dinsdag, 20 december 2011

Ashley North

Ashley North

Hyves DWARS

DWARS roept op tot boycot Connexxion

Afgelopen vrijdag 16 december werd bekend dat vervoersbedrijf Connexxion dit jaar actief heeft bijgedragen aan de opsporing van dertig werksters die illegaal in Nederland verbleven. Chauffeurs van de busmaatschappij was opgevallen dat enige tientallen vrouwen met een Afrikaans uiterlijk dagelijks de bus van Amsterdam naar gemeenten als Bloemendaal en Heemstede namen. Ze tipten hierover de politie. DWARS, GroenLinkse jongeren verafschuwt deze verklikpraktijken en roept op tot een algehele boycot van Connexxion.

De praktijken van Connexxion zijn volgens DWARS een zeer ernstig signaal. “Het lijkt wel een heksenjacht. Dat de politie hier bij monde van de heer Konijn op reageert met ‘wij steken onze nek uit tegen uitbuiting’ is ronduit belachelijk,” aldus Jojanneke Vanderveen, voorzitter van DWARS. Twaalf vrouwen zijn inmiddels uitgezet.

De jongeren van GroenLinks roepen een tweeledige boycot af. Ze roepen de Nederlandse overheden op bij de aanbestedingen voor het stadsvervoer niet langer te kiezen voor Connexxion. Vanderveen: “Openbaar vervoer is openbaar vervoer. Daar hoort geen discriminatie en dus geen Connexxion bij.” Ook roepen ze reizigers op van andere vervoerders dan Connexxion gebruik te maken of de fiets als alternatief te gebruiken.

De Raad van State heeft de politie-actie inmiddels onrechtmatig verklaard. Volgens het adviesorgaan hadden de dertig werksters niet opgepakt mogen worden op basis van huidskleur. Daarmee keurt ze de detentie af van de achttien vrouwen die nog niet uitgezet zijn en komen de aanklachten waarschijnlijk te vervallen.

Kijk voor meer informatie op:                                                                                               - www.dwars.org                                                                                                                    Connexxion helpt illegalen oppaken                                                                                – De bus als verlengstuk van de IND                                                                                  - Dien een klacht in bij Connexxion om arrestaties om negroïde uiterlijk


zaterdag, 10 december 2011

Ashley North

Ashley North

Hyves DWARS

#9: Niet zomaar opgesloten of het land uit

Het is artikel #9 van de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens (UVRM): Je mag niet zomaar worden opgesloten, of het land uitgezet. Een prachtig streven van een evenzo prachtig document. De lidstaten van de nieuwbakken Verenigde Naties stelden het werk in de naweeën van de Tweede Wereldoorlog op. Om precies te zijn op 10 december 1948, vandaag 63 jaar geleden. De misdaden tegen de menselijkheid die plaats hadden gevonden, had de burger wereldwijd doen gruwen. Voortaan dienden de mensenrechten overal op de planeet actief te worden beschermd. Ook Nederland tekende. Maar houdt Nederland zich vandaag de dag nog wel aan de artikelen van het UVRM? Aan de hand van artikel 9 een casestudy.

Samen met de andere lidstaten van de Europese Unie en de Verenigde Staten nestelt Nederland zich keer op keer in de kopgroep van naties die andere landen wijst op het UVRM en hen beschuldigt van het verwaarlozen van de mensenrechten binnen hun grenzen. Gelukkig maar, want met de vrijheid en humaniteit is het in landen als Myanmar, Oeganda en Jemen inderdaad bijzonder slecht gesteld. Het is dus goed dat landen elkaar controleren op de uitvoering van het UVRM. De vaak kritische boodschap vanuit Nederland zou echter veel meer waarde hebben, als het zelf het beste jongetje uit de klas zou zijn.

En juist daar komt artikel 9 van het UVRM weer om de hoek kijken. Nogmaals: Je mag niet zomaar opgesloten worden, of het land uitgezetOp het eerste gezicht lijkt Nederland zich netjes aan dit aspect van de verklaring te houden. Elke staatsburger heeft namelijk recht op een eerlijk proces en kan niet zomaar in de gevangenis verdwijnen. Daarnaast zijn er uitgebreide integratie- en uitzetprocedures om migranten, ogenschijnlijk, zo eerlijk mogelijk te beoordelen voor een verblijfsvergunning.

Als we wat dieper in de situatie duiken, blijkt echter dat ook Nederland zelf zich op een betreurenswaardig niveau bevindt, in ieder geval met betrekking tot artikel 9. Laten we het eerste deel van het artikel erbij pakken. Dat zegt dat niemand zomaar opgesloten mag worden. “Zomaar opgesloten worden” moet je interpreteren als opgesloten worden zonder de wet te hebben overtreden of daarvan verdacht te zijn. Wanneer het om asielzoekers gaat die geen verblijfsvergunning hebben gekregen, mensen die wij alledaags zonder gêne “illegalen” plachten te noemen, vindt het “zomaar opsluiten” op grote schaal plaats. Dat is zelfs staand beleid. Niet voor niets heeft Nederland meerdere detentiecentra waar “illegalen” in worden opgesloten als zij geen verblijfsvergunning hebben gekregen. Het gaat hierbij echter wel om volwassenen én kinderen die op geen enkele wijze de wet hebben overtreden. Illegaliteit is namelijk nog altijd niet strafbaar. Toch permitteert de Nederlandse staat zich deze mensen maandenlang het daglicht te ontnemen, met per dag slechts spaarzame momenten in de buitenlucht. Kortom, Nederland sluit dus jaarlijks wel degelijk mensen “zomaar” op, zonder dat zij misdrijven of overtredingen hebben gepleegd.

Ook het tweede deel van artikel 9 lapt Nederland aan haar laars. Dat je niet zomaar het land uit mag worden gezet dreigt ons land zelfs op meerdere manieren te gaan schenden. Allereerst verdwijnen de hierboven aangehaalde “illegalen” niet zonder doel in detentie- en uitzetcentra. Van daaruit worden ze namelijk weer uitgezet naar het land van herkomst: vaak landen waar de veiligheids- en leefsituatie uiterst penibel is. Deze mensen worden dus in contrast met het UVRM wel degelijk “zomaar” het land uitgezet. Ze zijn niets strafbaars begaan en worden teruggestuurd naar een land waar hen een zware toekomst wacht. De overheid dreigt het tweede deel van artikel 9 echter nog extremer te overtreden. Serieuze plannen worden door regerings- en gedoogpartijen geopperd om landgenoten met een dubbele nationaliteit de Nederlandse nationaliteit te ontvreemden op het moment dat zij wettelijk de fout ingaan. Wat houdt dit in? Staatsburgers met meerdere nationaliteiten kan in dat geval de Nederlandse nationaliteit “zomaar” ontnomen worden, om vervolgens “zomaar” het land uitgezet te worden.

De omgang met het UVRM door Nederland doet me sterk denken aan een passage in Mark Rutte is lesbisch van Raoul Heertje:

Vervolgens kunnen we zonder schuldgevoel naar de rest van de wereld wijzen. Dan wordt nog veel duidelijker dat wij zijn oké olé olé, wij zij oké olé olé, wij zijn oké, wij zijn oké, wij zijn oké olé olé olé.

Deze mentaliteit heerst inderdaad in Nederland. En veel van de mensenrechten worden inderdaad goed gerespecteerd en uitgevoerd. We mogen onze ogen alleen niet sluiten voor die rechten die wel in het gedrang komen. En artikel 9 is daar een goed voorbeeld van.

Artikel 9 is één van de meest vrijheidgaranderende opnames in het UVRM. Juist dit artikel zorgt ervoor dat mensen niet zonder eerlijke berechting opeens in het gevang kunnen belanden, omdat de staat ze uit de weg wil ruimen. Ook de asielzoekers zonder verblijfvergunning kunnen niet op deze manier door Nederland uit de weg geruimd worden. Pas als Nederland zelf alle opnames in het UVRM juist uitvoert, kunnen we zoals Heertje het noemt “zonder schuldgevoel naar de rest van de wereld wijzen”. Laten we daar hard aan werken.

Dit blog is onderdeel van de blogcyclus van DWARS, GroenLinkse jongeren over de Internationale Dag van de Rechten van de  Mens. De andere blogs zijn te lezen op http://goo.gl/4hHhi.  Dit blog is geschreven in samenwerking met Legale Mensen.


donderdag, 8 december 2011

Ledencolumn PAL GroenLinks

Ledencolumn PAL GroenLinks

Hyves Twitter

De Wederkerige Tolerantie

In kant, mening, tolerantie, vrijheid, weigerambtenaren, discussie, onverdoofd.
De publieke discussie van de afgelopen maanden over vrijheid en tolerantie omtrent weigerambtenaren, onverdoofd slachten en de algemene gewetensnood volgen -naar mijn overtuiging- een vast patroon. Aan de ene kant een arrogantie houding van voorvechters van de vrijheid van Godsdienst ten opzichte van de opvattingen van niet-religieuze burgers. Een mening is maar een mening. Het godsdienstig geweten is kennelijk de top van de Olympus. Vanzelfsprekend horen daar subtiele voorrechten bij. En o...

vrijdag, 2 december 2011

Ashley North

Ashley North

Hyves DWARS

Vrijgevig Sinterklaas met DWARS Utrecht

Vandaag begint de tweedaagse actie van DWARS Utrecht om de bewoners van Kamp Zeist een hart onder de riem te steken. Kamp Zeist is een detentiecentrum waar uitgeprocedeerde asielzoekers onder erbarmelijke omstandigheden moeten leven. De reden? Enkel het feit dat ze geen verblijfsvergunning hebben gekregen. Geen misdrijf gepleegd, geen overtreding begaan. Toch worden zelfs dan de internationale rechten van de mens in het uitzettingskamp  dagelijks met voeten getreden. DWARS Utrecht laat van zich horen!

De Utrechtse afdeling is al een langere periode bezig met de misstanden in Kamp Zeist. Zo organiseert ze thema-avonden over de omstandigheden in het uitzettingscentrum en is ze een van de belangrijke pijlers onder het “Legale mensen”-project van de overkoepelende organisatie DWARS, GroenLinkse jongeren. De Sinterklaasactie is de volgende zet van DWARS Utrecht om meer aandacht te vragen voor de problemen in Kamp Zeist.

Hoe ziet de actie eruit? De Utrechtse leden hebben in totaal 460 schoenen ingezameld, die het totaal aan uitgeprocedeerde asielzoekers in Kamp Zeist symboliseren. Tussen 13.30 uur vandaag en 18.00 uur morgen zullen deze geplaatst worden op het Neude. Alle voorbijgangers worden gevraagd om een paar schoenen te vullen met snoepgoed of een kleinigheidje, om zo enerzijds de bewoners van Kamp Zeist ook een beetje Sinterklaas te laten vieren. Anderzijds worden op deze manier geïnteresseerden op de hoogte gesteld van de vaak abominabele leefomstandigheden in het detentiecentrum.

Ben jij een dezer dagen in de buurt van Utrecht en wil jij de DWARS’ers en de bewoners van Kamp Zeist een handje helpen? Dat kan op meerdere manieren! Als je nog een paar oude schoenen over hebt, kan je die inleveren op het Neude en zal DWARS Utrecht ervoor zorgen dat ook deze gevuld worden voor de bewoners van Kamp Zeist. Geen paar schoenen over, maar wel vrijgevig? Geef dan een versleten paar schoenen nieuw elan, door er een Sinterklaascadeautje in te stoppen!

Help DWARS Utrecht mee van deze geweldige actie een topsucces te maken! :)

Lees voor meer info ook:                                                                                                 Elk mens is legaal!                                                                                                        Kamp Zeist, officieel: detentiecentrum Soesterberg


donderdag, 1 december 2011

Ashley North

Ashley North

Hyves DWARS

Elk mens is legaal!

Vorige week vrijdag was de aftrap van het “Legale mensen”-project bij DWARS, GroenLinkse jongeren. Het is een omvangrijk en ambitieus project met een tijdspad van iets minder dan een jaar, waarin DWARS onder andere een talkshow en een documentaire zal produceren met als strekking: elk mens is legaal. Wij belichten de slepende discussie over asielzoekers en hun eventuele illegale verblijf in Nederland vanuit een elementair andere invalshoek. Volgens ons is geen enkel persoon waar dan ook op de wereld illegaal en moeten we het vraagstuk voortaan vanaf een humane kant benaderen. Niet geld, de economie of de angst voor het onbekende staan centraal, maar de medemenselijkheid wordt het uitgangspunt.

Sinds de kick-off is DWARS al hard op weg van het “Legale mensen”-project een groot succes te maken. Er is een kopgroep geformeerd die alles aanstuurt, de site www.legalemensen.nl is in opbouw en de eerste media tonen zich al zeer geïnteresseerd in het project. Zo publiceerde ik samen met mijn voorzitter van DWARS, Jojanneke Vanderveen, vanochtend een opiniestuk op de site van Wereldjournalisten. Als je verder leest, vindt je een samenvatting van dit stuk en de mogelijkheden die je hebt om aan te sluiten bij het “Legale mensen”-project!

Ingekorte samenvatting van het opiniestuk

Het is misschien wel hét debat van de 21e eeuw: hoe gaan we om met migratie? Anno 2011 wordt het debat overheerst door de vraag: worden wij er wel of niet blij van dat mensen hierheen komen? Er is echter een belangrijkere vraag, die nooit een rol lijkt te spelen in de discussie: wat beweegt mensen om hun thuisland te verlaten? Wat doet het met je om in een vreemd land te belanden, waar over je hoofd gesproken wordt over de vraag of je al dan niet gewenst bent? De menselijke kant van dit vraagstuk wordt vreselijk verwaarloosd. Dat moet veranderen.

Weet u nog, “The American Dream”? Enkele eeuwen na de Europese ontdekking van Amerika begonnen er flinke migratiestromen op gang te komen van Europa naar Amerika. Massaal vertrokken ook onze landgenoten met de westerzon, hun dromen achterna. Dappere avonturiers, die voor hun nageslacht een betere toekomst wilden verzekeren. Een schril contrast met hoe we aankijken tegen de migranten die nu uit andere werelddelen naar Europa komen. Profiteurs zijn het, die komen parasiteren op alle welvaart die we hier hebben opgebouwd. Dat ook zij op zoek zijn naar een betere toekomst en moedig genoeg zijn om daarvoor hun huis en haard te verlaten, vergeten we dan voor het gemak even.

De vraag of mensen wel of niet een verblijfsstatus moeten krijgen lijkt namelijk één op één verbonden met de vraag of wij ervoor voelen deze mensen op te nemen in onze samenleving. Het is vervolgens aardig van ons als we dat wel doen, maar niet onaardig als we het niet doen. Dit is een verkeerde kijk op de problematiek. Als meest welvarende bewoners van de wereld hebben we een plicht onze welvaart te delen. Dat het moeilijk is om dat te doen op plekken waar we het niet voor het zeggen hebben, is tot daar aan toe. Maar dat je dat weigert aan iemand die aan onze deur komt kloppen, is welbeschouwd een schande.

De kern van het verhaal is: alle mensen zijn legale mensen. Zij dienen als zodanig behandeld te worden. Dat betekent dat je ze niet opsluit wanneer ze bij je aankloppen op zoek naar een betere toekomst.
Dat betekent dat je je best doet om hen deel te laten zijn van het fortuin waar je zelf van profiteert. Dat betekent dat je ze niet illegaal noemt. Als we dat als uitgangspunt nemen, komt er misschien wat verstand in het debat.

Lees het gehele artikel op www.wereldjournalisten.nl en neem daar deel aan de discussie!

Meedoen aan het “Legale-Mensen”-project!

Zoals je hebt kunnen merken is DWARS vol passie begonnen aan haar nieuwste project. Omdat we de boodschap zo ver en succesvol mogelijk willen verspreiden, kunnen we altijd extra hulp van geënthousiasmeerde mensen zoals jij gebruiken. Heb jij veel verstand van mensenrechten, ben je handig met filmcamera’s, heb je journalistieke ervaring of ben je op grafisch gebied een natuurtalent? Of zit je gewoon vol idealen en wil je je op een andere manier inzetten voor ons project? Bekijk dan de Bijlage Legale Mensen met een uitgebreide uitleg van het project en de mogelijkheden, ga naar www.dwars.org of stuur een mail naar grootdenkers[at]dwars.org.

We zien je graag tegemoet!


vrijdag, 18 november 2011

Ashley North

Ashley North

Hyves DWARS

Zwarte Piet is racisme

Een aantal jaar terug brak de discussie los. Trots op Nederland-lijsttrekker Rita Verdonk streed vol vurigheid voor het behoud van ‘s lands meest gevierde feest, Sinterklaasavond. Voor een groot deel was Nederland echter niet trots op Rita. Een zichzelf serieus en capabel achtend kandidaat-fractievoorzitter die als één van haar belangrijkste speerpunten de conservatie van een niet-bestaande oude man en zijn slaafse knechten uitroept. Het was toch een schande dat onder druk van een groepje elitaire racismebestrijders, wij Sinterklaas zouden moeten opgeven? Inspelend op de nationalistische gevoelens, hoopte Verdonk zo veel stemmen binnen te halen. Die kwamen er niet; plaatsvervangende schaamte en een zekere hilariteit richting IJzeren Rita daarentegen wel.

De hilariteit was afgelopen week, terecht, echter ver te zoeken, terwijl de plaatsvervangende schaamte tot ongekend niveau steeg. Buitensporig politieoptreden tegen een duo idealistische bezoekers van de intocht van Sinterklaas in Dordrecht lieten de gêne voor de intolerantie in Nederland tot een nieuw dieptepunt zakken.

Quincy Gario en Kno’ledge Cesare, twee Nederlandse dichters met Antilliaanse roots, bezochten afgelopen zaterdag de aankomst van Sinterklaas in Dordt. Gehuld in shirt met daarop de tekst “Zwarte Piet is racisme” stonden zij langs de route. Niet omdat ze tegen het Sinterklaasfeest zijn, maar om de dialoog over de racistische aspecten hiervan op een vreedzame manier aan te gaan. Die vredelievende werkwijze lag kennelijk niet binnen het denkvermogen van de plaatselijke politie. Omdat de artiesten weigerden hun onschuldige shirts uit te trekken, werden ze bruut door de agenten gearresteerd. Voor het oog van vele kinderen duwde de politie het tweetal agressief op de grond en bleef hen met overdreven overmacht hardhandig het gezicht en lichaam tegen de stenen aandrukken. De agenten deelden zelfs stompen uit. Een absurde handelwijze tegen nota bene een vredige invulling van de vrijheid van meningsuiting.

Klaarblijkelijk is een van de meest gekoesterde verworvenheden in ons land, deze vrijheid van meningsuiting, ernstig in het geding op het moment dat het Nederlandse tradities dreigt aan te tasten. We zijn in Nederland veel te bekrompen en krampachtig (geworden). Waarom kunnen we niet gewoon erkennen dat Zwarte Piet inderdaad racisme is? De historische versie van Sinterklaas, een katholieke goedzak uit Turkije, leefde eeuwen voor de introductie van Zwarte Piet. Hij had niets van doen met dit verzonnen figuur. Zwarte Piet verscheen namelijk pas in 1852, elf jaar vóór de afschaffing van de slavernij in Nederland, voor het eerst ten tonele. Zijn rol? De knecht van Sinterklaas zijn, die op slaafse wijze de klusjes van de goedheiligman moest opknappen. Maar dat was niet alles. Met hun huidskleur als middel moesten de Zwarte Pieten zich eng gedragen om kinderen de stuipen op het lijf te jagen. Geen racisme? Please, get yourself together!

Niemand in Nederland wil Sinterklaas afschaffen. Wel is het zinnig om de feestvierders te wijzen op de racistische achtergrond van bepaalde kenmerken en deze misschien maar helemaal te verwijderen. Begrijpelijk, als je het mij vraagt. Maar het belangrijkste is om in ieder geval bewustzijn te creëren voor de racistische elementen en te erkennen dat de slavernij een even beschamend, verwerpelijk als wezenlijk onderdeel van onze vaderlandse geschiedenis is. Dat de twee woordkunstenaars hier in Dordrecht op vreedzame wijze geen uiting aan mochten geven, typeert het nog altijd onvolwassen ongemak van Nederland met haar eigen foute verleden.

Zwarte Piet is inderdaad racisme. Maar met het scheppen van bewustzijn en wellicht enkele aanpassingen kunnen we gewoon Sinterklaas blijven vieren. Daarom eet ik nu mijn laatste, etnisch verantwoorde chocoladekruidnoten op; ze zijn immers zwart, bruin én wit! ;)

Als afsluiting hieronder nog een toepasselijk nummer op de situatie: Blessed Are Those Who Struggle van The Last Poets. Net als Quincy en Kno’ledge “spoken-word” dichters. Het refrein vertelt het verhaal:

Blessed are those who struggle

Oppression is worse than the grave

Better to die for a noble cause

Than to live and die a slave


donderdag, 17 november 2011

John Jorna

John Jorna

De aangenomen motie van GroenLinks

In politiek in nederland, activiteiten, algemeen, ambtenaren, beschaving, bevolkingsgroep, burgemeester, coalitie, discussie, en meer.

WEIGERAMBTENAREN

Op de middag, dat de Tweede Kamer met grote meerderheid de motie

over de weigerambtenaar aannam, stuurde ik onderstaande brief als E-mail naar ineke van Gent.

Beste Ineke,

Een jaar of vijf geleden speelde het onderwerp weigerambtenaar ook. Femke was in Utrecht en probeerde een discussie te ontwijken, Ik zei, dat ik dat te gemakkelijk vond en legde uit, dat ik het volstrekt niet eens ben met die weigerambtenaren en toch hun standpunt respecteer. Hen dwingen te kiezen tussen ontslag of toegeven en homohuwelijken wel registreren zou gewetensdwang betekenen. Andere aanwezigen wezen op een ingezonden brief in ons Magazine, waarin ook tot behoedzaamheid werd gemaand.

Ambtenaren moeten vooral hun geweten NIET thuis laten als ze naar hun werk gaan. Voortdurend bestaat de mogelijkheid, dat ze in hun werk voor gewetensvragen komen te staan. Soms worden ze dan klokkenluider. Op mijn weblog (en planeetgroenlinks.nl) schreef ik deze week erover. Gewetensdwang kan zich ook tegen je keren, want vaker ontstaat er een conflict tussen werk en principes. 1.)

Uiteindelijk hebben weigerambtenaren waarschijnlijk geen juridische poot om op te staan. Eigenlijk gaat het daar ook niet om. Het gaat erom of wij de eeuwenoude traditie van tolerantie terzijde schuiven en niet langer rekening houden met het standpunt van minderheden. 2.) Homo's hebben eeuwenlang geleden onder het gebrek aan tolerantie. Zij weten als geen ander wat het met mensen doet. Ook Roomsen kunnen er over meepraten. Nog in de tweede helft van de vorige eeuw mochten ze geen burgemeester worden van een grote stad of opperofficier of rechter bij de Hoge Raad. Ze waren onbetrouwbaar, want zij gehoorzaamden aan een buitenlands staatshoofd. De onverdraagzaamheid naar religieuze standpunten komt de laatste tijd weer terug. GroenLinks is een partij, waar mensen van allerlei pluimage elkaar vinden in hun strijd voor een schoon milieu, een rechtvaardige samenleving en een vreedzame wereld. Juist een partij als Groenlinks past het religieuze en andere minderheden te beschermen tegen onverdraagzaamheid.

Dat je het onderwerp gebruikt om problemen tussen de coalitie en de gedoogpartners te veroorzaken is begrijpelijk. Ik ben er niet blij mee.

Met vriendelijke groet,

John Jorna

Ter toelichting:

1.)  Je zou er van uit moeten kunnen gaan, dat ambtenaren altijd gewetensvol handelen. Twee voorbeelden, waaruit blijkt, dat het daaraan wel eens ontbreekt. Het is al meer dan veertig jaar geleden, dat er in mijn woongemeente een ander subsidiesysteem voor het jeugdwerk moest komen. Het voorstel was om op ledenbasis te subsidiëren. De Directeur van het Provinciaal Jeugdwerk Bureau zou positief geadviseerd . Dat kon ik mij niet voorstellen, want subsidiëring op basis van activiteiten kwam juist in zwang. Ik belde de directeur en hij ontkende ooit een positief advies te hebben gegeven. Dat kon ik van hem op schrift krijgen. Ik seinde raadsleden in, die B&W vroegen of er wel positief geadviseerd was. B&W bleven volhouden. In de pauze zorgde ik, dat de brief bij een raadslid kwam en die las de brief voor. Iedereen had het fout gedaan behalve B&W. Het raadslid moest handelen zonder last of ruggenspraak. De brief was niet waar en mij werd het evenzeer kwalijk genomen. Recent heb ik beschreven hoe er gemanipuleerd is bij de procedures rond het Rijsbruggerwegtracé. In een van de stukken was op een kaart de oude Rijnbedding weggelaten, waarin de weg komt te liggen.

Een regeling voor klokkenluiders kan er alleen komen als de Tweede Kamer met een initiatiefwetsontwerp komt. Er valt kennelijk veel te verbergen.

2.) Eigenlijk is het een kwestie van beschaving of je bereid bent een bevolkingsgroep een eigen standpunt over het homohuwelijk en hun eigen ambtenaren van de Burgerlijke Stand te gunnen. Een verbod van weigerambtenaren komt neer op een beroepsverbod voor een bevolkingsgroep. Zo mochten heel lang communisten geen postbode worden.

Wij leven in een maatschappij met heel veel verschillende groepen: religies en daarbinnen weer meerdere richtingen of kerken, atheïsten, humanisten en om dat een beetje vreedzaam te laten verlopen is er een traditie van tolerantie.

Antwoord namens Ineke

Ik kreeg ook namens Ineke een antwoord. Het viel mij op, dat daarin nergens werd ingegaan op mijn brief. Daarop enig commentaar.

Als weigerambtenaren zouden worden toegestaan, zou de overheid discrimineren. Nog nergens is het voorgekomen, dat het laten registreren van een huwelijk tussen personen van gelijk geslacht onmogelijk werd gemaakt. Nergens heeft de overheid gediscrimineerd.

Het enige probleem is, dat er weigerambtenaren bestaan. Daar heeft verder niemand last van. En toch is er voortdurend heibel over.

Hierboven wees ik er al op. Nooit mag een ambtenaar een opdracht zo maar uitvoeren. Altijd hoort hij te toetsen aan de wet en aan regels van integriteit en dat hoort hij gewetensvol te doen.

Waar eindigen we als ambtenaren zo maar kunnen weigeren de wet uit te voeren? Mogen ze dan ook weigeren een kind van een lesbisch paar in te schrijven in het geboorteregister? Stemmingmakerij! Alle voorbeelden zijn nergens voorgekomen en zullen ook nergens voorkomen.

Maar we kunnen ons wel afvragen waar we eindigen met het niet serieus nemen van religieuze overtuigingen. Naar mijn smaak wordt dat steeds erger en neemt de onverdraagzaamheid toe. Ik vraag mij af en toe af of die anti-houding eigenlijk meer anti-Islam gericht is en alleen maar algemeen wordt geformuleerd om de eigenlijke motieven te verbergen.

Er is alle reden om allemaal eens ons geweten te raadplegen.

Theo Brand

Theo Brand

Godsdienst: geen twist maar een tango

Dierenmishandeling door ritueel slachten, priesters die kinderen misbruiken, een dominee die oproept om kinderen te kastijden, en de Bijbel als inspiratiebron om te weigeren mensen in de echt te verbinden. Godsdienst is de bron van achterlijkheid en veel ellende. En de kerk is een autoritair dwanginstituut waar binnen dertig jaar de laatste bejaarde het licht uit doet.

Ik overdrijf nogal. Dat doe ik bewust. Ik constateer dat godsdienst en kerk volgens de heersende opinie in ons land ‘uit’ zijn en zingeving en spiritualiteit ‘in’. Kerken hebben dat deels aan zichzelf te wijten. Maar tegelijk zijn er ook kerkelijke gemeenschappen die open staan voor de zoekende mens en de moderne cultuur. Kerken die zich inzetten voor de ‘Arme kant van Nederland’ en voor vluchtelingen. Met deze benadering vallen ze alleen wat minder vaak op. Want ja, de media duiken er niet op.

Het Humanistisch Verbond – dat ondanks de ontkerkelijking overigens nauwelijks groeit – maakt reclame met een slogan ‘Gelooft u ook meer in het leven vóór de dood?’. Misschien heeft u het reclamespotje wel eens op de radio gehoord: geloven in het leven vóór de dood. Die slogan bevestigt het clichébeeld dat religieus geïnspireerde mensen zich zouden fixeren op het hiernamaals. Jammer. Het ‘geborgen zijn in Gods handen’ – om het in religieuze taal uit te drukken – ervaar ik als troostvolle gedachte en maakt me juist vrij om me te kunnen richten op het hier en nu, samen met anderen.

‘Zonder uw steun is het humanisme aan de goden overgeleverd’ was een eerdere slogan van de humanisten, die sinds 2006 gebruikt werd. Daarin bespeur ik een bijbelse grondtoon. Ook Abram wilde niet aan de goden van zijn tijd overgeleverd zijn. Hij trok vanuit ‘Oer’ naar een onbekend land. Hij luisterde naar de Stem die zijn fixaties en oude geloofsvoorstellingen openbrak. Om over dat latere verhaal van een pasgeboren kind in een voederbak maar te zwijgen. Jezus was zijn naam. Schaapsherders en allochtone wijsneuzen stelden dat dit de ‘Zoon van God’ was. Absurd natuurlijk. Volslagen belachelijk. Dát was nog eens spotten met de heersende goden van die tijd!

De theologische vraag of Jezus goddelijk is, vind ik niet zo interessant. Ik zou het willen omdraaien: iemand die ter wereld komt als vluchtelingenkind, die tijdens zijn leven voortdurend bezig is mensen te bevrijden van angst en ziekte, en die tenslotte onschuldig ter dood wordt gebracht… zo’n persoon verdient het om je diep voor te buigen en om God – de Levende – te zijn. Buig niet voor keizers,  koningen en andere machthebbers, maar laten we knielen voor wat kwetsbaar is.

Met mensen, kerken en hun goden valt eindeloos te spotten. Soms is dat spotten terecht en soms onterecht. Soms is dat spotten relevant en soms is het gewoon kinderachtig en flauw. Maar ik zou zeggen: als je machtigen en schijnheiligen bespot, doe het dan vooral bijbels geïnspireerd. Want de Bijbel biedt ons met Abraham, Jezus en al die andere figuren religie- en maatschappijkritiek van de bovenste plank. De Bijbel als bron van religiekritiek. Dat is een merkwaardige paradox. Zo’n inzicht zet ons misschien ook even op een ander been.

Niet religie zelf is het verdedigen waard, maar wel datgene waar religie op haar betere momenten naar verwijst: de liefdevolle werkelijkheid die ons kennen en weten te boven gaat. Een werkelijkheid die niemand kan claimen. Sommigen noemen het God, anderen Humaniteit, het Mysterie of het Ultieme. Laten we het er op houden dat niemand het in zijn broekzak kan stoppen. Wel kunnen mensen het samen benaderen, vieren en beleven.

Ruim elf jaar geleden werd ik actief binnen De Linker Wang, het platform voor religie en politiek, verbonden met GroenLinks. Volgens sommigen is De Linker Wang een christelijke enclave binnen GroenLinks. Maar je zou De Linker Wang misschien beter een groen en progressief baken binnen christelijk en religieus Nederland kunnen noemen. Zo ben ik dat zelf tenminste steeds sterker gaan zien. We hoeven als Linker Wang geen heidenen te bekeren, maar misschien juist eerder gelovigen. En u weet het: heidenen bekeren is weliswaar een christelijk karwei, maar christenen bekeren, dat is pas een heidens karwei! Dat vrede, gerechtigheid, duurzaamheid en compassie leidende waarden moeten zijn in de politiek, dat is beslist niet voor elke kerkganger en voor elke CDA-politicus altijd even vanzelfsprekend.

GroenLinks moet meer oog krijgen voor de positieve rol van religie. Artikelen van deze strekking schreef ik in dagblad Trouw. Vorig jaar nog. En vooral Femke Halsema nam ik op de korrel. Daar heb ik geen spijt van, want religie heeft vooral sinds 2001 – na de aanslag op de Twin Towers en de moord op Theo van Gogh – een negatieve bijsmaak gekregen. Dat vraagt om nuance. Maar als progressief gelovige heb ik ook de taak om kritisch te zijn op godsdienst en religieuze instituten. Want het is allemaal mensenwerk, gaat om macht, en werkt niet zelden behoudend.

Ik heb geleerd dat het positieve en het negatieve van religie als maatschappelijk fenomeen allebei aan de orde zijn in de wereld. In de progressieve kringen waarin ik me begeef is het een hele opgave om die genuanceerde gedachte tussen de oren te krijgen. Religie kan onderdrukken, maar ook bevrijden. Religie kan behoudend zijn, maar ook vernieuwend en opbouwend. Denk aan al die scholen, ziekenhuizen en zorginstellingen in Nederland die vanuit religieuze inspiratie zijn opgezet. Denk aan diaconaal werk en ontwikkelingswerk.

Veel links en liberaal georiënteerde mensen beschouwen religie uiteindelijk toch als de bron van alle kwaad. Berichten in de media over autoritaire bisschoppen en seksueel geweld in de Rooms Katholieke Kerk en over de ouderwetse moraal van de SGP, bevestigen mensen in hun comfortabele secularistische wereldbeeld.

Niet religie, maar vrijheid is voor mij het doel. Geen goedkope vrijheid, ook geen louter economische vrijheid – denk aan de VVD – en al helemaal geen eng nationalistische vrijheid -denk aan de PVV. Nee, ik zoek naar de mondiale vrijheid voor alle mensen en alles wat leeft. Een vrijheid die duur betaald wordt en pas in de erkenning van wederzijdse afhankelijkheid gerealiseerd kan worden.

Die vrijheid kunnen we bereiken door vrede, gerechtigheid en heelheid van de schepping na te streven. In de jaren tachtig klonk deze trits expliciet in de grote Nederlandse kerken. Het ‘conciliair proces’ heette dat. En de urgentie van vrede, gerechtigheid en heelheid van de schepping is sindsdien alleen maar groter geworden. Denk aan de eurocrisis, de klimaatcrisis, de energiecrisis, aan wapenhandel en aan oorlogen die continue op meerdere plekken op aarde worden uitgevochten.

Ook ‘compassie’ vind ik een waardevol begrip. Compassie heeft extra aandacht gekregen door de activiteiten van de Britse godsdienstwetenschapper Karen Armstrong. In 2009 lanceerde zij het ‘Charter for Compassion’. We weten het, of we kunnen het weten: de kern van alle religies is hetzelfde: liefhebben en recht doen. De Gouden Regel van rabbijn Hillel ‘Wat gij niet wilt dat u geschiedt, doe dat ook een ander niet’, is in varianten terug te vinden in christendom, judaisme, islam, hindoeisme en boedhisme. Tegen polarisatie, tegen fundamentalistisch geweld in de godsdiensten, tegen cynisme en apathie. Compassie is kortom een belangrijk sleutelwoord.

Christenen en andere religieus geïnspireerde mensen moeten niet in de valkuil trappen om religieverdedigers te worden. Ik herken die valkuil. Natuurlijk verdient godsdienst een genuanceerde benadering en vragen bepaalde clichés om bijstelling. Een seculiere meerderehied mag niet op alle terreinen van het leven dwingend zijn moraal opleggen aan minderheden. Maar het gaat uiteindelijk om datgene waar religieuze inspiratie naar verwijst: naar vrede, gerechtigheid, duurzaamheid en compassie. Dat zijn waarden en idealen die het verdedigen waard zijn. Daar kunnen zowel religie als religiekritiek ons behulpzaam bij zijn.

De stellingen en posities die we in Nederland relatief snel betrekken vóór of tegen godsdienst met alle clichés en vooroordelen van dien, dat heeft een historische achtergrond. Die ligt mijns inziens voor een belangrijk deel bij de verzuiling en bij de ‘antithese’ die Abraham Kuyper in de negentiende eeuw aanbracht: de scheiding tussen gelovigen en ongelovigen. ‘In het isolement ligt onze kracht’ was het motto van de gereformeerden. Dat legde de basis voor de verzuiling. Het inspireerde katholieken om zich in een eigen zuil te organiseren waarop ook de socialisten volgden.

Bij de verzuiling ligt ook de oorsprong van partijvorming op godsdienstige grondslag, de confessionele partijvorming, een fenomeen dat in Groot Brittannië en de Verenigde Staten niet bestaat maar zo kenmerkend is voor Nederland. Of moet ik zeggen: kenmerkend wás voor Nederland? CDA, ChristenUnie en SGP hebben als confessionele partijen samen nog maar 28 van de 150 zetels.

CDA, ChristenUnie en SGP zijn de belangenbehartigers van religie geworden en de andere niet-confesionele partijen staan daar – zo lijkt het althans – vaak lijnrecht tegenover. Je ziet dan patstellingen ontstaan zoals bleek bij de recente discussies in de Tweede Kamer over ritueel slachten en de zogeheten weigerambtenaren. De confessionele partijen fixeren zich op het verdedigen van religie en de andere partijen lijken hun best te doen elkaar te overtreffen in het aan de kaak stellen van verderfelijke religieuze praktijken.

Als christelijk geïnspireerde en oecumenisch georiënteerde Groenlinkser voel ik me bij geen van beide kampen echt thuis. Voor mij tellen godsdienstvrijheid, de rechten voor minderheden en ook het positieve aspect van religie. Maar voor mij telt ook respectvolle omgang met dieren en de redelijke eis aan overheidsdienaren om de wet uit te voeren en geen onderscheid te maken tussen mensen op basis van hun seksuele voorkeur.

Als we echt willen werken aan oplossingen moeten we van religie geen controversieel thema willen maken als doel op zichzelf. We moeten de antithese samen willen overstijgen. Het debat over religie moet geen twist worden maar een tango. Dan gaan we met elkaar het ritueel slachten niet verbieden, maar een convenant opzetten waarbij religieuze groepen, slachthuizen en dierenbeschermers met elkaar in gesprek gaan en met voorstellen komen, eventueel gevolgd door wetgeving. Dan stoppen we met het aannemen van nieuwe weigerambtenaren, en gaan we tegelijk coulant om met overheidsdienaren die al jaren naar eer en geweten hun werk doen en serieus moeite hebben met de ontstane veranderingen.

De stemming in Nederland wordt daar beter van. Religieus geïnspireerde mensen en confessionele partijen hoeven dan niet langer krampachtig religie te verdedigen. Ze kunnen al hun energie gebruiken om zich in te zetten voor datgene waar hun religie naar verwijst. Dan komen vrede, gerechtigheid, duurzaamheid en compassie in beeld. Bij de voedselbank, op de thee in de moskee, en als het moet op het Malieveld.

Dat levert onvermoede bondgenoten op: een brede oecumene van alle mensen van goede wil. Want ook ik geloof vooral in een leven vóór de dood en wil dat samen met anderen vormgeven. Zo worden godsdienst én godsdienstkritiek geen twist maar een tango, een vrolijke en uitnodigende dans op weg naar een nieuwe wereld.

Bovenstaande tekst is door mij uitgesproken tijdens een bijeenkomst van de plaatselijke Raad van Kerken in Brummen op 16 november 2011.


woensdag, 16 november 2011

Ruard Ganzevoort

Ruard Ganzevoort

Twitter

Nogmaals de weigerambtenaar

In religie en politiek, homoseksualiteit, tolerantie, ambtenaren, boodschap, burgers, commissie, debat, emancipatie, en meer.

Toch nog onverwachts stemde de Tweede Kamer in met de motie van Ineke van Gent die het kabinet oproept met een wettelijke regeling een einde te maken aan het fenomeen van de weigerambtenaar. Ik ben daar – alles afwegend – blij mee, maar uit de kritische reacties blijkt dat niet iedereen dat zo ziet. Is het niet juist tolerant om te accepteren dat er ook mensen zijn die hier anders over denken? Misschien zelfs een vorm van emancipatie, zoals de minister zei? Is het niet voldoende om het pragmatisch te regelen zodat elk trouwlustig stel aan de bak kan, ook als sommige ambtenaren niet elk stel willen trouwen? Hoeveel ruimte is er nog voor gewetensbezwaren van mensen en religieuze minderheden? Is dit niet de zoveelste uitwas van seculiere gelijkhebberij die de oprechte overtuigingen van gelovigen aantast?

Ik snap de gevoeligheden, maar bij mij valt de afweging anders uit. Ik heb in een eerdere blog al eens geschreven dat het wezenlijke probleem volgens mij ergens anders ligt, namelijk bij het feit dat we de ambtenaar van de burgerlijke stand een rituele rol hebben toegedicht die niet past. Als we het burgerlijk huwelijk van deze rituele extraatjes ontdoen, zullen ambtenaren ook niet zo gauw last van hun geweten krijgen. In verschillende kranten las ik vergelijkbare pleidooien, onder meer van Tom Mikkers (Volkskrant) en Marco Derks (Nederlands Dagblad).

Ik zie dat echter niet zo gauw gebeuren en daarom ligt de vraag naar de positie van de weigerambtenaar nog vol op tafel. Het is hoe dan ook goed dat daar duidelijkheid over komt, en volgens mij kan die duidelijkheid alleen maar inhouden dat er uiteindelijk geen ruimte is voor weigerambtenaren. Ik zal uitleggen waarom.

1. Het principe moet hoe dan ook zijn dat ambtenaren uitvoerders zijn van overheidsbeleid en bewakers van de wet. Alleen in uitzonderingssituaties kan er ruimte worden gemaakt om daarvan af te wijken. Die afwijking kan wel betekenen dat iemand bepaalde taken niet uitvoert, maar niet dat iemand bepaalde wetten overtreedt. Het is dus de vraag welk van de twee hier aan de orde is.

2. Niet elk beroep op gewetensbezwaren wordt gehonoreerd. Het moet bijvoorbeeld praktisch op te vangen zijn in de organisatie en het moet aansluiten bij een traditie. Dat is hier allebei wel het geval, dus in die zin is een beroep op gewetensbezwaren op zich terecht.

3. Het grote probleem met weigerambtenaren is echter niet dat ze een bepaalde taak niet willen uitvoeren, maar dat ze dat voor bepaalde burgers wel en voor andere burgers niet willen doen. Dat is fundamenteel anders dan bij andere gewetensbezwaren. Een brugwachter die niet op zondag wil werken, lijkt mij geen probleem. Onaanvaardbaar is een brugwachter die voor sommige schepen op zondag de brug wel bedient en voor andere niet. Een arts die geen euthanasie wil plegen, kan ik begrijpen. Onacceptabel is een arts die dat (in vergelijkbare situaties) wel wil doen bij sommige patiënten maar niet bij anderen.

4. Wij hebben in Nederland niet twee soorten huwelijk, waarbij je voorstander kunt zijn van het ene en tegenstander van het andere. Er is maar één huwelijk en dat is opengesteld voor MV-, MM- en VV-stellen. Daar kan een ambtenaar niet willekeurig in shoppen. Bij het uitvoeren van de wet maakt de ambtenaar geen onderscheid tussen burgers. Doet hij of zij dat wel, dan is dat onwettig.

5. Het argument dat elke homo toch wel kan trouwen, klopt maar is niet overtuigend. Waar elk heterostel een ambtenaar naar keuze kan uitzoeken, daar moet een homokoppel rekening houden met de mogelijkheid dat de gekozen ambtenaar hen niet wil. De boodschap is dat de gemeente een dergelijk onwettig onderscheid accepteert en kennelijk het ene huwelijk toch anders vindt dan het andere huwelijk. Op het gevaar af dat de vergelijking mank gaat: Tot de jaren zestig mochten zwarten gewoon met de bus in Amerika, maar dan wel achterin…

6. De rechten van huwelijksambtenaren worden volgens mij niet wezenlijk geschonden. Er is geen recht op het zijn van trouwambtenaar. Wie bezwaar heeft tegen een gelijkgeslachtelijk huwelijk, kan op allerlei andere plaatsen in de ambtenarij werken. Overigens zijn veel trouwambtenaar BABS, buitengewoon ambtenaar van de burgerlijke stand, en dus externe freelancers. Dat betekent dat er helemaal geen arbeidsrechtelijk probleem is.

7. Ook als de overheid zelf de wet neutraal uitvoert en alle ambtenaren alle huwelijken gelijk behandelen (dus: ook als er geen weigerambtenaren meer zijn), is er nog volop ruimte voor pluraliteit. Iedereen mag in principe buitengewoon ambtenaar van de burgerlijke stand worden. Of men nu christen of atheïst, liberaal of conservatief, homo of hetero. Niemand wordt gediscrimineerd, maar ook niemand mag – in die functie – zelf discrimineren.

En met die overwegingen kom ik tot de conclusie dat het goed is dat de regering moet komen met een wettelijke regeling die een einde maakt aan het fenomeen van de weigerambtenaar. Bij de openstelling van het huwelijk in April 2001 is ruimte gelaten voor ambtenaren met gewetensbezwaren. Dat vond ik voor dat moment een goede keuze, ook al was en is het een vreemd compromis (om de redenen hierboven). Het is niet vreemd om dat na tien jaar te heroverwegen, en dat is precies de oproep tot meer duidelijkheid geweest van de Commissie Gelijke Behandeling in 2008.

Misschien is er een overgangsregeling nodig voor zittende ambtenaren, maar het aanstellen van nieuwe ambtenbaren met gewetensbezwaren lijkt mij in elk geval niet kunnen. Ik heb er geen probleem mee dat mensen moeite hebben met homoseksualiteit. Ik vind het prima als ze een huwelijk tussen twee mannen of twee vrouwen geen echt huwelijk vinden. Ik ga daar graag het debat over aan, maar zal ook verdedigen dat mensen deze overtuiging mogen hebben. Maar juist in een plurale samenleving mag de overheid niet zelf – via haar ambtenaren – onderscheid maken tussen burgers.

En verder herhaal ik mijn pleidooi om het burgerlijk huwelijk te deritualiseren en de verdere ceremonie aan de rituele markt over te laten. De hedendaagse BABS-en kunnen zich daar met dezelfde overgave en voldoening beschikbaar stellen voor een mooie trouwdag, maar dan niet namens de overheid. Als een van hen dan geen homo’s, hetero’s, of roodharigen wil bedienen, heb ik daar veel minder moeite mee dan wanneer ze dat doen als dienaar van de overheid.


donderdag, 3 november 2011

Ruard Ganzevoort

Ruard Ganzevoort

Twitter

De weigerambtenaar

In religie en politiek, homoseksualiteit, overheid, tolerantie, ambtenaren, beperking, bezig, gelukkig, gemeente, en meer.

Column verschenen in CW 03.11.2011

Het woord weigerambtenaar is betrekkelijk nieuw. Met de openstelling van het huwelijk voor mensen van hetzelfde geslacht gingen de gewetensbezwaren spelen van trouwambtenaren die daar moeite mee hebben. Het is wat vreemd dat ze niet worden aangeduid met alles wat ze wel doen – trouwen bijvoorbeeld – maar met iets wat maar een klein deel uitmaakt van hoe ze hun rol zien. Zo heb ik er zelf altijd moeite mee als ik homotheoloog wordt genoemd. Want al ben ik het allebei, mijn theoloog-zijn wordt niet gedomineerd door mijn geaardheid. Net zo moeten we niet doen alsof het weigeren bepalend is voor het werk van deze ambtenaren.

Dat we hen toch zo noemen, komt natuurlijk omdat precies dat deel omstreden is. Ze nemen er een positie mee in die afwijkt van de meerderheid in Nederland. Meer nog: ze willen op dat punt niet meewerken aan de uitoefening van de wet omdat ze daar principiële bezwaren tegen hebben. Het is de vraag hoe lang deze kleine groep die gewetensruimte gegund wordt. Aan de ene kant is het goed om te bedenken dat de openstelling van het huwelijk voor gelijkgeslachtelijke paren nog maar tien jaar geleden plaatsvond. We kunnen niet verwachten dat iedere Nederlander, ambtenaar of niet, daar ook direct achter staat. Bovendien is in elk geval gegarandeerd dat een trouwlustig koppel bij elke gemeente terecht kan.

Aan de andere kant is het moeilijk te verkroppen dat de overheid van haar eigen uitvoerders accepteert dat die een onderscheid maken dat nu juist is opgeheven omdat het discriminerend is. Gelukkig horen we niet van trouwambtenaren die weigeren een huwelijk te sluiten tussen mensen van een verschillend ras, maar principieel anders ligt dat niet. Juist ambtenaren moeten de uitvoerders en verdedigers zijn van de wet en de rechtsstaat. Discrimineren past daar niet bij.

Ik denk echter dat er nog iets anders meespeelt. Geleidelijk aan is de trouwplechtigheid op het stadhuis – of beter: op een idyllische trouwlocatie – belangrijker en ceremoniëler geworden. Vroeger was het vanzelfsprekender dat op het stadhuis het burgerlijk huwelijk werd voltrokken en dat het ceremoniële zwaartepunt in de kerkdienst lag. Het burgerlijk huwelijk was daarmee vooral een juridische en contractuele kwestie en de ambtenaar van de burgerlijke stand hoefde slechts de benodigde formele handelingen te verrichten. Het toespraakje hoefde dan ook helemaal niet zo persoonlijk te zijn.

Dat is vandaag anders. Met de ontkerkelijking is het zwaartepunt verschoven naar de huwelijkssluiting zelf en de ambtenaar van de burgerlijke stand heeft zich ontwikkeld tot een ritueelbegeleider. Op de websites van de gemeenten bieden ze zich aan zodat elk koppel de juiste trouwambtenaar kan kiezen. Na een stevige kennismaking bereidt hij of zij een persoonlijk vormgegeven viering voor met naast de verplichte onderdelen vaak een toepasselijke toespraak en wat al niet meer. Zeg maar: een seculiere trouwdienst met een seculiere voorganger.

Dat betekent allemaal wel dat de hedendaagse trouwambtenaar veel persoonlijker betrokken is bij het sluiten van huwelijken en daardoor ook eerder aanloopt tegen mogelijke gewetensbezwaren. Het invullen van formulieren is nu eenmaal een minder grote aanslag op het geweten dan het houden van een persoonlijke toespraak. (Dat bleek vorige week toen een Haagse weigerambtenaar ontdekte toch een homostel te hebben geaccepteerd en dat wilde oplossen door hen te trouwen zonder toespraak).

Het is de vraag of we in deze richting verder moeten. De overheid biedt nu een trouwservice aan die eigenlijk niet bij de kerntaken van de overheid hoort. Laat de ambtenaar van de burgerlijke stand zich beperken tot het registreren van de huwelijkssluiting, net zo als dat gebeurt bij geboorte en overlijden. Ook daar houdt de ambtenaar zich niet bezig met rituelen en ceremonieën, maar is zijn taak het bijhouden van de burgerlijke stand. Waarom is dat anders bij een huwelijk? De huwelijksceremonie kan veel beter aan de rituele markt worden overgelaten. Ook de bijzondere ambtenaren kunnen op die markt hun nuttige werk doen naast andere ritueelbegeleiders en religieuze gemeenschappen. Daar kan ieder dan vinden wat hij of zij zoekt en zich desgewenst richten op speciale doelgroepen.

Het lijkt mij een heldere beperking van de overheid tot haar kerntaken. En het helpt ons ook direct af van het dilemma van de weigerambtenaar. Het probleem van de weigerambtenaar is niet ‘weiger’ maar ‘ambtenaar’.


zondag, 30 oktober 2011

Ashley North

Ashley North

Hyves DWARS

Heldenschets: JIJ!

Het is weer zondag en dat betekent: jawel, een nieuwe heldenschets! Nadat er hoogstaande politici als Andrée van EsIneke van Gent en Jan Schaefer aan de beurt zijn geweest, is het nu wel tijd om eens een wat persoonlijkere heldenschets op te tekenen. Immers, iedereen kan een held zijn!

Deze week moet je de held niet te ver van huis zoeken. Het is er een in wording, op het punt staande toe te treden tot de heroïsche elite. Hij of zij komt op voor mensen in de samenleving die dat het hardst kunnen gebruiken. Tegen de conservatieve wind in doet deze held er alles aan om bekrompen, onverdraagzame en wantrouwende partijpolitiek te trotseren om het welzijn en geluk van medemensen te vergroten. Als kers op de taart zet dit heroïsch figuur diens denkbeelden actief kracht bij door dinsdag deel te nemen aan het ‘Cordon om Mauro‘. De held van deze week…dat kan JIJ zijn!

Het is niet moeilijk om de held van deze week te zijn. Iedereen kan het worden! Jij, ik, je vrienden, buren, familie…noem maar op! Beter nog, laten we ervoor zorgen dat er deze week juist zo veel mogelijk helden zijn! De weg naar het heldendom is simpel.

De route start bij kennisnemen van de zaak Mauro en zijn lotgenoten. 75 kinderen die naar zonder enige inspraak door hun ouders naar Nederland werden gestuurd en hier inmiddels jaren verblijven, staan op het punt dit land uitgezet te worden wegens vermeend onterecht verblijf. Een rekensommetje: kinderen + onvrijwillig hierheen gekomen + jarenlang verblijf in Nederland = blijven in Nederland en krijgen de nationaliteit. Zelfs voor de grootste wiskundige druiloren is deze som te begrijpen. Simpeler is het niet te maken.

Stap 2 van de weg is kennisnemen van de actie die aanstaande dinsdag tussen 13 en 14 uur gepland staat bij het gebouw van de Tweede Kamer in Den Haag. Als idee van Henk Nijhof zal daar een grote groep mensen hand in hand een massale kring om Mauro en zijn naasten vormen om hem te beschermen tegen die politici die hem het land uit willen zetten. Mauro is zelf erg blij met de actie en ook de eerste BN’ers sluiten zich al aan!

De derde stap is zo veel mogelijk mensen uit je omgeving enthousiasmeren om mee te doen. Vrienden, familie, leraren, collega’s, buren….het kan niet gek genoeg. Verspreid het woord! Iedereen is meer dan welkom om actief te laten blijken dat wij het huidige uitzettings- en vreemdelingenbeleid meer dan beu zijn!

De laatste stap is natuurlijk er zelf bij zijn komende dinsdag. Daarvoor is het fijn je aan te melden bij cordonmauro@gmail.com. Dan houdt de organisatie rekening met de opkomst mensen en blijf jij op de hoogte van de ontwikkelingen van de actie! Het is slechts een uurtje van je tijd, dus wees een keer burgerlijk ongehoorzaam en skip desnoods school of werk. Dit is je kans en het ultieme moment om te laten weten dat je het niet langer eens bent met de behandeling van Mauro en zijn lotgenoten! Dit is je kans om uit te groeien tot een echte held!

Ik zie je dinsdag in Den Haag! Tussen 13 en 14 uur gaan wij samen met een nog veel grotere groep mensen er alles aan doen om een eind te maken aan het intolerante vreemdelingenbeleid en klimaat in Nederland! Ik reken op je! Mauro rekent op je!

Meer info:

Cordon om Mauro

De onthustende aftocht naar monoculturaliteit


Ashley North

Ashley North

Hyves DWARS

Cordon om Mauro

Zoals je vermoedelijk al via de verschillende media hebt meegekregen, staan Mauro Manuel, de Angolese jongen uit Limburg, en 75 lotgevallen op het punt Nederland uitgezet te worden. Volgens het kabinet verblijven zij hier onterecht en moeten ze terug naar het land van herkomst. Het gaat hier om kinderen die zonder enige inspraak door hun ouders naar Nederland zijn gestuurd en hier al vele jaren wonen. Inmiddels zijn ze na deze traumatische ervaringen veelal gesettled in de Nederlandse samenleving, maar nu dreigen ze ons land te moeten verlaten door fouten die hun natuurlijke ouders en de Nederlandse overheid hebben gemaakt. Fouten waar zij zelf part noch deel aan hebben. Fouten waardoor deze kinderen nu op het punt staan een nieuw trauma mee te maken.

Daarom ben ik ontzettend blij met het actie-initiatief van Henk Nijhof (foto). Hij is de geestelijk vader van de actie van aanstaande dinsdag in Den Haag voor een humaner uitzettingsbeleid, met name van kinderen, in Nederland. De actie vindt plaats tussen 13 en 14 uur bij het gebouw van de Tweede Kamer. Daar zal een grote groep sympathisanten een kring, een cordon sanitaire, om Mauro Manuel vormen om hem, dit keer nog figuurlijk, te beschermen tegen de politici die hem dreigen uit te zetten. Belangrijk om hierbij te zeggen is dat het in alle opzichten geen partijpolitieke actie is en campagneprullaria zullen dan ook geweerd worden. Daarnaast is het van belang om te vermelden dat Mauro via GroenLinks-Kamerlid Tofik Dibi heeft aangegeven zelf opgetogen te zijn over het cordon sanitaire.

Om de actie zo veel mogelijk kracht bij te zetten, zou het geweldig zijn als er een zo groot mogelijke groep mensen meedoet. Iedereen die walgt van het huidige uitzettingsbeleid van dit kabinet heeft nu de kans zich actief te verzetten van dit soort onmenselijke politiek. Sluit je daarom aan bij de actie! Wees voor 1 keer burgerlijk ongehoorzaam en skip een uurtje werk of school; help actief bij het in Nederland houden van Mauro en zijn lotgenoten! Het is slechts een uurtje van je tijd! Aanmelden voor deelname aan de actie kan door een aanmeldingsmail te sturen naar cordonmauro@gmail.com. Hier kan je ook terecht voor vragen of ideeën. Die kan je natuurlijk ook altijd achterlaten op dit blog of door een mail naar mij te verzenden (zie het kopje ‘Contact’ hierboven).

Aanstaande dinsdag slaan we letterlijk de handen ineen voor een menselijker en verdraagzamer Nederland. Hand in hand zullen we een grote kring vormen om Mauro en zijn naasten. Wees er bij! Tot dinsdag in Den Haag!

 Voor meer informatie:                                                                                  www.mauro.nu                                                                                                                        De onthutsende aftocht naar monoculturaliteit


vrijdag, 28 oktober 2011

Ashley North

Ashley North

Hyves DWARS

De onthutsende aftocht naar monoculturaliteit

De afgelopen dagen maakt het kabinet-Rutte hard werk van het verwezenlijken van haar illegalenbeleid. Eerder nam de regering het besluit de Angolese jongen uit Limburg, Mauro, na een jarenlang verblijf Nederland uit te zetten. Begin deze week zette minister Opstelten van Veiligheid een volgende stap door de ‘vingerscanproef’ te introduceren. Hierdoor moeten vreemdelingen in de toekomst op last van de politie vingerafdrukken laten afnemen, om te controleren of zij hier illegaal verblijven.

In sneltreinvaart racen we met dit kabinet ondertussen naar een op wantrouwen, haat en egocentrisme gefundeerde samenleving. En dat terwijl we nog lang de ergste oorzaken voor dergelijke sferen in de maatschappij, dramatische uitwerkingen van de economische crisis, niet eens ondervinden. Waar gaat het heen met Nederland als we nú al zo hard wegzakken in een modderpoel van anders-dan-ik-haat?

Sinds het aantreden van het gedoogkabinet maakt menig progressief persoon zich ernstige zorgen over de behandeling van Nederlanders met een allochtone afkomst. Het voorgenomen beleid van de ministerraad ten opzichte van immigranten moest keihard zijn. Met de nieuwste maatregelen lijkt ze dit beangstigende streven steeds meer waar te gaan maken. Hierdoor overschrijden de regeringspartijen inmiddels een duidelijke grens van menselijkheid. Niet de humane benadering van buitenlanders, maar de excessieve drang tot het afschepen van medemensen is de ultieme drijfveer van dit kabinet. Het is kleurtjespolitiek van de bovenste plank. Ben je toevallig niet zo (ge)bleek(t) als Rutte, Opstelten of het alle schoonheidsidealen overtredende  kapsel van de heer Geert W., dan ben je ondertussen onderhevig aan een voortslepende angst dit land uitgezet te worden.

De opsporing en uitzetting van zo veel mogelijk door dit kabinet ongewenste Nederlanders schept een klimaat van verdere bekrompenheid in de samenleving. Het doet er kennelijk niet meer toe dat je geworteld bent in de Nederlandse maatschappij. Een groot deel van je kinderbestaan doorbrengen in Nederland geldt voor een kind van allochtone afkomst als niets meer dan: ‘Jammer, maar helaas!’. En als je gekleurd bent of een buitenlandse achternaam hebt, loop je nu ook al het risico uitgezet te worden op basis van vingerscanidentificatie. Moet ik me nu ook zorgen gaan maken, omdat ik van Zuid-Afrikaanse afkomst ben? Ik begin steeds heviger de angst te begrijpen die veel landgenoten heeft overvallen.

De tolerantie raken we volledig kwijt in Nederland. We zijn steeds meer op jacht naar een maatschappij waarin elk alternatief aspect van gedraging, fysieke eigenschap en culturele achtergrond, kortom diversiteit, de deur wordt gewezen. Het creëren van één, monotone cultuur lijkt meer en meer de hoogste prioriteit te krijgen. In de volksmond noemen we dat ‘gevaarlijk’, ‘asociaal’ of misschien nog wel het snelst ‘idioot’.

De xenofobe plannen van het kabinet-Rutte maken mij woester en woester. Het doet me denken aan een nummer van Motown-groep The Temptations. In 1970 (!) brachten zij een nummer uit, genaamd “Ball of Confusion”. De eerste regels typeren het Nederland van 2011 nog steeds uitstekend. Buitengewoon verontrustend!

People moving out, people moving in

Why? Because of the color of their skin

Run, run, run but you sure can’t hide

…..

Segregation, determination, demonstration, integration

Aggravation, humiliation, obligation to our nation

Ball of confusion

That’s what the world is today!


maandag, 24 oktober 2011

Theo Brand

Theo Brand

Zaak weigerambtenaren vraagt om een overgangsregeling

Auteurs: Theo Brand en Willem de Gelder (iets bewerkt verschenen in de Volkskrant van 24 oktober 2011).

De ministers Donner en Van Bijsterveldt stelden eerder deze maand dat gemeenten ambtenaren in dienst mogen nemen die geen homoseksuelen willen trouwen. De gemeenten moeten dan wel zorgen dat mensen van het gelijke geslacht met elkaar in het huwelijk kunnen treden door bijvoorbeeld tenminste één trouwambtenaar in dienst te hebben die geen bezwaren heeft. De bewindslieden willen de beslissing om weigerambtenaren aan te stellen bij de afzonderlijke gemeenten laten liggen.

In alle Nederlandse gemeenten kunnen homo’s en lesbo’s met elkaar trouwen. Wat is dan nog het probleem? Het ongerijmde is dat een uitvoerend ambtenaar een andere norm en een smallere interpretatie hanteert van wat het huwelijk inhoudt en voor wie het bedoeld is, dan de nationale wetgever doet op basis van democratische besluitvorming. Die ongerijmdheid moet je niet willen oplossen door elke afzonderlijke gemeente zijn eigen beleid te laten formuleren zoals nu het geval is.

De Commissie Gelijke Behandeling oordeelde in 2008 dat een gemeente mag weigeren een ambtenaar aan te stellen die alleen hetero’s wil huwen. Dat betekent dat de ene gemeente wel weigerambtenaren in dienst neemt en andere gemeenten juist niet. De situatie is ook  dat gemeenten die nu nog ruimte bieden aan weigerambtenaren, zelfstandig kunnen beslissen dat niet langer te doen. Dat komt de rechtszekerheid van gewetensbezwaarde trouwambtenaren niet ten goede.

Rekening houden met gevoeligheden is een goede zaak, maar wel in de geest van de wet. Een landelijke overgangsregeling verdient daarom de voorkeur. Deze regeling kan bijvoorbeeld inhouden dat vanaf 1 januari 2012 – elf jaar na de openstelling van het huwelijksregister voor stellen van hetzelfde geslacht – geen nieuwe weigerambtenaren meer mogen worden aangenomen terwijl de huidige weigerambtenaren hun termijn mogen volmaken.

De richting is dan helder en alle nieuwe trouwambtenaren hebben zich te voegen naar de wettelijke ruimte die het huwelijk volgens democratische besluitvorming aan mensen biedt. Omdat trouwambtenaar worden een vrije keuze is, worden mensen op basis van deze overgangsregeling niet gedwongen om handelingen te verrichten die zij liever niet doen of die tegen hun geweten in gaan.

Het is niet de individuele ambtenaar die bepaalt voor wie het huwelijk bedoeld is, maar de wetgever die in 2001 het huwelijksregister heeft opengesteld voor mensen van hetzelfde geslacht. Tegelijk verdienen zittende ambtenaren die moeite hebben met deze verandering enige souplesse zonder dat zij plotseling geconfronteerd kunnen worden met nieuwe inzichten van hun eigen gemeenteraad. Een landelijke overgangsregeling zoals in dit artikel voorgesteld, is daarom voor alle betrokkenen de meest solide en ruimhartige oplossing.

Theo Brand (politicoloog) en Willem de Gelder (student politicologie) zijn redacteuren van De Linker Wang, tijdschrift voor religie en politiek verbonden met GroenLinks.


zaterdag, 22 oktober 2011

Ruard Ganzevoort

Ruard Ganzevoort

Twitter

Een heksenjacht op pedoseksualiteit

In politiek, seksueel misbruik, cda, discussie, huis, integratie, maatschappij, mensen, nederland, en meer.

De vereniging Martijn is omstreden, daarmee is niets te veel gezegd. De club is gericht op de acceptatie van (seksuele) relaties tussen ouderen en kinderen. Het CDA grijpt de veroordeling van de voorzitter wegens het bezit van kinderporno aan om op een verbod aan te dringen. Het is echter zeer de vraag of dat verstandig is. Voor de strijd tegen seksueel misbruik kon het wel eens averechts werken.

De discussie over pedoseksualiteit is in de loop van de jaren een paar keer totaal verschoven (zie mijn artikel ‘tussen trauma en tolerantie‘ voor die ontwikkeling binnen de kerken). In de jaren zeventig en tachtig werd vooral gestreefd naar tolerantie en begrip. Het taboe moest doorbroken worden. De voortrekkers van deze tolerantie meenden zelfs dat het grootste probleem de reactie van de maatschappij is en niet de seksuele contacten zelf. Twintig jaar later is van dat streven naar acceptatie weinig over. Bijna niemand durft het op te nemen voor pedoseksualiteit. En voor pedoseksuelen zelf is steeds minder plaats in de samenleving, zeker als ze een keer veroordeeld zijn. Zo kunnen ze soms geen vaste woonplaats krijgen, worden er folders verspreid met namen en adressen van veroordeelde pedoseksuelen en werd het huis van een niet veroordeelde pedofiel belegerd. En nu sluiten partijen als het CDA zich aan bij burgerinitiatieven om de vereniging Martijn te verbieden.

Ik begrijp die gevoelens. Niet alleen door mijn eigen ervaringen, maar ook door mijn betrokkenheid bij en onderzoek naar slachtoffers van seksueel misbruik. Ik snap heel goed dat het een bedreigend idee is als er bij jou in de buurt iemand woont die seksueel misbruikt gepleegd heeft. Ik begrijp nog veel beter de woede over de vergoelijkende reacties van pedoseksuelen. Zoals de penningmeester van Martijn die de veroordeling van zijn voorzitter wegens het bezit en vervaardigen van een grote verzameling kinderporno (‘voor wetenschappelijke doeleinden’, zei hij zelf) zag als een ‘belemmering voor kinderen’ omdat die nu geen seksueel getinte foto’s meer mogen maken. Dit soort doorzichtige drogredenen – het beroep op kinderseksualiteit – laat vooral zien dat pedoseksuelen meestal niet in staat zijn om onderscheid te maken tussen hun eigen behoeften en de belangen van het kind. En daar zit hem nu net het probleem. Het recente boek van Steven van der Hoeven, Je ogen verraden je, toont dat ook heel scherp.

De vraag is volgens mij dan ook niet wat we zouden moeten vinden van seksueel contact met kinderen. Dat is verboden en dat zal het blijven ook. Terecht. Sterker nog: als daar een kind onder de twaalf bij betrokken is, valt het automatisch in de zwaarste categorie. En ook kinderporno wordt stevig aangepakt omdat het eigenlijk altijd seksueel misbruik impliceert.

De vraag is alleen wel hoe we omgaan met mensen die seksueel gericht zijn op kinderen. Die zijn er namelijk, naar schatting enkele tienduizenden in Nederland. Een deel van hen geeft nooit toe aan die geaardheid en is dus ook niet strafbaar. (Dat maakt het overigens problematisch om de term seksueel misbruik en pedoseksualiteit/pedofilie zomaar gelijk te stellen. Omgekeerd is er ook heel veel seksueel misbruik van kinderen binnen gezinnen (incest) en dan is er van pedoseksualiteit lang niet altijd sprake. Seksueel misbruik komt namelijk niet altijd voort uit seksuele motieven, maar kan ook gaan om macht en vernedering.)

Als we seksueel misbruik willen voorkomen, dan moeten we stilstaan bij de vraag wat potentiële daders van hun daad kan weerhouden en wat bij veroordeelde daders recidive voorkomt. En dan is het veel te simplistisch om te denken dat een verbod op een vereniging als Martijn iets oplost. Alsof er ook maar een pedoseksueel is die dan zal denken: ‘Oh, het mag kennelijk niet. Dan zal ik het maar niet meer doen.’Waarschijnlijk werkt zo’n verbod zelfs alleen maar averechts. Wie seksueel misbruik door pedoseksuelen wil voorkomen, die moet inzetten op hulpverlening en goede integratie in de maatschappij. Isolement, openlijke vernedering, uitsluiting en repressie vergroten de psychische problematiek en maken de kans groter dat mensen over de schreef gaan en zich richten op kinderpornografie of komen tot seksueel misbruik.

Ik heb deze zomer in Zuid-Afrika kennisgemaakt met PedoStop. Dit is een rehabilitatieprogramma voor veroordeelde pedoseksuelen. Lionel, een van de deelnemers, vertelde uitgebreid over zijn leven, het misbruik dat hij gepleegd had en PedoStop. Net als bij AA-programma’s voor alcoholisten draait het programma om bewustwording, erkenning, en het aanleren van gedrag waarmee ze zichzelf kunnen beheersen. Niemand kan smoesjes en drogredenen beter doorprikken dan een medepedoseksueel, zo vertelde Lionel. Daarnaast is het van belang dat ze hun weg terugvinden naar de samenleving en daar integreren. Een goed geïntegreerd maatschappelijk leven is een belangrijke factor in het voorkomen van misstappen. PedoStop lijkt een succesvolle methode te zijn, al is er nog wel meer onderzoek nodig.

Pedoseksualiteit gaat niet zomaar over. Waarschijnlijk gaat de aanleg zelfs helemaal niet over. Niet door repressie, niet door uitsluiting, niet door opsluiting, niet door therapie, en ook niet door een verbod op een vereniging als Martijn, hoezeer ze het er misschien ook naar gemaakt hebben. Wat wel kan, is mensen die hiermee worstelen helpen te voorkomen dat hun neiging leidt tot misbruik van kinderen. Maar dan is het nodig dat wij onze eigen angst en woede overwinnen en het als samenleving aandurven om ook pedoseksuelen een leven te gunnen. Ter bescherming van kinderen.

Zero tolerance als het gaat om seks met kinderen, maar laten we alsjeblieft een heksenjacht voorkomen. Die is namelijk wel prettig voor de onderbuikgevoelens, maar maakt het probleem alleen maar groter. Daar zou de overheid zich niet voor moeten lenen.


maandag, 17 oktober 2011

Theo Brand

Theo Brand

Wees origineel, ga naar de kerk

In kerk, religie, spiritualiteit, tolerantie, diaconaat, individualisering, jezus, verwondering, vrijzinnigheid, en meer.

Dit artikel is ook gepubliceerd in VolZin, tijdschrift voor zinvol leven (www.volzin.nu) op 14 oktober 2011.

In een huurauto reden we tijdens onze huwelijksreis over het eiland Mauritius. Na een scherpe bocht zagen we ineens honderden vrouwen met jurken en omslagdoeken in allerlei rode tinten. Langs het water en in het riet zaten ze stil, zongen en mediteerden. Het tafereel in de open lucht maakte indruk op ons. Misschien ook omdat het zondagmorgen was. De vrouwen bepaalden ons bij onze eigen ervaringen van verstilling, gebed en het deel uitmaken van een geloofsgemeenschap.

Wat me opviel was een lectuurtafel met tientallen boekjes met titels als The True Path en The Way to Total Satisfaction. Ook cassettebandjes en CD’s werden te koop aangeboden. De vrouw achter de tafel vertelde mij graag over de weg naar God zoals die gepraktiseerd wordt in de beweging Manav Utthan Sewa Samiti, een relatief jonge geestelijke en sociaal-maatschappelijke stroming uit India. Met de immigratie van tienduizenden Hindoes uit India naar Mauritius kwam deze beweging op het eiland terecht.

De vrouw achter de tafel kreeg assistentie. Er was immers een belangstellende bij de lectuurtafel! Al snel ontstond een gesprek. Uit welk land wij kwamen? Uit Nederland, zo vertelde ik. Een boekje kreeg ik toegestopt met achterin adressen van vestigingen en contactpersonen, ook in Nederland. Als ik weer thuis was, kon ik daar prima mijn licht opsteken.   

Het gaf me een warm gevoel. Mensen die oprecht geloven, daar samen gestalte aan geven en ook mij als vreemdeling in geestelijk opzicht het beste gunnen. En dat terwijl ik in Nederland met een grote boog om vergelijkbare – vaak christelijke – lectuurtafels heen loop. Waarom eigenlijk? Want wat is – los van de exotische ambiance en het feit dat het om verschillende religies gaat – nu echt het verschil tussen de ene en de andere lectuurtafel? Vanwaar die weerstand tegen verkondiging als het uit christelijke hoek komt?

Inmiddels zijn we zes jaar verder. Religie, kerk en geloof zijn collectivistisch en leiden tot dwang. Spiritualiteit is daarentegen persoonlijk en bevrijdend. Dat geluid hoor ik althans vaker in Nederland. Ik kan me daar ook wel iets bij voorstellen. Toch ben ik ervan overtuigd dat geloofsgemeenschappen – kerken of moskeeën – een meer genuanceerde beoordeling verdienen dan deze populaire en dominante gedachtegang. 

Zeker in een tijd van secularisatie wordt het horen bij een kerk of moskee steeds meer een bewuste keuze. En misschien is - in tegenstelling tot vroeger - maatschappijkritiek en non-conformisme vandaag de dag eerder binnen de religieuze instituten te vinden dan daarbuiten.

De ontkerkelijking maakt de kerk naar mijn idee minder arrogant, minder vanzelfsprekend en daarmee vaak ook spiritueler. Zoals wij dat in 2005 ervoeren bij de honderden – in rode jurken en omslagdoeken gehulde – vrouwen langs het riviertje op het eiland Mauritius: geen dwang, maar rust en saamhorigheid.

Individualisering is niet aan de kerkleden in Nederland voorbij gegaan. En bij leden van andere godshuizen zal dat niet anders zijn. Dat maakt dat ook mensen in de kerk op zoek zijn naar echtheid, naar beleving, naar wat van waarde is. Ook zij – of juist zij – zoeken naar waar het in het persoonlijke leven én in de wereld echt op aan komt.

Het mooie van een kerk vind ik de gemeenschap: samen maken de kerkbezoekers een kring, staan open voor wat genoemd wordt het mysterie van de Eeuwige, delen brood en wijn, zetten zich in voor mensen – in de stad, het land of de wereld – die hulp nodig hebben. Lief en leed ontmoeten elkaar soms onverwacht en worden in de geloofsgemeenschap samen gevierd en gedragen.

Nu we zes jaar getrouwd zijn, hebben mijn vrouw en ik samen drie jonge kinderen. Alle drie zijn ze gedoopt. Niet primair omdat ze bij ‘de kerk’ moeten horen, maar wel omdat we in onze kerk verhalen horen over hoop, liefde en vertrouwen. Over ‘de Levende’ die met je mee gaat. Die traditie willen we onze kinderen meegeven – terwijl we beseffen dat alle christelijke woorden en rituelen ook maar benaderingen zijn. Maar naar onze diepe  overtuiging wel waardevolle en zinvolle benaderingen die in de loop van vele eeuwen hun kracht hebben bewezen.

De christelijke traditie moet zich niet opsluiten in orthodoxie en heeft alle mensen van goede wil als bondgenoot. Maar de kerk mag tegelijk zelfbewust haar eigen verhaal vertellen. En dat is naar mijn smaak een ander verhaal dan een puur geïndividualiseerde vorm van spiritualiteit. We mogen als mensen een boodschap voor en aan elkaar hebben. En ook een boodschap voor en aan de wereld.

Waar blijf je als christen – maar ook als moslim of hindoe – zonder een wervende uitstraling, zonder missionair elan? Wat is je geloof en je geloofsgemeenschap waard als je niet getuigt van het geloof, de hoop en de liefde die in jou is? En je gunt de mens die op je pad komt – of het nu een vreemdeling is of niet – toch het beste?

Ja, die gun je het beste. Maar moet die ander dan ook jouw godsdienst aanhangen? Dat lijkt mij niet de grootste zorg. Zending en missie gaan altijd hand in hand met dialoog en diaconaat. In beide begrippen zit een stuk wederkerigheid. Waar je God als de afzender van een gebeurtenis tussen mensen beschouwt, daar mogen mensen in alle verwondering en bescheidenheid samen de ontvankelijke partij zijn. 

Wat betekent dit inzicht voor de christelijke kerken in Nederland? ‘Orthodoxie zonder vrijzinnigheid verkrampt, vrijzinnigheid zonder orthodoxie verdampt’, zegt de protestantse theoloog en hoogleraar Ruard Ganzevoort. Christenen mogen bewust leven en werken vanuit de eigen geloofstraditie, maar niet zonder openheid naar de cultuur, de mensen en ook andere religies om hen heen.

De rooms-katholieke bisschop dr. Gerard de Korte brak onlangs in een inspirerende toespraak voor de Protestantse Kerk een lans voor ‘open orthodoxie’. Voor hem is het belijden van de drie-eenheid van Vader, Zoon en Heilige Geest de kern van het christelijk geloof die in alle openheid beleden mag worden.

Deze gedachte en de term ‘open orthodoxie’ spreken me aan. Maar we zouden het ook  ‘vrijzinnige vroomheid’ kunnen noemen. Met God als de ‘Levende die kracht geeft’, waarvan christenen geloven dat deze nauw verbonden is met de radicale humaniteit van Jezus. Samen maakt dat de goede Geest in mensen wakker.

Zo wordt de leer van de drie-eenheid geen christelijke afrastering in een multireligieuze samenleving, maar vooral een doorleefde kwalificatie van hoe menselijk samenleven – in samenhang met de rest van het geschapene – ten diepste bedoeld is.


maandag, 3 oktober 2011

Herman Folkerts

Herman Folkerts

Twitter

Irritante SpongeBob eindelijk aangepakt!

In mafkees, tolerantie, ethiek, hoe kan dat nou?, actie, gevonden.
Ik heb het altijd al een ongelofelijke irritant gevonden, die SpongeBob. Eindelijk eens een tik op zijn neus gekregen van twee dames die weten hoe je een spons moet uitknijpen. Het blijft natuurlijk een ongepaste actie maar.... Boontje komt om zijn loontje.

dinsdag, 20 september 2011

Renate Richters

Renate Richters

Twitter GR

Column door wethouder Lenie: “Catch 22 in de huidige tijd”

In divers, acties, ah, analyse, arbeidsmarkt, beperking, betalen, bezuinigen, burgers, en meer.

Een artikel geschreven door onze wethouder Lenie Scholten, treffende analyse van waar we in de gemeente tegenaan lopen! Lezen dus!

Lenie_Scholten_1

Veel mensen met een psychiatrische aandoening komen we tegen in onze dagelijkse praktijk, de maatschappelijke opvang (dak en thuislozen), Centrum voor Jeugd en Gezin, overlast gevende gezinnen in kwetsbare buurten, of in de bijstand.
Veel van deze mensen komen in de problemen omdat hun sociale netwerk van familie en vrienden is afgehaakt, men leeft in een isolement met een moeilijk hanteerbare aandoening. Vaak is er ook geen duidelijke diagnose gesteld omdat men de psychiatrie zolang mogelijk ontwijkt. Daarmee ontbreekt ook een adequate behandelmethode waardoor gedragsproblemen jarenlang voortslepen. Dit zijn met name de mensen die wij tegen komen in onze gemeentelijke voorzieningen.
Met de afname van de intramurale bedden in de GGZ is de groep mensen die zelfstandig woont met een psychiatrische beperking enorm gegroeid. Datzelfde geldt overigens ook voor een geheel andere groep mensen met een verstandelijke beperking.

Dankzij ambulante begeleiding zijn zij in staat om een zo normaal mogelijk zelfstandig leven te leiden. Persoonlijk zie ik dit als een enorme vooruitgang. In plaats van mensen ‘weg te stoppen’ in opvangvoorzieningen, proberen we hen zoveel mogelijk een normaal leven te laten leiden. Dat dat niet altijd tot rozengeur en maneschijn leidt moge ook duidelijk zijn.

Van deze beide groepen zijn velen werkzaam in de sociale werkvoorziening of hebben een uitkering. Beide groepen mensen met een psychische aandoening èn mensen met een verstandelijke beperking worden zwaar getroffen door de bezuinigingsmaatregelen van dit kabinet.

Het gaat namelijk in een stad als Eindhoven om tussen de 3 à 4 duizend mensen die nu verspreid over de stad vooral in buurten met veel sociale woningbouw wonen.

Buurten waar de leefbaarheid soms toch al onder druk staat. Acceptatie en tolerantie vooral voor mensen met een psychische aandoening is toch al moeilijk, zeker als de begeleiding en behandeling onder druk komen te staan en mensen terugvallen in onaangepast gedrag (gordijnen altijd dicht, vervuiling in en om het huis, verwaarloosd uiterlijk, gedragsoverlast e.d.).

En dan slaat een progressieve beweging van normalisering van mensen met een beperking om in een negatieve beweging van intolerantie en spanningen in een wijk tussen bewoners. En dat dreigt te gaan gebeuren als gevolg van het huidige kabinetsbeleid.

Ongeveer 3500 mensen in Eindhoven krijgen begeleiding aan huis, waarmee een zelfstandig leven mogelijk is. Deze nu nog AWBZ gefinancierde individuele begeleiding wordt nu over geheveld naar de gemeente. Prima, ware het niet dat die overheveling gepaard gaat met een forse korting op het budget. Een gemeente als Eindhoven moet al 55 miljoen bezuinigen, structureel, dus ruimte om deze korting extra bij te passen is er niet.

Als mensen nog in behandeling zijn bij GGZ of anderszins, en de meeste hebben een chronische aandoening die slechts beperkt met medicatie beheersbaar is, moeten ze dadelijk een forse eigen bijdrage gaan betalen. En het aantal behandelingen wordt gemiddeld ook minder. Uit landelijk onderzoek blijkt dat mensen met een psychische problematiek in sociaal economisch opzicht een 30% lagere inkomenspositie kennen.  Risico is aanwezig dat mensen de behandeling stop gaan zetten omdat ze het moeilijk kunnen betalen of er niet eens aan beginnen en zorg gaan mijden.

De instellingen worden ook gekort, met alle gevolgen vandien. Er zullen meer wachtlijsten ontstaan. Mensen die acuut en snelle hulp nodig hebben kunnen niet adequaat geholpen worden.

Wij zijn nu alles op alles aan het zetten zijn om kwetsbare burgers zoals deze mensen in hun eigen kracht te zetten en zoveel mogelijk regie over het eigen leven te geven, ondanks alle beperkingen. Economische zelfstandigheid is daar een belangrijke factor in. Via werkervaringsprojecten proberen we hen met tussenstappen geleidelijk op de gewone arbeidsmarkt te krijgen.

En dan worden we geconfronteerd met de nieuwe wet werken naar vermogen. De sociale werkvoorziening wordt een sterfhuisconstructie, specifieke uitkeringen worden afgeschaft en vervangen door de soberder bijstand, mensen moeten zoveel mogelijk aan het werk. Het klinkt zo mooi: iedereen moet werken naar vermogen en zoveel mogelijk in het eigen onderhoud voorzien. Prima, niets mis mee. Deze mensen willen dat ook maar al te graag! Maar als dat niet gepaard gaat met maatregelen die de arbeidsmarkt openbreken voor mensen met een beperking, dan gaat dat niet lukken. Wat hebben we immers geleerd van de maatregelen van de afgelopen jaren/decennia? De WAGW, de WAO, allerlei pogingen de uitstroom uit de WSW te vergroten, de Melkertbanen, en ga maar door. Om deze mensen in een metaalbedrijf, ziekenhuis, achter de kassa bij AH te krijgen, dat lukt nauwelijks vanwege de wurgende eisen die wij aan de arbeidsproductiviteit stellen.

Sommigen lukt het gelukkig wel, gesteund met de juiste behandeling en goede begeleiding. En daar wordt nu dus op bezuinigd. Eigen bijdrage stijgt enorm, daar heb je inkomen voor nodig. Je kunt pas werken als je de juiste behandeling hebt gehad. Maar om de eigen bijdrage daarvoor te kunnen betalen moet je eerste hebben gewerkt. En zo komt men in een onmogelijke spagaat terecht. Een typische catch 22 situatie, waarin iemand twee acties moet verwezenlijken die afhankelijk zijn van elkaar en tegelijkertijd als eerste gerealiseerd moeten zijn.

Het Kabinet bijt zichzelf in de staart. Kwetsbare mensen vallen weer terug naar AF. En de lokale overheid worden de instrumenten uit handen geslagen waarmee zij van kwetsbare burgers krachtige burgers kan maken.

Lenie Scholten

Wethouder zorg en welzijn

Gemeente Eindhoven

Bovenstaande artikel heeft Lenie Scholten geschreven voor het blad Geestelijke Gezondheidszorg

maandag, 22 augustus 2011

Klaas Woltinge

Klaas Woltinge

Hyves Twitter Youtube

Een blog die ik niet op papier kan krijgen omtrent Tolerantie!

Geachte lezer,

Al geruime tijd probeer ik een tekst te schrijven over Homo tolerantie binnen Nederland, maar kan deze maar niet op papier krijgen. Heeft u tips of suggesties voor mij?

Al jaren dacht ik na over het thema Seksualiteit & Diversiteit en zeker vanaf eind 2005 begin 2006 toen ik mij aansloot bij het netwerk Chronisch Zieken en Gehandicapten nam ik dit thema aan als 1 van mijn kerntaken binnen betreffend netwerk, dat wilde ik niet zomaar natuurlijk en overal zit wel een verhaal achter.

Binnen Nederland oogde en oogt het nog steeds dat wij hier de boel best wel goed voor elkaar hebben voor mensen met andere seksuele voorkeuren die als normaal beschouwd worden binnen Nederlandse regelgeving, mijn vragen waarmee ik speel zijn onder andere of dat wel echt waar is en hier volgen een aantal vragen mijnerzijds:

- Waarom wil ik perse van het onderwerp Homo Tolerantie maken terwijl ik in mijn schrijven meer thema’s en vraagstukken wil aanhalen?
- Heeft het nut om Nederland eens flink onder de loep te nemen ten opzichte van andere landen, wij hebben alles immers vrij goed voor elkaar.
- Persoonlijk heb ik het idee dat er best wel veel dood gezwegen of beschouwd -wordt als ver van mijn bed show, klopt dit?
- Zou het kunnen kloppen dat wij of velen misschien teveel gaan denken in hokjes?
- Wanneer ben je Homo, Lesbo, Bi Seksueel of Transgender en zou het erfelijk kunnen zijn?

Voor mezelf heb ik helder op een rij wat ik in grote lijnen zou willen gaan schrijven, de aftrap zou ik gaan maken met een korte vraagstelling (en misschien beantwoording) waarom de Roze Feestweken zo belangrijk zijn. Hier heeft men immers alles ‘goed’ voorelkaar, er speelt wel wat Homo haat maar dat hou je toch! Vooral niet teveel aandacht aan schenken.

Wanneer je er dieper over nadenkt, mogen we heel blij zijn met de Roze Feestweken en is het ook een goed moment om er over na te denken dat het hier allemaal ‘wel’ kan en in diverse andere landen niet. Misschien denk ik wel eens te diep na over dingen en zou ik de Roze Feestweken wel kunnen verdedigen onder de noemer goed voor toerisme in plaats van na te denken over Homo acceptatie buiten Nederland.

Zelf weiger ik om er juist niet dieper over na te denken, achter het dansende ‘nichten’ gebeuren op een bootje zit toch veel meer? Ik schrijf bewust nichten tussen aanhalingstekens met de vraag wanneer ben je ‘nicht’ of homo? ‘nichten’ ‘verknallen’ toch het goede imago van de Homo?

Volgens mij bestaan er gewoon teveel vooroordelen omtrent Homoseksualiteit en anders geaarden, krijg er zelf meteen een misselijk gevoel bij hoe ik deze zin hier neer klieder.. Hoezo anders geaard?

Zelf ben ik er op uit om een discussie uit te lokken waarbij ik de zogenaamde Tolerante medelander zou willen aanspreken in de vorm van hoe tolerant ben je nu echt?

- Zoenen mag, zolang het maar niet publiekelijk is en het zoenende hetero stel wordt amper opgemerkt wanneer deze het niet teveel overdrijven.
- Homoseksueel zijn kan, zolang ‘mijn’ eigen kind maar geen Homo, Lesbo, Biseksuele of transgender wordt.

Hoe te denken over je bent een Lesbo stel en je wilt een kind, dat zou zogenaamd toch al niet kunnen? Leg maar uit aan je kleine koter hoe het toch mogelijk is dat 2 vrouwen 1 baby hebben, tijdens Biologie lessen wordt er immers gehamerd op het mannetje vrouwtje verhaal?

Omtrent de kinderwens dwaal ik misschien een beetje af in deze, maar bij mijn weten is de regelgeving gaarvoor nog steeds niet goed voor elkaar? Om wel to da point te blijven, hoe is het mogelijk dat bijvoorbeeld het Homo zijn als ziekte beschouwd wordt?

Opvoeding!, Opvoeding!, Opvoeding! En aangeleerd gedrag misschien? Homo en Kanker Homo was vanaf mijn kindertijd een leuk en stoer scheldwoord (ondeugd), op latere leeftijd in mijn tiener jaren had ik niets tegen Homo’s maar woorden als Gore Homo, Vuile Flikker vlogen er wel gemakkelijk uit naar gasten die ‘ik’ niet mocht of waar wat op aan te merken was.. Je zou maar een vette onvoldoende halen op vak x waarbij je al minder gemakkelijk met leerkracht x overweg kon.. Zo’n ‘Etterbak’ heeft toch de pik op je en schelden is hip?

Auw, ik moet nu stoppen met schrijven voelde zojuist een zweep in mijn nek, “zal wel heel stout geweest zijn.” Werkelijke vraag mijnerzijds is waarom moet alles in hokjes gestopt worden? Mensen gaan naar die stomme hokjes leven en sommigen daarvan zouden wel eens op zoek kunnen zijn naar het hokje wat het beste bij hen past.

Persoonlijk gezien vind ik dat jammer, zou dit hele verhaal ook op 1a 2 a4tjes passen? Lange teksten zijn saai om te lezen en deze brief zou wel behoorlijk ingekort mogen worden.

Alvast bedankt voor uw reactie,

Vriendelijke Groet,

Klaas Woltinge :P

(bovenstaande tekst is bewust wat spottend opgesteld, niet alles te letterlijk nemen s.v.p.)

zondag, 21 augustus 2011

Theo Brand

Theo Brand

Vrijzinnigheid als dwangbuis of als wenkend perspectief?

Vrijzinnigheid is een begrip dat leeft binnen GroenLinks – maar ook binnen D66 en de PvdA. Het slaat op een mentaliteit waarbij het individu niet langer wordt beknot door seksegebonden rolpatronen, taboes op homoseksualiteit of andere culturele en/of religieuze opvattingen en gewoonten die individuele ontplooiing in de weg staan.

Vrijzinnigheid is van groot belang, maar de maakbaarheid ervan is beperkt omdat vrijheid en emancipatie zich moeilijk laten afdwingen. Tegelijk is de veerkracht van de Nederlandse samenleving vaak zo groot dat veranderingen vaak van onderop groeien. Het is veel effectiever om die hoopvolle en authentieke processen te stimuleren dan om – op paternalistische wijze - onwillige mensen tot vrijheid te dwingen. Als dat überhaupt al mogelijk en wenselijk zou zijn.

Het is begrijpelijk dat de openstelling van het huwelijksregister voor homoseksuelen in 2001 bij een minderheid van conservatieve trouwambtenaren niet meteen tot enthousiaste reacties leidde. Ook ligt het niet voor de hand dat alle orthodox-gelovige vrouwen kiezen voor een radicaal andere levensstijl dan hun moeders en grootmoeders. Maar dat neemt niet weg dat alle mensen wel dezelfde rechten hebben en ontplooingskansen zouden moeten krijgen. Vrijzinnigheid mag geen dwangbuis worden, wel een wenkend perspectief en een ontspannen uitnodiging.

Dat laatste – vrijzinnigheid als een ontspannen uitnodiging - mis ik bijvoorbeeld in het integratiedebat en in het debat over godsdienstvrijheid. Ook binnen mijn eigen partij, GroenLinks, mis ik bij sommigen weleens wat relativeringsvermogen. Enerzijds gaat het over vrijheidsrechten maar anderzijds over culturele verschillen en over ongelijktijdigheid: niet iedereen maakt de zelfde ontwikkeling door op het zelfde tijdstip. Het gaat over veranderingsprocessen die nog niet zo lang geleden in de breedte van de Nederlandse maatschappij plaatsvonden. Dat heeft tijd gekost. Mogen die processen nu (bij anderen) helemaal geen tijd meer kosten en geduld vragen? Ik denk van wel, als we de uiteindelijke richting maar helder hebben.

Het ontkennen of afwijzen van homoseksualiteit en het in stand (willen) houden van een ongelijke positie van vrouwen en mannen in sommige kringen, past niet bij de vrijzinnige maatschappij die ook mij voor ogen staat. Maar de bevordering van vrijheid en emancipatie vraagt in de eerste plaats om dialoog en geduld en pas in allerlaatste instantie om wetgeving en dwang. Hoe kunnen we zoveel mogelijk mensen en groepen stimuleren of verleiden om te kiezen voor vrijheid en emancipatie?

In elk geval niet door te stellen of te suggeren dat een bepaalde religie of (sub-)cultuur achterlijk is. Elke godsdienst, levensbeschouwing of cultuur wordt geïnterpreteerd en gepraktiseerd door nieuwe generaties. Zij doen dat in de context van de moderne wereld en de open samenleving. Onder de oppervlakte broeit het vaak van de langzaam groeiende veranderingen. Denk aan feministische moslima’s. Of bijvoorbeeld aan het feit dat er sinds kort kinderopvangcentra bestaan op reformatorisch-christelijke grondslag. Persoonlijk juich ik deze verzuiling niet toe, maar het geeft aan dat het steeds normaler wordt dat SGP-vrouwen op de arbeidsmarkt actief zijn, wat twintig jaar geleden nog volstrekt ondenkbaar was. En het feit dat gereformeerd-vrijgemaakte homo’s zich organiseren en ruimte bevechten in hun eigen kring, is een ontwikkeling die ook spontaan is gegroeid en (een deel van) de achterban van de ChristenUnie uiteindelijk ingrijpend zal veranderen.

Juist omdat verandering van onderop het beste werkt, was het ook beter geweest als het onverdoofd ritueel slachten niet meteen door de Tweede Kamer per wet verboden zou zijn geworden, maar eerst tot dialoog had geleid met bijvoorbeeld een convenant als uitkomst. De betreffende joden en moslims hadden dan zelf met een veranderingsproces kunnen starten. De eigen geloofstraditie had dan in harmonie gebracht kunnen worden met nieuwe inzichten rond dierenwelzijn. Omdat echter niet voor dialoog en een ontspannen oplossing is gekozen maar voor dwang, voelt een groot deel van de joden en moslims zich geschoffeerd. Het is bovendien erg hypocriet dat een partij als de VVD – die nooit enige moeite heeft met de bio-industrie – zich wel keert tegen onverdoofd ritueel slachten. Geld verdienen aan grootschalig industrieel dierenleed is blijkbaar minder kwalijk dan kleinschalig dierenleed op basis van eeuwenoude rituelen. Ergo: voor de VVD is niet geldzucht, maar religie de bron van alle kwaad. Hoe simpel wil je het hebben.

De kwestie van de zogeheten weigerambtenaren vind ik ingewikkeld. In alle Nederlandse gemeenten kunnen homo’s en lesbo’s met elkaar trouwen. Wat is dan nog het probleem – zo kun je oppervlakkig stellen. Toch vind ik het ongerijmd dat een uitvoerend ambtenaar een andere norm (en smallere interpretatie) hanteert van wat het huwelijk inhoudt – en voor wie het bedoeld is – dan de nationale wetgever doet op basis van democratische besluitvorming. Die ongerijmdheid moet je niet willen oplossen door elke afzonderlijke gemeente zijn eigen beleid te laten formuleren ten aanzien van weigerambtenaren, zoals nu het geval is.

Beter is een landelijke overgangsregeling voor weigerambtenaren (zoals eerder bepleit door publicist en politicologie-student Willem de Gelder). Deze regeling kan bijvoorbeeld behelsen dat vanaf nu (2011; tien jaar na invoering) geen enkele weigerambtenaar meer mag worden aangenomen. En dat alle nu nog zittende weigerambtenaren tot en met uiterlijk 2015 hun werkzaamheden mogen blijven verrichten. De richting is dan helder en trouwambtenaren hebben zich op termijn volledig te voegen naar de ruimte die het huwelijk volgens democratische besluitvorming aan mensen biedt. Omdat trouwambtenaar worden een volstrekt vrije keuze is, worden mensen in deze situatie niet gedwongen om handelingen te verrichten die tegen hun geweten in gaan.

De richting die ik kies is die van maatschappelijke vrijzinnigheid (die overigens niet hoeft te botsen met midden-orthodoxe posities in de wereld van kerk en religie). Maar de weg er naartoe moet van haar scherpe en intolerante randjes worden verlost. Dat vraagt bijvoorbeeld om ondersteuning van bewegingen van onderop, denk aan subsidies voor homo- en vrouwenemancipatie (positief). En dus niet om secularistische Don Quichottes die te hoop lopen tegen bepaalde groepen en overtuigingen (negatief).

GroenLinks moet bovendien niet vergeten dat ecologie en sociale rechtvaardigheid haar kernthema’s zijn en dat juist op die terreinen sneller en effectiever resultaten geboekt kunnen worden tegen consumentisme en de groeiende kloof tussen arm en rijk. Door een fixatie op vrijheid, zouden we de gelijkheid en broederschap nog vergeten. Ja, broederschap… fraternalisme dus. En alstjeblieft geen paternalisme, hoe vrijzinnig die ook bedoeld moge zijn.


donderdag, 11 augustus 2011

Herman Folkerts

Herman Folkerts

Twitter

Tolerantie en de weigerambtenaar

In tolerantie, orthodox-christelijke opvatting, weigerambtenaren, asfalt, bijbel, christenunie, gemeente, groningen, mening, en meer.
“Politiek en goddienst, daarover worden de mensen het toch nooit eens”, zei mijn moeder zaliger altijd tegen mij. Waarschijnlijk om mij te behoeden, me daar ooit mee in te laten. Daar komt alleen maar ruzie van!, voegde ze er zelfverzekerd aan toe. Ik vrees dat ik haar daarin postuum gelijk moet geven.

Neem nu de ophef over de “weigerambtenaren”. De stad Groningen heeft als eerste gemeente in Nederland besloten de tijdelijke contracten van drie ambtenaren, die vanuit gewetensbezwaren, weigeren om homostellen in de echt te verbinden, niet te verlengen. Een naar mijn mening terecht besluit, omdat deze ambtenaren niet bereid zijn, om “zonder aanzien des persoon” alle geliefden met een huwelijkswens in de echt te verbinden, zelfs als deze voldoen aan alle eisen die de overheid als wetgever aan het huwelijk stelt.

Het dagblad Trouw bracht vandaag een opiniestuk waarin de auteurs* het recht op tolerantie bepleiten voor deze weigerambtenaren. Naar hun mening wezen alle trends er al op dat er een dag zou komen waarop er definitief geen ruimte meer bestaat voor trouwambtenaren die een orthodox christelijke (of joodse of islamitische) visie op het huwelijk hebben. Echter naar mijn mening klopt deze bewering gewoonweg niet. Uiteraard mogen trouwambtenaren er wel een orthodox christelijke opvatting op na houden (of een joodse of islamitische), zolang deze opvatting de uitoefening van hun beroep maar niet in de weg staat. Het niet willen uitvoeren van een opgedragen taak staat daar nogal haaks op.

Het zou toch volstrekt onacceptabel zijn, dat ik als GroenLinkser, met een politieke opvatting voor minder asfalt, tijdens de uitoefening van mijn werk bij Rijkswaterstaat zou gaan weigeren om de ombouw van de Zuidelijke Ringweg Groningen mede gestalte te gaan geven. Daar ben ik nu juist voor ingehuurd. Dat is eveneens van toepassing op een trouwambtenaar, die moet eenvoudigweg huwelijken afsluiten. Hoe simpel kan het zijn?

En dan de gevraagde tolerantie voor de weigerambtenaren. Hoe tolerant zijn de bestuurders van al die scholen met de Bijbel geweest die een homoseksuele sollicitant een baan onthouden hebben of nog erger een homoseksuele leerkracht na ontdekking de deur hebben gewezen?
Was er toen ook sprake van enige tolerantie? Ik kan mij dat helaas niet meer herinneren.

* De auteurs hebben respectievelijk een SGP en een Christenunie achtergrond.

maandag, 25 juli 2011

Theo Brand

Theo Brand

Bevoordeling gelovige is taaie seculiere mythe

Thijs Kleinpaste en Marcel Duyvestijn vinden het een misstand dat gelovigen in Nederland worden voorgetrokken boven mensen met een andere levensbeschouwing (de Volkskrant, 20 juli). Maar hoe sterk zijn hun argumenten? En zoeken zij geen spijkers op laag water om hun secularistische punt te maken?

Kleinpaste en Duyvestijn vinden dat de wet op de smalende godslastering moet worden afgeschaft, ook al is dat inmiddels een slapend wetsartikel. Prima, maar hoe worden gelovigen in de praktijk nu bevoordeeld door een dode letter? 

Ook stellen ze dat de vrijheid van meningsuiting even belangrijk moet worden als de vrijheid van godsdienst door artikel 6 van de Grondwet niet langer apart te laten staan. Maar de vrijheid van meningsuiting is in de praktijk al minstens zo belangrijk als de vrijheid van godsdienst. Denk aan de recente vrijspraak van Geert Wilders.

Verder moet de vrijheid van onderwijs worden opgedoekt. ‘Op school leer je rekenen, taal en omgaan met andere kinderen (…). Godsdienstlessen zijn nuttig, zolang alle religies met dezelfde belangstelling aan leerlingen wordt aangereikt,’ zo schrijven de auteurs. Maar onderwijs heeft ook een levensbeschouwelijke, ethische en spirituele component. Wat leer je kinderen bijvoorbeeld over de natuur, over hun eigen spirituele ontwikkeling en over de derde wereld? En in welke mate doe je dat? Daarover bestaan geen eenduidige richtlijnen die de overheid zomaar kan opleggen, wel bestaan er kaders en grenzen. Daarom hebben ouders het recht om zelf te bepalen wat voor soort onderwijs zij hun kinderen willen laten geven, los van de vraag of dit godsdienstig geïnspireerd is of niet.

Belastingvoordelen die wel voor godshuizen gelden maar niet voor carnavalsverenigingen: die zijn Kleinpaste en Duyvestijn een doorn in het oog. Maar de auteurs gaan er aan voorbij dat levensbeschouwing wat anders is dan een volksfeest. Kerkgenootschappen kun je niet vergelijken met carnaval, wel met het Humanistisch Verbond. Kerkleden hebben geen belastingvoordelen boven leden van andere levensbeschouwelijke organisaties.

Tenslotte moeten de zogeheten weigerambtenaren het ontgelden. Maar voor hen is er nooit een overgangsregeling geweest. Dat had best gemogen omdat wereldwijd en historisch gezien de openstelling van het huwelijksregister voor homoseksuelen geen vanzelfsprekendheid is. Als zo’n regeling er bijvoorbeeld gedurende tien jaar zou zijn geweest – met nadrukkelijk de garantie dat er in elke gemeente door homo’s getrouwd kon worden – dan zou in 2011 de laatste weigerambtenaar van het toneel verdwenen zijn. Maar secularistische scherpslijperij heeft zo’n overgangsregeling in de weg gestaan.

Twee fundamentele opmerkingen tot slot. Ten eerste dat de meeste gelovigen in Nederland niet homofoob of fundamentalistisch zijn. Met hun betoog suggereren de auteurs een clichématig beeld dat religie per definitie conservatief is en geen motor van humaniteit en vernieuwing zou kunnen zijn. Ten tweede verbaas ik me dat de auteurs zich over deze sterk symbolische kwesties druk maken terwijl een keihard regeringsbeleid mensen die in een kwetsbare positie verkeren alle kansen uit handen slaat. Denk aan de bezuinigingen op Wajong, PGB en in de GGZ. Als iets godgeklaagd is, dan is dat het toch wel? Over welke kwesties maken we ons druk en door welke misstanden worden we nu echt in beweging gezet?

Dit artikel is op 25 juli gepubliceerd in de Volkskrant.


zondag, 10 juli 2011

Harrie Winteraeken

Harrie Winteraeken

GR

Tolerantie neemt af

In heerlen, gedachte, gemeenteraad, huis, jeugd, jongeren, kinderen, nieuws, onderzoek, en meer.
De tolerantie ten opzichte van kinderen neemt af

Uit een onderzoek blijkt dat de tolerantie ten opzichte van de omgeving afneemt. Niet zo’n verbazingwekkend nieuws. Dat wisten we toch al. En hoe dramatisch is het? Valt het onder de zomerberichten die ieder jaar terugkomen: spelende kinderen, samenkomende jongeren, scheurende brommers en ander lawaai? Waar ligt de grens: bij iedereen verschillend blijkbaar. Je zult maar bij een trapveldje wonen. Maar het geluid van spelende kinderen is geen overlast. Kinderen moeten de ruimte krijgen om te spelen en elkaar te ontmoeten. Dat hoeft wat mij betreft niet alleen in een speeltuin te zijn.
Waar liggen dan de maatschappelijk te stellen grenzen? Bij het overtreden van de wet natuurlijk. Maar hoe zit dat met de gemeentelijke wetten ofwel de plaatselijke verordening? Die stelt de gemeenteraad vast. En daarmee ook gedragsnormen van kinderen in de openbare ruimte. En hier botsen het normbesef van ouderen en kinderen.

Ik ga eens terug naar mijn jeugd, zoals ik me die herinner: we kwamen bij elkaar bij een muurtje op de hoek van de straat. Een tuinafscheiding van een huis waarin een alleenstaande vrouw woonde. Ik denk dat ze oud was, maar dat ben je al gauw in de ogen van een tiener. De kinderen van onze straat schoolden er samen. Die mevrouw lied ons begaan. Ik denk niet omdat ze bang voor ons was. Althans dat hoefde ze niet te zijn. We trapten er een balletje met op de muur van het rangeerterrein van de mijn Emma de goal getekend. En in de herfst ‘flepten’ we kastanjes met een ‘kuul’. Als er verkeer kwam, dan stopten we natuurlijk. Soms bleef dat stuk hout in de boom hangen , totdat het eruit werd gegooid of vanzelf waaide. Ik denk niet dat er sprake was van overlast. We werden tenminste getolereerd.
Ook wist je toen wie in de straat minder vriendelijk voor kinderen was. Waar je moest zorgen dat de bal niet in de tuin kwam. Maar ik weet niet meer of we daar dan ook wegbleven, of toch lekker spannend een balletje trapten.
Mijn vriendjes en ik behoorden tot de gelukkigen die ook een ruig speelterrein hadden bij garageboxen en in tuinen achter winkels die helemaal niet werden beheerd. Boomhutten maken, vuurtje stoken en piepers bakken. Het kon daar allemaal en het mocht van de omgeving. Maar ons gedrag liep dan ook niet de spuigaten uit.

Het onderzoek toont aan dat de tolerantie afneemt. Blijkbaar meetbaar, ook ten opzichte van wat jaren geleden. Het is een teken aan de wand. Onze samenleving verruwd. Geleidelijk, vanaf de individualisering van de jaren ’70 van de vorige eeuw. Met de toenemende materiële welvaart en de gedachte dat je een ander niet meer nodig hebt om het zelf goed te hebben. Het is ook vaak een zichzelf versterkend effect. En van plaats tot plaats verschillend. Waren het eerst eilandjes van intolerantie in de straat en krijgt het tegenwoordig meer de overhand? Het heeft alles te maken hoe we tegenover elkaar staan. Wat onze omgangsvormen zijn. En die veranderen niet zo snel. Ook niet terug de goeie kant op.

Berichten in de kranten Limburgs Dagblad en Dagblad De Limburger van 9 juli 2011.

vrijdag, 27 mei 2011

Femke Halsema

Femke Halsema

Hyves Twitter TK

Leonardolezing: Politiek in de jaren nul

In speeches, rechtvaardigheid, regels, regeren, regering, rekening, risico, rita verdonk, roc, en meer.

Website van de Leonardo-leerstoelLeonardolezing, uitgesproken 26 mei 2011 op de Universiteit van Tilburg

Dames en heren,

Goedemiddag,

De politiek verlaten veroorzaakt een forse breuk in je bestaan. Eén die je ook nauwelijks kan voorvoelen, zolang je er deel van uitmaakt. Dat geldt òòk als er geen sprake is van een overhaaste aftocht na de val van een kabinet, een incident of een misstap en je jezelf plotseling en in shock terugvindt achter de geraniums.
Ik had mijn vertrek grondig voorbereid en ook wel tussen de bedrijven door nagedacht over de periode erna. Maar veel verder dan uitslapen, boeken lezen, met mijn kinderen spelen en vrienden zien, kwam ik niet. De allesoverheersende gedachte was ‘vrij zijn’ van dwang, druk en het heilige moeten. Maar wat je je onvoldoende realiseert, is dat ‘vrij zijn’ een geestesgesteldheid is die je als politicus juist grondig afleert.

Politici zijn onvrij, èn laten zich onvrij maken, en dat heeft een aantal redenen.
Er is de drukte die veel beroepen op hoog niveau kenmerkt: de agenda wordt door iemand anders gevuld, werkdagen van 12 uur zijn bepaald geen uitzondering en vanaf het opstaan tot het slapengaan jaagt de adrenaline door je bloed.
Ik merkte bijvoorbeeld – en heel simpel – dat ik de krant opnieuw moest leren lezen. Het obsessieve, gespannen scannen van het binnenlandse nieuws op je eigen naam, die van je collega’s en je tegenstanders, het in no-time willen inschatten van de politieke gevaren en risico’s die de krant herbergt, verworden geleidelijk tot een gewoonte. PVV-kamerlid Fleur Agema vertelde ooit bij Pauw & Witteman dat zij elke zaterdag om 6 uur opstond om bij het benzinestation de Telegraaf te kopen. Zodoende wist zij zeker dat zij als eerste van alle Kamerleden mondelinge vragen kon indienen over willekeurig welk incident. Hoe absurd misschien ook het voorbeeld, de onrust en drift waarvan Agema getuigt is geen enkele politicus vreemd.
En zo zijn er meer ingesleten gewoonten: tv-kijken betekent zappen; gesprekken voer je kort en dikwijls instrumenteel, met het oog op het te boeken resultaat; zoals de boeken die je leest vooral ‘nuttig’ moeten zijn voor je politieke handelen. Multitasken is verheven tot een hogere kunst van gelijktijdig telefoneren, internetten, medewerkers instrueren, een debat voorbereiden enzovoort.

Wat het politieke bestaan, als tweede, in hoge mate onvrij maakt is de permanente publieke druk, en de noodzaak èn wil om zichtbaar te zijn. Warren Beaty merkte ooit op over zijn toenmalige minnares Madonna dat zij niet bestond als de camera’s niet draaiden: ‘Why would you say something if it’s off-camera? What point is there existing?’
Politici, zeker de toonaangevende, worden regelmatig en, niet onterecht, bespot omdat ze opduiken in de meest wonderlijke talkshows, RTL-boulevard presenteren en hun oordeel geven over elke denkbare, triviale gebeurtenis. Maar – behalve vanzelfsprekend ijdelheid – hebben zij daarvoor ook goede redenen. Blijvende bekendheid & populariteit zijn namelijk harde voorwaarden voor verkiezingswinst, het kunnen realiseren van je opvattingen en idealen, en de eventuele deelname aan de macht.
Bijvoorbeeld. Toen ik eind 2002, krap 2 maanden voor de verkiezingen, aantrad als nieuwe lijsttrekker, was het grootste probleem mijn geringe naamsbekendheid. Minder dan 30% van de bevolking wist van mijn bestaan. Om ook maar enige rol van betekenis te kunnen spelen tijdens de verkiezingen moest dat razendsnel omhoog naar minimaal 80% en dat betekende een slopende gang langs koffieprogramma’s en vrouwenbladen.
Maar ook jaren daarna, toen ik over bekendheid weinig te klagen had, bleef de noodzaak om zichtbaar te zijn even groot. De meeste kiezers bepalen hun voorkeur namelijk maar deels op politieke opvattingen. Minstens zo belangrijk is hun intuïtieve voorkeur voor de waarden die een politicus vertegenwoordigt, zijn betrouwbaarheid & zijn aardigheid. Opvattingen, levensstijl, humor of de ontroering waarvan een politicus blijk geeft, moeten met elkaar in overeenstemming, en consequent zijn. Zo betekenden in mijn geval de bekende journaalbeelden waarin ik hevig debatteerde met bijv. Rita Verdonk of Geert Wilders ook een gebrekkig electoraal imago van bijterigheid (dan zeg ik het mild).
Het beeld van een politicus dat kiezers opbouwen bestaat uit korte fragmenten, waarbij juist de negatieve het beste beklijven. Reparatie van een onplezierig of onhandig imago kost tijd – televisietijd – en wint aan kracht door herhaling. Voor mij gold in ieder geval dat ik zeker 2 jaar talkshows als ‘Barend & Van Dorp bij elkaar gelachen had, voordat het kwartje viel bij veel kiezers dat ik niet alleen fel kon debatteren, maar misschien ook gewoon een aardige vrouw was aan wie je je kostbare stem kon toevertrouwen.

De druk èn de wil om geregisseerd en beheerst maar ook onophoudelijk zichtbaar te zijn, is niet alleen tijdrovend, maar het beperkt ook je uitingsvrijheid als politicus.
Elke politicus kan getuigen van een slip of the tongue die tot vervelens toe op televisie en op internet zijn herhaald. Balkenende denkt wellicht met weinig plezier terug aan zijn uitspraak tegen mij over de VOC-mentaliteit: ‘Laten we blij zijn met elkaar. Nederland kan het weer! (..) Toch?’ Maar het beëindigde niet voortijdig zijn carrière, wat wel gebeurde met VVD-kamerlid Arend Jan Boekestijn die vooral naam maakte met onhandige opmerkingen, zogenaamde ‘Boekestijntjes’.

De belangrijkste reden waardoor politici onvrij zijn is de tirannie van de tijd en de maatschappelijke omgeving. Daarmee bedoel ik het volgende. Het is voor politici bijna onmogelijk om een bezonken en beredeneerd oordeel te vellen over het politieke bestel waarin zij hun werk doen. Of de maatschappelijke cultuur te analyseren en te bekritiseren waarvan zij tegelijkertijd de drager zijn, waar zij uit voortkomen en hun populariteit aan ontlenen. Politici worden geacht mee te varen op de stroom van maatschappelijke en culturele sentimenten, de tijdsgeest aan te voelen en deze te vertolken. Doen zij dat niet of bekritiseren zij juist de tijdsgeest, dan riskeren zij kiezers, populariteit en uiteindelijk hun positie. Kortom, dan dreigen zij ineffectief te worden.
Maar vrijwel alle politici die ik de afgelopen jaren heb leren kennen, worstelen er ook mee dat ‘de waan van de dag’, zo dikwijls de koers van een debat en de richting van een besluit dicteert. Met de ‘waan’ bedoel ik niet het laatste incidentje uit de Telegraaf dat bij de wekelijkse mondelinge vragen de boventoon voert – hoewel dat ook ergerlijk is. Ik bedoel dat de woorden en onderwerpen die politici kiezen aan maatschappelijke en politieke modes onderhevig zijn en dat die modes dwingend zijn. Simpel gezegd. Geen zichzelf respecterende politicus wil op dit moment thee drinkend en al ‘multiculturaliserend’ in een moskee betrapt worden, ook al zouden daar goede redenen voor zijn. Thee drinken staat voor slapte. Zoals ook geen politicus nu met groot enthousiasme lagere straffen verdedigt, hogere belastingen, gescheiden zwemmen, de vrije verkoop van Mein Kampf enzovoort. Er is een grote omloopsnelheid in de populariteit van politieke onderwerpen. Tegen de dominantie van een kulonderwerp kun je je verzetten, je kan media in hun eenzijdige belangstelling tot de orde willen roepen, maar dan strand je meestal als roepende in de woestijn. Het is bijna onvermijdelijk om je te voegen naar de onderwerpen die gelden als het meest urgent, het meest ernstig – en daarbinnen de variatie te zoeken. Dat is niet uit lafheid of opportunisme maar uit noodzakelijk en gezond lijfsbehoud.

Mocht u na deze inleiding denken dat ik somber ben over de kwaliteit en kracht van politici: nee, geenszins. Wat ik zo-even opsomde zijn de disciplinerende, onvrij makende mechanismen van moderne politiek, mechanismen die – zo zal ik verderop betogen – alleen maar sterker en dwingender worden, en waaraan politici zich slechts met moeite en risico’s kunnen onttrekken.

Maar vandaag verdedig ik ook de stelling dat cultuurkritiek en het opnieuw beoordelen van het politieke bestel en handelen hard nodig zijn. Dat het meedeinen op het tij van maatschappelijke en culturele verandering – niet volstaat. Dat kon misschien in eerdere perioden in onze naoorlogse geschiedenis – waar bijvoorbeeld een oud-politicus zoals Marcel van Dam hoog over opgeeft – nog wel. Maar toen volstond ook om, tegenover de dreiging van de Russen een bataljon tanks aan onze oostgrens te plaatsen. Nu is de maatschappelijke deining te groot en is te onbestemd waar en hoe de golven op de kust slaan.

_____________

Sinds begin februari hebben mijn studenten en ik onderzoek gedaan naar wat ik in de opdracht van de Leonardo-masterclass heb beschreven als ‘De politieke betekenis van de jaren nul’ (de eerste 10 jaar van deze eeuw).

Maar laat me ze eerst even aan u voorstellen: Juliette Barendse, Linde Gasseling, Sabine Geers, Suzanne Keurntjes, Loes Mahieu, Madelene Munnik, Vera Nijveld, Michael Suurendonk, Pauline Verstraten en Eefje Wielders.

Zij hebben de afgelopen maanden literatuurstudie verricht en gesprekken gevoerd – variërend van Mark Rutte tot Hans Laroes, van Herman Tjeenk Willink tot Paul Scheffer. Zij hebben een middag meegelopen bij de redactie van Nieuwsuur, aangezeten bij de fractievergadering van een niet nader te noemen politieke partij en de Haagse sociëteit Nieuwspoort verkend. Zij hebben – aan de hand van eigen stellingen – een debat georganiseerd met studenten van de Tilburgse ROC. En uiteindelijk hebben zij twee keer, in groepjes van drie, een essay geschreven.

Wat ik hier vertel is ook gebaseerd op hun analyses, conclusies en aanbevelingen, wat niet wegneemt dat anekdotes en – zeker – de drastischer opvattingen en conclusies wel degelijk voor mijn eigen rekening komen.

De afgelopen jaren (bijvoorbeeld ook in mijn afscheidsbundel ‘Zoeken naar vrijheid’) heb ik vaak opgemerkt het gevoel te hebben getuige te zijn van een historische politieke tijd. Aantredend als Kamerlid in de tweede Paarse periode in 1998, kenmerkten de politiek en samenleving zich door een grote bezadigdheid. Politiek betekende wat schaven en lasten verlichten en nog eind 2001, toen Pim Fortuyn al heel populair was, bleek uit onderzoek dat de Nederlandse bevolking zeldzaam tevreden was. Er leken – eigenlijk tot de aanslag op de Twin Towers in september 2001 – weinig maatschappelijke en politieke voorbodes voor het tumult dat volgde.

De gedachte getuige te zijn van een historische politieke tijd ontleende ik aan het boek van Ido de Haan over de Nederlandse constitutie: ‘Het beginsel van leven en wasdom’ Hij betoogt daarin dat Nederland tussen 1848 en 1920 in het teken stond van constitutionele politiek. Volgens De Haan draaide het toen niet zozeer om een faire uitvoering van de politieke regels, als wel om het vaststellen van de regels zelf. In die periode werd bijvoorbeeld de staatssoevereiniteit vastgesteld, de scheiding tussen kerk en staat, het vrouwenkiesrecht en de vrijheid van onderwijs. Na 1920 brak een lange periode aan van zgn. ‘normale politiek’. Onze constitutie stond als een huis en werd door politici van alle gezindten als begrenzing geaccepteerd. Zelfs in de jaren zestig en zeventig, jaren van grote maatschappelijke onrust, concentreerde het politieke en maatschappelijke debat zich vooral op de herverdeling van welvaart en rechtvaardigheid, binnen de normatieve grenzen van de grondwet.
Volgens De Haan is pas aan het einde van Paars, versneld door de aanslag op de Twin Towers, de lange periode van ‘normale politiek’ ten einde gekomen en zijn wij opnieuw aangeland in een periode van constitutionele politiek. Of zoals de Haan het somber opsomt: ‘We hebben te maken met een partijenstelsel dat niet langer de verdeeldheid in de samenleving weerspiegelt, een parlement dat zijn centrale plaats daarin verliest en een staat die vastdraait in zijn ambities van herverdeling en rechtvaardigheid. De staat en de samenleving zullen zich opnieuw moeten grondvesten.’ (Tot dusver Ido de Haan)

Terugkijkend op de afgelopen 13 jaar, zijn onmiskenbaar de grootste en hevigste debatten ‘constitutioneel’ geweest. Beginnend wellicht met het venijnige conflict dat volgde op de uitspraken van Pim Fortuyn over artikel 1 van de grondwet: het discriminatieverbod, als sta-in-de-weg van de vrije meningsuiting. Wat volgden waren talloze debatten over de reikwijdte van de vrijheid van godsdienst en de vrijheid van onderwijs.
Zo kon het gebeuren dat het parlement debatten voerde over de noodzaak en de plicht elkaar de hand te schudden, omdat dit niet langer werd beschouwd als een vriendelijke gewoonte – en het afwijken ervan als een rariteit -maar als een nationale testcase voor onze tolerantie, vrouwvriendelijkheid en ons gelijkheidsdenken. En in dit geval legde het recht van vrije expressie – in de opvatting van de dienstdoende minister Verdonk – het genadeloos af tegen het discriminatieverbod (dat zij op andere momenten met hartstocht relativeerde).
Nieuw was ook het bediscussiëren van de betekenis van godsdienst, en in het bijzonder de Islam, in het parlement zelf. De dominante uitleg van de scheiding tussen kerk en staat was voordien dat politici geen oordelen vellen over geloof. Ook de verhouding in de Trias Politica wijzigde zich, sinds politici zich actief bemoeien met lopende rechtszaken en de benoeming van rechters niet langer beschouwen als een hamerstuk maar tot inzet maken van partijpolitieke strijd (zoals de nieuwe Raadsheer Ybo Buruma overkwam). En hetzelfde kan gezegd worden over de positie van het staatshoofd, die vorige zomer hardhandig buitenspel is gezet bij de vorming van een minderheidskabinet.

Ik denk dat mijn studenten en ik er niet over van mening verschillen dat we inderdaad een periode van maatschappelijke en politieke turbulentie doormaken.
Wel hebben wij samen het idee begraven dat er sprake is van een harde omslag in de politieke geschiedenis die zich concentreert in 1 decennium en is veroorzaakt door de aanslag op de Twin Towers en de politieke moorden op Pim Fortuyn en Theo van Gogh. Maatschappelijke en culturele verwarring lijkt eerder het gevolg van geleidelijker, maar evenzeer ingrijpende veranderingen. Veranderingen waarvan de politieke moorden in Nederland en 9/11 in de Verenigde Staten wel machtige symbolen zijn.

Samen, de studenten en ik, hebben we er drie grote en geleidelijke veranderingen uitgelicht die naar onze opvatting met name de afgelopen 10 jaar groot effect hebben gehad op de politieke verhoudingen en het politieke handelen. Deze veranderingen, als ook de effecten op de politiek, hebben de studenten onderzocht en in hun essays beschreven.

1.
De eerste grote verandering is globalisering en de definitieve vestiging van een risicomaatschappij. Deze is de afgelopen decennia in tientallen studieboeken beschreven en de vaststelling dat Nederland onderdeel is geworden van een internationale, globale en kwetsbare risicomaatschappij is bepaald niet nieuw.
Nieuw is wel de hardhandigheid waarmee globalisering de afgelopen jaren onze huiskamers en het parlement is binnengewalst. Als student leerde ik aan het einde van de jaren tachtig al over de ‘risicomaatschappij’ die het gevolg was van globalisering, waarbij de kernramp in Tsjernobyl het meest tot de verbeelding sprekende voorbeeld was. Maar afgezien van een enkele dioxinekoe, leek het met de aanwezigheid van onbeheersbare, wereldwijde risico’s wel mee te vallen.
Die illusie van relatieve veiligheid zijn wij inmiddels wel kwijt.
Inmiddels hebben we hardhandig de gevolgen ondervonden van een aantal
wereldwijde, financiële en economische crises.
Ik kan me goed herinneren dat over de Algemene Beschouwingen van 2008 de dreiging hing van een aanstormende financiële crisis. Maar zelfs toen vlak daarna de Amerikaanse Bank Lehman Brothers omviel, was van groot alarm in de Haagse politiek en in de samenleving nog geen sprake. Het beperkte zich tot een droge notie van risico’s waarop de Nederlandse regering, mocht er iets gebeuren, ‘adequaat’ – in het betere Haagse jargon – zou reageren. Dat is overigens ook gebeurd.
Maar ik kan niet verhullen dat het dreigende omvallen van Nederlandse banken en de duizelingwekkende bedragen die de Nederlandse regering vervolgens beschikbaar moest stellen, ook voor mij een schokkende eye-opener van internationale kwetsbaarheid waren. De razendsnel oplopende staatsschuld, de toenemende werkloosheid in Nederland door onverantwoord gedrag van bankiers en hypothecairs in de Verenigde Staten, was en bleef een nauwelijks te bevatten samenloop van gebeurtenissen en omstandigheden.
En kwetsbaarheid voor internationale risico’s heeft zich niet beperkt tot de financiële markt en de economie. De afgelopen jaren zijn we geconfronteerd met de
razendsnelle verspreiding van ook voor mensen gevaarlijke dierziekten en heeft de wereldwijde klimaatverandering bijvoorbeeld moeten leiden tot een kostbaar plan voor dijkverhoging en dijkbewaking. De aanslag op de Twin Towers en daarop volgend die in Madrid en Londen hebben de zekerheid te leven in een relatief geweldsloze en veilige samenleving voor veel mensen ondermijnd. Internationaal conflict en geweld houden zich ook in onze achtertuin op, worden hier geboren en groot gebracht: zoveel werd vooral bij de moord op Theo van Gogh duidelijk.

Om een beter zicht te krijgen op het effect van internationale crises en risico’s op de Nederlandse politiek hebben de studenten onderzocht hoe in Nederland is omgegaan met de Mexicaanse griep. Dit griepvirus, eerst de varkensgriep genoemd, kreeg vanaf het voorjaar van 2009 delen van de wereld in de greep, zeker toen bleek dat door besmetting niet alleen dieren maar ook mensen dood konden gaan. Inmiddels staat de teller wereldwijd op bijna 19.000 slachtoffers. In Nederland heeft de regering, onder verantwoordelijkheid van minister Klink, snel en ingrijpend gereageerd. Er waren folders en internetsites, risicogroepen kregen het advies zich preventief te vaccineren en er zijn 34 miljoen griepvaccins aangeschaft. Uiteindelijk heeft de Mexicaanse griep in Nederland nooit werkelijk huisgehouden.

Terugkijkend op de politieke besluitvorming valt vooral de grote en oncontroleerbare rol op die deskundigen spelen. Minister en parlement ontbeerden de specialistische kennis die inschatting van de gezondheidsrisico’s vergde en moesten zich in het geheel verlaten op de Gezondheidsraad, het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) en de World Health Organisation (WHO). Het waren ook de deskundigen die de minister en vervolgens de kamer voor een keuze plaatsten. Men kon 1. ‘afwachtend beleid’ voeren maar dit had een ‘risico voor de nationale gezondheid’ of men kon 2. ‘preventief beleid’ voeren, dat een financieel risico droeg.
Zo geformuleerd hoeft het weinig verbazing te wekken dat Nederland – als één van heel weinige landen – overging tot de peperdure aanschaf van een astronomisch aantal griepvaccins. De keuze was dan ook eigenlijk geen keuze maar een fait accompli omdat geen verantwoordelijk politicus uiteindelijk geld boven de gezondheid van de bevolking zal plaatsen.
Achteraf is er discussie ontstaan over de onbevooroordeeldheid van de deskundigen, de mogelijke rol van de farmaceutische industrie, en het oordeelsvermogen van politici. Dat vind ik terecht.

Meer in het algemeen kun je stellen dat globalisering en internationale crises politici in heel grote mate afhankelijk maken van deskundigen, wier achtergronden, motieven en belangen – anders dan die van politici – dikwijls slecht controleerbaar zijn. Waarvan op het moment dat zij dwingende adviezen geven ook nauwelijks bekend is dat zij zelf over de juiste en noodzakelijk informatie beschikken. De President van de Nederlandse Bank, de heer Wellink, heeft bijvoorbeeld achteraf aangegeven dat ook de Nederlandse Bank en hij zelf onvoldoende op de hoogte waren van de financiële producten waarin banken handelden en de risico’s die deze in zich hadden. Toch voer de regering volledig op de Nederlandse Bank.

2.
Globalisering is niet de enige grote, geleidelijke verandering die de politiek beheerst. Even ingrijpend is – om het eens in chique wetenschappelijke termen te zeggen – het gewijzigde paradigma van multiculturalisme.
Kort gezegd, is multiculturalisme in Nederland lang het bewijs geweest van vrijheid. In ons vrije, democratische land zou ruimte zijn voor andersdenkenden, andere tradities en gebruiken. Door de kracht van onze rechtsstaat, door onze tolerante inborst, ons democratisch bestel en de maatschappelijke mogelijkheden voor sociale stijging, zouden wij ook de komst van grote groepen vreemdelingen gemakkelijk kunnen opvangen. En belangrijker nog, binnen de grenzen van de rechtsstaat werd heb alle ruimte gegeven om hun eigen gang te gaan.
Inmiddels wordt multiculturalisme niet meer beschouwd als een bewijs van vrijheid, maar als een regelrechte bedreiging van onze vrijheid. Tolerantie is niet langer een deugd die geprezen wordt maar synoniem geworden met ‘plooien, schikken en afkopen’ van eigenlijk onoverkomelijke verschillen, tegenstellingen en botsingen.

Het verdwijnen van het geloof in multiculturalisme is een gevolg van de hardnekkigheid van integratieproblemen en het dreigende ontstaan van een allochtone onderklasse (met overmatige criminaliteit en overlast onder allochtone jongeren). Het is ook een gevolg van de angst voor gewelddadig, Islamitisch fundamentalisme dat door de aanslagen is gevoed en ertoe leidt dat in Nederland levende en werkende moslims inmiddels achterdochtig worden beschouwd als wolven in schaapskleren.
Maar beide problemen – de hardnekkige integratieachterstanden en de zorg om gewelddadig Islamitisch fundamentalisme – zijn ook een dankbare voedingsbodem gebleken voor snel populair wordende populisten. Dat multiculturalisme inmiddels een scheldwoord is geworden, is in belangrijke mate hun verdienste. Dit zeg ik wel met enige ironie.

De studenten hebben de afgelopen maanden als casus studie gemaakt van de incidenten die er de afgelopen jaren zijn geweest rond Imams die weigerden de hand te schudden van, in de eerste plaats Minister Verdonk. Vooral de eerste keer dat een Imam, zichtbaar en publiek weigerde de minister de hand te schudden groeide snel uit tot een nationale rel. De minister vond dat er onvoldoende respect was voor het instituut ‘minister’ en voor haar als vrouw en liet weten dat handen schudden een Nederlandse plicht was.

Op basis van hun onderzoek naar het veranderde oordeel over multiculturalisme en de incidenten rond handen schudden merken de studenten op dat politici en het politieke debat zich los lijken te hebben gezongen van de rechtstatelijke kaders waarbinnen zij opereren. Bij de beoordeling van het gedrag van individuele en groepen burgers stellen zij zich minder de vraag ‘is dit onwettig’ maar veeleer de vraag ‘is dit onprettig’. Afwijkend gedrag wordt in toenemende mate als on-Nederlands en onprettig bestempeld en veroordeeld.
Veel burgers, veel media ook, zijn gecharmeerd van de daadkracht en flinkheid die spreekt uit deze stevige oordelen: met name populistische politieke stromingen die van het veroordelen van onprettig, on-Nederlands gedrag hun handelsmerk hebben gemaakt, hebben dan ook een grote electorale vlucht gemaakt
Tegenover de symbolische kracht van harde normatieve oordelen over soms kleine incidenten staat echter een grote politieke en beleidsmatige onmacht. Politici zijn namelijk wel degelijk gehouden en gebonden aan de grenzen van de democratische rechtsstaat, waar deze rechtstreeks voortvloeien uit de mensenrechtenverdragen. Ongeacht retoriek en vertoon van flinkheid kent het integratiebeleid de afgelopen 10 jaar nauwelijks verandering maar een grote stroperige continuïteit en traagheid. De problemen rond integratie, sociale achterstand en criminaliteit zijn de afgelopen jaren niet werkelijk verminderd.
Het zichtbare verschil tussen zeggen en doen in het debat over de multiculturele samenleving levert – zo voeg ik daar aan toe – politici en het politieke bestel inmiddels een serieus geloofwaardigheidsprobleem op.

3.
Als je de gevolgen van de grote maatschappelijke veranderingen rond globalisering en multiculturalisme bij elkaar optelt, dan kun je vaststellen dat politici zich in een lastig parket bevinden, of – wellicht beter – in een lastig parket hebben gemanoeuvreerd.
De grootste maatschappelijke problemen kennen dikwijls een internationale oorsprong, oplossing of vermindering ervan onttrekt zich daardoor vaker aan het handelingsvermogen van gewone Nederlandse politici. Daarbij zijn zij in toenemende mate afhankelijk van specialistische deskundigen, waarbij zij de belangen en de juistheid van deskundige meningen niet altijd even goed overzien. De verleiding van een vlucht in symbolische daadkracht, in flinkheid bij incidenten is levensgroot en deze route wordt dan ook regelmatig genomen.
Het parket wordt nog lastiger als de derde grote verandering van de afgelopen jaren in ogenschouw wordt genomen: de fragmentatie en verveelvoudiging van media en de groeiende invloed van nieuwe media, van internet, weblogs en twitter.

De opvallendste vaststelling van de studenten in het onderzoek dat zij hebben gedaan naar de invloed van de mediacratie op het politieke handelen is dat wordt onderschat dat media zelf in toenemende mate ten prooi zijn aan grote commerciële en economische belangen.
Tijdens een debat gisteravond bij DWDD tussen een vertegenwoordiger van ‘dode- bomen’ media en webloggers – waar de studenten en ik toevallig aanwezig waren -
werd die dwang van commercie nog eens zichtbaar.
De meest gelezen onderwerpen op weblogs en de digitale pagina’s van kranten variëren van ‘condooms met tandjes’ tot de borsten en billen van Kim Kardashian. Serieuze onderzoeksjournalistiek, analyses van ingewikkelde economische problemen leggen het in de lezersaandacht altijd af tegen relletjes met overspel, zich misdragende BN’ers, moord en doodslag. En waar de lezersaandacht minder is, verdwijnt ook de belangstelling van adverteerders, uitgevers en mediabedrijven. Hoofdredacteuren en journalisten staan onder grote druk om lezers – en daarmee adverteerders – waar voor hun geld te geven.

Voor politiek nieuws betekent dit dat ruzies en conflicten, swingende, harde uitspraken over bijvoorbeeld Islamitisch stemvee of Grieks wangedrag, veel makkelijker hun weg vinden in de media dan – ik noem maar wat – de achtergronden van de financiële crisis.

Ik begon deze lezing met de vaststelling dat politici onvrij zijn. Een politicus die langer meewil verhoudt zich tot de tijdsgeest en tot de onderwerpen die zijn kiezers en de media het meeste lijken bezig te houden.
Nu weet ik dat u stiekem denkt: ‘ja hoor eens, een moedige politicus kiest natuurlijk altijd zijn eigen weg, ongeacht de risico’s’. Natuurlijk, dat is ook zo. En er zijn talloze voorbeelden van moderne, moedige politici die dagelijks impopulaire onderwerpen agenderen en verdedigen. Politici die werk maken van onderwerpen als Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen, de noodzaak van nieuwe duurzame energiepolitiek, wereldwijde voedselzekerheid enzovoort, ondanks dat hen dit zo goed als onzichtbaar maakt in de media en daarmee voor kiezers. Zoals ook de moderne politiek talloze voorbeelden kent van politici die dwars tegen de voorspellingen in van peilingen – waar ik overigens ook nog een betoog zou kunnen opbouwen – electoraal risicovolle beslissingen nemen omdat zij een grote innerlijke noodzaak voelen. Mijn opvolger gaf bijvoorbeeld meteen na aantreden een visitekaartje af.

Ik verzet mij hevig tegen de gemakkelijke gedachte dat de kwaliteit van politici de afgelopen decennia minder is geworden of dat de politiek oppervlakkiger en vluchtiger is. Deze nostalgische gedachte die nog wel eens door oude politieke mastodonten wordt geuit, miskent eenvoudig dat de maatschappelijke en politieke omgeving waarin politici hun werk doen met name het afgelopen decennium ingewikkelder en risicovoller is geworden.

Dit neemt niet weg dat er alle reden is om de staat van de politiek en het handelen van politici opnieuw goed en hardhandig te doordenken.
Als ik terugkeer naar Ido de Haan en zijn analyse van ‘constitutionele politiek’ dan denk ik dat je inderdaad kan vaststellen dat, als een gevolg van globalisering, de grote problemen in de multiculturele samenleving en komst van een mediacratie, samenleving en politiek zich opnieuw – moeten – grondvesten.

Politici, gekozen vertegenwoordigers van het volk, zullen daarin onvermijdelijk leiding moeten nemen. Zij dragen wel degelijk de verantwoordelijkheid om oplossingen aan te reiken voor grote maatschappelijke problemen. Of het nu gaat om het verminderen van de werkloosheid die voortkomt uit de internationale economische crisis, het op orde brengen van de staatshuishouding, het verminderen van de sociale en integratieproblemen, het beter beheersbaar en controleerbaar maken van het bureaucratische pandemonium (zoals Volkskrantcolumnist Bert Wagendorp deze week zo mooi opmerkte) of het aanpakken van klimaat- en energieproblemen

In het tweede deel van de masterclass heb ik de studenten gevraagd om – met achterlating van al hun theoretische kennis – eens na te denken over de noodzakelijke veranderingen in het politieke bestel en het handelen van politici.

Ik geef u eerst twee heel alledaagse observaties van de studenten door, waar ik even om moest lachen maar die ook onmiskenbaar veelzeggend zijn.
Na gesprekken met politici en een bezoek aan het parlement, verzuchtten de studenten om beurten dat zij het in het parlement interessanter en ook gezelliger vonden dan zij dachten en dat politici aardiger, welwillender en ook redelijker waren dan hun beeld van hen was.
En vorige week meldde een student dat zij, bezig met de opmaak van het slotessay, eindeloos op Google had gezocht naar foto’s van samenwerkende, vriendelijk met elkaar pratende politici en dat zij die niet had kunnen vinden.

Moderne politici zijn dagelijks verwikkeld in een harde overlevingsstrijd, een strijd om media- en publieke aandacht, in een strijd om het behagen en binden van hun kiezers. Politici zijn met handen en voeten gebonden aan kiezersverwachtingen, populariteitsvereisten en politieke mores. Het maakt hen onvrij om met wat meer afstand de grote problemen van deze tijd te aanschouwen. Het kan hen ook in een isolement brengen van eigendunk en zelfgenoegzaamheid, zo lang het ze goed gaat.

Maar niet alleen zijn de internationale problemen en risico’s, en de afhankelijkheid van derden bij het begrijpen en beheersen ervan, te groot; de vlucht in symbolische daadkracht, symbolische debatten over vooral de multiculturele samenleving die – ondanks daadkrachtige en soms oorlogszuchtige taal – niet leiden tot verbetering van het dagelijkse leven van mensen, ondermijnen de geloofwaardigheid en uiteindelijke effectiviteit van politici. En dit gevaar van politieke machteloosheid en ineffectiviteit op de lange termijn bedreigt alle politici, ook de populisten die zich vooral verheugen over de electorale winst op de korte termijn.

Politieke samenwerking over partijpolitieke grenzen heen, kent een grote noodzaak. Het vermeerdert de gedeelde kennis, het vergemakkelijkt het sluiten van de noodzakelijke compromissen en van het samen regeren.
De studenten hebben bedacht dat het goed zou zijn om kiezers bij de verkiezingen niet meer enkel op de eerste partij van hun voorkeur te laten stemmen maar ook een tweede en een derde voorkeursstem te laten uitbrengen: een zogenaamd ‘songfestivalsysteem’. Het dwingt politici zich beter rekenschap te geven van de politieke ‘umwelt’ waarin ze opereren en al in campagnetijd actief naar coalities te zoeken en deze te verdedigen, waarmee zij na de verkiezingen zouden willen regeren. Afgelopen zomer leidde de vergaande polarisatie tussen politici tot een gefragmenteerde verkiezingsuitslag en een bijna onbestuurbaar land. De ervaringen van de formatie en de idiotie van de totstandkoming van het huidige minderheidskabinet, zouden zich niet moeten herhalen.
Een zelfde milde dwang tot samenwerking zou uit kunnen gaan van het bij de gewone verkiezingen mogen uitbrengen van een adviserende stem op een voorkeurscoalitie. Ook dan geldt dat politici minder uitgedaagd worden om het conflict te zoeken met de electorale concurrenten (zoals Mark Rutte tijdens de laatste verkiezingen deed met Jan Peter Balkenende) maar al tijdens de campagne publiek samenwerking te zoeken met de latere en meest gewenste regeringspartner.
Daarbij lijkt het ons goed als de partijdiscipline en de onderlinge partijtegenstellingen verminderen. Een voorstel van de studenten is om Kamerleden in het parlement niet meer gegroepeerd naar partij te laten plaatsnemen maar bijvoorbeeld op alfabetische volgorde waardoor zij vaker samen optrekken en samenwerken.
Zelf voeg ik daar nog een suggestie naar Italiaans voorbeeld aan toe. Daar kiezen de leden van de verschillende oppositiepartijen samen één oppositieleider. Ook dat leidt onvermijdelijk tot betere samenwerking: de leiders zullen minder geneigd zijn elkaar vliegen af te vangen of elkaar te herhalen. Daarbij verandert het de verhouding tussen de grote en de kleinere oppositiepartijen. Denkt u zich eens in: het zal lang niet altijd vanzelfsprekend zijn dat de leider van de grootste oppositiepartij ook de oppositieleider wordt, bij de andere, kleinere partijen zijn wellicht beter gekwalificeerde kandidaten.
Veel politici maken zich zorgen over de zogenaamde kloof tussen politiek en burgers. Zij gaan eens in de zoveel tijd ostentatief (met een camera op hun nek) in koffiehuizen zitten, de deuren langs om te flyeren en beleggen bijeenkomsten waar burgers hun gal kunnen spuien. Al deze, dikwijls symbolische ontmoetingen betekenen niet werkelijk dat er met burgers wordt samengewerkt. Burgers bezitten veel kennis over, en dagelijkse ervaring met maatschappelijke en bureaucratische problemen, vaker dan nu gebeurt kunnen zij politici helpen oplossingen te formuleren. Met de komst van internet kan de kennis van burgers beter toegankelijk worden gemaakt, gebundeld en geselecteerd (zie bijvoorbeeld de ontwikkeling met ‘crowdsourcing’, waar in NL ook Maurice de Hond zich mee bezighoudt).
Een aantal jaren geleden heeft Rita Verdonk een ‘Ritawiki’ geïntroduceerd: burgers werden uitgenodigd om op haar site mee te schrijven aan haar verkiezingsprogramma. Het initiatief ging al snel kapot aan ‘reaguurders’ die site kaapten. Dat neemt niet weg dat het een goed idee was. Een idee van de studenten is om, verbonden aan de site van de Tweede Kamer, een ‘politieke wiki’ te starten waarop burgers oplossingen voor dringende en grote maatschappelijke problemen kunnen aanreiken. Vergelijkbaar met ‘wikipedia’ moet ook het debat over de inbreng van verschillende burgers zichtbaar kunnen zijn en moet zichtbaar kunnen zijn wie deelnemen aan een debat. Om te verhinderen dat de site gekaapt wordt, zou het een idee kunnen zijn dat burgers zich inschrijven met hun ‘digid’ die dan wel bekend is bij de Tweede Kamer maar niet zichtbaar is. Wel moet nagegaan worden of dit privacyproblemen geeft.

Onderlinge, harde competitie en concurrentie tussen politici en tussen parlementariërs en regering is slecht voor de openbaarheid. Angst voor misstappen en voor publieke vernedering leidt ertoe dat politici terugdeinzen voor het geven van inzicht in hun beweegredenen en in de wijze waarop zij tot een besluit zijn gekomen, met wie zij hebben gesproken en welke rol bijvoorbeeld lobbyisten hebben gespeeld. Het voorstel van Minister Donner om de Wet Openbaarheid Bestuur (WOB) verder in te perken en journalisten die de gangen van een minister willen nagaan, verder op achterstand te zetten, is een teken aan de wand.
Het is een misvatting dat een ‘cultuur van heimelijkheid’ de kwetsbaarheid van politici zou verminderen; het vergroot juist de achterdocht en de behoefte om politici hard af te rekenen als blijkt dat zij oneigenlijk informatie achterhouden.
Openbaarheid van informatie is een teken van politieke kracht, het versterkt de samenwerking met burgers en vergroot daarmee uiteindelijk ook de legitimiteit van beslissingen.
Het zou goed zijn als de Wet Openbaarheid Bestuur juist wordt verruimd en het aantal ‘uitzonderingsgronden’ voor het ter beschikking stellen van informatie aan journalisten en anderen, wordt verminderd
Naar mate beslissingen ingewikkelder worden (zoals bijvoorbeeld bij de Mexicaanse griep) zou het ook goed zijn als politici vaker laten zien ‘hoe’ zij tot een beslissing zijn gekomen, en niet enkel burgers ermee confronteren ‘dat’ zij een beslissing hebben genomen. Samen met de studenten pleit ik ervoor om vergelijkbaar met de Rekenkamer (die de doelmatigheid en rechtmatigheid van overheidsbestedingen onderzoekt) een onafhankelijke Besluitvormingskamer in te stellen die nagaat hoe een grote politieke beslissing tot stand is gekomen, op welke feiten en onderzoek deze is gebaseerd, welke derden daarbij een grote rol hebben gespeeld en wat hun belangen en motieven zijn.

Ervan uitgaand dat er sprake is van constitutionele politiek waarbij politiek en samenleving zich opnieuw grondvesten, zou het logisch zijn dat onze constitutie daarin ook een grote rol speelt. En dan bedoelen wij niet enkel in de schreeuwerige verdediging van een enkel grondrecht, zoals de vrijheid van meningsuiting of de vrijheid van godsdienst. Het kenmerk, maar ook de schoonheid, van onze constitutie is de gelijkwaardige botsing van grondrechten, van burgerlijke waarden, die erdoor op een vreedzame manier mogelijk wordt gemaakt. De grondwet constitueert daarmee ook heel letterlijk onze samenleving.
Betere kennis en een meer actieve verdediging van onze grondwet door politici, helpt wellicht ook burgers om met wat meer distantie, wat meer abstractie, politiek en maatschappelijk conflict en meningsverschil te beoordelen. Dit vereist echter wel dat de grondwet wordt vereenvoudigd en wordt verduidelijkt. Onze grondrechten zijn te cryptisch beschreven omdat ze tegelijkertijd ruimte laten voor uitzonderingsbepalingen door de overheid vast te stellen. Wij zijn voorstander van een nieuwe, moderne grondwet die eenvoudig en aantrekkelijk is en die daarmee ook een goed instrument in het onderwijs en in het politieke debat kan zijn.
Daarnaast is het hoog tijd om constitutionele toetsing in te voeren (diegenen die mijn werk van de afgelopen jaren kennen weten dat dit niet de eerste keer is dat ik hiervoor pleit). Niet alleen geeft het burgers een grotere mate van rechtsbescherming tegenover overheidsmacht, het brengt de grondwet ook tot leven omdat deze niet langer ‘een gesloten deur’ is voor burgers, zoals Thorbecke het ruim anderhalve eeuw geleden al omschreef.
Als samenleving en politiek een nieuw grondvest zoeken voor gezamenlijk handelen dan hopen wij dat die wordt gevonden in het zachtaardige, rechtstatelijke patriottisme dat onze constitutie biedt

Gisteravond kreeg ik bij DWDD de vraag, waarom komt u er nou mee, nu u aan de kant staat.
Aan de kant staan is ook reinigend en noodzakelijk om de politiek – waarvan ik houd – met wat meer distantie, wat minder politieke belangen, wat minder koortsachtig te kunnen gadeslaan en te beoordelen.

Ik dank de Universiteit van Tilburg, en in het bijzonder Hans van Driel en zijn staf voor de gelegenheid die zij mij hebben geboden. Ik dank vooral de Leonardostudenten voor het waardevolle onderzoek dat zij de afgelopen maanden hebben verricht en de vele levendige gesprekken en discussies die wij samen hebben gevoerd.

Dank u wel.

 

NB: Mevrouw Yvon de Witte meldt via twitter dat zij het idee voor een ‘songfestivalsysteem’ eerder op Facebook heeft voorgesteld en heeft vastgelegd bij de belastingdienst. Zij hecht aan vermelding daarvan: bij deze.

'Mevrouw Yvon de Witte meldt via twitter dat zij het idee voor een 'songfestivalsysteem' eerder op Facebook heeft voorgesteld en heeft vastgelegd bij de belastingdienst. Zij hecht aan vermelding daarvan: bij deze.

woensdag, 6 april 2011

Robert Slijfer

Robert Slijfer

Twitter

Intolerantie in autisme

In beperking, onderwijs, politiek, samenleving, overheid, keihard.
Nederland verhard en niet alleen tegen de ‘gewone’ bevolking maar ook tegen de personen met een beperking. Het ergste hiervan is dat de overheid hier keihard aan meewerkt en de intolerantie toestaat en in mijn ogen zelfs stimuleert.  “Niet ieder … Continue reading

woensdag, 2 maart 2011

Mark Berck

Mark Berck

Twitter

Stemadvies op de valreep

In dagelijks nieuws, interesses, mening, politiek, 2011, abortus, dronken, euthanasie, geregistreerd, en meer.
Recent is er een nieuwe partij op gestaan: Nederland Compleet Risico Vrij. Nederland is een van de veiligste landen ter wereld en wij willen dit zo houden. Neo-liberaal beleid gooit deze verworvenheden te grabbel. Sta dit niet toe en stem NCRV! Zorg dat deze partij wat in de pap te brokkelen krijgt, ze hebben hele goede punten! Continue reading


woensdag, 9 februari 2011

Jeroen van Leeuwen

Jeroen van Leeuwen

Handen schudden

Nu er weer discussie is over het wel of niet schudden van handen wil ik met dit blogbericht mij hierin mengen.

Het stuk wereld dat uiteindelijk Nederland werd is altijd al een plek geweest waar verschillende culturen (Bataven, Germanen, enz) samenkwamen. Tegelijk moest men zich samen verdedigen tegen het water door dijken te bouwen. De oplossing die men langzaam gevonden heeft was tolerantie: verschillen in gebruiken en uitingen werden geaccepteerd, zolang de functionaliteit maar bleef.

Door niet vast te houden aan de vorm, maar te kijken naar de functionaliteit is Nederland uiteindelijk groot geworden. Deze mentaliteit heeft ertoe geleid dat ze beter handel konden drijven dan anderen, en makkelijker contacten legden. Onder andere een gouden eeuw was hier het gevolg van.

Deze functionele tolerantie is uiteindelijk een deel geworden van de cultuur.

De functionaliteit van het schudden van handen is het tonen van respect, waardoor een band wordt geschapen voor vruchtbare samenwerking. Op het moment dat respect getoont wordt is de vorm van ondergeschikt belang.

Onder aanvoering van de zelfverklaarde “voorvechters van de Nederlandse Cultuur” Verdonk en Wilders wordt dit waardevolle deel van de cultuur steeds meer verdrongen door een verkrampte angst voor alles dat anders is.

dinsdag, 28 september 2010

Milena Stojanovic

Milena Stojanovic

Hyves Twitter

Het akkoord; tolereren, accepteren of agiteren

In angst, coalitie, democratie, groenlinks, huis, kabinet, manier, meester, mensen, en meer.
Tegenstrijdige gevoelens maken zich van mij meester bij het horen van het nieuws dat er een akkoord is bereikt. Zodra mensen horen dat ik tot de GroenLinks orde behoor wordt er automatisch vanuit gegaan dat ik tegen alles wat rechts op de politieke ladder staat ben. Een misvatting die er bij velen moeilijk uit te krijgen is.

Ik bezit geen geitenwollensokken, heb geen wierrookstokjes in huis en nee, mijn koelkast is niet geheel biologisch. Ik ben geen fanaticus, geen linksterrorist. Ik ben een realist die zich thuisvoelt bij de visie van GroenLinks, de koers die ze willen varen, en de punten die ze willen en zullen maken.

De reacties die ik vanuit het complete partijenspectrum die ons land rijk is langs zie komen op de huidige formatie zijn ronduit schokkend. Het jij-bakken, potten die ketels verwijten en muggen die tot olifanten verworden. De tolerantie is verdwenen, precies zoals verwacht.

Nederland is een democratie. Nederlanders hebben het recht om zelf te bepalen op welke partij zij stemmen, en een meerderheid van deze stemmen vormt een coalitie om ons land te besturen. Dat deze meerderheid via meerdere vormen bereikt kan worden is waar, maar desalnietemin bestaat de coalitie altijd uit een meerderheid van de stemmen van de bevolking van dit land.

Is het rechtvaardig om het vertrouwen nu reeds op te zeggen, is het rechtvaardig om alles uit te vlakken en de democratie terzijde te schuiven? Als de formatie zo het slechtste in de mens naar boven haalt, moeten we dan niet overstappen op een 2 partijen systeem?

Begrijp me niet verkeerd, een rechtse regering boezemt mij een zekere angst in. Veel denkbeelden en actiepunten van deze partijen druisen recht tegen mijn gevoelens in. Ook ik zal af en toe een steekje onder water geven met als gevolg hopelijk een gesprek. Maar ook al is dit niet het kabinet dat op mijn wensenlijst stond, de basis van mijn bestaan mag daardoor niet gelijk weggevaagd worden. Open staan voor anderen, respect en inlevingsvermogen zijn basisprincipes die je niet aan de kant mag gooien als de uitkomst je niet zint.

Of je nu links- of rechtsom gaat, tegenstand is er altijd. Maar is agiteren tegen een besluit nu de juiste manier om de onvrede te uiten? Waar tolerantie zo hoog in het vaandel zou staan bij de links op de ladder partijen is deze zelfde tolerantie verdwenen zodra het om rechts gaat. Laten we nu alsjeblieft iedereen in zijn waarde laten en eens kijken wat er werkelijk gaat gebeuren. Iets wat niet werkt zal vroeg of laat stranden. En als je op dat strand kuilen wilt graven, ga je gang, maar vecht het niet uit op open zee.

Aantal berichten op deze pagina: 28. De berichten op deze pagina zijn niet ouder dan 11936 uur (497,3 dagen). Berichtgemiddelde: 0,1 bericht per dag, 0,4 per week.

Pagina: 1