristen sjokken traag, zuchtend, kreunend en zwetend tegen de heuvels van Sultahamet op. Allen op weg naar dezelfde in brochure en reisboeken vermelde beziens'waardigheden' en restaurants. Of terug naar de touringcar.

Het verval van Istanbul blijkt pas echt uit een blik langs eens 's werelds bekendste treinstations, Sikeci en Haydarpasa. Spoorwegpaleis Haydarpasa, ooit eens door de Duitse keizer Wilhelm laten bouwen aan de Aziatische kant van Istanbul, rijkelijk voorzien van marmer en uitkijkend over de Bosparus en de Zee van Marmaris. In haar goede tijden kon je vanhier de trein nemen naar Bagdad, Damascus, Amman en Tehran, nu gaat de verste trein slechts nog naar de buitenwijken van Istanbul. Vanbuiten is het al niet veel beter; de ooit mooie muren zijn bruin uitgeslagen door de walmen van de immer voorttuffende Istanbulse boten, het verfwerk is aangetast door de soms gure zeewind en het glas in lood zit vol gaten. Ramen hangen scheef in de sponning en gaten zitten volop in de daken. Het is toe aan een eerbiedwaardig pensioen.

Aan de Europese zijde waar het station Sirkeci het eindpunt was van de Europese connectie met de Orien-Express. Al jaren komen er geen internationale treinen meer aan. Zullen er overigens ook nooit meer komen. Het gebouw is recentelijk verbouwd, maar het oude gedeelte hangt enkel nog van melancholie aan elkaar.

In zomerse dagen gaan de Istanbulli graag naar een eilandengroep op een anderhalf uur varen: Adlare of Prins eilanden. Deze autoloze eilanden bieden rust, geen autoverkeer is toegelaten: paard en wagen vieren hier nog altijd hoogtij dagen. Langs een eenzame kustweg staan mooie grote witte huizen met een nostalgisch jaren 20 bouwstijl. De witte verf bladdert eraf, van de zonwering is weinig behalve losse plankjes over.

Nee, voor modern Turkije kan je beter naar Ankara of Adana gaan. Mocht het niet anders kunnen, of je de melancholie en vervallenheid wilt aanschouwen, ga dan eens voor de grap naar Kadikoy, een hippe student aandoende wijk aan de Aziatische zijde van Istanbul. Geen toerist is daar te vinden en je wordt alleen in het Turks een restaurant in gelokt.

maandag, 9 april 2012

Klaas Woltinge

Klaas Woltinge

Hyves Twitter Youtube

Werken naar vermogen werkt echt niet!

In arbeid, beperking, bezoek, geld, gewoon, groningen, hoogeveen, kennis, de, en meer.
Recentelijk ontving ik vanuit het CNV(j) waarvoor ik mijzelf actief in zet als Wajongere die graag aan het werk geholpen wil worden maar helaas bestonden en bestaan er te weinig werkgevers die mij een vast dienst verband durven aan te bieden.

Argumenten daarvoor zijn en waren:

1. mijn studie zou niet meer actueel zijn wat ik ook prima begrijp, zelf ben ik in bezit van een MBI3 Diploma en was daarnaast beoordeeld op niveau 4!

Dat staat heel stoer, iedereen weet ook wel dat wanneer je informatica gestudeerd hebt na een maand van het behalen van je diploma alweer achter loopt.

Na mijn studie in 1998 tot 2001 behaalde ik mijn informatica opleiding, en vond ook meteen werk binnen de zorg. Zonder daar voor geleerd te hebben bleek het toch mijn ding te zijn en functioneerde ook goed!

Per 2006 werd ik ontslagen, ziektebeelden en kennis van zaken omtrent zorg had ik niet en was ik nimmer over bijgeschoold.

Dit koste mijzelf de kop, vanaf het moment dat ik een ontslag bui zag hangen in 2005 werd ik zelf onrustig en versliep mij ook iets vaker wegens onrust over mijn vaste baan.

Vanaf 2007 solliciteer ik vrij veel, per 2008 begon de moet om te solliciteren mijzelf een beetje in de schoenen te zakken maar ging wel gewoon door!

Ik kwam in aanraking met het CNV(j) Wajong Werkt Promotie Team, vanuit het CNV(j) bezocht ik samen met een andere Wajonger een misschien toekomstige werkgever om te verkondigen wat een Wajonger ondanks zijn/haar beperking wel zou kunnen!

Wat de financiële voordelen zijn voor de werkgever die een Wajonger in dienst willen gaan nemen etc;

Het begrip Wajong zou ik mijnerzijds enkele kant tekeningen bij kunnen maken,
Wajong betekend namelijk Wet Arbeid Ongeschikte Jong Gehandicapten!

Momenteel ben ik 34, een jongere durf ik mijzelf niet meer te noemen al zou ik dat wel graag willen.

Op persoonlijke titel heb ik alles redelijk voor elkaar, ik val namelijk onder de oude Wajong regelgeving. Wat is oud en nieuw?

2. Zelf wil ik graag, het solliciteren heb ik de laatste 2 jaar ook een beetje opgegeven maar wanneer ik ergens een presentatie geef vanuit het CNV(j) Wajong Werkt Promotie team laat ik telkens wel mijn visite kaartje achter + mijn CV wanneer ik een locatie bezoek in de buurt van Hoogeveen (alles tussen Groningen en Zwolle om exact te zijn).

Zelf kamp ik met een zenuw aandoening waarbij goedaardige tumoren zouden kunnen gaan groeien op diverse zenuwen, mijn hoofd zenuw van de rug werd en word ook flink geplaagd door die stomme ziekte!

Die stomme ziekte gaat het echter niet winnen van mij, ben glas helder over mijn eigen wat misschien de onmogelijkheden van mijzelf zijn, daarnaast geef ik aan wat ik wel zou kunnen en waar ik goed in ben!

Op mijn adres tijdens een bijna collicitatie kreeg ik letterlijk de vraag:”Klaas”,”je hebt een zenuw aandoening waarbij tumoren op zenuwen groeien”,”wist je ook dat je zenuwen in je hoofd heb zitten?”

Dat type opmerkingen zou ik kunnen beschouwen als een harde klap in mijn gezicht, hap slik weg etc; maar onzekerheid bleef bestaan met de ‘oude’ regelgeving!

Met de nieuwe wet werken naar vermogen gaat men nog meer mensen achter de Geraniums drukken, waarom heeft niemand dat door?

Binnen Nederland zal er zeker een hoop bezuinigd moeten worden,
Maar toch niet op deze manier?

De nieuwe wet Werken naar vermogen gaat ons alleen maar geld kosten is mijn stelling, en laat mensen die niet kunnen, mensen die wel willen en deels zouden kunnen behoorlijk in de steek!

Zelf kan en wil ik veel, ik vang netto iets van 923,-- per maand omdat ik een volledig afgekeurde blijk te zijn!
Van mijn kant uit gezien denk ik help mij aan een opleiding met stage, ondanks mijn beperkingen weet ik zeker dat ik wel aan de bak zou kunnen komen!

Daarmee blijft er geld over voor de mensen die echt niet kunnen,
jammer genoeg begrijpen weinigen deze tekst die ik nu schrijf!

Wat ik mee geven wil, investeer nu eens in de toekomst! (niet bedoeld als PR voor GroenLinks)

Zoals het er nu naar uit ziet aldus de nieuwe kabinet’s plannen mag ik lekker achter de geraniums blijven zitten, de ‘nieuwe’ Wajongere raakt dieper in de problemen.

Dit kan echt niet aldus mijn eigen mening, maar wie ben ik?

zaterdag, 7 april 2012

Saskia van der Werff

Saskia van der Werff

Twitter

Een ware vriend #wot 12

In facebook, vriendschap, virtuele wereld, twitter, wot, geschreven woord, crisis, duurzaam, #wot, en meer.

Wanneer is er sprake van vriendschap? Het twitter- en facebooktijdperk brengt met zich mee dat we opeens heel veel vrienden hebben. Zijn dat wel ware vrienden? Ik heb iemand eens horen roepen dat we door die grote hoeveelheden virtuele vrienden het zicht op ware vriendschap kwijtraken. Ik zou het tegenovergestelde wilde bepleiten. Juist die grote hoeveelheid volgers en vrienden verscherpt het zicht op ware vriendschap. Wat bedoel ik daarmee?
      Laat ik eerst eens een geheel ander verhaal vertellen dat mij is bijgebleven. Het was in Amerika opgevallen dat er bijna alleen mannelijke muzikanten in orkesten speelden, ondanks dat er voldoende vrouwelijke musici waren. Pas nadat er ‘blinde’ audities werden georganiseerd, nam het aantal vrouwelijke muzikanten toe. Het vooroordeel dat mannen betere muzikanten waren dan vrouwen werd na die blinde audities zichtbaar. Wat heeft deze situatie met twitter en facebook te maken? Ook de virtuele wereld van twitter en facebook maakt blind. En door die blindheid gaan andere zintuigen een sterkere rol spelen. Bij de blinde audities draaide het om de muzikale talenten die op de voorgrond traden, uiterlijk en andere visueel waarneembare kenmerken verdwenen. Bij de virtuele wereld treedt geschreven tekst op de voorgrond. Als we de boodschappen lezen, die in de twitter en facebook wereld verschijnen, vertragen we. Het gesproken woord is veel vluchtiger dan het geschreven woord. We kunnen het geschreven woord nog eens herlezen, er over nadenken, nog een keer herlezen. We luisteren op een heel andere manier dan als we ‘in real life’ met elkaar spreken. We verliezen nabijheid, we winnen aan vertraging. Maar worden we door die vertraging ook betere vrienden? Wat we aan vertraging winnen is dat we beter in staat zijn om waardevolle uitspraken te onderscheiden. Ook in de korte teksten van de vluchtige sociale media klinkt altijd een persoon door. De vertraging helpt die persoonlijkheid gewaar te worden. Dat ik nu zoveel nadruk op deze kwaliteit van het virtuele tijdperk leg, zegt wat over mij. Ik hecht waarde aan vriendschappen die gericht zijn op het goede. Aristoteles zou dit karaktervriendschap noemen. Deze nadruk klinkt ongetwijfeld door in de wijze waarop ik in het virtuele tijdperk verschijn. En ik hecht waarde aan het geschreven woord, aan mijn geschreven woord. In het geschreven woord, of dat nu getypt is of met inkt is gekerfd, onthult zich iets…

Na het schrijven lees ik ….
Waarom heb ik dit geschreven?
Waar heb ik dit vandaan gehaald?
Van waar is dit tot mij gekomen?
Dit is beter dan ikzelf …
Zouden wij op deze wereld niets dan pennen zijn met inkt
Waarmee iemand waarachtig schrijft wat wij hier krassen?”

Fernando Pessoa (1934)        

* #WOT Write On Thursday. Dat is waar #WOT voor staat. Een initiatief van Karin Ramaker. Iedere donderdag presenteert zij een woord waarmee vele bloggers aan de slag gaan. Deze week het woord vriend. *Vriend *persoon die vol genegenheid voor [iemand] of iets is ~ persoon die je vertrouwt en aardig vindt ~ Amice, Bekende, Compagnon, Gabber, Goede bekende, Jongen, Kameraad.

Lees ook mijn andere WOT bijdragen:
·         7 Crisis overlevingstips #wot 11 *crisis*
·         Precair terrorisme #wot 10 *precair*
·         Gedwongen vrij te zijn; van Epictetus tot Mandela #wot 9 *vrij*
·         Feiten bestaan niet #wot 8 *feit*
·         Het wiskundige drama van de keuzevrijheid #wot 7 *keuze*
·         De kapstok; het levenslied van de troubadour #wot 6 *kapstok*
·         Verwonderen: de zwarte parels aan mijn levensketting #wot 5 *verwonderen*
·         De duurzaam stromende rivier #wot 4 *stroom*
·         Uitgedaagde sukkel #wot 3 *uitdagen*
·         Mijn wens #wot 2 *wens*

vrijdag, 6 april 2012

Maria Trepp

Maria Trepp

Twitter

Japanse vissen in het Sieboldhuis in Leiden

In japan/japonisme, kunst, leiden, japan, japonisme, karpers, koi, sieboldhuis, tiffany, en meer.

Van 6 april tot en met 8 juli presenteert het SieboldHuis in Leiden de tentoonstelling Vissen van Haai tot Koi. Er wordt getoond hoe de arts en Japan-onderzoeker Philipp Franz Balthasar von Siebold tussen 1823 en 1834 vissen verzamelde in Japan.

Hier een foto van Japanse karpers in de Leidse Hortus.
karper japanse koi nishikigoi cyprinus carpio1 Japanse vissen in het Sieboldhuis in Leiden

Toen Japan in 1854 zijn grenzen openstelde geraakte de Westerse kunstwereld in de ban van de Japanse kunst.

Japan toonde zijn nagenoeg onbekende kunst op de Wereldtentoonstelling van 1862 in Londen en 1867 in Parijs. Japanse kunst en gebruiksvoorwerpen, zoals kimono’s, waaiers, gelakte voorwerpen en kamerschermen werden een rage.
De gestileerde motieven in de grafische kunst van kunstenaars beïnvloedde de stijl van veel Westerse kunstenaars.

Tiffany en Art Noveau zijn sterk beinloed door het Japonisme van de 19e eeuw.
Hier een karper op een Japanse prent:

utagawa hiroshige karper carp karpfen japanese prints japanse prenten Japanse vissen in het Sieboldhuis in Leiden

Utagawa Hiroshige, Karper

 

En hier Tiffany-glas-karper:

karper tiffany cyprinus carpio2 Japanse vissen in het Sieboldhuis in Leiden

karper en libel tiffany Japanse vissen in het Sieboldhuis in Leiden

 

Deze tekst staat ook op mijn Duitse blog Japanische Fische in Leiden

 

maria trepp

.

Maria Trepp

Maria Trepp

Twitter

Maanbewoners of planetenbewoners: Kepler versus Huygens

In astronomie, christiaan huygens, buitenaardse wezens, cosmotheoros, gebouwen, johannes kepler, maan, somnium, blog, en meer.

Kijk naar de volle maan vannacht: er lijken er toch echt gebouwen op te staan!  (zie ook deze overtuigende blog)            

Christiaan Huygens had voor zijn populair-wetenschappelijk verhaal Cosmotheoros  (1695, uitgebreid zie hier) intelligente planetenbewoners nodig, als didactisch hulpmiddel, voor de aanschouwelijkheid en voor de perspectivische beschrijving. Huygens beweert dat de planetenbewoners astronomische waarnemingen doen zoals wij, en kan dus het zonnestelsel vanuit hun perspectief beschrijven.


 

alien music astronomer buitenaards astronoom astronomie extraterrestrials teleskoop teleskop telescope Maanbewoners of planetenbewoners: Kepler versus Huygens

Buitenaardse astronoom

Huygens is niet de eerste die het perspectief van buitenaardse wezens gebruikt om een ​aanschouwelijke wetenschappelijke beschrijving te geven, die het copernicaans systeem ondersteunt en uitlegt. Johannes Kepler, de ontdekker van planetaire beweging, heeft in zijn kleine wetenschapsfictie Somnium Astronomicum “(1634, postuum), waarnaar Huygens in Cosmotheoros verwijst, wetenschappelijke kennis, mythologie en fantasie gecombineerd. Kepler werd hierbij geïnspireerd door de antieke auteur Lucian, en in het bijzonder door Plutarchus’ “Maangezicht“. Beide teksten, en dan vooral Plutarchus, dienden ook Huygens als klassieke bronnen.

De leer van Copernicus wordt aanschouwelijk en begrijpelijk als men bedenkt hoe het zonnestelsel voor een buitenaardse waarnemer uitziet. Kepler en Huygens hebben met hun visies en met speelse en verbazingwekkende details al geanticipeerd op de huidige ruimtemissies.

Keplers  Somnium, gepubliceerd in 1634, maar geschreven in 1609 en handschriftelijk in omloop, is het eerste literaire werk, dat – geïnspireerd door de copernicaanse wetenschap-  buitenaardse wezens in de ruimte tot thema maakt, in Keplers geval maanbewoners.

Hoewel Keplers schrift in tegenstelling tot Huygens’ Cosmotheoros duidelijk fantastische trekken heeft, kan men ook belangrijke parallellen tussen de teksten vaststellen. De eerste zin van Kepler, waarmee hij zijn “droom” introduceert is: “Toen in het jaar 1608 de ruzies tussen de broers Keizer Rudolph en aartshertog Matthias hun hoogtepunt bereikten, [...]“

De context van oorlog en ellende verbindt Kepler en Huygens, net als de kritiek op de samenleving en de afkeer van gewapende conflicten. Huygens is altijd een optimist, die zich bijna waant in een Leibnizianische “beste van alle werelden“, en hij kan in alle euvel nog wel iets goeds vinden. Het optimisme laat hem echter bij de gedachte aan het buskruit in de steek:

Wy hebben ook het Buskruid, een stoffe, met zwavel en salpeter gemengd, en wy kennen daar van ’t verscheiden gebruik ’t welk men met regt mag twijfelen of het meer goed dan quad doet. Want door derzelver wondere kragt, en door de konstrijke wetenschap van de Vestingbouwkonst  der steden, scheen men een wisser toeverlaat, dan oulinks bekend was, tegen viandlijke aanvallen gevonden te hebben: maar teffens zien wy, dat ook het geweld der vianden is aangegroeit, en dat de Dapperheid en kragt in ’t strijden nu minder in achting komt, dan voorhenen [….] zoo dat men daarom alleen mag zeggen, dat de menschen de uitvinding van het Buskruid liever mogten ontbeert hebben.”

Buskruit en bommen schieten bijna Huygens’ niet aflatend optimisme kapot: een echte uitdaging. Voor Huygens net als voor Kepler geeft het buitenaards perspectief de gelegenheid om de aardse conflicten te relativeren, en biedt dit perspectief een kans om de zinloosheid van de oorlog aan de kaak te stellen. Huygens:

Hier uit kan men verstaan hoe groot de ruimtens van die ronde lichamen zijn, en hoe klein, ten haren opzigte, het Klootje der Aarde is, waar in wy menschen zoo veel voor hebben, zoo veel t’ scheep varen, en zoo vele oorlogen voeren. ’t Welk te wenschen was dat onze Koningen en Alleenheerschers leerden en bedagten; op dat zy mogten weten, in wat een kleine zaak zy hun zelven afslooven, als zy om een hoek lands in te nemen, tot groot verderf van velen, alle hunne kragten inspannen.”

Kepler beschrijft de maan als het land “Levania”. Hij maakt een onderscheid tussen de maanbewoners die aan degene kant van de maan wonen, die de naar de aarde wijst, en de bewoners die op de andere zijde wonen, die afgekeerd is van de aarde, en die dus de aarde nooit zien. De eerste noemt hij “Subvolvaner,” de laatste “Privolvaner”. “Volva” is bij Kepler de aarde die zich om de eigen as draait voor de ogen van de bewoners van de maan, van Latijns volvere (draaien): in tegenstelling tot de maan draait de aarde “pirouettes” om haar eigen as. 

De passage van Huygens in de Cosmotheoros over de eventuele maanbewoners en hun kijk op de aarde is zeer vergelijkbaar met degene van Kepler, maar Huygens is sceptisch over de existentie van maanbewoners;  hij vindt maanbewoners veel onwaarschijnlijker dan planetenbewoners, omdat hij, anders dan Kepler, ervan overtuigt is dat op de maan geen water is. Ook gelooft Huygens in tegenstelling tot Kepler niet in gebouwen op de maan:

 Kepler nam uit die rondheid der dalen een bewijs, dat dit overgroote gebouwen waren van de Maanlingen, die met Reden werken: dog dat is teenemaal ongeloofelijk, eensdeels om de al te groote grootheid van die gevaartens, ten anderen, om dat dergelijke ronde holtens uit natuurlijke oorzaken konnen gemaakt werden. Maar ik vind ’er niets dat na Zeen gelijkt, schoon de gemelde Kepler, en meest alle andere [Starrekenners] het  tegendeel gevoelen.”

Maar in de volgende passage – waar Huygens beschrijft dat de aarde vanuit de maan gezien altijd op dezelfde plek “hangt” – volgt Huygens Keplers beschrijving:

“De Maan-kloot is by henluiden in twee Halfronden verdeeld, zoodanig, dat, die in het eene wonen, altyd het gezigt van onze Aarde genieten; die in het ander leven, dat gezigt altyd missen: behalven dat sommige, omtrent de grenzen van beiden wonende, het zelve gezigt somwylen verliezen, somwylen wederkrijgen. Zy nu, die onze Aarde zien, zien dezelve altyd in de Lucht hangende, en veel grooter dan de Maan ons voorkomt, als byna met een viermaal grooter Middellijn. Maar dat is wonderlijk, dat zy dezelve altyd by nagt en dag in dezelve plaats van den Hemel, gelyk als onbewegelijk, zien hangen, sommige regt boven hun hoofd, sommige in een zekere hoogte van den Gezigteinder [=horizont] afstaande, andere in den Gezigteinder zelve gelegen, en ondertussen om haar As omdraaijende, vervolgens in den tijd van vier en twintig uuren vertoonende alle de gewesten die ze behelst; en derhalven ook die (het ware te wenschen dat wy ze ook mogten zien) welke aan beide de Assen [=polen] ons, Aardrijk-bewoners, nog onbekend blijven.”

aarde vanuit maan Maanbewoners of planetenbewoners: Kepler versus Huygens

De Aarde vanuit de maan

In maanbewoners en hun gebouwen wil Huygens niet echt geloven, maar dat zit anders met planetenbewoners en hun gebouwen. Volgens Huygens hebben de planetenbewoners mogelijk nog veel mooiere gebouwen dan wij. We mogen niet denken, dat de “dwaalsterrelingen” alleen in lelijke simpele hutten wonen. Nee, net als wij kunnen zij ook mooie paleizen bouwen: “Dog waarom zullen wy gelooven, dat de Dwaalstarrelingen juist hutten, en geen groote en heerlijke huizen, bouwen, als om dat wy niet konnen nalaten te denken, dat onze dingen boven alle andere schoon en volmaakt zijn?

 

Stadsschouwburg Haarlem Maanbewoners of planetenbewoners: Kepler versus Huygens

 

In de Cosmotheoros  verwijst Huygens meerdere malen naar Kepler. Niet alleen naar Keplers vertelling “Somnium“, maar ook – uiteraard- naar de belangrijke wetten van Kepler,

“[,,,] de zonderlinge waarneming van Kepler, hoe dat de afstandigheden der Dwaalstarren (onder die des Aardrijks) van de Zon met de tijden der Omloopen van my gemeld, in een zekere evenredigheid overeenkomen, welke evenredigheid men daarna bevonden heeft, dat ook de Trawanten van Jupiter en Saturnus ten haren opzigte behouden.”

Maar Huygens uit zich ook zeer kritisch en uitvoerig over Keplers voorstelling van het universum en de vaste sterren. Hij protesteert tegen de mening van Kepler, dat “de zon iets speciaals zou zijn in verhouding tot alle andere sterren”. Kepler verdedigde nog steeds de bijzondere positie van de mens, van de aarde en van de zon in het universum; hij neemt dus nog niet het radicaal gedecentraliseerde standpunt van Huygens in

Een andere versie van deze tekst staat ook op mijn Duitse blog over Huygens

Vandaag is het overigens pasen-volle-maan: pasen is altijd op  de eerste zondag na eerste volle maan in de lente.

maria trepp

zondag, 1 april 2012

Maria Trepp

Maria Trepp

Twitter

Toverlantaarn en toverlantaarnplaatjes van Christiaan Huygens

In christiaan huygens, kunst, leiden, natuurwetenschap, dodendans, hans holbein, laterna magica, museum lakenhal, tentoonstelling, en meer.

Museum De Lakenhal laat een verzameling 18e eeuwse toverlantaarnplaten zien: sprookjes, tronies en landschappen, samen met originele toverlantaarns.
Een toverlantaarn (Lanterna Magica) is een apparaat waarmee doorzichtige afbeeldingen geprojecteerd kunnen worden. Het is dus in feite de voorloper van de diaprojector.

Christiaan Huygens heeft in 1659 een toverlantaarn gebouwd met lenzen en spiegels, waardoor de lantaarn veel beter werkte dan eerdere schaduw-versies zonder lens. Huygens zelf vond de toverlantaarn nogal kinderachtig en hechtte er weinig waarde aan. Toch heeft hij ook een paar schetsen voor toverlantaarnplaatjes gemaakt, geïnspireerd door de dodendans van Hans Holbein (afbeeldingen hieronder komen uit de Oeuvres complètes en uit Christiaan Huygens,  “Over het oog en het zien”-  deze plaatjes worden niet getoond in de Lakenhal!)


 Toverlantaarn en toverlantaarnplaatjes van Christiaan Huygens

Hier een schets van een toverlantaarn door Christiaan Huygens, met van links naar rechts: holle spiegel,   lamp,   glazen lens,   doorschijnend plaatje,  andere lens en muur.

 Toverlantaarn en toverlantaarnplaatjes van Christiaan Huygens

Toverlantaarnplaatjes Christiaan Huygens: Dodendans na Hans Holbein

Huygens zelf had al een eenvoudig bewegingseffect bereikt door snel twee beelden achtereen te tonen: het door hem getekende geraamte dat op het volgende plaatje beleefd zijn hoofd afneemt, zou zelfs een ware klassieker worden.” (Info Museum Boerhaave

Holbein laat op zijn dodendanstekeningen zien dat de dood alle leeftijden en maatschappelijke standen bedreigt.

holbein totentanz Toverlantaarn en toverlantaarnplaatjes van Christiaan Huygens

Het was toen gebruikelijk dat toverlantaarnplaatjes gemaakt werden naar voorbeeld van prenten, bijvoorbeeld van Jan Luyken, Leonardo da Vinci, Jacques Callot en Pieter Bruegel.

In de Lakenhal worden onder meer toverlantaarnplaatjes uit het atelier Musschenbroek getoond, een verzameling van de vroegste en mooist geschilderde toverlantaarnplaten ter wereld, bijna drie eeuwen geleden hier in Leiden gemaakt in het atelier van de instrumentenmakersfamilie Musschenbroek. De beelden variëren van ambachten en landschappen tot lachwekkende dwergen en apen, groteske koppen en vreemde Comedia dell’Arte-figuurtjes.

musschenbroek laterna magica Toverlantaarn en toverlantaarnplaatjes van Christiaan Huygens

 

Deze tekst staat ook op mijn Duitse site: Laterna magica und Laternenbilder in der Leidener Lakenhal

en op mijn Engelse blog

Maria Trepp

dinsdag, 27 maart 2012

Maria Trepp

Maria Trepp

Twitter

De verboden wetenschapsmonologen/ er ontbreekt: Nasr Abu Zayd

In moslims/islam, religie, moraal, humanisme& atheïsme, nasr abu zayd, verboden wetenschapsmonologen, afghanistan, algemeen, arbeid, artikelen, belangrijk, en meer.

De Verboden Wetenschapsmonologen (muzikaal theater) vertellen de aangrijpende verhalen van academici die in hun eigen land vervolgd werden en in Nederland een veilige werkplek vonden.

De monologen zijn gebaseerd op echte verhalen van gevluchte wetenschappers.

Ik keek benieuwd naar de namen van de wetenschappers die figureren in de voorstelling, en miste een belangrijke naam:

De Egyptenaar, liberale moslim en balling Nasr Abu Zayd, oud-Cleveringahooglerar aan de Universiteit Leiden, overleden in 2010.

nasr De verboden wetenschapsmonologen/ er ontbreekt: Nasr Abu Zayd

Hij was sinds 1995 balling in Nederland nadat hij in Egypte tot geloofsafvallige werd bestempeld. Hij beschouwde de Koran als een zowel religieus alsook mythisch en literair werk.

Wikipedia: “Abu Zayd gold als groot kenner van de islamitische stromingen in de islamitische wetenschappen en stelde zich tot doel een te ontwikkelen die moslims in staat stelt hun eigen tradities te verbinden met de moderne wereld van
vrijheid, gelijkheid, mensenrechten en democratie. Op basis van kritisch onderzoek van de Koran en de hadiethliteratuur kwam Abu Zayd onder meer tot de conclusie dat de juridische positie van de vrouw gelijk dient te zijn aan die van de man.”

Uit mijn eerdere blogs over hem: 

 

Nasr Abu Zayd kritisch op de Arabische Wereld én op het Westen (November 2009)

 

Nasr Abu Zayd over wie ik eerder veel heb geschreven levert in de NRC harde kritiek op de Arabische wereld én op het Westen.

Typisch Nasr om tegen beide partijen tegelijk aan te schoppen.

Nasr houdt altijd een interessante balans tussen pessimisme en optimisme; of tussen realisme en idealisme.

Uit het interview:

“Verandering [in Egypte en in de Arabische wereld] , zegt Abu Zayd, is noch in het belang van de staat, noch in het belang van de Moslimbroederschap. ,,Noch, ben ik bang, van het Westen.”

Waarom niet?

,,Omdat het Westen enorme economische belangen bij de regimes heeft. Het doet er niet toe wat die regimes doen met vrouwen of vrijheid of democratie, zolang die belangen maar worden beschermd.”

Verandering is alleen mogelijk als het gebied wordt overgelaten aan zijn eigen dynamiek. ,,De voortdurende buitenlandse interventies” – Abu Zayd doelt op het kolonialisme, en nu de oorlogen in Afghanistan en Irak en het Israëlisch-Palestijnse conflict – ,,staan een gezonde ontwikkeling in de weg. Godsdienst is de enige toevlucht voor de mensen om zich te beschermen.”

[...]

,,Als geleerde, als dromer moet ik ook optimistisch zijn. Hoe kan een wetenschapper die zijn droom over de toekomst verliest zijn werk voortzetten? Je moet geloven in de mogelijkheid van mensen om hun leven te veranderen, in welke maatschappij ze ook leven.”

 ———————————————————————————

 

Hoe rechts stelselmatig de liberale islam onderuit haalt

Juist omdat ik weet dat rechts alles op alles zet om de liberale islam tegen te werken, bijvoorbeeld ook in zijn meest democratische gedaante zoals Nasr Abu Zayd,  ben ik uiterst wantrouwig tegenover rechts dat nu een enorm grote grote bek trekt.

Terwijl de Leidse professoren Bolkestein en Ellian een voortrekkersrol spelen in de strijd tegen Ramadan, hebben de Leidse neocon-professoren Cliteur en Ellian een voortrekkersrol vervuld in de buitengewoon aanstootgevende strijd tegen hun Leidse collega Nasr Abu Zayd.

In twee uitgebreide artikelen in Civis mundi[1] heeft Paul Cliteur  de moeite genomen de Leidse oud-Cleveringa-hoogleraar en inmiddels WRR-auteur, de liberale moslim Nasr Abu Zayd, als moslim en als wetenschapper onderuit te halen. Cliteur schrijft over Abu Zayd, die in Egypte door de moslimfundamentalisten werd vervolgd:

“Het is natuurlijk wrang wanneer iemand die in zijn eigen land zoveel problemen heeft ondervonden met moslim-fundamentalisme in zijn nieuwe gastland te horen krijgt dat de fundamentalisten in zekere zin gelijk hadden. Toch moet ik dat doen.” (Civis mundi 41, p. 221)

Cliteur weigert Abu Zayd als gelovige moslim te beschouwen. Voor Cliteur is Abu Zayd een afvallige en een atheïst- en het maakt voor hem niet uit wat Abu Zayd zelf hierover zegt. (p.222). Ook kunnen “wij” volgens Cliteur Abu Zayd niet serieus nemen als wetenschapper (p. 225) . Cliteur baseert overigens zijn kritiek op één autobiografisch boek; hij haalt de wetenschappelijke publicaties van Abu Zayd niet aan.

In het tweede artikel When in Rome… herhaalt Cliteur zijn vijandige argumentatie tegen Abu Zayd. Maar deze keer heeft hij ook een Goede Moslim aan te bieden, die hij als kontrast tegenover de Slechte Moslim Abu Zayd kan stellen: Afshin Ellian. Wat Cliteur bij Ellian zo bevalt, dat is het feit dat hij bij Ellian een kritiek “op de islam an sich” aantreft- “niet alleen op de verschillende interpretaties van de islam […] ”. “Dat [de kritiek op de islam an sich] betekent kennelijk dat de zaak niet helemaal hopeloos is .” ( p. 21)   De Goede Moslim Ellian is de volledig geseculariseerde moslim die bovendien slecht spreekt over de islam. Ellian over de islam: “De islam is een structurele wantoestand die al ruim veertienhonderd jaar alle aspecten van opvoeding, cultuur, economie, politiek en omgangsvormen overheerst. [....] Het lijkt op de pest: waar de islam ook komt overheerst armoede, gebrekkige ontwikkeling, analfabetisme, onderdrukking, corruptie, frustratie en vooral geweld.”[2]

Oud-marxist Ellian vervalt hier in een typische denktrant van oud-marxisten: in plaats van de economie als allesbepalende factor, wordt nu de religie als allesbepalende factor gezien. De Parijse hoogleraar arabistiek Mohammed Arkoun: “De overvloedige politieke literatuur vervalt in dezelfde fouten [als het marxisme] als zij van de verdinglijkte, verstarde, tijdloze en gebanaliseerde islam de belangrijkste en onoverkomelijke bron maakt voor alle ideologische afwijkingen, geweld, intolerantie en mislukking in al die samenlevingen waar deze ‘religie’wordt aangehangen.”[3]

Paul Cliteurs kritiek op Nasr Abu Zayd is opmerkelijk, zowel inhoudelijk alsook formeel. Om te beginnen met formele aspecten: Cliteur heeft nooit contact of dialoog gezocht met Abu Zayd. Hij spreekt niet met hem, hij schrijft over zijn Leidse collega. Een subject wordt tot object gemaakt. Mohammed Arkoun, de Parijse hoogleraar Arabisch zegt: “De islam is geen uitdaging van het andere, geen bron van reflectie, geen gesprekspartner, geen samenwerkingspartner voor de Europeaan, het blijft deze derde persoon, het object waarover men spreekt, dat men onder de microscoop legt, reïficeert, opblaast of banaliseert tot er en ideologisch monster overblijft […] “[4]

Arkoun heeft het hier niet eens over een mens, hij heeft het over de islam, die hij graag als gesprekspartner behandeld zou willen zien. Maar Abu Zayd is eens mens en een wetenschapper die van Cliteur tot belachelijk en verachtelijk object wordt gemaakt. Cliteur baseert zijn kritiek op één boek van Abu Zayd. Hij noemt Abu Zayd een balling, maar vertelt er niet bij, dat Abu Zayd professor is in Leiden, en zelfs Cleveringa-hoogleraar was. Het verzwijgen van deze relevante context-informatie heeft een beledigend karakter, te meer omdat Cliteur Abu Zayd de wetenschappelijke competentie meent te kunnen ontzeggen. Het is bijna komisch te noemen, dat Cliteur zich achter de veroordeling van de fundamentalisten stelt, en deze inzake Abu Zayd gelijk geeft. Daarmee geeft Cliteur zichelf als fundamentalist – verlichtingsfundamentalist- te kennen. Mohammed Arkouns opmerking over fundamentalistische intellectuelen treft ook Cliteur: “[…] elke verwijzing naar de leer van de geschapen koran [wordt] krachtig verworpen door de huidige bewakers van de ‘orthodoxie’.  Heel wat intellectuelen zijn medeverantwoordelijk voor deze verwerping omdat ze geen theoretisch belang zien in de modernisering van het islamitische denken en de heropening van het zeer rijke theologische en antropologische debat.”[5]

 


[1] God houdt niet van vrijzinnigheid , In: Civis mundi; vol. 41 (2002), afl. 4, en When in Rome, do as the Romans do In: Civis mundi; vol. 42 (2003), afl. 1.

[2] Wie is die vrolijke ketter? In: Brieven van een Pers, p. 227.

[3] Bolkestein en Arkoun: Islam en de democratie, 1994, p. 14.

[4] Bolkestein en Arkoun: Islam en de democratie, 1994, p. 13.

[5] Bolkestein en Arkoun: Islam en de democratie, 1994, p. 38.

 

———————————————————————————————————————

Paul Scheffer en Hans Jansen over Nasr Abu Zayd

 

Vandaag schrijft Hans Jansen weer over Nasr Abu Zayd ( zie ook mijn vorige Jansen/Abu Zayd blog). Hij haalt Paul Scheffer aan, die in Het land van aankomst schrijft over Nasr Abu Zayd.

Hans Jansen:  ”Scheffer heeft gemerkt dat deze man [Abu Zayd] zijn weldoeners en asielverleners in zijn geschriften regelmatig als ‘de vijand’ aanduidt. Niet de moslimactivisten die hem wegens vermeende afvalligheid van de islam naar het leven staan zijn voor Abu-Zayd de vijand, maar degenen die hem toevlucht verschaffen.”

Scheffer geeft in Het land van aankomst geen paginanummers voor de door hem gebruikte citaten, maar ik heb een passage gevonden in het boek “Vernieuwing in het islamitisch denken”, die vermoedelijk bedoelt is. Ik citeer hier de hele passage, zoadat iedereen zich ervan kan overtuigen of dit de bewijs is dat Abu Zayd “de niet-moslims als de vijand [blijft] beschouwen” zoals Jansen schrijft.

Mij, niet-moslim, beschouwt Abu Zayd in ieder geval niet als vijand.

Ik zal in een  vervolg-blog ingaan op de door Abu Zayd voorgestelde vernieuwing van het islamitisch denken.

Als met citaten wordt gesmeten, en bovendien niet eens wordt vermeld waar deze citaten vandaan komen, lijkt het me belangrijk even eerst te beginnen de tekst goed te lezen die bedoeld wordt:

Abu Zayd: “De culturele uitdaging waarmee onze islamitische gemeen­schap zeven eeuwen geleden geconfronteerd werd heeft de wij­ze bepaald waarop de geleerden schreven en compileerden; zij verzamelden alles wat in engere of ruimere zin met de Tekst ver­band hield onder de noemer van koranwetenschappen. De uit­daging waarmee wij vandaag geconfronteerd worden, vereist dat wij een andere weg inslaan. Vandaag is ons probleem niet meer dat wij ons erfgoed voor de ondergang of onze cultuur voor versplintering moeten behoeden. Al is dat een probleem dat altijd voor alle gemeenschappen belangrijk is, toch zijn we van mening dat het op dit moment, waarop het bestaan zelf be­dreigd wordt, niet het allerbelangrijkste probleem is. Niemand kan de ogen sluiten voor het verbond van de externe vijand, be­lichaamd in het wereldimperialisme en het Israëlische zionis­me, met de reactionaire krachten die in het binnenland de heer­schappij voeren. En zo zijn wij vandaag in de situatie terechtge­komen dat wij zelf ons eigen voortbestaan moeten verdedigen, nu de vijand er vrijwel in geslaagd is door onze gelederen heen te breken om voor eens en voor altijd te proberen ons van ons ware bewustzijn te beroven en het door middel van zijn culture­le instellingen en media te vervangen door een vals bewustzijn dat moet bewerkstelligen dat wij ons uiteindelijk bij zijn bedoe­lingen met ons neerleggen en ons volledig onderwerpen. De schriftgeleerden in het verleden hebben de uitdaging aangeno­men waarmee zij geconfronteerd werden en zij zijn er tot op ze­kere hoogte in geslaagd het erfgoed voor teloorgang te behoe­den. Het erfgoed dat zij hebben bewaard had niettemin een re­actionair karakter, zoals we eerder hebben aangeduid. [p.59]

Wat zouden wij nu als wetenschappers moeten doen om de uitdaging van tegenwoordig aan te kunnen? Op deze vraag zijn ongetwijfeld verschillende antwoorden mogelijk, omdat weten­schappers verschillende visies hebben op de werkelijkheid waarin wij leven, met al haar invloeden en conflicten. Zij heb­ben immers ook verschillende, uit hun eigen opvattingen en prioriteiten voortvloeiende, visies op de problemen, de dilem­ma’s en de structurering van onze werkelijkheid. Sommigen bij­voorbeeld denken dat onze ware redding te vinden is in de te­rugkeer naar de islam onder toepassing van zijn voorschriften en door de islam ons gehele economische, sociale en politieke leven tot in de kleinste details van het individuele en maat­schappelijke bestaan te laten beheersen. [...] Tegenover het tegenwoordige religieuze discours staat de stroming van de vernieuwing. Dat is een stroming die vindt dat wij van de ouden niet alles klakkeloos kunnen overnemen. De ouden leefden immers in hun tijd, waarin zij hun mening vormden, de basis legden voor allerlei wetenschappen, een be­schaving stichtten, een filosofie samenstelden en een denkwijze vormgaven. De som van dit alles is het erfgoed dat zij ons nage­laten hebben. Het is een erfgoed dat nog steeds deel uitmaakt van ons bewustzijn en dat bewust of onbewust invloed op ons gedrag heeft. Wij kunnen dit erfgoed niet buiten beschouwing laten, maar wij kunnen het evenmin aanvaarden zoals het is; wij moeten het opnieuw vormgeven, afstand nemen van wat niet meer bij onze tijd past, de positieve kanten ervan bevestigen en het opnieuw vormgeven in een taal die bij onze tijd past. Deze vernieuwing is onontkoombaar als we onze huidige crisis te bo­ven willen komen. Zij verbindt namelijk onze oorsprong met het heden en het nieuwe met het overgeërfde [...]  “

“Zijn weldoneres en asielverleners” valt Abu Zayd hier niet aan, zoals Jansen beweert.
Hij verzet zich tegen imperialisme en zionisme, net als vele Westerse intellectuelen.

———————————————————————————————————————

Verlichting in het Islamitisch denken: Nasr Abu Zayd

 

Nasr Abu Zayd heeft veel geschreven over verlichting en Islam. Zijn meest recente tekst Reformation of Islamic thought (2006)  is op internet te vinden, net als zijn Leidse oratie als Cleveringa-hoogleraar The Qur’an : God and man in communication. Verder is in de laatste jaren nog verschenen Rethinking the Qu’ran (2004) . Eind augustus schreef Abu Zayd een artikel in de Volkskrant “De gematigde islam bestaat niet alleen, maar wint ook aan invloed”.

Abu Zayd gaat vrij ver in zijn kritiek op de islam, veel verder dan andere liberale moslims:
“Er zijn bijvoorbeeld li­berale islamistische intellectuelen, die een vorm van civil society en dus ook van de­mocratie bepleiten, binnen de context van een politieke islam. Waar zij vooral voor terugschuwen is de scheiding van staat en religie, dus een seculiere maatschappij, omdat het Arabische begrip almaniah (secularisme), lange tijd met atheïsme is geas­socieerd. Mijns inziens is secularisme in de zin van de scheiding tussen kerk en staat noodzakelijk voor de opbouw van een civil society, en moet dus ook het meer libera­le islamisme worden bekritiseerd. [Dit slaat bijvoorbeeld ook als kritiek op Tariq Ramadan, M.T]“

Abu Zayd keert zich tegen een orthodoxe interpretatie van de islam, en probeert aan te tonen dat de islam ook andere denkers dan orthodoxe heeft gekend:
“De koran is Gods woord. Alle moslims hebben dit door de eeuwen heen onder­schreven. De discussie ging over de kwestie of de koran eeuwig was, of tijdelijk en geschapen. Dit leidde tot hevige debatten en zelfs tot de vervolging van de aanhan­gers van één van beide posities. De orthodoxe notie van een eeuwige koran leidt er automatisch toe dat de letterlijke betekenis van de tekst de enige ware is. Deze na­druk op de onfeilbaarheid van de heilige tekst is de logische conclusie uit het idee dat de tekst de precieze, woordelijke uitdrukking is van de absolute goddelijke wer­kelijkheid. En terwijl dit idee binnen het christendom als een extremistische doctri­ne werd gezien, omdat de theologie daar gebaseerd was op vier verschillende evange­liën, is het in de islamitische theologie altijd de meest gangbare leer geweest [...] . Deze intellectuele strijd tussen islamitische theologen over de precie­ze aard van de koran werd uiteindelijk beslecht in het voordeel van de orthodoxen tegenover de heterodoxen.”

Zelf is Abu Zayd een “heterodoxe” islamitische denker.
“Andere [niet-orthodoxe] scholen in de geschiedenis van het islamitische denken, die een meer rationele interpretatie van de islam voorstonden, zijn steeds meer terzijde geschoven. De orthodoxe theologie is de algemene politieke ideologie geworden van de meeste moslimstaten, enkel en alleen omdat ze gehoorzaamheid als een religieuze plicht ziet en politieke leiders graag wor­den gezien als de representanten van Gods gezag op aarde. “

De koraninterpretatie die Abu Zayd afwijst omschrijft hij als volgt:
“Aangezien verzet tegen intellectueel absolutisme een belangrijke bedreiging vormt voor politieke dictaturen, probeert men in de islamitische wereld nog altijd om de waarde van vrijheid te ondermijnen door religie als haar tegenstander voor te stellen. Daarom worden begrippen als gedachtenvrijheid, secularisme en Verlichting tot ‘sa­tanische’ begrippen bestempeld. Omdat deze begrippen bovendien allemaal pro­ducten van de westerse cultuur en Europese beschaving zijn, wordt gesuggereerd dat ze de essentiële kenmerken van de islamitische cultuur en beschaving tegenspreken. Daarom moeten ze worden afgewezen, opdat de moslims hun eigen identiteit niet verliezen, en niet alleen voor altijd gedomineerd zullen worden door hun historische vijanden, maar ook cultureel aan hen vastgeklonken zullen zijn. Om de gewone moslims ervan te overtuigen dat er geen enkele uitweg is behalve het vasthouden aan de zuivere islamitische identiteit, wordt de koran gebruikt en uitgelegd als de enige bron van Licht en daarmee ook als de enige bron van Verlichting.”

Dit wijst Abu Zayd af.

Verder legt Abu Zayd uit dat de islam zowel een historische als ook een universele dimensie heeft, die hij als volgt omschrijft:
“De is­lam heeft, net als elke andere godsdienst, meer dan één dimensie. De eerste is de his­torische dimensie, die haar specifieke leer over geloof, ethiek en vroomheid ontleent aan de context van de zevende eeuw. De tweede dimensie is universeler en vertegen­woordigt meer algemeen-menselijke, in zekere zin: verlichte, waarden, die tijd en plaats overstijgen. Deze twee dimensies van de islam zijn telkens onderwerp van dis­cussie geweest.

De historische dimensie wordt door met name rechtsgeleerden als de meest wezenlijke beschouwd, omdat zij met de realiteit, met het handelen van indi­viduen in de maatschappij te maken hebben, en ze er aldus toekwamen de meest wezenlijke doelstellingen van de islam uit de rechtspraktijk af te leiden. Via hun in­ductieve methode leidden zij de volgens hen vijf meest wezenlijke doelstellingen van de islam af: bescherming van het leven, van het nageslacht, van eigendom, van de geestelijke gezondheid, en van de godsdienst. Het is niet moeilijk in te zien dat deze vijf doelstellingen hoofdzakelijk afgeleid zijn uit het islamitisch strafrecht. De eerste is afgeleid uit de straf op moord, omdat vergelding volgens de koran in feite de bescherming van het leven beoogt (koran n, 178-179). De tweede doelstelling is afgeleid uit de straf op overspel. De derde doel­stelling houdt niets anders in dan de straf op diefstal: het afhakken van de handen van de dief. De vierde doelstelling heeft te maken met het verbod op alcohol. In de koran wordt weliswaar geen straf voor alcoholgebruik genoemd maar dit is later ­na de dood van de profeet – wel strafbaar gesteld. De bescherming van de gods­dienst is een principe dat afgeleid lijkt uit de doodstraf op godsdienstige afvalligheid, die later aan de traditie is toegevoegd. Deze straf werd uitgevonden door de rechtsgeleerden: in de koran wordt geen wereldlijke straf genoemd voor hen die de islam de rug toekeren nadat zij zich er eerst toe hadden bekeerd. De doodstraf werd ingevoerd om hoofdzakelijk politieke redenen, toen de bescherming van politiek ge­zag werd gelijkgesteld aan die van de islam.

Een andere lezing van de islamitische heilige teksten zou andere, meer universele doelstellingen van de islam opleveren. Ten eerste zou men dan zeggen dat de leer van de ene transcendente God tegenover het polytheïsme en tegenover de verering van  idolen, als voortbrengselen van de mensen zelf, bedoeld was om de mensen te be­vrijden van het heidendom en om de weg te openen naar rationaliteit. Het tweede doel zou volgens deze lezing het ontstaan van een gemeenschap van gelovigen zijn die niet langer op stamverbanden was gebaseerd. Het derde zou de vestiging zijn van rationeel menselijk gedrag in plaats [...] onwetendheid [...] . Onwetendheid in die zin, dat iemand zo onderdanig is tegenover de gedragscode die door de stam is opgelegd, dat hij niet kan handelen naar menselijk rationeel be­grip. De islam introduceerde dus rationeel gedrag om [onwetendheid] te vervangen. Ten vierde zou men vanuit deze interpretatie zeggen dat het erom gaat dat sociale recht­vaardigheid in de gemeenschap der gelovigen totstandkomt, wat in de historische context van de vroege islam door het geven van aalmoezen werd bewerkstelligd. Het vijfde doel zou volgens deze optiek het ontwikkelen van menselijk rationeel denken zijn, van reflectie in plaats van het blindelings navolgen van tradities uit het verle­den.

Abu Zayd is een voorstander van het kritisch denken:
“1. kritische kennis behoort de traditie niet klakkeloos na te volgen, omdat dit een onkritische omgang met de doctrines van een school en zijn tradities is die als onge­wenst wordt beschouwd. Deze kritiek op het traditionalisme was natuurlijk gericht tegen de orthodoxe school binnen de theologie, die de letterlijke interpretatie van de hele koran verdedigde. De adepten van deze school meenden zelfs dat al Gods ei­genschappen, alle eschatologische beelden, zelfs het idee dat God door mensenogen gezien zal worden, deel uitmaken van de letterlijk bestaande werkelijkheid. 2. traditionalisme en de letterlijke interpretatie van de heilige teksten die daaruit volgt is geen religieuze plicht; het is zelfs de verzaking van die plicht. God heeft het juist tot een mensenplicht gemaakt om ware kennis te verwerven, en dat is onmoge­lijk als men een traditie onkritisch navolgt. Elke vorm van traditionalisme impli­ceert dat er fouten worden gemaakt, omdat er slechts twee mogelijkheden zijn: of men volgt alle tradities na, ongeacht hoe contradictoir die zijn, of men kiest voor een bepaalde traditie en verwerpt daarmee een andere. Echter, als men een keuze maakt kan men er nooit zeker van zijn dat het de goede was, omdat daar geen enkel criterium voor is. Zelfs God vraagt niet om blinde navolging van zijn boodschap, hij bewijst die via de rede en via wonderen.
3. ten derde moet het idee van consensus of van de waarheid van de toevallige mening van de meerderheid verworpen worden, omdat die niet van zichzelf waar hoeft te zijn. Mohammeds volgelingen waren bijvoorbeeld in de minderheid toen de islam net ontstond en toch is hun overtuiging de ware. Noch het gezag van de meerderheid, noch dat van een of ander traditionalisme kan de redelijkheid van conformering aan een traditie garanderen . “
(citaten uit:  Abu Zayd, Verlichting in het Islamitisch denken, in Krisis, Tijdschrift voor Filosofie, 74, 1999)

Abu Zayd baseert zich sterk op de rationalistische Islamitische filososoof Ibn Rushd (Averroes), op de Westerse hermeneutische traditie en op de Duitse filosoof Habermas. Ik wil nog even opmerken dat dit, bij alle respect voor Abu Zayd, niet samenvalt met mijn eigen positie, die ik als veel minder rationalistisch zou willen omschrijven.
Maar dat maakt niet uit, Nasr Abu Zayd is voor mij een zeer interessante dialoogpartner.

Nasr Abu Zayd heeft zich uitgebreid bezig gehouden met de hermeneutiek; moderne tekstinterpretatie dus.

In zijn boek Het heilig vuur,Over de strijd tussen jodendom, christendom en islam schrijft Peter Sloterdijk indringend over de noodzaak tot vernieuwing in de monotheïstische religies. For Sloterdijk is de hermeneutiek een belangrijk middel om de religie te verzachten en “meerwaardig denken” aan te moedigen. [Meerwaardig denken is het tegenovergestelde van zwart/wit denken of dogmatisch denken] .

Sloterdijk:

“De vormen van hermeneutiek, zoals die in de omgang met de heilige geschriften ontwikkeld worden, kunnen eveneens gelden als leerschool voor meerwaardig denken. Dit komt vooral door de omstandigheid dat de beroepsmatige schriftuitleggers zich met een gevaarlijk alternatief geconfronteerd zien. Het handwerk van het interpreteren vraagt uit zichzelf alom derde wegen, want zo­dra het goed en wel begonnen is, komt het voor de onaanvaardbare keuze te staan om de goddelijke boodschap ofwel te goed, ofwel te slecht te begrijpen. Beide opties zouden noodlottige consequenties met zich meebrengen. Zou de uitlegger het heilige boek zo goed begrijpen als alleen de schrijver dat zou kunnen, dan zou hij de in­druk wekken God op de schouder te willen kloppen en verklaren het geheel met hem eens te zijn -een pretentie die de hoeders van heilige tradities niet bepaald appreciëren. Zou hij het daarentegen in strijd met de consensus begrijpen, of sterker nog het boek vol­strekt duister of onzinnig vinden, dan zou er wel eens demonische verstoktheid in het spel kunnen zijn. In beide gevallen voldoet de uitlegger niet aan de norm en stelt hij zich bloot aan de reactie van de orthodoxie, die zoals bekend nooit kleinzerig was wanneer het erop aankwam ketters te laten zien wat de grenzen zijn. De religi­euze hermeneutiek is dan ook a priori op het tussengebied tussen twee vormen van godslastering aangewezen en moet zich daar in evenwicht zien te houden. In geen andere situatie is er een beter motief om voor een derde mogelijkheid te kiezen. Als je niet zo­danig met de bedoelingen van de schrijver mag versmelten dat je de indruk wekt hem beter te begrijpen dan hij zichzelf bij het dic­teren van de tekst begreep, maar ook zijn boodschap niet zo mag miskennen alsof hij een vreemde was die ons niets te zeggen heeft, dan is het uitwijken naar een middenpositie voorspelbaar. Het tus­senrijk van de uitlegging is de vertrouwde omgeving voor het zoe­ken naar een juist begrip van de heilige tekens; principiële onvol­maaktheid biedt voor zulk begrip alle kans. Ik hoef niet omstandig uit te leggen dat deze arbeid in de schemering van een altijd slechts gedeeltelijk onthulde betekenis bij uitstek geschikt is om het extre­misme te breken “( p 112/113)

 

Maria Trepp

 

 

Renate Richters

Renate Richters

Twitter GR

GroenLinks tegen de illegalenjacht in Eindhoven

In divers, almere, amsterdam, burgemeester, capaciteit, d66, de, eindhoven, gemeente, en meer.

Het kabinet heeft bekend gemaakt dat zij een quotum heeft afgesproken met de politie voor het aantal illegalen dat dit jaar moet worden opgepakt. Dit jaar moet de politie 4.800 mensen overdragen aan de Dienst Terugkeer en Vertrek. Dat is 10% meer dan in 2010 en maar liefst 35% meer dan in 2011 is gerealiseerd. Er komt geen extra politiecapaciteit voor.

Voorheen richtte de politie zich alleen op criminele en overlastgevende illegalen. Door dit quotum zullen ook mensen die niets strafbaars hebben gedaan, bv mensen die uitgeprocedureerd zijn of geen geldige papieren hebben, de dupe worden.

GroenLinks is erg bezorgd over deze kwetsbare groep mensen die al ontzettend veel heeft meegemaakt en in moeilijke omstandigheden leeft. Deze mensen worden opgejaagd en zullen zich niet meer veilig voelen. Dat vinden wij niet menswaardig. Onze zorg is dat deze mensen uit angst om opgepakt te worden geen beroep meer durft te doen op de opvangvoorzieningen die er voor deze mensen zijn. Wij denken dat daardoor hun levensomstandigheden verder kunnen verslechteren en de overlast mogelijk stijgt.

Wat GroenLinks betreft moet de politie zich bezighouden met de prioriteiten die met de burgemeester zijn afgesproken. In Zuid Oost Brabant is al te weinig politiecapaciteit, laten we die inzetten om de veiligheid daadwerkelijk te verbeteren in Eindhoven, ipv voor het halen van zinloze quota!

GroenLinks wil dat de gemeenteraad zich uitspreekt tegen deze illegalenjacht en roept de burgemeester op om de politiecapaciteit in te zetten voor de taken die zijn afgesproken in het jaarplan, en geen prioriteit te geven aan het behalen van dit quotum.

Daarom dien ik vanavond een actuele motie in. Deze wordt inmiddels gesteund door SP, OAE, D66 en PvdA. Daarmee heeft de motie op voorhand al een meerderheid.

Lees hieronder de tekst van de motie.

Actuele motie

De ondergetekende heeft de eer de volgende motie aan te bieden.

De ondergetekende, lid van de raad van de gemeente Eindhoven,

Overwegende dat:

- Het kabinet heeft aangekondigd een quotum te hebben ingesteld voor het oppakken van vreemdelingen die illegaal in Nederland verblijven;

- Dit is vastgelegd in de resultaatafspraak intensivering vreemdelingentoezicht 2012-2014 met de politie;

- Dat de resultaatafspraken erop neer komen dat de vreemdelingenpolitie dit jaar 4.800 illegalen overdraagt aan Dienst terugkeer en Vertrek;

- Dat dit aantal een forse stijging betekent: 10% meer dan in 2010 (4.355) en maar liefst 35% meer dan in 2011 (3530);

- Uit de afspraken met de politie blijkt dat niet alleen criminele of overlast gevende illegalen opgepakt moeten worden, maar ook uitgeprocedeerde illegalen en ongedocumenteerden;

- Dat deze taakstelling behaald dient te worden zonder uitbreiding van formatie.

- De politievakbond ACP al heeft aangegeven dat dit niet lukt binnen de huidige capaciteit en bovendien vragen stelt ten aanzien van het effect van de maatregel omdat mensen die niet terug kunnen naar het land van herkomst na vreemdelingendetentie gewoon weer op straat belanden (bron: nieuwsuur 19 maart, uitspraak van dhr van de Kamp, voorzitter ACP).

- Inmiddels de burgemeesters van meerdere steden, waaronder Amsterdam, Utrecht, Almere, Groningen en Katwijk (tevens voorzitter van de asielcommissie van de VNG) zich tegen het quotum hebben uitgesproken.

Van mening zijnde dat:

- Met dit quotum niet alleen criminele en overlastgevende illegalen worden aangepakt, maar ook mensen die uitgeprocedeerd zijn of geen papieren hebben;

- Dat zich onder deze groep ook mensen bevinden die geen strafbare feiten hebben gepleegd en niet in staat zijn terug te keren naar hun land van herkomst;

- Deze mensen zich in een moeilijke en kwetsbare situatie bevinden;

- We door invoering van dit quotum het risico lopen dat deze groep mensen geen beroep meer durft te doen op opvang- en hulporganisaties waardoor hun leefomstandigheden zullen verslechteren en de overlast mogelijk stijgt.

Stelt de raad voor te besluiten:

Zich uit te spreken tegen deze jacht op illegalen en de burgemeester te verzoeken om in zijn overleg met de politie af te spreken dat het oppakken van uitgeprocedeerde illegalen en ongedocumenteerden geen prioriteit heeft bij de inzet van de politiecapaciteit in onze regio.

Eindhoven, 27 maart 2012

Het lid van de raad,

Renate Richters, GroenLinks

De motie is aangenomen in de vergadering van ………

verworpen

maandag, 26 maart 2012

Reinier van der Hulst

Reinier van der Hulst

Twitter DWARS

De Eerste Kamer: van Koningsbescherming tot Kwaliteitsgarantie

In politiek, 1815, 1848, democratie, den haag, eerste kamer, grondwet, hero brinkman, politiek, en meer.

            Ondanks de huidige politieke situatie, met een kabinet wat nu drie gedoogpartijen (PVV, SGP en Groep Hero Brinkman) heeft in de Tweede Kamer, wordt een ander orgaan vaak vergeten. De steun aan het kabinet Rutte I is ook hier echter verre van stabiel, omdat de SGP ook in dit orgaan de tweede gedoogpartner is. Ik heb het hier over de Eerste Kamer. Wat is dit orgaan precies? Wat zijn de functies en plichten waaraan de Eerste Kamer moet voldoen? Hoe democratisch is de Eerste Kamer eigenlijk?
            De Eerste Kamer is opgericht in 1815, om als schild van koning Willem I te dienen. De leden waren vertrouwelingen van de koning, benoeming als senator was voor het leven. De belangrijkste functie was om de koning te beschermen tegen wetsvoorstellen vanuit de (indirect gekozen) Tweede Kamer. De Eerste Kamer telt vandaag de dag 75 leden, van twaalf verschillende politieke partijen. Iedere partij die in de Tweede Kamer is vertegenwoordigd, heeft ook minstens één zetel in de Eerste Kamer.
            De Eerste Kamer had in 1815 dus de bedoeling om de koning te beschermen tegen de voor hem meer negatieve wetsvoorstellen. Door de invoering van de grondwet in 1848 veranderde de rol van dit orgaan ingrijpend. Waar de Eerste Kamer vanaf 1815 nog vooral de eerste kamer wat betreft de controle van wetgeving was, daar is het eigenlijk veranderd in een ‘tweede kamer’, omdat de Eerste Kamer nu vooral wordt gezien als een ‘chambre de réflection’. Nu is het de taak van de Eerste Kamer om de wetgeving die de Tweede Kamer heeft doorstaan te controleren op kwaliteit en om na te gaan of een ingediende wet wel in het raamwerk van nationale en internationale verdragen past. Ook financiële, overige juridische en andere effecten op de lange termijn behoren tot het raamwerk waar de Eerste Kamer wetten aan moet toetsen.
            De Eerste Kamer heeft echter nog meer bevoegdheden, maar ook bepaalde ingrijpende beperkingen. Waar de Tweede Kamer de tekst van een ingediende wet kan wijzigen, is dit voor de Eerste Kamer onmogelijk om te doen. Ook het uit de functie zetten van ministers of staatssecretarissen is iets wat alleen de Tweede Kamer kan. De mogelijkheden van de Eerste Kamer worden niet allemaal gebruikt; zelfs verre van allemaal. Zo kunnen senatoren schriftelijke vragen stellen aan leden van het kabinet, deze beleidsbepalers kunnen zelfs geïnterpelleerd worden. Dit wordt echter veel minder gedaan door senatoren dan door volksvertegenwoordigers. Er is zelfs nog nooit een parlementaire enquête geweest die door de Eerste Kamer is aangevraagd, terwijl het wel kan.
            Het verschil in het verschil in activiteit ligt in drie factoren: ten eerste komt de Eerste Kamer maar één keer per week bijeen, iedere dinsdag. Dit in tegenstelling tot leden van de Tweede Kamerleden, die vrijwel non-stop met hun functie bezig zijn en dan ook nog een aantal fractiemedewerkers hebben. De tweede reden is dat de Eerste Kamer zich onafhankelijker opstelt dan de Tweede Kamer. De Tweede Kamer houdt zich meer bezig met de waan van de dag, terwijl de Eerste Kamer meer naar de lange termijn kijkt. De fracties van de coalitiepartijen houden zich bewust op de vlakte, aangezien ze anders hun eigen bewindsvoerders in zwaar weer kunnen brengen. Zo blijft al minstens de helft van de senaat op de vlakte. De derde reden is al aangegeven in de vorige alinea: waar leden van de Tweede Kamer volksvertegenwoordigers zijn, zijn de leden van de Eerste Kamer senatoren. Tweede Kamerleden worden direct gekozen door het Nederlandse volk, terwijl de senatoren hun plek bemachtigen via de verkiezingen voor de Provinciale Staten. De Eerste Kamerleden zijn dus indirect verkozen. Hoe democratisch is de Eerste Kamer dan? Naar mijn mening niet, en misschien is dit ook. Verkozen leden van de Eerste Kamer zullen misschien meer volgens de waan van de dag beleid gaan voeren, Daar komt nog bij dat de meeste senatoren (senator komt trouwens van senex, wat letterlijk in het Latijn ‘oude man’ betekent) één of meerdere titels achter hun naam hebben. Sterker nog, waar de meeste Tweede Kamerleden hooguit doctorandus zijn, daar is het gemiddelde Eerste Kamerlid doctor. Professoren zijn geen uitzonderingen in de Eerste Kamer. Door de Eerste Kamer te democratiseren door middel van directe verkiezingen, komt deze kennis in gevaar. Hierdoor zullen ‘gewone’ mensen denken dat zij ook in de Eerste Kamer kunnen functioneren, terwijl het proces van de Eerste Kamer dus ingewikkelder is dan het lijkt. Verdere democratisering van de Eerste Kamer, ook al klinkt het als een interessant idee, lijkt mij dus absoluut geen goed idee, net zoals het afschaffen van de senaat.
            Met dit stuk hoop ik een redelijk overzicht gegeven te hebben over het hoe, wat en waarom van de Eerste Kamer. Als slot heb ik geprobeerd te betogen waarom de Eerste Kamer niet gedemocratiseerd hoort te worden: de senatoren zijn wijze mannen en vrouwen die hun vak verstaan; door middel van democratisering komen de functies van de Eerste Kamer mogelijk onder druk te staan. Dat zou eeuwig zonde zijn, omdat de Eerste Kamer vooral staat voor continuïteit.


Reinier van der Hulst

Reinier van der Hulst

Twitter DWARS

De Eerste Kamer: van Koningsbescherming tot Kwaliteitsgarantie

In politiek, eerste kamer, tweede kamer, politiek, democratie, den haag, 1815, 1848, grondwet, en meer.

            Ondanks de huidige politieke situatie, met een kabinet wat nu drie gedoogpartijen (PVV, SGP en Groep Hero Brinkman) heeft in de Tweede Kamer, wordt een ander orgaan vaak vergeten. De steun aan het kabinet Rutte I is ook hier echter verre van stabiel, omdat de SGP ook in dit orgaan de tweede gedoogpartner is. Ik heb het hier over de Eerste Kamer. Wat is dit orgaan precies? Wat zijn de functies en plichten waaraan de Eerste Kamer moet voldoen? Hoe democratisch is de Eerste Kamer eigenlijk?
            De Eerste Kamer is opgericht in 1815, om als schild van koning Willem I te dienen. De leden waren vertrouwelingen van de koning, benoeming als senator was voor het leven. De belangrijkste functie was om de koning te beschermen tegen wetsvoorstellen vanuit de (indirect gekozen) Tweede Kamer. De Eerste Kamer telt vandaag de dag 75 leden, van twaalf verschillende politieke partijen. Iedere partij die in de Tweede Kamer is vertegenwoordigd, heeft ook minstens één zetel in de Eerste Kamer.
            De Eerste Kamer had in 1815 dus de bedoeling om de koning te beschermen tegen de voor hem meer negatieve wetsvoorstellen. Door de invoering van de grondwet in 1848 veranderde de rol van dit orgaan ingrijpend. Waar de Eerste Kamer vanaf 1815 nog vooral de eerste kamer wat betreft de controle van wetgeving was, daar is het eigenlijk veranderd in een ‘tweede kamer’, omdat de Eerste Kamer nu vooral wordt gezien als een ‘chambre de réflection’. Nu is het de taak van de Eerste Kamer om de wetgeving die de Tweede Kamer heeft doorstaan te controleren op kwaliteit en om na te gaan of een ingediende wet wel in het raamwerk van nationale en internationale verdragen past. Ook financiële, overige juridische en andere effecten op de lange termijn behoren tot het raamwerk waar de Eerste Kamer wetten aan moet toetsen.
            De Eerste Kamer heeft echter nog meer bevoegdheden, maar ook bepaalde ingrijpende beperkingen. Waar de Tweede Kamer de tekst van een ingediende wet kan wijzigen, is dit voor de Eerste Kamer onmogelijk om te doen. Ook het uit de functie zetten van ministers of staatssecretarissen is iets wat alleen de Tweede Kamer kan. De mogelijkheden van de Eerste Kamer worden niet allemaal gebruikt; zelfs verre van allemaal. Zo kunnen senatoren schriftelijke vragen stellen aan leden van het kabinet, deze beleidsbepalers kunnen zelfs geïnterpelleerd worden. Dit wordt echter veel minder gedaan door senatoren dan door volksvertegenwoordigers. Er is zelfs nog nooit een parlementaire enquête geweest die door de Eerste Kamer is aangevraagd, terwijl het wel kan.
            Het verschil in het verschil in activiteit ligt in drie factoren: ten eerste komt de Eerste Kamer maar één keer per week bijeen, iedere dinsdag. Dit in tegenstelling tot leden van de Tweede Kamerleden, die vrijwel non-stop met hun functie bezig zijn en dan ook nog een aantal fractiemedewerkers hebben. De tweede reden is dat de Eerste Kamer zich onafhankelijker opstelt dan de Tweede Kamer. De Tweede Kamer houdt zich meer bezig met de waan van de dag, terwijl de Eerste Kamer meer naar de lange termijn kijkt. De fracties van de coalitiepartijen houden zich bewust op de vlakte, aangezien ze anders hun eigen bewindsvoerders in zwaar weer kunnen brengen. Zo blijft al minstens de helft van de senaat op de vlakte. De derde reden is al aangegeven in de vorige alinea: waar leden van de Tweede Kamer volksvertegenwoordigers zijn, zijn de leden van de Eerste Kamer senatoren. Tweede Kamerleden worden direct gekozen door het Nederlandse volk, terwijl de senatoren hun plek bemachtigen via de verkiezingen voor de Provinciale Staten. De Eerste Kamerleden zijn dus indirect verkozen. Hoe democratisch is de Eerste Kamer dan? Naar mijn mening niet, en misschien is dit ook. Verkozen leden van de Eerste Kamer zullen misschien meer volgens de waan van de dag beleid gaan voeren, Daar komt nog bij dat de meeste senatoren (senator komt trouwens van senex, wat letterlijk in het Latijn ‘oude man’ betekent) één of meerdere titels achter hun naam hebben. Sterker nog, waar de meeste Tweede Kamerleden hooguit doctorandus zijn, daar is het gemiddelde Eerste Kamerlid doctor. Professoren zijn geen uitzonderingen in de Eerste Kamer. Door de Eerste Kamer te democratiseren door middel van directe verkiezingen, komt deze kennis in gevaar. Hierdoor zullen ‘gewone’ mensen denken dat zij ook in de Eerste Kamer kunnen functioneren, terwijl het proces van de Eerste Kamer dus ingewikkelder is dan het lijkt. Verdere democratisering van de Eerste Kamer, ook al klinkt het als een interessant idee, lijkt mij dus absoluut geen goed idee, net zoals het afschaffen van de senaat.
            Met dit stuk hoop ik een redelijk overzicht gegeven te hebben over het hoe, wat en waarom van de Eerste Kamer. Als slot heb ik geprobeerd te betogen waarom de Eerste Kamer niet gedemocratiseerd hoort te worden: de senatoren zijn wijze mannen en vrouwen die hun vak verstaan; door middel van democratisering komen de functies van de Eerste Kamer mogelijk onder druk te staan. Dat zou eeuwig zonde zijn, omdat de Eerste Kamer vooral staat voor continuïteit.


Maria Trepp

Maria Trepp

Twitter

25 en 26 maart 1655 Christiaan Huygens ontdekt Saturnusmaan Titan

In astronomie, christiaan huygens, anagram, saturnus, systema saturnium, titan, de, eerste, galilei, en meer.

Christiaan Huygens heeft zijn waarnemingen van Saturnus opgeschreven in zijn wereldberoemde tekst “Systema Saturnium” uit 1659. Daar verklaart hij niet alleen de verschijningsvormen van de ringen van Saturnus, maar beschrijft hij ook de “begeleider” van Saturnus die hij heeft gezien, de maan die later door anderen “Titan”werd genoemd. Eerder had Huygens al in een schriftje met de titel “De Saturnio Luna Observatio Novazijn waarnemingen over de begeleider van Saturnus openbaar gemaakt.


De originele tekst “Systema Saturnium” in het Latijn en een Franse vertaling plus alle afbeeldingen staan op de site van dbnl

Huygens schrijft over de ringen en de maan van Saturnus:

“Waarnemingen aangaande Saturnus

Welnu, op 25 maart 1655 volgens de Gregoriaanse kalender, ongeveer om 8 uur ‘s avonds, zag ik Saturnus met de armen naar twee kanten volgens een rechte lijn uitgestrekt. Op ongeveer drie boogminuten afstand naar het westen bevond zich een klein sterretje a, in een zodanige positie dat als door beide armen een rechte lijn zou worden getrokken deze het sterretje zou raken, of in elk geval op heel korte afstand onderdoor zou passeren. Naar het oosten stond een ander sterretje b, iets verder van Saturnus verwijderd, en veel lager ten opzichte van de lijn van de armen. En op dat moment vermoedde ik voor de eerste keer dat ster a Saturnus begeleidde, omdat ik hem ook andere keren in zijn nabijheid had gezien, op ongeveer dezelfde plaats.”

“De volgende dag, te weten 26 maart, bevond de ster a zich in dezelfde positie en op dezelfde afstand ten opzichte van Saturnus, maar b stond twee keer zo ver als eerst. Daaruit volgde, omdat de afstand tussen de sterretjes a en b groter was geworden, dat in elk geval een van beide een dwaalster was. En ik besloot dat dit noodzakelijk ster a moest zijn, omdat ik wist dat Saturnus in deze tijd in retrograde beweging was. Ster a had zich dus kennelijk in dezelfde richting als Saturnus bewogen, want anders had hij nu veel dichterbij moeten zijn. Er was echter geen reden om de andere, b, niet voor een vaste ster te houden. Sterker, het was logisch om hem als zodanig te beschouwen, want hij had zich in een dag zover van Saturnus verwijderd als diens beweging vereiste. En dat de zaak inderdaad niet anders was werd door de volgende waarnemingen aangetoond.

In het originele manuscript zijn veel (latere) schetsen van Saturnus en zijn begeleider te zien die Huygens heeft gemaakt, zoals deze:

 25 en 26 maart 1655 Christiaan Huygens ontdekt Saturnusmaan Titan

Huygens legt op verschillende data zijn waarnemingen van de begeleider van Saturnus nauwkeurig vast, en in “Systema Saturium” beschrijft hij dan ook hoe hij de omloopstijd berekent:

“Toen ik de waarnemingen van de eerste paar maanden naging bevond ik dat Saturnus door zijn maan wordt omgelopen in een tijd van ongeveer zestien dagen. Want op de plaats waar deze maan op 25 maart 1655 werd gezien bleek hij zestien dagen later, dus op 10 april, te zijn teruggekeerd. Evenzo werd hij op 3 en 19 april van hetzelfde jaar op dezelfde plaats waargenomen, net als op de 13de en 29ste van die maand. Toen ik dit had vastgesteld maakte ik een cirkel die de baan van de begeleider weergaf met Saturnus in het midden, in zestien stukken verdeeld, zoals bijgevoegde figuur laat zien

christiaan huygens saturnmond titan 25 en 26 maart 1655 Christiaan Huygens ontdekt Saturnusmaan Titan


 25 en 26 maart 1655 Christiaan Huygens ontdekt Saturnusmaan Titan

Langs deze cirkel wordt de begeleider omgevoerd volgens de orde van de tekens [van de dierenriem]. Ik stelde dit niet omdat enige waarneming mij daartoe dwong, maar omdat ook onze maan en de begeleiders van Jupiter in die richting bewegen. Toen naderhand echter de hypothese waarmee de verschijnselen van de hengsels worden verklaard was bevestigd, bleek dat ik deze beweging terecht zo had bepaald.”

C.D. Andriesse schrijft in zijn ietwat sentimentele Huygens-biografie “Titan kan niet slapen” (Andriesse noemt Huygens “Titan”) over de manier waarop Huygens zijn prioriteit bewaakte: net als Galilei het eerder had gedaan, met een anagram.

“Naar sterrenkundigen in Londen en Praag zond Christiaan Huygens een anagram dat bestond uit een vers van Ovidius en de letters uuuuuuu ccc rr h n b q x. Het vers was: ‘Admovere oculis distantia sidera nostris’ (Verre sterren bewegen naar onze ogen). Wie vermoeden kon waar dit anagram over ging, wist al die letters te rangschikken tot: ‘Saturno luna sua circumducitur diebus sexdecim horis quatuor’
(Om Saturnus draait zijn maan in zestien dagen en vier uren)

Het objectief van de telescoop waarmee Huygens Titan voor het eerst heeft gezien, met het erin gegraveerde anagram,  wordt bewaard in het Utrechts Universiteits­museum.

christiaan huygens admovere lens 25 en 26 maart 1655 Christiaan Huygens ontdekt Saturnusmaan Titan


Deze tekst staat in een andere versie ook op mijn Duits Huygens-blog

Meer over Christiaan Huygens zie Christiaan Huygens en zijn Cosmotheoros

Maria Trepp

zondag, 25 maart 2012

Simon Otjes

Simon Otjes

Last.fm Twitter

Latijn in de Matthäus

In muziek, taal, duits, gewoon, de, eerste.

Ik was gister naar de Matthäus. Dat doen we natuurlijk voor de prachtige muziek. Maar een van de charmante aspecten van de originele Duitse tekst is dat (sommige) namen die uit het Latijn komen, vervoegd worden. Soms gaat dat goed maar heel vaak ook niet.

Petrus
Laten we eens naar Petrus kijken. -us-uitgang dus, we denken tweede declinatie.

Nominativus – ‘Petrus aber antwortete, und sprach zu ihm’ (§22) – Petrus
Vocativus – ?
Genitivus -  ?
Dativus -Und über eine kleine Weile traten hinzu, die da stunden, und sprachen zu Petro’ (§45) – Petro
Accusativus -’    Und nahm zu sich Petrum, und die zween Söhne Zebedäi und fing an zu trauern und zu zagen.’ (§24) – Petrum

De vocativus wordt normaal nooit in deze rijtjes opgenomen, maar wordt in het Duits wel gebruikt. De ablativus daarentegen, is wel een naamval in het Latijn, maar wordt in het Duits niet gebruikt. Voor zo ver we het kunnen zien lijkt het patroon consistent overeen te komen met de tweede declinatie (-us/-e/-i/-o/-um/-o).

Jesus
Maar bij Jesus wordt het toch wel raar: -us dus dan verwacht je tweede declinatie, maar dat lijkt niet het geval

Nominativus – ‘Da Jesus diese Rede vollendet hatte, sprach er zu seinen Jüngern’ (§2) – Jesus
Vocaticus – ‘Herzliebster Jesu, was hast du verbrochen, dass man ein solch scharf Urteil hat gesprochen ?’ (§3) – Jesu
Genitivus – ‘Da dachte Petrus an die Worte Jesu, da er zu ihm sagte’ (§45) – Jesu
Dativus – ‘Aber am ersten Tage der süssen Brot traten die Jünger zu Jesu, und sprachen zu ihm’ – Jesu (§13)
Accusativus – ‘Und hielten Rat, wie sie Jesum mit Listen griffen und töteten.’ (§4) – Jesum

Het is dus: -us/-u/-u/-u/-um/(-?). Dat is geen eerste declinatie (-us/-e/-i/-o-/-um/-o), maar ook geen vierde (-us/-us/-us/-ui/-um/-u). Misschien dat Jesus een aparte declinatie heeft, hij is toch wel tamelijk uitzonderlijk, maar eerlijk gezegd, lijkt de auteur te hebben gedacht: die naamvallen zijn knap lastig ik doe -us voor nominativus en -um voor accusativus en de rest gewoon -u. Geen schoonheidsprijs dus.

Barabas
Bij Barrabas ben ik het spoor helemaal bijster.

Nominativus – ‘Er hatte aber zu der Zeit einen Gefangenen, einen sonderlichen vor andern, der hiess Barrabas.’ (§54)  – Barrabas
Vocativus – ?
Genitivus – ?
Dativus – ?
Accusativus – ‘ Welchen wollet ihr, dass ich euch losgebe ? Barrabam oder Jesum, von dem gesaget wird, er sei Christus ?’ (§54) – Barrabam maar let op: ‘Aber die Hohenpriester und die Ältesten überredeten das Volk, dass sie um Barabas bitten sollten, und Jesum umbrächten.’ (§54) – Barabas (een r en -as)!

Kijk bij Barrabas zijn er verschillende varianten. Misschien is het derde declinatie, maar wat is dan de stam? Je kan zeggen Barrabat- (Barrabas/Barrabas/Barrabatis/Barrabati/Barrabatem) of Barrab- (Barrabas/Barrabas/Barrabis/Barrabi/Barrabem). In geen geval zijn Barrabam of Barrabas acceptabele vervoegingen, laat staan allebei.

Elias
Ook de vervoeging van Elias is, op zijn minst, curieus.

Nominativus – ‘Lass sehen, ob Elias komme und ihm helfe ?’ (§71) – Elias
Vocativus – ?
Genitivus – ?
Dativus – ‘Der rufet dem Elias’ (§71) – Elias
Accusativus – ?

In welke declinatie zou Elias een acceptabele dativus enkelvoud zijn? Eliae, Elio, Elii/Eliati zouden allemaal kunnen maar Elias?

 

Er is dus maar een conclusie mogelijk: wat een zooitje! De auteur heeft zijn best gedaan, maar consistent lijkt het niet te zijn. Met dank aan de teksten van Nadro en voor de zekerheid de rijtjes van Kox.

zondag, 18 maart 2012

Ruard Ganzevoort

Ruard Ganzevoort

Twitter

Het Vermoeden (IKON)

In uncategorized, de, microsoft, tekst.

“De kwetsbaarheid van pijn en schoonheid is een weg naar het heilige”
Slotwoorden bij Interview Het Vermoeden, 18-03-2012.
Kijk op de IKON-website voor tekst, toelichting en reacties

Get Microsoft Silverlight
Bekijk de video in andere formaten.


Maria Trepp

Maria Trepp

Twitter

Christiaan Huygens over buitenaardse wezens

In christiaan huygens, media, buitenaardse wezens, communicatie, cosmotheoros, god, seti, wiskunde, astronomie, en meer.

Vanavond gaat het op Labyrint radio over buitenaardse wezens en hoe met hen te communiceren.

 In zijn laatste tekst “Cosmotheoros” (1698, postuum) stelt Christiaan Huygens dat de planeten bewoond zijn.

Net als veel van zijn tijdgenoten was Huygens overtuigd van het bestaan van buitenaardse wezens, zelfs op de andere planeten van ons zonnestelsel. Volgens hem gaat het hierbij om vernuftige wezens, die in alles, van lichaamsbouw tot zinnesorganen, sociale organisatie, wetenschappelijke en artistieke vermogens vergelijkbaar zijn met mensen:

“Ik zie, dat byna niemand der gener, die maar ter loops hier over hunne bedenking nemen, in twijfel getrokken heeft, of men in de Dwaalstarren eenige aanschouwers mag stellen; juist niet menschen, gelijk wy zijn, maar nogtans dieren, die reden gebruiken.[…] “

Het gene my derhalven meest beweegt te gelooven, dat in de Dwaalstarren geen redelijke dieren ontbreken, is dit, dat de voortreffelijkheid en heerlijkheid van onze Aarde al te groot boven andere zou zijn, indien zy alleen van dat Dier voorzien was, ’t welk zoo verre alle dieren, ik zwijge de aardgewassen. te boven gaat, dat Dier; ’t welk in zig iets goddelijks heeft, waar door het weet, verstaat, en ontallijke dingen geheugt; dat Dier; het welk bequaam is om de waarheid te overwegen, en te oordeelen; eindelijk om wiens wille alles wat de Aarde voortbrengt, schijnt toebereid.”

Huygens denkt ook na over verschillen tussen de planetenbewoners: zullen degene die dichter bij de zon wonen slimmer zijn dan anderen? (uitvoerig zie hier).
Christiaan Huygens’ “Cosmotheoros”  (hier de tekst online) lees ik als een ironische tekst, in ieder geval in de passages waar Huygens sterk in detail treedt over de planetenbewoners, en hen exact dezelfde ontdekkingen toeschrijft die hij zelf heeft gedaan.

In zijn Cosmotheoros stelt Huygens zichzelf en de lezer de filosofische vraag: zijn wij mensen absoluut uniek? Zijn antwoord heeft twee componenten: ten eerste vindt hij dat uiterst onwaarschijnlijk. Ten tweede vindt hij de aanname dat wij de enigen zijn uiterst onbescheiden, wat ook nog een hoogst persoonlijk aspect heeft: als wij mensen de enigen zijn met kunst, wetenschap en zelfbewustzijn, dan zou Huygens zelf – als een van de allergrootsten, en als een van de voorhoede van de wetenschap en als baanbrekende denker – een Übermensch of als een haast goddelijk wezen moeten zijn. Zo kan en wil hij zichzelf niet zien, en daarom schrijft hij alles wat juist hij zélf kan -telescopen bouwen, astronomie, wiskunde en muziek(theorie) bedrijven- ook toe aan de andere “Planetenbewoners”, met komisch-ironisch resultaat.

 Christiaan Huygens over buitenaardse wezens

(zie hier meer over de ironie in “Cosmotheoros”)

Met de hulp van analogie-”bewijzen” kan Huygens aantonen, dat de buitenaardse wezens astronomie en wiskunde bedrijven en ook musiceren en zich bezig houden met details van de muziektheorie, in mooie huizen wonen en zich ook moreel op ons niveau bevinden.

 

 Christiaan Huygens over buitenaardse wezens

 

Later hebben Lessing en Immanuel Kant weer leuke parodieën op Huygens en zijn buitenaardsen en zijn analogie-“bewijzen” geschreven; wie hier meer over wil weten kan het nalezen in mijn Duitse tekst over Huygens.

Brandpunt had een paar maanden geleden een item over het SETI-institituut ( “Search for Extraterrestrial Intelligence”) in California en de zoektocht naar buitenaards leven.

Kosmoloog Paul Davies, een medewerker van het SETI heeft een boekje geschreven over de vergeefse speurtocht van het SETI-institituut:

The eerie silence/ Are we alone in the universe? (2010)

Davies bekritiseert het SETI  vanwege de antropocentrische en naïeve werkwijze van het instituut. Hij beargumenteert dat buitenaards leven, als het al bestaat, een vorm kan hebben die wij ons niet kunnen voorstellen.

Maar omdat wij nog helemaal niet weten hoe leven ontstaat en ook niet hoe waarschijnlijk het is dat het leven überhaupt ontstaat kunnen we helemaal niets zeggen over de waarschijnlijkheid van buitenaards leven.

In het hoofdstuk A brief history of aliens komt ook Christiaan Huygens en zijn Cosmotheoros langs.  

Een filosofisch en artistiek interessante en uitermate hilarische vraag – die blijkbaar ook vanavond in het Labyrintradio zal worden aangeraakt-  is : wat zouden wij aardbewoners willen mededelen aan de eventueel gevonden extraterrestrials, en in welke taal, op welke wijze?

Bijvoorbeeld zo: Pioneer Gouden Plaat ?

Davies is van mening dat de beste taal voor communicatie met aliens de wiskunde zou zijn.

Wiskunde als de taal van het universum. Ook Galilei en Huygens waren al ervan overtuigd, dat het universum geschreven is in de taal van de wiskunde. De wiskunde was voor Huygens en voor zijn vriend Leibniz al belangrijker dan God, omdat God volgens hen niet zonder de wiskunde kon.


 Maria Trepp

woensdag, 14 maart 2012

Maria Trepp

Maria Trepp

Twitter

Nederland en de Israëlische kolonisten

In politiek, satire, antisemitisme, eu, israel, kolonisten, cijfers, de, europese, en meer.

Twee bij elkaar genomen verwarrende krantenberichten vandaag (14-3-2012) over de relatie tussen Nederland en de Israëlische kolonisten.

Ten eerste:

De NRC meldt “Nederland wekt opnieuw ergernis EU over Israël

De Nederlandse regering sluit zich als enige niet aan bij de kritiek van EU-landen op geweld van Israëlische kolonisten. Deze ongebruikelijke positie heeft tot grote ergernis geleid bij diverse Europese landen. Het is bijzonder dat minister Uri Rosenthal (Buitenlandse Zaken) zich zo expliciet tegen de Europese aanpak keert, maar het past in een patroon. Rosenthal stelt zich in Europees verband steeds nadrukkelijker op als bondgenoot van Israël. Niet eerder leidde die opstelling tot een geïsoleerde Nederlandse positie.

In een geheim rapport van de Europese diplomatieke vertegenwoordigingen in Jeruzalem en Ramallah, signaleren diplomaten een „alarmerende” toename van het geweld door kolonisten. Ze schrijven onder meer dat de Israëlische nederzettingen illegaal zijn volgens internationaal recht en dat die een twee-statenoplossing „onmogelijk” maken: een Palestijnse staat naast Israël. Cijfers van de Verenigde Naties laten volgens het rapport zien dat het aantal aanvallen door kolonisten tegen Palestijnen in 2011 verdrievoudigd is tot 411.

Het ministerie van Buitenlandse Zaken liet via de Nederlandse diplomatieke vertegenwoordiging in Ramallah weten dat het primaat voor deze kwestie niet aldaar mag liggen en dat Nederland derhalve een „algemeen voorbehoud op de gehele tekst” maakt. Onderaan het Europese rapport staat dit ook vermeld: „NL places a general reserve on the document.” Dat is ongebruikelijk. In tegenstelling tot zijn EU-collega’s trekt minister Rosenthal de kwestie direct naar zich toe.”

“Diplomaten wijzen erop dat alle [21] Europese vertegenwoordigingen in Jeruzalem en Ramallah de kritiek op Israël onderschrijven. Een Europese diplomaat: ‘Wat we waarnemen is de hardste Nederlandse houding ooit, een houding die in wezen overeenkomt met de hardste opstelling binnen Israël.’ “

 

Ten tweede:

De site van de NRC meldt vandaag ook:

De VPRO haalt het online spel ‘De Kolonisten van de Westelijke Jordaanoever’ uit de online archieven

In het ‘spel’ moest de bezoeker als kolonist proberen het aantal nederzettingen op de Westelijke Jordaanoever uit te breiden. Je kon punten scoren met de ‘Anne Frank-kaart’ of de ‘Ahmadinejad-kaart’ spelen om te voorkomen dat er terrein verloren ging. De speler kon daarvoor zijn “Joodse gierigheid” en “typische handelsgeest” inzetten.

kolonisten antisemitisch spel Nederland en de Israëlische kolonisten

 

Verschillende organisaties noemden het spel “antisemitisch”, zo meldde The Jerusalem Post vandaag. Ook het CiJo, de jongerenorganisatie van het het Centrum Informatie en Documentatie Israël (CIDI), vond het spel misplaatst. Voorzitter Joël Serphos in NRC Handelsblad:

“Er wordt gebruik gemaakt van hele traditionele antisemitische opvattingen. Ze hadden net zo goed op Stormfront kunnen staan [...] De VPRO zegt dat het om satirische kritiek op het nederzettingenbeleid gaat, maar daar klopt niets van.”

 

Ik heb mij niet in de kwestie van het spel verdiept, maar het lijkt me geen goed idee dit soort makkelijk mis te verstaan spelletjes op internet te zetten, ook al is de bedoeling satirisch.

Beide “kolonisten”-berichten laten extreme houdingen zien, de een niet veel beter dan de ander.

De bovenstaande  tekst staat ook op mijn Duitse blog

Maria Trepp

vrijdag, 9 maart 2012

Maria Trepp

Maria Trepp

Twitter

Alexander Calder: Cirque Calder en speelgoed

In kunst, alexander calder, circus, cirque calder, gemeentemuseum den haag, mondriaan, performance, speelgoed, tentoonstelling, en meer.

Dit voorjaar is een groot overzicht van Alexander Calder (1898-1976) in Nederland te zien in het Gemeentemuseum in Den Haag:

 

Alexander Calder

De grote ontdekking

11 februari 2012 t/m 28 mei 2012

“De grote ontdekking” draait om het legendarische bezoek van Alexander Calder aan het atelier van Piet Mondriaan in Parijs in 1930. Dit bezoek markeert een keerpunt in Calders carrière; het opent zijn ogen voor de abstracte kunst.

In 1926 verhuisde de Amerikaan Alexander Calder, technicus en kunstenaar, naar Parijs, waar hij een studio opbouwde in het Montparnasse. Toen hij in Parijs woonde werd Calder vriend met een aantal avant-garde kunstenaars, waaronder Joan Miró , Jean Arp en Marcel Duchamp.

Cirque Calder en speelgoed

In 1926 begon Calder speelgoed te maken. Later dat najaar begon Calder  zijn Cirque Calder te creëren, een miniatuur circus die op ouderwetse wijze gemaakt was van draad, touw, rubber, textiel, en andere gevonden voorwerpen.  Hij maakte veel verschillende circusartiesten, van slangenmensen tot zwaardslikkers en leeuwentemmers.

 Alexander Calder: Cirque Calder en speelgoed


Het circus met is ontworpen om in koffers te passen, is draagbaar en maakte mogelijk dat Calder overal kon optreden. Hij gaf geïmproviseerde shows, die het gedrag van een echte circus nabootsten. Al gauw werd zijn Cirque Calder populair bij de Parijse avant-garde.

calder circus 4 Alexander Calder: Cirque Calder en speelgoed

 Alexander Calder: Cirque Calder en speelgoed

Clips van performances zijn te vinden op youtube  en ook te zien in het Gemeentemuseum. In het Gemeentemuseum is ook Calders simpel-charmant spelgoed opgesteld.

De Cirque Calder kan gezien worden als het begin van Calders belangstelling voor zowel draadsculptuur alsook kinetische kunst. Calder ontwierp al sommige van de personages in het circus voor een performance opgehangen aan een draad, bijvoorbeeld de trapezkunstenaars. Het waren echter zijn experimenten met zuiver abstracte beeldhouwkunst, na zijn bezoek bij Mondriaan in 1930, die leidden tot zijn eerste echte kinetische beeldhouwwerken. Dit bezoek staat dan ook centraal in de tentoonstelling, waar het atelier van Mondriaan is nagebouwd.

Calder had een scherpe blik voor de technische balans van sculpturen en benutte deze voor het ontwikkelen van de kinetische beeldhouwwerken, die Duchamp de ultieme bijnaam “ mobiles” gaf, een Franse woordspeling die zowel “mobile” alsook “drijfveer” betekent.  Calders kinetische gebalanceerde beeldhouwwerken worden beschouwd als een van de vroegste uitingen van een kunst die bewust afweek van het traditionele idee van de kunst als een statisch object. Hij integreerde de ideeën van beweging en verandering als esthetische factoren.

over de mobiles zie Blewbird

 

Deze tekst staat ook op mijn Duitse blog
Maria Trepp

donderdag, 8 maart 2012

Het menu: Gelukkige huisvrouw

In het menu, niet op voorpagina, carice van houten, de gelukkige huisvrouw, psychiatrische kliniek, angst, bezig, de, de deur, en meer.
Zelden heb ik een Nederlandse actrice zo’n goede acteerprestatie zien leveren als Carice van Houten in de rol van de gelukkige huisvrouw Lea. Alleen al de manier waarop ze de zware bevalling speelt is niet van echt te onderscheiden, terwijl Carice bij mijn weten nog nooit een kind heeft gebaard. In de psychiatrische kliniek zie je haar bij binnenkomst denken: “in welke wereld ben ik nu in vredesnaam terecht gekomen?” De film laat op een authentieke wijze zien hoe de gekken die haar in het begin angst inboezemen gaandeweg ontroerende personen worden die op de primaire manier van een kind uiting geven aan hun gevoelens. De vrouw die zich gillend aan Lea vastklampt is in feite het kind van drie dat niet van haar moeder gescheiden wil worden. Maar dan in een volwassen lijf. De film draait de wereld geleidelijk om. Lea krijgt in de gaten hoe haar naasten in het normale leven krampachtig bezig zijn om bepaalde gevoelens buiten de deur te houden. Jarenlang liep ik bij het verlaten van mijn straat tegen een spreuk op een muurtje aan: gek zijn zij die het niet zijn. Een mooiere visualisatie van deze tekst heb ik tot nu toe niet gezien.

zondag, 26 februari 2012

Maria Trepp

Maria Trepp

Twitter

Christiaan Huygens, Copernicanisme en katholieke kerk

In christiaan huygens, oba, borelli, katholieke kerk, saturnus, schaalmodel, tycho brahe, galilei, maan, en meer.

Christiaan Huygens’ laatste tekst Cosmotheoros  (1698) is een populair-wetenschappelijke tekst die het copernicaanse wereldbeeld verdedigt en illustreert; een tekst uit de vroege Verlichting, die samen met andere geschriften als die van Fontenelle (Entretiens sur la pluralité des mondes Gesprekken over de vele werelden,1686) aan het begin stond van de sterke popularisering van de wetenschap.

De verdediging van het copernicaanse systeem was aan het einde van de 17e eeuw zeker nog nodig.

Hoewel Galilei al overtuigd was dat zijn astronomische waarnemingen het heliocentrische wereldbeeld van Copernicus ondersteunden was er in de 17e eeuw nog geen dwingend bewijs voor de Copernicaanse visie op de wereld: alle waarnemingen, zoals als de manen rond Jupiter en Saturnus of de Venus-fasen waren ook met het  geocentrische model van Tycho Brahe compatibel, waarin de zon en de maan om de aarde draaien, en de andere planeten rond de zon.

Het was pas James Bradley die in 1729 de beweging van de aarde ten opzichte van de sterren kon aantonen, en daarmee het geocentrische model definitief kon weerleggen.

De katholieke Kerk hing in de tijd van Huygens nog het model van Tycho Brahe aan.

tychobrahesystem Christiaan Huygens, Copernicanisme en katholieke kerk

Model van Tycho Brahe waarin de zon en de maan om de aarde draaien, en de andere planeten rond de zon

Het model van Copernicus was verboden sinds 1616; dit verbod werd pas in 1822 opgeheven.

Huygens zelf ontmoette met zijn Systema Saturnium  (1659) weerstand bij de inquisitie.

Toen Huygens in 1659 zijn waarnemingen aan Saturnus, de nieuwe maan Titan en het ring-systeem, in Systema Saturnium publiceerde,  raakte hij in de problemen met de katholieke kerk, en werden zijn bevindingen beoordeeld als ketters, omdat deze het stelsel van Copernicus ondersteunden.

De jezuïet Honoré Fabri en de instrumentmaker Eustachio Divini publiceerden een weerlegging van de waarnemingen en theorieën van Huygens, waarop deze met een verdedigingsschrift kwam.

Uiteindelijk kwam een evaluatiecommissie onder leiding van Giovanni Alfonso Borelli tot de conclusie dat Huygens gelijk had.

Namens de commissie werd een schaalmodel van Saturnus en zijn ring gebouwd, en dit werd dan vanuit de verte met een telescoop bekeken, waarbij men precies de waargenomen verschijningen van Saturnus vond.

borelli modell model saturn huygens Christiaan Huygens, Copernicanisme en katholieke kerk

 

Deze tekst staat ook op mijn Duitse Huygens-blog

Maria Trepp

Maria Trepp

Twitter

Affaire VU-RTL4-Eyeworks samengevat voor Duitsers

In media, oba, eyeworks, medische ethiek, privacy, realitytv, rtl4, vu medisch centrum amsterdam, amsterdam, en meer.

De volgende tekst over VU/RTL4 staat in vertaling op mijn Duitse blog (Unethische Filmaufnahmen in der Amsterdamer Universitätsklinik VU medisch centrum):

“Het VU medisch centrum Amsterdam ligt van alle kanten onder vuur, nadat woensdag bekend was geworden dat het ziekenhuis zonder toestemming filmbeelden heeft laten maken van patiënten bij de spoedopvang. Door medewerking te verlenen aan het realityprogramma “24 uur: tussen leven en dood” zou het ziekenhuis moedwillig de privacy van patiënten hebben geschonden.

Het tv-programma “24 uur: tussen leven en dood” is door tv-maatschappij Eyeworks in productie genomen in opdracht van RTL Nederland. Plaats van handeling is de afdeling Spoedeisende Hulp van het VU medisch centrum in Amsterdam, dat kosteloos meewerkte aan het realityprogramma.

De opnamen vonden plaats van 20 januari tot en met 5 februari 2012. In die periode waren in totaal 35 op afstand bestuurbare camera’s geïnstalleerd. Elf behandelkamers waren uitgerust met verdekt opgestelde camera’s, die veel leken op bewakingscamera’s.

Critici spreken van onethisch gedrag: de camera’s draaiden al op het moment dat patiënten binnenkwamen en medewerkers luisterden ongevraagd mee met vertrouwelijke gesprekken. Het feit dat tv-personeel in witte ziekenhuiskleding was gestoken, zou patiënten ook op het verkeerde been hebben gezet.

Vanuit een oogpunt van medische ethiek staat vooral ter discussie of het beroepsgeheim geschonden wordt, als camera’s de behandeling van patiënten tot in de regiekamer observeren, ongeacht of daar opnamen van worden gemaakt. Ook het feit dat medewerkers van productiemaatschappij Eyeworks in witte jassen over de afdeling liepen, lijkt achteraf geen handige zet in de propagandaoorlog die nu is losgebarsten.”

Bron: NRC, Volkskrant 24-2-2012

donderdag, 23 februari 2012

Selçuk Akinci

Selçuk Akinci

Twitter Youtube GR

De Sabbat en het Recht

In opinie en commentaar, politiek, groenlinks, religie, tweede kamer, gehad, gemeenschap, gevaar, grondwet, en meer.

Raam in de Schneider-synagoge in Galata, Istanbul

Mijn oog viel op een onschuldig ogend berichtje op pagina 6 van het NRC-Handelsblaadje van gisteren. Het OM gaat in beroep tegen een vonnis waarin een orthodoxe Jood is vrijgesproken van een boete van 60 euro voor het tijdens de Sabbat niet bij zich dragen van een id-bewijs. Het bericht eindigt met een citaat van GroenLinks-Kamerlid Tofik Dibi, die het vonnis „de omgekeerde wereld” noemt. Volgens Dibi wordt ‘religie begrensd door de wet’ en niet andersom. Met die uitspraak begaat hij een dubbele denkfout.

Het vonnis van de Haagse kantonrechter dateert eigenlijk al van een week geleden, maar is door de carnavalsdrukte aan mijn aandacht ontsnapt. Wat is er nu precies aan de hand? Op een bewuste vrijdagavond is na zonsopgang een orthodoxe man gevraagd zijn id-bewijs te tonen. De man kon dit niet, aangezien de orthodox-joodse leefregels voorschrijven dat het tijdens de Sabbat niet is toegestaan iets anders bij je te dragen dan de kleding die je aan hebt. Dit voorschrift komt uit het eerste van twaalf tractaten van de Seder Mo’eed, waarin staat voorgeschreven hoe men zich dient te gedragen op bijzondere dagen in het jaar. In dit eerste tractaat, Sjabbat geheten, staat als laatste van de 39 verboden dat het een Jood niet is toegestaan voorwerpen van het private domein naar het publieke domein te dragen, of andersom.

De Joodse man heeft de politie vervolgens toestemming gegeven thuis zijn rijbewijs op te halen en daarmee zijn identiteit vast te stellen. Desondanks kreeg hij later een boete van 60 euro voor het overtreden van de wet op de identificatieplicht. De man tekende daartegen bezwaar aan en uiteindelijk kwam de zaak voor de Haagse kantonrechter. Die oordeelde dat de Joodse man de politie in de gelegenheid had gesteld zijn identiteit gemakkelijk en binnen een uur te controleren en sprak hem vrij van verdere vervolging. Het gevolg: ophef in de Kamer, een OM dat in hoger beroep gaat en onder meer deze reactie van Tofik Dibi: „Het lijkt de omgekeerde wereld. Elke religie is begrensd door de wet en de wet wordt niet begrensd door religieuze overtuigingen”.

Die uitspraak is maar ten dele waar. Allereerst garandeert Artikel 6a van onze grondwet iedereen het recht zijn godsdienst of levensovertuiging, individueel of in gemeenschap met anderen, vrij te belijden. Daar voegt datzelfde artikel wel aan toe dat dit recht geldt behoudens ieders verantwoordelijkheid volgens de wet. Bij een brede wetsinterpretatie kun je stellen dat hiermee bedoeld wordt dat het een ieder vrij staat een godsdienst te belijden zolang hiermee de rechtsorde maar niet in gevaar gebracht wordt. De Haagse kantonrechter meent dat aan die verantwoordelijkheid, het respecteren van de rechtsorde, tegemoet gekomen is, doordat de man de politie binnen een redelijke termijn in de gelegenheid stelde zijn identiteit te controleren. De rechter: „Van belang hierbij is uiteraard ook dat het wettelijk voorschrift dat de verdachte heeft overtreden slechts een overtreding betreft (dus geen misdrijf) en dat de identiteit van de verdachte op zijn aanwijzing op gemakkelijke wijze binnen een uur kon worden vastgesteld.”

De denkfout die Dibi maakt, is dat het gedrag van mensen, dus ook hun religieuze handelen weliswaar is begrensd door de wet, maar dat deze begrenzing nooit in absolute termen opgelegd mag en kan worden. In het Nederlandse rechtssysteem is de rechter er immers niet alleen om de wetsteksten te interpreteren en toe te passen, maar ook om de omstandigheden van een overtreding mee te wegen. Zou een rechter dit niet doen, kunnen we voortaan net zo goed een computer alle rechterlijke vonnissen laten uitschrijven. Hier is dus geen sprake van een ‘omgekeerde wereld’, maar van twee botsende werkelijkheden waarbij het aan een rechter is om tot een genuanceerd oordeel te komen. Dibi zou dit als geen ander moeten begrijpen, aangezien juist hij, terecht, pleit voor soepele toepassing van de wet als het gaat om bijvoorbeeld, een kinderpardon voor langdurig in Nederland wonende minderjarige asielzoekers. Te meer aangezien bij de behandeling van de wet op de identificatieplicht in de Tweede Kamer het probleem voor orthodoxe Joden al aan de orde is gekomen en door toenmalig Minister Donner is toegezegd dat de politie in de handhaving van de wet wel rekening zou houden met de speciale positie van deze groep („Er zijn wel uitzonderingen. We hebben het gehad over de problematiek van orthodoxe joden op de sabbat. In dat soort situaties kan ik me voorstellen dat je die mogelijkheid nog geeft bij de handhaving”).

De tweede fout van Dibi is wellicht nog veel belangrijker. Met zijn reactie scheert Dibi namelijk langs, en stapt hij wellicht zelfs over de voor de democratie zo belangrijke scheidingsgrens tussen de machten. Het is, of was in ieder geval lange tijd, usance om als volksvertegenwoordiger geen commentaar te leveren op uitgesproken vonnissen. Dit goed gebruik is in een toenemend gepolariseerd klimaat bij velen weliswaar niet meer erg in de mode, maar van een GroenLinks-politicus verwacht ik beter.

Dibi zou nog kunnen beargumenteren dat zijn commentaar niet was gericht op het vonnis, maar op een kennelijk niet voldoende dwingend omschreven tekst in de wet op de identificatieplicht. Hoewel dit argument op basis van de wetsteksten moeilijk hard te maken is, zou Dibi, mocht dat het geval zijn, dus pleiten voor een strenger omschreven id-plicht. Ook dat is ongeloofwaardig, aangezien GroenLinks bij uitstek de partij is die juist grote moeite heeft gehad met de invoering van deze wet.

Overigens was het niet alleen Dibi die in zijn commentaar op dit vonnis een in mijn ogen dubieuze positie innam. Een Kamermeerderheid van VVD, PvdA, PVV, D66 en GroenLinks heeft opheldering gevraagd aan de minister. Met de tweet van D66-Kamerlid Boris van der Ham als voorlopig dieptepunt: „God boven de wet? Nee. Godsdienst is niets meer dan een van de vele meningen, en is begrensd door zelfde overheidswetten.”

In het huidige politieke klimaat lijkt de seculiere meerderheid een religie gelijk te stellen aan een mening. Terwijl religie gelijk gesteld dient te worden aan een levensovertuiging die verder gaat dan een persoonlijke opinie. Het gaat immers ook om een aangenomen set gedragsregels die in dit geval hun oorsprong vinden in een dieperliggend godsgeloof. De samenleving, en daarmee de wet, dient rekening te houden met en ruimte te bieden aan mensen met een levensopvatting deze na te leven. Daar gaat artikel 6 in de grondwet ook over. Daarmee hoeft aanhangers van religie niet méér rechten of méér vrijheden te worden toegekend dan anderen. Maar erkenning van de benodigde ruimte te kunnen leven volgens de eigen regels, zonder dat daarmee de rechtsorde wordt aangetast, zou niet te veel gevraagd mogen zijn. Zeker niet voor een land waarin de vrijheid van godsdienst zo’n beetje is uitgevonden.


zaterdag, 18 februari 2012

Maria Trepp

Maria Trepp

Twitter

Rembrandt, de brillenverkoper en de Vijf Zintuigen

In kunst, leiden, oba, brillenverkoper, gouden eeuw, rembrandt, vijf zintuigen, koppen, acties, en meer.

De gemeente Leiden en museum De Lakenhal hebben een schilderij van Rembrandt verworven. Het gaat om het vroegst bekende schilderij van de Hollandse meester, ‘Brillenverkoper′ uit 1623-1624.

 Rembrandt, de brillenverkoper en de Vijf Zintuigen

“De Brillenkoper getuigt al onmiskenbaar van de artistieke uitdagingen waarmee Rembrandt (Leiden, 15 juli 1606 – Amsterdam, 4 oktober 1669) gaandeweg beroemd zou worden: de contrasten tussen licht en donker, de losse verftoets en de levensechte koppen van de hoofdfiguren. Het schilderijtje maakte oorspronkelijk deel uit van een serie van vijf kleine paneeltjes, met als onderwerp de vijf zintuigen. Twee van de drie overgebleven schilderijen (het ‘gevoel’ en het ‘gehoor’) bevinden zich in een particuliere collectie in New York. Het derde paneel (het ‘zicht’) wordt straks, met de verwerving door de stad Leiden en Museum De Lakenhal, voor het Nederlandse cultuurbezit behouden. Vanaf 17 februari zal de nieuwe aanwinst in een speciale presentatie in het museum te bewonderen zijn.”

Het thema van de vijf zintuigen speelde in de Nederlandse prentkunst en schilderkunst een belangrijke rol. De vijf zintuigen werden op een karakteristieke maar voor ons vaak niet meer begrijpelijke manier vertegenwoordigd.

In Tot lering en vermaak, Betekenissen van Hollandse genrevoorstellingen uit de zeventiende eeuw schrijft E. de Jongh:

Sedert de oudheid tot in de 17de eeuw werd over de zintuigen overwegend in ongunstige termen geschreven. Niet alleen in de leer van Plato werden de zintuigen als onbetrouwbaar veroordeeld, ook andere wijsgerige systemen hebben het waarnemen, in feite elke vorm van waarneming, als bedrieglijk opgevat. In de middeleeuwen en renaissance beschouwde men de zintuigen vanuit christelijk standpunt als de verbindingswegen waarlangs alle mogelijke slechtheid en zonden de menselijke geest binnendrongen. In de loop van de 17de eeuw evenwel zou er in deze argwanende houding enige verandering optreden onder invloed van het zich ontwikkelende empirisme, dat alle kennis wilde funderen in de ervaring. Voor deze wijsgerige richting golden de zintuigen niet zozeer als zondig, maar eerder als leveranciers van informatie en bewijsmateriaal”

En Noël Schiller schrijft over Rembrandts Vijf Zintuigen: [mijn vertaling en bewerking]

Tal van versies van de Vijf Zintuigen werden door kunstenaars in de Noordelijke Nederlanden gemaakt tijdens de eerste decennia van de zeventiende eeuw.

In deze tijd begonnen kunstenaars in Haarlem en Amsterdam figuren uit de midden- of lagere klasse in een kleine scene te schilderen voor een aanschouwelijke verbeelding van de zintuiglijke waarneming.  Daarvoor had men dit onderwerp allegorisch en symbolisch benaderd.

De jonge Rembrandt was een van deze artistieke vernieuwers die een serie van kleine panelen schilderden met de verbeelding van de Vijf Zintuigen. In het geval van Rembrandt zijn groepen van drie hoofdfiguren uit de lagere klasse afgebeeld bij de uitoefening van een aan een zintuig gerelateerde activiteit: de figuren zingen in “Gehoor”, worden onderworpen aan een procedure om de “steen der dwaasheid” te verwijderen in  “Gevoel” , en kopen brillen in “Zien”.

 Rembrandt, de brillenverkoper en de Vijf Zintuigen

 

 Rembrandt, de brillenverkoper en de Vijf Zintuigen

Rembrandts figuren zijn bezig met hun acties en hebben weinig aandacht voor de kijker.

 

Deze tekst staat in vertaling op mijn Duitse en mijn Engelse blog


Maria Trepp

donderdag, 16 februari 2012

Hans Verbeek

Hans Verbeek

Hyves Twitter

Travelling twice the speed of sound…

In doem, met een gouden randje, duurzaamheid, energie, grenzen aan de groei, inzicht, snelheid, vervoer, geluid, en meer.
… it’s easy to get burned Laatst hoorde ik een oud lied van Crosby, Stills en Nash op de radio: Just a song before I go. De tekst werd geschreven in 1977, toen het gewoon was om sneller dan het geluid te vliegen. Vliegtuigbouwers ontwierpen vliegtuigen, die nog sneller zouden vliegen dan de Concorde. Maar [...]

maandag, 6 februari 2012

Robert Giesberts

Robert Giesberts

Nééé Sneeuw!

In wijken, communicatie, informatievoorziening, ns, sensitiviteit, informatie, kracht, media, nederland, en meer.

bron: NH dagblad

Dat was toch we de leukste grap die ik hoorde in de afgelopen dagen: dat de naam NS is ontstaan omdat een directeur naar buiten kijkend de vlokken zag dwarrelen en uitriep: Nee Sneeuw!

Het bekritiseren van NS en Prorail dreigt een nieuw winters familievertier te worden. Samen met het dromen over de elfstedentocht. Sinds de falende dienstregeling en informatievoorziening vrijdag wordt het gezelschapsspel weer met veel bravoure gespeeld. Het is ontegenzeggelijk waar dat NS en Prorail in vele opzichten hebben gefaald. Vooral de informatievoorziening lag er te vaak, te lang uit of was gewoon niet correct. Hoe kan dit nadat men van eerdere ervaringen zo veel heeft kunnen leren?

Het lijkt er op dat NS en Prorail zich vooral op technisch gebied hebben willen beteren. Het programma voor het verkleinen van het aantal wissels en het maken van een aangepaste dienstregeling: het zijn technische oplossingen. Vast terecht, maar niet één op één een antwoord bij wat het publiek steeds zo stoort: geen of onjuiste informatie bij incidenten op het spoor. Daar lijkt de energie niet voor te zijn ingezet. De gedachte was blijkbaar dat met de technische oplossingen het probleem van de communicatie als vanzelf ook opgelost zou zijn. Hoe ijzig koud is de realiteit!

Telkens als er met de dienstregeling iets mis gaat valt me bij de NS op dat:

  • er altijd nieuwe talking heads zijn. Niemand krijgt de kans gezag op te bouwen. Directeur Meerstadt lijkt gereserveerd voor het acht-uur journaal van NOS (ook RTL?) maar niet consequent. En hij werd vrijdag met een slechte boodschap op pad gestuurd en daardoor kwetsbaar in het ongewoon kritische interview van Sacha de Boer.
  • NS en Prorail treden nooit gezamenlijk op. Dit voedt het makkelijke frame van twee giganten die elkaar in de weg zitten. Ook al gaven ze elkaar niet de schuld afgelopen vrijdag en zaterdag, de media deed wel verslag vanuit het aloude beeld dat ze zaten te zwartepieten. Waarom vrijdag niet een gezamenlijke persconferentie gegeven? Dat is heel gebruikelijk bij crises. Ondanks de verschillende verantwoordelijkheden komen overheid en nooddiensten tekst en uitleg geven.
  • NS en Prorail onderschatten keer op keer de kracht van de spotlights. Wat zij als een incident beschouwen is in de publieke opinie en media al crisis. Dit levert veel miscommunicatie op.

In de kritiek op de slechte prestaties van afgelopen dagen valt ook weer te horen dat het allemaal anders moet: dat NS en Prorail moeten fuseren of er een andere (Zwitserse?) vervoerder moet komen. Dit zijn loze vergezichten: je koopt er geen garantie voor dat het echt anders zal gaan.

Ik zou, buiten alle crisisgevoelige maanden om,  als NS en Prorail geld steken in een nationale versie van het TV-programma Rail Away. Laat zien waar je mee bezig bent. Versterk de al algemeen gegroeide waardering voor NS. Laat, zoals bij de Noord/Zuid-lijn met succes is gebeurd, de machinisten en monteurs vertellen hoe hun werk er uit ziet. Dit uiteraard afgewisseld met mooie plaatjes van Nederland vanuit de trein of van buitenaf. In zomers en winterse landschappen…

De belangrijkste les nu is echt te leren van gemaakte fouten. NS heeft veel vertrouwen opgebouwd in de afgelopen jaren.  Dit soort barre tijden van falen verspilt al het opbouwde vertrouwenskapitaal te makkelijk. Doodzonde, niet efficiënt. Meer sensitiviteit voor beleving en beelden bij NS’ers, reizigers en media zal helpen om de communicatie te verbeteren en reizigers in de crises die ongetwijfeld blijven plaatsvinden, beter te informeren.

zaterdag, 28 januari 2012

Marten Zoetbrood

Marten Zoetbrood

Linkedin Twitter DWARS

De Oude Meester

In tekst, de, eerste, idee, kerk, meester, muur.

De afgelopen week moest ik opeens weer aan mijn oude meester Lans denken. Als kale, stevige, maar vriendelijk ogende man van in de veertig, had ik hem in de zesde klas van de Rooms-katholieke basisschool. Vooral zijn uilenbrilletje en stevige handdruk kan ik mij goed herinneren. Hoe oud zal ik geweest zijn? Een jaar of negen a tien, denk ik.

Een klassieke, bijna ouderwetse, meester was het. Je moest hem dan onder andere ook met U aanspreken. De sfeer van het klaslokaal, gelegen naast de Rooms-katholieke kerk, was stoffig: hoge plafonds, dito ramen, landkaarten en schoolprenten aan de muur. Naast de standaard lessen, rekentafels, grammaticaregels en topografie, leerde hij ons ook het Wilhelmus, eerste en zesde couplet, en het “Onze Lieve Vader”.

Het was immers een Rooms-katholieke basisschool. Ook al was het merendeel ‘niet gelovig’, zowel van de docenten als leerlingen.

Twee verzen waren het. Het eerste deel moest iedere dag een ander reciteren. Op alfabetische volgorde natuurlijk; ik was als laatste aan de beurt. Het tweede deel moesten we klassikaal opzeggen.

Eén regel moest ik laatst opeens aandenken:”Leid ons niet in bekoring, maar verlos ons van het kwade.”
Als negen jarige had ik geen flauw idee wat bekoring was, maar verlossen worden van het kwade, dat wilde iedereen toch wel. Bekoring stond blijkbaar het verlossen worden van het kwade in de weg. Dus ik wilde niet in bekoring raken.

Daar moest ik aan denken. Nu ik ouder ben wil ik namelijk eigenlijk niets lievers dan in bekoring raken.

vrijdag, 27 januari 2012

Gerben Kappert

Gerben Kappert

Linkedin

Stefan Verwey – Titel zoekt boek

In boekbesprekingen 2011, boeken, boeken 2011, boekrecensie, cartoons, lezen, stefan verwey, volkskrant, de volkskrant, en meer.

Stefan Verwey - Titel zoekt boekStefan Verwey – Titel zoekt boek

Uit de Volkskrant ken ik zijn cartoons al. Altijd de moeite waard, in de boekenbijlage. Twijfel was er dus niet toen ik dit boekje in de opruimingbak tegenkwam. Naast de computer liggend, las ik elke keer tijdens het opstarten een paar cartoons.

Verwey beheerst de kunst die slechts weinigen onder de knie hebben. Met weinig woorden veel zeggen. Peter van Straaten kan het ook. Een plaatje, altijd een prominente plek voor (een) boek(en), een klein stukje tekst en er zit een heel verhaal achter. Het verhaal is duidelijk, maar tegelijkertijd geheel ter eigen interpretatie. Dan ben je volgens mij een groot kunstenaar.

Citaat: “Waarom niet net zoiets als Potter, maar dan helemaal anders” (p.44)

Nummer: 11-026
Titel: Titel zoekt boek
Auteur: Stefan Verwey
Taal: Nederlands
Jaar: 2001
# Pagina’s: 112 (8345)
Categorie: Cartoons
ISBN: 978-90-6169641-4

Meer:
Wikipedia
Auteurspagina bij de Harmonie
Titel zoekt boek bij de Harmonie
Vele cartoons via Google


woensdag, 25 januari 2012

Christian Jongeneel

Christian Jongeneel

Hyves Linkedin Twitter Youtube

Curator Watt krijgt geen gelijk

In muziek, rotterdam, beperking, betalen, de, gemeente, tekst, rechtbank, uitspraak.
1802

De rechter heeft gesproken: de curator van Watt krijgt geen gelijk bij zijn vordering dat de gemeente Rotterdam verantwoordelijk is voor de aangerichte schaden en dus moet betalen aan de schuldeisers. Grosso modo geeft de rechtbank twee argumenten.

Juridisch technisch is het argument dat enkele schuldeisers vanaf het begin goed op de hoogte waren van de situatie bij Watt, zodat hun vorderingen niet terecht zijn. Omdat de curator namens alle schuldeisers optreedt en dus enkele daarvan geen schuldeiser zijn, sneuvelt de vordering namens alle schuldeisers. De rechtbank laat expliciet open of er andere schuldeisers zijn, die wel de gemeente aansprakelijk kunnen stellen.

De tweede gaat over de reikwijdte van de door de gemeente afgegeven garantie. De tekst van de garantie geeft geen beperking in tijd, maar de rechter lijkt mee te gaan in de interpretatie van de gemeente dat de garantie ophield zodra WaterFront aan het roer stond bij Watt. De interpretatie van WaterFront is altijd geweest dat de garantie zich ook uitstrekte tot lijken die nadien nog uit de kast vielen (zeker toen bleek dat de gemeente zelf een enorm lijk verstopt had, waarschijnlijk uit vrees dat WaterFront zou afhaken als we ervan wisten).

Of en zo ja hoe er nog een vervolg komt, is niet duidelijk. We gaan eerst met z’n allen de uitspraak eens goed bestuderen. Wat er ook gebeurt, een groot poppodium krijgt Rotterdam voorlopig niet.

zondag, 22 januari 2012

Claire Vaessen

Claire Vaessen

Twitter GR

Finland 2

In actualiteit, persoonlijk, finland, nederlands, bedrijf, de, eerste, europa, facebook, en meer.

Helsinki januari 2012Na twee weken Finland met een dik pak sneeuw, prachtig, helder en toch zacht weer, nu weer klaar voor werk en politiek. Ter afsluiten wat leuke wist-je-dats over Finland:

Ouders moeten hun pasgeboren kind binnen vier maanden bij de burgerlijke stand aangeven en een naam geven. Tot dat moment heet een jongetje formeel Poika + achternaam van de moeder. Poika = jongen.

Dat de Nederlandse export vooral naar landen binnen Europa gaat is goed te zien aan het assortiment in de supermarkten. Zeker de helft van de producten komt uit Nederland. Zelfs op producten met alleen Finse tekst zie je soms nog een woordje Nederlands dat men vergeten is te vertalen.

Het computerspel Angry Birds is niet van Amerikaanse, maar van Finse makelij: verslavend, grappig, goedkoop. En Nokia is niet Japans, maar Fins. Het bedrijf is genoemd naar het stadje (iets groter dan Culemborg) waar het ooit begon.

Huizen hebben wel driedubbel glas, maar iedereen heeft ook een (gemeenschappelijke) sauna. Mijn indruk is dat er veel energie verspild wordt. Buiten is het koud, maar binnen wordt hard gestookt en is het veel warmer dan in huizen en winkels in Nederland.

Toch blijkt Finland ambitieus te zijn: de huizen die vanaf 2020 gebouwd worden moeten allemaal energieneutraal zijn. Een enorme opgave voor zo’n koud land dat zelfs aandacht kreeg op de Nederlandse radio

Scheiding van plastic heb ik niet gezien, maar wel scheiding van karton (inclusief melkpakken) en gewoon papier. Er is statiegeld op wijnflessen en jampotten.

Zout om gladheid te bestrijden is in het Finse klimaat niet effectief en kan zelfs meer gladheid veroorzaken. Kleine steentjes zijn het alternatief. Het werkt en is volgens mij een stuk milieuvriendelijker.

Om de zichtbaarheid van de politie te vergroten en meer contact met de bevolking te krijgen is de Finse politie begonnen met een radiostation op internet. De politie is ook actief op Facebook, Twitter en YouTube.

Volgens de Failed States Index is Finland sociaal, economisch en politiek het fijnste land ter wereld. Nederland staat op de 12e plaats.

De Finse NOS, Yle, maakt op internet het nieuws toegankelijk voor iedereen: in het Fins, Engels, in binnenlandse talen, in talen van buurlanden. Maar waarom ze dat ook in het Latijn doen???

Het nieuws in Eenvoudig Nederlands. Dat idee zou, wat mij betreft de NOS, van Yle zou mogen overnemen. Aanbod van nieuws in Eenvoudig Fins is een fantastisch instrument voor volwassenen die de taal nog aan het leren zijn, de uitspraak willen oefenen en een kleine woordenschat hebben; inburgeraars, anderstaligen en laaggeletterden dus. Het Finse nieuws is in gemakkelijker taal te lezen en wordt tegelijkertijd in langzamer tempo voorgelezen.

Vandaag was overigens de eerste ronde van de presidentsverkiezingen. In de tweede, beslissende ronde, zal de kandidaat van de Nationale Coalitiepartij (in de eerste ronde 37% van de stemmen) het opnemen tegen de kandidaat van de Groene Liga (19%)

Aantal berichten op deze pagina: 30. De berichten op deze pagina zijn niet ouder dan 2853 uur (118,9 dagen). Berichtgemiddelde: 0,3 bericht per dag, 1,8 per week.

Volgende pagina

Pagina: 1 2 3 4