woensdag, 1 februari 2012

Het menu: X-factor

In het menu, niet op voorpagina, cda, emile roemer, hirsch balin, job cohen, marokkanen, pvda, pvv, en meer.
Sommige politici zijn helaas ongeschikt voor het politieke ambt. Zij die de zogenoemde X-factor missen, redden het niet op het Haagse Binnenhof. Als politici geen gevatte one-liners paraat hebben, haken de kiezers af. Zij zappen weg bij het zien en horen van voormalig minister van Justitie Ernst Hirsch Balin (CDA). Hij heeft de aardappel in de keel en ziet eruit als een notabele van voor de Tweede Wereldoorlog. Job Cohen (PvdA) is ook zo’n politiek brekebeen. Hij schudt de grappige uitspraken niet uit zijn mouw zoals Emile Roemer (SP). Hij geeft niet altijd een gelikt interview. Toch zou iedereen naar ze moeten luisteren. Balin weigert een ministerspost in het kabinet Rutte. Hij wil niet werken met de PVV die Marokkanen en Turken behandelt als tweederangsburgers. Cohen predikt geduld. Hij is voor een sterk Europa. Hij wil met Marokkanen overleggen om de problemen in hun gemeenschap op te lossen. Balin en Cohen begrijpen dat de politiek moet verbinden. Mensen zijn gelukkiger als ze elkaar respecteren. Jammer dat dit duo de noodzakelijke X-factor mist. Uiteindelijk doet de burger zichzelf namelijk te kort door de inhoud te negeren, en te kiezen voor de politici met de snedigste oneliners.

dinsdag, 31 januari 2012

René Kerkwijk

René Kerkwijk

Hyves Linkedin Last.fm Twitter Youtube GR

Jesse in de huiskamer

In default, groenlinks, eindhoven, sociale zaken.
Vanavond was het knus in de huiskamer van de Eindhovense GroenLinks- fractievoorzitter Renate Richters. Het was de eerste sessie van “Jesse in de huiskamer”. Tweede Kamerlid Jesse Klaver trapte vandaag een serie huiskamerbezoeken in het land af in Eindhoven. Jesse wil met partijleden en betrokkenen in gesprek over de onderwerpen in zijn portefeuille (onderwijs, sociale zaken en [...]

zondag, 29 januari 2012

Margreet de Boer

Margreet de Boer

Hyves Linkedin Twitter

Boerkaverbod: heeel belangrijk

In emancipatie, boerkaverbod, islam, communicatie, gedoogpartner, geluid, kabinet, nederland, raad, en meer.
Afgelopen week maakte het kabinet bekend dat het -ondanks forse kritiek van de Raad van State- het wetsvoorstel met het boerkaverbod gaat indienen bij de Tweede Kamer. Onze nieuwe minister Spies heeft volgens mijn krant gezegd dat het heel belangrijk is.
Maar belangrijk waarvoor?

Voor onze veiligheid kan het niet wezen, want in vliegtuigen en op het vliegveld zijn boerka's wel toegestaan (je zou de economische belangen van Schiphol eens mogen schaden), en dat zijn de meest terorisme-gevoelige plaatsen die ik ken.

Om op te komen voor onderdrukte vrouwen dan? Een loffelijk streven, maar ik vind het nogal een vreemde gedachtenkronkel om dat te doen door het slachtoffer van vrouwenonderdrukking te gaan bestraffen. Ik geef jou een boete omdat jij je laat onderdrukken. Huh? Dat is net zoiets als het straffen van een vrouw omdat ze verkracht is. Iets wat ze overigens in sommige landen doen.
Slachtoffers bescherm je niet door ze te straffen, maar door ze rechten te geven, en door daders te straffen. Ik zou er nog in kunnen komen wanneer je het iemand dwingen tot het dragen van gezichtsbedekkende kleding strafbaar zou willen stellen.
Bij dit alles moet je je overigens wel afvragen of we het hier wel over slachtoffers hebben? Welke vrouwen dragen in Nederland een boerka (bijna geen) of niqaab (niet meer dan een paar honderd), en waarom doen ze dat? Sommigen zullen het wellicht doen omdat ze moeten van manlijke familieleden, maar naar ik heb begrepen kiest het merendeel er zelf voor, en bestaat een belangrijk deel van de niqaabdragers uit tot de islam bekeerde Westerse vrouwen.
Het stellen van kledingvoorschriften aan vrouwen om ze te beschermen. Dat is ook het argument dat wordt gebruikt in landen waar bedekkende kleding voor vrouwen verplicht is. En ook daar worden de vrouwen gestraft als ze zich niet aan de regels houden, en niet de mannen die door wellust overmand raken. Daar is het een idiote gedachtenkronkel om met kledingvoorschriften vrouwen te beschermen; hier is het dat ook.

Maar waarom is het boerkaverbod dan belangrijk? Omdat we in een open samenleving leven, waarin communicatie heel belangrijk is. Aldus mevrouw Spies.
Ik vind dit, nog afgezien van de discutabele vooronderstelling dat vrouwen in boerka's niet communiceren, een nogal eng argument. Betekent dit dat er een plicht tot communiceren is in de openbare ruimte? Dat ik straks niet alleen door bouwvakkers wordt nageroepen dat ik niet zo chagrijnig moet kijken, maar dat ik er misschien een boete voor kan krijgen omdat dat open communicatie in de weg staat? En wat te denken aan al die mensen die zich volstrekt incommunicabel door de openbare ruimte bewegen omdat hun oren volledig in beslag genomen worden door het geluid uit hun oortjes of koptelefoons? En als je het dan over aantallen Nederlandsers hebt: daar heb je pas echt een probleem te pakken.

Kortom, ik kan geen enkele reden bedenken waarom het boerkaverbod heeeel belangrijk is. Behalve dan om de gedoogpartner tevreden en daarmee de regering in het zadel te houden. En dat is natuurlijk een heel valide argument voor wetgeving waarmee de vrijheid van burgers wordt ingeperkt. Heel belangrijk.

zaterdag, 28 januari 2012

Marten Zoetbrood

Marten Zoetbrood

Linkedin Twitter DWARS

De Oude Meester

De afgelopen week moest ik opeens weer aan mijn oude meester Lans denken. Als kale, stevige, maar vriendelijk ogende man van in de veertig, had ik hem in de zesde klas van de Rooms-katholieke basisschool. Vooral zijn uilenbrilletje en stevige handdruk kan ik mij goed herinneren. Hoe oud zal ik geweest zijn? Een jaar of negen a tien, denk ik.

Een klassieke, bijna ouderwetse, meester was het. Je moest hem dan onder andere ook met U aanspreken. De sfeer van het klaslokaal, gelegen naast de Rooms-katholieke kerk, was stoffig: hoge plafonds, dito ramen, landkaarten en schoolprenten aan de muur. Naast de standaard lessen, rekentafels, grammaticaregels en topografie, leerde hij ons ook het Wilhelmus, eerste en zesde couplet, en het “Onze Lieve Vader”.

Het was immers een Rooms-katholieke basisschool. Ook al was het merendeel ‘niet gelovig’, zowel van de docenten als leerlingen.

Twee verzen waren het. Het eerste deel moest iedere dag een ander reciteren. Op alfabetische volgorde natuurlijk; ik was als laatste aan de beurt. Het tweede deel moesten we klassikaal opzeggen.

Eén regel moest ik laatst opeens aandenken:”Leid ons niet in bekoring, maar verlos ons van het kwade.”
Als negen jarige had ik geen flauw idee wat bekoring was, maar verlossen worden van het kwade, dat wilde iedereen toch wel. Bekoring stond blijkbaar het verlossen worden van het kwade in de weg. Dus ik wilde niet in bekoring raken.

Daar moest ik aan denken. Nu ik ouder ben wil ik namelijk eigenlijk niets lievers dan in bekoring raken.

Erik de Graaf

Erik de Graaf

GR

De "ontaarde" danseres


Hoog op haar sokkel staat een naakte danseres van 65 centimeter in een zaal van het Nieuwe Museum in Berlijn. De ogen terneergeslagen, alsof ze nog moet wennen aan het felle licht. De danseres is van messing, maar als ze van vlees en bloed was zou ze ons veel te vertellen hebben.

In 1926 werd ze gemaakt door de beeldhouwster Marg Moll, die in 1884 als Margarethe Häffner in de toen Duitse Elzas werd geboren. Aan het begin van de twintigste eeuw leerde ze schilder Oskar Moll kennen, met wie ze tot na de Tweede Wereldoorlog in Berlijn, Parijs, Wroclaw (het indertijd nog Duitse Breslau) en Düsseldorf woonde. Als beeldhouwster ontwikkelde Marg Moll zich van het realisme tot de abstracte kunst. De kubistische danseres werd in de jaren twintig verkocht aan een museum in Breslau, dat het eerst tentoonstelde en vervolgens in depot bewaarde.

In 1937 en 1938 werd de danseres met 650 andere door de nazi’s in beslag genomen kunstwerken vertoond op de tentoonstelling van Entartete Kunst. Alle tentoongestelde kunstwerken beledigden volgens opperpropagandanazi Goebbels “het Duitse gevoel”. In München trok de tentoonstelling twee miljoen bezoekers, veel meer dan een gelijktijdige expositie van door de nazi’s gepropageerde kunst. Na München was de ontaarde kunst in Berlijn, Wenen en tal van andere Duitse steden te zien. Na afloop van de tournee werden veel kunstwerken aan buitenlandse musea verkocht, in kelders opgeslagen of, als zich geen kopers voordeden, vernietigd.


De danseres van Marg Moll werd opgeslagen in een kelder in het centrum van Berlijn. Een keer werd het beeld daar uitgehaald voor een bijrol in de propagandafilm Venus vor Gericht (1941), die tegen de Entartete Kunst was gericht. In de bommenregens op het centrum van Berlijn aan het einde van de Tweede Wereldoorlog verdween de kelder onder metersdik puin.

De danseres was verdwenen en werd vergeten. Totdat in 2010 bij archeologisch onderzoek bij de bouw van een nieuwe metrolijn bij de Alexanderplatz elf beelden uit een ingestorte kelder werden opgegraven, waaronder Molls danseres. Sinds november 2010 staat ze met tien andere geredde slachtoffers in het 64 jaar na de bombardering heropende Neue Museum.

Erik de Graaf

Ruard Ganzevoort

Ruard Ganzevoort

Twitter

Dwarsdenker (Portret in Vrij Nederland 24.01.2012)

De alleskunner die redelijkheid predikt

De homoseksuele ex-predikant en Eerste Kamerlid voor GroenLinks Ruard Ganzevoort zoekt het radicale midden.

Hoogleraar Praktische Theologie, ex-predikant, Eerste Kamerlid voor GroenLinks, hoteleigenaar en fanatiek blogger en twitteraar – Ruard Ganzevoort (46) is het allemaal. En in al zijn hoedanigheden predikt hij redelijkheid, dwars tegen de polarisatie in. In zijn kamer op de Vrije Universiteit vertelt hij over zijn ambivalente verhouding met religie. Toen hij een relatie kreeg met een man verloor hij zijn predikantstitel: een pijnlijke gebeurtenis. Toch veroordeelt hij het anti-homostandpunt van de orthodoxe kerken niet. ‘De nare, onaangename kanten van religie horen er ook bij. Ze geven de aanhangers het besef dat het geloof echt ergens over gaat.’

Tegenwoordig probeert Ganzevoort in orthodoxe kerken het gesprek over homoseksualiteit op gang te brengen. Dit doet hij op een manier die tegendraads is in haar gematigdheid. ‘Ik wil niet homo- of christenbashen, dat vind ik te makkelijk. De visie van een organisatie als Different, die zegt homo’s te genezen van hun seksuele voorkeur, moet bestreden worden. Maar de felheid waarmee dat nu gebeurt, vind ik veel te ver gaan. ‘Ook ideeën die dwars tegen mijn gevoel ingaan, mogen bestaan.’ In 2010 verscheen Adam en Evert. De spanning tussen kerk en homoseksualiteit, dat Ganzevoort schreef met twee anderen. In het boek staan verhalen over homoseksuele jongeren uit orthodox-protestantse en evangelische kringen, naast paragrafen over homoseksualiteit in de Bijbel. De aanpak is nieuw: ‘Er zijn veel boeken over het onderwerp die bij voorbaat voor of tegen homoseksualiteit zijn, en voor of tegen het geloof. Wij laten zien hoe er in orthodoxe kerken over homoseksualiteit wordt gedacht. Hoe kun je, als orthodoxe gelovige, zo zorgvuldig mogelijk met homoseksuelen omgaan? Die vraag proberen wij te beantwoorden.’ En dat helpt, zegt Ganzevoort. ‘Ook in orthodoxe kringen zie je mensen toegroeien naar het idee dat homoseksualiteit geen ziekte is.’

Ruimte voor pedofielen

Ook op andere gebieden valt Ganzevoort op door zijn gematigdheid, die soms juist leidt tot controversiële standpunten. Zo zijn radicale imams wat hem betreft welkom: ‘We leven in een plurale samenleving en daar zullen we het mee moeten doen. In die pluraliteit leven ook mensen die ver van ons af staan. ’ Nog opvallender: tijdens de publieke discussie over de pedofielenvereniging Martijn nam Ganzevoort het op voor de pedofielen. Het is een illusie om te denken dat we alle gevaar kunnen buitensluiten, zo waarschuwt hij. ‘Maar het meeste misbruik wordt niet gepleegd door pedofielen, en de meeste pedofielen begaan geen strafbare feiten. In plaats van een heksenjacht te houden, zouden we moeten werken aan praktische oplossingen, bijvoorbeeld buddyprojecten. Seksueel misbruik blijft onaanvaardbaar. Maar we moeten in de samenleving ook ruimte maken voor pedofielen.

Sinds afgelopen juni is Ganzevoort Eerste Kamerlid voor GroenLinks. Voor een vrijzinnige theoloog is het een spannende tijd in de politiek. Juist het afgelopen jaar heeft religie, in de gedaanten van de weigerambtenaar, de religieuze slacht en het passief stemrecht voor SGP-vrouwen, volop in de publieke belangstelling gestaan. In alle gevallen gaat het om de vraag tot welke hoogte de staat mag inbreken in de vrijheid van godsdienst. In debatten hierover staan steevast de gelovige en de liberaal tegenover elkaar, waarbij de eerste hamert op pluralisme en godsdienstvrijheid, en de tweede op de rechten van het individu.

Heel precies kijken

Van de meeste politici valt op voorhand te bepalen welke positie zij zullen innemen; zo niet bij Ganzevoort. Kiezen voor het ene grondrecht boven het andere is lastig en pijnlijk, en de afweging moet elke keer opnieuw gemaakt worden, benadrukt hij. De overheid moet bepalen of het individu binnen de religieuze groep zo veel schade ondervindt dat ingrijpen in de vrijheid van godsdienst gerechtvaardigd is. Zo kan het dat Ganzevoort vóór het verbieden van de weigerambtenaar is, maar tegen het  verbod op ritueel slachten. Een duidelijke mening over de SGP-vrouwen, over wie de Hoge Raad besliste dat zij zich verkiesbaar moeten kunnen stellen, heeft hij nog niet. ‘Je moet heel precies kijken naar welke rechten er potentieel worden geschonden. Aan de ene kant die van vrouwen binnen de SGP en aan de andere kant die van een politieke organisatie. Maar als de overheid helemaal niets zou doen, dan zou ik denken: er ligt niet voor niks een rechterlijke uitspraak.’

Ganzevoort voelt zich thuis in de Eerste Kamer. ‘Ik voel nu meer dan ooit de urgentie. Het klimaat in ons land wordt beïnvloed door populisme, partijen die anderen uitsluiten, polarisatie tussen bevolkingsgroepen. Er moet een ander verhaal komen, van toekomst, hoop, compassie, van visie op samenleven, in plaats van op uitsluiten.’ De komende jaren wil hij, in de politiek en daarbuiten, vooral proberen een wijs mens te zijn. Dat is volgens hem geen vanzelfsprekendheid. ‘Wijsheid is niet iets wat je hebt, maar iets wat je constant moet bevechten.’


vrijdag, 27 januari 2012

John Jorna

John Jorna

Atlas van Europese Waarden

LEESBAARHEID KAARTEN ENORM
VERBETERD

Recent is een nieuwe editie van de “Atlas van Europese Waarden. Trends en Tradities rond de eeuwwisseling” verschenen. In alle Europese staten, inclusief Turkije en Rusland worden voortdurend mensen ondervraagd op tal van terreinen. Ze moeten bijvoorbeeld aangeven in hoeverre ze het eens of oneens zijn met een bepaalde stelling. Zo’n stelling moet uiteraard in de betreffende landstaal vertaald worden. Dat is sowieso al moeilijk en dan blijft nog het probleem dat een woord in de ene taal net een iets andere betekenis of gevoelswaarde heeft als in het Engels, de voertaal van de atlas en het voorafgaande onderzoek. Dat maakt het onderzoek ook erg kostbaar en dat is in de prijs van de atlas goed te merken. Die is exclusief BTW € 139,– en samen met de 6% BTW en de vervoerskosten kwam de rekening op € 156,88 uit. Kijk je echter naar de fraaie vormgeving en de schat aan gegevens, dan vind ik de atlas dat bedrag zeker waard.

Mijn kritiek bij de vorige uitgave van 2005 was, dat de kaarten heel moeilijk leesbaar waren. Bij elk hoofdstuk paste een bepaalde kleur en de kaarten gaven de verschillen per land aan in meerdere tinten per kleur. De verschillen in tint waren zo klein, dat je maar moeilijk kon bepalen bij welk percentage de kleur hoorde. Nu is er gekozen voor duidelijk contrasterende kleuren, waarbij het verschil tussen hoogste en laagste waarde in een oogopslag te zien is. Ook de vele staaf- en cirkeldiagrammen zijn goed leesbaar.

Na een voorwoord van de President van de Europese Raad, Herman van Rompuy komt een kort hoofdstuk met een snelle samenvatting van de Europese geschiedenis. Je merkt dan hoeveel de Europese staten gemeenschappelijk aan geschiedenis hebben en de geschiedenis vormt het land. Desondanks zijn de verschillen tussen de staten enorm. Ik probeerde een of andere regelmaat te ontdekken, maar die is er op het eerste gezicht niet. In de volgende hoofdstukken komen allerlei aspecten aan de orde van Europa, Gezin en familie, Arbeid, Religie, Politiek, Samenleving en Welzijn. Dan volgt een conclusie. Er is korte informatie per land en informatie over de studie op zich.

De eerste kaart in de atlas met als titel “European citizenship” geeft de resultaten per land naar de vraag in hoeverre de mensen zich Europeaan voelen. Zij moesten de vraag beantwoorden bij welk gebied zij  het meest behoren en dan de volgorde bepalen tot het er het minst bij behoren. Daarbij moesten ze kiezen uit de woonplaats, de regio, het land, Europa en de wereld. Als Europa als eerste of tweede genoemd werd, dan telde dat mee als antwoord met Europa verbonden. Alleen in Luxemburg en Kosovo voelt meer dan 30% zich zo met Europa verbonden, dat zij Europa op de eerste of tweede plaats zetten. België, Zwitserland en Finland scoren tussen de 20 en 29%. Onder het gemiddelde zitten Groot-Brittannië en nog sterker Ierland, Spanje, Polen, Oekraïne, Roemenië, Georgië en Turkije. De Russen voelen zich het minst Europees. In elk land geeft een cirkeldiagram aan welk percentage welk gebied als eerste noemt. Zo voelen Nederlanders zich sterk verbonden met hun woonplaats en hun land en minder met hun regio, terwijl de Duitsers zich sterk verbonden voelen met ook de woonplaats, maar niet met de Bondsrepubliek, maar meer met de eigen bondsland Beieren of Nedersaksen bijvoorbeeld. In bondsstaten als Zwitserland en Oostenrijk zie je eveneens die sterke binding aan kanton of Bundesland. Gelukkig voelen nog heel wat Belgen zich verbonden met België. De regio scoort er wat lager, maar dan komt weer de vraag of als regio de provincies of de taalgebieden zijn bedoeld. U ziet, hoeveel interessante dingen je kunt zien op nu maar één kaart. Ik ga er dus de komende tijd nog meer blogs aan wijden.

Loek Halman, Inge Sieben and Marga van Zundert: Atlas of European Values. Trends and Traditions at the turn of the Century. Tilburg University European Values Study. Uitgave Brill, Leiden. ISBN 978 90 04 20705 9.

Jaargang 4, Nr. 199.

Renate Richters

Renate Richters

Twitter GR

Kinderpardon!

kinderpardon In de raadsvergadering op 24 januari (jawel, op mijn verjaardag) diende ik namens onze fractie een actuele motie in om de regering op te roepen om een kinderpardon te geven aan kinderen die al langer dan 8 jaar in Nederland verblijven. Dit deed ik mede op verzoek van Tofik Dibi, Tweede Kamerlid van GroenLinks. Hij initieerde samen met een hoop bekende Nederlanders de petitie op www.kinderpardon.nu Meer dan 100.000 mensen hebben daar inmiddels hun handtekening op gezet!

Met het indienen van de motie geeft GroenLinks een stem aan een gevoel wat breed gedragen wordt in de samenleving, ook de Eindhovense. Wij willen dat kinderen, die mede door het landelijke beleid inmiddels al jarenlang in Nederland leven, niet gedwongen worden om ons land te verlaten en teruggestuurd worden naar landen waar ze de cultuur en de taal niet van kennen maar die bovenal ook vaak erg gevaarlijk zijn. Wij gunnen deze kinderen een toekomst in Nederland.

Deze motie kon rekenen op een zeer brede steun in Eindhoven. De motie werd mede ingediend door de volgende partijen: SP, LPF, PvdA, D66, OAE, FPS en zelfs het CDA, die zich hiermee tegen het regeringsbeleid van hun eigen minister keerde. Verder werd de motie gesteund door twee leden van de VVD fractie. De overige leden, als ook het raadslid van LE, vonden dat het geen lokale zaak was om hier iets van te vinden. GroenLinks is het daar niet mee eens, het gaat immers ook om onze inwoners!  Bovendien is ook onze landelijke overheid een democratisch orgaan wat als het goed is luistert naar signalen uit de samenleving. Een lokale gemeenteraad kan die signalen zichtbaar maken en vertalen naar de de tweede kamer!

Heb je nog niet getekend voor het kinderpardon? Doe dat dan nu op www.kinderpardon.nu

Lees hieronder de motie en mijn betoog over het kinderpardon.

TEKST ACTUELE MOTIE KINDERPARDON

clip_image002

Actuele Motie

De ondergetekende heeft de eer de volgende motie aan te bieden.

De ondergetekende, lid van de raad van de gemeente Eindhoven,

Overwegende dat:

- Er een brede maatschappelijke steun is voor een kinderpardon in de Nederlandse samenleving;

- Bijna 100.000 mensen de petitie voor het kinderpardon ondertekenden.

Van mening zijnde dat:

- Het wezensvreemd is om asielkinderen die geworteld zijn in Nederland terug te sturen naar het land van hun ouders;

- Er nu veel aandacht is, zowel politiek als in de media, voor individuele gevallen;

- Er gestreefd zou moeten worden voor een structurele oplossing voor de hele groep kinderen die het betreft (naar schatting 1.500).

Stelt de raad voor te besluiten:

Om het College te verzoeken om bij de minister voor Immigratie & Asiel aan te dringen op een kinderpardon.

Eindhoven, …..

Het lid van de raad,

Renate Richters, GroenLinks

 

BETOOG BIJ MOTIE KINDERPARDON

Actuele motie kinderpardon

“Nederlandse kinderen gedwongen om met vader naar Afghanistan terug te gaan”. Dit was te lezen op de site van de Volkskrant vandaag. Achmed Matin (16 jaar) en Diba Matin (15 jaar) hebben allebei een Nederlands paspoort. Hun moeder is in 2006 overleden. Hun vader, Abdul Momand heeft vorige week te horen gekregen dat hij Nederland moet verlaten van de immigratie- en naturalisatiedienst, ondanks dat de rechtbank tot 3x toe heeft besloten dat hij mag blijven. Abdul Momand staat voor een onmogelijke keuze. Zijn kinderen zonder ouders achterlaten kan hij niet. “Maar eigenlijk kan ik het mijn kinderen ook niet aandoen om naar Kabul te verhuizen” zegt deze vader. De kinderen spreken geen Afghaans. Vader werkt al 10 jaar als conciërge op een basisschool.

Achmed Matin en Diba Matin. De nieuwe Sahar? De nieuwe Mauro?

Weer staat de media bol van een individuele kwestie waarbij kinderen die al lang in Nederland wonen, hier zijn opgegroeid en hier geworteld zijn, worden gedwongen ons land te verlaten. Naar Irak, Afghanistan, Angola, Eritrea.

Weer ontstaat er een breed publiek debat waarbij de regering zijn poot stijf houdt, want regels zijn regels, ondanks dat veel mensen in Nederland zich massaal hebben uitgesproken dat ze het anders willen. Dit blijkt onder andere uit de brede acties die zijn gevoerd naar aanleiding van de situatie van Mauro, maar ook uit de bijna 100.000 handtekeningen die gezet zijn voor de petitie kinderpardon.nu.

We kunnen blijven discussiëren over individuele gevallen, of we kunnen het voor eens en altijd goed oplossen. GroenLinks kiest voor het laatste. Daarom zijn dienen wij vanavond samen met SP, LPF, PvdA, D66, OAE, FPS en het CDA een motie in om bij de minister voor immigratie te pleiten voor een kinderpardon. Naar schatting gaat het hier om maximaal 1.500 kinderen onder de 21 jaar. Met deze oproep geven wij steun aan de nog te behandelen initiatiefwet van PvdA en CU over gewortelde kinderen.

Deze gemeenteraad heeft zich terecht het lot van Mauro, inwoner van onze stad, aangetrokken. Dit hebben wij gemeenteraadsbreed middels een brief aan de minister kenbaar gemaakt. Wij hopen dat u, in navolging van deze brief, met ons de minister wilt oproepen om tot een structurele oplossing voor deze kinderen te komen.

Steun daarom deze actuele motie, en zet daarom je handtekening op www.kinderpardon.nu

Simon Otjes

Simon Otjes

Last.fm Twitter

Utilisten, liberalen en dieren

In dierenrechten, liberalisme, politieke filosofie, politiek, debat, deugd, dierenwelzijn, emotie, eten, en meer.

De basis van dierenrechten is, filosofisch gezien, precair. Traditionele politieke theorieën zijn niet goed in staat om zulke rechten te verdedigen. In het boekje Een waardig bestaan schetst Martha Nussbaum een potentiële oplossing: haar eigen op capaciteitengerichte politiek-filosofische theorie.

Dierenrechten als een filosofisch probleem

Veel mensen hebben de intuïtie dat je niet wreed mag zijn tegen dieren. Stierenvechten voelt als een barbaarse praktijk, waar we zo snel mogelijk vanaf zouden moeten. Maar wat is de politiek-filosofische basis van dierenrechten? De traditionele liberale politieke theorieën bieden geen ruimte voor dierenrechten. Deze streven naar een zo groot mogelijke individuele vrijheid voor rationele burgers. Liberale theorieën zien maar een relevante groep rechtssubjecten: rationele mensen. Liberalen willen mensen in staat stellen om zelf hun eigen ideeën van het goede leven in de praktijk te brengen. Dieren kunnen niet als vrij en rationeel vorm geven aan het eigen leven.

Utilisen lijken dieren gemakkelijk op te kunnen nemen in hun theorieën. Prominente utilisten als Singer hebben zeer veel gedaan om dierenrechten filosofisch te funderen. Utilisten hebben niet veel met rechten, maar destemeer met welzijn. Een recht is voor een utilist niet veel meer dan de erkenning dat het welzijn van een partij ‘telt’. Utilisten willen het totale geluk zo groot mogelijk maken. Dieren kunnen pijn en geluk voelen. Hun geluk en pijn kunnen dus ook mee tellen. Dat klinkt allemaal mooi, maar utilisme leidt vaak tot onintuïtieve conclusies. Ik heb hier al eerder over geschreven. De meest typische utilistische paradox is een happiness monster, een wezen dat zeer gelukkig wordt van het lijden van andere wezens. Zolang zijn geluk maar groot genoeg is, kan dat ieder lijden als irrelevant klein ter zijde worden geschoven: de Westerse consument gedraagt zich vaak als een happiness monster: als ik maar heel gelukkig wordt van het eten van hamburger, dan telt het ongeluk van het dier niet. Dat lijkt me een zeer zwakke verdediging van dierenrechten.

Capaciteitenbenadering als een oplossing

De derde traditionele stroming in de filosofie naast het op Kant geïnspireerde liberalisme en het utilisme is de deugdenethiek van Aristoteles. Aristoteles stelt matiging centraal: deugdzaamheid is vermogen om het midden te vinden. Tussen de extremen van lafheid en roekeloosheid, ligt moed. Ik heb altijd gedacht dat je in deze theorie nooit dierenrechten kan verdedigen. Matiging is een zeer zwakke politieke categorie: men kan hier nooit universele, voor iedereen geldende rechten mee rechtvaardigen. Dierenliefde is een deugd, maar de deugd van dierenliefde ligt tussen squeamishness en wreedheid. Of iemand meer dierenliefde moet tonen, hangt af van de vraag of hij van nature geneigd is naar wreedheid of juist naar squeamishness tegen dieren. Ik ben van nature squeamish: ik kan slecht lijden, bloed of pijn zien. Aristoteles zou mij zeggen: “Man up! Wurg eens een kat met je blote handen, want je helt te verder door naar zachtheid.”

Martha Nussbaum gaat echter een stap verder in haar analyse: ze stelt dat niet matiging de belangrijkste categorie voor Aristoteles is, maar ‘eudaimonia‘, wat ze vertaalt naar het Engelse functioning. Een functioning is een waardevolle menselijke activiteit of toestand. We ontplooien ons door onze functionings te realiseren. Nussbaum wil dat mensen zich kunnen ontplooien. Dit betekent volgens haar dat de overheid de voorwaarden moet scheppen voor om zich mensen in bepaalde activiteiten te ontplooien. Ze noemt deze voorwaarden capaciteiten.

Nussbaum slaat een balans tussen liberalisme en utilisme: haar theorie is liberaal omdat ze probeert de capaciteiten van mensen te vergroten, niet hun daadwerkelijke functionings. Het niet-liberale element van haar theorie is dat Nussbaum een lijst heeft vast gesteld van functionings waardevolle menselijke activiteiten of toestanden die voor ieder mens beschikbaar zouden moeten zijn: in deze lijst staan onder andere gezondheid, leven, denken, emotie, spel, betrokkenheid bij andere mensen en controle over je eigen omgeving. Haar theorie is utilistisch in de zin dat ze streeft naar een bepaalde vorm van geluk, namelijk het geluk dat we ervaren door ons te ontplooien. Echter, haar theorie is niet utilistisch omdat ze niet probeert het geluk zo groot mogelijk te maken, maar probeert om mensen in staat te stellen om zelf hun functioning te kiezen.

Nu kunnen we deze theorie van capaciteiten ook toepassen op dieren. Ook dieren zijn immers in staat om goed te functioneren: in klassieke lijstjes van dierenrechten zoals de “vijf vrijheden” komen deze elementen voor. Dieren moeten vrij moeten zijn van honger, pijn, ziekte en stress, maar bovendien moeten dieren hun natuurlijk gedrag kunnen vertonen samen met soortgenoten. We zien hier eigenlijk twee groepen claims: ten eerste moeten dieren gezond zijn en ten tweede moeten ze zich op een soort eigen manier kunnen ontplooien. In dat tweede zien we duidelijk een notie van functioning. Een konijn functioneert het best als konijn als het typisch konijnengedrag mag vertonen: graven, herkauwen, rondhupsen.

Capaciteiten kritisch tegen het licht

De capaciteitenbenadering heeft een aantal beperkingen, zeker waar het gaat om het dierenrijk. Het goed functioneren van dieren kan nog wel eens tegengesteld zijn aan elkaar. Een kat kan zich het best ontplooien door de jacht. Dat is echt soort-eigen gedrag van de kat. Op het moment dat hij een muisje vangt, is het echter snel afgelopen met het goed functioneren van het muisje.1 Nussbaum heeft hier wel een antwoord op: dieren kunnen soort eigen gedrag vertonen zonder andere dieren schade te doen. Een kat kan jagen op een led-lampje en een tijger in een dierenpark kan goed zijn katachtige jachtinstincten uitleven op een bal. Ik vraag me af of een kat die jaagt op bal evengoed functioneert als een kat die jaagt op een prooidier. Het een lijkt toch een slechte kopie van het ander.

Maar er is een groter bezwaar: volgens mij is het niet de verantwoordelijkheid van mensen om voor dieren in het wild te zorgen. Het lijkt me zeker niet de bedoeling dat we alle roofdieren uitmoorden ten bate van de prooidieren. Niet alleen omdat we niet weten wat er zal gebeuren, maar bovendien omdat dat onze verantwoordelijkheid niet is. Dit is een typisch probleem van utilisten, waar ook de capaciteitenbenadering onder lijdt. Deze theorieën maken geen onderscheid tussen wat wel de verantwoordelijkheid van de overheid is en wat niet. Het lijden van dieren dat wordt veroorzaakt door menselijk handelen is inderdaad een politiek probleem, het lijden dat in de natuur ontstaat door menselijk-niet-handelen is onderdeel van de natuur.

De benadering van Nussbaum is welkome bijdrage aan het debat over dierenwelzijn, maar is volgens mij nog steeds onvoldoende sterk om de verplichtingen van mensen tegenover dieren te rechtvaardigen.

woensdag, 25 januari 2012

Renate Richters

Renate Richters

Twitter GR

Elies Lemkes ereburger van Eindhoven

Elies Lemkes

Tijdens de raadsvergadering van 24 januari 2012 heeft de gemeenteraad het ereteken uitgereikt aan een persoon met een bijzondere inzet voor de Eindhovense samenleving. Uit handen van burgemeester Rob van Gijzel ontving mevrouw Elies Lemkes-Straver (1957) het ereteken van de stad Eindhoven.

Mevrouw Lemkes was de directeur van Brainport Development. Was – want per 1 februari treedt zij in dienst van de ZLTO.

Mevrouw Lemkes was met een smoesje naar het stadhuis gelokt – zij had zogenaamd een exitgesprek met burgemeester van Gijzel. Ze reageerde erg verrast toen ze in de raadzaal werd onthaald en haar hele familie op de tribune bleek te zitten!

Lees hieronder meer over Ellies Lemkes

 

Over Elies Lemkes

In 1995 treedt Elies Lemkes in dienst van NV REDE. Mede dankzij haar krijgt Eindhoven-Helmond een groot landelijk project toegewezen: Kenniswijk Regio Eindhoven. Een duidelijk signaal aan de rest van Nederland dat in deze regio spannende dingen gebeuren. In 2002 neemt Lemkes de leiding van het Programma Horizon op zich. Deze voorloper van Brainport Operations begeleidt economische projecten, levert de projectleiders en jaagt ontwikkelingen aan.

In de Vierde Nota Ruimtelijke Ordening (2004) wordt de regio Zuidoost-Brabant voor het eerst omschreven als Brainport. Lemkes, secretaris van de commissie Sistermans, schrijft mee aan de Brainport Navigator 2006-2013 (‘Lissabon Voorbij’), een programma ter versterking van de economische structuur van de regio Eindhoven. Brainport Eindhoven maakt naam op het gebied van hoogwaardige kennistechnologie, maakindustrie en design.

TNO Automotive, goed voor honderden arbeidsplaatsen en vele miljoenen aan onderzoeksgelden, vestigt zich in Helmond. Ministers en topambtenaren van departementen onderschrijven het economisch belang van de regio Eindhoven voor heel Nederland. Handelsmissies profileren ons land als een koploper op het gebied van high tech en design. Eindhoven eindigt op de tweede plaats van de verkiezing tot World Design Capital 2012. En in 2011 wordt de regio Eindhoven uitgeroepen tot the world’s smartest region. Volgens burgemeester Van Gijzel is dat alles voor een belangrijk deel te danken aan Lemkes. Bij de uitreiking van het ereteken prijst hij haar indrukwekkende dossierkennis, haar tomeloze inzet en haar nimmer aflatende volharding.

Per 1 februari 2012 verlaat directievoorzitter Lemkes Brainport Development voor de functie van algemeen directeur van het ZLTO.

Uitzonderlijke verdiensten

Het ereteken van de stad Eindhoven is de hoogste onderscheiding die Eindhoven kent. De onderscheiding wordt door de gemeenteraad toegekend als dank voor uitzonderlijke verdiensten voor de Eindhovense gemeenschap. Vorig jaar ontving Joke de Haas het ereteken. In 2010 was dat Ad Engbers.

(bron: www.eindhoven.nl)

Christian Jongeneel

Christian Jongeneel

Hyves Linkedin Twitter Youtube

Curator Watt krijgt geen gelijk

1802

De rechter heeft gesproken: de curator van Watt krijgt geen gelijk bij zijn vordering dat de gemeente Rotterdam verantwoordelijk is voor de aangerichte schaden en dus moet betalen aan de schuldeisers. Grosso modo geeft de rechtbank twee argumenten.

Juridisch technisch is het argument dat enkele schuldeisers vanaf het begin goed op de hoogte waren van de situatie bij Watt, zodat hun vorderingen niet terecht zijn. Omdat de curator namens alle schuldeisers optreedt en dus enkele daarvan geen schuldeiser zijn, sneuvelt de vordering namens alle schuldeisers. De rechtbank laat expliciet open of er andere schuldeisers zijn, die wel de gemeente aansprakelijk kunnen stellen.

De tweede gaat over de reikwijdte van de door de gemeente afgegeven garantie. De tekst van de garantie geeft geen beperking in tijd, maar de rechter lijkt mee te gaan in de interpretatie van de gemeente dat de garantie ophield zodra WaterFront aan het roer stond bij Watt. De interpretatie van WaterFront is altijd geweest dat de garantie zich ook uitstrekte tot lijken die nadien nog uit de kast vielen (zeker toen bleek dat de gemeente zelf een enorm lijk verstopt had, waarschijnlijk uit vrees dat WaterFront zou afhaken als we ervan wisten).

Of en zo ja hoe er nog een vervolg komt, is niet duidelijk. We gaan eerst met z’n allen de uitspraak eens goed bestuderen. Wat er ook gebeurt, een groot poppodium krijgt Rotterdam voorlopig niet.

John Swelsen

John Swelsen

Hyves Linkedin Twitter

Bestuurlijke brei

Mijn complimenten voor documentairemaker Michiel van Erp voor zijn documentaire ‘Postmoderne hutspot’ over opkomst en ondergang van het Nationaal Historisch Museum. De documentaire is nog maar een week online en zeker verplichte kost voor een ieder die iets wil begrijpen van bestuurlijke processen, al bestaat het risico dat er na het bekijken van de documentaire meer vragen dan antwoorden liggen. In mijn optiek is het een leerschool voor politici, bestuurders en ambtenaren.

——————————————————————————————————-

VPRO: Het Uur van de Wolf (uitzendinggemist) \’Postmoderne hutspot\’

——————————————————————————————————-

Bijzonder is dat de vergadering nav het onderzoek door Grondmij gefilmd kon worden. Dit zit in het tweede deel van de documentaire. De bestuurlijke elasticiteit van de Arnhemse burgemeester Krikke valt ook wel op gedurende het traject. Ze blijft keurig in het gelid ondanks dat er van links en rechts allerlei strapatsen worden uitgehaald. Ze begint in het wiel bij Jan Vaessen en langzaam manoevreert ze zich in de waaier van minister Plasterk, die ook wel voelt voor de plannen van Schilp. Ik hoop ooit middels een biografie nog wel de echte mening van Paulien Krikke te horen.

Willie Oldengarm

Willie Oldengarm

Hyves Linkedin Twitter GR

Behoud Verloskunde Meppel flink in het nieuws!

Deze week is het themooievaar 1 214x300 Behoud Verloskunde Meppel flink in het nieuws!a Behoud acute verloskunde Meppel weer volop in het nieuws. Bianca Mars, jonge moeder uit Meppel is spontaan een burgeractie begonnen. Op Petities.NL kun je een handtekening zetten voor de petitie behoud Verloskunde.

Via Twitter had ik de afgelopen periode contact met haar gehad en gistereren voor het eerst gesproken via de telefoon.  Sinds zondagavond staat de petitie online. Er zijn nu al 700 handtekeningen geplaatst!

Zij wil op 7 maart aanstaande voorafgaande aan het Algemeen Overleg Zwangerschap en Geboorten de handtekeningen aanbieden aan de Tweede Kamer. Als dat zover is, gaan we natuurlijk mee.

De afgelopen week ben ik ook druk bezig geweest met het opstellen van een motie die aanstaande donderdag in de gemeenteraad komt. Alle fracties ondersteunen de motie. Dat is een mooi signaal naar buiten. In de motie roepen we het college op nog eens zich actief in te zetten voor het behoud van verloskunde. Ook wordt gevraagd of zij wil bewerkstelligen dat de gemeenteraad mee mag praten over de regiovisie. Nu houden alleen de Raden van Bestuur en Achmea zich hiermee bezig.

 

dinsdag, 24 januari 2012

Ruard Ganzevoort

Ruard Ganzevoort

Twitter

Toezicht op onderwijskwaliteit

(Inbreng van GroenLinks in het plenaire debat in de Eerste Kamer op 24.01.2012)

Goed onderwijs is essentieel voor onze samenleving. Voor de economie, voor de internationale concurrentieslag, voor het vermogen om antwoorden te vinden op nieuwe vragen, voor diversiteit en emancipatie, voor het welslagen van een plurale samenleving, voor creativiteit en innovatie, voor het waarderen van kunst en natuurschoon, voor gezondheid en lichamelijke ontwikkeling, voor verantwoordelijkheid in de omgang met anderen, andersdenkenden en alles wat leeft, voor wijsheid en het bewaren van waardevolle tradities, voor een kritische houding ten opzichte van die tradities, voor het leven en voor het samenleven.

En daarom is het ook zo belangrijk dat we borgen wat goed onderwijs is. Dat we zorgen dat docenten en scholen in de positie gebracht zijn om dat waar te maken en dat ook externe ogen georganiseerd zijn om kritisch mee te kijken en bij te sturen waar dat nodig is. En daarom hebben we het vandaag over de rol van de inspectie. De fractie van GroenLinks is het met de minister eens dat die rol kan worden bijgesteld, maar heeft vragen bij de criteria wat dan goed onderwijs is.

De belangrijkste verschuiving in het wetsvoorstel is dat het toezicht nu getrapt wordt georganiseerd: een quickscan om te bepalen of er sprake is van kwaliteitsrisico’s en als dat het geval is een grondiger onderzoek dat aansluit bij de formuleringen in de huidige wet. Daarmee wordt de standaardcontrole wat lichter en gaat de inspectie meer uit van het zelfkritisch vermogen van scholen en professionals. Dit sturen op vertrouwen en verminderen van controle spreekt mijn fractie op zichzelf genomen aan. Maar dan moeten er wel concrete handvatten zijn voor het bevorderen van dat zelfkritisch vermogen, en dat leidt tot een aantal vragen.

De eerste vraag die wij aan de regering willen stellen, is hoe het bevorderen van dat zelfkritisch vermogen van scholen en professionals is gewaarborgd. Natuurlijk ligt de verantwoordelijkheid daarvoor bij henzelf, daar zijn het professionele organisaties voor. Maar de waarde van het toezicht is nu juist dat we daar ook waarborgen voor inbouwen. Het weghalen van dit stukje toezicht betekent nog niet dat het zelftoezicht automatisch ontstaat. Welke stimulansen zijn daarvoor ingebouwd? Wordt er bijvoorbeeld ruimte gecreëerd waarin docententeams aan intervisie en zelfsturing doen? En welke aanvullende stappen zet de minister om te zorgen dat scholen en docenten/leerkrachten ook echt zelf en met elkaar de kwaliteit borgen buiten de minimale indicatoren van de standaardcontrole?

De tweede vraag die bij ons leeft, betreft die minimale indicatoren die ook nog eens enkel worden beoordeeld op basis van openbare verantwoordingsinformatie van de instelling. Het jaarlijkse basistoezicht wordt beperkt tot leerresultaten, voortgang van de ontwikkeling van leerlingen en het personeelsbeleid, maar dat laatste alleen als er een medewerker geklaagd heeft. De rest van de kwaliteitsindicatoren komt alleen in beeld bij het nader onderzoek. Dan gaat het bijvoorbeeld over leerstofaanbod, pedagogisch klimaat, leerlingenzorg, examenkwaliteit. Wat bedoelt de minister bij die minimumindicatoren precies met “voortgang van de ontwikkeling van leerlingen”? Is dat hetzelfde als leerresultaten of gaat het ook om vormingsaspecten? Die vraag is voor ons van belang omdat er automatisch een sturende werking uitgaat van de gekozen indicatoren. Als het jaarlijkse toezicht alleen kijkt naar cognitieve kennisoverdracht, dan gaan scholen daar hun energie in steken. Hoe smaller de basis voor het toezicht, des te eenzijdiger is het effect van dat toezicht.

Daarmee kom ik aan onze derde vraag. Het wetsvoorstel heeft het bij de taken van de inspectie steeds over beoordelen en bevorderen. Dat spreekt ons aan. Maar dan valt het wel op dat het beoordelen grondig is uitgewerkt, terwijl aan het bevorderen slechts lippendienst wordt bewezen. De waarde van het toezicht ligt toch ook in het stimuleren en ondersteunen van een kwaliteitscyclus, of anders gezegd, van een formatieve toetsing en niet enkel een summatieve. Op welke wijze krijgt dit bevorderen gestalte bij de nieuwe werkwijze van de inspectie? Moeten we niet constateren dat dit wetsvoorstel feitelijk het bevorderen schrapt en het toezicht reduceert tot beoordelen? De minister schrijft in de memorie van antwoord van 28 november zelfs expliciet dat een adviesrol van de inspectie strijdt met de beoordelingsrol. Dat bevreemdt ons, en we betreuren het dat hiermee een eenvoudig en gewaardeerd adviesinstrument gewoon wordt geschrapt.

Voorzitter, wij stemmen zoals gezegd in met de intentie achter het voorstel om meer te sturen op vertrouwen in de professional en de instelling. Maar juist dan is het van belang om dat ook te ondersteunen door de prikkels de goede kant op te zetten. Minder op afrekenen en meer op stimuleren. Niet eenzijdig op alleen cognitieve leerresultaten maar op een breed kwaliteitsbegrip inclusief vormingsaspecten. En op deze punten willen we graag meer toelichting en precisering van de regering.

Wat betreft de risicogerichte werkwijze van de inspectie hebben we ook een vraag over de stelselverantwoordelijkheid. Het recente SCP-rapport Overheid en Onderwijsbeleid zegt hierover: “De focus op individuele (zeer) zwakke scholen gaat wel ten koste van de aandacht voor ontwikkelingen in de onderwijskwaliteit in het algemeen en voor belangrijke school- en sectoroverstijgende ontwikkelingen.” (403) Dat laatste hoort nog steeds wel bij de taken van de inspectie, maar krijgt in de uitwerking nauwelijks aandacht. Hoe waarborgt de minister dat deze bredere blik op ontwikkelingen in het veld blijft functioneren? Zou de inspectie niet juist een grotere rol moeten spelen in het identificeren van de structurele problemen en tekorten in het onderwijs? En zo nee, hoe wordt dan deze informatie structureel geborgd?

In datzelfde rapport van het SCP wordt overigens geconcludeerd dat de drie publieke belangen in het onderwijs per definitie met elkaar schuren. Toegankelijkheid, kwaliteit en doelmatigheid kunnen niet tegelijkertijd worden gerealiseerd. “De sterke focus op doelmatigheid (1990-1998) leidde tot een geringere toegankelijkheid van het hoger onderwijs. De sterke nadruk op toegankelijkheid die daarop volgde (1998-2007) leidde tot een daling van het niveau (diploma-inflatie). Als reactie op die laatste ontwikkeling ligt het accent sinds 2007 met name op verbetering van de kwaliteit van het onderwijs.” (p. 406) Nu zijn wij een groot voorstander van kwaliteit, maar welke lessen trekt de minister uit deze conclusie van het SCP? Praten we hier over een paar jaar over de afgenomen toegankelijkheid en doelmatigheid? Of neigt het huidige kabinetsbeleid eigenlijk alweer meer naar de doelmatigheid en is het vooral de toegankelijkheid die onder druk zal komen te staan?

Ik betrek bij die toegankelijkheid nog een klein element uit dit wetsvoorstel waarop ook ouderverenigingen gewezen hebben. De vrijwillige ouderbijdrage wordt redactioneel wat anders in de wet gezet dan voorheen. Daarmee vervalt echter de vereiste reductie- en kwijtscheldingsregeling. Voor minvermogende ouders is dat een probleem. Zij hebben geen wettelijke grond meer om een beroep te kunnen doen op zo’n regeling en daardoor lopen hun kinderen het risico dat ze bij een deel van de schoolactiviteiten buitengesloten worden. Dat hoort echter ook bij toegankelijkheid van het onderwijs en is belangrijk om een tweedeling in de samenleving te voorkomen. Welke stappen kan en wil de minister zetten om dit op te lossen zodat kinderen uit deze gezinnen, die het in de huidige crisis toch al zeer moeilijk hebben, in elk geval op school maximaal kunnen participeren?

Voorzitter, ik rond af. Goed onderwijs verdient vertrouwen in de professionals en goed toezicht. We zijn blij met het vertrouwen dat uit dit wetsvoorstel blijkt, maar we hebben wel zorgen over de intensiteit van het toezicht en de breedte van het kwaliteitsbegrip en we hopen dat de minister die zorgen bij ons kan wegnemen.


Jan van der Meer

Jan van der Meer

Hyves Linkedin Twitter

Nieuwjaarstoespraak + afscheid Thom de Graaf

thom_de_graaf1Gisteren hadden we een geslaagde nieuwjaarsreceptie van de gemeente Nijmegen inclusief warm afscheid van burgemeester Thom de Graaf. Namens het college van B&W sprak ik de nieuwjaarsrede uit en bedankte ik Thom de Graaf voor zijn inzet voor Nijmegen in de afgelopen vijf jaar. Dit was mijn toespraak:

Dames en heren,

U bent gewend om vanaf deze plek te worden toegesproken door de burgemeester.
Maar ondanks het feit dat Nijmegen dit jaar, inclusief waarnemer,
maar liefst 3 burgemeesters zal hebben, mag ik hier vandaag met u namens het college terugblikken op 2011 én vooruitkijken.

Dat doe ik als loco-burgemeester, omdat we vandaag niet alleen de nieuwjaarsreceptie voor de stad houden,
maar omdat we tevens afscheid nemen van Thom de Graaf.
Hij blikt straks terug op zijn burgemeesterschap.
Ik neem u kort mee naar het afgelopen jaar en de verwachtingen voor 2012.
En ik zal stil uiteraard staan bij het vertrek van Thom.

Dames en heren,
2011 was een bijzonder jaar.
Het jaar van de Arabische Lente, Occupy, de tsunami in Japan, de wereldwijde financiële crisis en de geboorte van de 7 miljardste burger.

Gebeurtenissen die vrijwel allemaal ook in onze stad voelbaar waren.
Ook de Nijmeegse bevolking groeide.
We passeerden voor het eerst de grens van 165.000 en blijven voorlopig doorgroeien.
Dat is goed nieuws voor de stad, 
hoewel het feit dat we nog steeds een vrouwenoverschot hebben voor sommige twitterende raadsleden nog belangrijker leek.
En een journalist wil graag dat we dit gegeven – dat we meer vrouwen dan mannen hebben in onze stad - inzetten voor onze citymarketing.

Higashimatsuyama – daar heb ik op moeten oefenen - de Japanse stad waarmee we al enkele decennia een vriendschapsband hebben,
voelde - gelukkig slechts in beperkte mate - de gevolgen van de tsunami. 
En Nijmegen heeft natuurlijk zijn eigen Occupy-afdeling.
Hoewel overvloedige regen en kou ervoor hebben gezorgd dat het Valkhofpark niet meer occupied is.

Onze stad kende weer vele hoogtepunten.
Te beginnen met één van onze stadsiconen - de Waalbrug - bestond 75 jaar.
We hadden weer een prachtige editie van de Vierdaagse
Al was het maar omdat ik voor het eerst meedeed – en uitliep; 4×50 kilometer!

Kinderarts Jos Draaisma werd voor het tweede jaar op rij uitgeroepen tot beste kinderarts van Nederland. 
Stichting Whaa kreeg van prinses Máxima een Appeltje van Oranje voor hun project Shake-It Academy.
De beste en mooiste tweewielerzaak ligt in onze stad.

Het Groene Hert werd genomineerd als beste duurzame project in Nederland
en we hebben de beste biologische slagerij in de stad en de duurzaamste kinderopvang
Deze 3 vermeldingen heb ik zelf maar aan het lijstje toegevoegd - want nu ik deze toespraak mag houden grijp ik als wethouder voor duurzaamheid natuurlijk mijn kans.

De in Nijmegen opgerichte band Go Back to the Zoo won de 3FM Award voor ‘beste band’.
De Nijmeegse organist Dirk Luijmes kreeg een Klassieke Edison.
Han Mertens van het Stedelijk Gymnasium won de Nationale Biologie Olympiade.
Het toekomstige stadseiland verdiende in New York de prestigieuze Waterfront Center Award.
En Nijmegen is, net als vorig jaar, de goedkoopste terrasstad.
We hebben er onlangs ook nog gratis parkeren aan toegevoegd.
Zo, dat was een hele waslijst aan hoogtepunten.

Maar er waren helaas ook dieptepunten:
zoals het absurde geweld rond NEC-Vitesse begin vorig jaar.
Wat een groot contrast met de vreugde van gisteren.
NEC boekte een fantastischte historische overwinning tegen Vitesse
In Arnhem!
Maar we hadden het over dieptepunten in 2011.

Zoals ook de ontslagen bij NXP of de laffe overvallen op inwoners en hardwerkende ondernemers.
Met als meest trieste voorbeeld de overval op juwelier Kamerbeek.

Ook de financiële crisis trof onze stad.
Het afgelopen jaar was in financieel opzicht een turbulent jaar.
Niemand ontsnapte aan de financieel moeilijke omstandigheden.
Faillissementen, ontslagen, onverkoopbare huizen, minder gesubsidieerde banen,
ook onze stad werd ermee geconfronteerd. 
We hadden problemen met onze grondexploitaties in Waalsprong en Waalfront.
De rente drukt daar zwaar op de aangegane leningen.
Wat dat betreft kunnen Hannie Kunst, Bert Jeene en ikzelf ook wel met een tentje op het Valkhofpark gaan staan
Bij Occupy.
En het zwaar weer zal helaas aanhouden.
Wij staan opnieuw voor een jaar waarin het voor velen niet gemakkelijk zal zijn, zelfs niet in onze relatief goed draaiende stad.

Toch is er ook alle reden om niet bij de pakken neer te zitten.
Zoals ik al zei, onze stad groeit.
Volgens onderzoekers stijgt ons inwonertal, als een van de weinige steden in Nederland, in de komende 15 jaar fors.
Die groei zorgt voor de dynamiek die een stad nodig heeft.
Het is ook een teken dat Nijmegen nog steeds aantrekkelijk is om in te wonen en te werken.
Dat bleek ook afgelopen jaar toen Nijmegen werd gekozen tot een van de groenste steden in Nederland en we dik in de top 10 van meest aantrekkelijke woonsteden eindigden.
We zijn een aantrekkelijke woonstad voor iedereen en in het bijzonder voor vrijgezellen die op zoek zijn naar een vrouw
Hier heb je die nieuwe citymarketing.

De stad staat dus niet stil en dat biedt perspectief.
Kijk ook maar naar de hijskranen in onze stad.
Het lijken er meer dan ooit.
Plein `44 is in aanbouw,
de contouren van stadsbrug De Oversteek zijn al goed zichtbaar,
de dijkverlegging en het daarbij horende stadseiland gaan echt van start
en ondanks de crisis worden er het komend jaar zo’n 1200 nieuwe woningen opgeleverd.

Van essentieel belang was ook dat Nijmegen als kennisstad van zich blijft spreken.
Bijvoorbeeld met de Spinozapremie voor astronoom Heino Falcke.
En nationale zorgheld 2011 Bas Bloem.
Dhr Bloem is ook een van de kandidaten voor Nijmegenaar van hat jaar.
De Radboud Universiteit werd door studenten gekozen tot de beste van Nederland
Synthon opende een state-of-the-art laboratorium voor biotechnologie
en Heinz bouwt bij de toekomstige Novio Tech Campus aan zijn grootste innovatiecentrum buiten de Verenigde Staten.
Bovendien hebben we landelijk gezien één van de hoogst opgeleide beroepsbevolkingen en zijn we een topstad als het gaat om banen per vierkante kilometer.  

Alle reden dus om te blijven investeren in de toekomst van onze gemeente,
ook al worden we geconfronteerd met de grootste financiële en beleidsmatige uitdagingen van de afgelopen decennia.
De gemeente blijft dan ook investeren in een sociale stad,
in een economisch sterke stad
en in een duurzame groene stad.
Maar we doen en kúnnen dat niet alleen.
Dat kon niet voor de crisis, maar zeker niet tijdens de crisis.
We moeten het dus samen doen.
Samen met bedrijven, kennis- en gezondheidsinstellingen, regionale samenwerkingsverbanden en met de inwoners van onze mooie stad.

In het Nederland van het ‘Doe eens normaal man’ van Rutte en Wilders, is er soms weinig ruimte voor nuance en gezamenlijke oplossingen.
Maar zwart-wit denken en het uitvergroten van tegenstellingen brengen ons niet verder.
Verbindingen zoeken, dat is waar het de komende jaren om draait, constateerde Thom de Graaf vorig jaar al terecht.

2012 is het jaar waarin we die verbindingen verder moeten versterken.
Ja, er moet een groter beroep worden gedaan op de eigen verantwoordelijkheid van alle Nijmegenaren. 
En ja, er moeten lastige keuzes worden gemaakt.
Toch hebben wij daar als stadsbestuur vertrouwen in. 
Nijmegenaren zijn eigenwijs, creatief, ondernemend, veerkrachtig én ze leggen de verbinding.
Of het nou ondernemers zijn die elkaar met een gastoeter alarmeren bij een overval
of Dukenburgers die samen dromen over hun stadsdeel.
Nijmegen puilt uit van de creatieve, goede, vernieuwende ideeën en initiatieven die de stad beter en mooier maken.
Ik wens iedereen dan ook een prachtig jaar toe. 

Alles overziend gaat het ondanks alles best goed met Nijmegen.
En degene die dit de afgelopen vijf jaar onophoudelijk en onvermoeibaar heeft uitgedragen, is…… Thom de Graaf
Thom was een ware promotor van onze stad.
En mede dankzij hem zijn de Nijmegenaren trotser dan ooit op hun stad
Maar aan alles komt een eind;
zo ook aan het burgemeesterschap van Thom.

Toen Thom burgemeester werd in 2007, trad hij in de voetsporen van zijn vader.
Een mooi gegeven; en telkens als Thom in de afgelopen vijf jaar naar zijn werkkamer ging, liep hij langs een portret van zijn vader.
De vrijzinnige sociaalliberaal keek dan naar de strenge ietwat regenteske KVP’er.
Een wereld van verschil.
Thom zal het wel van zijn moeder hebben, denk ik dan.

Thom was de eerste burgemeester van Nijmegen die door de raad werd gekozen uit een voordracht van twee personen.
Hij had natuurlijk liever gehad dat hij de eerste door het volk gekozen burgemeester had kunnen worden.
Maar ja, die beruchte nacht, he……

Toen Thom aantrad, viel hem meteen op hoe groot het cultuurverschil is tussen het deftige Den Haag en het volkse Nijmegen. 
Nijmegen kent een horizontale structuur waar weinig ontzag is voor gezag – iedereen is gelijk.
Zo liep hij in de eerste dagen van zijn burgemeesterschap met een agent door een wijk.
Thom vroeg beleefd aan deze wijkagent: Hoe lang doet U dit werk al?
Ach, zegt de agent: Zeg maar JE, Thom!
Dat typeert onze stad en daar heeft Thom hartelijk om moeten lachen

De connectie met Den Haag is al die jaren wel gebleven.
Thom deed er eerlijk gezegd ook niet veel aan om dat te verbloemen.
Denk aan zijn verkiezing tot Eerste Kamerlid.
En bovendien was zijn Haagse connectie overduidelijk in het belang van de stad, dus waarom zou je dat dan moeten verbloemen?
Zo heeft hij meerdere malen aandacht gevraagd voor Nijmeegse problemen en belangen bij bewindslieden en Kamerleden.

Bij Thom was er ook altijd de oprechte liefde voor Nijmegen.
Even wat harde cijfers en gegevens:
In de afgelopen vijf jaar was hij bij meer dan 800 publieke optredens en werkbezoeken in de stad.
Hij organiseerde etentjes met gewone Nijmegenaren om met ze te praten over wat hen bezighield in de stad.
Hij initieerde de verkiezing van de Nijmegenaar van het Jaar en zometeen zetten we weer zo’n kanjer in de spotlights.
Thom zorgde weer voor rust in sommige wijken door straatcoaches aan te stellen
Hij initieerde de Vrede van Nijmegen Penning met dit jaar Umberto Eco als laureaat.
En hij vertegenwoordigde Nijmegen met verve in onder meer de Euregio, de Veiligheidsregio en het Kennisstedennetwerk.

Dames en heren, Thom heeft veel gedaan voor de stad.
Dat moet haast wel de reden zijn dat er maar 9 kandidaten het aandurven om in zijn voetsporen te treden.

Thom de Graaf benadrukt regelmatig dat hij continuïteit belangrijker vindt dan snel scoren of politiek bedrijven.
Een burgemeester moet, volgens hem, vooral boven de partijen staan, een goede voorzitter van raad en college zijn.
Hij moet verbinden, de rechtstatelijkheid en de grondrechten van inwoners beschermen.
“Ik ben geen straattijger, geen zeepkistburgemeester.
Ik ben meer een type Job Cohen, dan een type Gerd Leers”, zei hij zelf ooit in een interview.
Waarschijnlijk zou hij op dit moment zichzelf met geen van tweeën willen vergelijken
Maar het beeld is duidelijk.
Een goede bestuurder.
Niet koste wat kost zich willen profileren; maar er zijn wanneer dat nodig is.
Behulpzaam in het college en gemeenteraad en actief in de stad waar dat maar wenselijk was.
Kritiek, dat hij desondanks geen warme burgervader zou zijn, deed hem wel eens pijn.

En het klopt ook niet.
Thom de Graaf stimuleerde als geen ander het ‘trots op Nijmegen-gevoel’.
Nijmegen is landelijk veel pregnanter in beeld gekomen.
Als dynamische stad en grote stad, voorloper op tal van terreinen.
Altijd Nijmegen, Nijmegen kennisstad, Oudste stad van het land.
Thom de Graaf heeft er hard aan gewerkt om dat gevoel te versterken: buiten de stad en in de stad.
Dat is belangrijk voor het profiel van Nijmegen, maar zeker zo belangrijk is dat Nijmegenaren het zelf ook echt meer zijn gaan voelen.

We zijn trots op het bijzondere karakter van Nijmegen,
Trots op de historie,
onze befaamde onderwijs- en onderzoeksinstellingen,
hoogwaardige gezondheidszorg,
en wereldtoppers op het gebied van wetenschap.
En we zijn trots op baanbrekende Waalprojecten. 

Thom haalde tevens de banden aan met de hoger-onderwijsinstellingen.
Rector Magnificus Bas Kortmann noemt hem niet voor niets de postillion d’amour;
de liefdesboodschapper van het hoger onderwijs in Nijmegen.
Die liefdesboodschapper was hij in vele opzichten voor de stad en die zal hij ongetwijfeld ook blijven.
Want, dames en heren, Thom en zijn lieve vrouw Machteld blijven hier gewoon wonen.
Kortom, ze zijn echte Nijmegenaren en dat blijven ze.

Thom is Guusje ter Horst opgevolgd als burgemeester en hij volgt nu Guusje weer op als voorzitter van de HBO-raad.
Overigens is het maar goed dat Guusje hem nu niet opvolgt als waarnemend burgemeester.
Want dan hadden we hier in Nijmegen een heus Poetin-Medvedevje gedaan.

Beste Thom, straks zul je zelf nog spreken en pas echt afscheid nemen.
Maar ik zeg nu al namens het gemeentebestuur én namens de bevolking van Nijmegen ‘bedankt!’.
Bedankt voor je inzet,
Bedankt voor je steun in het college.
En bedankt voor je liefde voor Nijmegen.
Ik hoop dat je nog lang ambassadeur voor onze mooie stad zult blijven!
Waar ook ter wereld, en zeker in Den Haag.
Thom – bedankt!

Jolanda de Vreede

Jolanda de Vreede

Twitter

EU boycot Iraanse olie

In samen op de wereld, europa, griekenland, italië, olie, programma, spanje.

Nucleaire activiteiten verschaffen Iran de mogelijkheid op verdediging tegen externe aanvallen. Een flinke dosis economische pijn zal Iran dus zeker over hebben voor het behoud daarvan.

Tien procent van de Iraanse olie gaat naar Italië. Dat is daarmee de vierde afnemer van het Perzische goedje na China (20%), Japan en India. Spanje en Griekenland nemen samen ook nog 10% voor hun rekening tot 1 juli.

Eerdere boycotten heeft Iran prima omzeild en wist nog altijd ruwe olie naar buurlanden te krijgen en olieproducten te importeren. De grootste afnemer van Iraanse olie, China, steunt een boycot niet net als India, Rusland en Turkije. Het land zal dus niet helemaal onderuit gaan. Een VN-actie zit er niet in: China en Rusland gaan dat tegenhouden. Rusland verdient per slot van rekening geld aan dit nucleaire programma.

Wie treft dit dan? De zwakste economieën in Europa en de inwoners van Iran. Die eerste kunnen er eigenlijk geen ellende bij hebben. De Europese boycot zal de prijs van olie opdrijven. Die tweede groep ook niet: de inflatie in Iran is inmiddels gigantisch. Hoewel men best nieuwe leiders wil, een tweede reden die genoemd wordt door maatregelennemende landen, lopen zich nog geen goede kandidaten warm, dus ook op dit punt valt geen doorbraak te verwachten. Ik ben niet slimmer dan de politici die hopelijk goed geïnformeerd en overwogen deze keuze hebben gemaakt maar dit is een signaal dat niet de doelen treft die men zegt te hebben.

maandag, 23 januari 2012

Paul Vermast

Paul Vermast

Hyves Linkedin Twitter Youtube Flickr GR

Via uitstel naar afstel!

In nucleair, delta, kerncentrale, kerncentrale borssele, afval, crisis, investeringen, kernenergie, leiden, en meer.

Vandaag maakte het Zeeuwse energiebedrijf Delta bekend dat ze voorlopig afziet van de bouw van een tweede kerncentrale bij Borssele. “In de afgelopen tijd is gebleken dat de combinatie van de financiële crisis, de hoge investeringen die nodig zijn voor een kerncentrale, het huidige investeringsklimaat en de huidige overcapaciteit op de elektriciteitsmarkt met lage energieprijzen, moet leiden tot de conclusie dat voorlopig geen kerncentrale kan worden gebouwd” laat het bedrijf weten in de Provinciale Zeeuwse Courant.

Het is goed dat bij Delta nu ook de realiteit begint door te dringen. Er zijn nog nooit kerncentrales gebouwd zonder overheidssubsidie en de kosten voor sloop en opslag van afval worden via overheden op de samenleving afgewenteld. Dus kernenergie, is gevaarlijk, duur en overbodig.

Delta spreekt over een ‘voorlopig’ uitstel waarbij de plannen voor een tweede kerncentrale de komende 2 tot 3 jaar niet worden doorgezet. Delta zegt nu dat de plannen weer worden opgepakt zodra de omgevingsfactoren verbeteren. Dat is natuurlijk logisch omdat het bedrijf niet binnen een half jaar tijd een draai kan verkopen van zeker doorzetten van een tweede kerncentrale (met alle bijbehorende kosten) naar toch maar geen nieuwe centrale. Maar dit uitstel kan maar tot één ding leiden: afstel.

Dat is goed nieuws voor Zeeland, goed nieuws voor het milieu en goed nieuws voor komende generaties. Hopelijk heeft Delta niet al te lang nodig om zo ver te komen het plan definitief af te blazen, zodat we nu zo snel mogelijk werk kunnen gaan maken van de sluiting van Borssele (laten we nog maar één keer zeggen “1”).

Jeroen van Rossum

Jeroen van Rossum

Twitter

Linkse Lente?

In politiek, bezuinigingen, cda, cohen, conservatief, crisis, eurofiel, europa, gedoger, en meer.

In het weekend dat PvdA en CDA hun congressen hielden, werd Emile Roemer wakker met een cadeautje. Voor het eerst in de geschiedenis was de SP de grootste in de peilingen. De roerganger van de SP heeft een mooie virtuele winst binnengepraat. Kiezers van PvdA en PVV zijn het erover eens. Na alle Pimmen, Rita’s en Geerten, is Emile Roemer nu dé man voor de zwevende stem. Tweeëndertig virtuele zetels mocht hij bezetten volgens peilend orakel Maurice de Hond. Volgens het onderzoek van trekt de SP onder Roemer vooral kiezers met een laag inkomen, en haalt ze weg bij Wilders’ PVV.

Volgens Emile komen zijn nieuwe kiezers van de PVV, omdat ze daar eindelijk door beginnen te krijgen dat Geert Wilders de ene na de andere belofte breekt. Job Cohen is ondertussen dolblij en helemaal niet zurig over het nieuws van Maurice de Hond. Hij ziet de stemmen van de PVV graag naar de SP verdwijnen. En wat betreft de Partij van de Arbeid zelf; die gaat het minderheidskabinet van Rutte en Verhagen in zijn sop laten gaarkoken de komende maanden. Als de PVV het af laat weten, moeten ze maar nieuwe verkiezingen uitschrijven, luidt het devies. En dan volgt er vast een heerlijk warm bad van linkse samenwerking…

Het is echter nog maar de vraag of Cohen daar zo blij moet zijn. Want hoewel Geert en Emile het stellig zullen ontkennen, zijn de PVV en de SP wel degelijk verwante partijen. De kiezers stappen niet voor niets zo makkelijk over de links-rechts-grens. Geert mag nog zo’n hekel hebben aan alles wat riekt naar links, en Emile Roemer kan zich nog zo verontwaardigd voelen door het bruuske taalgebruik van de gemiddelde PVV’er, we hebben het over twee partijen die – op het standpunt van immigratie en ontwikkelingssamenwerking na – meer met elkaar gemeen hebben dan ze voor doen komen.

De SP en PVV zijn beiden een partij voor boze, behoudende en zelfs verontwaardigde kiezers, waar we er steeds meer van lijken te hebben. Kiezers die denken ‘het Volk’ te zijn, en te weten wat ‘het Volk’ wil. Kiezers die politici te pas en te onpas voor zakkenvullers uitmaken. Kiezers die Europa het liefst morgen torpederen, zonder zich ook maar een minuutje druk te maken over de mogelijke gevolgen voor hun portemonnee. Kiezers die zich überhaupt niet graag verdiepen in ingewikkelde materie, maar aan een paar rake oneliners genoeg hebben om hun waardevolle stemrecht in het stemhokje te verzilveren. Kiezers die bovenal graag overal “nee”op zeggen…

Het lijkt mij tijd, dat niet alleen de politici van PvdA (en CDA), maar ook GroenLinks zich eens achter de oren gaan krabben. Want als dit zo door gaat, bereiken PVV en SP samen bij de volgende verkiezingen meer dan 50 zetels, of misschien zelfs het pluche. En het is leuk, al dat gepraat over een linkse lente, maar of de SP die lente gaat brengen, waar deze eurofiele partijen op zitten te wachten? Het lijkt mij niet. Met een stevige SP én PVV in de Tweede Kamer zijn we nog verder heen dan nu. Hoe conservatief wil je het hebben?

Het wordt tijd dat PvdA en GroenLinks eens wat harder roepen wat ze willen. En het wordt tijd om dat gefilosofeer over een linkse samenwerking eens te laten, en het eigen geluid over het voetlicht te brengen, desnoods in extreme jip-en-janneketaal. Ik zou PvdA en GroenLinks graag in een volgend kabinet zien. Maar een kabinet met de SP, daar zit ik nu net niet op te wachten…


Renate Richters

Renate Richters

Twitter GR

Nieuwjaarsreceptie GroenLinks afdeling Eindhoven

kadidaten Op zondagmiddag 22 januari vond de nieuwjaarsreceptie van GroenLinks Eindhoven plaats. Natuurlijk was ik namens de fractie aanwezig. Tijdens de bijeenkomst konden onze leden kennismaken met de kandidaten voor het voorzitterschap van het landelijk bestuur van GroenLinks: Arno Uijlenvoet en Heleen Weening. De nieuwe voorzitter wordt gekozen tijdens het congres op 10 februari. Tot die tijd reizen de kandidaten door heel Nederland om zich voor te stellen aan de leden (en zoveel mogelijk zieltjes te winnen natuurlijk).

Voorzitter Bert Willemsen leidde het debat. Het debat ging als snel over zaken waar bestuursvoorzitters eigenlijk niet echt over gaan. Ik kreeg daarbij een beetje hetzelfde gevoel als bij het burgemeestersreferendum indertijd: je bevraagt een kandidaatburgemeester op wat zijn standpunt is over zaken waar hij niet over gaat en baseert daarop dan je stemming, zonder je echt te realiseren dat die kandidaat misschien inderdaad een toffe peer is met het goede gedachtegoed wat aanspreekt, maar er uiteindelijk niks over te zeggen heeft over de thema’s waar hij zich over heeft uitgesproken. Immers, daar gaan de politieke partijen over, en worden zaken vastgelegd in een coalitieakkoord.

Tijdens onze bijeenkomst bleek vooral de steun van de Tweede Kamerfractie aan de missie naar Kunduz nog steeds een erg gevoelig onderwerp. De kandidaten deden hun best om het hierbij te laten gaan over waar het over zou moeten gaan: wat is de rol van een partijvoorzitter als zo’n kwestie speelt? Vooral zorgen dat de leden goed gehoord worden in het proces vonden beiden.

Uiteindelijk bleken er niet zoveel verschillen te zijn in de aanpak van de twee kandidaten. Genoeg reden om me nog eens goed te gaan verdiepen in hun websites en hun motivatie die zij daarop uitleggen!

zondag, 22 januari 2012

Tom Louwerse

Tom Louwerse

Twitter

Motie-inflatie?


Afgelopen week publiceerde de Tweede Kamer haar jaarcijfers.Opvallend was de stijging van het aantal ingediende moties. In 2010 werden nog ‘maar’1734 moties ingediend; vorig jaar waren dat er ruim 3679, ruim een verdubbeling. Dat pastgoed in het beeld van ‘motie-inflatie’: de Kamer zou het motie-instrument zo vaak gebruiken dat het bot aan het worden is. Maar is de stijging echt zo enorm?

De cijfers over de laatste zes jaar laten inderdaad een stijging zien van het aantal ingediende moties. Onderstaande grafiekkomt uit het rapport van de Tweede Kamer. Daarbij valt op dat 2010 eigenlijkeen relatief rustig jaar was. De verdubbeling die tussen 2010 en 2011 zichtbaarwordt is dus niet representatief voor de trend van de afgelopen jaren: die waswel stijgend, maar niet zo sterk. In vijf jaar tijd steeg het aantal ingediendemoties van 1170 tot 3679, dat is zo’n 500 moties per jaar.

Moties in de Tweede Kamer
bron: Jaarcijfers Tweede Kamer


Deze stijging heeft echter ook te maken met het aantalpartijen dat in de Kamer is vertegenwoordigd en de fractiegrootte. Middelgrotefracties dienen de meeste moties in. Dat blijkt uit een regressiemodel (zie onderaan) waarinik het aantal moties dat een partij in een bepaald jaar indient verklaar aan dehand van een aantal variabelen: fractiegrootte, coalitiedeelname, jaar enpartij. De gegevens zijn afkomstig uit het rapport van de Tweede Kamer.

Onderstaande figuur geeft het aantal ingediende moties per partij perjaar weer (grijze punten) en het verwacht aantal ingediende moties volgens het model, naar gelang de fractiegrootte (jaar wordt op 2008 gehouden en de partij op de modus).De bovenste, doorgetrokken, lijn geeft het verwachte aantal ingediende motiesvoor een oppositiepartij. Hoe groter de partij, hoe meer moties, tot zo’n 28zetels: dan neemt het aantal ingediende moties weer af. Bij deregeringspartijen is een zelfde verband te zien. Als er dus relatief meermiddelgrote partijen zijn, zoals in de laatste periode, zal het aantalingediende moties toenemen. Dat verband geldt overigens ook als we de SP, inzekere zin een outlier in het modelmet veel ingediende moties, buiten beschouwing laten.

Aantal ingediende moties naar zetelaantal
Lijnen zijn gebaseerd op onderstaand regressiemodel

Het effect van regeringsdeelname is daarnaast zeer sterk: gemiddeldgenomen dient een coalitiepartij bijna 200 minder moties in dan eenoppositiepartij. Dat is niet zo verwonderlijk, gezien het feit dat een motievaak wordt geformuleerd als een opdracht aan de regering. Als het goed is, doetde regering al ongeveer wat de coalitiepartijen willen. Daarnaast zijn effectenvoor individuele partijen te zien. Deze zijn vanwege de beperkte periodewaaruit data beschikbaar is niet statistisch significant, maar aangezien we hierover de populatie spreken is dat hier minder relevant. We zien dat de VVDminder moties indient dan het CDA (die hier als baseline is genomen), enChristenUnie en PvdD duidelijk meer.

De stijging per jaar is, als we voor andere effectencontroleren, minder sterk dan we eerst vermoedden. Gemiddeld genomen zijn er, gecontroleerd voor andere effecten, sinds 2006 elk jaar zo’n 23 moties extra ingediend per partij. In totaal komtdat voor 10 partijen dus uit op zo’n 230 moties. Dat is de autonome stijgingdie we niet aan de hand van andere factoren kunnen verklaren. Dat is nog steedseen behoorlijk aantal, maar ruim de helft minder dan de eerdergenoemde 500. Degrote stijging van het aantal ingediende Kamermoties is dus voor een belangrijkdeel het gevolg van de veranderde politieke verhoudingen, in het bijzonder deversnippering van de Kamer.







Model 1


(Intercept)-61.20
(108.70)
Zetels31.05*
(8.73)
Zetels (kwadraat)-0.50*
(0.17)
Coalitiepartij-195.60*
(44.41)
Jaar (2006=0)23.39*
(7.82)
partijChristenUnie125.75
(97.75)
partijD6653.21
(96.41)
partijGroenLinks26.94
(90.70)
partijPvdA-73.00
(58.70)
partijPvdD75.27
(109.32)
partijPVV42.19
(82.80)
partijSGP-7.39
(107.93)
partijSP41.32
(82.65)
partijVerdonk-1.67
(117.00)
partijVVD-133.12
(74.03)
N64
R20.77
adj. R20.70
Resid. sd85.78


Standard errors in parentheses
* indicates significance at p < 0.05

Afhankelijke variabele: aantal ingediende moties door een partij in een jaar.
Zetelaantal en regeringsdeelname zijn in verkiezingsjaren als gewogen
gemiddelde berekend.

Simon Otjes

Simon Otjes

Last.fm Twitter

Gaat de SP een Pyrrhusoverwinning tegemoet?

De SP staat ongekend hoog in de peilingen: 32 zetels. De kans is groot dat dit nog wel eens een Pyrrhusoverwinning wordt: dat ze als de grootste partij in de oppositie komt.

Historische precedenten

Het komt wel vaker voor: dat de grootste partij uit de regering wordt gehouden. zeker als de partij links is. De PvdA is maar acht keer de grootste partij van Nederland geweest (in 1952, 1956, 1971, 1972, 1977, 1982, 1994 en 1998). En in drie gevallen werd zij als grootste partij uit de regering gehouden (1971, 1977, 1982). Dat was in periodes van verregaande polarisatie, zoals we die nu ook kennen. Het zou nog wel eens kunnen gebeuren dat het kabinet-Roemer een illusie blijft zoals het tweede kabinet-Den Uyl eerder. Als de SP de grootste partij is, hoeft het dus niet zo te zijn dat ze in de regering komt: in 2006 was de SP de derde partij van Nederland met 26 zetels en bleef ze ook in de oppositie.

Het politieke landschap

Om een inschatting te maken van het verloop van de formatie hebben we een beeld nodig van het politieke landschap. Ik denk dat je het huidige politiek landschap het beste kan begrijpen aan de  hand van twee tegenstellingen: de links/rechts-tegenstelling en de pro/anti-Europa tegenstelling. De eerste betreft klassieke herverdelingsvragen (voor tegen hypotheekrenteaftrek) en vraagstukken rond immigratie en integratie. De tweede betreft vraagstukken rond Europese integratie en rond hervorming van de verzorgingsstaat (wel of niet verhogen AOW-leeftijd).

Je kan dan vier kwadranten onderscheiden (met zetelaantallen uit de recente De Hond-peiling waarin de SP de grootste is):

  • Euroskeptisch links (43 zetels): dit bestaat uit de SP met 32 zetels en drie kleinere partijen (CU, 6; PvdD 3; en 50+ 2);
  • Hervormingsgezind links (42 zetels): dit bestaat uit de PvdA (17 zetels), D66 (16 zetels) en GroenLinks (9 zetels);
  • Hervormingsgezind rechts (42 zetels): VVD met 30 zetels en het CDA met 12 zetels;
  • Euroskeptisch rechts (23 zetels): PVV met 20 zetels en de SGP met 3 zetels.

Er is dus een heldere linkse meerderheid van partijen, die tegen de bezuinigingen van dit kabinet zijn en tegen het harde anti-immigratieverhaal. Maar evenzozeer is er een meerderheid van partijen die voor een rol van Europa is bij het oplossen van de crisis is en voor hervormingen gericht op een langetermijnbalans van de begroting.

Over links

Het meest simpele kabinet dat we zouden kunnen vormen zou bestaan uit linkse partijen. De kern zou bestaan uit SP, PvdA en GL (56 zetels), aangevuld met D66 en CU. Dat zou een meerderheid van 78 zetels hebben. Je zou CU kunnen ruilen voor het nieuwe CDA, voor een iets ruimere meerderheid. Het grote probleem is dat deze coalitie sterk verdeeld zou zijn over sociaal-economische hervormingen en Europese integratie. De partij die in de laatste jaren zich heeft ontwikkeld als de grootste voorstander hiervan (D66) zou in een kabinet komen met de grootste tegenstander hiervan (SP).  De cruciale vraag is of de SP van haar Euroskeptische koers zou willen afstappen. De ChristenUnie heeft toen ze in het kabinet-Balkenende IV zat haar Euroskeptische geluid ook gematigd: maar dat was toen om als juniorpartner aan de regeringstafel te mogen zitten. Daarnaast zou het lastig zijn voor D66 om in zo’n kabinet haar relatief rechtse economisch programma te realiseren. De mededeling van Roemer dat hij best wil samen werken met de VVD is dus niet de meest interessante: hij zal geen compromissen hoeven te sluitenover de links/rechts dimensie, als de peilingen zo aanhouden. De fundamentele vraag is of de SP kan samenwerken met een pro-Europese, hervormingspartij als de D66.

Je zou je dus kunnen voorstellen dat we doorgaan met een gedoogconstructie. Een kabinet van D66/GL/PvdA gedoogd door de SP en de CU waar het gaat om haar sociaal-economische programma maar dat voor haar Europees beleid afspraken maakt met VVD en CDA. Dit is een theoretische mogelijkheid waarbij de grootste partij en winnaar van de verkiezingen een vrij marginale positie kiest. Maar misschien voor haar niet de slechtste keuze. De PVV laat zien dat juist de rol van gedoger voor een partij met extreme standpunten, gunstig kan zijn.*

Het radicale midden

Het is paradoxaal: als de economische crisis aanhoudt, zal de SP hier electoraal garen bij spinnen. Maar de realiteit van de crisis zal de SP juist uit het kabinet houden. De enige oplossing voor de crisis ligt, in elk geval in de ogen van een meerderheid, in sociaal-economische hervormingen en Europese integratie. We hebben meer Europese solidariteit nodig om de crisis te bezweren. En we moeten, zeker op de middellange termijn, door hervormingen van de sociale zekerheid, de begroting op orde krijgen.

Als de SP zich blijft verzetten tegen Europese integratie en sociaal-economische hervormingen, plaatst ze zichzelf buiten de politieke realiteit. Dan zou een kabinet van partijen die zich wel in die politieke realiteit plaatsen, de hervormingsgezinde meerderheid, een logisch alternatief kunnen zijn: VVD/PvdA/D66/CDA/GL samen goed voor 84 zetels. Natuurlijk is een onmogelijk kabinet omdat het zich open stelt voor aanvallen van de populistische rechter- en de linkerflank.

Roti met tomaat

Het wordt dus nog knap lastig om een kabinet te vormen. Misschien dat lokale oplossingen ons inspiratie kunnen geven: in Zuid-Holland, Noord-Brabant en Leiden werkt SP samen met de VVD en het CDA, aangevuld door D66 in Zuid-Holland en Leiden. Zo’n Roti-met-tomaat-variant zou rekenkundig mogelijk zijn: 88 zetels. Maar politiek zal het nog lastig worden voor de SP, D66 en de VVD om het eens te worden over economisch hervormingsprogramma. De SP kon zich in deze lokale anti-PvdA-besturen wringen omdat er relatief weinig herverdelings- en hervormingsvraagstukken zijn in het provinciale en het gemeentelijke bestuur. De partij kon zo mooi laten zien dat de ze regeringsverantwoordelijkheid aan kan en compromissen kan sluiten. De vraag is of de SP zich een even flexibele houding kan aanmeten op het landelijk niveau.

* De ironie is dat je zo’n kabinet zou moeten laten leiden door iemand uit de linkerhoek die boven de partijen staat: iemand van het statuur-Cohen laten we zeggen voordat hij lijsttrekker van de PvdA werd.

Erik de Graaf

Erik de Graaf

GR

Occupy in Warffum 1977



Occupy in Warffum. Deze week is het 35 jaar geleden dat ten noorden van Warffum een boortoren van de Nederlandse Aardolie Maatschappij, de NAM, door actievoerders werd bezet. Op 25 januari 1977 beklommen vijf actievoerders, waaronder een journalist en een fotograaf van de Nieuwe Revu, het bouwwerk, op de grond ondersteund door enkele tientallen actievoerders.

In de jaren zeventig overwoog het kabinet-Den Uyl (1974-1977) serieus om radioactief afval op te slaan in zoutkoepels in Noord-Nederland. Behalve de Drentse plaatsen Anloo, Schoonloo en Gasselte waren ook de Groningse dorpen Onstwedde en Pieterburen in beeld. De bevolking in Noord-Nederland was fel tegen. Gemeenteraden en Provinciale Staten keerden zich tegen de kabinetsplannen. De anti-atoombeweging floreerde.

Atoomtegenstanders uit Pieterburen vermoedden dat de NAM vanuit een proefboorlocatie in Warffum stiekem onderzoek deed naar de opslagmogelijkheden voor radioactief afval in de zoutkoepels onder Pieterburen, een kilometer of acht westwaarts. De vijf actievoerders klommen met proviand voor een dagenlang verblijf in de 34 meter hoge boortoren, tot stomme verbazing van de NAM-werknemers en de plaatselijke autoriteiten. Na een bezetting van tien uur in regen en windkracht 9 stapten ze in een hoogwerker van de Mobiele Eenheid. Actie ten einde.

Eind 2011 verscheen de roman Torenval van Jan Folkerts. Folkerts was de journalist, die in 1977 de boortoren bezette. De huidige gemeentesecretaris van het Friese Littenseradiel beschrijft in zijn debuutroman zijn werkzaamheden voor de linkse familieweekblad Nieuwe Revu, dat in die jaren veel aandacht schonk aan de anti-atoombeweging en niet terugdeinsde voor “participerende journalistiek”.

Torenval biedt een mooi beeld van de activistische sfeer van de tweede helft van de jaren zeventig. De roman leest als een sleutelroman, waarin voor de “gemiddelde milieuactivist uit Warffum en omgeving”(pff, wie is dat?) wel een paar hoofdpersonen “ontsleuteld” kunnen worden. Wat dan opvalt is de continuïteit. Niet alleen deelt de anti-atoomonderzoeker Marc van Dam nog steeds zijn enorme kennis over energievraagstukken met de milieubeweging, maar dan onder eigen naan. Ook Pieterburen voert in feite nog dezelfde actie. Nu tegen de Franse energiegigant EDF, die de zoutkoepels onder het dorp voor gasopslag wil misbruiken.

Frappant is dat ook de huidige Pieterbuurster actievoerders vrezen dat EDF met een dubbele agenda werkt en in werkelijkheid radioactief afval onder het dorp wil opslaan. Pieterburen Tegengas als erfgenaam van de Atoom Alarmgroep Pieterburen.

Niet overal in Torenval is duidelijk waar de factie eindigt en de fictie begint. Op donderdag 25 januari komt Jan Folkerts in de bibliotheek in Warffum om de 35e verjaardag van Occupy Warffum met een lezing te vieren.

Erik de Graaf

Harrie Winteraeken

Harrie Winteraeken

GR

CDA mag uitgangspunten niet weer gebruiken als dekmantel.

Het CDA heeft dit weekeinde zijn nieuwe uitgangspunten en toekomstvisie gepresenteerd. ‘Radicaal voor het midden’ is de bijbehorende slogan. Goed gekozen. Radicaal in de geest van terug naar de oorsprong, de wortels van het CDA. Radicaal zijn is niet nieuw. We kenden de al voor een belangrijk deel uit de Katholieke Volkspartij (KVP) voortgekomen Politieke Partij Radicalen (PPR), die later in GroenLinks is opgegaan. De PPR was radicaal omdat ze ‘ingrijpende hervormingen’ wilde.
Het CDA hoort echter in het midden thuis. De nu gepresenteerde visie is niet vernieuwend. Beetje oneerbiedig: ‘oude wijn in nieuwe zakken’. Veel uitgangspunten zijn alleen herschreven in een wat moderner taalgebruik. En ook het huidige verkiezingsprogramma bevat al veel van het gedachtegoed dat nu weer wordt geuit. Maar de visie contrasteert wel met de huidige CDA-politiek.

Het CDA moet wel radicaal veranderen. Niet zozeer wat de politieke uitgangspunten betreft, maar meer zijn dagelijkse politiek. Op dit moment is het CDA geen middenpartij. Rechts heeft de macht overgenomen binnen het CDA. Maar de deelname aan het gedoogkabinet Rutte heeft gezorgd voor een verdere teloorgang van de partij. De partij volgt op hoofdthema’s niet haar eigen uitgangspunten. Ze doet veel te veel water bij de wijn. Het CDA is niet trouw aan zichzelf. Dat rekent de kiezer het CDA aan.

Als het CDA het vertrouwen van veel kiezers wil terugwinnen, dan zal het moeten handelen conform zijn eigen doelstellingen. Hoe eerder, hoe beter. De kiezer zal het CDA niet geloven op basis van mooie standpunten in een klein boekje, maar op de politieke besluiten. Daar zit het CDA in een spagaat. Als het CDA zo doorgaat dan zal de kiezer de mooie uitgangspunten al weer snel zijn vergeten en zich hoogstens nog herinneren hoe onbetrouwbaar het CDA is ten opzichte van de eigen idealen. Het CDA zal dus moeten bewijzen dat het radicaal wil veranderen.

Als het CDA daadwerkelijk wil breken met de huidige politiek en het bijbehorende imago, dan zal dat radicaal moeten. Het is zeker niet genoeg als de huidige gezichten alleen maar een ander verhaal vertellen. Dat is een niet geloofwaardig ‘zoals de wind waait, waait mijn jasje’.
De hele politieke top moet worden vernieuwd. Iedereen die dit gedoogkabinet van harte ondersteunt en die het CDA profileert in het Kabinet en Tweede Kamer, zal moeten plaatsmaken. Alleen zo geeft het CDA een duidelijk signaal dat het menens is, dat de daad ook bij het woord wordt gevoegd. Daarbij lijkt het wijs om ook het harde, hanige imago van de huidige invloedrijke CDA'ers te veranderen in een politiek handelen met meer ‘vrouwelijke’ karaktertrekken.
Als in de toekomst de op zich aansprekende uitgangspunten weer worden gebruikt als dekmantel voor te rechts handelen, dan is dat waarschijnlijk de doodsteek voor dit CDA. Dan kan de partij zich beter opsplitsen in een sociaal-christelijke partij en een rechtse partij.

Het menu: Homo’s

In het menu, niet op voorpagina, brandenburger tor, coc, gay krant, henk krol, homo's, homohuwelijk, homoseksuelen, en meer.
Twee tongende jongemannen vlakbij de Brandenburger Tor in Berlijn. Dat zie je als je kijkt naar het monument ter nagedachtenis van de omgebrachte homoseksuelen (m/v) in Nazi-Duitsland (1933-1945). Naast een moderne glazen zuil met een officiële tekst, die de vervolging herdenkt, staat een grijze pilaar. Als je door het glas in het midden van de pilaar kijkt, zie je de tedere filmscène. Het monument is voor Nederlandse begrippen progressief. In Amsterdam heb je de roze driehoek. Velen weten niet eens dat dit een gedenkplaats voor homo-emancipatie is. De maatschappelijke positie van homoseksuelen is slecht - daar verandert de gayparade niets aan. Henk Krol, de oprichter van de Gay Krant, vindt dat de belangenorganisatie voor homoseksuelen, het COC, overbodig is geworden. De club heeft haar doelen, waaronder het homohuwelijk, immers bereikt. Uit onderzoek blijkt dat het vies tegenvalt met de homo-acceptatie. Als lesbiennes elkaar in het openbaar zoenen, worden ze regelmatig beschimpt of aangevallen. Onlangs heeft de Tweede Kamer pas na lang soebatten ingestemd met het verplichtende karakter van de lesstof over homoseksuelen op alle middelbare scholen. Zodra het over homo´s gaat, vergeten politici dat ze artikel 1 van de grondwet, dat stelt dat niemand mag worden achtergesteld om zijn seksuele geaardheid, moeten verdedigen.

vrijdag, 20 januari 2012

Henk Daalder

Henk Daalder

Linkedin Twitter

Initiatiefwet Mooi Nederland van PvdA, GroenLinks en D66, met Mooie Windparken

In duurzaam, guldenlijn, politiek, d66, groenlinks, landschap, mooi nederland, oba, pvda, en meer.
De progressieve partijen komen met een initiatiefwet om de Natuur te beschermen.  En ze noemen de wet “Mooi Nederland.  As maandag is er een symposium over in de Tweede Kamer.  In een Mooi Nederland gaan de komende jaren ook vele … Lees verder

John Swelsen

John Swelsen

Hyves Linkedin Twitter

Waar zit de ruimte in het Lenteakkoord?

GroenLinks-voorzitter Joop Ouborg heeft de collegepartijen opgeroepen om de uitgangspunten van het collegeakkoord van SP, VVD, GroenLinks en D66 nader te bediscussieren. Het gaat dan met name om de financiële afspraken. De vraag is waar liggen de mogelijkheden?

De financiële spelregels van het Lenteakkoord zijn voor een groot deel in beton gegoten doordat geld van de Rijksoverheid voor specifieke doelen is bestemd. Geld dat is gelabeld en bijvoorbeeld voor uitkeringen is bedoeld mag niet worden gebruikt om stoeptegels te leggen. Verder sluit ik uit dat het tekort op de begroting verder kan oplopen, dat zou de gemeente Arnhem ernstig in de problemen kunnen brengen. Als die elementen uit het akkoord worden gefilterd blijven er een drietal afspraken over waar de discussie zich dan op zou kunnen toespitsen.

Drie afspraken
Ten eerste de gemeentelijke belastingen, de onroerend zaak belasting en rioolheffing. In het akkoord staat dat deze niet meer dan de gemiddelde prijsstijging in Nederland mogen stijgen. Het college heeft de Arnhemse burger voorgehouden dat men wil voorkomen dat deze meer aan de gemeente gaat betalen.
Een tweede afspraak is dat wethouders hun eigen begroting op orde hebben. Hogere kosten of tegenvallende uitgaven moeten binnen de eigen begroting worden opgelost.
Tenslotte worden financiële meevallers in principe niet gebruikt voor nieuwe uitgaven maar om tegenvallers op te lossen of te reserveren voor toekomstige tegenvallers.

De laatste voorwaarde is naar mijn inschatting het minst explosief, maar helaas ook het minst voor de hand liggend. De verwachting is dat op allerlei deelterreinen de kosten zullen oplopen en er mogelijk eerder met tegenvallers dan op meevallers gerekend moet worden.
De eerste twee mogelijkheden doornemend rijst de vraag of de VVD en de strenge rekenmeester Leisink (wethouder Financiën, D66) hier veel voor voelen. Indien GroenLinks en SP echter hun sociale gezicht willen redden is het wel noodzakelijk om ergens rek te vinden in de begroting. Het bezuinigingspakket van 25 miljoen, waarvan twee miljoen ten koste van armoedebeleid, is met veel pijn en moeite tot stand gekomen.
Het zal derhalve creativiteit en durf vragen om middelen vrij te maken voor sociaal beleid. Daarbij bestaat natuurlijk ook de mogelijkheid om steun te zoeken bij de oppositie, waarbij naast PvdA, CDA en ChristenUnie ook de lokale fracties blijk hebben gegeven van een sociale inborst. Het liberale blok van VVD en D66 is in de Arnhemse gemeenteraad in de minderheid.

De tweede helft
De tweede helft van de collegeperiode gaat over een paar maanden in. Dan zijn de verkiezingen van 2014 dichterbij dan de datum van het akkoord. De ervaring leert dat dit altijd zijn weerslag heeft op coalities. Partijen willen met een positief verhaal naar de kiezer.
Het wachten is nu op de reactie van de andere partijen.

Geschreven voor ArnhemDichtbij

donderdag, 19 januari 2012

Harmen Binnema

Harmen Binnema

Last.fm Twitter

Compassie

In spanning wachten velen binnen, maar zeker ook buiten het CDA, op de uitkomsten van het Strategisch Beraad. Eén groep maakt zich alvast zorgen en wel over het begrip ‘compassie’ dat door Jacobine Geel (net als partijvoorzitter Ruth Peetoom een theologe) centraal gesteld zou worden. Opvallend genoeg pleitte voorzitter Ruard Ganzevoort bij het jubileum van de Linker Wang ook al voor politiek met compassie als nieuw uitgangspunt voor linkse door het geloof geïnspireerde politiek. Ik hoef er niet bij te vertellen dat hij eveneens theoloog is. Ik moet er wel bij zeggen dat ik toen enige aarzelingen had, al was het maar vanwege het feit dat Bush jr. zich in de presidentiële race van 2000 als ‘ compassionate conservative’  presenteerde. Een ideologie waarin de overheid zich zoveel mogelijk terugtrekt, maar in alle hardheid nog een klein zacht randje heeft.

De angst van het groepje CDA’ers was dat compassie te veel de nadruk zou leggen op afhankelijke en zielige mensen, terwijl het CDA onder Balkenende al die jaren toch ‘eigen verantwoordelijkheid’ had gepredikt. De redenering klonk ongeveer zo: wie het heeft over compassie, kan geen PGB meer afschaffen of Mauro terugsturen naar Angola. Best wel lastig voor de twee CDA-bewindslieden die deze twee pittige dossiers onder hun hoede hebben. Compassie was volgens deze leden prima als levenshouding, maar niet als politiek richtsnoer. Een beetje zoals anderen zeggen dat religie prima is, zolang je dat maar thuis of in de kerk doet, maar er niet het publieke domein mee betreedt.

Om twee redenen vind ik de afwijzing van compassie merkwaardig. De eerste is dat het een uitgangspunt is en geen dwingend voorschrift. In concrete situaties zal compassie toegepast moeten worden en daarin kan een ieder zijn of haar individuele keuzes maken. In die zin is compassie niet anders dan solidariteit of rentmeesterschap: wat het betekent, volgt niet uit het begrip zelf, maar blijkt uit het feitelijke handelen van degenen die zich door deze uitgangspunten laten leiden. De tweede reden heeft te maken met de letterlijke manier waarop compassie vaak lijkt te worden uitgelegd: als medelijden, waarbij de associatie met hulpeloos en zielig al snel is gelegd. Eigenlijk is het – zeg ik als (achter)(achter)(klein)zoon van theologen – mooier en beter om over mededogen te spreken. Compassie ligt dan heel dicht bij naastenliefde, solidariteit, omzien naar de ander. Daarmee wordt de relatie ook gelijkwaardig en minder in simpele tegenstellingen als de slimmerd en de sukkel, de rijke en de arme, de geslaagde en de mislukte. Mededogen is meevoelen met de ander, je in hem of haar verplaatsen, je echt verbonden voelen.

Als dat compassie is, past het volgens mij prima in het gedachtegoed van GroenLinks én van het CDA. Wat zou het mooi zijn als compassie helpt om de gure rechtse wind uit het CDA weg te blazen. Wie weet staat dan onverwacht een nieuwe lente voor de deur.

Menno Slaats

Menno Slaats

Hyves Last.fm Twitter DWARS

Op pad met Arno Uijlenhoet, kandidaat-voorzitter GroenLinks

Op 11 februari zal er tijdens het congres van GroenLinks een nieuwe voorzitter gekozen worden.  De leden kunnen kiezen uit twee kandidaten. Namelijk Arno Uijlenhoet en Heleen Weening.

Na een periode van ongeveer 6 jaar gaat Henk Nijhof de leiding overdragen aan een van de twee kandidaten.

Door mijn ervaring als lid van het permanent promotieteam van GroenLinks landelijk en de campagne van GroenLinks Brabant tijdens de Provinciale Statenverkiezingen ben ik door Arno Uijlenhoet gevraagd om mee te helpen in zijn 'campagneteam'.

De websites van beide kandidaten had ik al bekeken en ik ben dan ook blij dat ik de kandidaat die mijn voorkeur heeft kan helpen met zijn campagne.

Waarom Arno mijn voorkeur geniet, omdat hij geen keuze maakt tussen D'66 of de SP, maar gebruik wil maken van alle progressieve krachten. Hij lijkt ook steviger op te kunnen treden bij zaken zoals Kunduz, waarbij de fractie de leden 'vergat' te informeren en te peilen.  Maar ook meer wil inzetten op de kracht van de partij zelf, waarbij andere partijen afhankelijk worden van ons, in plaats van dat GroenLinks afhankelijk wordt van andere partijen.

Zo wil hij alsnog een bijeenkomst beleggen voordat er een besluit genomen gaat worden over een eventuele uitbreiding van de civiele politiemissie in Kunduz. Want de leden zijn de besluitvorming over Kunduz nog steeds niet te boven.

Maar Arno wil ook meer de groene kant van GroenLinks weer meer naar voren brengen, iets wat redelijk op de achtergrond is geraakt door de sociale kant van GroenLinks.

IMG_3842

De start van de campagne was min of meer bij het driekoningen gala van DWARS in Utrecht. In de U-bar op de Oudegracht, werden Arno en Heleen aan de tand gevoeld door Jojanneke Vanderveen, voorzitter DWARS. Helaas bleek de geluidsinstallatie niet van goede kwaliteit te zijn en moesten de kandidaten op de bar gaan zitten om de microfoon te kunnen gebruiken. Na het algemene gedeelte kregen de kandidaten ook de kans om de DWARS leden persoonlijk aan te spreken. De DWARS leden maakten hier veelvuldig gebruik van en diverse vragen en stellingen kwamen voorbij.

IMG_3846

Na de 'start' van de campagne werden ook de nieuwjaarsborrels van diverse lokale GroenLinks afdelingen bezocht. Zo zijn we ook op bezoek geweest bij de nieuwjaarsborrel van GroenLinks Tilburg.

Na een korte speech van de wethouder en fractievoorzitter, konden de aanwezige GroenLinks leden de voorzitterskandidaten persoonlijk benaderen.

IMG_3897 IMG_3895

Maar ook tijdens algemene ledenvergaderingen kregen de voorzitterskandidaten de kans om zich te presenteren aan de GroenLinks leden.

Zo hebben we een alv bezocht in Leeuwarden waar natuurlijk ook de vraag kwam, hoe in de toekomst om te gaan met Kunduz. Iets wat bij elke afdeling ter sprake komt, een punt waar de GroenLinks leden nog steeds mee bezig zijn.

Maar ook de keuze, primair inzetten op regeren, of uitgaan van onze eigen idealen en dan mogelijk regeren als het uitkomt.

_MG_3948 

Het is leuk om te zien dat er telkens zoveel mensen komen opdagen, ondanks dat de verwachtingen van de afdelingen zelf, stukken lager zijn.

_MG_3979

De leukste bijeenkomst tot nu toe, vind ik de bijeenkomst in Leiden. Daar was voorafgaand aan het programma een nieuwe ledenbijeenkomst en aansluitend een interactief gedeelte met de kandidaat-voorzitters.

Ze kregen eerst de kans om zich voor te stellen, waarna er stellingen kwamen. De aanwezige leden konden dan kiezen uit voor of tegen.

"Een partij van en door leden met lange termijn visie" of een "partij voor en door kiezers met korte termijn visie, inspelen op de waan van de dag". Het merendeel gaf aan voorstander te zijn van de eerste stelling, ongeveer 5 personen gaf toch aan meer te zien in een kiezerspartij, aangezien die toch je winst leveren in de Tweede Kamer.

_MG_4040

_MG_4033_MG_4030

Maar ook stellingen zoals "Jolande Sap moet opstappen" kwamen voorbij. Hier bleken voorstanders voor te zijn, met als redenen dat ze gefaald zou hebben tijdens de besluitvorming van Kunduz en het 'gedoe' rondom Mariko Peters.

Telkens stonden Arno en Heleen aan dezelfde kant van de zaal bij de stellingen. Toen de stelling kwam "Groen of Links" gaf dat een verschil qua standpunten van de kandidaten. Waar Arno meteen Groen koos, koos Heleen voor het midden, aangezien ze Groen en Links bij elkaar vond horen en dus niet kon kiezen.

Het was een erg leuke bijeenkomst, waarbij alle leden betrokken werden en zo interactief hun mening kunnen geven.

De campagne gaat nog op volle toeren verder naar Eindhoven, Groningen, Utrecht, Rotterdam en als hoogtepunt natuurlijk 11 februari tijdens het congres in Utrecht!

Alle foto's van de bijeenkomsten kun je vinden op: Picasaweb

Wordt vervolgd!

Ashley North

Ashley North

Hyves DWARS

Als een boer met kiespijn: de vrije tandartstarieven

In bezuinigingen, kabinet rutte, sociaal, zorg, edith schippers, mondverzorging, vrije tandartstarieven, buitenland, huis, en meer.

Sinds het begin van het nieuwe jaar mogen tandartsen in heel Nederland vrije tarieven hanteren voor alle behandelingen binnen de mondverzorging. Minister Edith Schippers (VVD) van Volksgezondheid mogen ze daarvoor hartelijk bedanken. Vanuit het volk zal het aantal steunbetuigingen echter beduidend minder zijn. Wij worden immers aanzienlijk de dupe van dit “experiment” van het kabinet-Rutte.

Wat wil de minister eigenlijk met haar proefballon bereiken? Belangrijke doelen zijn dat de serviceverlening verbetert, er innovatie komt en een ruimer assortiment aan producten beschikbaar wordt. Op zich mooie doelen. Maar het zijn niet de enige die Schippers stelt om het experiment te laten slagen. De prijzen mogen niet te veel stijgen, de toegankelijkheid mag niet in het geding komen en er moet een evenwichtige verhouding tussen tandartsen en zorgverzekeraars ontstaan. En precies op deze drie punten falen de vrije tandartstarieven genadeloos.

Het nieuwe beleid creëert namelijk via deze drie voorwaarden nu al, nog niet drie weken na de start ervan, grote problemen. Neem de prijsstijgingen. Twee veelvoorkomende behandelingen van de tandarts zijn het plaatsen van vullingen en het zetten van kronen. Juist deze vormen van verzorging ondervinden nu al duidelijk prijsstijgingen. Zo blijkt uit onderzoek van de Verzekeringssite.nl dat 87% van de tandartsen over het gemiddelde van €38,- heen gaat, dat zorgverzekeraars maximaal vergoeden voor vullingen. Met het plaatsen van kronen gaat het zelfs nog verder. Maar liefst 95% van de gebitspecialisten overschrijdt hier het verzekerde gemiddelde van €236,85. Daar zitten uitschieters bij van €349,- per kroon. In dat geval komt het er dus op neer dat een consument, los van zijn verzekering, uit eigen zak nog eens €112,15 mag bijleggen. Het eerste probleem is dus een feit: er vinden door de vrije tandartstarieven onevenredige prijsstijgingen plaats.

Doordat verzekeraars dankzij het nieuwe beleid met maximumvergoedingen kunnen werken, hoeven ze lang niet meer het volle pond te vergoeden. Hierdoor neemt de toegankelijkheid van de mondverzorging zienderogen af, het tweede probleem. Immers, alleen als de behandeling onder de maximumvergoeding blijft óf als de tandarts van dienst een contract met dezelfde van één van de 27 beschikbare zorgverzekeraars als de consument heeft afgesloten, hoeft de consument niet extra te betalen. In veel gevallen komt het er echter dus op neer dat met de forse prijsstijgingen de burger wel meer geld kwijt is. Zeker in economische tijden als dezen verslechtert dit de toegankelijkheid van de tandheelkunde ernstig.

Bij deze twee problemen blijft het echter niet. Het derde grote probleem is dat de vrije tandartstarieven juist averechts werken voor een evenwichtige balans tussen tandartsen en zorgverzekeraars. Zoals ik hierboven al aangaf zit het overgrote deel van de tandartsen (soms ver) boven de maximumvergoeding van de zorgverzekeraar. Hierdoor groeien de reële prijs en de vergoede prijs steeds meer uit elkaar. In plaats van een balans ontstaat er dus een wanverhouding.

Al binnen drie weken tijd blijk het proefkonijntje van Schippers dus in feite een faalhaas te zijn. De problemen zijn namelijk inherent aan het nieuwe beleid. Door de vrijgave van de tarieven hebben tandartsen vrij spel gekregen en kunnen ze onbelemmerd de prijzen verhogen. De instelling van de minister dat “de tandartsen en de zorgverzekeraars zelf tot een oplossing moeten komen”, is dan ook onthutsend en behoorlijk naïef. Geen van beide partijen zal daar economisch of financieel gewin bij hebben. Voordat het beleid werd ingevoerd kon de overheid nog controleren dat de tandartsprijzen in lijn moesten liggen met de vergoedingen van de verzekeraars. Nu is die stok achter de deur weg.

De doeltreffendheid van het nieuwe beleid is dan ook ver te zoeken. De drie genoemde belangrijke voorwaarden om het beleid te laten slagen worden niet gehaald en zullen ook niet gehaald worden. Schippers kan dan ook maar zo snel mogelijk stoppen met haar experimentje. Dat is beter voor de consument en voor de tandarts. Anders zal het, onlangs door Metro aangekaarte, stijgende aantal Nederlanders dat in het goedkope buitenland tandartspraktijken bezoekt nog forser gaan groeien. Ver van huis laten landgenoten dan steeds meer hun mondverzorging uitvoeren, terwijl onze tandartsen verder van huis raken dan met de regulering van tandartsprijzen.



dinsdag, 17 januari 2012

Jan Hoek

Jan Hoek

Linkedin GR

GroenLinks is er

Het was een succes, maar er waren geen GroenLinksers. Hoe vaak hoor je het niet en lees je het niet. Of er nou gedemonstreerd werd tegen de afbraak van het openbaar vervoer, gestaakt met de schoonmakers of werk onderbroken met de huisartsen, de hamvraag is waar de GroenLinksers nou weer waren. Het is een terechte vraag.

PvdA-ers en SP-ers hebben mooie jassen, body-warmers en petjes. Smaakvol vormgegeven in mooie partijkleuren. Ze hebben enorme ballonnen bij zich, waar echt gas in zit, zodat ze hoog boven de menigte uitzweven. De ballonnen, niet de PvdA-ers of SP-ers. Er zijn auto’s, grote bestelbussen vaak, die van partijwege de demonstratie ondersteunen met folders, gadgets, rozen en warme koffie of soep. Om kort te gaan, degelijk links legt zijn frontsoldaten in de watten.

En wat zet vrijzinnig links daar nou helemaal tegenover? Jassen die er – als ze al kleur hadden – na één keer wassen ronduit verschoten uit zien. Witte regenkleding die op geen enkele manier beschermt tegen wat voor nattigheid dan ook , maar die ook als ze van uitstekende kwaliteit zou zijn geweest niet herkend kan worden als van GroenLinks omdat de omvang van het logo eigenlijk alleen in millimeters kan worden uitgedrukt. En dat allemaal in de maten XXS, XS, S en M, zodat partijgenoten van formaat er niet eens in passen.
Gadgets die er zijn, moet je eerst zelf in elkaar zetten. Van de vijf pennen die de partij ter beschikking stelt, weigeren er twee onmiddellijk dienst en één na een middag schrijven. De ballonnen moet je zelf opblazen, zodat je ze achter je aan sleept in plaats van vrolijk boven je hoofd ziet vliegen. Om de ballon mee te voeren wordt bovendien slechts sisaltouw van tweede kwaliteit ter beschikking gesteld, zodat het er letterlijk houtje touwtje uit ziet.

Toch is dat niet eens werkelijk het probleem. Het werkelijk probleem is het karakter van de GroenLinkser. In de uitnodiging die mij en partijgenoten dringend maande naar Nijmegen af te reizen om aldaar de “Een Ander Nederland” nieuwjaarsreceptie op te luisteren, bevatte ook instructies met betrekking tot de zichtbaarheid. Na binnenkomst moesten wij ons bij een balie melden, en dan zou ons een button ter beschikking worden gesteld. Los van het feit dat ik de hele balie nooit heb gevonden; een button! Er zijn jassen, bodywarmers, t-shirts, petjes, hoodies en wat doet GroenLinks? GroenLinks doet een button!

Het kan niet anders, of het is genetisch. De GroenLinkser wil het gewoon niet. Het helpt niet dat zijn partij altijd rommel ter beschikking stelt, maar dat kan niet enige zijn. GroenLinksers kunnen zich eenvoudigweg niet tooien met partij-parafernalia. Als ze er een mooi verhaal van willen maken, verwijzen ze naar hun individualisme, maar ik denk dat ze er gewoon te beroerd voor zijn. Ik ook. Dus als u binnenkort bij een demonstratie voor/tegen het één of ander een dikke man met een groot kaal hoofd ziet, dan weet u nu: GroenLinks is er.

Aantal berichten op deze pagina: 30. De berichten op deze pagina zijn niet ouder dan 390 uur (16,2 dagen). Berichtgemiddelde: 1,8 bericht per dag, 12,9 per week.

Volgende pagina

Pagina: 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10