zaterdag, 4 februari 2012

René Kerkwijk

René Kerkwijk

Hyves Linkedin Last.fm Twitter Youtube GR

Saamhorigheid

In default, sneeuw, televisie, brood, infrastructuur, kranten, politici.
Alle kranten, televisie- en radioprogramma’s gaan over sneeuw en de chaos op wegen en het spoor. Veel journalisten zullen er hun dagelijks brood mee verdienen. Daarbij zijn zij vooral op zoek naar de mopperende reiziger en politici die daar gretig op in springen. Laten we niet zo moeilijk doen. Ons overgeorganiseerde land vol infrastructuur is [...]

maandag, 16 januari 2012

Tom van den Nieuwenhuijzen

Tom van den Nieuwenhuijzen

Hyves Twitter GR

VARA Kanniewaarzijn over fietsenstallingen

In gemeenteraad, tom, fietsen, fietsenstalling, gemeente, rondvragen, televisie, duurzaamheid, groenlinks, en meer.

Naar aanleiding van de rondvraag die GroenLinks heeft gesteld over de fietsen die uit de bewaakte fietsenstallingen die de gemeente gratis aanbiedt gestolen worden, heeft het programma ‘Kanniewaarzijn’ van de VARA besloten daar aandacht aan te gaan besteden. Woensdag 11 januari hebben zij daarvoor opnames gemaakt bij de fietsenstalling bij Winkelcentrum Woensel.
Hierbij komen in ieder geval beheerders/toezichthouders van de stallingen aan het woord, gebruikers, een gedupeerde waarvan de fiets gestolen is, ikzelf naar aanleiding van mijn vragen én tot slot is er gevraagd om een reactie van de gemeente. Binnenkort te zien bij de VARA.

Gerelateerde blogs:

  1. Bewaakte fietsenstalling moet veilig zijn.
  2. Misbaksels, fietsbakken of een fietsenrek?
  3. Duurzaamheid in Eindhoven

woensdag, 11 januari 2012

Léon Dekkers

Léon Dekkers

Hyves Twitter

Alles gaat stuk

In blog, eten en drinken, huis, portugal, almoster, houtkachel, houtworm, muur, olijfolie, en meer.

De grote olijfoogst

 

Al toen we voor het eerst onze quinta gingen bekijken hadden we zin in de olijfoogst. 

Nu zijn we de eigenaar (ja echt het is geregeld!!!) en zijn we dus de trotse bezitters van zo’n 40 olijfbomen. Dat bomen moet ik maar gelijk even ontkrachten trouwens.

Dat zit zo. Iedereen kent die prachtige, dikke en grillige stammen van de olijfboom. Prachtig maar hoe wordt ie nu zo? Van zelf dus niet is het antwoord. Doe je niets aan een olijf wordt het grote, dikke en ondoordringbare struik. Alleen door heel veel snoeiwerk van alles wat uit de grond of te laag op de stam groeit creëer je de illusie van en mooie boom. Zaak is dan het bij te houden anders gaat eigenwijze stuk hout gewoon weer vanuit de grond groeien onder het moto: ik ben een struik, ik ben een struik!

Als je dat nu ondercontrole hebt moet je ook nog zorgen dat hij niet te ver naar boven doorschiet want anders drogen de takken gewoon in. 

Op het jonge hout gaat de olijf bloeien en zal hij uiteindelijk olijven gaan dragen. Die zijn rechtstreeks van de boom overigens volstrekt oneetbaar.

Nu was het dan zover. De oogst ging beginnen. Ans en Jacques stonden nog op onze camping en ook papa was over komen vliegen. Ik had ondertussen zeilen voor de grond gekocht dus we konden aan de slag.

 

Al na enkele ogenblikken stond onze buurvrouw op de oprit. Vol interesse keek ze toe op de werkzaamheden. “Muito bom, mas….” / Heel goed, maar…

Na een korte cursus oogsten en een hele lading nieuw materiaal konden we nu echt aan de slag. Conclusie met 4 man een hele dag druk in de weer zijn levert je 53 kilo olijven op. Dat was de oogst van 4 bomen. Dat schiet dus niet op.

 

De volgende dagen was het weer gewoon kl*ten dus geen oogst meer. Onze opbrengst van de eerste dag was toen alleen natuurlijk nog geen olijfolie.

 

Daarvoor moesten we naar Almoster. Daar staat de moinho (molen) voor de olijven uit de streek. Concept is tamelijk eenvoudig. Je brengt er je olijven heen, zij persen die volgens ambachtelijke methode. Wij krijgen dan per 10 kilo 1 liter olie, de rest is voor hen. Zo verdienen zij hun geld.

Het persen gebeurt door de olijven eerst te malen. De pulp wordt op rieten matten gelegd die vervolgens onder grote druk worden geperst. Wat dan overblijft is pulp en olie!

 

Onze 53 kilo leverde een overweldigende hoeveelheid van 5,3 liter ongefilterde olie op. Winkelwaarde ongeveer 7 euro. Maar de smaak is geweldig!!!

 

 

 

Stuk, alles gaat stuk!

 

Nooit heb ik het idee gehad echt in de wieg te zijn gelegd voor oneindig geluk. Het zal ook wel deels liggen aan het afwezig zijn optimisme. Maar ach, optimisten zijn nu eenmaal slecht geïnformeerde pessimisten!

 

Het laatste jaar, of misschien wel gewoon de laatste 2 jaar, waren niet de makkelijkste uit ons leven. Wekelijks verbaas ik me over de groep mensen die meewerken aan bijvoorbeeld “Ik Vertrek” en dan doen alsof wonen in het buitenland hetzelfde is als eeuwig  op vakantie en nooit meer werken. Dat nooit meer werken klopt vaak wel: de werkloosheid is meestal veel hoger dan in Nederland en de mensen met baan zijn meestal niet vooruit te branden. Dat is ook zo in Portugal. Wat mij betreft is de werkloosheid hier nog niet wat ie zou moeten zijn. Regelmatig sta ik in een winkel en denk ik stuur ze allemaal maar naar huis en ik doe het zelf wel. Beter en sneller, easy!

 

Maar veel erger dan dat is het gevoel wat we de laatste tijd steeds vaker hebben: houd het  dan nooit op!?! Echt alles lijkt stuk te gaan of niet meer goed te werken.

Dak net gerepareerd, nu lekt het op dezelfde plek weer.  Muur compleet behandeld, gestuct en geverfd nu loopt het water er gewoon weer harder uit dan soms uit de kraan. Dat komt vooral omdat het kennelijk heel moeilijk is watervoorzieningen zo te maken dat ze gewoon werken. Dat geldt dan nog meer voor stroom. Stroom valt nog steeds regelmatig gewoon uit. Soms een paar seconden en soms gewoon veel langer. Ter compensatie hebben we overigens een flinke IVA (BTW) verhoging van 6 naar 23% gekregen. Echt goed voor bijvoorbeeld computers is dat natuurlijk niet.

 

Opzoek naar de lek in het dak is de conclusie dat alle dakpannen van het dak moeten. Ze moeten helemaal schoongemaakt en opnieuw geïmpregneerd. En als ze dan toch van het dak zijn kunnen we gelijk alle houtdelen vervangen. Die bevatten nu een complete dierentuin. Houtwormen, boktorren, etc..

 

Onze nieuwe houtkachel staat dagelijks heerlijk te branden. Helaas blijkt dat we de pech hebben dat we een exemplaar hebben gekocht dat niet helemaal ontvet is voor het verven. Nu zit de kachel vol vlekken en moet na de winter opnieuw gespoten. Commentaar van de winkel: hij zag er nog niet zo uit toen jullie hem meenamen. 

 

Op 12 jan. 2012 stopt de analoge televisie in Portugal. Niet erg opzicht uiteraard. We moesten de antenne en kabels toch al vervangen. Een digitale ontvanger kopen was lastiger. De meeste werken op HDMI en onze tv had slechts scart. Na wat proberen bleek dat de toch al zwakke scart-aansluitingen toch echt versleten waren. Repareren is met een oude tv niet meer aan de orde. Nieuwe dus maar.

 

De rij met kleine zaken is verder oneindig. Maar…. het aller, aller aller ergste was wel het stuk gaan van de espressomachine! Mijn grote vriend begon te lekken en verloor veel van zijn druk. Druk heb je nodig voor een mooie cremelaag. Dat is dus niet wat veel mensen denken te drinken met een Senseo. Dat is badschuim en varkensvet! Ondrinkbaar bocht!

De machine moest bij gebrek aan mogelijkheden hier terug naar Nederland. Dat waren vreselijke dagen, zelfs weken met koffie uit een filter. Het smaakte naar de beste reden om Nederland niet te missen: als donker water met ergens iets in de verte van een koffiesmaak. Gelukkig staat ie inmiddels weer trots op het aanrecht, daar waar hij thuis hoort.

 

Oha. Wat ook stuk gaat zijn mijn kiezen. Geen idee waarom precies maar ze breken spontaan af. Ach laat ook maar…

Share

dinsdag, 10 januari 2012

Gerben Kappert

Gerben Kappert

Linkedin

Kees van Beijnum – De oesters van Nam Kee

In boekbesprekingen 2011, boeken, boeken 2011, boekrecensie, katja schuurman, kees van beijnum, lezen, film, geschiedenis, en meer.

Kees van Beijnum - De oesters van Nam keeKees van Beijnum – De oesters van Nam Kee

Het is tragisch dat een boek herinnerd wordt via een moment dat er eigenlijk helemaal niets toe doet. Toch is dat bij dit boek het geval. Ik herinner het me precies. Vlak voor de verfilming uitkwam, stond Katja Schuurman in de Playboy. Een moment waar zo ongeveer alle mannen van Nederland al jaren naar uitgekeken hadden, werd bewaarheid dankzij de rol die Katja speelde. Thera, zo stond ze ook in het mannenblad.

Dus ook al stond het boek in de kast, was het zelfs een zogenaamde ‘lijster’, het boek bleef op de plank. Zelfs de film wilde ik niet zien, aangezien ik al jaren de regel hanteer dat ik het boek eerst wil lezen, voordat ik de film zie. De foto’s hadden mijn netvliezen via het internet allang bereikt, er was dus eigenlijk geen reden dit boek te lezen.

En dat was ook niet helemaal eerlijk, want elk boek verdient een kans. Van Beijnum schijnt best een goede schrijver te zijn, dus was er de kentering eerder dit jaar. De film kwam op televisie. Ik nam ‘m op, maar keek nog niet. Mijn eigen regel indachtig, heb ik het boek eerst gelezen, om de auteur de kans te geven het beeld te bepalen, niet de regisseur. Natuurlijk heb je tijdens het lezen van de naam Thera wel een beeld van de tegenwoordige mevrouw Römer voor ogen, maar verder ben ik onbevooroordeeld het boek ingedoken.

Ik moet zeggen dat ik prettig verrast was. Het verhaal van de jonge Berry die tijdens zijn examenjaar het gymnasium vaarwel zegt en op het verkeerde pad raakt, was een boeiende en interessante geschiedenis. Verkeerde vrienden, tot over zijn oren verliefd op een stripdanseres, ik denk dat vele jeugdigen zich zonder problemen kunnen inleven in de hoofdpersoon.

Buiten dat klopt het verhaal gewoon. De gebeurtenissen die los van elkaar soms absurd overkomen, zijn binnen het verhaal allemaal een logisch gevolg van de voorgaande perikelen. Berry wordt volwassen, Thera worstelt met haar werk en haar gezondheid, zijn vrienden moeten belangrijke beslissingen nemen, zijn familie verliest de grip en valt langzaam uiteen.

En dat allemaal in een boeiende schrijfstijl, een vlot verhaal en genoeg humor om de ellende te verteren. Ik heb met plezier gelezen over de oesters aan de Zeedijk. Toen ik de film later alsnog bekeek, viel die, als verwacht tegen. Redelijke vulling van een avond, maar niet echt herinneringswaardig. Het boek was weer eens beter.

Citaat: “Ik heb nooit een meisje gezien met zo’n backhand. Hij maakte een droog en krachtig geluid, het geluid dat iedere tennisser onmiddellijk zal herkennen als afkomstig van een professionele slag. Maar ik deed nooit mijn ogen halfdicht om dat jonge, veerkrachtige lichaam van haar in gedachten naakt en willig onder mijn handen te kunnen zien.” (p.102)

Nummer: 11-022
Titel: De oesters van Nam Kee
Auteur: Kees van Beijnum
Taal: Nederlands
Jaar: 2000
# Pagina’s: 320 (6847)
Categorie: Fictie
ISBN: 9001-55863-1

Meer:
Site van Beijnum
Liefst 51 boekverslagen op scholieren.com
Film op IMDB


dinsdag, 3 januari 2012

Simon Otjes

Simon Otjes

Last.fm Twitter

Wat is goed politiek drama?

In denenmarken, fictie, politiek, verenigd koninkrijk, verenigde staten van amerika, vergelijkende politiek, abortus, ambtenaren, amerika, en meer.

Goed politiek drama slaat een ongemakkelijke balans slaan tussen drie dingen: politiek realisme, een intrigerend plot en meeslepend politiek idealisme. De schets van hoe politiek werkt, moet kloppen, anders gaat het wringen. We zetten de televisie uit als het niet klopt. Maar wil een politiek drama ons meenemen, dan moet er iets gebeuren, we moeten mee genomen worden in een verhaal. Politiek biedt daar mooie mogelijkheid voor: grote belangen, slimme strategen en intrige op het hoogste niveau. Ten slotte wordt een politiek drama alleen echt interessant als we ons met de karakters kunnen identificeren: als zij zich vol idealisme inzetten voor een betere wereld. Ik wil vanuit dit perspectief naar een aantal verschillende politieke drama’s kijken.

Ideal(istisch)e Politici

The West Wing (1999-2006, wiki, een van de vele prachtige scenes) is de touch stone van political drama. Het volgt President Bartlet, de ideale president: een man met de charme van Clinton, de intelligentie van Keynes en de compassie van Carter. Het team om hem heen, zijn woordvoerders, chief of staff, en speechwriters, doen hun best om van dit Presidentschap een succes te maken. De politieke realiteit is weerbarstig, de Democratische President staat tegenover een Republikeins Congres. Ze weten politieke successen te boeken, maar moeten nationaal en internationaal tegenslagen weerstaan. Alle politici hebben het hart op de juiste plek, maar moeten soms vuile handen maken om meerderheden voor hun wetten te vinden en om de wereld veilig te houden. De serie is geprezen om het realistisch beeld dat het geeft van het Amerikaanse politieke stelsel. De serie komt het meest op gang in de laatste seizoenen als de focus wordt verlegd naar de race om het presidentschap tussen een oude, maar onafhankelijk denkende Republikein en een jonge Democratische kandidaat met een etnische afkomst. Vier jaar voor de verkiezing van Obama weet de serie een boel correcte voorspellingen te doen: zelfs de voorspelling dat de Democratische kandidaat uiteindelijk een tegenstrever zou kiezer voor de post van Secretary of State.

Ik denk dat de grote kracht van The West Wing ligt in de combinatie van twee dingen: een realistisch beeld hoe politiek in Amerika eigenlijk werkt, een aanstekelijk politiek idealisme van de hoofdpersonen die geloven dat ze het land de goede kant op kunnen krijgen. Maar het geniale schrijf- en camerawerk maakt het af: door de snelle dialogen en voortdurend bewegend opgenomen scenes wordt je meegezogen in een dynamische politieke wereld die je wel moet volgen. Het enige minpunt is het overall plot: in de eerste seizoenen zijn er veel “political problem of the week”-afleveringen, het grote plot komt pas met de onthulling dat de President ziek is, maar dit niet heeft vertelt. De makers probeerden een Lewinsky-achtige affaire in hun verhaal te verweven: een President die liegt en daarover verantwoording moet afleggen, en zo zijn presidentschap zwaar beschadigt, maar daar zit een stuk minder intrige achter dan je zou verwachten. In de latere seizoenen de race om The White House, niet zo zeer spannend maar wel enthousiasmerend.

"I may be your archnemesis, but I'll come over for Thanksgiving"

Commander-in-Chief (2005-2006, wiki, eerste scene) probeert het succes van The West Wing te kopieren: een onafhankelijke vice-president van de Verenigde Staten wordt president als de Republikeinse president doodgaat. Ze vindt een vijandig Congres tegenover zich en woelt zich door familieproblemen. Ik heb al eerder geschreven dat deze serie een slechte kopie is.

Seks en Politiek

De Lewinsky-affaire is een grote inspiratie voor filmmakers, veel zoeken de relatie op tussen seks en politiek: de nieuwe film The Ides of March (2011, wiki, trailer) van George Clooney verslaat de primary-verkiezing van een linkse Amerikaanse presidentskandidaat door de ogen van een van zijn jonge, ambitieuze, idealistische aides: die stuit op een politieke schandaal. De kandidaat heeft een kind verwekt bij een campagnemedewerker. De aide helpt de medewerker bij een abortus, maar de druk wordt haar te veel: ze pleegt zelfmoord. De aide gebruikt die informatie uiteindelijk om zelf zijn positie in de campagne zeker te stellen. De film lijkt sterk op Primary Colors (1998, wiki, trailer). De plotten vallen min-of-meer samen: een seksueel schandaal, een aide die het geheim houdt. En zo verliest een jonge politicus zijn naiviteit. De herhaling van deze verhalen is ook niet raar, want President Clinton werd door zulke seksuele schandalen achter volgt. Het fundamentele verschillen tussen de twee verhalen is dat in The Ides of March iedereen alles voor zijn eigenbelang inzet, in Primary Colors komt de politieke volwassenwording heel hard aan, maar verandert de naieve jongeling niet in een slag in een berekende Machiavelli. Dat geeft duidelijk een plus aan Primary Colours voor realisme en idealisme.

"I'll be president in four years, sir"

The American President (1995, wiki, trailer) geeft een veel romantischer beeld van de verhouding tussen macht en liefde. The American President gaat over de opbloeiende relatie tussen de Democratische Amerikaanse President, een wedunaar, en een milieulobbyiste. Hun liefde komt onder politieke druk te staan als het wordt gebruikt door de Republikeinen die het als een test zien van de moraliteit van de president. Uiteraard: in deze romantische komedie overwint de liefde alles. De waarheid over macht en liefde zal wel ergens tussen de cynische thriller Ides of March en de zoetsappige romantische komedie The American President in liggen. Het meest interessante aan deze flim is dat hij vier jaar voor The West Wing is gemaakt en dat een aantal acteurs op opvallende plaatsen opduiken: President Bartlet is nu Chief of Staff.

The Contender (2000, wiki, trailer) focust op ook een seksschandaal, dat weer wordt gebruikt als de toetssteen van de moraliteit van een Democratische politicus: nu van de eerste vrouwelijke kandidaat-vice-president van de Verenigde Staten. De kandidaat wordt door de Republikeinen ervan beticht tijdens haar studietijd seks te hebben gehad om lid te worden van een studentenvereniging. De kandidaat zwijgt. Dit brengt haar kandidatuur in groot gevaar. We komen erachter dat ze het niet heeft gedaan, maar dat ze vindt dat politiek hier niet over mag gaan. Een klassieke clash tussen het idealisme van een Democratische kandidaat en het cynisme van het Republikeinse establishment. Maar geeft een realistisch beeld van hoe schandalen worden gebruikt om kandidaten te breken.

Post-Lewinsky cinema kunnen we het wel noemen. Maar ook andere recente gebeurtenissen hebben ook hun weerslag gehad: de legendarische presidentschappen van Nixon en Kennedy zijn ook verfilmd.

Historisch Realisme

The Kennedys (2011, wiki, trailer) reconstrueert de Amerikaanse politieke machine: de Kennedys. Vader Joe Kennedy heeft maar een ambitie: zelf President van de Verenigde Staten worden. Als dat niet lukt, concentreert zijn ambitie zich op zijn oudste zoon. Als die omkomt in de Tweede Wereldoorlog, dan richt hij zich op zijn een-na-oudste zoon: John F. Kennedy. Kennedy heeft dezelfde krachten en zwakten als zijn vader: een politiek genie, maar in de relatie met vrouwen uitermate onbetrouwbaar. Alle middelen, inclusief keiharde verkiezingsmanipulatie, worden ingezet om verkozen te worden: zelfs de maffia steunt hen. JFK schopt het tot president. We volgen het presidentschap van Kennedy: statesmanship in de Cuban Missle Crisis (ook mooi verslagen in Thirteen Days (2000, wiki, trailer)). De communicatie tussen de wereldleiders gaat in punten en komma’s van officiele verklaringen. En uiteraard het politiek idealisme in de strijd tegen segregatie. We weten dat het presidentschap van Kennedy bloedig eindigt. Zijn broer Bobby neemt de fakel over en betaalt dat ook met zijn leven.

Over het realisme van zulk politiek drama wordt vaak gezeverd: maar dat gaat over kleine details. Het algemene beeld van politiek dat er geschetst wordt klopt. De Kennedys werden gedreven door hun ambitie om seksuele en politieke veroveringen te boeken en om Amerika iets eerlijker te maken. Daarvoor waren alle middelen geaccepteerd. De nationale politieke realiteit blijkt weerbarstig, maar de internationale politieke realiteit is nog weerbarstiger. We delen de politieke ambities van de Kennedys in de strijd tegen segregatie, maar de alle middelen zijn geaccepteerd-mentaliteit gaat soms te ver.

Een alle middelen zijn geaccepteerd-mentaliteit staat ook centraal in All the President’s Men (1976, wiki, trailer) dit volgt de journalisten die het Watergate schandaal ontdekten. Het is misschien niet zozeer een politiek drama als een journalistieke thriller. Ze stuiten via een simpele inbraak in een hotelcomplex op een samenzwering rond de Republikeinse Amerikaanse president Nixon om met het  Democratische hoofdkwartier af te luisteren. Om hun macht te behouden zijn politici tot alles in staat. De journalisten zijn echter oprecht op zoek naar de waarheid … en een goed politiek verhaal. In Frost/Nixon (2008, wiki, trailer) legt Nixon verantwoording af bij de journalist Frost. De interviews

"I'll be prime-minister of Britain one day, I promise"

hebben echt plaats gevonden, maar de verfiliming geeft de context realistisch weer: een sluw politiek genie die een tweede rangs-journalist wil gebruiken om zijn onschuld te bewijzen, en een jonge journalist die zich graag wil bewijzen door een zo groot mogelijke scoop te halen.

Het grote nadeel van zulke films is dat we het einde al weten: je weet dat in de laatste scene van The Kennedys RFK wordt doodgeschoten, je weet dat de wereld niet is vergaan tijdens de Cuban Missiles Crisis en je weet dat, hoe hij het ook probeert te ontkennen, Nixon een crook is.

Maar ook de recente geschiedenis inspireert: Too Big to Fail (2011, wiki, trailer) verslaat een episode uit de Amerikaanse bankencrisis, namelijk hoe in een heel korte tijd de grote banken van Amerika gered moeten worden (het is zo een interessant zusje van de financiele thriller Margin Call (2011, wiki, trailer) over de nacht dat een bank instort). Too Big to Fail geeft een mooi inzicht in hoe de besluitvorming loopt: met niet-meewerkende bankiers, eigenwijze senatoren en grote belangen.

Brits Cynisme

Welke is echte echt en welke een kopie?

De Amerikaanse politiek staat uiteindelijk veraf van wat wij in Europa gewend zijn: een parlementair stelsel met een premier en onafhankelijke professionele bureaucratie. Politici hebben niet het vermogen om de wereld te veranderen, noch de intelligentie daarvoor. Politiek is wat er gebeurt op televisie, terwijl ambtenaren de dienst uit maken. Dat is in elk geval de indruk die we krijgen van de Britse serie Yes, Minister/Yes, Prime Minister (1980-1984, wiki, een klassieke scene). Dit is een klassieke Britse sitcom uit de jaren ’80: een catchphrase, hoge grapdichtheid en niet meer dan drie karakters: de politicus die denkt hij iemand is, maar dat niet is, de sluwe topambtenaar en de aangever, de persoonlijke secretaris van de minister. Maar daar achter zit een cynisch-realistisch beeld van de politiek. Een minister weet in een periode van vier jaar niets te bereiken, de echte macht ligt bij de honderden ambtenaren die er jaren zitten, en in het bijzonder de topambtenaren. Het was de favoriete serie van de toenmalige premier Margaret Thatcher zelf, die een even cynisch beeld had van de overheid.

De VPRO heeft, overigens, recentelijk geprobeerd de serie te kopieren, zonder succes (Sorry Minister, 2009, wiki, een overduidelijk gekopieerde scene).

Yes, I'm Evil

Nog cynischer dan Yes (Prime) Minister is de serie House of Cards (1990, wiki, klassieke scene), To Play the King (1993, wiki, nog zo’n klassieke scene) en The Final Cut (1995, wiki, een laatste klassieke scene). Ik schreef hier al eerder over. Het volgt de fictieve politieke carriere van Francis Urquhart (F.U.) een machiavellistische politicus. Urquhart wil alles doen om zijn macht te vergroten. In House of Cards elimineert hij een-voor-een zijn mogelijke concurrenten als conservatieve partijleider door seksschandalen te creeeren en reputaties van mensen te vernietigen. Het kost uiteindelijk het leven van zijn politieke assistent. Urquhart begint een relatie met een jonge journaliste die geintrigeerd is door het charisma van de macht. Ze komt achter zijn plannen. Urqhart vermoordt ook haar. In To Play the King is Urquhart premier geworden aan gaat hij de strijd om de macht aan met de idealistische koning, die zich verzet tegen het rechtse beleid van de regering. Urqhart dwingt hem uiteindelijk af te treden voor zijn nog zeer jonge zoon. In The Final Cut probeert Urquhart zijn pensioen zeker te stellen door in de laatste dagen van zijn premierschap een oliedeal te regelen waar hij zelf voordeel van heeft. Als dit dreigt uit te komen, laat zijn vrouw, die in de hele serie een soort Lady Macbeth is geweest, hem vermoorden om zijn reputatie te bewaren. Dit niveau van intrige gaat veel verder dan echte politiek, of zelfs de Amerikaanse politieke thrillers. Waar in het begin de kijker, net als de jonge journaliste geintrigeerd is door de machtpoliticus Urquhart, eindigt hij als een karikatuur. Deze triologie is een interessante studie van absolute macht, maar staat wel ver van de politieke realiteit.

"I told you I'd prime-minister one day."

Blair werd voor 2003 gezien als een politicus van een ander slag dan de cynische conservatieven. Een man die als geen ander kan communiceren, mensen enthousiast kan maken voor een progressief verhaal. In het drieluik The Deal (2003, wiki, laatste scene), The Queen (2006, wiki, trailer) en The Special Relationship (2010, wiki, trailer) zien we hoe Tony Blair, een jonge ambitieuze hervormer, begint aan een politieke carriere onder mentorschap van de norse Gordon Brown, die door Blair wordt gezien als de natuurlijke partijleider. Hij groeit uiteindelijk boven Brown uit. Blair kan premier worden. De relatie verzuurt: in de politieke realiteit is The Deal nodig tussen de twee. Eerst acht jaar Blair, dan de kans voor Brown. The Queen begint met het aantreden van Blair, die zich tegenover de Britse Koningin moet verhouden. Het opent met een prachtige scene waarin de Koningin een jonge Blair, die net de verkiezingen heeft gewonnen, terecht wijst over het protocol: Blair mag de Koningin niet vragen hem te benoemen als premier. De Koningin moet hem vragen premier te worden. De dood van Prinses Diana is een schakelpunt: Blair weet het publieke sentiment na de dood van Diana veel beter in te schatten dan de koele afstandelijke Koningin. Blair moet de Koningin overtuigen menselijkheid te tonen. The Special Relationship focust op de relatie tussen Blair en Bill Clinton. Clinton nodigt de Blair, als leider van de oppositie uit in het Witte Huis. Hij ziet in Blair een mooie mogelijkheid om een gelijkgezinde centre-left progressive politicus aan de macht te helpen. Clinton geeft Blair advies als hij eenmaal premier is geworden. De twee leiders komen in conflict over Kosovo. Blair wil veel harder ingrijpen dan Clinton. Dat wil hij uit politiek idealisme: de wereld moet vrij worden gemaakt van dictatuur. Hij forceert Clinton, die ondertussen door seksschandalen politiek is verzwakt, om in te grijpen. Twee jaar later is een verzuurde Clinton president af en zoekt Blair een nieuwe relatie met Bush. De politieke kernboodschap van de drie films is dat politiek niet over grote idealen of grote schandalen, maar over persoonlijke relaties gaat. Blair groeit iedere keer als leerling boven zijn meester uit, wat de relaties onder druk zet.

"Another actor to play Blair, how dare you."

Een aanzienlijk cynischer beeld van het premierschap van Blair spreekt uit uit de Amerikaanse film the Ghost Writer (2010, wiki, trailer). De film gaat over een ghost writer die de memoires moet schrijven van een voormalige Britse premier. De premier, een duidelijke kopie van Blair, was heel populair in eigen land en bij de Amerikaanse regering. Zijn reputatie is echter onder druk gekomen vanwege zijn steun aan de War against Terror. De schrijver komt erachter dat de premier letterlijk door de Amerikanen aan de macht geholpen is: in zijn studietijd is hij gekoppeld aan een vrouw die hem stimuleerde om premier te worden en daar het Amerikaanse belang te dienen. Een vermakelijke speculatie, maar geen diepzinnige politieke analyse. Een soort Manchurian Prime Minister eigenlijk (cf. Manchurian Candidate 1962, 2004, wiki, wiki, trailer, trailer)

Van Eigen Bodem

Twee Bernhards

In Nederland hebben we het ook geprobeerd: politiek drama van onze eigen bodem. Den Uyl en de Affaire Lockheed (2010, wiki, trailer) volgt de Nederlandse premier Den Uyl die probeert een schandaal rond de Kroon te voorkomen. Het conflict tussen de linkse idealen van Den Uyl en de politieke realiteit worden mooi weergegeven door Den Uyl zowel te volgen in zijn eigen familie, waar zijn eigen zoon Den Uyl veroordeelt voor het creeeren van een doofpot en op het Paleis, waar hij keihard met de politieke realiteit wordt geconfronteerd. De affaire en Den Uyl spelen een bijrol in Bernhard, Schavuit van Oranje (2010, wiki, trailer). Dit legt vrij realistisch het politieke leven van Bernhard langs het politieke leven Maxima. Bernhard, geniaal gespeeld door Daan Schuurmans, vindt zichzelf eigenlijk te groot voor Nederland: tijdens de Tweede Wereldoorlog werkt hij mee met staatslieden, in het na-oorlogse Nederland wordt zijn positie steeds marginaler. Maar de sluwe vos weet, zo speculeert de serie op basis van het script van Thomas Ross, een laatste zet te maken: hij haalt Maxima naar Nederland om de zwakke kroonprins bij te staan, zoals ook hij ooit naar Nederland is gehaald om de zwakke kroonprinses bij te staan.

Dat is wel een hele subtiele verwijzing.

Een stuk zwakker is Vox Populi (2008, wiki, trailer). Het volgt de politiek leider van RoodGroen (ja, dat is een heel subtiele verwijzing), Jos Fransen, die in een midlife crisis is beland. Via de nieuwe vriend van zijn dochter komt hij in contact met “gewone burgers”. Hij merkt dat hij het goed doet in de peilingen als hij de taal van deze gewone burgers uitslaat op televisie. Maar daarmee breekt hij wel met zijn eigen politieke programma. De peilingen en zijn affaire met een stagaire slaan hem naar de bol. En uiteindelijk besluit hij te migreren. De film is weinig realistisch: het gaat uit van populistisch idee dat er een kloof tussen burger en bestuur is en dat kiezers naar iedere politicus neigen die daarover heen stapt. Wat de film precies wil zeggen over politiek is mij onduidelijk: het lijkt me eerder een film over een man in een midlife crisis die toevallig politicus is. Het enige interessante is het hoge aantal cameo’s van ‘echte’ politici, journalisten en opiniemakers.

De Burcht

Een Nederlandse The West Wing is er dus niet. Het meest dichtbij komt Borgen (vanaf 2010, wiki, bijbehorende website). Borgen volgt de Deense politica Birgitte Nyborg, die onverwacht premier wordt. We volgen de complexe relaties tussen politici, de media en voorlichters en de reprecussies van politieke carrieres op het thuisfront. Nyborg, de leider van de sociaal-liberale partij Moderate wordt onverwacht premier, als de leider van de grote sociaal-democratische partij en de leider van de grote liberale partij verwikkeld raken in een moddergevecht over politieke schandalen op de laatste dagen van de verkiezingen. Nyborg vormt een minderheidskabinet van groenen, sociaal-democraten en sociaal-liberalen dat soms steun moet vinden bij de uiterste linkse Solidarisk Samling en soms bij de centrum-rechtse Ny Nojre. Binnen de coalitie staan de weinig sympathieke sociaal-democraten, die zich als de natuurlijke machtspartij zien, klaar om Nyborg een dolk in de rug te steken. Het partijenstelsel is overduidelijk gebaseerd op het Deense, maar doet sterk denken aan het Nederlandse stelsel: van rechtse xenofobe populisten tot regenteske sociaal-democraten, het is wel heel herkenbaar. De serie wordt soms gezien als politiek naief omdat Nyborg nogal amateuristisch is en er vaak alleen voor lijkt te staan, maar Nederlandse politici zijn allemaal amateurs. Tegelijkertijd volgt het plot de jonge journaliste Fonsmark, wiens carriere een plotseling sprong maakt. Zij probeert haar onafhankelijke journalistieke positie te beschermen tegen de druk van de politieke macht en niet altijd welwillende collega’s. Ze worden verbonden door Kasper Juul, de sluwe spindokter van de premier: een echte machtspoliticus die prachtige speeches kan schrijven en die een relatie had met Fonsmark.

De serie is gemaakt door de makers van The Killing, een politiethriller. En dat is het enige nadeel: er is een grote neiging om lijken naar beneden te gooien als een soort Deus Ex Machina. De serie opent met de politiek assistent van de liberale premier die sterft in de kamer van Fonsmark (met wie hij een relatie heeft) en voor zijn baas belastend bewijs achterlaat voor Juul om te vinden. En zo zitten er wel meer weinig realistische thriller-achtige twists en turns in.

Veel realistischer is de weergave van de relatie tussen seks en macht. De premier en haar man groeien uit elkaar: hij moet zijn carriere opgeven voor haar. Zij heeft het veel te druk om intiem te zijn met hem. Het huwelijk valt uitelkaar: niets geen spannende one-night-stands maar een opdrogend huwelijk.

We zien een prachtig en herkenbaar beeld van politiek achter de schermen in een parlementair stelsel. Hierin probeert de premier trouw te blijven aan haar sociaal-liberale idealen, terwijl de media en haar coalitiepartners dat proberen te dwarsbomen. Een prachtige serie dus, het enige probleem is dat de schrijvers denken dat ze bovenop alle politiek ook nog een extra dramatisch plot nodig hebben, dat niet bijdraagt aan het politieke verhaal.

In Conclusion

De meest realistische films zijn de historische drama’s. Het minst realistisch zijn volgens mij Vox Populi en The Manchurian Candidate. Het meest idealistisch zijn The Contender en The West Wing. Een hele serie films en series zijn uitermate cynisch. Het spannendst is The Contender, samen met Primary Colors, Ides of March en House of Cards. Daarin kan je echt niet voorspellen hoe het plot zich ontwikkeld. Commander in Chief, Yes, Prime Minister/Sorry, Minister en Vox Populi zijn aanzienlijk voorspelbaarder. Dat geeft een tie aan de top (The Contender/The West Wing) en een duidelijke verliezer: Vox Populi.

donderdag, 22 december 2011

Jolanda de Vreede

Jolanda de Vreede

Twitter

Wetenschap en politiek gaan niet samen

 

Wetenschap en politiek gaan niet samen. Wat ze gemeen hebben is dat beide in het slop zijn geraakt bij de grote massa. Populisme is in en het antwoord blijft uit. Op een uitzondering na.

Tenslotte gaat het er in de politiek om de gemeenschap te dienen, wat betekent dat het toegepaste ethiek is.” Vaclav Havel in zijn rede ter gelegenheid van zijn eredoctoraat aan de Harvard Universiteit in 1995.

Politici met grote woorden winnen terrein, degenen die daar tegen met feiten komen, gebaseerd op wetenschappelijk onderzoek, voeren een steeds wanhopigere strijd tegen het verlies van stemmen. Jarenlang schoten de debatclubs en –cursussen, waar je leerde elkaar met zo sterk mogelijke feiten om de oren te slaan, als paddenstoelen uit de grond. De nieuwe trend is speechen. Monoloog. Je mening geven op een vlammende manier. En de premier moet tegenwoordig bovenal ‘leiderschap’ tonen.

Ik stel het nog sterker: wetenschap en politiek helpen elkaar om zeep. Het doel van wetenschap is een heel andere dan van politiek. Wetenschap probeert zo meetbaar mogelijk aan te tonen hoe de wereld is, politiek verlangt een visie van hoe de wereld zou  moeten zijn, zo stelt de Rotterdamse cultuursocioloog Houtman. Wat dat betreft is politiek net religie en dat lijkt wereldwijd niet af te nemen. De behoefte aan zingeving is groot. Daarop reageren met feiten is kansloos. Kiezers zitten niet te wachten op feiten: ze willen de weg weten. Een idee, een mening, die staat vast. Wetenschap staat per definitie niet vast.

Ten eerste is wetenschap niet objectief. Populaire onderwerpen waarmee gescoord kan worden, worden vaker onderzocht en onderzoek moet betaald worden en ook hier geldt: wie betaalt, bepaalt. Dit zorgt ervoor dat wetenschap geen solide basis is voor een politiek debat.

Ten tweede is het voor wetenschappers een grote uitdaging elke theorie omver te werpen. Zeker in de sociale wetenschappen is controle van de peergroup enorm. Voor de kwaliteit van de wetenschap is dit uitstekend, maar de argeloze krantenlezer ziet het ene na het andere onderzoek goed onderbouwd afgeserveerd worden. En da’s nou net waar een kiezer niet op zit te wachten. Die wil vertegenwoordigd worden door iemand die weet hoe het zit en niet door iemand die met feiten komt die een dag later obsolete zijn.

Het is de behoefte die Max Weber Gesinnungsethik noemde. Hoe meer men zich een anoniem deel van de maatschappij gaat voelen, hoe groter de behoefte aan ‘gesinnung’, aan zingeving. Elk individu wil gezien worden, individualisme en persoonlijk authenticiteit zijn op het moment heel belangrijk. Tegenover de modernisering en rationalisering van deze tijd staat als tegencultuur de PVV.

Het is terug te vinden in de kunst: films gaan over persoonlijke roem, status en succes. De romantische tegencultuur van de jaren ’60 van een selecte club kunstenaars, filosofen en andere linkse hobbyisten, is doorontwikkeld tot een commercieel succesvolle cultuurindustrie. Lees meer hierover in dit artikel met veel voorbeelden. De romantische cultuurkritiek van de hippie staat nu mateloos populair tegenover de wetenschappelijk-technologische samenleving. Gevoel herkend te worden is veel belangrijker dan feiten.

Wordt politiek dan beter zonder feiten? Politiek is gebaat bij een stevige visie op de lange termijn. We zien in Europa dat vooral wordt geregeerd op basis van de wensen van de toekomstige kiezer en die kan de boel niet overzien. Juist daarom laat hij zich graag vertegenwoordigen. Weber: “politiek bedrijven is net als gaten boren in hard hout: het eist een krachtige hand en veel geduld, hartstocht en evenwichtigheid.”

En over de politicus: “Alleen hij die zeker weet dat hij er niet aan te gronde gaat wanneer de wereld – vanuit zijn standpunt bezien – te dom of te gemeen is voor wat hij haar te bieden heeft, alleen hij die ondanks dat alles kan zeggen ‘en wat dan nog?’ die heeft een roeping voor de politiek.”

Havel tot slot: “Het is bij uitstek een opdracht voor politici. De belangrijkste taak van de huidige generatie van politici is, naar ik meen, niet om zich bij het publiek door de beslissingen die ze nemen of door hun glimlach op de televisie bemind te maken. […] Hun rol is het hun verantwoordelijkheid te aanvaarden voor de kansen voor onze wereld op lange termijn en zo een voorbeeld te stellen voor de mensen die hen aan het werk zien. Het is hun verantwoordelijkheid onverschrokken vooruit te zien, zonder angst voor de afkeuring van de massa en hun werk te doordrenken met een geestelijke dimensie […]

Havel: de kunstenaar, de filosoof en linkse hobbyist. Hij wist hoe dat zat met politiek. Een grootse staatsbegrafenis komt hem meer dan toe.

 

 

vrijdag, 25 november 2011

Raymond van Es

Raymond van Es

Dode dagen

In persoonlijk, dood, foto's, gewoon, huis, internet, jeugd, lezen, ouder, en meer.
De dagen lijken soms eindeloos als je aan huis gebonden bent. Gelukkig is het in mijn geval maar tijdelijk. Ik zit drie maanden thuis vanwege een gebroken been. Door mijn gebroken been heb ik ook relatief weinig fut om dingen te doen. Ik lees wat, ik surf wat op internet, ik schrijf eens wat, ik kijk wat televisie. Zo breng ik mijn dagen door. Alles wat ik doe gebeurt binnen die paar vierkante meter van mijn huis. Dat is het ergste; dat ik niet zelfstandig de deur uit kan. Dat geeft erg het gevoel dat ik opgesloten zit. Ik voel me soms net een gevangene die zijn dagen aftelt. De dagen lijken leeg en dood. Het zijn dode dagen. Dagen van eindeloze verveling. Dode dagen in een dode wereld. Samuel Beckett heeft de verveling op een beklemmende wijze weergeven;

Dode wereld, zonder lucht. Dat zijn ze, je herinneringen. Hier en daar, op de bodem van een krater, de schaduw van verwelkt mos. En nachten van driehonderd uren. Dierbaarste aller lichten, bleek, zwak, minst onbenulligste aller lichten.Wat een ontboezemingen. Hoe lang kan het geduurd hebben, vijf minuten, tien minuten? Ja, niet meer, nauwelijks meer. Maar het schittert er nog van, mijn randje hemel. Vroeger telde ik, telde ik tot driehonderd, vierhonderd, en ook bij andere dingen, bij regenbuien, klokgelui, het gekwetter van mussen in de ochtend, telde ik, of voor niets, zomaar om te tellen, en dan deelde ik door zestig. Dat verdreef de tijd, ik verslond het heelal. Nu niet meer. Men verandert. Als men ouder wordt.


Het is de verveling van de eindeloze slapeloze nachten; 'nachten van driehonderd uren'. Nachten waarin je in je bed ligt te woelen en je in een eindeloos zelfgesprek wacht tot het ochtend wordt. Het zijn de eindeloze dagen die maar niet voorbij willen gaan. De wijzers die trager dan slakken voortkruipen over de wijzerplaat. De tijd die toch voorbij blijkt te gaan en ongemerkt zijn sporen achterlaat. In de spiegel zie je de sporen die de tijd heeft achtergelaten. De slakkkensporen van de tijd. Onuitwisbare groeven die zeggen dat je jeugd voorbij is. Voor je het ziekenhuis in ging had je nog een redelijk normaal gezicht. Gewoon de verlopen kop v`n een veertiger. Nu wordt je in de spiegel aangestaard door een doodshoofdaapje. Dit is dus wat er van me overblijft. Een vervallen lichaam, een ruïne. Je kunt jezelf niets meer wijsmaken. Elke dag is een stap op weg naar het graf.
Je telt de 'regenbuien, klokgelui, het gekwetter van mussen in de ochtend' en, zou ik toe willen voegen, het vallen van de bladeren, het zoemen van de koelkast, de minuten op de wijzerplaat, de dagen op de kalender.
De tijd valt weg in de verveling, of speelt eigenlijk geen rol meer. De tijd is zinloos als deze geen begin of einde kent. Het besef van tijd valt ook weg. De tijd kan eindeloos traag zijn, maar ook aan je voorbijvliegen omdat er geen momenten zijn die je vast zou kunnen houden. De tijd is in de verveling een amorfe duur. Verveling duurt een eeuwigheid.
Normaal gesproken kan je dagen waarop er niets te doen valt breken door even naar buiten te gaan. Gewoon even een ommetje maken, even wat boodschappen doen, even de stad in. Dat alles is niet mogelijk als je aan huis gebonden bent door een gebroken been. Ik kan het huis niet uit zonder hulp. Langzaam aan komt het moment naderbij dat ik weer mobiel ben. Straks zal het normale leven weer een aanvang nemen. Dan zal het me makkelijker vallen de verveling op een afstand te houden.
De verveling begon al in het ziekenhuis. Het verblijf in het ziekenhuis is een eindeloze oefening in geduld. Je komt binnen bij de spoedeisende hulp. Je veronderstelt dat je dus wel een spoedgeval zal zijn. In jouw geval is er van spoed geen sprake. Je ligt eindeloos te wachten terwijl je verrekt van de pijn. Eindeloos wachten tot ze foto's van je been maken, eindeloos wachten tot je been in het gips mag. Vervolgens mag je wachten tot de artsen besloten hebben wat er met je moet gebeuren. Je ligt dan weer eindeloos te wachten op de gang van een ziekenhuis. Je hebt alleen gezelschap van de pijn. Dan krijg je te horen dat je in het ziekenhuis moet blijven en begint het wachten op de operatie. De volgende dag wordt je nuchter gehouden en lig je eindeloos te wachten tot iemand je komt vertellen dat je naar de OK mag of niet. Er komen een paar artsen naar je been kijken en verder gebeurt er niets. Je blijft weer achter met je pijn. Om half zes krijg je te horen dat de operatie die dag niet meer door kan gaan. Je moet nog even wachten. Je moet wachten tot de volgende dag. In de tussentijd kan je eigenlijk niets. Je hebt te veel pijn en bent te suf om echt iets te lezen. Je probeert wanhopig je gedachten te ordenen, maar die vliegen alle kanten op. Er is niets waar je enige troost in kunt vinden. Je bent de macht over je leven kwijt. Je bent overgeleverd aan anderen. Je kunt niets meer zelfstandig. Deze machteloosheid is het ergste. Niets is erger dan de macht over je eigen leven kwijtraken, zelfs als deze macht een illusie is. Gewoon zelf je was en je boodschappen kunnen doen, gewoon zelf kunnen koken, gewoon zelf naar buiten kunnen als jij dat wilt. Naar dit soort dingen kan ik enorm verlangen. Er zijn geen soms geen ingewikkelde bespiegelingen nodig. Vrijheid is het vermogen om te kunnen gaan en staan waar je wilt. Soms heb je niet meer nodig dan dit om je vrij te voelen. Wanneer je gevangen zit blijkt vrijheid heel eenvoudig te zijn. Ik heb een voorproefje gekregen van wat me te wachten staat op min oude dag als mijn lichaam versleten is en me gevangen houdt.
Nog even en ik kan deze ellende weer achter me laten. Het zal gelukkig niet eeuwig duren, al voelt het soms wel zo. Straks kan ik weer naar buiten in de frisse lucht van de vrijheid. Stapje voor stapje ga ik de vrijheid tegemoet. Voorlopig strompel ik nog voort, maar straks stap ik weer voort met kwieke tred. Weer vrij en een ervaring rijker.

dinsdag, 22 november 2011

Robert Giesberts

Robert Giesberts

Sociale media voor emancipatie

In wijken, emancipatie, historici, informatiesamenleving, sociale media, arabische lente, bezig, boeken, cijfers, en meer.

Sociale media is niet de wereldverbeteraar die sommigen er wel eens van maken. In de opvolgende lijn van boeken, boekdrukkunst, telefonie, radio en TV is het gewoon een nieuw medium dat de communicatie helpt. En dan heb ik het over communicatie in technische zin. Want wie er met de ethische of moralistische bril naar kijkt kan al snel tot gesomber vervallen. Zie Geenstijl of Telegraaf.nl, is dan het geluid, dat is toch geen vooruitgang in communicatie? En al die tweets over wie waar is en de onzin waar ze mee bezig zijn. Er zijn bedrijven die met al die informatie goud in handen denken te hebben. Maar er zijn er dus ook, geen bedrijven, die vrezen voor een soort informatie-implosie; door de overdaad berichten, de oneindige menging van bagger met kwaliteit, gaat de informatiesamenleving tenonder. Of iets vergelijkbaars dramatisch. In dit sombere scenario is de informatieconsument een willoos slachtoffer. Een visie die al onhoudbaar is als men bedenkt dat veel van die consumenten ook in een of andere vorm producent zijn. Al is dat, haast ik mij als kanttekening te zeggen, nog steeds wel beduidend een minderheid.  Het gros van de sociale medialen is vooral consument. Zij hebben de macht van de ‘knop’. Die waar Doe Maar al over zong. Zij kunnen vrijuit defrienden en ontvolgen. Ook zij kunnen de stekker eruit trekken, maar met minder gevolgen voor het landsbelang. De vraag is: willen ze dat en wanneer? Of het nu gaat om boeken, radio, TV en telefoon: ze kwamen op, ze groeiden in gebruik, ze werden door sombermensen voorzien van negatieve etiketten, groeiden desondanks, en stabiliseerden op een gegeven moment in gebruik of krompen geleidelijk weer. Zie bijvoorbeeld cijfers van het CBS over jongeren die televisie. Maar goed, dat is kwantiteit. Wat zegt dit over de beleving? Een arige parallel i mischien de cultuur van schotschriften en pamfletten in de 18e eeuw in Nederland. Daar werd toen door tijdgenoten met veel zorgen over gesproken. Nu kan je stellen dat het emanciperend heeft gewerkt in politiek en cultureel opzicht. Er werd identiteit en bewustzijn mee gewonnen. En hebben radio en TV ook niet stimulerend gewerkt op het bewustzijn van de maatschappelijke en politiek-culturele positie? Denk aan de strijd rond de verzuiling en het doorbreken van die schotten. Ook sociale media zal zo een vormend  effect hebben. Het is al enigszins te zien in de Arabische Lente. Waar de digitale saamhorigheid ook burgers aanzette om zelf het heft in handen te nemen. Het is en mooie taak voor de historici en sociologen van de toekomst om de ontwikkelingen  rond sociale media nu in de toekomst te duiden. Ik kijk er naar uit.

zondag, 13 november 2011

Simon Otjes

Simon Otjes

Last.fm Twitter

Paternalisme, Arbeid en Inkomen

In arbeid, inkomen, paternalisme, verdelende rechtvaardigheid, agenda, aow, armoede, belasting, bijstand, en meer.

In de bundel Vrijzinnig Paternalisme pleiten verschillende progressief-linkse auteurs voor een groen en links beschavingsproject. De overheid moet het debat aan gaan met burgers over wat het goede leven is. De auteurs, geleid door Dick Pels, willen hiermee een correctie aan brengen op de liberale koers die GroenLinks onder Femke Halsema heeft ingezet. Zij zou de moraal te veel hebben overgelaten aan het individu.

Het opvallende is dat waar het gaat om praktische politiek de voorstellen van Pels uitermate liberaal zijn en onderbouwd zijn met liberale argumenten. Dit zal ik illustreren aan de hand van het hoofdstuk “Werk, Sociale Zekerheid en Het Goede Leven” waarin Pels samen met Femke Roosma pleit voor het invoeren van een basisinkomen. Ze breken hiermee met de koers van Femke Halsema. Zij schrok in Vrijheid Eerlijk Delen, het stuk waarin ze haar sociaal-liberalisme praktisch uitwerkte, niet terug voor een paternalistische voorstel onderbouwd met paternalistische argumenten: iedereen moest werken omdat dat beter voor hen is. De centrale vraag is: hoe paternalistisch is het vrijzinnig paternalisme van Pels en hoe liberaal het sociaal-liberalisme van Halsema?

Liberalisme? Paternalisme?

Liberalisme houdt in dat de overheid strikt neutraal moet zijn ten opzichte van ideeën van het goede leven. Alle liberalen vinden dat de overheid mensen moet beschermen tegen inbreuken op hun formele rechten. Links-liberalen vinden dat de overheid daarnaast de materiële voorwaarden voor ontplooiing eerlijk moet verdelen.

Paternalisten geloven dat de overheid niet neutraal mag blijven ten opzichte van ideeën van het goede leven. Burgers moeten de ‘juiste keuzes’ maken, omdat dat goed is voor burgers zelf. In essentie zeggen paternalisten: “de overheid weet beter dan mensen zelf hoe ze hun leven moeten inrichten.” Harde paternalisten willen dwang inzetten om mensen daartoe te zetten. Vrijzinnig paternalisme varieert op een van twee manieren op dit thema: ten eerste, omdat vrijzinnig paternalisten niet zeker weten wat het idee van het goede leven is. Zij werpen dit echter niet terug op het individu maar willen een maatschappelijk, democratisch debat over wat het goede leven is. Ten tweede, omdat vrijzinnig paternalisten mensen niet dwingen, maar duwtjes in de goede richting geven: mensen hebben het recht om de verkeerde keuzes te maken, maar ze worden gestimuleerd om de juiste keuze te maken.

De centrale assumptie van Roosma en Pels is dat ieder sociaal stelsel mensen stimuleert om hun leven op een bepaalde manier in te richten. De sociale zekerheid geeft altijd richting aan een idee van het goede leven.  En op dit moment ligt de focus op werk. Roosma en Pels willen door het basisinkomen te introduceren mensen een andere richting geven.

 

Een Vrijzinnig Paternalistisch Pleidooi voor het Basisinkomen

Een basisinkomen is een door de overheid gegarandeerd minimuminkomen dat iedereen krijgt onafhankelijk van of hij of zij werkt of niet. De beste manier om het uit te leggen is dat de AOW-gerechtigde leeftijd verlaagd wordt naar 18. Mensen kunnen daarnaast bijverdienen zoveel als ze willen, maar als ze door een ongelukkige samenloop van omstandigheden, maar ook bijvoorbeeld omdat ze willen zorgen voor hun familie, of gewoon omdat ze lui zijn, (tijdelijk) niet werken kunnen ze altijd rekenen op een inkomen.

De vrijzinnig paternalisten Pels en Roosma hebben een agenda voor het goede leven: dat goede leven bestaat uit een juiste balans tussen werk, vrije tijd, ontwikkeling en de zorg voor anderen. Het basisinkomen kan daarbij helpen omdat het ruimte biedt voor ontplooiing, zorg en scholing. Mensen kunnen de tijd nemen voor scholing, voor de opvoeding van hun kinderen, het verzorgen van hun ouders of zich richten op sport, kunst en wetenschap en toch een (minimum)inkomen hebben. Het kan voor mensen met een baan een manier zijn om arbeid en zorg beter te combineren. Voor mensen aan de onderkant van de arbeidsmarkt geeft het basisinkomen de vrijheid om slecht werk te weigeren. In de huidige arbeidsmarkt kunnen mensen eigenlijk slecht werk niet weigeren omdat ze dan hun inkomen verliezen.

Roosma en Pels vinden hun voorstel paternalistisch omdat het ervan uitgaat dat het legitiem is voor de overheid om zich het welzijn van mensen te bemoeien. Maar die bemoeienis is beperkt. In essentie verandert het basisinkomen de manier waarop we keuzes maken over werk en inkomen. Als mensen besluiten om niet te werken, is het alternatief nu geen inkomen, met het basisinkomen kunnen mensen rekenen op een vast inkomen. Maar voor Roosma en Pels is het basisinkomen niet alleen een financiële maatregel, het is een normatief signaal: de overheid wil dat mensen zich onthaasten. Het voorstel is volgens Roosma en Pels vrijzinnig omdat er geen belemmeringen zijn om slechte keuzes te maken.

 

Het Basisinkomen langs een Vrijzinnige Maatlat

De kern van het betoog van Roosma en Pels is keuzevrijheid. Roosma en Pels willen mensen vrijmaken van arbeidsdwang. Het basisinkomen dwingt niemand om te werken, voor hun kinderen te zorgen of tijd te nemen voor scholing en ontspanning. Het maakt al deze keuzes serieuze opties. Dit gaat uit van een rijker begrip van dwang. Je kan stellen dat de overheid mensen alleen maar dwingt iets te doen, als mensen die zich niet aan de opdracht van de overheid houden, strafrechtelijk vervolgd worden. De overheid dwingt mensen om belasting te betalen: doen we dat niet dan kunnen we worden opgepakt. Je kunt stellen, dat een verzorgingsstaat en de vrije markt op een andere manier dwingt: het wel of niet verkrijgen van een inkomen is daar het beste voorbeeld van. De huidige verzorgingsstaat en arbeidsmarkt dwingen mensen om te werken. Als mensen niet werken, dan hebben ze geen inkomen, en zijn ze veroordeeld tot honger en armoede. In puur formele zin, bestaat de vrije keuze om niet te werken wel, maar is dat geen reële keuze. Mensen moeten werken want anders kunnen ze niet in hun basisbehoeften voorzien. Dat is in mijn ogen ook een vorm van dwang. Door een inkomen te verzekeren heft het basisinkomen deze vorm van dwang op. Het maakt daarmee allerlei opties reëel die slechts formeel bestonden. Mensen kunnen nu besluiten om zich helemaal te richten op de zorg voor hun kind, zonder zich zorgen te maken over de huur. In de kern vergroot het basisinkomen de reële keuzevrijheid van mensen.

Het basisinkomen is vooral goed voor mensen met weinig inkomen: mensen met weinig spaargeld, mensen die net rond komen, zij zitten nu een tredmolen van werk, werk, werk. Ze kunnen niet terugvallen op spaargeld of verlofregelingen als ze uit die tredmolen willen stappen. Als ze het niet redden komen ze in de WW of de bijstand. Deze regelingen gaan uit van het principe van reciprociteit, voor een uitkering staat een tegenprestatie: in de WW moet je solliciteren en dat werk accepteren en in de bijstand geldt steeds meer het principe van work first. Mensen mogen niet uit hun werkritme vallen, want anders komen ze nooit meer aan het werk. Het basisinkomen biedt de zwaksten op de arbeidsmarkt volgens Pels en Roosma meer bestaanszekerheid, maar vooral ook meer keuzevrijheid en grotere autonomie, zonder dat daar de verplichting van een tegenprestatie tegenover staat.

Het basisinkomen kan positieve maatschappelijke gevolgen hebben: onthaasting,meer  tijd voor het gezin, meer ruimte voor scholing, meer actieve beoefening van kunst, sport en wetenschap en beter werk voor mensen aan de onderkant van de arbeidsmarkt. Maar dit gebeurt niet door het principe van dwang, maar door het principe van vrije keuze. Het basisinkomen kan dit gevolg alleen hebben als we uitgaan van een sociaal-liberaal vertrouwen in mensen: als mensen in vrijheid keuzes maken dan zullen dat de juiste keuzes zijn. Vrije mensen kiezen voor zorg, kunst, scholing en onthaasting. Als je mensen vrij maakt dan zullen ze niet kiezen voor niets doen, niet voor televisie, drank en drugs om de verveling door te komen. Mensen zijn van nature geneigd tot ‘het goede’ alleen de samenleving dwingt mensen nu om verkeerde keuze te maken.

Paternalisme (met of zonder bijvoeglijke bepalingen) kunnen we niet bij Roosma en Pels aantreffen: de overheid weet niet beter hoe mensen hun leven moeten inrichten. Als je mensen de vrijheid geeft, dan maken ze de goede keuze. De overheid dwingt mensen nu de verkeerde keuze te maken, door eenzijdig de nadruk te leggen op werk.

 

Een Paternalistisch Pleidooi voor Werk

Ik kan me op het gebied van werk en inkomen wel paternalistischere voorstellen bedenken dan het basisinkomen. Je zou je kunnen voorstellen dat iedereen na een jaar werkloosheid een baan krijgt aangeboden en als ze die niet aannemen de uitkering dan wordt gestopt. Je zou dat kunnen doen omdat je vindt dat mensen economisch zelfstandig moeten zijn, omdat werk goed voor ze is, of omdat je vindt dat niemand uitgesloten mag worden van de voordelen van werk. Dat is de kern van Vrijheid Eerlijk Delen van Halsema. Ik heb al eerder laten zien dat dat voorstel veel dingen is, maar niet liberaal. Roosma en Pels geven de argumenten voor Vrijheid Eerlijk Delen goed weer: de verdedigers hiervan stelden dat mensen niet het recht hebben om geen deel uit te maken van de samenleving. Die deelname maakt ons tot betere mensen. Meedoen is goed voor je. Je onttrekken aan de samenleving is slecht. En een betaalde baan is het hoogste goed. Hiermee sluit Halsema naadloos aan bij het huidige denken over de arbeidsmarkt: iedereen moet (mee) werken. Vrijheid Eerlijk Delen was in de kern een paternalistisch voorstel, waarbij Halsema beter wist wat goed voor mensen was dan de mensen zelf. Neem vrouwen die besluiten om niet te werken als hun kinderen jong zijn. Die keuze hebben vrouwen nu omdat er uitzonderingen zijn in de bijstand voor vrouwen met jonge kinderen. Halsema vond dat vrouwen hiermee hun eigen toekomst op het spel zetten. Door die vrouwen toe te staan te zorgen slaat de overheid een gat in hun CV, waardoor ze als hun kinderen groot zijn, geen werk meer kunnen vinden. Ze missen dan de werkervaring, het werkritme en de opleiding om weer aan de slag te komen. De overheid moet vrouwen behoeden voor de verkeerde keuzes.

 

Liberalisme, Paternalisme en het Basisinkomen

De discussie binnen GroenLinks over Vrijheid Eerlijk Delen ging inderdaad langs de lijnen van liberalen versus gemeenschapsgezinden. Hierbij stond de vraag of mensen moesten werken niet ter discussie: liberaal Halsema en de vakbondsvleugel waren het daarover eens. Halsema was liberaal omdat ze voor het stimuleren van de werkgelegenheid liberale middelen wilde inzetten als ontslagrechtversoepeling. De gemeenschapsgezinden paternalistisch omdat ze mensen wilden beschermen tegen precair werk.

De paternalistische assumpties van het betoog van Halsema zijn slechts door enkelen benoemd. Door te werken ontplooien mensen zich, als mensen beslissen om niet te werken maken ze een ernstige vergissing, waartegen de overheid hen met dwang en drang moet behoeden. Het is opvallend dat het juist Pels, die de liberale koers van Halsema in vrijzinnig paternalistische richting wil bijsturen, het voorstel doet voor het basisinkomen. Dit zou een ontspannen samenleving stimuleren. Maar let wel: een basisinkomen doet dit via de band van vrijwilligheid: als we mensen bevrijden van een door de markt en overheid aangemoedigde arbeidsdwang dan zullen ze de ‘juiste’ keuze maken voor zorg, ontspanning, ontwikkeling en kunst.

Hun voorstel helt wel door naar de vrijzinnigheid en neemt grote afstand van het paternalisme: het basisinkomen vergroot de reële keuzevrijheid van mensen, en in vrijheid zullen ze de juiste keuzes maken. Ik ben, als links-libertair, een groot voorstander van het basisinkomen. Nu de paternalisten van de traditie Halsema nog.

woensdag, 26 oktober 2011

Gerben Kappert

Gerben Kappert

Linkedin

De geluidsman en zijn 417 knopjes

In gerbie's recensies televisie, muziek, classic albums, freaks, muziek, televisie, belangrijk, bezig, boodschap, en meer.

Een geweldig televisieprogramma dat je sporadisch moet kijken is de reeks Classic Albums. Een uur lang kijken vele betrokkenen terug op het Album, dat toen nog gewoon de volgende plaat was, maar dat jaren later ineens een Classic Album bleek te zijn. Muziekfragmenten tussendoor, wat interviews, de geschiedenis wordt geduid.

Vooral degenen die geïnterviewd worden zijn leuk om te zien. Wat ze zeggen is niet eens zo belangrijk, sterker nog, dat verschilt per aflevering nauwelijks. Maar het beeld is toch zo sterk dat ik niet verder durf te zappen.

Zo is er de producer. De man die achteraf verklaart dat hij het allemaal wel zag aankomen. Die voelde dat ze met een bijzonder plaat bezig waren, die de ‘vibe’ wist over te brengen op vinyl. Classic Albums zijn overigens altijd op vinyl uitgekomen. De producer begint dan zijn eigen rol te marginaliseren, terwijl je aan hem ziet dat hij eigenlijk precies het tegenovergestelde bedoelt. Dus hij zegt: “De jongens hadden geweldig materiaal en voelden elkaar perfect aan, het kon haast niet anders dan dat dit een wereldplaat zou worden”, maar ondertussen probeert hij tussen de regels door de boodschap “zonder mij had dit zootje ongeregeld nooit een fatsoenlijke plaat gemaakt en had het nu onder een brug gelegen” over te brengen.

Het onbekende lid van de band komt dan aan het woord. Zo iemand die ’s ochtends bij de bushalte naast je staat, iets te oud aktetasje, net niet passend in dat pak dat gekocht is in de opruiming, waarvan je je niet kunt voorstellen dat hij ooit muziek heeft gemaakt, laat staan dat hij mee heeft gewerkt aan een Classic Album. En hij vertelt hoe trots hij is dat hij dit heeft gepresteerd, dat hij met grote artiesten in een studio stond.

De leukste vind ik altijd de geluidstechnicus. Je ziet hem zo in de lokale kroeg zitten. De moderne jukebox voorprogrammeren en dan achteloos aan de toog laten vallen dat hij nog het geluid heeft gedaan voor het nummer dat op dat moment door de boxen schalt. De stamgasten draaien weg, moeten spontaan naar de wc of krijgen ineens de drang om naar huis te bellen, maar er is altijd iemand die er in trapt en zijn hele verhaal moet aanhoren. In deze reeks krijgt hij de kans zijn verhaal aan miljoenen te doen. Hij gaat zitten achter zijn mengtafel, waar elke leek zich altijd afvraagt waarom er 417 knopjes opzitten, waar een stuk of vier, okay acht, meer dan genoeg lijkt. Dan draait hij wat aan een paar van die knopjes, zet een schuifje omhoog en ineens horen we alleen de achtergrondtrompet. En dan gaat hij ons uitleggen dat die trompet, die niemand ooit eerder gehoord heeft, het succes van dat nummer was. Zijn idee.

Ook grappig is de muziekjournalist. Deze is in de jaren zeventig blijven hangen, zijn haardracht en zonnebril (het interview wordt binnen gedaan) verraden hem (ik schreef eerst: geven hem weg, maar volgens mij is dat een anglicisme). De goede man gaat ons uitleggen waarom dit album precies het album was dat nodig was in die tijd. Hij geeft ons een geschiedeniscollege en probeert ook op die toon te doceren. Helaas vergeet hij dat, hoe goed dit album ook was, de geschiedenis niet verandert door een leuk deuntje. Zijn relativeringsvermogen is compleet verdwenen na dertig jaar in de muziekwereld. Hij weet niet meer wie er president van de VS is, maar kan ons wel vertellen dat over twee maanden de nieuwe CD van Rihanna uitkomt.

Tussen alle talentenjachten en realityshit is Classic Albums een heerlijk programma om een uurtje te blijven zitten.


Simon Otjes

Simon Otjes

Last.fm Twitter

Breng de camera de rechtbank in!

In democratie, kenniskloof, veiligheid, beslissingen, burger, burgers, de telegraaf, delen, frans, en meer.

Veel Nederlanders vinden dat er zwaarder gestraft moet worden. Ze krijgen van de koppen van De Telegraaf mee wat er zoal in Nederlandse rechtbanken gebeurt. Ze blijven over met het gevoel dat “D66-rechters” met hun softe opstelling de veiligheid van hen en hun kinderen in gevaar brengen door de ene na de andere kinderlokker, moordenaar of loverboy met een taakstraf naar huis toe te sturen.

Als mensen meelopen met een rechtzaak en dezelfde informatie krijgen als een rechter dan geven ze gemiddeld een lagere straf dan de rechters zelf. De roep om zwaardere straffen is in de magistratuur goed aangekomen. Rechters en aanklagers nemen steeds vaker de maatschappelijke impact van een misdrijf mee in de straf of de eis. En toch heeft de Nederlandse burger nog steeds het gevoel dat er te licht gestraft wordt.

Er is binnen de Nederlandse rechtsstaat een epistemische kloof, een kenniskloof. Een belangrijke voorspeller van of mensen zwaardere straffen of een hardere aanpak van criminaliteit voorstaan, is hun opleidingsniveau: lager-opgeleiden zijn vaker voorstander van de doodstraf en hebben minder vertrouwen in rechters dan hoger-opgeleiden. Het onderscheid tussen hoger- en lager-opgeleiden is in plain sight:* lager-opgeleiden begrijpen, vanwege hun kortere opleiding en een gebrek aan sociaal kapitaal minder van complexe maatschappelijke fenomenen als politiek of rechtsspraak. Ze weten gewoon niet wat er in de rechtzaal gebeurt. Ze hebben geen idee hoe een straf tot standkomt: immers als Henk en Ingrid een rechtzaak volgen, in een soort burgerjury, dan straffen ze gemiddeld lager dan rechters dat doen. Maar in de ge-emancipeerde samenleving mag de mondige burger wel een mening hebben over wat er in de rechtzaal gebeurd, zelfs als die zwak onderbouwd is, en heeft hij het volle recht om op partijen te stemmen die oproepen rechters te dwingen nog zwaarder te straffen.

De vraag is hoe we deze kenniskloof kunnen overbruggen. Jury-rechtsspraak zou kunnen helpen: burgers worden dat gedwongen opgenomen in de rechtsgang en moeten zelf oordelen over een zaak. Dit lijkt me te rigoreus: je offert de expertise en de neutraliteit van de rechter en daarmee het principe van een fair trial op voor  volksopvoeding. Ik geloof niet dat burgers betere rechters zijn dan rechters zelf, sterker nog: we willen juist het gebrek aan oordeelkundigheid van de burger aanpakken.

Onderwijs is ook een oplossing. Naast media-training, Frans, Duits, wiskunde en verzorging moeten middelbare scholieren ook een inleiding in het recht krijgen. Het fascinerende probleem is natuurlijk dat het onderscheid tussen hoger- en lager-opgeleiden is dat de tweede groep veel minder gevoelig is voor klassikaal onderwijs. Daarom zijn deze mensen lager-opgeleid. Je zou daarom misschien als onderdeel van de middelbare school iedere leerling naar een rechtbank kunnen sturen zodat ze een beeld kunnen krijgen van de rechtsgang dan uit stoffige boekjes. Dat lijkt me een goede investering (alhoewel niet helemaal Dijsselbloem-proof), maar de vraag is of een eenmalig bezoek van een snel-afgeleide puber deze kloof kan overbruggen.

Een interessante oplossing las ik vanochtend in De Volkskrant. Naar aanleiding van de integraal op televisie uitgezonden zaak-Wilders (“rechtzaak van de eeuw”) stelde een commissie voor om de televisiecamera een grotere rol te laten spelen in iedere rechtszaal. Echter, zo waarschuwde de commissie: Court TV was voor hen een stap te ver. Het was niet de bedoeling om nog meer sensatiebeluste journalisten in de rechtszaal toe te laten en 24/7 uit te zenden vanuit de rechtszaal. Maar wat is daar mis mee? Je zou je kunnen voorstellen dat rechters juist door de publieke aspecten van rechtsgang  met een zo groot mogelijk publiek te delen begrip voor hun beslissingen kunnen kweken. Je zou dat kunnen koppelen de mogelijkheid (om virtueel) mee te lopen met een zaak of een afgesloten zaak stap voor stap te volgen. Ik denk dat Court TV, een soort Rechtbank 24, naar analogie van Politiek 24, een interessante manier is om de kenniskloof over de rechtbank (deels) te overbruggen.

De huidige ontwikkeling in de rechtsstaat zit vol van tegenstellingen: rechters en aanklagers worden steeds gevoeliger voor argumenten uit de maatschappij, maar door de camera uit de rechtzaal te weren maken zij de maatschappij niet gevoelig voor hun argumenten.

* Vaak wordt de groeiende kloof tussen hoger – en lageropgeleid ten onrechte gekoppeld aan een verschil in belangen tussen de lager-opgeleide onderklasse, die de internationale concurrentie voelen en de hoger-opgeleide bovenklasse, die een zeker perspectief heeft op werk. Als iemand een tijdje mee loopt op de universiteit (de werkplek van hoger-opgeleiden bij uitstek) zal hij zien dat er geen andere werkplek is met zo’n hoge internationalisering en baanonzekerheid als deze.

zondag, 16 oktober 2011

Wilbert Willems

Wilbert Willems

Hello goodbye

In afrika, de wereld, em, geschiedenis, huis, internet, mensen, nederland, open, en meer.


Een van mijn favoriete televisieprogramma's is Hello Goodbye, een NCRV productie van Joris Linssen. Vanavond was het weer zover. Vroeger verrastte hij ons als taxichauffeur nu als iemand die vertrekkende en ontvangende personen op Schiphol aanspreekt. Op een eerlijke en open manier, ieder in zijn of haar waarde latend, en met een echte belangstelling voor ieders persoonlijke verhaal. En dat levert prachtige inkijkjes op in de (multiculturele) samenleving anno 2011.
Niet alleen valt op hoeveel er tegenwoordig wordt gereisd, over alle werelddelen en door alle leeftijden, maar ook hoe gemakkelijk mensen relaties met elkaar aanknopen op vakanties, tijdens ontwikkelingsmissies, via internet of noem maar op. Niet alleen geliefden maar ook grootouders en kleinkinderen, vriendinnen en ex-en, werknemers em werkgevers, gevluchten en achtergeblevenen, we zien ze in alle soorten en maten. En iedereen heeft een persoonlijke geschiedenis te vertellen. Vaak ontroerend, soms onthutsend of schokkend. De wereld is klein geworden en we vinden onze vrienden en familieleden tegenwoordig niet meer in de straat of het eigen dorp maar soms op vele duizenden kilometers ver weg.

Nog een ander bijzonder kenmerk wat steeds verrast is dat het onmogelijk is om mensen nog in hokjes in te delen. Je bent niet of getrouwd of single maar er bestaan tientallen variaties. Je bent niet of broer en zus met dezelfde ouders of niet maar ook daarop bestaan wel twintig variaties. Het bewijst weer eens de oude PSP-stelling waar het om de sociale zekerheid ging: iedereen is een individu en geen deel van een stel. Het meest bijzondere voorbeeld was dat van een eeneïige tweeling die getrouwd waren met dezelfde vrouw en die woonden samen in hetzelfde huis, gingen om en om met elkaar naar bed en hadden samen een bedrijf. De ene broer stond de andere tweelingbroer op te wachten samen met hun beider echtgenote! Daar kun je geen wetten of regels voor verzinnen. Dat gebeurt dus niet alleen in Afrika maar ook in Nederland alleen passen hier de wetten daar niet bij, de werkelijkheid is altijd veelvormiger. Prachtige televisie dus.

donderdag, 4 augustus 2011

Femke Halsema

Femke Halsema

Hyves Twitter TK

Eigen verantwoordelijkheid

In tv recensies, kijkcijfers, murdoch, news of the world, recensie, samenleving, televisie, tv, afrika, en meer.

Post image for Eigen verantwoordelijkheid

De afgelopen weken was de belangrijkste lijn van verdediging van Murdoch en de zijnen dat afluisteren en omkopen voortkomt uit de behoefte van lezers. Als lezers roddel willen, dan krijgen zij roddel. Dit lijkt een waarheid als een koe maar het is geraffineerde misleiding. Het suggereert namelijk dienstbaarheid die er eigenlijk niet is. Als miljoenen lezers hadden gesmeekt om ranzige relletjes maar adverteerders ervan overtuigd waren geweest dat ze daardoor niet meer wasmiddel verkochten, dan hadden al die mensen naar hun achterklap kunnen fluiten.

Bovendien, geen lezer heeft gevraagd om het afluisteren van het antwoordapparaat van een vermoord meisje: dat is de verantwoordelijkheid van de redactie en de uitgever, en van hen alleen.

Bij televisieprogramma’s wordt soms vergelijkbare argumentatie gebruikt: ‘kijk maar naar de kijkcijfers’. En inderdaad, afgelopen woensdagavond bijvoorbeeld, hebben wij, Nederlanders, weer gesmuld van RTL-boulevard, Editie NL, Shownieuws en Lingo. Naar de prachtige documentaireserie van Gideon Levy (getiteld Levy) die de AVRO elke woensdag uitzendt, keek nog niet half zoveel mensen als naar de commerciële flutserie ‘criminal minds’ (overigens nog een respectabel aantal van 220.000).

Voor veel televisiemakers zijn goede kijkcijfers van levensbelang. Zij weten dat als de kijkcijfers tegenvallen hun zorgvuldige gemaakte programma zijn langste tijd heeft gehad. Maar ook bij het argument van de kijkcijfers geldt enige misleiding. Voor sommige programma’s geldt namelijk dat ze goede kijkcijfers kunnen scoren maar dat hun ‘marktaandeel’ gering is. Nederlanders hebben nou eenmaal veel meer zin in bier en chips na een voetbalwedstrijd, dan na – zeg – een grote BN’er-show tegen de honger in Afrika. Adverteerders groeperen zich graag rond kooplust-opwekkende programma’s en dat heeft gevolgen voor het uitzendtijdstip en de overlevingskansen ervan, ook bij de publieke omroep. Natuurlijk, naarmate er meer mensen kijken is er ook een grotere afzetmarkt voor geadverteerde spullen, maar al te vrome praatjes van mediabonzen over het belang om een ‘breed publiek’ te bereiken mogen wel een beetje worden gerelativeerd.

Bovendien, ook hier geldt de ‘eigen verantwoordelijkheid’ van omroepen. Levy, of bijvoorbeeld de Keuringsdienst van Waarde of Brandpunt verdienen een goed uitzendtijdstip en continuïteit omdat, ongeacht kijkcijfers en marktaandelen, dwingende maatschappelijke en democratische problemen worden geagendeerd. Bezit van het platform dat televisie biedt en van de instrumenten van verleiding die het heeft, verplichten ook: noblesse oblige.

Maar ja, dit is al te vroom opgeschreven en miskent dat juist televisiemakers en (publieke) omroepbazen de druk van kijkcijfers, marktaandelen en van politici die daar –soms nog meer – op zijn gefixeerd, het hevigste voelen. En dat zij, ondanks druk, toch alle programma’s maken die ik zo-even noemde.

Grootspraak over de eigen verantwoordelijkheid van omroepen kaatst ook onmiddellijk terug. Zoals zoveel tv-consumenten mag ik graag mopperen over vervlakking van de media of over een armoedig tv-aanbod. De afgelopen week heb ik me vaak gerealiseerd dat ik met mijn afstandsbediening, thuis op de bank, het aanbod bestuur, zij het met minuscule tikjes. Als ik weer eens kies voor ‘criminal minds’ dan ondergraaf ik daarmee heel langzaam het concurrerende publieke aanbod. Vrij naar een oud criminologisch gezegde: elke samenleving krijgt de televisie die zij verdient. Ik ook.

 

Deze recensie verscheen op 22 juli 2011 in De Volkskrant

woensdag, 3 augustus 2011

Femke Halsema

Femke Halsema

Hyves Twitter TK

TV-persoonlijkheden

In tv recensies, knevel en van den brink, pauw en witteman, theo van gogh, televisie, tenminste, tv, artikel, debat, en meer.

Post image for TV-persoonlijkheden

Bij alle nadelen die de zomerprogrammering heeft, zoals uitzending van derderangs films en de herhaling van eerder opzettelijk gemiste programma’s, is er één onverwacht voordeel: de afname van talkshows.
Nederlandse publieke televisie is vergeven van ‘talkshows’ waarin op ‘het scherpst van de snede’ over maatschappelijke onderwerpen wordt gediscussieerd. Ha!

Niets te na over de professionaliteit van Witteman, Pauw, Knevel, Van den Brink en anderen, maar echt spannend wordt het zelden. Ook het programma Uitgesproken van respectievelijk VARA, EO en WNL, varieert op de drie uitgezonden dagen zo weinig dat een buitenlander daar onmogelijk tegengestelde ideologische stromingen in kan herkennen.

In de zomer worden deze vervangen door bezonken programma’s zoals Het filosofisch kwintet en Spraakmakende zaken die (aldus Clairy Polak) ‘eerder het doorgronden van problemen dan het twistgesprek’ als kern hebben, en voor een ondraaglijk licht programma zoals Zij is van mij dat gisteravond werd uitgezonden. Dat laatste programma, waarin mannen over vrouwen praten, heeft zo’n hoog keutelgehalte dat je halverwege spontaan verlangt naar de mop ‘waarom hebben vrouwen één hersencel meer dan een koe’, zodat je je als vrouwelijke kijker tenminste kwaad kan maken.

Wat is dat toch met Nederlandse talkshows, die afwezigheid van rumoer, van controverse en diepgeworteld meningsverschil, waardoor je adem even stokt en je de afstandsbediening wegduwt? Het is wellicht de beperktheid van het Nederlandse taalgebied. Het zal de kleine kring zijn van bekende, opiniërende Nederlanders die, als in een muizenrad, eindeloos op en af draven maar ook conflict mijden omdat ze weer met elkaar door één deur moeten (mea culpa).

Het is ook onze cultureel bepaalde hang naar gezelligheid. De enkele keer dat een discussie werkelijk vilein wordt, zoals het afgelopen seizoen gebeurde tussen Jort Kelder en Pieter Storms in DWDD, leidt dat tot een ongemakkelijk schuiven op stoelen. Er is denk ik nog een reden.

Een maand geleden zond Fox News een twistgesprek uit tussen hun beroemde conservatieve ‘anchor’ Chris Wallace en de progressieve komiek Jon Stewart. Beide mannen zijn Tv-iconen in de door politieke polarisatie verscheurde Verenigde Staten. Zij discussieerden over de bevooroordeeldheid van media en over polarisatie. Het was van begin tot eind razend spannend. Beide mannen waren eloquent, bij vlagen gemeen, geestig en zelfbewust. Het is televisie gemaakt door persoonlijkheden met een grote innerlijke noodzaak het publieke debat te beïnvloeden.

Niks ‘gesprekje, kwisje, dingetje’. Een kale studio, twee camerastanden 25 minuten lang, en – vooral – twee sterke persoonlijkheden. Nederlandse talkshows zijn vaak ‘formats’, waarin de presentator en de gasten getypecast zijn: de acteur, de komiek, de allochtoon, de goedlachse politicus en de onbekende met een verdrietig verhaal. Zij bewegen binnen de door omroepen en zendercoördinatoren vastgestelde grenzen van vermakelijkheid en lichtheid. Het zal vast gebaseerd zijn op kijkersonderzoek, maar ik verlang naar sterke, omstreden Tv-persoonlijkheden. Ooit maakte Theo van Gogh Een prettig gesprek. Een tafel, twee stoelen en een dikke buik waarachter een niet weg te poetsen persoonlijkheid schuil ging.

Ik ben ervan overtuigd dat Nederland die persoonlijkheden nu ook kent maar ze moeten zich kunnen bevrijden uit de dictatuur van vluchtige formats en de hang naar gezelligheid.

Dit artikel verscheen op 19 juli 2011 in De Volkskrant

Femke Halsema

Femke Halsema

Hyves Twitter TK

Twijfelend televisiekijken

In tv recensies, televisie, tv, artikel, criminelen, delen, interesses, internet, invloed, en meer.

Post image for Twijfelend televisiekijken

Twijfelend televisiekijken

Als je een professionele TV-kijker bent zoals Jean Pierre Geelen dan hang je waarschijnlijk zorgvuldig een gordijn tussen de dagelijkse verplichte TV-kost die schreeuwt om commentaar en je meer particuliere interesses.Maar als je, zoals ik, plotseling je ongeoefende kijkgedrag mag delen met het grote publiek, is het alsof de gordijnen in je huiskamer worden opengetrokken en een kleine menigte door het raam meestaart naar je TV-scherm. En wat zich daarop afspeelt is meestal niet zo verheffend.

Ik ben een ongeorganiseerde en wisselvallige zapper, die alleen ’s avonds laat nog wel eens blijft hangen, en dan te vaak bij commerciële freakshows met verwende Amerikaanse meisjes, overspannen koks, tot God bekeerde criminelen of een herhaling van een herhaling van een derderangs moordserie.

Goed TV-kijken vereist voorbereiding, rust en orde, zaken die ik meestal ontbeer. Dus huur en koop ik films en series waar ik op oneigenlijke tijdstippen naar kijk en pluk ik het nieuws vooral van internet, waarop ik ook de gemiste TV-hoogtepunten terugzie. Er zijn maar een paar programma’s die in mijn hoofd zijn geprogrammeerd en waar ik op het werkelijke uitzendtijdstip ook af en toe voor vertraag. Op zondagavond mag ik bijvoorbeeld graag onderuitzakken bij Topgear op de BBC II.

Voor de enkeling die het niet kent, Topgear (dat ook vertraagd door Veronica wordt uitgezonden) is een autoprogramma. Of beter, het is een programma van en voor middelbare mannen die over hun liefde voor auto’s praten. Auto’s die zij testen, opblazen, in ravijnen storten, harder willen laten rijden dan een straaljager, luchtpost, de TGV enzovoort.

Topgear is zonder twijfel het meest milieuvervuilende programma dat een Publieke Omroep produceert, zoals ook de invloed van de drie presentatoren op de auto-industrie en -verkoop, op zijn minst twijfelachtig is. Vooral presentator Jeremy Clarkson, die Topgear groot heeft gemaakt en waarop het programma drijft, weet met regelmaat relletjes en demonstraties te veroorzaken omdat hij een ongegeneerde propagandist is van te hard en onveilig rijden. Er gaat ook geen uitzending voorbij zonder dat hij Duitsers, Italianen of Amerikanen belachelijk maakt, en vooral natuurlijk de auto’s waarin zij rijden.

Inmiddels kijken er 350 miljoen mensen, verspreid over zo’n 100 landen naar Topgear . De opbrengsten uit de verkoop van het programma, de merchandising, reclame en sites lopen in de honderden miljoenen. Topgear is niet alleen een televisie-programma maar zelfstandige industrie van een bedenkelijke signatuur. Maar alle politiek-correcte bezwaren kunnen niet verhinderen dat het een zeldzaam leuk programma is: hobby-televisie met een vleugje Monty Python, pretentieloos entertainment dat met hartstocht wordt gemaakt. Ik heb niets met auto’s en kan de ene nauwelijks van de andere onderscheiden, maar het ongegeneerdeplezier, het absurdisme en – juist – de politieke incorrectheid maken het programma onweerstaanbaar.

Televisiemakers worstelen met onrustige TV-consumenten zoals ik die de afstandsbediening altijd in de aanslag hebben en de kijkcijfers van mooie, met liefde gemaakte programma’s dramatisch laten dalen. Wat maakt televisie soms zo verleidelijk, terwijl tegelijkertijd interessante, verrijkende programma’s achteloos worden weggedrukt? Ik zal de afstandsbediening eens beheersen in de komende druilerige zomerweek en kijken of ik een antwoord vind.

Dit artikel werd op 18 juli 2011 gepubliceerd in De Volkskrant

vrijdag, 27 mei 2011

Femke Halsema

Femke Halsema

Hyves Twitter TK

Leonardolezing: Politiek in de jaren nul

In speeches, rechtvaardigheid, regels, regeren, regering, rekening, risico, rita verdonk, roc, en meer.

Website van de Leonardo-leerstoelLeonardolezing, uitgesproken 26 mei 2011 op de Universiteit van Tilburg

Dames en heren,

Goedemiddag,

De politiek verlaten veroorzaakt een forse breuk in je bestaan. Eén die je ook nauwelijks kan voorvoelen, zolang je er deel van uitmaakt. Dat geldt òòk als er geen sprake is van een overhaaste aftocht na de val van een kabinet, een incident of een misstap en je jezelf plotseling en in shock terugvindt achter de geraniums.
Ik had mijn vertrek grondig voorbereid en ook wel tussen de bedrijven door nagedacht over de periode erna. Maar veel verder dan uitslapen, boeken lezen, met mijn kinderen spelen en vrienden zien, kwam ik niet. De allesoverheersende gedachte was ‘vrij zijn’ van dwang, druk en het heilige moeten. Maar wat je je onvoldoende realiseert, is dat ‘vrij zijn’ een geestesgesteldheid is die je als politicus juist grondig afleert.

Politici zijn onvrij, èn laten zich onvrij maken, en dat heeft een aantal redenen.
Er is de drukte die veel beroepen op hoog niveau kenmerkt: de agenda wordt door iemand anders gevuld, werkdagen van 12 uur zijn bepaald geen uitzondering en vanaf het opstaan tot het slapengaan jaagt de adrenaline door je bloed.
Ik merkte bijvoorbeeld – en heel simpel – dat ik de krant opnieuw moest leren lezen. Het obsessieve, gespannen scannen van het binnenlandse nieuws op je eigen naam, die van je collega’s en je tegenstanders, het in no-time willen inschatten van de politieke gevaren en risico’s die de krant herbergt, verworden geleidelijk tot een gewoonte. PVV-kamerlid Fleur Agema vertelde ooit bij Pauw & Witteman dat zij elke zaterdag om 6 uur opstond om bij het benzinestation de Telegraaf te kopen. Zodoende wist zij zeker dat zij als eerste van alle Kamerleden mondelinge vragen kon indienen over willekeurig welk incident. Hoe absurd misschien ook het voorbeeld, de onrust en drift waarvan Agema getuigt is geen enkele politicus vreemd.
En zo zijn er meer ingesleten gewoonten: tv-kijken betekent zappen; gesprekken voer je kort en dikwijls instrumenteel, met het oog op het te boeken resultaat; zoals de boeken die je leest vooral ‘nuttig’ moeten zijn voor je politieke handelen. Multitasken is verheven tot een hogere kunst van gelijktijdig telefoneren, internetten, medewerkers instrueren, een debat voorbereiden enzovoort.

Wat het politieke bestaan, als tweede, in hoge mate onvrij maakt is de permanente publieke druk, en de noodzaak èn wil om zichtbaar te zijn. Warren Beaty merkte ooit op over zijn toenmalige minnares Madonna dat zij niet bestond als de camera’s niet draaiden: ‘Why would you say something if it’s off-camera? What point is there existing?’
Politici, zeker de toonaangevende, worden regelmatig en, niet onterecht, bespot omdat ze opduiken in de meest wonderlijke talkshows, RTL-boulevard presenteren en hun oordeel geven over elke denkbare, triviale gebeurtenis. Maar – behalve vanzelfsprekend ijdelheid – hebben zij daarvoor ook goede redenen. Blijvende bekendheid & populariteit zijn namelijk harde voorwaarden voor verkiezingswinst, het kunnen realiseren van je opvattingen en idealen, en de eventuele deelname aan de macht.
Bijvoorbeeld. Toen ik eind 2002, krap 2 maanden voor de verkiezingen, aantrad als nieuwe lijsttrekker, was het grootste probleem mijn geringe naamsbekendheid. Minder dan 30% van de bevolking wist van mijn bestaan. Om ook maar enige rol van betekenis te kunnen spelen tijdens de verkiezingen moest dat razendsnel omhoog naar minimaal 80% en dat betekende een slopende gang langs koffieprogramma’s en vrouwenbladen.
Maar ook jaren daarna, toen ik over bekendheid weinig te klagen had, bleef de noodzaak om zichtbaar te zijn even groot. De meeste kiezers bepalen hun voorkeur namelijk maar deels op politieke opvattingen. Minstens zo belangrijk is hun intuïtieve voorkeur voor de waarden die een politicus vertegenwoordigt, zijn betrouwbaarheid & zijn aardigheid. Opvattingen, levensstijl, humor of de ontroering waarvan een politicus blijk geeft, moeten met elkaar in overeenstemming, en consequent zijn. Zo betekenden in mijn geval de bekende journaalbeelden waarin ik hevig debatteerde met bijv. Rita Verdonk of Geert Wilders ook een gebrekkig electoraal imago van bijterigheid (dan zeg ik het mild).
Het beeld van een politicus dat kiezers opbouwen bestaat uit korte fragmenten, waarbij juist de negatieve het beste beklijven. Reparatie van een onplezierig of onhandig imago kost tijd – televisietijd – en wint aan kracht door herhaling. Voor mij gold in ieder geval dat ik zeker 2 jaar talkshows als ‘Barend & Van Dorp bij elkaar gelachen had, voordat het kwartje viel bij veel kiezers dat ik niet alleen fel kon debatteren, maar misschien ook gewoon een aardige vrouw was aan wie je je kostbare stem kon toevertrouwen.

De druk èn de wil om geregisseerd en beheerst maar ook onophoudelijk zichtbaar te zijn, is niet alleen tijdrovend, maar het beperkt ook je uitingsvrijheid als politicus.
Elke politicus kan getuigen van een slip of the tongue die tot vervelens toe op televisie en op internet zijn herhaald. Balkenende denkt wellicht met weinig plezier terug aan zijn uitspraak tegen mij over de VOC-mentaliteit: ‘Laten we blij zijn met elkaar. Nederland kan het weer! (..) Toch?’ Maar het beëindigde niet voortijdig zijn carrière, wat wel gebeurde met VVD-kamerlid Arend Jan Boekestijn die vooral naam maakte met onhandige opmerkingen, zogenaamde ‘Boekestijntjes’.

De belangrijkste reden waardoor politici onvrij zijn is de tirannie van de tijd en de maatschappelijke omgeving. Daarmee bedoel ik het volgende. Het is voor politici bijna onmogelijk om een bezonken en beredeneerd oordeel te vellen over het politieke bestel waarin zij hun werk doen. Of de maatschappelijke cultuur te analyseren en te bekritiseren waarvan zij tegelijkertijd de drager zijn, waar zij uit voortkomen en hun populariteit aan ontlenen. Politici worden geacht mee te varen op de stroom van maatschappelijke en culturele sentimenten, de tijdsgeest aan te voelen en deze te vertolken. Doen zij dat niet of bekritiseren zij juist de tijdsgeest, dan riskeren zij kiezers, populariteit en uiteindelijk hun positie. Kortom, dan dreigen zij ineffectief te worden.
Maar vrijwel alle politici die ik de afgelopen jaren heb leren kennen, worstelen er ook mee dat ‘de waan van de dag’, zo dikwijls de koers van een debat en de richting van een besluit dicteert. Met de ‘waan’ bedoel ik niet het laatste incidentje uit de Telegraaf dat bij de wekelijkse mondelinge vragen de boventoon voert – hoewel dat ook ergerlijk is. Ik bedoel dat de woorden en onderwerpen die politici kiezen aan maatschappelijke en politieke modes onderhevig zijn en dat die modes dwingend zijn. Simpel gezegd. Geen zichzelf respecterende politicus wil op dit moment thee drinkend en al ‘multiculturaliserend’ in een moskee betrapt worden, ook al zouden daar goede redenen voor zijn. Thee drinken staat voor slapte. Zoals ook geen politicus nu met groot enthousiasme lagere straffen verdedigt, hogere belastingen, gescheiden zwemmen, de vrije verkoop van Mein Kampf enzovoort. Er is een grote omloopsnelheid in de populariteit van politieke onderwerpen. Tegen de dominantie van een kulonderwerp kun je je verzetten, je kan media in hun eenzijdige belangstelling tot de orde willen roepen, maar dan strand je meestal als roepende in de woestijn. Het is bijna onvermijdelijk om je te voegen naar de onderwerpen die gelden als het meest urgent, het meest ernstig – en daarbinnen de variatie te zoeken. Dat is niet uit lafheid of opportunisme maar uit noodzakelijk en gezond lijfsbehoud.

Mocht u na deze inleiding denken dat ik somber ben over de kwaliteit en kracht van politici: nee, geenszins. Wat ik zo-even opsomde zijn de disciplinerende, onvrij makende mechanismen van moderne politiek, mechanismen die – zo zal ik verderop betogen – alleen maar sterker en dwingender worden, en waaraan politici zich slechts met moeite en risico’s kunnen onttrekken.

Maar vandaag verdedig ik ook de stelling dat cultuurkritiek en het opnieuw beoordelen van het politieke bestel en handelen hard nodig zijn. Dat het meedeinen op het tij van maatschappelijke en culturele verandering – niet volstaat. Dat kon misschien in eerdere perioden in onze naoorlogse geschiedenis – waar bijvoorbeeld een oud-politicus zoals Marcel van Dam hoog over opgeeft – nog wel. Maar toen volstond ook om, tegenover de dreiging van de Russen een bataljon tanks aan onze oostgrens te plaatsen. Nu is de maatschappelijke deining te groot en is te onbestemd waar en hoe de golven op de kust slaan.

_____________

Sinds begin februari hebben mijn studenten en ik onderzoek gedaan naar wat ik in de opdracht van de Leonardo-masterclass heb beschreven als ‘De politieke betekenis van de jaren nul’ (de eerste 10 jaar van deze eeuw).

Maar laat me ze eerst even aan u voorstellen: Juliette Barendse, Linde Gasseling, Sabine Geers, Suzanne Keurntjes, Loes Mahieu, Madelene Munnik, Vera Nijveld, Michael Suurendonk, Pauline Verstraten en Eefje Wielders.

Zij hebben de afgelopen maanden literatuurstudie verricht en gesprekken gevoerd – variërend van Mark Rutte tot Hans Laroes, van Herman Tjeenk Willink tot Paul Scheffer. Zij hebben een middag meegelopen bij de redactie van Nieuwsuur, aangezeten bij de fractievergadering van een niet nader te noemen politieke partij en de Haagse sociëteit Nieuwspoort verkend. Zij hebben – aan de hand van eigen stellingen – een debat georganiseerd met studenten van de Tilburgse ROC. En uiteindelijk hebben zij twee keer, in groepjes van drie, een essay geschreven.

Wat ik hier vertel is ook gebaseerd op hun analyses, conclusies en aanbevelingen, wat niet wegneemt dat anekdotes en – zeker – de drastischer opvattingen en conclusies wel degelijk voor mijn eigen rekening komen.

De afgelopen jaren (bijvoorbeeld ook in mijn afscheidsbundel ‘Zoeken naar vrijheid’) heb ik vaak opgemerkt het gevoel te hebben getuige te zijn van een historische politieke tijd. Aantredend als Kamerlid in de tweede Paarse periode in 1998, kenmerkten de politiek en samenleving zich door een grote bezadigdheid. Politiek betekende wat schaven en lasten verlichten en nog eind 2001, toen Pim Fortuyn al heel populair was, bleek uit onderzoek dat de Nederlandse bevolking zeldzaam tevreden was. Er leken – eigenlijk tot de aanslag op de Twin Towers in september 2001 – weinig maatschappelijke en politieke voorbodes voor het tumult dat volgde.

De gedachte getuige te zijn van een historische politieke tijd ontleende ik aan het boek van Ido de Haan over de Nederlandse constitutie: ‘Het beginsel van leven en wasdom’ Hij betoogt daarin dat Nederland tussen 1848 en 1920 in het teken stond van constitutionele politiek. Volgens De Haan draaide het toen niet zozeer om een faire uitvoering van de politieke regels, als wel om het vaststellen van de regels zelf. In die periode werd bijvoorbeeld de staatssoevereiniteit vastgesteld, de scheiding tussen kerk en staat, het vrouwenkiesrecht en de vrijheid van onderwijs. Na 1920 brak een lange periode aan van zgn. ‘normale politiek’. Onze constitutie stond als een huis en werd door politici van alle gezindten als begrenzing geaccepteerd. Zelfs in de jaren zestig en zeventig, jaren van grote maatschappelijke onrust, concentreerde het politieke en maatschappelijke debat zich vooral op de herverdeling van welvaart en rechtvaardigheid, binnen de normatieve grenzen van de grondwet.
Volgens De Haan is pas aan het einde van Paars, versneld door de aanslag op de Twin Towers, de lange periode van ‘normale politiek’ ten einde gekomen en zijn wij opnieuw aangeland in een periode van constitutionele politiek. Of zoals de Haan het somber opsomt: ‘We hebben te maken met een partijenstelsel dat niet langer de verdeeldheid in de samenleving weerspiegelt, een parlement dat zijn centrale plaats daarin verliest en een staat die vastdraait in zijn ambities van herverdeling en rechtvaardigheid. De staat en de samenleving zullen zich opnieuw moeten grondvesten.’ (Tot dusver Ido de Haan)

Terugkijkend op de afgelopen 13 jaar, zijn onmiskenbaar de grootste en hevigste debatten ‘constitutioneel’ geweest. Beginnend wellicht met het venijnige conflict dat volgde op de uitspraken van Pim Fortuyn over artikel 1 van de grondwet: het discriminatieverbod, als sta-in-de-weg van de vrije meningsuiting. Wat volgden waren talloze debatten over de reikwijdte van de vrijheid van godsdienst en de vrijheid van onderwijs.
Zo kon het gebeuren dat het parlement debatten voerde over de noodzaak en de plicht elkaar de hand te schudden, omdat dit niet langer werd beschouwd als een vriendelijke gewoonte – en het afwijken ervan als een rariteit -maar als een nationale testcase voor onze tolerantie, vrouwvriendelijkheid en ons gelijkheidsdenken. En in dit geval legde het recht van vrije expressie – in de opvatting van de dienstdoende minister Verdonk – het genadeloos af tegen het discriminatieverbod (dat zij op andere momenten met hartstocht relativeerde).
Nieuw was ook het bediscussiëren van de betekenis van godsdienst, en in het bijzonder de Islam, in het parlement zelf. De dominante uitleg van de scheiding tussen kerk en staat was voordien dat politici geen oordelen vellen over geloof. Ook de verhouding in de Trias Politica wijzigde zich, sinds politici zich actief bemoeien met lopende rechtszaken en de benoeming van rechters niet langer beschouwen als een hamerstuk maar tot inzet maken van partijpolitieke strijd (zoals de nieuwe Raadsheer Ybo Buruma overkwam). En hetzelfde kan gezegd worden over de positie van het staatshoofd, die vorige zomer hardhandig buitenspel is gezet bij de vorming van een minderheidskabinet.

Ik denk dat mijn studenten en ik er niet over van mening verschillen dat we inderdaad een periode van maatschappelijke en politieke turbulentie doormaken.
Wel hebben wij samen het idee begraven dat er sprake is van een harde omslag in de politieke geschiedenis die zich concentreert in 1 decennium en is veroorzaakt door de aanslag op de Twin Towers en de politieke moorden op Pim Fortuyn en Theo van Gogh. Maatschappelijke en culturele verwarring lijkt eerder het gevolg van geleidelijker, maar evenzeer ingrijpende veranderingen. Veranderingen waarvan de politieke moorden in Nederland en 9/11 in de Verenigde Staten wel machtige symbolen zijn.

Samen, de studenten en ik, hebben we er drie grote en geleidelijke veranderingen uitgelicht die naar onze opvatting met name de afgelopen 10 jaar groot effect hebben gehad op de politieke verhoudingen en het politieke handelen. Deze veranderingen, als ook de effecten op de politiek, hebben de studenten onderzocht en in hun essays beschreven.

1.
De eerste grote verandering is globalisering en de definitieve vestiging van een risicomaatschappij. Deze is de afgelopen decennia in tientallen studieboeken beschreven en de vaststelling dat Nederland onderdeel is geworden van een internationale, globale en kwetsbare risicomaatschappij is bepaald niet nieuw.
Nieuw is wel de hardhandigheid waarmee globalisering de afgelopen jaren onze huiskamers en het parlement is binnengewalst. Als student leerde ik aan het einde van de jaren tachtig al over de ‘risicomaatschappij’ die het gevolg was van globalisering, waarbij de kernramp in Tsjernobyl het meest tot de verbeelding sprekende voorbeeld was. Maar afgezien van een enkele dioxinekoe, leek het met de aanwezigheid van onbeheersbare, wereldwijde risico’s wel mee te vallen.
Die illusie van relatieve veiligheid zijn wij inmiddels wel kwijt.
Inmiddels hebben we hardhandig de gevolgen ondervonden van een aantal
wereldwijde, financiële en economische crises.
Ik kan me goed herinneren dat over de Algemene Beschouwingen van 2008 de dreiging hing van een aanstormende financiële crisis. Maar zelfs toen vlak daarna de Amerikaanse Bank Lehman Brothers omviel, was van groot alarm in de Haagse politiek en in de samenleving nog geen sprake. Het beperkte zich tot een droge notie van risico’s waarop de Nederlandse regering, mocht er iets gebeuren, ‘adequaat’ – in het betere Haagse jargon – zou reageren. Dat is overigens ook gebeurd.
Maar ik kan niet verhullen dat het dreigende omvallen van Nederlandse banken en de duizelingwekkende bedragen die de Nederlandse regering vervolgens beschikbaar moest stellen, ook voor mij een schokkende eye-opener van internationale kwetsbaarheid waren. De razendsnel oplopende staatsschuld, de toenemende werkloosheid in Nederland door onverantwoord gedrag van bankiers en hypothecairs in de Verenigde Staten, was en bleef een nauwelijks te bevatten samenloop van gebeurtenissen en omstandigheden.
En kwetsbaarheid voor internationale risico’s heeft zich niet beperkt tot de financiële markt en de economie. De afgelopen jaren zijn we geconfronteerd met de
razendsnelle verspreiding van ook voor mensen gevaarlijke dierziekten en heeft de wereldwijde klimaatverandering bijvoorbeeld moeten leiden tot een kostbaar plan voor dijkverhoging en dijkbewaking. De aanslag op de Twin Towers en daarop volgend die in Madrid en Londen hebben de zekerheid te leven in een relatief geweldsloze en veilige samenleving voor veel mensen ondermijnd. Internationaal conflict en geweld houden zich ook in onze achtertuin op, worden hier geboren en groot gebracht: zoveel werd vooral bij de moord op Theo van Gogh duidelijk.

Om een beter zicht te krijgen op het effect van internationale crises en risico’s op de Nederlandse politiek hebben de studenten onderzocht hoe in Nederland is omgegaan met de Mexicaanse griep. Dit griepvirus, eerst de varkensgriep genoemd, kreeg vanaf het voorjaar van 2009 delen van de wereld in de greep, zeker toen bleek dat door besmetting niet alleen dieren maar ook mensen dood konden gaan. Inmiddels staat de teller wereldwijd op bijna 19.000 slachtoffers. In Nederland heeft de regering, onder verantwoordelijkheid van minister Klink, snel en ingrijpend gereageerd. Er waren folders en internetsites, risicogroepen kregen het advies zich preventief te vaccineren en er zijn 34 miljoen griepvaccins aangeschaft. Uiteindelijk heeft de Mexicaanse griep in Nederland nooit werkelijk huisgehouden.

Terugkijkend op de politieke besluitvorming valt vooral de grote en oncontroleerbare rol op die deskundigen spelen. Minister en parlement ontbeerden de specialistische kennis die inschatting van de gezondheidsrisico’s vergde en moesten zich in het geheel verlaten op de Gezondheidsraad, het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) en de World Health Organisation (WHO). Het waren ook de deskundigen die de minister en vervolgens de kamer voor een keuze plaatsten. Men kon 1. ‘afwachtend beleid’ voeren maar dit had een ‘risico voor de nationale gezondheid’ of men kon 2. ‘preventief beleid’ voeren, dat een financieel risico droeg.
Zo geformuleerd hoeft het weinig verbazing te wekken dat Nederland – als één van heel weinige landen – overging tot de peperdure aanschaf van een astronomisch aantal griepvaccins. De keuze was dan ook eigenlijk geen keuze maar een fait accompli omdat geen verantwoordelijk politicus uiteindelijk geld boven de gezondheid van de bevolking zal plaatsen.
Achteraf is er discussie ontstaan over de onbevooroordeeldheid van de deskundigen, de mogelijke rol van de farmaceutische industrie, en het oordeelsvermogen van politici. Dat vind ik terecht.

Meer in het algemeen kun je stellen dat globalisering en internationale crises politici in heel grote mate afhankelijk maken van deskundigen, wier achtergronden, motieven en belangen – anders dan die van politici – dikwijls slecht controleerbaar zijn. Waarvan op het moment dat zij dwingende adviezen geven ook nauwelijks bekend is dat zij zelf over de juiste en noodzakelijk informatie beschikken. De President van de Nederlandse Bank, de heer Wellink, heeft bijvoorbeeld achteraf aangegeven dat ook de Nederlandse Bank en hij zelf onvoldoende op de hoogte waren van de financiële producten waarin banken handelden en de risico’s die deze in zich hadden. Toch voer de regering volledig op de Nederlandse Bank.

2.
Globalisering is niet de enige grote, geleidelijke verandering die de politiek beheerst. Even ingrijpend is – om het eens in chique wetenschappelijke termen te zeggen – het gewijzigde paradigma van multiculturalisme.
Kort gezegd, is multiculturalisme in Nederland lang het bewijs geweest van vrijheid. In ons vrije, democratische land zou ruimte zijn voor andersdenkenden, andere tradities en gebruiken. Door de kracht van onze rechtsstaat, door onze tolerante inborst, ons democratisch bestel en de maatschappelijke mogelijkheden voor sociale stijging, zouden wij ook de komst van grote groepen vreemdelingen gemakkelijk kunnen opvangen. En belangrijker nog, binnen de grenzen van de rechtsstaat werd heb alle ruimte gegeven om hun eigen gang te gaan.
Inmiddels wordt multiculturalisme niet meer beschouwd als een bewijs van vrijheid, maar als een regelrechte bedreiging van onze vrijheid. Tolerantie is niet langer een deugd die geprezen wordt maar synoniem geworden met ‘plooien, schikken en afkopen’ van eigenlijk onoverkomelijke verschillen, tegenstellingen en botsingen.

Het verdwijnen van het geloof in multiculturalisme is een gevolg van de hardnekkigheid van integratieproblemen en het dreigende ontstaan van een allochtone onderklasse (met overmatige criminaliteit en overlast onder allochtone jongeren). Het is ook een gevolg van de angst voor gewelddadig, Islamitisch fundamentalisme dat door de aanslagen is gevoed en ertoe leidt dat in Nederland levende en werkende moslims inmiddels achterdochtig worden beschouwd als wolven in schaapskleren.
Maar beide problemen – de hardnekkige integratieachterstanden en de zorg om gewelddadig Islamitisch fundamentalisme – zijn ook een dankbare voedingsbodem gebleken voor snel populair wordende populisten. Dat multiculturalisme inmiddels een scheldwoord is geworden, is in belangrijke mate hun verdienste. Dit zeg ik wel met enige ironie.

De studenten hebben de afgelopen maanden als casus studie gemaakt van de incidenten die er de afgelopen jaren zijn geweest rond Imams die weigerden de hand te schudden van, in de eerste plaats Minister Verdonk. Vooral de eerste keer dat een Imam, zichtbaar en publiek weigerde de minister de hand te schudden groeide snel uit tot een nationale rel. De minister vond dat er onvoldoende respect was voor het instituut ‘minister’ en voor haar als vrouw en liet weten dat handen schudden een Nederlandse plicht was.

Op basis van hun onderzoek naar het veranderde oordeel over multiculturalisme en de incidenten rond handen schudden merken de studenten op dat politici en het politieke debat zich los lijken te hebben gezongen van de rechtstatelijke kaders waarbinnen zij opereren. Bij de beoordeling van het gedrag van individuele en groepen burgers stellen zij zich minder de vraag ‘is dit onwettig’ maar veeleer de vraag ‘is dit onprettig’. Afwijkend gedrag wordt in toenemende mate als on-Nederlands en onprettig bestempeld en veroordeeld.
Veel burgers, veel media ook, zijn gecharmeerd van de daadkracht en flinkheid die spreekt uit deze stevige oordelen: met name populistische politieke stromingen die van het veroordelen van onprettig, on-Nederlands gedrag hun handelsmerk hebben gemaakt, hebben dan ook een grote electorale vlucht gemaakt
Tegenover de symbolische kracht van harde normatieve oordelen over soms kleine incidenten staat echter een grote politieke en beleidsmatige onmacht. Politici zijn namelijk wel degelijk gehouden en gebonden aan de grenzen van de democratische rechtsstaat, waar deze rechtstreeks voortvloeien uit de mensenrechtenverdragen. Ongeacht retoriek en vertoon van flinkheid kent het integratiebeleid de afgelopen 10 jaar nauwelijks verandering maar een grote stroperige continuïteit en traagheid. De problemen rond integratie, sociale achterstand en criminaliteit zijn de afgelopen jaren niet werkelijk verminderd.
Het zichtbare verschil tussen zeggen en doen in het debat over de multiculturele samenleving levert – zo voeg ik daar aan toe – politici en het politieke bestel inmiddels een serieus geloofwaardigheidsprobleem op.

3.
Als je de gevolgen van de grote maatschappelijke veranderingen rond globalisering en multiculturalisme bij elkaar optelt, dan kun je vaststellen dat politici zich in een lastig parket bevinden, of – wellicht beter – in een lastig parket hebben gemanoeuvreerd.
De grootste maatschappelijke problemen kennen dikwijls een internationale oorsprong, oplossing of vermindering ervan onttrekt zich daardoor vaker aan het handelingsvermogen van gewone Nederlandse politici. Daarbij zijn zij in toenemende mate afhankelijk van specialistische deskundigen, waarbij zij de belangen en de juistheid van deskundige meningen niet altijd even goed overzien. De verleiding van een vlucht in symbolische daadkracht, in flinkheid bij incidenten is levensgroot en deze route wordt dan ook regelmatig genomen.
Het parket wordt nog lastiger als de derde grote verandering van de afgelopen jaren in ogenschouw wordt genomen: de fragmentatie en verveelvoudiging van media en de groeiende invloed van nieuwe media, van internet, weblogs en twitter.

De opvallendste vaststelling van de studenten in het onderzoek dat zij hebben gedaan naar de invloed van de mediacratie op het politieke handelen is dat wordt onderschat dat media zelf in toenemende mate ten prooi zijn aan grote commerciële en economische belangen.
Tijdens een debat gisteravond bij DWDD tussen een vertegenwoordiger van ‘dode- bomen’ media en webloggers – waar de studenten en ik toevallig aanwezig waren -
werd die dwang van commercie nog eens zichtbaar.
De meest gelezen onderwerpen op weblogs en de digitale pagina’s van kranten variëren van ‘condooms met tandjes’ tot de borsten en billen van Kim Kardashian. Serieuze onderzoeksjournalistiek, analyses van ingewikkelde economische problemen leggen het in de lezersaandacht altijd af tegen relletjes met overspel, zich misdragende BN’ers, moord en doodslag. En waar de lezersaandacht minder is, verdwijnt ook de belangstelling van adverteerders, uitgevers en mediabedrijven. Hoofdredacteuren en journalisten staan onder grote druk om lezers – en daarmee adverteerders – waar voor hun geld te geven.

Voor politiek nieuws betekent dit dat ruzies en conflicten, swingende, harde uitspraken over bijvoorbeeld Islamitisch stemvee of Grieks wangedrag, veel makkelijker hun weg vinden in de media dan – ik noem maar wat – de achtergronden van de financiële crisis.

Ik begon deze lezing met de vaststelling dat politici onvrij zijn. Een politicus die langer meewil verhoudt zich tot de tijdsgeest en tot de onderwerpen die zijn kiezers en de media het meeste lijken bezig te houden.
Nu weet ik dat u stiekem denkt: ‘ja hoor eens, een moedige politicus kiest natuurlijk altijd zijn eigen weg, ongeacht de risico’s’. Natuurlijk, dat is ook zo. En er zijn talloze voorbeelden van moderne, moedige politici die dagelijks impopulaire onderwerpen agenderen en verdedigen. Politici die werk maken van onderwerpen als Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen, de noodzaak van nieuwe duurzame energiepolitiek, wereldwijde voedselzekerheid enzovoort, ondanks dat hen dit zo goed als onzichtbaar maakt in de media en daarmee voor kiezers. Zoals ook de moderne politiek talloze voorbeelden kent van politici die dwars tegen de voorspellingen in van peilingen – waar ik overigens ook nog een betoog zou kunnen opbouwen – electoraal risicovolle beslissingen nemen omdat zij een grote innerlijke noodzaak voelen. Mijn opvolger gaf bijvoorbeeld meteen na aantreden een visitekaartje af.

Ik verzet mij hevig tegen de gemakkelijke gedachte dat de kwaliteit van politici de afgelopen decennia minder is geworden of dat de politiek oppervlakkiger en vluchtiger is. Deze nostalgische gedachte die nog wel eens door oude politieke mastodonten wordt geuit, miskent eenvoudig dat de maatschappelijke en politieke omgeving waarin politici hun werk doen met name het afgelopen decennium ingewikkelder en risicovoller is geworden.

Dit neemt niet weg dat er alle reden is om de staat van de politiek en het handelen van politici opnieuw goed en hardhandig te doordenken.
Als ik terugkeer naar Ido de Haan en zijn analyse van ‘constitutionele politiek’ dan denk ik dat je inderdaad kan vaststellen dat, als een gevolg van globalisering, de grote problemen in de multiculturele samenleving en komst van een mediacratie, samenleving en politiek zich opnieuw – moeten – grondvesten.

Politici, gekozen vertegenwoordigers van het volk, zullen daarin onvermijdelijk leiding moeten nemen. Zij dragen wel degelijk de verantwoordelijkheid om oplossingen aan te reiken voor grote maatschappelijke problemen. Of het nu gaat om het verminderen van de werkloosheid die voortkomt uit de internationale economische crisis, het op orde brengen van de staatshuishouding, het verminderen van de sociale en integratieproblemen, het beter beheersbaar en controleerbaar maken van het bureaucratische pandemonium (zoals Volkskrantcolumnist Bert Wagendorp deze week zo mooi opmerkte) of het aanpakken van klimaat- en energieproblemen

In het tweede deel van de masterclass heb ik de studenten gevraagd om – met achterlating van al hun theoretische kennis – eens na te denken over de noodzakelijke veranderingen in het politieke bestel en het handelen van politici.

Ik geef u eerst twee heel alledaagse observaties van de studenten door, waar ik even om moest lachen maar die ook onmiskenbaar veelzeggend zijn.
Na gesprekken met politici en een bezoek aan het parlement, verzuchtten de studenten om beurten dat zij het in het parlement interessanter en ook gezelliger vonden dan zij dachten en dat politici aardiger, welwillender en ook redelijker waren dan hun beeld van hen was.
En vorige week meldde een student dat zij, bezig met de opmaak van het slotessay, eindeloos op Google had gezocht naar foto’s van samenwerkende, vriendelijk met elkaar pratende politici en dat zij die niet had kunnen vinden.

Moderne politici zijn dagelijks verwikkeld in een harde overlevingsstrijd, een strijd om media- en publieke aandacht, in een strijd om het behagen en binden van hun kiezers. Politici zijn met handen en voeten gebonden aan kiezersverwachtingen, populariteitsvereisten en politieke mores. Het maakt hen onvrij om met wat meer afstand de grote problemen van deze tijd te aanschouwen. Het kan hen ook in een isolement brengen van eigendunk en zelfgenoegzaamheid, zo lang het ze goed gaat.

Maar niet alleen zijn de internationale problemen en risico’s, en de afhankelijkheid van derden bij het begrijpen en beheersen ervan, te groot; de vlucht in symbolische daadkracht, symbolische debatten over vooral de multiculturele samenleving die – ondanks daadkrachtige en soms oorlogszuchtige taal – niet leiden tot verbetering van het dagelijkse leven van mensen, ondermijnen de geloofwaardigheid en uiteindelijke effectiviteit van politici. En dit gevaar van politieke machteloosheid en ineffectiviteit op de lange termijn bedreigt alle politici, ook de populisten die zich vooral verheugen over de electorale winst op de korte termijn.

Politieke samenwerking over partijpolitieke grenzen heen, kent een grote noodzaak. Het vermeerdert de gedeelde kennis, het vergemakkelijkt het sluiten van de noodzakelijke compromissen en van het samen regeren.
De studenten hebben bedacht dat het goed zou zijn om kiezers bij de verkiezingen niet meer enkel op de eerste partij van hun voorkeur te laten stemmen maar ook een tweede en een derde voorkeursstem te laten uitbrengen: een zogenaamd ‘songfestivalsysteem’. Het dwingt politici zich beter rekenschap te geven van de politieke ‘umwelt’ waarin ze opereren en al in campagnetijd actief naar coalities te zoeken en deze te verdedigen, waarmee zij na de verkiezingen zouden willen regeren. Afgelopen zomer leidde de vergaande polarisatie tussen politici tot een gefragmenteerde verkiezingsuitslag en een bijna onbestuurbaar land. De ervaringen van de formatie en de idiotie van de totstandkoming van het huidige minderheidskabinet, zouden zich niet moeten herhalen.
Een zelfde milde dwang tot samenwerking zou uit kunnen gaan van het bij de gewone verkiezingen mogen uitbrengen van een adviserende stem op een voorkeurscoalitie. Ook dan geldt dat politici minder uitgedaagd worden om het conflict te zoeken met de electorale concurrenten (zoals Mark Rutte tijdens de laatste verkiezingen deed met Jan Peter Balkenende) maar al tijdens de campagne publiek samenwerking te zoeken met de latere en meest gewenste regeringspartner.
Daarbij lijkt het ons goed als de partijdiscipline en de onderlinge partijtegenstellingen verminderen. Een voorstel van de studenten is om Kamerleden in het parlement niet meer gegroepeerd naar partij te laten plaatsnemen maar bijvoorbeeld op alfabetische volgorde waardoor zij vaker samen optrekken en samenwerken.
Zelf voeg ik daar nog een suggestie naar Italiaans voorbeeld aan toe. Daar kiezen de leden van de verschillende oppositiepartijen samen één oppositieleider. Ook dat leidt onvermijdelijk tot betere samenwerking: de leiders zullen minder geneigd zijn elkaar vliegen af te vangen of elkaar te herhalen. Daarbij verandert het de verhouding tussen de grote en de kleinere oppositiepartijen. Denkt u zich eens in: het zal lang niet altijd vanzelfsprekend zijn dat de leider van de grootste oppositiepartij ook de oppositieleider wordt, bij de andere, kleinere partijen zijn wellicht beter gekwalificeerde kandidaten.
Veel politici maken zich zorgen over de zogenaamde kloof tussen politiek en burgers. Zij gaan eens in de zoveel tijd ostentatief (met een camera op hun nek) in koffiehuizen zitten, de deuren langs om te flyeren en beleggen bijeenkomsten waar burgers hun gal kunnen spuien. Al deze, dikwijls symbolische ontmoetingen betekenen niet werkelijk dat er met burgers wordt samengewerkt. Burgers bezitten veel kennis over, en dagelijkse ervaring met maatschappelijke en bureaucratische problemen, vaker dan nu gebeurt kunnen zij politici helpen oplossingen te formuleren. Met de komst van internet kan de kennis van burgers beter toegankelijk worden gemaakt, gebundeld en geselecteerd (zie bijvoorbeeld de ontwikkeling met ‘crowdsourcing’, waar in NL ook Maurice de Hond zich mee bezighoudt).
Een aantal jaren geleden heeft Rita Verdonk een ‘Ritawiki’ geïntroduceerd: burgers werden uitgenodigd om op haar site mee te schrijven aan haar verkiezingsprogramma. Het initiatief ging al snel kapot aan ‘reaguurders’ die site kaapten. Dat neemt niet weg dat het een goed idee was. Een idee van de studenten is om, verbonden aan de site van de Tweede Kamer, een ‘politieke wiki’ te starten waarop burgers oplossingen voor dringende en grote maatschappelijke problemen kunnen aanreiken. Vergelijkbaar met ‘wikipedia’ moet ook het debat over de inbreng van verschillende burgers zichtbaar kunnen zijn en moet zichtbaar kunnen zijn wie deelnemen aan een debat. Om te verhinderen dat de site gekaapt wordt, zou het een idee kunnen zijn dat burgers zich inschrijven met hun ‘digid’ die dan wel bekend is bij de Tweede Kamer maar niet zichtbaar is. Wel moet nagegaan worden of dit privacyproblemen geeft.

Onderlinge, harde competitie en concurrentie tussen politici en tussen parlementariërs en regering is slecht voor de openbaarheid. Angst voor misstappen en voor publieke vernedering leidt ertoe dat politici terugdeinzen voor het geven van inzicht in hun beweegredenen en in de wijze waarop zij tot een besluit zijn gekomen, met wie zij hebben gesproken en welke rol bijvoorbeeld lobbyisten hebben gespeeld. Het voorstel van Minister Donner om de Wet Openbaarheid Bestuur (WOB) verder in te perken en journalisten die de gangen van een minister willen nagaan, verder op achterstand te zetten, is een teken aan de wand.
Het is een misvatting dat een ‘cultuur van heimelijkheid’ de kwetsbaarheid van politici zou verminderen; het vergroot juist de achterdocht en de behoefte om politici hard af te rekenen als blijkt dat zij oneigenlijk informatie achterhouden.
Openbaarheid van informatie is een teken van politieke kracht, het versterkt de samenwerking met burgers en vergroot daarmee uiteindelijk ook de legitimiteit van beslissingen.
Het zou goed zijn als de Wet Openbaarheid Bestuur juist wordt verruimd en het aantal ‘uitzonderingsgronden’ voor het ter beschikking stellen van informatie aan journalisten en anderen, wordt verminderd
Naar mate beslissingen ingewikkelder worden (zoals bijvoorbeeld bij de Mexicaanse griep) zou het ook goed zijn als politici vaker laten zien ‘hoe’ zij tot een beslissing zijn gekomen, en niet enkel burgers ermee confronteren ‘dat’ zij een beslissing hebben genomen. Samen met de studenten pleit ik ervoor om vergelijkbaar met de Rekenkamer (die de doelmatigheid en rechtmatigheid van overheidsbestedingen onderzoekt) een onafhankelijke Besluitvormingskamer in te stellen die nagaat hoe een grote politieke beslissing tot stand is gekomen, op welke feiten en onderzoek deze is gebaseerd, welke derden daarbij een grote rol hebben gespeeld en wat hun belangen en motieven zijn.

Ervan uitgaand dat er sprake is van constitutionele politiek waarbij politiek en samenleving zich opnieuw grondvesten, zou het logisch zijn dat onze constitutie daarin ook een grote rol speelt. En dan bedoelen wij niet enkel in de schreeuwerige verdediging van een enkel grondrecht, zoals de vrijheid van meningsuiting of de vrijheid van godsdienst. Het kenmerk, maar ook de schoonheid, van onze constitutie is de gelijkwaardige botsing van grondrechten, van burgerlijke waarden, die erdoor op een vreedzame manier mogelijk wordt gemaakt. De grondwet constitueert daarmee ook heel letterlijk onze samenleving.
Betere kennis en een meer actieve verdediging van onze grondwet door politici, helpt wellicht ook burgers om met wat meer distantie, wat meer abstractie, politiek en maatschappelijk conflict en meningsverschil te beoordelen. Dit vereist echter wel dat de grondwet wordt vereenvoudigd en wordt verduidelijkt. Onze grondrechten zijn te cryptisch beschreven omdat ze tegelijkertijd ruimte laten voor uitzonderingsbepalingen door de overheid vast te stellen. Wij zijn voorstander van een nieuwe, moderne grondwet die eenvoudig en aantrekkelijk is en die daarmee ook een goed instrument in het onderwijs en in het politieke debat kan zijn.
Daarnaast is het hoog tijd om constitutionele toetsing in te voeren (diegenen die mijn werk van de afgelopen jaren kennen weten dat dit niet de eerste keer is dat ik hiervoor pleit). Niet alleen geeft het burgers een grotere mate van rechtsbescherming tegenover overheidsmacht, het brengt de grondwet ook tot leven omdat deze niet langer ‘een gesloten deur’ is voor burgers, zoals Thorbecke het ruim anderhalve eeuw geleden al omschreef.
Als samenleving en politiek een nieuw grondvest zoeken voor gezamenlijk handelen dan hopen wij dat die wordt gevonden in het zachtaardige, rechtstatelijke patriottisme dat onze constitutie biedt

Gisteravond kreeg ik bij DWDD de vraag, waarom komt u er nou mee, nu u aan de kant staat.
Aan de kant staan is ook reinigend en noodzakelijk om de politiek – waarvan ik houd – met wat meer distantie, wat minder politieke belangen, wat minder koortsachtig te kunnen gadeslaan en te beoordelen.

Ik dank de Universiteit van Tilburg, en in het bijzonder Hans van Driel en zijn staf voor de gelegenheid die zij mij hebben geboden. Ik dank vooral de Leonardostudenten voor het waardevolle onderzoek dat zij de afgelopen maanden hebben verricht en de vele levendige gesprekken en discussies die wij samen hebben gevoerd.

Dank u wel.

 

NB: Mevrouw Yvon de Witte meldt via twitter dat zij het idee voor een ‘songfestivalsysteem’ eerder op Facebook heeft voorgesteld en heeft vastgelegd bij de belastingdienst. Zij hecht aan vermelding daarvan: bij deze.

'Mevrouw Yvon de Witte meldt via twitter dat zij het idee voor een 'songfestivalsysteem' eerder op Facebook heeft voorgesteld en heeft vastgelegd bij de belastingdienst. Zij hecht aan vermelding daarvan: bij deze.

zondag, 20 februari 2011

Léon Dekkers

Léon Dekkers

Hyves Twitter

Eindelijk (weer) verhuizen!

In huis, portugal, verhuizen, almoster, brievenbus, hout, huisnummer, nummer 1, post, en meer.

Zo we hebben weer internet dus tijd voor een lang verwachte update op de site. Schenk eerst maar even iets te drinken in en pak een snackje want het wordt een lang verhaal.

Hoe staat het nu met het huis?

Dat is de meest gestelde vraag van de afgelopen 6 maanden. Om kort te zijn: het huis staat er nog. Het langere antwoord volgt nu.

Het huis is nog niet van ons omdat er een probleem met de papieren is. Dat is niet echt gek want in Portugal planten ze per huis een bos om te voldoen aan de vraag naar papier. In dit geval gaat een om een stukje grond van 48m2 dat op een van de papieren niet staat vermeld. Wij vonden dat niet belangrijk met nog bijna 5700m2 grond over maar de bank vond het extreem belangrijk. Dat terwijl ze geen lening geven voor grond….

Inmiddels hebben tientallen mensen zich bemoeid met de zaak. Landmeters, makelaars, advocaten, ambtenaren, bankmedewerkers en soms wij ook. Helpt dat? NEE!

Wonderlijk is overigens wel dat we de belasting over het stukje grond al wel hebben mogen betalen.

Iedereen zegt dat het goed komt dus dat moeten we dan maar geloven.

Voorlopig hebben we wel de sleutels en wonen we ook al in het huis.Dat is dan weer een klein voordeeltje, tenslotte heeft niemand iets gezegd over huren en wij dus ook niet.

Het huis

Ondanks dat het huis nog niet feitelijk van ons is hebben we toch maar besloten te gaan beginnen met opknappen. Is dat nodig dan? Nou, echt wel.

Het grootste probleem van het huis is vocht. Ten eerste heeft het huis een hele tijd geen bewoning gehad. Met de vochtige winters hier sluit je dan het vocht gewoon op. Verder heeft het huis aan de oudste muur een groot vocht probleem. Niet erg we wisten dat al. Verder zit er een lekkage in het dak in de studeerkamer en blijkt nu dat het in de woonkamer rond de dakramen ook niet best is. Dan hebben we nog een lekkage gehad bij de schoorsteen in de keuken. Die lekkage had dan ook weer gevolgen uiteraard voor de keuken (die we toch gaan vervangen). De keuken bleek namelijk helemaal niet gemaakt van wit hout, dat wit bleek gewoon schimmel. De spaanplaat keukenkastjes kon je verder letterlijk uitwringen.

Na een paar weken bewoning is het vocht probleem redelijk onder controle. De bedankbriefjes van EDP voor het gebruiken van buitensporig veel van hun stroom vanwege de aircos zullen dan ook wel snel in onze brievenbus verschijnen.

Verder hebben we na de eerste belachelijk dure offerte voor de diverse werkzaamheden besloten de plaatselijke bevolking maar eens te benaderen. Gevolg: veel lagere kosten en zowat het hele dorp heeft nu dadelijk iets in ons huis gedaan. De loodgieter hebben we via via doorgekregen. Hij kende dan een metselaar die kende weer een goede electrien etc.. Het gemiddelde inkomen in het dorp zal het komende jaar een duidelijke piek geven in de statistieken.

Met veel hulp van papa is het verven en bewoonbaar maken van het huis behoorlijk vlot gegaan.

Wel een gratis tip voor iedereen: koop nooit en ik herhaal NOOIT een lattenbodem van Ikea! Scheelt je zo weer 2 dagen van je leven.

De schoorsteen is gefixt, de keuken is gesloopt en de leidingen verlegd en de spullen staan ongeveer op hun plek. Ohja: we hebben ook een brievenbus maar dat is een langer verhaal.

De brievenbus

Ons huis had geen brievenbus. Niet belangrijk want de eigenaren gebruikte het slechts als vakantiehuis en iedereen in het dorp kende hen.

Maar belangrijker: het huis had ook geen huisnummer. Ook dat vond niemand raar hier in Portugal het was gewoon het huis van Tiago en wie heeft er dan nog een nummer nodig. Vreemd genoeg is het dan weer wel nodig een nummer te hebben als je zaken wilt regelen…

Nu hebben de buren wel een huisnummer, namelijk 3 en 5. Wij hebben het eerste huis van de straat, lijkt een makkelijk zaak: wij hebben nummer 1. Maar zo werkt dat niet in Portugal. De gemeente heeft daar een procedure voor. Die start uiteraard pas na het invullen van een hoop formulieren en verzoekjes. Dat was althans het antwoord.

Echter nadat we de makelaar nog eens hadden verzekerd dat de buren al 3 en 5 hadden belde ze nog eens naar de gemeente. Reactie: ooohh dan zullen zij wel nummer 1 hebben. Sindsdien hebben wij een brievenbus met nummer 1 op de oprit.

Krijg je dan ook al post? Nee.

Iedere dag hoorden we de postbode aankomen op de motor. Maar altijd waren we weer te laat om er voor te springen. We wisten het tenslotte zeker, we moesten al lang post hebben al was het maar die kaart die we onszelf stuurde.

Na vele pogingen is het Iris gelukt, een gesprek met de postbode. Na een korte introductie vroeg de postbode of wij dan toevallig Dekkers en Hendrickx heten. Ja, dan hadden wij al post ontvangen. Maar omdat hij de namen nogal Duits vond lijken heeft hij besloten ze dan maar aan het andere eind van de straat in de brievenbus te gooien. Daar woont immers een Duitser. Op de vraag of hij dan niet naar huisnummer had gekeken werd met veel verbazing gereageerd. Huisnummer? Op het huis van Tiago? Is daar een brievenbus dan? Oooohhh dat groene ding met nummer 1 en onze namen erop!

De volgende dag zijn wij ons post dan zelf maar gaan halen bij de Duitser. Die was met onze post al naar het andere eind van het dorp geweest. Daar wonen Nederlanders en dan namen leken wel heel Hollands…. Op de vraag of ze het huisnummer niet hadden gezien werd wederom met veel verbazing gereageerd. Huisnummers? In deze straat? Nee hoor, die hebben wij ook niet!

Salamander

Het huis is oud en dat betekent natuurlijk ook dat verwarmen anders gaat dan dat we gewend zijn. Zo hangt er een geiser in de keuken. Een oude en dus wordt deze vervangen.

Verder gaat het verwarmen van het huis met de airco’s dus er hangen. Dat neemt echter wel een flinke hap uit het maandelijkse budget. Dan hebben we nog een gaskachel, handig op wieltjes en dus warmte waar je wil. Maar we hebben ook een houtkachel, een salamander zoals die hier heten.

Na wat dagen gestookt te hebben met hout van de bouwmarkt en de Lidl zijn we maar eens koffie gaan drinken in het cafe. Het cafe is immers de plek waar je je gasflessen kan kopen maar ook je hout.

Onze bestelling van 500 kilo hout werd de volgende morgen al geleverd. Een grote shovel met ons hout in de schep reed onze oprit op en stortte het op het basketbalveldje. Nu kunnen we dus weer lekker de buurt uitroken.

Internet

Een van de belangrijkste zaken te regelen was uiteraasd internet. In de winkel vertelde ze ons dat het geen enkel probleem zou zijn. Die uitspraak bereid ons altijd voor op een lange lijdensweg. Een van de engste dingen die een Portugees tegen je kan zeggen is: maak je geen zorgen het komt allemaal in orde. Dat is de grootste garantie op problemen die ja kan krijgen.

We hadden gekozen voor het all-in-one pakket van MEO 24 mb internet, onbeperkt telefoneren en 70 kanalen slechte Braziliaanse soaps en oneindig lange journaals (die duren hier 1,5 uur!!)

Vanuit Lissabon gebeurde er echter niet veel. Daarom maar naar de winkel in Santarém.

Daar werd ons verteld dat 12 mb wel het maximum zou zijn. Verder was televisie alleen mogelijk met schotel. Dat wordt dus een nl-schoteltje.

Hierom werd het niet MEO maar Sapo. Niet erg is van het zelfde bedrijf, PT, de KPN van Portugal.

Enige dagen later kregen we bezoek op de oprit. Helaas niet voor installatie maar met de mededeling dat 8 mb wel het maximum gaat zijn en bovendien zal de telefoon een los pakket worden. Het zal wel, als het maar snel wordt aangesloten.

Vorige week was dan eindelijk de dag van de aansluiting daar. Een man klom in de telefoonpaal voor de benodigde kabels en de andere deed de aansluiting binnen. Na het installeren van waarschijnlijk de slechtste router die ik ooit heb gezien hadden we internet! En dat met een maximum van 4 mb…

Ook hebben we nu telefoon.

Om een of andere reden is het voor PT echter niet duidelijk dat we al klant van ze zijn want ze blijven bellen met fantastische aanbiedingen die bij ons huis niet ons kunnen worden aangesloten.

Bij doorvragen blijkt dat plots weer dat we niet 1 maar zelfs 2 keer in hun computers voorkomen. Helaas betekent dat vermoedelijk ook dat we 2 rekeningen gaan krijgen….maarja dat zien we morgen weer wel.

Update: foto’s zijn te zien op Facebook

Share

zaterdag, 29 januari 2011

Luuk van der Meer

Luuk van der Meer

Hyves Twitter

Poldermadrassa's voor de Taliban

In 2001 bombardeerden de VS de Taliban Kabul uit. Nederland steunde de invasie politiek en is prominent lid van de NAVO die de bezetting uitvoert. Met de missie in Uruzgan heeft Nederland bijgedragen aan de op zijn minst dubieuze strategie om elke tegenstand uit te roeien. Deze geschiedenis heeft een verantwoordelijkheid bij Nederland neergelegd. Nederland is tot over zijn oren betrokken bij de Afghanistan. Dat is de reden dat de Tweede Kamer deze week een besluit heeft genomen over een missie in dat land en niet, zoals de SP frivool voorstelde, nadacht over de vraag naar welk land we het beste een missie zouden kunnen sturen. Met dank aan GroenLinks en haar bondgenoten is het een goed besluit geworden: de Nederlandse missie gaat jonge mannen in Kunduz les geven, niet alleen in schieten en bermbommen herkennen, maar ook in lezen, schrijven, mensenrechten en de wet handhaven.

Zinloos bloedvergieten voorkomen

De afloop van de oorlog is ongewis en bepaald niet in zicht. Dit is een goede reden waarom GroenLinks zo hard heeft gevochten voor een missie die niet in het teken staat van de strijd tegen de Taliban. Het oorspronkelijke idee voor de missie was waardeloos: zoveel mogelijk jonge mannen leren schieten om ze daarna op pad te sturen om rebellen uit te schakelen. Dat zou een bijdrage zijn geweest aan zinloos bloedvergieten. Op korte termijn gaat natuurlijk niemand winnen in Afghanistan. Zelfs als de Taliban zich officieel gewonnen zouden geven, is er een enorm potentieel voor gewapende conflicten. Daarom mag een
trainingsmissie zich niet concentreren op en in ieder geval niet beperken tot gevechtstechnieken. Het gaat erom dat jonge, gewapende mannen in Kunduz iets te leren over de manier waarop de politie in een georganiseerd, democratisch land behoort te functioneren. De inzet van de missie moet een mentaliteitsverandering zijn. GroenLinks heeft belangrijke concessies binnengekregen op het gebied van het curriculum en de cursusduur is drie keer zo lang geworden.

Bijdrage aan de cultuurstrijd
De achterliggende strijd die Afghanistan al decennia lang in haar greep houdt, is die tussen een religieus-cultureel fundamentalisme en een meer pragmatische of soms vooruitstrevende houding. Die strijd gaat helemaal niet gelijk op met de oorlog tussen de Taliban en andere rebellen aan de ene kant en de regering en haar Westerse bondgenoten aan de andere kant. In het regeringskamp zitten tenslotte een aantal oorlogsmisdadigers met soms fundamentalistische ideeën. Daarentegen zijn veel Afhanen in opstand gekomen tegen de overheid zonder ideologische achtergrond. Zij protesteren juist tegen uitsluiting, machtsmisbruik of armoede. De belangrijke tegenstelling ligt tussen hen die alles willen verbieden met een beroep op Allah en Afghanen die televisie kijken en muziek luisteren, tussen Afghanen die vliegeren en vrouwen die hun huis uit willen. Het onderwijzen van politierekruten is een kleine bijdrage in deze strijd. Juist omdat er geen makkelijk eind aan het geweld bestaat, is het zo belangrijk om deze bijdrage te leveren.

Poldermadrassa
Ook als onze politieagenten massaal deserteren of overlopen, is de inspanning niet zinloos. Hoe mooi zou het zijn als onze missie het maatschappijbeeld van Afghanen kan beïnvloeden, of ze nou voor of tegen de corrupte regering van Karzai zijn. De koranscholen, de madrassa's in het grensgebied met Pakistan die Saoedi-Arabië in de jaren tachtig heeft opgericht, hebben een enorme invloed gehad op Afghanistan. Daar werden de Taliban opgeleid die in korte tijd bijna al hun concurrenten uitschakelden. Als de Nederlandse politie-opleiding ook maar een klein impuls de andere kant op kan geven, is dat onze steun meer dan waard. Het spreekt natuurlijk vanzelf dat GroenLinks zich tot het uiterste inzet voor een dergelijke missie.

dinsdag, 11 januari 2011

Femke Halsema

Femke Halsema

Hyves Twitter TK

Afscheid van de Kamer

In femkes weblogberichten, regels, samenleving, samenwerking, stemmen, televisie, tweede kamer, banen, banken, en meer.

Dinsdag heeft Femke Halsema afscheid genomen van de Tweede Kamer. Lees hier haar afscheidsbrief: “Vanaf de eerste keer dat ik struikelend over het groene tapijt naar het spreekgestoelte liep tot aan de laatste routineus geplaatste interruptie, heb ik me bevoorrecht geweten. Aan volksvertegenwoordiger zijn is niets gewoon of vanzelfsprekend.”

Amsterdam, 10 januari 2011

Geachte voorzitter, beste Gerdi,

Beste collega’s,

Vanaf de eerste keer dat ik struikelend over het groene tapijt naar het spreekgestoelte liep tot aan de laatste routineus geplaatste interruptie, heb ik me bevoorrecht geweten. Aan volksvertegenwoordiger zijn is niets gewoon of vanzelfsprekend.

Je merkt het ook dagelijks: aan de egards waarmee de bodes je behandelen, het nauwkeurig geschreven verslag van je goede en slechte inbreng, je ’s ochtends vroeg schoongemaakte kamer, de aankondiging van de kok dat de Indische schepschotel klaar staat en het milde commentaar waarmee de beveiliging je vergeeft dat je toegangspas weer eens thuis in een andere tas is blijven steken.

Als volksvertegenwoordiger word je door de zorg van anderen omringd. Vooral van al het kamerpersoneel dat dikwijls onzichtbaar, maar professioneel en onvergetelijk aardig zijn werk doet. Nu ik vertrek na twaalf en een half jaar, wil ik allereerst èn vooral tegen hun zeggen: dank jullie wel!

Sinds ik 3 weken geleden mijn vertrek aankondigde heb ik natuurlijk veel nagedacht over de plek die ik verlaat en van mij zal er geen somberte komen. Sinds 1998, toen ik aantrad, zijn onze samenleving en ons parlement veranderd. De schok van de aanslag op de Twin Towers, van twee politieke moorden en van een internationale financiële en economische crisis klinken ook door in het parlement, en hebben onze politieke verhoudingen en omgangsvormen onherroepelijk veranderd. Onze samenleving is meer gepolariseerd geraakt en ons parlement is van een vriendelijk forum meer en meer een strijdlustige arena geworden. De taal die we hanteren is soms schril maar ook recht toe, recht aan; de tegenstellingen zijn even hard als ze helder zijn. Mij is dat lief.

Ik kan me namelijk heel goed de schok herinneren toen ik als kersverse justitiewoordvoerder de betekenis leerde van de afkorting AMA MOB: een alleenstaande, minderjarige asielzoeker is met onbekende bestemming vertrokken. Het is een willekeurig voorbeeld van bureaucratisch en beleidsjargon, bedoeld om een groot menselijk drama te verhullen en van pijn te ontdoen.

Het parlement bewijst zichzelf een heel slechte dienst als zij opereert als een hermetisch gesloten systeem met eigen codes en taal, onbegrijpelijk voor buitenstaanders, voor het volk dat zij vertegenwoordigt. De afgelopen jaren is de Tweede Kamer onmiskenbaar toegankelijker geworden en dat is goed: veel liever hevige emoties, straatrumoer en ruwere zeden dan de handjeklap en zelfgenoegzaamheid van de besloten sociëteit. Je bevoorrecht weten is iets heel anders dan je bevoorrecht gedragen.

Nu de tegenstellingen in onze samenleving groter worden, is wel de vraag hoe deze door volksvertegenwoordigers in goede banen worden geleid. Ons parlement is van oudsher de plaats waar niet alleen de meerderheid, maar ook politieke, etnische en religieuze minderheden zich gehoord en vertegenwoordigd behoren te weten. Er dient ruimte te zijn voor de geaccepteerde opvattingen, maar ook en juist voor de niet-geaccepteerde en zelfs onacceptabele opvattingen. Nu het politieke debat niet meer alleen plaatsvindt in het parlement, maar ook – en soms gelijktijdig – op televisie en op internet, lijkt het mij tijd om na te denken over de regels van parlementaire onschendbaarheid. Volksvertegenwoordigers dienen zich beschermd en vrij te weten, ook als zij meningen verkondigen die sommigen tegen de borst stuiten of zelfs ronduit kwetsen. Die bescherming zou niet alleen moeten gelden als zij achter het spreekgestoelte of bij de interruptiemicrofoon staan, maar overal waar zij uit hoofde van hun functie het woord voeren.

Voor mij gold en geldt dat het democratische debat aan betekenis wint naarmate het scherper en helderder wordt gevoerd. Tegelijkertijd heb ik altijd geprobeerd de deugd van wellevendheid te beoefenen. Juist het besef in een bevoorrechte positie te verkeren, geeft je als parlementariër de opdracht om je in te leven in de problemen en zorgen van alle mensen die je vertegenwoordigt en om zacht over hen te oordelen. Ook over de mensen die nooit op je zouden stemmen en niet onder stoelen of banken steken dat zij een hekel hebben aan je opvattingen.

De eerlijkheid gebiedt te zeggen – deugdzaamheid blijft een ideaal – dat ik daar soms in ben geslaagd … en soms ook niet.

Daarbij laat ik het. Het was mij een grote eer om parlementariër te mogen zijn. Ik dank jullie – medestanders en tegenstanders – voor de samenwerking en wens jullie scherpte en wellevendheid toe.

Femke

maandag, 11 oktober 2010

Camiel van Altenborg

Camiel van Altenborg

Last.fm Youtube

Van Kooten & De Bie en de Nederlandse volksziel

In journaal, televisie.
Het is twaalf jaar geleden dat Wim de Bie en Kees van Kooten stopten met regelmatig televisie maken. Toch is veel van hun materiaal nog verrassend actueel; als ik journaal kijk, zie ik vaak genoeg een...

vrijdag, 24 september 2010

Jeroen van Leeuwen

Jeroen van Leeuwen

De PVV en het Zondebokfenomeen

In aanpak pesten, cultuur, politiek, pvv, zondebokfenomeen, achtergrond, belangrijk, divers, electoraat, en meer.

Je hebt het erg druk op je werk. Je deadline is morgen en de mailserver is net uitgevallen. Je baas jaagt je op vanwege de deadline. Eindelijk op weg naar huis sta je in een lange file. Een medeweggebruiker snijdt je en het wordt bijna een botsing. Ben je eenmaal thuis struikel je bijna over de kat als je de voordeur opendoet. Miauw! Klinkt het hard in je oor. De neiging anti-kat te zijn (of het beestje in elk geval mentaal te verwensen) is groot.

Je hebt het druk in je leven. Je voelt dat je steeds gehaaster moet leven en het contact met je buren verwatert. Op je werk is een reorganisatie, je baan staat op de tocht. Misschien gaan ze de productie verplaatsen naar een lage lonen land. Op televisie zie je dat een stel jongens met Marokkaanse achtergrond overlast veroorzaken. Op weg naar huis kom je twee gesluierde vrouwen tegen. Openlijk homosexuelen moeten gestenigd worden hoor je uit Iran. De neiging anti-moslim te zijn (of in elk geval PVV te stemmen) is groot.

Je moet hard werken op school. Binnenkort heb je weer toetsen maar wat de leerstof is is je wat onduidelijk. Je ouders hebben hoge verwachtingen van je. In de pauze zit je bij de populaire leerlingen, maar ze tolereren je alleen maar. Het ‘sulletje’ van de klas loopt je net voor de voeten waardoor je achter blijft op de groep. Vervolgens bied hij zijn excuses aan maar blijft daardoor wel langer in de weg staan. De neiging anti-’sulletje’ te zijn (of in elk geval hem bruut aan de kant te duwen) is groot.

Dit zijn alle drie voorbeelden van het zondebokfenomeen. Het is een manier voor mensen om met hun frustratie om te gaan. Hoewel de frustratie afkomstig is van verschillende factoren wordt deze afgereageerd op een ander (meestal zwakker) doelwit. Een doelwit wat niets kan doen aan de grootste oorzaken van frustratie, laat staan hier verantwoordelijk voor is.

Om het electoraat van de PPV te verkleinen is dan ook een dubbele tactiek nodig:

-De frustraties moeten serieus genomen worden en waar mogelijk aangepakt. Hierbij is het belangrijk goed te communiceren wat er wordt gedaan, en wat de (op lange en korte termijn) te verwachten resultaten zijn.

-De werking van het zondebokfenomeen moet bestreden worden door op de werkelijke oorzaken van de frustratie te wijzen.

Beide tactieken zullen niet zonder meer lukken. De aanpak van de problemen is zeer ingewikkeld. De uitleg hiervan zal dan ook snel complex worden. Hetzelfde geld voor het aanwijzen van werkelijke oorzaken. De factoren die hierbij een rol spelen zijn divers en verhouden zich vaak op een omslachtige manier met elkaar en de gevoelde frustratie. Dit zal dan ook verre van makkelijk zijn en een lange inspanning vergen.

Hoewel hier sprake is van het zondebokfenomeen acht ik de kans klein dat een directe aanpak hiervan productief zal werken. Een samenleving als geheel heeft een andere dynamiek dan een school of een jongerencentrum. Wel pleit ik er, nog steeds, voor een correcte aanpak hiervan op scholen (om mee te beginnen). Onder het motto ‘vroeg geleerd is oud gedaan’, kan de noodzakelijke gedragsverandering voor toekomstige generaties al veel eerder worden ingezet.

dinsdag, 7 september 2010

Ger Bosma

Ger Bosma

Proeve van Bekwaamheid?

In ge(r)neuzel, geen commentaar, nieuws, politiek, televisie, andere partijen, beatrix, bezuinigingen, blok, en meer.

EenVandaag berichtte afgelopen zaterdag dat de kiezer vindt dat na het mislukken van de onderhandelingen van de PVC-coalitie – inderdaad: erg slecht voor het milieu – Paars Plus weer de meest logische optie is. Mark Rutte gaat echter doodgemoedereerd verder op de ingeslagen koers: geen millimeter afwijken van het VVD-verkiezingsprogramma en de relatieve zwakte van andere partijen uitbuiten om er zoveel mogelijk van te verwezenlijken. Ogenschijnlijk nauwelijks beschadigd door twee mislukte formatierondes, ligt het initiatief 3 maand na de verkiezingen nog steeds bij de voorman van de rechtsliberalen. Maandagavond kwam de volgende logische stap, middels een brief aan de koningin, waarin Rutte onomwonden stelt dat hij het best gekwalificeerd is om een 'proeve van een regeerakkoord' te schrijven.

US_Soldiers_removing_landmines_wikicommons De strategie van Rutte blijkt vooralsnog uiterst effectief. De potentixc3xable landmijn Paars-Plus werd simpelweg gedemonteerd door geen enkele concessie te doen inzake de hypotheekrenteaftrek, rekeningrijden en de geplande 'bezuinigingen zonder lastenverzwaring'. De piketpaaltjes werden door Rutte zo dicht bij het VVD-program in de grond gejensd, dat een compromis vrijwel onmogelijk was. Doordat voor Cohen's PvdA hiermee niet in kon stemmen, was meteen de optie van een middenkabinet VVD-PvdA-CDA van de baan. Exit Cohen.

In de tweede ronde, met CDA en PVV kreeg de bijkans door de VVD doodgeknuffelde verloren zoon Wilders van Mark Rutte alle ruimte om zich te blijven profileren op zijn stokpaardjes, zo lang hij maar zou instemmen met 18 miljard megabezuinigingen en de verregaande ontmanteling van de verzorgingsstaat. Bezuinigingen waarvan met name alle anonieme Henken & Ingrids de wrange vruchten zullen plukken. Ruttes grootste misrekening tot nu toe lijkt te zijn dat hij de onderschatte in hoeverre een niet netjes ingekapselde Wilders vooral aan de (protestantse) linkerflank van het CDA tot grote gewetensnood zou leiden.

Pluchehonger

Het CDA, vervaarlijk zwalkend tussen de onverzadigbare pluchehonger van machtspoliticus Maxime Verhagen en het toenemend ongenoegen over het pact met de ontembare Wilders, bleek uiteindelijk toch niet over genoeg kadaverdiscipline te beschikken om de wekenlange formatieproces uit te zitten. Nadat alle coryfeexc3xabn, mastodonten en oudgedienden van het CDA zich vergeefs ertegenaan hadden bemoeid, was het uiteindelijk de noodkreet van onderhandelaar Klink die de deur voorlopig in het slot knalde; tot immens chagrijn van Verhagen. Het vertrek uit de fractie van Klink, een zwaargewicht binnen het CDA, zal de partij ongetwijfeld in een nog diepere identiteitscrisis achterlaten. Maar Verhagen lijkt niet van opgeven te willen weten.

Rutte hield zich wijselijk op de vlakte inzake de interne strubbelingen binnen het CDA. Hij vertrouwde op de bezwerende woorden van 'goede herder' Verhagen, die beloofde de CDA-kudde naar het gewenste akkoord te leiden. Nu de zwarte schapen Klink, Ferrier, Koppejan gebrandmerkt zijn en deels zijn verbannen uit de kudde, vertrouwt Rutte erop dat Verhagen toch de gewenste fractiediscipline kan garanderen. Gunstig voor Rutte was verder dat Wilders eind vorige week gefrustreerd raakte en uitsprak geen vertrouwen meer te hebben in het CDA. Toen vrijdagavond de formatiebesprekingen werden afgebroken, was het Wilders die opzichtig met een grote stekker in handen stond.

Rutte verlaat Noordeinde (c) NRC Roel Rozenburg2 Wederom bleef Rutte gemakkelijk buiten schot.Nadat hij maandagavond een uur lang bij koningin Beatrix op paleis Noordeinde was geweest, stelde Rutte nogmaals dat hij vindt dat Wilders de sleutel in handen heeft van een rechtse samenwerking. Daarmee zet hij Wilders zwaar voor het blok. Rutte gaf verder aan dat de formatie voor een rechtse politieke samenwerking wat hem betreft gewoon verder gaat waar die vrijdag gestopt is. Nogmaals sprak Rutte het geloof uit dat Verhagen uiteindelijk alle 21 fractieleden achter zich zou hebben gekregen om in te stemmen met een kabinet van VVD en CDA met gedoogsteun van de PVV. "Ik vertrouw Verhagen.", zo liet Rutte noteren.

Rutte speelt het spel erg slim. Gebruik makend van de zwakte van zijn beoogde coalitiepartners, wordt de positie van de VVD alleen maar sterker. Als formatiebreker, heeft Wilders zijn belangrijkste troefkaart voortijdig gespeeld. Het is nu de PVV die voortaan gedoogd wordt in een op handen zijnd rompkabinet VVD-CDA. Voor het CDA geldt dat, tenzij Verhagen ook voortijdig wordt afgeserveerd, de vlucht naar voren de enige overgebleven mogelijkheid is. Op straffe van langdurige politieke irrelevantie.

Voor de oppositie wordt het erop of eronder. Tenzij links Nederland snel met een meesterzet komt, is de presentatie van het eerste kabinet Rutte op het bordes van paleis Huis Ten Bosch anders binnen enkele weken een feit.

zondag, 29 augustus 2010

Ger Bosma

Ger Bosma

Komkommer- en Kweltijd

In etymologie, ge(r)neuzel, geen commentaar, nieuws, politiek, taal, holiday, maatschappij, nederlands, en meer.

(c) Nao Cha, Flickr 2004 komkommer De derde week van augustus. Hoewel de zomer ook qua weer op zijn laatste benen loopt, is de uitgesproken landerigheid van deze reces- en vakantiemaand verre van uitgewerkt. Niet alleen uit de Haagse kaasstolp komt nauwelijks nieuws, ook op televisie zie je vooral herhalingen. Kortom het is nog steeds komkommertijd. In de krant en in de actualiteitenrubrieken worden, bij gebrek aan hard nieuws, de markantste komkommers dus nog maar eens glimmend gepoetst en op hun allervoordeeligst uitgestald. Maar hoezo komkommers? Historisch gezien lag de rest van de maatschappij in de zomer weliswaar amechtig op zijn gat, maar voor de komkommerkwekers was dit van oudsher de drukste tijd. In de periode vxc3xb3xc3xb3r de glastuinbouw wel te verstaan. Bij gebrek aan echte berichten was de kolossale komkommer van teler Bertus Bolderbast natuurlijk een niet te versmaden nieuwtje.

Of deze verklaring nu een voorbeeld is van creatieve volksetymologie of niet: in het Nederlands wordt de term komkommertijd al gebezigd sinds de 19e eeuw, onder meer door Multatuli. De oorsprong is evenwel onduidelijk. Cucumber time (ook wel taylor's holiday), afkomstig uit Britse kleermakerskringen, zou aan de basis hebben gelegen van deze benaming: Taylers Holiday, when they have leave to Play, and Cucumbers are in Season

Ook kleermakers hadden in de zomer minder werk wanneer de Engelse adel en masse vertrok naar hun buitenhuizen. Problematisch aan deze verklaring is dat cucumber time in het Engels nooit wortel heeft geschoten en vandaag de dag niemand deze term nog gebruikt. In de meeste Germaanse talen echter komen we wel allerlei varanten van de de komkommer tegen. Zo spreken Duitsers over de Sauregurkenzeit (zurebommentijd), de Denen over agurketid en de Noren over agurknytt (komkommernieuws).

Pickled Frog De augurk is inderdaad verwant aan de komkommer, maar wel een ander ras. In menige taal wordt een woord dat lijkt op augurk juist gebruikt voor onze hollandsche komkommer. De Duitse Gurke, Zweedse gurka en de Deense en Noorse agurk zijn namelijk komkommers. In het Duits noemt men een augurk een Gewxc3xbcrzgurken. De Engelse naam is gherkin, waarschijnlijk een leenwoord uit het Nederlands. Maar dit is natuurliijk allemaal oud nieuws, terug naar het komkommernieuws.

In het Engels gebruikt men voor de schaarste aan echt nieuws ook wel de benaming Silly Season. Fransen, Duitsers en Zweden benadrukken ook het gebrek aan nieuws wanneer ze respectievelijk spreken over la morte-saison, Sommerloch of nyhetstorka ('nieuwsdroogte'). De Spanjaarden hebben dan weer een hele andere associatie, en spreken van serpiente de verano, ofwel de zomerslang. Nieuws dus in de vorm van een ontsnapte slang. Of toch een verwijzing naar de elke zomer opnieuw opduikende Schotse zeeslang Nessie? Dat fenomeen kennen wij trouwens ook in Nederland: in de zomer van 2005 was er een enorme hype rond de zogenaamde Veluwepoema.

In Canada en de Verenigde Staten zijn het geen augurken, zure bommen of komkommers die aankondigen dat de jaarlijkse zomergezapigheid zijn hoogtepunt nadert. Daar spreekt men van big gooseberry season, ofwel de kruisbessentijd. Laat die waterachtige komkommers voor wat ze zijn en trek eropuit met je mandje! Lekker kruisbessen plukken, bijvoorbeeld op Big Gooseberry Island, voor de kust van Nova Scotia.

Heb je zelf nog een leuke nominatie voor de komkommer van de zomer van 2010, drop dan even een reactie!

dinsdag, 17 augustus 2010

Robert Giesberts

Robert Giesberts

Linschoten

In wijken, linschoten, televisie, wilders, cda, programma, dom, krom, mening, en meer.


In de periode dat mijn politieke bewustzijn tot volle wasdom kwam was ik erg uitgesproken over de Haagse protagonisten: Van Agt en Lubbers zien en horen vond ik al een kwelling. En met hen, vele anderen. In de loop der jaren ben ik daar milder in geworden, verstandiger, denk ik ook. Het gaat om de inhoud, de persoon is bijzaak. Over één voormalige hoofdrolspeler lukt het me maar niet mijn mening te verzachten, dat is Robin van Linschoten. Ik vond toendertijd de man absoluut onaardig en onverstandig, en dat vind ik nog steeds. Het wordt alleen maar erger. Capriolen in de sociale zekerheid, werden opgevolgd door bokkensprongen bij de DSB. En geen greintje van zelfreflectie getuige zijn opstelling van hem en zijn voormalige medebestuurders. Het was toch echt de schuld van anderen, hun viel niets te verwijten.
En vorige week zag ik Linschoten bij Knevel & Brink. Een programma die voordat er en woord is gezegd al voor en lichte verhoging van de irritatiegraad zorgt, maar goed. Zo heb je er meer op de Nederlandse televisie. Het wemelt ervan eigenlijk, maar dat voor een andere keer.
Linschoten zat er vol eigendunk en zonder een extra oogknipper te beweren dat Wilders slechts en groot spel had gespeeld: nu de macht binnen bereik was zou hij weer zijn tamme oude ‘ik’ worden, het hondje dat kwispelt als het ‘braaf, braaf’ hoort van zijn companen bij CDA en VVD. Sterker, ziener Linschoten achtte de kans niet klein dat Wilders weer de VVD zou omarmen. Iets wat hij blijkbaar graag zag gebeuren…
En met dit soort roze mistflarden praat Linschoten recht wat krom is. Ik heb het nooit zo op verdachtmakingen op ‘baantjesjagerij’ maar het is dit, wat hem tot dit soort opvattingen brengt of hij is echt, echt héél dom.

zondag, 15 augustus 2010

Carel Bruring

Carel Bruring

Twitter

De sprekers tegen de “Mega-moskee op Ground Zero”

In uncategorized, led, leider, lezen, list, media, moskee, nam, nederlanders, en meer.

Op haar blog heeft Pamela Geller de sprekerslijst voor het protest op 9/11 tegen de “mega mosque at Ground Zero” gepubliceerd. Pamela Geller is directeur van Stop Islamization of America (SIOA) en initiatiefneemster van de protestdemonstratie tegen de bouw van deze “mega moskee op Ground Zero”.

De sprekerslijst bestaat, zo wordt ons beloofd, uit “World leaders, prominent politicians and 911 family members “.
Ik stel ze hierbij aan u voor met de naamgeving [in vet] zoals die op Geller’s blog Atlas Shrugs en de website van SIOA wordt gebruikt. 

Ambassador John Bolton

John Robert Bolton werd op 20 november 1948 in Baltimore (Maryland) geboren.
Werkte tijdens de regeringen van Reagan en Bush binnen het State Department, het Departement van Justitie en de USDAID (U.S. Agency for International Development). Onder de regering Bush was hij staatssecretaris voor Wapenbeheersing en Internationale Veiligheid tot hij op 1 augustus 2005 tijdens het reces van het Congres door president Bush werd benoemd tot ambassadeur bij de Verenigde Naties. Op 4 december 2006 stapte hij daar zelf op.

John R. Bolton verwierf als VN-ambassadeur internationale bekendheid met uitspraken als

There is no such thing as the United Nations. There is only the international community, which can only be led by the only remaining superpower, which is the United States.

The Secretariat Building [het VN-gebouw, CB] in New York has 38 stories. If you lost ten stories today, it wouldn’t make a bit of difference.

John Bolton Bolton is thans maat bij het American Enterprise Institute (AEI), commentator voor Fox News en associate van het kantoor in Washington D.C.  van juristenbureau Kirkland & Ellis. Daaraast is hij betrokken bij een groot aantal conservatieve ‘think tanks’ en politieke instituten, waaronder de Jewish Institute for National Security Affairs (JINSA), het Project for the New American Century (PNAC), het Institute of East-West Dynamics, de National Rifle Association (NRA), US Commission on International Religious Freedom en de Council for National Policy (CNP).

Newt Gingrich

Newton Leroy “Newt” Gingrich kwam op 17 juni 1943 als  Newton Leroy McPherson in Harrisburg (Pennsylvania) ter wereld.
Hij was van 1995 tot 1999 Speaker van het House of Representatives en was in deze tijd hèt gezicht van de Republikeinse oppositie tegen president Bill Clinton. In 1999 werd hij door Time Magazine gekozen als Person of the Year voor zijn rol in de ‘Republikeinse Revolutie” in het Huis van Afgevaardigden, waarmee een eind kwam aan de veertigjarige hegemonie van de Democraten.

Kort na de verkiezingen van 1998, waarbij de Republikeinen vijf zetels verloren, diende hij zijn ontslag als volksvertegenwoordiger in. Sindsdien zet hij zijn politieke loopbaan voort als politiek analist en consultant en schrijft hij over onderwerpen die op de regering betrekking hebben. Hij is fervent tegenstander van president Obama. Onlangs was hij oprichter van American Solutions for Winning the Future, een 527 group.

UPDATE: De woordvoerder van Gringrich heeft inmiddels laten weten dat deze niet op de protest-demonstratie zal spreken en dit ook nooit van plan is geweest. Lees meer.

NY Senator Candidate Gary Berntsen

De op Long Island (New York) geboren Gary Berntsen is oud-officier van de Central Intelligence Agency (CIA), waar hij van oktober 1982 tot zijn pensionering in juni 2005 werkte. In deze periode was hij locatiedirecteur en leidde hij een aantal van CIA’s belangrijkste operaties van de afgelopen jaren, waaronder de Amerikaanse reactie op de bomaanslag op de Amerikaanse ambassade in Dar-Es-Salaam in 1998 en de terroristische aanvallen op 9/11. Hij werd in 2000 onderscheiden met de  the Distinguished Intelligence Medal en in 2004 met de Intelligence Star.
In juli 2005 sleepte hij de CIA voor de rechter omdat deze de termijn zou overschrijden die de CIA heeft om manuscripten te beoordelen. Zijn boek Jawbreaker, waarin hij het Amerikaanse leger verwijt dat Bin Laden door haar gebrek aan inzet niet in Tora Bora werd gearresteerd, verscheen in december 2005. In 2006 klaagde hij de CIA aan, omdat deze het manuscript zou hebben gecensureerd met de bedoeling het onleesbaar te maken.
Van juni 2007 tot juni 2008 was hij burgeradviseur in Afghanistan voor de door de NAVO geleide ISAF inzake IED’s (bermbommen). Hij treedt regelmatig op Fox News en CNN op als deskundige op het gebied van nationale veiligheid.
Berntsen kondigde op 23 mei 2010 officieel zijn kandidatuur aan voor de New York Senate, en gaat daarmee de strijd aan met de zittende Chuck Schumer.

Jordan Sekulow (ACLJ)

De op 14 juli 1982 in Atlanta (Georgia) geboren Jordan Sekulow is mede-presentator van de door Affairs for the American Center for Law and Justice (ACLJ) geproduceerde radio-talkshow Jay Sekulow Live! - die in Amerika dagelijks op circa 850 zenders is te beluisteren en treedt af en toe op bij de wekelijkse televisie-talkshow ACLJ, die wekelijks wordt uitgezonden door het grootste christelijke broadcasting netwerk van de VS: Trinity Broadcasting Network (TBN). Daarnaast is hij actief als politiek consultant. Bij ACLJ heeft hij de functie van onderdirecteur Regeringszaken.

Ginny Thomas (Supreme Court Justice Clarence Thomas’s wife)
 
Virginia (“Ginny”) Lamp Thomas is “de vrouw van” Clarence Lamp Thomas, rechter bij het Amerikaanse Hooggerechtshof. Clarence Thomas werd op 1 juli 1991 door president Bush gekandideerd voor het Hooggerechthof en was de tweede Afro-Amerikaan die tot het Hooggerechtshof toetrad. Hij werd met een marginale meerderheid van 52 stemmen vóór en 48 tegen als rechter aangesteld; zijn benoeming was omstreden vanwege zijn standpunten ten aanzien van positieve discriminatie en abortus.

Virginia Thomas is consultant bij het Heritage Foundation, een Amerikaanse conservatieve denktank en oprichtster en voorzitter van de advocatengroep Liberty Central.

Pete King (invited)

Peter T. King (5 april 1944) is geboren in Manhattan, New York (New York) en groeide op in Sunnyside, Queens, New York. Zijn familie heeft een Ierse achtergrond.
King’s politieke carrière begon als gemeenteraadslid in 1977 in Hempstead, New York. Sinds 1992 vertegenwoordigt hij in het Congress NY-3: New York’s 3rd District (Suffolk County) voor het Congres.

In de jaren ’80 bezocht King tenminste twee keer per jaar Ierland, om daar leden van de in Engeland en Ierland verboden Irish Republican Army (IRA) te ontmoeten. In 1982, sprekend op een pro-IRA-bijeenkomst in Nassau County, New York, zei King:

We must pledge ourselves to support those brave men and women who this very moment are carrying forth the struggle against British imperialism in the streets of Belfast and Derry.

Na de aanslagen van 9/11 was King een van de felste verdedigers van de Amerikaanse inval in Irak en pleitte hij op 21 oktober 2001 op WABC Radio voor het inzetten van tactische nucleaire wapens tegen terroristen in Afghanistan. Door deze opstelling verloor hij snel aan Ierse steun. In 2005 nam King afstand van de IRA. Hij wordt nu gerekend tot een van de politici die het hardst terrorisme willen bestrijden. 

Zijn opstelling in het Congres kwam in de schijnwerpers toen hij als een van de vier Republikeinen tegen de Impeachment-voorstellen van zijn partij, gericht tegen president Clinton, stemde.
In september 2007 zei King in een interview met de website politico.com:

There are too many mosques in this country… There are too many people sympathetic to radical Islam. We should be looking at them more carefully and finding out how we can infiltrate them.

Nadat King had beweerd dat dit citaat uit zijn verband was gerukt plaatste politico.com, om het tegendeel aan te tonen, het gehele interview op haar website.

Michael Grimm Staten Island House of Representatives, 911 First Responder

De nu 40-jarige Michael Grimm meldde zich op 19-jarige leeftijd voor de marine, waarna hij zich al snel in de frontlinie van de Golfoorlog bevond. De marine-veteraan werd daarna Special Agent (Uniformed Police Officer) van de FBI, maar verruilde deze baan na elf jaar voor die van research-analist op Wall Street. Vanuit deze positie keerde hij als agent weer terug naar de FBI, waar hij vooral undercover onderzoek deed naar mafiabaas Peter Gotti. Hij was één van de ruim 13 duizend ’911 first responders’, heeft nu een klein restaurant in Manhattan en is betrokken bij een bio-brandstof onderneming in Austin, Texas.

Grimm heeft niet eerder een vertegenwoordigende functie bekleed. Toch wil hij, net als partijgenoot Michael Allegretti, een poging doen de zetel in het Congres voor Staten Island/Brooklyn, New York te bemachtigen.
De voorverkiezingen binnen de Grand Old Party (GOP) hiervoor zijn op 14 september aanstaande. Zijn kansen ook daadwerkelijk in het Congres belanden lijken gering: volgens een peiling van de  Global Strategy Group uit april 2010 kan de zittende McMahon rekenen op een aanhang van 56%, Grimm en Allegretti op 23% respectievelijk 24%.

Andrew Breitbart

Andrew J. Breitbart, geboren op 1 februari 1969 is uitgever, commentator voor the Washington Times, schrijver, en treedt incidenteel op als gast-commentator in nieuwsprogramma’s die hebben bijgedragen aan de website Drudge Report.
Hij was researcher voor de als Arianna Stassinopoulos geboren Arianna Huffington, vrouw van het voormalig Republikeinse lid van het United States House of Representatives Michael Huffington, en was betrokken bij het opzetten van haar website de Huffington Post. In 2003 deed Arianna Huffington als onafhankelijk kandidaat een mislukte gooi naar het gouverneurschap van California. Zij staat als nummer 12 vermeld in Forbes’ first ever list of the Most Influential Women In Media, welke lijst wordt aangevoerd door Oprah Winfrey.

Breibart heeft tegenwoordig zijn eigen nieuwssite, Breitbart.com, en vijf andere websites: Breitbart.tv, Big Hollywood, Big Government, Big Journalism, en Big Peace.

Andrew Breitbart is geregeld spreker op protestbijeenkomsten van de Tea Party movement door heel de VS. Hij was een voornaam spreker op de eerste National Tea Party Convention op 6 februari 2010 in Nashville.

Later raakte hij betrokken in diverse controverses, onder meer over vermeende racistische en homofobe beledigingen, die op 20 maart 2010 door Shirley Sherrod zouden zijn geuit. Nadat Breibart op zijn weblog gemonteerde videos van haar toespraak had geplaatst, waarin hij Sherrod uitspraken in de mond legde die zij echter alleen had gebruikt als voorbeeld van hetgeen haar persoonlijk was overkomen, zag Sherrod zich door de ontstane commotie genoodzaakt haar ontslag in te dienen. Tijdens deze affaire gooide Breibart nog eens extra olie op het vuur door aan te bieden 100.000 dollar te zullen doneren aan het United Negro College Fundfor any audio/video footage of the N-word being hurled“.

Geert Wilders, Dutch Parliamentarian

Nederlands Tweede Kamerlid, tevens oprichter en enig lid van de Partij voor de Vrijheid (PVV), behoeft voor een Nederlands lezerspubliek geen verdere introductie.

Meer over Wilders’ achtergrond kunt u desgewenst lezen op Wikipedia.org.

.

.
Deze lijst overziende lijkt het met die ”World leaders, prominent politicians and 911 family members” nogal mee (of zo u wilt: tegen) te vallen.

Inderdaad: Newt Gingrich en Pete King (waarvan nog niet zeker is dat hij komt) zijn – los van de vraag of je het met hun politieke visie eens bent - in de VS onbetwist politici van statuur. Maar dat kan toch nauwelijks van een nieuwkomer als Michael Grimm worden gezegd, die voor het eerst een gooi naar de New Yorkse congreszetel voor  Staten Island/Brooklyn doet. Of van een Gary Berntsen, die – ook al voor het eerst in zijn leven - in de race is voor een New Yorkse senaatszetel.
Waarbij je bij Michael Grimm ook nog eens kunt twijfelen aan zijn intenties, met de voorverkiezingen van 14 september in zicht en de wetenschap dat vele inwoners van juist Staten Island zich tegen het voorgenomen bouwwerk verzetten; relatief veel slachtoffers van de 9/11-aanval op de Twin Towers woonden immers op Staten Island.

Oud VN-ambassadeur John Bolton is zijn leven lang ambtenaar geweest met een, laten we zeggen wat ongelukkige, carrièrestap in 2005. 
Ginny Thomas is vooral ”de vrouw van”.
Jordan Sekulow en Andrew Breitbart maakten carrière binnen de media.

Ik wil daarmee zeker niet zeggen dat de sprekers op de 9/11-demonstratie van een tweede garnituur zouden zijn. Stuk voor stuk kunnen ze zich beroepen op een succesvolle geschiedenis (of hopen zij als Michael Grimm en Garry Berntsen op een succesvolle toekomst) en zijn zij bij grote delen van het Amerikaanse publiek geliefd. Of gehaat, afhankelijk van aan wiens zijde je staat. Bekend zijn ze in elk geval.
Maar de belofte van “World leaders, prominent politicians, …” maakt Pamela Geller – op Gingrich en King (als die al komt) na – niet waar.
 
Wel hebben ze allemaal een andere overeenkomst: alle sprekers zijn op de een of andere manier gelieerd aan de Tea Party Movement.

Allemaal? Nee, niet allemaal.

Die Wilders is geen lid van de Tea Party.
Hij is trouwens ook geen Amerikaan en al helemaal geen “world leader”.

Prominent politicus dan?

Tsja … als je de leider van de in grootte derde partij in een van de kleinste landen ter wereld als “prominent politicus” wilt zien mag dat natuurlijk. Maar het steekt wel wat iel af bij namen als Gingrich of King.

Bovendien zul je ook nog moeten uitleggen wie hij is, want bij “Holland” komen de meeste Amerikanen niet verder dan wooden shoes, tulips en windmills. Of het zou door de speech van Bloomberg moeten zijn, die er fijntjes op wees dat in het New York van ooit het toch maar mooi de Nederlanders waren die als eerste de bouw van een kerk verboden.

Wat doet Geert Wilders daar dan eigenlijk?

 


donderdag, 4 maart 2010

Paul Pama

Paul Pama

Peiling in de polder

Wie gisteravond nietsvermoedend de televisie inschakelde, zou gedacht hebben dat hij miden in de landelijke verkiezingen terecht was gekomen. Uren achtereeen werden er analyses getoond, coalities gevormd en triomfen gevierd. Dat alles gebaseerd op de resultaten van een peiling. Let wel: een peiling. Aan het tellen van de stemmen was men immers nog niet toegekomen. Een peiling die liet zien wat

maandag, 16 november 2009

Gijs van der Kroef

Gijs van der Kroef

Hyves

Jeugdliede

In geloof, geweldige, huis, idee, internet, media, sport, televisie, woorden, en meer.
‘Timmertje, Timmertje wat ga je doen?’ Een historisch geworden opmerking die beantwoord kan worden met: ‘ik word olympisch kampioen!’.

Twaalf jaar geleden stond ik – voor mijn begrippen indertijd – voor dag en dauw op. Niet om de laatste puntje op de i te zetten voor mijn naderende eindexamen van de middelbare school, maar om naar de Olympische Spelen te kijken op televisie. Intussen staat mijn TV al jaren stof te happen in een onbetreden hoek van mijn huis en is iedere kennis die ik op de middelbare school heb opgedaan, verschrompeld tot een geelgeworden diploma waarvan ik geen idee waar die ligt. Ook via de andere media volg ik sport niet tot nauwelijks. Interesseverlegging heet zoiets geloof ik.
Toch gingen mijn gedachten uit naar de grote sportdaden die mijn heldin van vroeger (en stiekem nu ook nog een beetje) heeft verricht, toen ik vernam dat Marianne Timmer niet mee kan doen aan de Spelen in Vancouver. Wat heb ik genoten van die heerlijke Groningse nuchterheid toen ze in 1998 voor het eerst olympisch kampioen werd. De exacte woorden kan ik me niet meer herinneren (en een korte zoektocht op internet leverde niets op) na haar gouden rit op de 1.500 meter in Nagano in een toen absurd snelle tijd. Maar het was in de trant van ‘na, dat kan niet, hoor. Zo snel kan ik niet geschaatst hebben’.
Uiteindelijk zou ze drievoudig Olympisch kampioen worden en wereldkampioen. Als geen ander kon ze pieken op momenten dat het ertoe deed. De afgelopen jaren heeft ze er alles aan gedaan om een vierde keer Olympisch kampioen te worden. Het zou een geweldige stunt zijn geweest: twaalf jaar na Nagano een schitterende carrière afsluiten met een vierde gouden medaille op de Spelen.

Helaas weten we nu dat dat niet zal gebeuren. Opnieuw kan de vraag gesteld worden: ‘Timmertje, Timmertje wat ga je doen? ‘ Alleen is de vraag nu gericht op wat Marianne Timmer gaat doen ná haar schaatscarrière.

dinsdag, 4 maart 2008

Luuk van der Meer

Luuk van der Meer

Hyves Twitter

Rozenrusland

In de wereld, democratie, dictator, europa, hoop, liberaal, stemmen, stuk, televisie, en meer.
Poetin heeft zijn Wit-Russische collega Loekasjenko de laatste jaren de titel "laatste dictator van Europa" ontnomen. Hij heeft burgerrechten en fundamentele vrijheden uitgehold en ingeperkt en de democratie weer tot de lachwekkende schijnvertoning gemaakt die het in Sovjetrusland was. Europa kende op zijn minst weer twee dictatoren. De Russische dictatuur heeft de presidentsverkiezingen

Ook in West-Europa heeft niemand ontkend dat Poetins populariteit één van de voornaamste steunpilaren is onder zijn bewind. Maar toch leek de hoop op een bloemenrevolutie niet verdwenen uit de berichtgeving. De charismatische Gari Kasparov was waarschijnlijk nog langer op televisie dan de nieuwe president. Kasparov heeft ons haarfijn uitgelegd waarom de verkiezingen deze naam niet verdienen. Hij had gelijk.

Maar hoewel ik Kasparov alle aandacht van de wereld gun, is de werkelijke rivaal van stroman Medvedev een heel stuk minder liberaal. De oude communist Gennadi Zjoeganov kreeg 20% van de stemmen en bevestigde daarmee zijn positie als eeuwige nummer twee. Die oppositiekandidaat zag je hier niet op tv. En in Rusland trouwens ook niet.

Ook Zjoeganov beklaagde zich overigens over de oneerlijke verkiezingen. Hij stapt naar de rechter met een lijst van meer dan twee honderd gevallen van fraude.

Sommigen in Rusland verlangen wel degelijk naar een ander systeem dan het nepotistisme van Poetin. Maar weinig Russen willen een Rozenrevolutie die hun Westerse democratie brengt. Er zijn er meer die de Sovjetunie in ere willen herstellen. Kasparov moeten we zeker het woord gunnen, maar we kunnen toch niet serieus de Russische verkiezingen verslaan en Zjoeganov negeren.

Aantal berichten op deze pagina: 28. De berichten op deze pagina zijn niet ouder dan 34393 uur (1433 dagen). Berichtgemiddelde: 0 bericht per dag, 0,1 per week.

Pagina: 1