maandag, 23 januari 2012

Jeroen van Rossum

Jeroen van Rossum

Twitter

Linkse Lente?

In politiek, bezuinigingen, cda, cohen, conservatief, crisis, eurofiel, europa, gedoger, en meer.

In het weekend dat PvdA en CDA hun congressen hielden, werd Emile Roemer wakker met een cadeautje. Voor het eerst in de geschiedenis was de SP de grootste in de peilingen. De roerganger van de SP heeft een mooie virtuele winst binnengepraat. Kiezers van PvdA en PVV zijn het erover eens. Na alle Pimmen, Rita’s en Geerten, is Emile Roemer nu dé man voor de zwevende stem. Tweeëndertig virtuele zetels mocht hij bezetten volgens peilend orakel Maurice de Hond. Volgens het onderzoek van trekt de SP onder Roemer vooral kiezers met een laag inkomen, en haalt ze weg bij Wilders’ PVV.

Volgens Emile komen zijn nieuwe kiezers van de PVV, omdat ze daar eindelijk door beginnen te krijgen dat Geert Wilders de ene na de andere belofte breekt. Job Cohen is ondertussen dolblij en helemaal niet zurig over het nieuws van Maurice de Hond. Hij ziet de stemmen van de PVV graag naar de SP verdwijnen. En wat betreft de Partij van de Arbeid zelf; die gaat het minderheidskabinet van Rutte en Verhagen in zijn sop laten gaarkoken de komende maanden. Als de PVV het af laat weten, moeten ze maar nieuwe verkiezingen uitschrijven, luidt het devies. En dan volgt er vast een heerlijk warm bad van linkse samenwerking…

Het is echter nog maar de vraag of Cohen daar zo blij moet zijn. Want hoewel Geert en Emile het stellig zullen ontkennen, zijn de PVV en de SP wel degelijk verwante partijen. De kiezers stappen niet voor niets zo makkelijk over de links-rechts-grens. Geert mag nog zo’n hekel hebben aan alles wat riekt naar links, en Emile Roemer kan zich nog zo verontwaardigd voelen door het bruuske taalgebruik van de gemiddelde PVV’er, we hebben het over twee partijen die – op het standpunt van immigratie en ontwikkelingssamenwerking na – meer met elkaar gemeen hebben dan ze voor doen komen.

De SP en PVV zijn beiden een partij voor boze, behoudende en zelfs verontwaardigde kiezers, waar we er steeds meer van lijken te hebben. Kiezers die denken ‘het Volk’ te zijn, en te weten wat ‘het Volk’ wil. Kiezers die politici te pas en te onpas voor zakkenvullers uitmaken. Kiezers die Europa het liefst morgen torpederen, zonder zich ook maar een minuutje druk te maken over de mogelijke gevolgen voor hun portemonnee. Kiezers die zich überhaupt niet graag verdiepen in ingewikkelde materie, maar aan een paar rake oneliners genoeg hebben om hun waardevolle stemrecht in het stemhokje te verzilveren. Kiezers die bovenal graag overal “nee”op zeggen…

Het lijkt mij tijd, dat niet alleen de politici van PvdA (en CDA), maar ook GroenLinks zich eens achter de oren gaan krabben. Want als dit zo door gaat, bereiken PVV en SP samen bij de volgende verkiezingen meer dan 50 zetels, of misschien zelfs het pluche. En het is leuk, al dat gepraat over een linkse lente, maar of de SP die lente gaat brengen, waar deze eurofiele partijen op zitten te wachten? Het lijkt mij niet. Met een stevige SP én PVV in de Tweede Kamer zijn we nog verder heen dan nu. Hoe conservatief wil je het hebben?

Het wordt tijd dat PvdA en GroenLinks eens wat harder roepen wat ze willen. En het wordt tijd om dat gefilosofeer over een linkse samenwerking eens te laten, en het eigen geluid over het voetlicht te brengen, desnoods in extreme jip-en-janneketaal. Ik zou PvdA en GroenLinks graag in een volgend kabinet zien. Maar een kabinet met de SP, daar zit ik nu net niet op te wachten…


zondag, 22 januari 2012

Tom Louwerse

Tom Louwerse

Twitter

Motie-inflatie?

In cda, cijfers, gegevens, partijen, regering, pvdd, sp, spreken, tweede kamer.

Afgelopen week publiceerde de Tweede Kamer haar jaarcijfers.Opvallend was de stijging van het aantal ingediende moties. In 2010 werden nog ‘maar’1734 moties ingediend; vorig jaar waren dat er ruim 3679, ruim een verdubbeling. Dat pastgoed in het beeld van ‘motie-inflatie’: de Kamer zou het motie-instrument zo vaak gebruiken dat het bot aan het worden is. Maar is de stijging echt zo enorm?

De cijfers over de laatste zes jaar laten inderdaad een stijging zien van het aantal ingediende moties. Onderstaande grafiekkomt uit het rapport van de Tweede Kamer. Daarbij valt op dat 2010 eigenlijkeen relatief rustig jaar was. De verdubbeling die tussen 2010 en 2011 zichtbaarwordt is dus niet representatief voor de trend van de afgelopen jaren: die waswel stijgend, maar niet zo sterk. In vijf jaar tijd steeg het aantal ingediendemoties van 1170 tot 3679, dat is zo’n 500 moties per jaar.

Moties in de Tweede Kamer
bron: Jaarcijfers Tweede Kamer


Deze stijging heeft echter ook te maken met het aantalpartijen dat in de Kamer is vertegenwoordigd en de fractiegrootte. Middelgrotefracties dienen de meeste moties in. Dat blijkt uit een regressiemodel (zie onderaan) waarinik het aantal moties dat een partij in een bepaald jaar indient verklaar aan dehand van een aantal variabelen: fractiegrootte, coalitiedeelname, jaar enpartij. De gegevens zijn afkomstig uit het rapport van de Tweede Kamer.

Onderstaande figuur geeft het aantal ingediende moties per partij perjaar weer (grijze punten) en het verwacht aantal ingediende moties volgens het model, naar gelang de fractiegrootte (jaar wordt op 2008 gehouden en de partij op de modus).De bovenste, doorgetrokken, lijn geeft het verwachte aantal ingediende motiesvoor een oppositiepartij. Hoe groter de partij, hoe meer moties, tot zo’n 28zetels: dan neemt het aantal ingediende moties weer af. Bij deregeringspartijen is een zelfde verband te zien. Als er dus relatief meermiddelgrote partijen zijn, zoals in de laatste periode, zal het aantalingediende moties toenemen. Dat verband geldt overigens ook als we de SP, inzekere zin een outlier in het modelmet veel ingediende moties, buiten beschouwing laten.

Aantal ingediende moties naar zetelaantal
Lijnen zijn gebaseerd op onderstaand regressiemodel

Het effect van regeringsdeelname is daarnaast zeer sterk: gemiddeldgenomen dient een coalitiepartij bijna 200 minder moties in dan eenoppositiepartij. Dat is niet zo verwonderlijk, gezien het feit dat een motievaak wordt geformuleerd als een opdracht aan de regering. Als het goed is, doetde regering al ongeveer wat de coalitiepartijen willen. Daarnaast zijn effectenvoor individuele partijen te zien. Deze zijn vanwege de beperkte periodewaaruit data beschikbaar is niet statistisch significant, maar aangezien we hierover de populatie spreken is dat hier minder relevant. We zien dat de VVDminder moties indient dan het CDA (die hier als baseline is genomen), enChristenUnie en PvdD duidelijk meer.

De stijging per jaar is, als we voor andere effectencontroleren, minder sterk dan we eerst vermoedden. Gemiddeld genomen zijn er, gecontroleerd voor andere effecten, sinds 2006 elk jaar zo’n 23 moties extra ingediend per partij. In totaal komtdat voor 10 partijen dus uit op zo’n 230 moties. Dat is de autonome stijgingdie we niet aan de hand van andere factoren kunnen verklaren. Dat is nog steedseen behoorlijk aantal, maar ruim de helft minder dan de eerdergenoemde 500. Degrote stijging van het aantal ingediende Kamermoties is dus voor een belangrijkdeel het gevolg van de veranderde politieke verhoudingen, in het bijzonder deversnippering van de Kamer.







Model 1


(Intercept)-61.20
(108.70)
Zetels31.05*
(8.73)
Zetels (kwadraat)-0.50*
(0.17)
Coalitiepartij-195.60*
(44.41)
Jaar (2006=0)23.39*
(7.82)
partijChristenUnie125.75
(97.75)
partijD6653.21
(96.41)
partijGroenLinks26.94
(90.70)
partijPvdA-73.00
(58.70)
partijPvdD75.27
(109.32)
partijPVV42.19
(82.80)
partijSGP-7.39
(107.93)
partijSP41.32
(82.65)
partijVerdonk-1.67
(117.00)
partijVVD-133.12
(74.03)
N64
R20.77
adj. R20.70
Resid. sd85.78


Standard errors in parentheses
* indicates significance at p < 0.05

Afhankelijke variabele: aantal ingediende moties door een partij in een jaar.
Zetelaantal en regeringsdeelname zijn in verkiezingsjaren als gewogen
gemiddelde berekend.

Het menu: Homo’s

In het menu, niet op voorpagina, brandenburger tor, coc, gay krant, henk krol, homo's, homohuwelijk, homoseksuelen, en meer.
Twee tongende jongemannen vlakbij de Brandenburger Tor in Berlijn. Dat zie je als je kijkt naar het monument ter nagedachtenis van de omgebrachte homoseksuelen (m/v) in Nazi-Duitsland (1933-1945). Naast een moderne glazen zuil met een officiële tekst, die de vervolging herdenkt, staat een grijze pilaar. Als je door het glas in het midden van de pilaar kijkt, zie je de tedere filmscène. Het monument is voor Nederlandse begrippen progressief. In Amsterdam heb je de roze driehoek. Velen weten niet eens dat dit een gedenkplaats voor homo-emancipatie is. De maatschappelijke positie van homoseksuelen is slecht - daar verandert de gayparade niets aan. Henk Krol, de oprichter van de Gay Krant, vindt dat de belangenorganisatie voor homoseksuelen, het COC, overbodig is geworden. De club heeft haar doelen, waaronder het homohuwelijk, immers bereikt. Uit onderzoek blijkt dat het vies tegenvalt met de homo-acceptatie. Als lesbiennes elkaar in het openbaar zoenen, worden ze regelmatig beschimpt of aangevallen. Onlangs heeft de Tweede Kamer pas na lang soebatten ingestemd met het verplichtende karakter van de lesstof over homoseksuelen op alle middelbare scholen. Zodra het over homo´s gaat, vergeten politici dat ze artikel 1 van de grondwet, dat stelt dat niemand mag worden achtergesteld om zijn seksuele geaardheid, moeten verdedigen.

vrijdag, 20 januari 2012

Henk Daalder

Henk Daalder

Linkedin Twitter

Initiatiefwet Mooi Nederland van PvdA, GroenLinks en D66, met Mooie Windparken

In duurzaam, guldenlijn, politiek, d66, groenlinks, landschap, mooi nederland, oba, pvda, en meer.
De progressieve partijen komen met een initiatiefwet om de Natuur te beschermen.  En ze noemen de wet “Mooi Nederland.  As maandag is er een symposium over in de Tweede Kamer.  In een Mooi Nederland gaan de komende jaren ook vele … Lees verder

donderdag, 19 januari 2012

Menno Slaats

Menno Slaats

Hyves Last.fm Twitter DWARS

Op pad met Arno Uijlenhoet, kandidaat-voorzitter GroenLinks

Op 11 februari zal er tijdens het congres van GroenLinks een nieuwe voorzitter gekozen worden.  De leden kunnen kiezen uit twee kandidaten. Namelijk Arno Uijlenhoet en Heleen Weening.

Na een periode van ongeveer 6 jaar gaat Henk Nijhof de leiding overdragen aan een van de twee kandidaten.

Door mijn ervaring als lid van het permanent promotieteam van GroenLinks landelijk en de campagne van GroenLinks Brabant tijdens de Provinciale Statenverkiezingen ben ik door Arno Uijlenhoet gevraagd om mee te helpen in zijn 'campagneteam'.

De websites van beide kandidaten had ik al bekeken en ik ben dan ook blij dat ik de kandidaat die mijn voorkeur heeft kan helpen met zijn campagne.

Waarom Arno mijn voorkeur geniet, omdat hij geen keuze maakt tussen D'66 of de SP, maar gebruik wil maken van alle progressieve krachten. Hij lijkt ook steviger op te kunnen treden bij zaken zoals Kunduz, waarbij de fractie de leden 'vergat' te informeren en te peilen.  Maar ook meer wil inzetten op de kracht van de partij zelf, waarbij andere partijen afhankelijk worden van ons, in plaats van dat GroenLinks afhankelijk wordt van andere partijen.

Zo wil hij alsnog een bijeenkomst beleggen voordat er een besluit genomen gaat worden over een eventuele uitbreiding van de civiele politiemissie in Kunduz. Want de leden zijn de besluitvorming over Kunduz nog steeds niet te boven.

Maar Arno wil ook meer de groene kant van GroenLinks weer meer naar voren brengen, iets wat redelijk op de achtergrond is geraakt door de sociale kant van GroenLinks.

IMG_3842

De start van de campagne was min of meer bij het driekoningen gala van DWARS in Utrecht. In de U-bar op de Oudegracht, werden Arno en Heleen aan de tand gevoeld door Jojanneke Vanderveen, voorzitter DWARS. Helaas bleek de geluidsinstallatie niet van goede kwaliteit te zijn en moesten de kandidaten op de bar gaan zitten om de microfoon te kunnen gebruiken. Na het algemene gedeelte kregen de kandidaten ook de kans om de DWARS leden persoonlijk aan te spreken. De DWARS leden maakten hier veelvuldig gebruik van en diverse vragen en stellingen kwamen voorbij.

IMG_3846

Na de 'start' van de campagne werden ook de nieuwjaarsborrels van diverse lokale GroenLinks afdelingen bezocht. Zo zijn we ook op bezoek geweest bij de nieuwjaarsborrel van GroenLinks Tilburg.

Na een korte speech van de wethouder en fractievoorzitter, konden de aanwezige GroenLinks leden de voorzitterskandidaten persoonlijk benaderen.

IMG_3897 IMG_3895

Maar ook tijdens algemene ledenvergaderingen kregen de voorzitterskandidaten de kans om zich te presenteren aan de GroenLinks leden.

Zo hebben we een alv bezocht in Leeuwarden waar natuurlijk ook de vraag kwam, hoe in de toekomst om te gaan met Kunduz. Iets wat bij elke afdeling ter sprake komt, een punt waar de GroenLinks leden nog steeds mee bezig zijn.

Maar ook de keuze, primair inzetten op regeren, of uitgaan van onze eigen idealen en dan mogelijk regeren als het uitkomt.

_MG_3948 

Het is leuk om te zien dat er telkens zoveel mensen komen opdagen, ondanks dat de verwachtingen van de afdelingen zelf, stukken lager zijn.

_MG_3979

De leukste bijeenkomst tot nu toe, vind ik de bijeenkomst in Leiden. Daar was voorafgaand aan het programma een nieuwe ledenbijeenkomst en aansluitend een interactief gedeelte met de kandidaat-voorzitters.

Ze kregen eerst de kans om zich voor te stellen, waarna er stellingen kwamen. De aanwezige leden konden dan kiezen uit voor of tegen.

"Een partij van en door leden met lange termijn visie" of een "partij voor en door kiezers met korte termijn visie, inspelen op de waan van de dag". Het merendeel gaf aan voorstander te zijn van de eerste stelling, ongeveer 5 personen gaf toch aan meer te zien in een kiezerspartij, aangezien die toch je winst leveren in de Tweede Kamer.

_MG_4040

_MG_4033_MG_4030

Maar ook stellingen zoals "Jolande Sap moet opstappen" kwamen voorbij. Hier bleken voorstanders voor te zijn, met als redenen dat ze gefaald zou hebben tijdens de besluitvorming van Kunduz en het 'gedoe' rondom Mariko Peters.

Telkens stonden Arno en Heleen aan dezelfde kant van de zaal bij de stellingen. Toen de stelling kwam "Groen of Links" gaf dat een verschil qua standpunten van de kandidaten. Waar Arno meteen Groen koos, koos Heleen voor het midden, aangezien ze Groen en Links bij elkaar vond horen en dus niet kon kiezen.

Het was een erg leuke bijeenkomst, waarbij alle leden betrokken werden en zo interactief hun mening kunnen geven.

De campagne gaat nog op volle toeren verder naar Eindhoven, Groningen, Utrecht, Rotterdam en als hoogtepunt natuurlijk 11 februari tijdens het congres in Utrecht!

Alle foto's van de bijeenkomsten kun je vinden op: Picasaweb

Wordt vervolgd!

woensdag, 11 januari 2012

Ruard Ganzevoort

Ruard Ganzevoort

Twitter

Wat moeten we met het populisme?

In politiek, analyse, belangrijk, boodschap, burgers, compassie, crisis, cultuur, debat, en meer.

Wat moeten we met het populisme? De vraag verraadt een gevoel van onvrede met hoe in de politiek en samenleving het debat vaak gevoerd wordt. Meestal denkt men daarbij aan bepaalde vormen van populisme en bepaalde groepen die bij uitstek populistisch zijn. Vaak vormen en groepen die ver van ons afstaan, want populisme is ook een beetje een scheldwoord. Er zijn maar heel weinig mensen die zichzelf populistisch noemen. Het lijkt een manier om de ander weg te zetten, zodat je op zijn of haar vragen en argumenten niet in hoeft te gaan. Bovendien hoef je jezelf niet af te vragen of je eigen handelen misschien ook wel populistisch is.

De vraag verraadt ook onzekerheid. Op de een of andere manier lukt het populisten om het debat te beheersen en lijken zij niet gevoelig voor de gangbare argumenten en de regels van het spel. Populisten doen en spreken op een manier die wij zelf niet zouden durven of willen, maar die ons ook machteloos maakt. Als je niet met dezelfde wapens wilt terugslaan, heb je dan nog wel een weerwoord? En tegelijk blijft dan de vraag staan of populisme wel zo erg is, of dat we er misschien wat meer van moeten overnemen.

Ik vind niet dat we populistischer moeten worden en ik vind dat we populisten niet zoveel aandacht moeten geven. Maar om die stelling toe te lichten, is het goed om eerst goed te definiëren wat populisme is en te analyseren hoe en waarom het werkt.

Wat is populisme eigenlijk?

Er zijn veel verschillende definities en theorieën in omloop en dat maakt het moeilijk om een standaardomschrijving te vinden. De kern heeft in elk geval altijd te maken met populus – ‘het volk’. Daar kunnen een paar kenmerken van worden afgeleid. Allereerst gaat populisme om een bepaalde toon en stijl die ‘het volk’ aanspreekt. Of dat echt zo is, is minder belangrijk dan de suggestie die wordt opgeroepen. Als wij op straat ‘effe dimmen’ of ‘doe es normaal, man’ roepen, dan moet dat ook in de Tweede Kamer kunnen. Onherroepelijk brengen toon en stijl ons ook dichter bij de onderbuikgevoelens dan bij de verstandige en verstandelijke argumenten. Populisten schieten liever uit de heup dan dat ze nog eens rustig nadenken over alle facetten van een complexe wereld.

Maar dit is alleen nog maar de vorm. Populisme heeft ook een inhoud. We kunnen ons daar makkelijk op verkijken, want het gaat niet per se over een inhoudelijke politieke filosofie of om kernwaarden van waaruit men politiek bedrijft. De inhoud van het populisme gaat vooral over de visie op het volk. En dan nog specifieker over de relatie tussen het volk en de elite. Populisten wakkeren de kloof tussen volk en elite aan omdat ze hun kracht vinden in het wantrouwen ten opzichte van die elite. Bij de oerbeelden van het populisme hoort de strijd tegen de elite die voortdurend misbruik maakt van de eigen positie, elkaar baantjes en voorrechten toeschrijft en het volk onderdrukt, dom houdt en negeert. In een democratie als de onze betekent dat dat ook politici bij die elite horen. Eens in de vier jaar doen ze alsof wij burgers invloed hebben, maar de rest van de tijd doen ze waar ze zelf beter van worden.

Dit oerbeeld van de elite maakt geen enkel onderscheid. Alle politici, wetenschappers, ondernemers, kunstenaars kunnen erbij horen. Dat ze onderling grote meningsverschillen hebben, doet er niet toe. Ze zijn elite en dus fout. Dat is natuurlijk wel ingewikkeld voor populistische politici, die immers zelf ook midden in dat systeem zitten. Veel populisten zijn gepokt en gemazeld in de politieke arena en de grootste populisten zijn in hun leven soms nauwelijks buiten de politieke kaasstolp geweest. Het is voor hen dan ook de voortdurende uitdaging om zichzelf als buitenstaander te blijven presenteren.

De elite moet bestreden worden, want als die het veld geruimd heeft, kunnen we eindelijk de problemen oplossen. Dat is namelijk helemaal niet zo moeilijk. De elite maakt het expres moeilijk omdat ze op die manier het machtsevenwicht in stand kunnen houden. Maar echte oplossingen zijn veel simpeler. Met gezond boerenverstand kom je veel verder. En als iets niet is uit te leggen aan Henk en Ingrid, dan kan het dus niet goed zijn. Daarom moeten politici veel beter luisteren naar het volk. En als het volk A of B wil, dan heeft de politiek dat maar te volgen. Rechtstatelijke en bestuurlijke zorgvuldigheid doen er dan niet meer toe.

Een ander aspect van populisme is het nationalisme. Dat is niet bij elk populisme even sterk, maar het komt wel vaak voor. Het ‘volk’ is namelijk in de eerste plaats ‘ons volk’. Daarom wordt er ook veel werk gemaakt van de vraag wie er wel en niet bij hoort. Populisten verzetten zich tegen het relativeren van de eigen cultuur en het waarderen van andere culturen. De onze is immers het beste en alle anderen moeten zich aanpassen. Soms neigt dit tot vijanddenken, maar in elk geval spelen angst en bedreigingen een grote rol. Ons volk wordt bedreigd door vreemde machten en de elite is een handlanger van die vijand. We worden door hen verkwanseld en als we hen geen halt toeroepen, raken we alles kwijt wat we hadden. Bij die angst horen grote woorden: massa-immigratie, afbraak van de samenleving, cultuurbarbarisme, klimaatverandering, enzovoorts. Er hoort ook bij dat specifieke groepen worden genoemd. Dus niet een wereldwijde economische crisis, maar luie Grieken.

Hoe werkt het?

De grote kracht van het populisme is dat het zelf het volk schept dat het zegt te representeren. De suggestie van populisten is natuurlijk dat ze zeggen wat de gewone man vindt, maar het werkt precies andersom. Het volk gelooft in het verhaal van de populisten. Sterker nog: het volk gelooft dat de populistische leider naar hen luistert. De strijd tegen de elite, de nieuwe polarisatie van links en rechts – met soms wederzijdse haat, het verzet tegen de Islam, het zijn allemaal voorbeelden van een effectieve en agressieve framing door populisten die daarna is overgenomen door ‘het volk’. Tien, vijftien jaar geleden hadden we nog problemen met Antillianen, Marokkanen of Turken, nu met moslims. Is er iets veranderd?  Ja, het populistische frame is veranderd. De werkelijkheid niet. Maar het frame is zo effectief dat het volk het overneemt en vervolgens boos is op partijen die de zogenaamde waarheid niet onder ogen willen zien. Populisme definieert een probleem, creëert een vijand en het verzet daartegen, en presenteert zichzelf als de enige die dat probleem serieus neemt.

Een tweede factor in het hedendaagse populisme is de rol van de media. De strijd wordt niet gewonnen in het parlement maar in de media. Ik heb het gevoel dat we dat vaak onvoldoende beseffen. In mijn naïviteit denk ik nog wel eens dat het debat in bijvoorbeeld de Eerste of Tweede Kamer gevoerd moet worden, maar voor de populist is dat debat een middel en geen doel. Het is een middel om het volk te bereiken en zo de eigen macht uit te breiden. Dat betekent dat het zorgvuldig bespelen van de media minstens zo belangrijk is als feitelijke politieke inhoud.

Een derde factor is het leiderschap. Het verzet tegen het stroperige democratisch systeem betekent soms dat populisten kiezen voor referenda en andere vormen van directe democratie, zoals bij Rita Verdonks wiki-benadering. Een steviger oplossing is echter de charismatische leider die de weg kan wijzen. Niet wachten tot het volk bedacht heeft wat het wil, maar de leider die spreekt namens het volk, of in elk geval mensen dat gevoel geeft. Die leider moet natuurlijk niet bij de elite horen. Hij is geroepen door het volk in nood en heeft daar geen persoonlijk belang bij.

Volgens mij krijgen we beter zicht op hoe populisme werkt, als we daarbij kijken naar de rol van charisma. Dat begrip duidt vanouds op bijzondere kwaliteiten die iemand volgens anderen heeft. In religies gaat het dan bijvoorbeeld om een speciale goddelijke gave. In elk geval worden aan die persoon krachten en inzichten toegeschreven die boven het normale uitgaan en de persoon tot leider maken. Het is echter typerend dat charismatisch leiders meer hebben dan een sterke en soms ondoorgrondelijke persoonlijkheid. Charisma is niet alleen een persoonlijkheidskenmerk, het is ook een strategie. Zo hebben charismatisch leiders in veel gevallen een bijzonder persoonlijk roepingsverhaal of bijzondere omstandigheden waarin ze moeten leven. Die omstandigheden zetten het verhaal immers kracht bij.

Belangrijker nog is dat ze sterk polariserend zijn. Ze scheppen door hun gedrag en woorden groepen voor- en tegenstanders. Aan de ene kant zijn er de aanhangers die zich volledig achter de leider scharen, aan de andere kant zijn er de tegenstanders die hem te vuur en te zwaard bestrijden. Beide, voor- en tegenstanders, dragen bij aan het charisma van de leider. Een charismatisch leider kan niet zonder tegenstanders en elke keer dat hij wordt aangevallen, groeit hij van die energie. Daarom zal hij ook elke aanval uitvergroten en bejammeren om zo de tegenstelling aan te scherpen.

En ten slotte geldt voor de charismatisch leider dat hij ongrijpbaar en onnavolgbaar moet zijn. Geen volstrekt logisch programma, geen volledig consistente boodschap. Met een samenhangende politieke filosofie wordt het leiderschap immers een kwestie van debat en argumentatie. De charismatisch leider versterkt zijn positie doordat iedereen op hem als persoon is gefixeerd. Hij zegt dingen die niet kloppen met wat hij eerder zei, doet dingen die niet horen, doorbreekt de gangbare rationaliteit, zet alles op zijn kop. Niet vanwege de inhoud, maar omdat hij precies daarmee laat zien dat hij de leider is.

Wat te doen?

Met deze analyse wordt duidelijk waarom onze gangbare benaderingen niet werken. Het bestrijden van populisten versterkt hen alleen maar. Het mee-polariseren is precies de energie die het populisme voedt. Negeren is overigens niet beter; een cordon sanitaire betekent alleen maar dat wij bij de oude politiek horen en mensen niet serieus nemen. Wat wel werkt, is minder duidelijk. Ik zoek het in elk geval – op basis van mijn analyse – in het serieus nemen van echte problemen, het sterker vertellen van ons eigen verhaal en in het bieden van hoop. Ik denk niet dat we daarmee een snelle en doeltreffende strategie hebben tegen het populisme, maar wel een routekaart voor hoe we zelf functioneren midden in een populistisch klimaat. Laat ik daar kort nog wat over zeggen.

Allereerst moeten we echte problemen serieus nemen. De Islam bijvoorbeeld is geen probleem en massa-immigratie evenmin. Maar jeugdwerkloosheid bij migranten, huiselijk geweld en discriminatie van vrouwen zijn dat wel. Wij zullen veel onbevangener kritisch moeten durven zijn als het gaat om de schaduwkanten en niet uit angst voor de populisten problemen negeren. Net zo moeten we uitkijken dat we ons niet blindstaren op een populistische angstboodschap over het klimaat, maar wel concrete problemen benoemen en concrete actiemogelijkheden laten zien. Hoe concreter en dichter bij de echte situatie van burgers, des te effectiever. En dat dan niet alleen in de lokale, provinciale, nationale of Europese vergaderzalen, maar ook op straat of waar dan ook in de samenleving mensen tegen die problemen aanlopen.

Daarbij moeten we veel sterker vasthouden aan ons eigen verhaal. Te veel energie gaat verloren met het bestrijden van anderen, waardoor we voortdurend op hun speelveld zitten. Wat we kunnen leren van populisten, is dat zij blijven bij hun eigen verhaal en dat met sterk gekozen frames blijven herhalen. Laten wij ons eigen verhaal uitdragen en daar mensen warm voor maken. Ik vat voor mijzelf dat kernverhaal samen met het woord compassie, een oud woord met grote mogelijkheden voor onze politiek stijl en inhoud. Compassie begint met het besef dat we verbonden zijn met alles en iedereen. Daarom maken we ons druk om de natuur, omdat wij daar deel van uitmaken. Daarom maken we ons druk om de hele mensheid. Compassie betekent dat we ons willen laten raken door de ander. Ook de ander ver weg en ook de klagende ander die hoopt dat populisten de problemen gaan oplossen. Compassie betekent dat we verantwoordelijkheid willen dragen voor elkaar en ruimte willen maken voor het anders-zijn van die ander. Dat verhaal van compassie wil ik steeds weer vertellen en zichtbaar maken in mijn politieke keuzes en in hoe ik met anderen omga. Bij het vertellen van ons verhaal zullen we ook effectiever de media moeten inzetten. Zeker, we willen juist in de parlementaire democratie zaken bereiken, maar we zullen meer dan voorheen het spel ook in de media moeten spelen en daarbij sterke persoonlijkheden inzetten.

Ten diepste denk ik dat we moeten inzetten op een politiek van de hoop. Terwijl populisten energie halen uit angst en woede, moeten wij energie halen uit de hoop. Ik merk dat mensen smachten naar hoopvolle en richtinggevende verhalen. Over hoe waardevol het leven in een plurale samenleving is. Over hoe prettig het is om te leven in harmonie met de natuur. Enzovoorts. Geen zurige verhalen over wat er allemaal niet goed gaat (dat benoemen we concreet en pakken we aan), maar hoopvolle verhalen over hoe het gaat worden. Mensen enthousiasmeren voor een gezamenlijke toekomst.

Nee, ik denk echt niet dat daarmee het populisme verdwijnt. Dat doet het op andere manieren ook niet. Ik denk wel dat we het verlangen dat bij veel mensen leeft, kunnen aanspreken en inzetten voor een politiek die de mooie toekomst dichterbij brengt. We komen alleen maar ergens als we echt onszelf zijn en dat creatief en inspirerend laten zien.

Inleiding voor discussie op de Provinciale Ledenvergadering GroenLinks Drenthe op 11.01.2011


vrijdag, 30 december 2011

Arno Bonte

Arno Bonte

Hyves Twitter GR

Rotterdam volgend jaar vuurwerkvrij

In blogs, de dieren, dieren, groenlinks, oud, oud en nieuw, partijen.


Het enige vuurwerk dat volgend jaar met Oud en Nieuw wordt afstoken zou de vuurwerkshow bij de Erasmusbrug moeten zijn. Dat voorstel doet GroenLinks-fractievoorzitter Arno Bonte. Hij wil dat de rest van Rotterdam vuurwerkvrij wordt. “Rotterdammers hebben recht op een veilige en feestelijke jaarwisseling.”

Bonte pleit voor een ‘modernisering van de vuurwerktraditie’. De vuurwerkoverlast loopt volgens hem steeds meer uit de hand. “Met Oud en Nieuw verandert de stad in een oorlogsgebied. Jaarlijks vallen er honderden slachtoffers en wordt er voor miljoenen euro’s aan maatschappelijke schade aangericht”, zegt Bonte. “Rotterdammers worden te weinig tegen de toenemende vuurwerkoverlast beschermd.”

De GroenLinkser verzamelde drie jaar geleden samen met zijn Haagse collega David Rietveld 65.000 handtekeningen voor een landelijk verbod op consumentenvuurwerk. De Partij voor de Dieren heeft inmiddels een voorstel daartoe ingediend. Een meerderheid van de partijen in de Tweede Kamer heeft echter aangegeven niks in een landelijk verbod te zien. Bonte wil daarom dat Rotterdam de mogelijkheid krijgt om te experimenteren met een veilige jaarwisseling.


woensdag, 28 december 2011

Tom Louwerse

Tom Louwerse

Twitter

Electorale winnaars en verliezers 2011

Het politieke landschap wordt vaak beschreven in termen van winnaars en verliezers. Peilingen spelen daarin een centrale rol: al hun problemen ten spijt, de onderzoeken van Maurice de Hond en Synovate geven een indicatie van de populariteit van politieke partijen. Deze trends spelen vervolgens een belangrijke rol in de perceptie van het succes van de partijen. De kritiek op Cohen zou waarschijnlijk wegebben als de peilingen voor de PvdA wél gunstig zouden zijn, terwijl Roemers positieve imago natuurlijk wordt geholpen door de goede score van de SP in de peilingen.

Wie waren nu eigenlijk de winnaars en verliezers in 2011? Een vergelijking van de peilingen van eind dit jaar met die van eind 2010.

Winnaars
De SP is ongetwijfeld de grootste winnaar van 2011. Volgens het 'Pooling of polls' model dat de cijfers van Synovate en Maurice de Hond/Peil.nl combineert, kreeg de SP eind 2010 nog maar 16 zetels in de peilingen, terwijl de partij nu op 23 staat. Opvallend is wel dat De Hond veel meer zetels toekent aan de SP (28 zetels) dan de Politieke Barometer van Synovate (18 zetels). Zoals meestal het geval is, zijn de trends in de peilingen van De Hond veel sterker de zien dan in die van Synovate. Hoe het ook zij: in beide peilingen wint de SP.

D66 is de tweede winnaar van 2011. De partij stond eind 2010 al op winst in vergelijking met de Tweede Kamerverkiezingen van juni in dat jaar (13 zetels, +3), maar ze wist deze winst dit jaar te vergroten (nu tussen de 15 en 18 zetels, waarschijnlijk 16). Ook D66 doet het beter bij de peilingen van Maurice De Hond/Peil.nl dan in die van Synovate, maar wederom geldt: bij beide peilingbureaus is er sprake van een toename.

De derde winnaar, de Partij voor de Dieren, wint alleen bij Synovate: van 2 zetels in 2010 naar 3 zetels eind dit jaar. Die winst pakte de partij overigens al begin dit jaar, in de periode dat het Kunduz-besluit en de verkiezingen voor de Provinciale Staten speelden. Daarna bleef de partij redelijk stabiel.
Peilingen voor de vijf grootste partijen
De figuur geeft de verwachte percentages voor elke partij met 95% Bayesiaans betrouwbaarheidsinterval, tijdens de verkiezingen (meest lichte balk), een jaar geleden (middelste balk) en op basis van de meest recente gegevens (meest donkere balk). Onder de figuur staan de bijbehorende zetelaantallen; in het zwart staat de meeste waarschijnlijke verwachting, in het grijs staan de hoogste en laagste verwachting (95% vertrouwen). De sterretjes geven aan dat het verschil tussen de meest recente peiling en de betreffende balk statistisch significant is.
Verliezers
Grootste verliezer in 2011 is het CDA, dat van 17 naar 13 zetels zakt in het 'Pooling the polls' model. De afname geldt voor zowel Synovate als Maurice de Hond. De partij verloor vooral na de Provinciale Statenverkiezingen en opnieuw na de Algemene Beschouwingen in september. De terugval is momenteel gestopt, maar 13 zetels blijft een angstwekkend laag getal voor de partij die in 2006 nog de premier mocht leveren.

Voor GroenLinks was 2011 een slecht jaar. Rondom de militaire civiele missie naar Kunduz verloor de partij sterk. Daarna herstelde GroenLinks licht, maar door de affaire-Peters ging het opnieuw mis. Pas in de laatste paar maanden herstelde de partij enigszins en staat ze nu op 8 zetels, nog altijd 3 minder dan vorig jaar.

De VVD stond eind 2010 nog op 36 zetels, maar moet er nu 3 inleveren. Dat zou nog steeds een verbetering betekenen ten opzichte van het verkiezingsresultaat in juni 2010, maar de senior regeringspartij verliest toch iets van haar glans. Hoewel de goedlachse premier zich nog relatief gemakkelijk door lastige dossiers weet te worstelen, moest de Tweede Kamerfractie toch een aantal gevoelige klappen incasseren (bijv. weigerambtenaren, 130 km/u toch niet meteen overal). Het verlies is overigens niet dramatisch: eind 2010 stond de partij op een hoogtepunt, ze zakte het afgelopen jaar slechts een klein beetje weg. 

Peilingen voor de kleinere partijen
Zie toelichting bij vorige figuur

Stabiel
De PVV was in het afgelopen jaar, afgaande op de peilingen, electoraal stabiel. Ze had 25 zetels en houdt die. Dat is een kleine, niet-significante, verbetering ten opzichte van de laatste verkiezingen. Het gaat dus absoluut niet slecht met de PVV, maar veel vooruitgang zit er ook niet in. In het voorjaar zakte de partij zelfs een beetje weg, maar ze herstelde dat snel.

De PvdA verloor in 2010 snel terrein, maar wist in 2011 te stabiliseren rond de 21 zetels. Ze wist te 'pieken' rondom de Provinciale Statenverkiezingen, waardoor de sociaal-democraten nu de op een na grootste fractie in de Senaat vormen. Negen zetels verlies ten opzichte van de Tweede Kamer blijft echter een magere score.

De kleine Christelijke partijen en 50+ blijven stabiel op 5 zetels voor de ChristenUnie, 2 voor de SGP en één voor 50+.

Conclusie
De winnaars van 2011 zitten allemaal in de oppositie: SP, D66 en PvdD. De gedoogcoalitie als geheel zakt dan ook weg in 2011 en staat nu op 46% van de stemmen, ten opzichte van ruim 51% eind 2010. Gezien de omvangrijke bezuinigingen die het kabinet wil doorvoeren is dat verlies niet overigens niet bijzonder groot. Na de presentatie van de begroting verloor de coalitie echter redelijk stevig. Het komende jaar, met nog meer bezuinigingen en waarschijnlijk nog een grote portie Eurocrisis, zal daarom ook in electorale termen bijzonder boeiend worden.

Meer cijfers zijn te vinden op peiling.tomlouwerse.nl

dinsdag, 27 december 2011

Tom Louwerse

Tom Louwerse

Twitter

GroenLinks maakt geen ruk naar links

GroenLinks schuift onder Sap naar links volgens de Volkskrant. De partij zou sinds het aantreden van Jolande Sap veel meer op de lijn van de SP zitten dan in de periode-Halsema. De Volkskrant duidt dit als een beweging van de partij van progressief richting oud-links. Deze conclusie wordt getrokken op basis van cijfers over het stemgedrag van fracties in de Tweede Kamer. Dat lijken harde feiten, maar de cijfers kloppen niet. Als je de berekeningen correct maakt, schuift GroenLinks eerder richting D66 dan richting de SP.

SP-moties

De Volkskrant baseert haar conclusie op cijfers van het Centraal Informatiepunt van de Tweede Kamer, die wij ook mochten inzien. In de onderstaande figuur kan je goed zien wat er mis is gegaan in de analyse van de Volkskrant. De SP diende tussen 1 januari 2006 en 31 december 2010 (de periode-Halsema) in totaal 2101 moties in. GroenLinks steunde 1527 van deze moties (in groen weergegeven). Dat is 72%, zoals de Volkskrant rapporteert. Dat cijfer verhult echter dat over 349 van de SP-moties überhaupt niet is gestemd omdat deze werden ingetrokken of gewijzigd (in grijs weergegeven) . Van de 1752 SP-moties die wél in stemming zijn gekomen (het rode en groene deel), steunde GroenLinks er 1527 ofwel 87%.

Dit is een verschil van 15% dat de uitkomst van de analyse verandert. Als we de cijfers voor de periode-Sap (die de Volkskrant wel correct berekent) en de periode-Halsema met elkaar vergelijken dan zien we het volgende: GroenLinks steunde tussen 2006 en 2010 87% van de SP-moties. Tussen 1 januari 2011 en 30 november 2011 was dat 84%. Dat is een kleine daling in plaats van een grote stijging. Waar de Volkskrant-journalisten een stijging zagen omdat ze een rekenfout hadden gemaakt, blijkt uit hun eigen cijfers dat GroenLinks onder Sap iets minder vaak SP-moties steunt dan onder Halsema.

We kunnen de analyse ook omdraaien: hoe vaak stemde de SP met moties van GroenLinks mee? Volgens de Volkskrant vallen de GroenLinks-moties die ingediend zijn sinds Sap partijleider is, beter in de smaak bij Roemer en de zijnen. De socialisten steunden in het afgelopen jaar 87,5% van de GroenLinks-moties. Tussen 2006 en 2010 was dat, als je de berekening op de juiste manier maakt, 87,7%. Geen grote stijging in steun van de SP dus, maar een uitermate minieme daling. Als we kijken naar het daadwerkelijke stemgedrag van GroenLinks en SP, dan zien we dus geen schokkende toenadering van de GroenLinks richting SP maar eerder een heel kleine verwijdering.

GroenLinks en D66
De Volkskrant trekt op basis van haar gemankeerde analyse niet alleen conclusies over de relatie tussen GroenLinks en de SP, maar ook over D66. Er wordt gesteld dat GroenLinks zich onder Femke Halsema profileerde als links-liberaal en nauw contact met D66 zocht. Dit zou onder Jolande Sap zijn gestopt. Hier levert het artikel geen cijfers bij, maar die heeft de Tweede Kamer wel aangeleverd. Uit deze cijfers blijkt dat GroenLinks in 2011 96% van de moties van D66 steunde, tegenover 91% in de periode 2006-2010. GroenLinks steunt D66-moties dus vaker dan dat ze SP-moties steunt. De mate waarin GroenLinks D66-moties steunt is bovendien toegenomen. GroenLinks steunt onder Sap bijna alle D66-moties. Als we uit deze cijfers al een verschuiving van GroenLinks kunnen destilleren is het dat GroenLinks onder Sap richting D66 opgeschoven is.

Voorzichtige conclusies
De Volkskrant trekt op basis van een rekenfout verregaande conclusies: GroenLinks zou een ruk naar links maken, omdat GroenLinks vaker met de SP mee zou stemmen. Als we hun eigen cijfers narekenen dan zien we een heel andere beweging. Wij zien een kleine verwijdering tussen GroenLinks en de SP, en tegelijkertijd een kleine toenadering tussen D66 en GroenLinks. Wij zouden hieruit niet concluderen dat Sap een koerswijziging heeft ingezet. Sap zet de sociaalliberale koers van Halsema eerder voort. Dit is ook niet raar: Sap heeft voor en achter de schermen een grote invloed gehad op de koers van GroenLinks voor zij partijleider werd.

Uit eerder onderzoek (pdf) blijkt dat het stemgedrag van fracties in de Tweede Kamer een zeer grote mate van stabiliteit vertoont. Plotselinge veranderingen komen bijna altijd door wijzigingen in de regeringssamenstelling. Nu er een rechtse regering is, vinden GroenLinks en D66 elkaar nog vaker dan in de vorige kabinetsperiode. Ook de politieke context is veranderd: GroenLinks en D66 vinden elkaar in pro-Europese oplossingen van de Europese schuldencrisis. Het is problematisch om deze wijzigingen in stemgedrag één op één te vertalen naar een inhoudelijke koerswijziging. Nog problematischer is het om dit allemaal op te hangen aan een leiderschapswisseling waaraan geen enkel inhoudelijk motief ten grondslag lag. Hoewel het te prijzen is als journalisten zich op cijfers baseren, moeten ze wel uiterst voorzichtig zijn met de interpretatie daarvan, vooropgesteld dat de cijfers kloppen.

Dit stuk, van de hand van collega Simon Otjes en mijzelf, verscheen eerder in licht bewerkte vorm in De Volkskrant van 24 december. 

zondag, 25 december 2011

Marten Zoetbrood

Marten Zoetbrood

Linkedin Twitter DWARS

Matige juristen en holle wetten

In belangrijk, belasting, eerste, grondwet, halsema, idee, kabinet, klimaat, leiden, en meer.

De Hoge Raad der Nederlanden, het hoogste Nederlandse rechtsorgaan voor civiel-, belasting- en strafrecht. In maart 2011 ontstond er al een klein relletje over de benoeming van Ydo Buruma, hoogleraar Straf- en Strafprocesrecht aan de Universiteit van Nijmegen, als Raadsheer (zo wordt de rechter in de Hoge Raad genoemd) in de Hoge Raad. Najaar 2011 opnieuw onrust over de aanbevolen kandidaat Aben voor benoeming: de kandidaat zou zich te kritisch over het wrakingbesluit in de zaak Wilders hebben uitgelaten. Hoe moet het verder met de benoemingen van rechters? Verder politiseren of kijken naar een andere procedure?

Hoe de benoeming gaat. Allereerst is het belangrijk te weten dat de Raadsheren voor het leven worden benoemd en alleen ontslagen worden als ze de leeftijd van 70 hebben bereikt of op eigen verzoek. Bij het ontstaan van een vacature in de Hoge Raad stuurt de president, op dit moment de heer Prof. Mr. Corstens, een brief naar de Tweede Kamer. Bij deze brief wordt een lijst van zes namen bijgevoegd als aanbeveling vanuit de Hoge Raad. De Tweede Kamer is echter niet gebonden aan deze namen.

Na ontvangst van het 'lijstje' besluit de Kamer om drie namen naar de Kroon (regering) te sturen. De regering moet vervolgens uit deze drie namen een nieuwe Raadsheer kiezen en benoemen. De reden om de benoeming via de Tweede Kamer te laten gaan is omdat de Hoge Raad bevoegd is om ambtsmisdrijven van Kamerleden en leden van het kabinet te berechten.

Tot voorkort was het gebruikelijk van het lijstje van de Hoge Raad de laatste drie weg te strepen en de overige drie unaniem als voordacht naar de regering door te sturen. In maart liep dit stuk, de vaste Kamercommissie (nota bene onder voorzitterschap van de Roon, PVV-er) stuurde drie namen door, met Buruma op een. Bij stemming bleek er eens een hoofdelijke (anonieme) stemming te zijn aangevraagd. Al geschiede, met de uitkomst: 24 onthoudingen. Wilders was tegen, want Buruma was niet goed. Hij mocht niet in de Hoge Raad, hij had namelijk een uitgesproken mening. De andere kandidaat, Aben, was 'onacceptabel' omdat hij de verkeerde mening had over het wrakingverzoek in de zaak Wilders.

Het dilemma is, willen we een middelmatige Hoge Raad waarin geen meningen voorkomen, of willen we een Hoge Raad die duidelijk is en verantwoordelijkheid neemt in 'de rechtsvorming'. Als het eerste het antwoord is op wat we willen, dan moeten we vooral doorgaan met het zoeken van kandidaten die nooit iets verkeerds hebben gezegd over wie dan ook. Willen we een Hoge Raad die het voortouw durft te nemen in de ontwikkeling en controle van het recht, dan moeten we eens goed kijken naar hoe we de Hoge Raad willen samen stellen.

Zelf ben ik absoluut voor een Hoge Raad met een duidelijk stem en die ergens voor staat. Juist uit oogpunt van de controlerende functie van de rechter en in het bijzonder van de Hoge Raad. Als in de toekomst de Hoge Raad nog verdere bevoegdheid toekomt, denk bijvoorbeeld aan het voorstel Halsema waarin de rechter een wet kan toetsen aan de Grondwet, wordt de functie nog belangrijker. Juist daarom mag de Hoge Raad niet middelmatig worden, hoe moeilijk dat ook is in een steeds harder wordend politiek klimaat.

Hoe de Hoge Raad dan wel te benoemen, is de logische vervolg vraag. Eerlijkheidshalve weet ik dat nog niet. Voordracht door de Hoge Raad direct aan de Regering zet de Politieke arena van de Tweede Kamer buiten werking en kan een nog grotere 'old boys network' gehalte tot gevolg hebben. De Tweede Kamer een nog grotere stem geven kan tot US Supreme court-achtige taferelen leiden waarin de middelmaat zegen viert. Een idee zou kunnen zijn de voordracht door Eerste en Tweede Kamer te laten zijn, of te zoeken naar een nieuwe weg waarin zowel de onafhankelijkheid als de legitimering van de Hoge Raad zijn gewaarborgd. Middelmatige juristen in belangrijke rechtsorganen lijkt me echter geen optie. Analoog naar Camus, zullen zij namelijk holle wetten en uitspraken voortbrengen.

zaterdag, 24 december 2011

Harrie Winteraeken

Harrie Winteraeken

GR

Overheid heeft onafhankelijke toetsing fors ingeperkt

In politiek, terworm - arcus, natuur, heerlen, algemeen, ambtenaren, artikel, beslissingen, besluiten, en meer.
Overheid heeft mogelijkheden voor onafhankelijke toetsing van plannen fors ingeperkt.

Op 20 juni jl. ben ik naar de zitting geweest van de Rechtbank van Maastricht voor mijn beroep en dat van de Vereniging Milieudefensie tegen het verlenen van een bouwvergunning voor het Arcus College voor twee vestigingen in Terworm. Ik wist dat de ontvankelijkheid van zowel mij als Milieudefensie ter discussie zou worden gesteld. Op 2 september heeft de rechtbank uitspraak gedaan: beide niet ontvankelijk. De behandeling en de uitspraak hebben me toch wel extra aan het denken gezet.

De overheid heeft in de ruimtelijke ordening de laatste jaren veel veranderingen doorgevoerd, vooral in de mogelijkheden om via de rechter een onafhankelijke inhoudelijke toetsing te verlangen. De overheid bepaalt het speelveld en dat is tegenwoordig voor de burger sterk beperkt. Het is onaantrekkelijker gemaakt om te procederen en de kans op succes is verkleind.
Zo is de toetsing van de rechterlijke macht gemarginaliseerd. De rechter toetst ‘marginaal’ en dat betekent dat de rechters vooral bekijken of de procedures juist zijn gevolgd en dat een besluit niet tegen de eigen regels van de overheid indruist: “Is de overheid bevoegd om dit besluit te nemen?” Een van de argumenten die de overheid heeft gehanteerd bij deze inperking van de inhoudelijke toetsing is dat een inhoudelijk besluit dat is genomen door een democratisch orgaan ook als zodanig gerespecteerd moet worden. De rechter moet niet op de stoel van de politiek gaan zitten.
De politici hebben de taak om deze keuzes te maken. Hier is tegenin te brengen dat tegenwoordig veel besluiten niet worden genomen door het democratische orgaan zelf, maar door de bestuurders (college van burgemeester en wethouders, gedeputeerde staten of het kabinet). Bestuurders hebben onder andere met de invoering van het dualisme en door vergaande mandatering van bevoegdheden de macht gedeeltelijk naar zich toe getrokken. Gemeenteraad, provinciale staten of Tweede Kamer kunnen en moeten hun bestuurders natuurlijk controleren, maar controleren is vanwege de veelheid aan onderwerpen en ook het lagere kennis- en informatieniveau moeilijk. Zeker bij raden en staten ‘winnen’ de professionele bestuurders, gesteund door de ambtenaren, het vaak (gemakkelijk) van de amateur – volksvertegenwoordigers. En vlak ook het politieke gehalte niet uit dat de meerderheid, zijnde de coalitiepartijen, vaak gedwongen is om zijn eigen wethouders (en politieke kopstukken) niet af te vallen.

De keuze voor welk planologisch instrument wordt gebruikt, is hierbij vaak van doorslaggevend belang. Het bestemmingsplan is het meest omvattend planologisch plan met juridische waarborgen van een zorgvuldige vaststelling door de gemeenteraad en een beroepsmogelijkheid plus (onafhankelijke) toetsing door de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State. Alleen is de rol van de provincie sinds de meest recente grote verandering van de Wet ruimtelijke ordening verkleind omdat ze geen bestemmingsplannen meer goedkeuren. Daar staat tegenover dat de provincie nu los van de gemeente een provinciaal ‘inpassingsplan’ mag maken (zie Buitenring Parkstad Limburg). En de Afdeling Bestuursrechtspraak toetst tegenwoordig marginaal. Over het algemeen worden er tegenwoordig minder project- en bestemmingsplanprocedures voor nieuwe ontwikkelingen of bouwplannen gevoerd. Maar ook vroeger werden bestemmingsplanprocedures op grote schaal omzeild door zogenaamde artikel 19 procedures.

De nieuwbouw van Arcus is een groot plan met veel ruimtelijke consequenties. De gemeente en ook Arcus erkennen dat dit bouwplan een majeur plan is. Dat is onder andere herkenbaar aan de vele belangen en ‘omgevingsvraagstukken’ die aan de orde zijn. Denk maar aan de locatiekeuze (Terworm of CBS-weg), het verkeer- en vervoerplan, parkeren (in de buurten erom heen), luchtvervuilingsproblematiek, raakvlakken met het natuurbelangen enz. Voor de twee gebouwen is een stapel papier van 20 centimeter aan teksten en tekeningen geproduceerd. Maar amper voor de gebouwen zelf. De bouwvergunning voor de gebouwen wordt in een tweede fase verleend. Tijdens de zitting ging het ook over van alles behalve de gebouwen zelf.
Je zou verwachten dat voor zo’n ingrijpend plan een stevige ruimtelijke ordeningsprocedure wordt gekozen. Het is raar maar mogelijk dat dit grote plan met al zijn consequenties procedureel via het verlenen van een bouwvergunning wordt geregeld. En dus dat al die verstrekkende belangen (de locatiekeuze, verkeer, natuur enz.) kunnen worden aangemerkt als algemeen belang van een goede ruimtelijke ordening. Met iedereen als belanghebbende, ook in de beroepfase.

Al deze belangen worden afgedaan via een procedure van een bouwvergunning waarbij vrijstelling wordt verleend van het bestemmingsplan. De Provincie Limburg heeft de mogelijkheden om deze procedure te kiezen enkele jaren geleden sterk verbreed. Vrijstelling houdt in dat het bestemmingsplan hier niet meer hoeft te worden nageleefd en dat er ook geen nieuwe bestemmingsplanprocedure hoeft te worden gevolgd als men een (bouw)plan heeft dat niet in het bestaande bestemmingsplan past. De gemeenteraad stelt weliswaar bestemmingsplannen vast, maar B&W hoeven zich daar niet aan te houden. B&W moeten dat natuurlijk wel beargumenteren. Maar in essentie hebben B&W de gemeenteraad uitgeschakeld.

Bij de procedure voor een bouwvergunning mag iedereen inspreken op het ontwerpplan. En B&W moeten ook een rapport maken hoe ze met die zienswijzen omgaan. In het geval van Arcus heeft de gemeente nog best veel aanvullend onderzoek gedaan naar aanleiding van de zienswijzen. (Onder andere een nieuw luchtkwaliteitsonderzoek).
Maar als B&W de bouwvergunning verleend hebben, zijn de mogelijkheden om in beroep te gaan bij de rechtbank ineens veel geringer. Je moet dan ook ‘belanghebbend’ zijn. Het begrip ‘belang hebbend’ wordt wel heel erg eng uitgelegd. Hiervoor geldt een soort afstandscriterium. Burgers zijn alleen ontvankelijk als ze binnen een bepaalde afstand van het nieuwe gebouw wonen. Bij grote gebouwen is dat zo om en nabij 250 – 300 meter en bij kleine gebouwen minder dan 100 meter.
Daar heeft de nieuwe Crisis- en herstelwet nog een schepje bovenop gedaan: vanuit de woonplek moet men dit gebouw ook nog kunnen zien.
De combinatie afstand en zicht leidde bij de vestiging voor de Arcus opleidingen Techniek achter de Hogeschool Zuyd ertoe dat er geen enkele burger ontvankelijk wordt verklaard. Dit bouwplan heeft daardoor helemaal geen inhoudelijke rechterlijke toetsing gekregen. Of dat de bedoeling is van de wetgever? Het komt de gemeente natuurlijk wel erg goed uit dat op deze manier het bouwplan van Arcus immuun is gemaakt voor maatschappelijke weerstand.

Deze weerstand kan ook worden geboden door rechtspersonen met doelstellingen die verband houden met ruimtelijke ordening, bijvoorbeeld de natuur- en milieuverenigingen. Vanuit de statuten worden deze verenigingen en stichtingen als belanghebbend aangemerkt als er aspecten aan de orde zijn die tot hun doelstellingen behoren. Maar in Heerlen is de kracht van de natuur- en milieubeweging de laatste jaren sterk ingeboet. Onder andere door gebrek aan menskracht is het IVN niet erin geslaagd om in beroep te gaan. De Vereniging Milieudefensie heeft wel beroep aangetekend. Pech daarbij is dat Milieudefensie (mede door mijn toedoen) een amateuristische maar cruciale vormfout heeft gemaakt bij het indienen van het beroepschrift. Het beroepschrift werd ingediend via een webapplicatie van de rechtbank in plaats van per post of fax. Via internet indienen van beroepen staat formeel alleen open voor burgers en niet voor rechtspersonen.
De rechtbank heeft deze vormfout zo zwaar geacht, dat ook Milieudefensie niet-ontvankelijk wordt verklaard. Dat is toch wel triest. Het beroepschrift was op tijd en in goede orde bij de rechtbank ontvangen getuige de ontvangstbevestiging. In deze tijd is blijkbaar de wijze van bezorgen doorslaggevend om aan inhoudelijk recht spreken toe te komen. De rechters zijn hiermee op een gemakkelijke manier van een moeilijke beslissing afgekomen? Dit was in ieder geval niet de meest moedige weg. Voor mij bewijst het ook dat deze rechters, maar wellicht ook de rechterlijke macht over het algemeen, zich hebben neergelegd bij de inperking van hun reikwijdte om beslissingen te nemen.

In vergelijking tot de vormfout van de Vereniging Milieudefensie komt de gemeente wel erg goed weg. De overheid mag zich blijkbaar wel heel veel permitteren. Ik noem behalve de toetsing van de locatiekeuze drie planologische missers.
1. Het gebouw achter de hogeschool mag worden gebouwd op een plek waar de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State in 1999 het vorige bestemmingsplan Geleendal – Eyckholt (het huidige bedrijventerrein Coriopolis) heeft vernietigd. Dit gebied diende bij de natuurlijke bufferzone van Terworm te worden getrokken. Volgens artikel 30 van de Wet ruimtelijke ordening moet de gemeente het door een uitspraak van de Raad van State vernietigde bestemmingsplan repareren en dus voor die delen een nieuw bestemmingsplan opstellen. Dat heeft de gemeente nagelaten en dat kwam nu dus goed uit.
2. Op een groot deel van de huidige bouwlocatie achter de Hogeschool Zuyd is een tijdelijke parkeerplaats aangelegd. Hiervoor is artikel 17 van de Wet ruimtelijke ordening gebruikt die een voorziening voor maximaal vijf jaar toestaat. Na die vijf jaar is de parkeerplaats ook een poos gesloten geweest (maar nu weer in gebruik). De parkeerplaats had eigenlijk opgeruimd moeten worden en het gebied weer teruggegeven aan de natuur. De gemeente kon hier straffeloos de wet overtreden met als bijkomend voordeel dat het nu gebruikte onderzoek naar natuurwaarden op deze plek natuurlijk totaal niets opleverde.
3. De gemeente heeft aangegeven dat de oppervlakte natuur op de bouwplekken van Arcus zou worden gecompenseerd in het gebied Ransdalerveld. Op zich niet zo veel tegen in te brengen, ware het niet dat inmiddels duidelijk is dat dit in de praktijk naar alle waarschijnlijkheid niet zal lukken. Een loze belofte van de gemeente. Het betreffende project (een landinrichting nieuwe stijl) is enkele jaren geleden een stille dood gestorven. En de Ecologische Hoofdstructuur heeft sindsdien ook sterke inperkingen gekregen.
De Provincie Limburg heeft overigens zeer goed geholpen bij het mogelijk maken van bouwplannen in natuurgebieden. Potentiële natuur kan worden vernietigd door de planologische bescherming van de natuur en in het bijzonder de Ecologische Hoofdstructuur sterk in te perken. Dit geldt over het algemeen en in het bijzonder in Terworm. De formeel beschermde gebieden van Terworm zijn doelbewust krap getekend vanwege de andere bedoelingen van de gemeente. Er is bij de begrenzing geen rekening gehouden met de feitelijke (potentiële) natuurwaarden, zoals die in gedegen onderzoek is vastgelegd (en door de uitspraak van de Raad van State bevestigd). En de natuurontwikkeling langs de Valkenburgerweg is verplaatst, al is mij niet bekend waar naar toe.

Dit alles is dus niet getoetst door de rechtbank. En dit vindt zijn oorsprong in de keuze van de planologische procedure door de gemeente. En als ik dan politiek doorredeneer kom ik uit bij een wethouder die (al dan niet con amore) gesteund door de ambtenaren, zijn doorzettingsmacht gebruikt, onvoldoende gehinderd door de meerderheid van de gemeenteraad (coalitie). Deze beperkingen in de democratie en in de planologische besluitvorming kunnen niet meer worden rechtgezet in een beroep op onafhankelijke toetsing. Dat geldt voor het geval Arcus – Terworm, maar ook over het algemeen hapert hier regelmatig ons systeem van ruimtelijke ordening.

En deze planologische onvolkomenheid staat niet op zichzelf. De overheden beschermen zich vaker tegen kritische burgers. De Crisis- en herstelwet heeft de mogelijkheden voor beroep ingeperkt, overheden mogen niet meer onderling procederen (vooral van belang bij de Buitenring) en er mogen geen beroepsgronden of onderzoeken meer worden toegevoegd aan het beroepschrift.
Wordt natuur nog vaak gezien als een linkse hobby; een gezonde leefomgeving, verkeer en vervoer enz. gelden als algemene belangen. Maar met de inperking van criterium ‘belang hebben’ worden dus nagenoeg alle burgers uitgesloten van de rechtsgang. Daarnaast wordt het door de verhoging van de griffierechten zo onaantrekkelijk mogelijk gemaakt om je recht te halen. Dat ‘waag het niet om tegen een overheidsbeslissing in beroep te gaan’ is verder versterkt door verenigingen en stichtingen te dreigen om de subsidie in te trekken als men planologische procedures wil voeren als overleg niets oplevert (waarbij het regelmatig voorkomt dat de overheid zijn zin wil doordrijven).

Dit bestuurlijke handelen is dubieus omdat de overheid ten opzichte van zichzelf niet onafhankelijk is. Het is niet alleen ingegeven door de zorg voor een voldoende zorgvuldige belangenafweging en besluitvorming. Het immuun maken van zichzelf is een eigenbelang dat blijkbaar zwaar meetelt. Het is belangenverstrengeling dat de burger buitenspel zet. Overheden en daarbinnen de machtigere bestuurders drijven hun zin door. De rechtstaat brokkelt hiermee ontoelaatbaar af.

geschreven: 22 oktober 2011

Simon Otjes

Simon Otjes

Last.fm Twitter

GroenLinks maakt geen “ruk naar links”

Anders dan de Volkskrant suggereerde, maakt GroenLinks onder Jolande Sap niet vaker gemene zaak met de SP dan ten tijde van Femke Halsema. Er is vooral continuïteit.

Volgens de Volkskrant van 17 december heeft GroenLinks na het aantreden van Jolande Sap een ruk naar links gemaakt. De partij zou het laatste jaar veel meer op de lijn van de SP zitten dan in de periode-Halsema. Onder Sap zou de partij zijn opschoven van progressief naar oud-links. Deze conclusie wordt getrokken op basis van cijfers over het stemgedrag van fracties in de Tweede Kamer. Dat lijken harde feiten, maar ze kloppen niet. Integendeel, GroenLinks schuift eerder richting D66 dan richting de SP.

De Volkskrant baseert haar conclusie op cijfers van het Centraal Informatiepunt van de Tweede Kamer, die wij ook mochten inzien. De SP diende tussen 1 januari 2006 en 31 december 2010 in totaal 2.101 moties in. GroenLinks steunde 1.527 van deze moties. Dat is 72 procent, zoals de Volkskrant rapporteert. Dat cijfer verhult echter dat over 349 van de SP-moties überhaupt niet is gestemd omdat deze werden ingetrokken of gewijzigd.  Van de 1.752 SP-moties die wél in stemming zijn gekomen steunde GroenLinks er 1.527 ofwel 87 procent.

Als we de correcte cijfers voor de periode-Sap en de periode-Halsema met elkaar vergelijken, dan zien we het volgende: GroenLinks steunde tussen 2006 en 2010 87 procent van de SP-moties. Tussen 1 januari 2011 en 30 november 2011 was dat 84 procent. Dat is een kleine daling in plaats van een grote stijging. Waar de Volkskrant-redacteuren een stijging zagen omdat ze een rekenfout hadden gemaakt, blijkt uit hun eigen cijfers dat GroenLinks onder Sap iets minder vaak SP-moties steunt dan onder Halsema.

Volgens de auteurs bevallen de GroenLinks-moties die zijn ingediend sinds het aantreden van Sap de SP beter. De socialisten steunden in het afgelopen jaar 87,5 procent van de GroenLinks-moties. Tussen 2006 en 2010 was dat, zo blijkt uit de cijfers waarop de Volkskrant zich baseert, 87,7 procent. Geen grote stijging in steun van de SP dus, maar een minieme daling. Als we kijken naar het daadwerkelijke stemgedrag van GroenLinks en SP, dan zien we dus geen schokkende toenadering van GroenLinks en SP maar eerder een heel kleine verwijdering.

De Volkskrant trekt op basis van haar gemankeerde analyse niet alleen conclusies over de relatie tussen GroenLinks en de SP, maar ook over D66. Er wordt gesteld dat GroenLinks zich onder Femke Halsema profileerde als links-liberaal en nauw contact met D66 zocht. Dit zou onder Jolande Sap zijn gestopt.

Hier levert het artikel geen cijfers bij, maar die heeft de Volkskrant wel gekregen van de Tweede Kamer. Uit deze cijfers blijkt dat GroenLinks in 2011 96 procent van de moties van D66 steunde. Tussen 2006 en 2010 was dat 91 procent. GroenLinks steunt D66-moties vaker dan dat ze SP-moties steunt. De mate waarin GroenLinks D66-moties steunt, is toegenomen. Onder Sap heeft GroenLinks bijna alle D66-moties gesteund. Als we uit deze cijfers al een verschuiving van GroenLinks kunnen destilleren, is dat dat GroenLinks onder Sap richting D66 opgeschoven is.

De Volkskrant trekt op basis van een rekenfout vergaande conclusies: GroenLinks zou een ruk naar links maken omdat GroenLinks vaker met de SP zou meestemmen. Als we hun eigen cijfers narekenen, dan zien we een heel andere beweging. Wij zien een kleine verwijdering tussen GroenLinks en de SP, en tegelijkertijd een kleine toenadering tussen D66 en GroenLinks. Wij zouden hieruit niet concluderen dat Sap een koerswijziging heeft ingezet. Sap zet de sociaal-liberale koers van Halsema eerder voort.

Uit eerder onderzoek blijkt dat het stemgedrag van partijen in de Tweede Kamer een grote mate van stabiliteit vertoont. Plotselinge veranderingen komen bijna altijd voort uit wijzigingen in de regeringssamenstelling. Nu er een rechtse regering is en de Europese crisis de aandacht al geruime tijd opeist, vinden GroenLinks en D66 elkaar nog vaker dan in de vorige kabinetsperiode. Het is problematisch om deze wijzigingen in stemgedrag één op één te vertalen naar een inhoudelijke koerswijziging. Nog problematischer is het om dit allemaal op te hangen aan een leiderschapswisseling waaraan geen enkel inhoudelijk motief ten grondslag lag.

Hoewel het te prijzen is als journalisten zich op cijfers baseren, moeten ze wel uiterst voorzichtig zijn met de interpretatie daarvan – vooropgesteld dat de cijfers kloppen.

Dit artikel is geschreven samen met Tom Louwerse.

vrijdag, 23 december 2011

Krispijn Beek

Krispijn Beek

Hyves Last.fm Twitter

Collectieve inkoop zonnepanelen Natuur & Milieu

In duurzaamheid, asn-bank, collectief inkopen, duurzaam bouwen, duurzaam wonen, duurzame energie, energie, stichting natuur & milieu, zon zoekt dak, en meer.

Na een lange radiostilte is Zon Zoekt Dak, de collectieve inkoopactie voor zonnepanelen van stichting Natuur & Milieu, weer tot leven aan het komen. Het doel van Natuur & Milieu met het project Zon zoekt dak is een doorbraak voor particuliere zonne-energie in Nederland bewerkstelligen.Wat dat betreft lijkt het project erg op WijWillenZon van Urgenda en 123 Zonne-energie van Vereniging Eigen Huis. Nudge en Zon-IQ kiezen met Zonnekracht en buurtburgemeesters een andere aanpak, waarbij ze inzet op collectieve inkoop per wijk.

BTW verlaging voor zonnepanelen

Als eerste stap heeft Natuur & Milieu op 25 oktober bijna 18.000 handtekeningen voor verlaging van BTW voor zonnepanelen aangeboden aan de leden van de Commissie Financiën van de Tweede Kamer. De btw-verlaging van 19 naar 6% is volgens de ondertekenaars nodig omdat er momenteel geen andere stimuleringsmaatregelen zijn voor zonne-energie op daken van particulieren. Hoewel de Tweede Kamer Commissie erkende dat het noodzakelijk was om woningeigenaren te ondersteunen met het installeren van zonne-energie, vonden de leden het nu niet opportuun om hiervoor bij de minister te pleiten. Natuur & Milieu en haar partners blijven zich inzetten om een verlaging van de kosten van zonne-energie te realiseren.

De inkoopactie

Het vervolg begint nu ook vorm te krijgen. Begin volgend jaar lanceren Natuur & Milieu en de ASN Bank een collectieve inkoopactie om de aanschaf en installatie van zonnepanelen voor particulieren gemakkelijker te maken. Momenteel is Natuur & Milieu op zoek naar de beste leverancier van zonnepanelen die woningeigenaren het beste aanbod van Nederland gaat aanbieden. Het voordeel van deze collectieve inkoop is dat Natuur & Milieu alles regelt: een scherpe prijs, goede kwaliteit en de installatie van de panelen. Net als bij 123 zonne-energie van Vereniging Eigen Huis en in tegestelling tot WijWillenZon waar je zelf voor de installatie moest zorgen.

De ASN Bank wil het klimaatprobleem helpen oplossen en duurzame energie bevorderen. Daarom steunt ze Natuur & Milieu. Financieel, via haar communicatie, en door onderzoek. De ASN Bank heeft mogelijke leveranciers van de zonnepanelen en randapparatuur voor Zon zoekt Dak beoordeeld. Bijvoorbeeld op hoe zij en hun toeleveranciers omgaan met mensenrechten en milieu. Volledige zekerheid is lastig te geven. Maar de ASN Bank heeft het uiterste gedaan om zich ervan te vergewissen dat de zonnepanelen worden gemaakt met respect voor mens, natuur en klimaat.

Het aanbod van Zon zoekt dak is beperkt geldig. In januari maakt Natuur & Milieu bekend wie de winnende aanbieder is. Als je op de hoogte wilt blijven van de ontwikkelingen rond Zon zoekt dak kun je aanmelden op de website van Zon zoekt dak.

woensdag, 21 december 2011

Ruard Ganzevoort

Ruard Ganzevoort

Twitter

Mens, dier en religie

In religie en politiek, rituele slacht, consensus, de dieren, dieren, dierenwelzijn, discussie, eerste kamer, godsdienstvrijheid, en meer.

Verschenen in De Cascade 8(2), opinieblad van stichting Cosmicus

De afgelopen maanden is er veel discussie geweest over het wetsvoorstel dat een einde moet maken aan de onverdoofde rituele slacht. Uiteindelijk stemde de Tweede Kamer in met een bijna volledig verbod. Er kon alleen een uitzondering worden gemaakt als er onafhankelijk bewijs zou zijn dat onverdoofde rituele slacht geen extra dierenleed veroorzaakt. Op het moment dat ik dit schrijf, moet de Eerste Kamer nog beslissen over dit wetsvoorstel. Ik krijg dan ook als Eerste Kamerlid een grote verzameling mails, brieven, documenten, filmpjes en nog meer met de bedoeling mij de ene of de andere kant op te bewegen.

Het is een moeilijke afweging omdat het gaat over dierenwelzijn en godsdienstvrijheid. Daaronder ligt echter nog een andere vraag: hoe denken we over de verhouding tussen mens en dier? Die vraag speelt in religies een belangrijke rol, omdat het daarin gaat over wat nu het eigene is van mens-zijn. En dat eigene wordt duidelijk als we kijken naar het verschil tussen mens en dier en tussen mens en godheid. Daarom zijn er in veel religies ook allerlei regels en taboes die ervoor moeten zorgen dat de mens zich niet gaat gedragen als de dieren en zich ook niet inbeeldt dat hij goddelijk is.

Ideeën over die relatie tussen mens en dier gaan natuurlijk een heel bijzondere rol spelen als het gaat over het doden van dieren. Daarom gelden er in de Joodse godsdienst en de Islam heel precieze regels bij dat doden. In de kern van de zaak hebben die met respect voor het dier te maken. Als je dan toch een dier doodt, zorg er dan voor dat het zo snel en pijnloos mogelijk doodbloedt. Er zijn verschillen tussen de Joodse en Islamitische rituele slacht, maar deze basis van respect speelt bij allebei mee.

Het is daarom ook voor Joden en Moslims een pijnlijke ervaring dat er over hun rituele slachtmethoden gezegd wordt dat die barbaars en dieronvriendelijk zijn. Vanuit hun traditie stond juist zorg voor het dier centraal, en ook het besef dat het niet vanzelfsprekend is dat je een dier, een medeschepsel, van het leven berooft. Ze waren ervan overtuigd dat ze zorgvuldig met dieren omgaan door hen volgens hun religieuze regels te doden. En dan opeens zo’n verwijt…

Het verwijt doet des te meer pijn omdat de gewone industriële manier waarop we in Nederland met dieren omgaan ver afstaat van datzelfde respect. Jaarlijks worden er 500 miljoen dieren gekweekt en geslacht. Opgesloten, verminkt, van hot naar her gesleept en gedood. Hier zijn dieren niet in de eerste plaats levende wezens, medeschepselen, maar producten in een economisch proces. Natuurlijk zijn er volop boeren met hart voor hun dieren, maar we zijn toch ver verwijderd geraakt van de klassieke boerderij waar mens en dier samen leefden.

Drie visies

Eigenlijk zijn er vandaag de dag drie fundamenteel verschillende visies op de relatie tussen mens en dier. De eerste, die we bij sommige dierenactivisten vinden, ziet mens en dier als gelijkwaardig. Eigenlijk zijn mensen natuurlijk ook dieren, en met elkaar maken we deel uit van het totale ecosysteem. Er is eigenlijk geen reden waarom de mens zomaar over het leven van dieren zou mogen beschikken. Vaak leidt dit tot een keuze voor vegetarisch leven, of zelfs veganistisch: geen enkel dierlijk materiaal wordt gebruikt, ook geen wol of melk. Het is een nobele visie, maar natuurlijk zitten er grenzen aan. Er is nu eenmaal ook verschil tussen mensen, apen, koeien, ratten, kikkers, wespen, enzovoorts. Bijna niemand beweert dat alle dieren op dezelfde manier ons respect en bescherming verdienen en dus niet gedood mogen worden. De vraag is alleen waar we de grens trekken.

De tweede visie is er een van industriële omgang met dieren. Hier zijn dieren vooral productiemiddelen die zo efficiënt mogelijk moeten worden ingezet voor de productie van vlees, melk, eieren. Zorg voor de dieren is hier vooral ingegeven door de wens te voorkomen dat dieren ziek worden en dus meer gaan kosten. Veel consumenten gaan eigenlijk ook zo met dieren om. Ze houden enorm van hun huisdieren, die soms bijna als kinderen voor hen zijn. Maar het lapje vlees moet vooral onherkenbaar zijn, een industrieel product waaraan je niet meer kunt zien dat het een levend wezen was. Het dier is een ding.

Tussen die twee uitersten – het dier als gelijkwaardig aan de mens en het dier als ding – staat de derde visie die vindt dat de mens verantwoordelijk is voor deze wereld en dus ook voor de dieren. Bij deze visie, die we ook in veel religies herkennen, mag de mens op zich beschikken over dieren, maar moet de mens er ook voor zorgen dat dieren een goed leven hebben. Het doden van een dier moet dan ook met respect gebeuren en zoveel mogelijk leed vermijden. Maar ook hier zitten grenzen aan, want de manier waarop dieren elkaar doden, is vaak minstens zo gruwelijk, en dan laten we de natuur zijn gang gaan.

Kan het beter?

Waarschijnlijk zullen de meeste mensen het wel ongeveer met de derde visie eens zijn. We vullen het steeds net een beetje anders in, maar er lijkt consensus dat dieren geen mensen en geen dingen zijn en dat respect de basis voor de omgang moet zijn. Als dat zo is, dan is er dus ook alle reden om kritisch te zijn op alle situaties waar dat respect in het geding is. Bijvoorbeeld in de industriële veehouderij met haar megastallen en massale slacht. Maar ook in de rituele slachtpraktijk is heel veel te verbeteren. Vele eeuwen geleden koos men voor een bepaalde manier van slachten omdat dat de meest zorgvuldige en diervriendelijke manier was. Maar dat was wel ‘met de kennis van toen’. Het kan geen kwaad om vandaag de dag opnieuw na te denken over de vraag hoe we zorgvuldig met dieren omgaan als we ze doden.

Wat dat betreft, hoop ik dan ook dat de discussie over het verbieden van de onverdoofde rituele slacht Moslims en Joden aan het denken zet. Bij de huidige discussie komt de nodige polarisatie mee. Het lijkt me ook moeilijk die te vermijden, want de gevoelens gaan diep en de gevolgen zijn groot. Bij voor- en tegenstanders van het wetsvoorstel gaan de hakken dan ook in het zand en dat leidt tot soms onaangename discussies. Maar als de rook is opgetrokken en een definitief besluit is genomen (welk besluit ook), staan de samenleving als geheel en de religieuze gemeenschappen in het bijzonder voor de vraag welke stappen we kunnen zetten om dierenwelzijn te bevorderen. Want kennelijk is dat het doel van de dierenbeschermers zowel als van degenen die de rituele slacht verdedigen.

Als het stof is neergedaald, kunnen de dierenbeschermers hun aandacht richten op de omgang met productiedieren en hopelijk krijgen ze daar dan ook kamermeerderheden voor (al moet ik zeggen dat ik niet heel erg hoopvol ben op dit punt). En als het stof is neergedaald, kunnen Joden en Moslims stappen gaan zetten om hun rituele slachtpraktijk te verbeteren. De teelt en aanvoer van dieren, de bejegening, de zorgvuldigheid bij het slachten, er zijn zeker punten van verbetering te vinden. En ook kan de discussie gevoerd worden of er vormen van verdoving zijn die aansluiten bij de intenties van de geloofsregels. Ook religieuze tradities blijven namelijk altijd in beweging. Het kan ook van religieuze wijsheid getuigen om oude tradities nog eens kritisch te bekijken.

De kunst zal zijn om niet te blijven steken in de polarisatie en makkelijke vijandbeelden, maar constructief te kijken hoe we dierenwelzijn kunnen verbeteren in zowel de industriële als de rituele slacht. Want over die intentie zijn we het kennelijk eens. Als dierenwelzijn doel is van dierenbeschermers en religieuze gemeenschappen, dan moet er een constructief gesprek mogelijk zijn.


vrijdag, 16 december 2011

Feiko van der Veen

Feiko van der Veen

GR

Toekomst verzorgingsstaat: economie, staat en geest.

In geen categorie, banken, cultuur, dijsselbloem, drie logica's, driegeleding, economie, evelien tonkens, habermas, en meer.

22 augustus
2010. Hoe moet het nu verder met de verzorgingsstaat sinds de marktwerking niet
gebracht heeft wat er van werd verwacht? Men vindt dat tussen staat en markt
een nieuwe rolverdeling moet komen. Het toezicht op de banken moet strakker.
Uitbesteding van overheidstaken aan de markt is op zijn retour. Voor een echte
nieuwe taakverdeling moeten we volgens mij echter de vraag van drie kanten
bekijken: naast markt en staat ook de cultureel-geestelijke sector in
uitgebreide zin, waar dan ook traditionele onderdelen van de verzorgingsstaat
als onderwijs en gezondheidszorg onder vallen.

Toezicht op de banken moet strenger. De economie heeft
te veel speelruimte gehad. Maar professionals in bijvoorbeeld zorg of onderwijs
moeten juist meer de ruimte krijgen en de bureaucratische verantwoordingsplicht
moet minder, dat is de nieuwe tijdgeest sinds het politieke optreden van Pim
Fortuyn. In het regeerakkoord van Balkenende IV werd in 2007 de gemeenschap weer
meer gewicht toegekend ten opzichte van het individu dan decennia lang het
geval was geweest. In het onderwijs moest de overheid moest zich volgens de
parlementaire enquêtecommissie Dijsselbloem (2008) alleen nog bezig houden met
het “wat” van het onderwijs en niet meer met het “hoe”. In de afgelopen
verkiezingscampagne voor de Tweede Kamer stond echter bitter weinig concreets
over deze zaken in de partijprogramma’s. Er is kennelijk nog een lange weg te gaan
van theorie naar praktijk.

 

Een aantal Nederlandse auteurs houdt zich al jaren met
deze zaak bezig. Achterhuis schreef recent over “de utopie van de vrije markt”.
Van der Lans schreef al drie heel concrete boekjes over de gewenste nieuwe
speelruimte voor de publieke sector. Tonkens werkt verder aan haar idee van de
“mondige burgers, getemde professionals”. Ook zij stelt, dat professionals in
de publieke sector, denk bijvoorbeeld aan onderwijs en zorg, niet steeds meer
bureaucratische verantwoording zouden moeten afleggen aan de overheid, om zo meer
tijd over te houden voor hun echte werk. De verantwoordingsplicht gaat uit van
wantrouwen en dat werkt contraproductief.

 

Komen we er verder mee als we de samenleving zien als
bestaande uit de drie deelsystemen economie, politiek en cultuur? Ligt het
probleem niet grotendeels bij het over het hoofd zien van het geestelijk-culturele
leven? Vooral het “vrije geestesleven” is telkens in de verdrukking. Habermas
analyseert hoe in de moderne tijd door economisering en bureaucratisering economie
en staat de persoonlijke “leefwereld” van mensen binnendringen en aan zich
ondergeschikt maken. Een beeldend kunstenaar als Dikker ziet dat daardoor in
het overheidsbeleid artistiek-inhoudelijke kwaliteitscriteria worden vervangen
door marktgerichte en kunsthistorische criteria en authenticiteit en
vakbekwaamheid uit beeld verdwijnen. Tonkens spreekt over de drie logica’s van
markt, bureaucratie en professionaliteit. In de publieke sector komt de
professional klem te zitten tussen de veeleisende, mondige burgers en de
verantwoordingsplicht vanuit de overheid.

 

Tonkens heeft de drie logica’s met elkaar vergeleken.
Voor de markt is efficiëntie de centrale waarde, voor de bureaucratie
rechtsgelijkheid en voor het professionalisme inhoudelijke kwaliteit. Juist
omdat de speelruimten van economie en politiek nu ten koste gaan van cultuur
vind ik het interessant om bij Tonkens te lezen aan welke speelruimte de
professionele logica behoefte heeft. De professional stelt zich in dienst van het
welzijn van de cliënt. Maar niet van wat de klant wil of kan betalen, maar wat
de klant werkelijk nodig heeft. De professional is niet direct dienstbaar aan
de cliënt zelf, maar aan een hoger doel, een geestelijke waarde, zoals
gezondheid, welzijn of waarheid. Vanuit opleiding en ervaring is de
professional in staat om te beoordelen wat de cliënt nodig heeft. Omdat de
professional werkt met mensen en elk geval uniek is, heeft hij of zij vrije
beslissingsruimte nodig en krijgt deze nu onvoldoende. De alsmaar toenemende
standaarden en protocollen kunnen hooguit hulpmiddelen zijn.  De eigen deskundigheid moet meer erkenning
krijgen en de regeldruk vanuit de overheid moet veel minder en anders. Er moet
er wel sprake zijn van afstemming van het oordeel van de professional op het
verhaal van de cliënt. Want de cliënt weet wel beter hoe het voelt om met haar
of zijn probleem te leven en wat zij of hij er voor over heeft om het op te
lossen.

 

Steiner, grondlegger van de antroposofie, heeft zich
ook met de gezonde samenleving bezig gehouden. Ook hij onderscheidde daarbij
drie geledingen: geestesleven, rechtsleven en economisch leven, die hij
koppelde aan respectievelijk vrijheid, gelijkheid en broederschap. Hij pleit
ervoor het bestuur van de samenleving in drie geledingen te splitsen, die
zichzelf besturen en met elkaar omgaan als waren het soevereine staten. Ook het
geestesleven, dat onderwijs, gezondheidszorg, cultuur enzovoort omvat, zou op
eigen benen moeten staan en een overkoepelend bestuur moeten hebben. Over
bijvoorbeeld de benodigde financiële middelen zou het dan moeten overleggen en
onderhandelen met de besturen van de economie en de staat. Voor mij nog altijd
een inspirerende gedachte. Het geestesleven omvat alles wat uit de individuele
vermogens van de enkeling voortkomt. Het moet zijn plaats in een gezonde
samenleving enerzijds krijgen vanuit haar eigen impulsen, zeg
professionaliteit, en anderzijds laten afhangen van begrip en waardering bij
mensen die haar prestaties ontvangen. Mensen zouden bijvoorbeeld hun eigen
dokter of school moeten kunnen kiezen, waarvan de professionele deskundigheid
niet door de staat, maar door gezondheidszorg en onderwijs zelf zouden moeten
worden gegarandeerd. Daarbij zou niet de inhoud centraal moeten worden
voorgeschreven, maar een vrij geestesleven ruimte moeten geven aan allerlei verschillende
richtingen.

 

Als we onze samenleving in de toekomst zo willen
inrichten, dat de publieke sector van onderwijs, gezondheidszorg enzovoort,
waarin professionaliteit centraal staat, gezonder functioneren, zal er dus
speelruimte van economie en staat moeten verschuiven richting
geestelijk-cultureel leven. Het is de hoogste tijd dat daar serieus werk van
wordt gemaakt. Eigenlijk is het probleem van de verzorgingsstaat volgens mij
echter veel fundamenteler. Het hele geestelijke leven, waaronder het
verantwoordingsbesef van de gemiddelde burger, maar ook de maatschappelijke
verantwoordelijkheid in dienst waarvan de economie zich zou moeten stellen, is
in mijn ogen toe aan een flinke opknapbeurt.

 

Zie voor de in de tekst
besproken literatuur: Hans Achterhuis, De utopie van de vrije markt. Paul Dikker,
Oordelen over kwaliteit, zie http://www.pauldikker.nl/pd.artikel8.htm. Jürgen Habermas: zie artikel Paul Dikker. Jos v.d. Lans: Koning Burger; Ontregelen; en: Erop af! Zie http://www.josvdlans.nl/. Rudolf Steiner, De kernpunten van het sociale vraagstuk. Evelien Tonkens, Mondige burgers, getemde professionals.

Feiko van der Veen

Feiko van der Veen

GR

Toekomst verzorgingsstaat: economie, staat en geest.

In geen categorie, banken, cultuur, dijsselbloem, drie logica's, driegeleding, economie, evelien tonkens, habermas, en meer.

22 augustus
2010. Hoe moet het nu verder met de verzorgingsstaat sinds de marktwerking niet
gebracht heeft wat er van werd verwacht? Men vindt dat tussen staat en markt
een nieuwe rolverdeling moet komen. Het toezicht op de banken moet strakker.
Uitbesteding van overheidstaken aan de markt is op zijn retour. Voor een echte
nieuwe taakverdeling moeten we volgens mij echter de vraag van drie kanten
bekijken: naast markt en staat ook de cultureel-geestelijke sector in
uitgebreide zin, waar dan ook traditionele onderdelen van de verzorgingsstaat
als onderwijs en gezondheidszorg onder vallen.

Toezicht op de banken moet strenger. De economie heeft
te veel speelruimte gehad. Maar professionals in bijvoorbeeld zorg of onderwijs
moeten juist meer de ruimte krijgen en de bureaucratische verantwoordingsplicht
moet minder, dat is de nieuwe tijdgeest sinds het politieke optreden van Pim
Fortuyn. In het regeerakkoord van Balkenende IV werd in 2007 de gemeenschap weer
meer gewicht toegekend ten opzichte van het individu dan decennia lang het
geval was geweest. In het onderwijs moest de overheid moest zich volgens de
parlementaire enquêtecommissie Dijsselbloem (2008) alleen nog bezig houden met
het “wat” van het onderwijs en niet meer met het “hoe”. In de afgelopen
verkiezingscampagne voor de Tweede Kamer stond echter bitter weinig concreets
over deze zaken in de partijprogramma’s. Er is kennelijk nog een lange weg te gaan
van theorie naar praktijk.

 

Een aantal Nederlandse auteurs houdt zich al jaren met
deze zaak bezig. Achterhuis schreef recent over “de utopie van de vrije markt”.
Van der Lans schreef al drie heel concrete boekjes over de gewenste nieuwe
speelruimte voor de publieke sector. Tonkens werkt verder aan haar idee van de
“mondige burgers, getemde professionals”. Ook zij stelt, dat professionals in
de publieke sector, denk bijvoorbeeld aan onderwijs en zorg, niet steeds meer
bureaucratische verantwoording zouden moeten afleggen aan de overheid, om zo meer
tijd over te houden voor hun echte werk. De verantwoordingsplicht gaat uit van
wantrouwen en dat werkt contraproductief.

 

Komen we er verder mee als we de samenleving zien als
bestaande uit de drie deelsystemen economie, politiek en cultuur? Ligt het
probleem niet grotendeels bij het over het hoofd zien van het geestelijk-culturele
leven? Vooral het “vrije geestesleven” is telkens in de verdrukking. Habermas
analyseert hoe in de moderne tijd door economisering en bureaucratisering economie
en staat de persoonlijke “leefwereld” van mensen binnendringen en aan zich
ondergeschikt maken. Een beeldend kunstenaar als Dikker ziet dat daardoor in
het overheidsbeleid artistiek-inhoudelijke kwaliteitscriteria worden vervangen
door marktgerichte en kunsthistorische criteria en authenticiteit en
vakbekwaamheid uit beeld verdwijnen. Tonkens spreekt over de drie logica’s van
markt, bureaucratie en professionaliteit. In de publieke sector komt de
professional klem te zitten tussen de veeleisende, mondige burgers en de
verantwoordingsplicht vanuit de overheid.

 

Tonkens heeft de drie logica’s met elkaar vergeleken.
Voor de markt is efficiëntie de centrale waarde, voor de bureaucratie
rechtsgelijkheid en voor het professionalisme inhoudelijke kwaliteit. Juist
omdat de speelruimten van economie en politiek nu ten koste gaan van cultuur
vind ik het interessant om bij Tonkens te lezen aan welke speelruimte de
professionele logica behoefte heeft. De professional stelt zich in dienst van het
welzijn van de cliënt. Maar niet van wat de klant wil of kan betalen, maar wat
de klant werkelijk nodig heeft. De professional is niet direct dienstbaar aan
de cliënt zelf, maar aan een hoger doel, een geestelijke waarde, zoals
gezondheid, welzijn of waarheid. Vanuit opleiding en ervaring is de
professional in staat om te beoordelen wat de cliënt nodig heeft. Omdat de
professional werkt met mensen en elk geval uniek is, heeft hij of zij vrije
beslissingsruimte nodig en krijgt deze nu onvoldoende. De alsmaar toenemende
standaarden en protocollen kunnen hooguit hulpmiddelen zijn.  De eigen deskundigheid moet meer erkenning
krijgen en de regeldruk vanuit de overheid moet veel minder en anders. Er moet
er wel sprake zijn van afstemming van het oordeel van de professional op het
verhaal van de cliënt. Want de cliënt weet wel beter hoe het voelt om met haar
of zijn probleem te leven en wat zij of hij er voor over heeft om het op te
lossen.

 

Steiner, grondlegger van de antroposofie, heeft zich
ook met de gezonde samenleving bezig gehouden. Ook hij onderscheidde daarbij
drie geledingen: geestesleven, rechtsleven en economisch leven, die hij
koppelde aan respectievelijk vrijheid, gelijkheid en broederschap. Hij pleit
ervoor het bestuur van de samenleving in drie geledingen te splitsen, die
zichzelf besturen en met elkaar omgaan als waren het soevereine staten. Ook het
geestesleven, dat onderwijs, gezondheidszorg, cultuur enzovoort omvat, zou op
eigen benen moeten staan en een overkoepelend bestuur moeten hebben. Over
bijvoorbeeld de benodigde financiële middelen zou het dan moeten overleggen en
onderhandelen met de besturen van de economie en de staat. Voor mij nog altijd
een inspirerende gedachte. Het geestesleven omvat alles wat uit de individuele
vermogens van de enkeling voortkomt. Het moet zijn plaats in een gezonde
samenleving enerzijds krijgen vanuit haar eigen impulsen, zeg
professionaliteit, en anderzijds laten afhangen van begrip en waardering bij
mensen die haar prestaties ontvangen. Mensen zouden bijvoorbeeld hun eigen
dokter of school moeten kunnen kiezen, waarvan de professionele deskundigheid
niet door de staat, maar door gezondheidszorg en onderwijs zelf zouden moeten
worden gegarandeerd. Daarbij zou niet de inhoud centraal moeten worden
voorgeschreven, maar een vrij geestesleven ruimte moeten geven aan allerlei verschillende
richtingen.

 

Als we onze samenleving in de toekomst zo willen
inrichten, dat de publieke sector van onderwijs, gezondheidszorg enzovoort,
waarin professionaliteit centraal staat, gezonder functioneren, zal er dus
speelruimte van economie en staat moeten verschuiven richting
geestelijk-cultureel leven. Het is de hoogste tijd dat daar serieus werk van
wordt gemaakt. Eigenlijk is het probleem van de verzorgingsstaat volgens mij
echter veel fundamenteler. Het hele geestelijke leven, waaronder het
verantwoordingsbesef van de gemiddelde burger, maar ook de maatschappelijke
verantwoordelijkheid in dienst waarvan de economie zich zou moeten stellen, is
in mijn ogen toe aan een flinke opknapbeurt.

 

Zie voor de in de tekst
besproken literatuur: Hans Achterhuis, De utopie van de vrije markt. Paul Dikker,
Oordelen over kwaliteit, zie http://www.pauldikker.nl/pd.artikel8.htm. Jürgen Habermas: zie artikel Paul Dikker. Jos v.d. Lans: Koning Burger; Ontregelen; en: Erop af! Zie http://www.josvdlans.nl/. Rudolf Steiner, De kernpunten van het sociale vraagstuk. Evelien Tonkens, Mondige burgers, getemde professionals.

maandag, 12 december 2011

Margreet de Boer

Margreet de Boer

Hyves Linkedin Twitter

vergroening van de belastingen

In vergroening, belastingplan, groenlinks, arbeid, banken, belasting, belastingen, beperking, betalen, en meer.
Hieronder een deel van mijn inbreng op het belastingplan 2012 in de Eerste Kamer: over de vergroening van de belastingen.
Zie voor vragen aan het kabinet over 'het vestigingsklimaat' mijn eerdere blog. Verder besteedde ik nog aandacht aan de Geefwet en de hypotheekrente-aftrek.
Maar hier dus de vergroening:


Met betrekking tot het inzetten van de belastingen voor de verduurzaming van onze economie en samenleving is de fractie van GroenLinks teleurgesteld in deze regering. We zijn weliswaar blij dat de regering het met ons eens is dat vergroening gezien kan worden als nevendoel van de inzet van belastingheffing. Wij betwisten ook niet dat er grenzen zijn aan de vergroening via de belastingheffing, maar naar ons oordeel zijn deze grenzen nog lang niet bereikt.
In de Memorie van Antwoord stelt de regering dat Nederland één van de koplopers in Europa is met milieubelastingen. Kan de regering deze stelling nader onderbouwen, ook kwantitatief?
En hoe ziet die positie er uit na het afschaffen van de kleine belastingen, die vrijwel allemaal een milieudoelstelling hebben? Voorzitter, de fractie van GroenLinks is er een voorstander van dat belastingen die niet langer effectief zijn worden afgeschaft. Met betrekking tot de kleine belastingen die nu afgeschaft worden zijn wij echter niet overtuigd van het gebrek aan effectiviteit. Afschaffing van deze milieubelastingen geeft bovendien een signaal af dat tegenstrijdig is aan onze duurzaamheidsdoelstellingen, zeker wanneer de verwijzing naar andere maatregelen die effectiever zouden zijn niet nader geconcretiseerd kunnen worden.

De fractie van GroenLinks is er - anders dan het kabinet - niet van overtuigd dat verdere vergroening van de belastingen alleen nog in internationaal verband kan plaatsvinden. Ons vestigingsklimaat kan best iets lijden - blijkens het aangehaalde onderzoek van Deloitte - dus waarom niet een voortrekkersrol vervuld? En naar onze overtuiging zal een groener belastingstelsel gunstig kunnen zijn voor de vestiging van ondernemingen die bijdragen aan de hoe dan ook noodzakelijke verduurzaming en vergroening van de economie. Of om het met de woorden van deze regering te zeggen: 'Naast noodzaak en bedreigingen ziet Nederland vooral ook kansen voor de transformatie naar een groene economie met een markt voor duurzame producten.'
Deze woorden komen uit de Nederlandse positie bij de 'Roadmap to a Resource Efficient Europe', oftewel het stappenplan voor efficiënt hulpbronnengebruik in Europa, van de Europese Commissie. In de Memorie van Antwoord bij het Belastingplan 2010 geeft de regering aan de inzet van dit stappenplan te ondersteunen, maar maakt daarbij het voorbehoud dat de mogelijkheid wordt opengelaten per regeling andere doelen te laten prevaleren boven een ongewenst milieu-effect. De GroenLinks fractie maakt zich ernstig zorgen over deze bepleitte uitzondering. De recente klimaattop in Durban, waar Nederland overigens wel zeer minimaal vertegenwoordigd was, laat ons weer opnieuw zien hoe moeilijk het is harde afspraken te maken over milieumaatregelen zoals de beperking van de CO2 uitstoot. De fractie van GroenLinks vreest dat met de mogelijkheid andere doelen te laten prevaleren boven milieu-effecten de te maken afspraken boterzacht zullen worden.
Met betrekking tot de inzet van belastingen voor vergroening stelt de regering bij het stappenplan o.a. : 'Verschuiving van belastingen van arbeid naar energie en grondstoffen beloont gewenst gedrag terwijl vervuilers meer gaan betalen. Dat principe steunt Nederland van harte.' Mooie woorden, maar uit het vervolg kan gelezen worden dat de regering vindt dat Nederland het eigenlijk al goed genoeg doet, en dat vooral andere Europese landen moeten gaan bewegen. Is dat wat de regering bedoelt? Of gaat Nederland ook echt handelen volgens het omarmde principe? Zoals ik eerder al heb aangehaald stelt de regering dat Nederland tot de kopgroep behoort van landen met een hoog percentage aan milieubelastingen. Een onderbouwing van deze stelling heb ik reeds gevraagd. Nu is mijn vraag: Is het de inzet van de regering om tot deze kopgroep te blijven behoren?
De regering stelt in de BNC fiche ook verheugd te zijn dat het stappenplan ingaat op de vergroening van de belastingen, en in principe voor het afschaffen van milieuonvriendelijke subsidies te zijn. Vervolgens volgen er echter een aantal mitsen en maren, waardoor ons in ieder geval niet meer duidelijk is waar de regering eigenlijk nog voor is. Om het maar even concreet te maken en terug te grijpen op onze eerdere schriftelijke vragen: is de regering er een voorstander van om in Europees verband een einde te maken aan de belastingvrijstellingen voor fossiele brandstoffen, en voor de belastingvoordelen voor grootverbruikers van energie? En kan de staatssecretaris toezeggen zich hiervoor in Europa hard te gaan maken? Voorzitter, ik ga er vanuit dat de verwijzing naar Europa voor het nemen van deze groene belastingmaatregelen in de Memorie van Antwoord geen loze woorden waren, en dat de staatssecretaris deze beide toezeggingen kan doen.
De fractie van GroenLinks verwelkomt de steun van het kabinet voor de eerste stap uit het stappenplan- het in kaart brengen van de fiscale en niet-fiscale milieuonvriendelijke subsidies en het aangeven hoe deze uitgefaseerd zullen gaan worden - en gaat er van uit dat de regering hiermee op korte termijn aan de slag gaat. Wanneer denkt de regering met deze inventarisatie en plan voor uitfasering te komen? En kan de regering bevestigen dat de afbouw van de belastingvoordelen voor fossiele brandstoffen en voor grootverbruik van energie deel gaat uitmaken van deze plannen? En dat deze plannen ook concrete voorstellen zullen bevatten voor de verschuivingen van belasting op arbeid naar die op grondstoffen, energie en milieu?

Voorzitter, ik wil ook nog even ingaan op het zogenaamde groen beleggen, of beter gezegd het maatschappelijk beleggen. De GroenLinks fractie is allerminst gerust op de ontwikkelingen op dit gebied. Vanuit het veld horen wij dat de groene beleggingen in rap tempo teruglopen, en dat de verwachting is dat dat per 1 januari a.s. in nog veel rapper tempo zal gebeuren wanneer geen duidelijkheid wordt verschaft over het op een of andere manier voortzetten van een belastingvoordeel voor maatschappelijk beleggen.
Onder druk van Tweede en Eerste Kamer is de Staatssecretaris in de afgelopen weken weer met het veld in overleg getreden, waarvoor dank. Maar de uitkomst van dit overleg is ronduit teleurstellend. In zijn nadere antwoord aan deze kamer van vrijdag jl. concludeert de staatssecretaris dat op dit moment niet kan worden gekomen tot een alternatief voor de geleidelijke afschaffing van de heffingskortingen voor maatschappelijk beleggen. Punt. Geen woord over: wat nu. Uit de beantwoording maak ik op dat het plan van de Nederlandse Vereniging van Banken en anderen aan de inhoudelijke voorwaarden voldoet, en dat het struikelblok alleen nog is gelegen in de eis dat er sprake moet zijn van een vereenvoudiging van de belastingen. Daarbij doet zich de vraag voor wat precies onder vereenvoudiging verstaan moet worden, en of vereenvoudiging een doel op zich is. Is het niet belangrijker om belastingmaatregelen te toetsen aan de eerder door de Tweede Kamer geformuleerde doelstellingen van effectiviteit, efficiency en het de noodzaak van handhaving om overheidsdoelen te bereiken? Ook vraagt de GroenLinks fractie zich af of het feit dat nog geen oplossing is gevonden met betrekking tot de fiscale vereenvoudiging niet vooral te wijten is aan het stilzitten van de staatssecretaris in het afgelopen half jaar?
Voorzitter, wij beginnen ons af te vragen of de staatssecretaris wel een oplossing wil vinden.
Een fiscale regeling voor maatschappelijk beleggen wordt politiek breed gedragen. In de Tweede Kamer diende zoals bekend het CDA hier een motie over in, die na de toezegging van de staatssecretaris nader in overleg te gaan werd ingetrokken. Ik ga er van uit dat die toezegging niet loos was, en dat de staatssecretaris dus echt wil proberen alsnog voor 1 januari 2012 tot een resultaat te komen. Wij vragen de staatssecretaris toe te zeggen dat de heffingskorting ook na 1 januari 2012 1,9% blijft en dat in de komende weken de vereenvoudiging de betrokken sectoren en ministeries nader uitgewerkt wordt

zaterdag, 10 december 2011

Kris van der Veen

Kris van der Veen

Hyves Twitter GR

10 / 12 / 2011

Precies een jaar geleden liet de veertienjarige Sahar Hibrahim Gel zien hoe zij in haar eentje een systeem kon veranderen. Gisteren kleurden heel veel scholen violet en paars om homoseksualiteit zichtbaar en bespreekbaar te maken. De afgelopen week werd het meldnummer voor dierenwelzijn geopend en vond een meerderheid van de Tweede Kamer een landelijk meldnummer voor slachtoffers van mensenhandel overbodig. Tofik Dibi en Irshad Manji bleven deze week uit protest op een podium staan, nadat ze werden bedreigd en bekogeld met eieren. De politie vroeg hen het podium te verlaten. Waar vorig jaar de 18-karaats gouden penning voor de Nobelprijs voor de Vrede in zijn doosje bleef liggen, wordt vandaag de naam van de Chinese winnares van de Nederlandse staatsprijs voor mensenrechten niet genoemd. Vandaag wordt één van de grootste demonstraties in twintig jaar in Rusland gehouden en in Groningen vraagt Amnesty International aandacht voor de noodtoestand in Egypte, waar opstanden nog steeds met grof geweld worden neergeslagen. De Egyptische demonstranten die onlangs in een grote lijn aan de kust stonden, met een onderlinge afstand van honderd meter, ontroeren me. Toen de politie hen vroeg wat ze aan het doen waren antwoordden ze ‘I’m just looking at the sea…’

Het gaat over mensenrechten. En vandaag bestaat de Universele Verklaring voor de Rechten van de Mens 63 jaar, om altijd te bewaken.


vrijdag, 9 december 2011

Paul Smeulders

Paul Smeulders

Hyves Twitter Youtube PS

Brabant verwerpt natuurplan Bleker

Goh, wat een dag! Na een 16 uur durende Statenvergadering de apotheose: de provincie Noord-Brabant verwerpt het onderhandelingsakkoord natuur dat staatssecretaris Bleker met het IPO heeft gesloten. Aangezien staatssecretaris Bleker meerdere malen heeft gezegd dat het akkoord van tafel is wanneer één provincie tegenstemt, is dit een geweldigde dag voor de natuur in Nederland!

Tijdens het debat over het natuurakkoord heb ik gevochten als een leeuw. Bleker maakt de natuur kapot en Brabant mag zich niet laten chanteren! Hoewel SP-gedeputeerde Van den Hout zwichtte voor Bleker, nam de volksvertegenwoordiging een buitengewoon moedig besluit. De meerderheid van Provinciale Staten (26 voor – 28 tegen) verwierp het akkoord.

Het was nog nooit zo stil in de Statenzaal als tijdens de hoofdelijke stemming over het natuurakkoord. Veel velen was het een verrassing dat de voltallige PVV-fractie tegenstemde. Zij kunnen weliswaar leven met de bezuinigingen op natuur, maar vinden het onacceptabel dat Gedeputeerde Staten voorstelt een akkoord goed te keuren, waarvan ze zelf zegt dat het onuitvoerbaar is.

De Statenleden van de SP zaten in een lastige positie. Enerzijds verdedigde hun eigen gedeputeerde Van de Hout - zij het tandenkransend - namens Gedeputeerde Staten het natuurakkoord. Anderzijds spreekt de landelijke SP vernietigend over het akkoord. Ze stelden zelfs de notitie op “1 voor natuur: Natuurbehoud in de provincie Brabant, waarom de provinciale overheid het deelakkoord ‘natuur’ niet moet tekenen.” Ontzettend goed dat 4 SP Statenleden vanavond hun hart volgden, maar ik ben blij dat ik op dit moment niet in hun schoenen sta.

Vandaag werd meerdere malen duidelijk wat voor mogelijkheden het biedt nu het CDA en de VVD sinds maart samen geen Statenmeerderheid hebben. Tijdens de discussie over de toekomst van het landelijk gebied, konden maar liefst 4 moties van GroenLinks – ondanks een negatief advies van Gedeputeerde De Boer (VVD) – rekenen op een meerderheid. Zo:

-     komt er een nulmeting met alle informatie met betrekking tot de intensieve veehouderij in Brabant. Provinciale Staten ontvangt jaarlijks een geactualiseerd overzicht hiervan;

-      moet de onafhankelijke regiegroep die het advies van de Commissie van Doorn gaat uitvoeren, inzichtelijk maken op welke wijze de kringlopen van de Brabantse veehouderij – traceerbaar – gesloten te maken zijn op basis van Noordwest-Europese schaal;

-    moet het publieke garantiefonds voor de kosten van zoönosen (dierziekten) door het bedrijfsleven zelf worden gevuld;

-     wordt in de Verordening Ruimte voor nieuwbouw of uitbreiding het afstandscriterium van minimaal 250 meter tussen intensieve veehouderijbedrijven en gevoelige bestemmingen (woningen) bij vergunningverlening opgenomen. Binnen de afstand van 250 – 1000 meter tussen een LOG of IV-bedrijf tot een woonkern of lintbebouwing wordt voortaan bij vergunningverlening een aanvullende gezondheidskundige risicobeoordeling uitgevoerd.

Ook de motie die de PvdA mede namens GroenLinks indiende met de veelzeggende titel ‘Genoeg, geen vee erbij’ haalde het! Deze motie spreekt uit dat - gezien de richtlijnen van de Commissie Van Doorn - alles in het werk moet worden gesteld om de veestapel terug te dringen.

Onder lees meer mijn spreektekst tijdens de 1e termijn van het debat over het natuurakkoord. Het videoverslag volgt snel!

Voorzitter, GroenLinks staat pal voor 2 zaken:

-     Dat alle bestaande natuur goed beheerd wordt, nu en in de toekomst. Dat is toch wel het minste wat we kunnen doen?

-     De Brabantse natuur op termijn verder wordt versterkt. Gelukkig staat dat ook in het Statenvoorstel over het Brabantse StadteLand, ook al mag ik dat geloof ik niet meer zo noemen. In het stuk over Stad en Platteland staat letterlijk dat de afname van biodiversiteit stopt en mogelijkheden worden geboden voor een toename. Dat is een ontzettend flinke ambitie, want ondanks vele inspanningen loopt de biodiversiteit al jaren terug. Mijn eerste vraag aan Gedeputeerde Staten is dan ook heel simpel: gelooft GS zelf nou werkelijk, dat het met het onderhandelingsakkoord natuur dat staatssecretaris Bleker met het IPO heeft gesloten, mogelijk is om de enorme ambitie die deze Staten zojuist heeft vastgesteld, te behalen? 

Tsja, het onderhandelingsakkoord. Of moet ik wurgakkoord zeggen, om met de woorden van SP Tweede Kamerlid Henk van Gerven te spreken? Eigenlijk wel, want het is een wurgakkoord! Ook onze eigen gedeputeerde Van den Hout zei niet voor niets in én tegen de Tweede Kamer dat we eigenlijk niet mogen spreken van een akkoord, maar van een dictaat. Er is immers niet onderhandeld.

Het dictaat houdt in dat het netwerk van natuurgebieden, de ecologische hoofdstructuur veel kleiner wordt: 600 duizend hectare in plaats van de eerder beoogde 728 duizend. De kwaliteit van de natuur neemt fors af door het huidige kabinetsbeleid. Meer planten- en diersoorten zullen uitsterven. Ook de biodiversiteit zal verminderen. Dat zijn niet mijn woorden, maar van het Planbureau voor de Leefomgeving. Toch een redelijke neutrale, vaak ook wat conservatieve club.

Wat betekent dat nou voor Brabant?

Nou, Brabantse natuurgebieden moeten worden verkocht. Gebruik en toegankelijkheid van natuurgebieden kan in verband met de veiligheid niet meer worden gegarandeerd. In Brabant gaat het om gebieden in stedelijke regios zoals bijvoorbeeld het Mastbos, de Strabrechtse Heide en het Bossche Broek.

Ook dit alles is niet mijn bescheiden mening. Nee, dit schrijft Gedeputeerde Staten ons deze week over in een notitie over Staatsbosbeheer. Deze organisatie beheert ongeveer 25% van de Brabantse bossen en natuurgebieden. In deze natuurgebieden ontvangt Staatsbosbeheer jaarlijks ongeveer 15 miljoen bezoekers. Door de bezuinigingen bij Staatsbosbeheer - die oplopen tot zon 60% - wordt de voorlichtende rol en haar rol t.b.v. recreatie uitgehold. Rollen die Staatsbosbeheer van oudsher heeft en die wij allemaal zo belangrijk vinden.

Kijk: dat je in deze financieel lastige tijden wat minder geld aan natuur besteedt en bijvoorbeeld natuuraankoop over meer jaren uitsmeert, logisch. Maar dat je zoveel bezuinigt zodat zelfs het beheer van bestaande natuur zwaar onder druk komt, dat gaat er bij ons niet in.

We laten ons verdorie toch niet chanteren door Henk Bleker, die dreigt met een noodwet? Stikken of slikken. Wat voor banenrepubliek is dit voortaan? Ik vraag GS nadrukkelijk om de eerste de beste trein naar Den Haag te pakken om echt te gaan onderhandelen. Hopelijk kunnen we dan spreken over een akkoord in plaats van over een dictaat.

Komt bij dat de financiële risicos voor de provincie Noord-Brabant amper zijn in te schatten doordat nog niet duidelijk is:

- Hoe de 100 miljoen die het Rijk vanaf 2014 beschikbaar stelt voor beheer tussen de provincies verdeeld zal worden?

- Hoe het resterende budget van het Investeringsfonds Landelijk gebied wordt ingezet?

- Hoe en waar de ruilgronden worden ingezet?

- Hoe de afgesproken restopgave voor natuurontwikkeling (inrichting en beheer) over de provincies zal worden verdeeld?

Over deze zaken moeten de provincies het komende half jaar nog met elkaar onderhandelen. De armoede verdelen. Daar komen ze natuurlijk nooit uit: iedere provincie komt met een verdeelsleutel die voor zichzelf het best uitpakt.

Voorzitter, dit is niet alleen een slecht dictaat, maar ook een onduidelijk dictaat. Ik zou zo 5 onderwerpen kunnen noemen, waar ook gisteren tijdens het 3e Kamerdebat hierover geen duidelijkheid over is gekomen. Dat doe ik met het oog op de tijd niet.

Een ander punt waar veel onduidelijkheid over bestaat, en waar echt helderheid over moet komen, is de Memorie van toelichting die het IPO heeft geschreven bij het deelakkoord Natuur. Er zijn twijfels of de interpretatie van het deelakkoord in deze Memorie van toelichting wordt gesteund door alle partijen die het akkoord moeten tekenen. Daarom dienen we een amendement in om de Memorie van toelichting integraal onderdeel te laten uitmaken van het deelakkoord. Iedereen is immers gebaat bij duidelijkheid.

Voorzitter, ik ben benieuwd naar de reactie van de gedeputeerde hierop en sluit af. Prima dat natuurbeleid naar provincies komt, maar niet onder deze voorwaarden. We hebben geen flauw idee hoe dit dictaat gaat uitpakken voor de provincie Noord-Brabant en voor de Brabantse natuur. Tot duidelijk is dat met het beschikbare geld aan de doelstellingen kan worden voldaan, mag Brabant hier onder geen beding mee instemmen.

donderdag, 8 december 2011

Paul Smeulders

Paul Smeulders

Hyves Twitter Youtube PS

Opiniestuk: Brabant, laat je niet chanteren door Bleker

In politiek, artikel, bestuursakkoord, bleker, burgers, cda, d66, euro, genieten, en meer.

Onderstaand opinieartikel is geschreven door de Statenfracties van de PvdA, GroenLinks en D66 in Noord-Brabant en stond vandaag (8-12) in het Eindhovens Dagblad. In het artikel roepen we Provinciale Staten op voorlopig niet in te stemmen met het voorlopige bestuursakkoord over natuur dat staatssecretaris Bleker eerder afsloot met de provincies. Het artikel is te vinden onder lees meer

Brabant, laat je niet chanteren door Bleker

Rond het Binnenhof en het Bossche provinciehuis voltrekt zich momenteel een drama waar weinig Brabanders weet van hebben. Het slachtoffer? De Brabantse natuur.

Door Antoinette Knoet-Michels, Paul Smeulders en Anne-Marie Spierings

Wat is er aan de hand? In september is een akkoord bereikt tussen het kabinet en de provinciale koepelorganisatie over de decentralisatie van het natuurbeleid naar de provincies. Het gaat hier om een onderhandelingsakkoord. Het is pas definitief als alle provinciebesturen met het akkoord hebben ingestemd en de Tweede Kamer het heeft goedgekeurd. Het akkoord dat er nu ligt, breekt de Brabantse natuur af. Dat komt omdat er te weinig geld is voor natuurkwaliteit en het onderhouden van de bestaande natuur. Vreemd genoeg bevat het akkoord tegelijkertijd maatregelen die geld kosten, in plaats van opleveren.

Het Planbureau voor de Leefomgeving waarschuwt voor onherstelbare schade als het akkoord wordt uitgevoerd. De kwaliteit van de natuur neemt fors af. Plant- en diersoorten zullen uitsterven. Daarmee verdwijnt een natuurlijke buffer die ons beschermt tegen milieuvervuiling. Ook de Brabantse provinciebestuurder Johan van den Hout (SP) kraakt het natuurbeleid van CDA-staatssecretaris Henk Bleker. "De korting van zeventig procent op de rijksuitgaven voor natuur is buiten alle proporties en funest voor de biodiversiteit. Het ontbreekt aan elke vorm van visie. De internationale verplichtingen worden door dit afbraakbeleid aan alle kanten onhaalbaar", betoogde Van den Hout tijdens een hoorzitting in de Tweede Kamer. Om het akkoord vervolgens toch – zij het tandenknarsend – te verdedigen in het provinciehuis.

De Tweede Kamer heeft altijd gezegd dat het onderhouden van de bestaande natuur goed geregeld moet zijn bij decentralisatie van het natuurbeleid. Dat is in dit akkoord absoluut niet het geval. Bleker stelt 100 miljoen euro beschikbaar, terwijl volgens berekeningen van provincies zeker 250 miljoen nodig is. Wat blijft over van bijvoorbeeld de Loonse en Drunense Duinen? Is straks nog groen te vinden rond onze steden? Een lommerrijk bosje, een mooie houtwal, een poel met struiken? We weten niet eens of we de toch al lage Europese normen nog wel halen.

Het akkoord zit vol onduidelijke afspraken en merkwaardige maatregelen. Zo stelt het akkoord voor om losliggende stukjes natuur te verkopen, om met dat geld op andere plaatsen natuur te kopen. Dat zijn vaak de stukjes natuur waar veel mensen dichtbij huis van genieten. Het gevolg is natuur- én kapitaalvernietiging.

Waarom instemmen met zo'n desastreus akkoord? Omdat de provincies bang zijn dat niet instemmen met het akkoord nog slechter uitpakt voor de natuur. De provincie wordt dus voor een onmogelijk dilemma geplaatst. Dat is geen keuze, maar chantage.

Zelfs staatssecretaris Bleker gelooft niet dat het onderhouden van de bestaande natuur met dit akkoord goed geregeld is. Bleker zei na afloop van het Kamerdebat over het akkoord dat het rijk en de provincies het toch nog eens over de onderhoudsgelden moeten hebben. Er zijn dus wel degelijk aanknopingspunten om tot een beter akkoord te komen.

Wij – PvdA, GroenLinks en D66 in Brabant – vinden dat dit akkoord geen recht doet aan het belang van natuur voor mensen, planten en dieren. We willen een natuurbeleid met visie. Een natuurbeleid dat het belang van natuur onderkent. Een natuurbeleid dat betrouwbaar is, zodat boeren, burgers en buitenlui weten waar ze aan toe zijn. Een natuurbeleid waarmee we onze afspraken en Europese verplichtingen nakomen. En een natuurbeleid waarmee we onze euro's goed benutten in plaats van vernietigen.

Wij roepen de Tweede Kamer op om waarborgen en aanvullende garanties te eisen van staatssecretaris Bleker. In provinciale staten zullen wij voorstellen om een oordeel over het akkoord uit te stellen totdat de gevolgen voor de Brabantse natuur bekend zijn. Brabant mag zich niet laten chanteren!

Antoinette Knoet-Michels (PvdA), Paul Smeulders (GroenLinks) en Anne-Marie Spierings (D66) zijn lid van provinciale staten van Noord-Brabant.

donderdag, 1 december 2011

Tom Louwerse

Tom Louwerse

Twitter

Pooling the Polls: Coalitie op 70 zetels

De doorrekening van de meest recente peilingen inclusief de Politieke Barometer van vandaag geeft aan dat de laatste maand qua netto verschuivingen relatief rustig is geweest. Geen enkele verschuiving in de periode 1 november tot 1 december was statistisch significant. De VVD staat sinds de verkiezingen op lichte winst, hoewel deze winst net binnen de foutmarge valt voor de meest recente schatting. Hetzelfde geldt voor gedoogpartner PVV - er is dus geen sprake van een enorme stijging van de partij van Wilders, zoals soms wel lijkt te worden verondersteld. Grote winnaars ten opzichte van de verkiezingen zijn SP en D66 die waarschijnlijk elk zo'n 7 à 8 zetels zouden winnen. Opvallend is wel dat Peil.nl van Maurice de Hond de winst van beide partijen (veel) hoger inschat dan de Politieke Barometer: bij De Hond staat de SP bijvoorbeeld maar liefst 9 zetels hoger.


Verliezen worden geleden bij de PvdA en het CDA. Bij de PvdA lijkt een licht herstel op te treden, maar dit valt nog binnen de foutmarge. De scherpe val van het CDA in de afgelopen maanden lijkt voorlopig even gestopt. GroenLinks staat ook nog steeds op verlies ten opzichte van juni 2010, maar ook bij die partij lijkt een licht herstel op te treden. De overige partijen zijn redelijk stabiel. De Partij voor de Dieren lijkt kans te maken op een derde zetel en ook 50PLUS zou een zetel winnen en daarmee voor het eerst in de Tweede Kamer komen.


Lees en bekijk meer op peiling.tomlouwerse.nl >>

John Jorna

John Jorna

De brief van Minister van Bijsterveldt

In column van de week, basisonderwijs, bezuinigingen, copd, delen, democratie, gewoon, hulp, internet, en meer.

OPEN ZENUW GERAAKT?

Onderwijsminister Van Bijsterveldt stuurde een brief naar de Tweede Kamer over de relatie ouders – kind – school en schetste enkele wenselijkheden, althans in haar ogen. Het lokte nogal heftige reacties uit. Voor mij is dat een teken, dat er kennelijk hier en daar wat mis is. Nu ben ik zelf vader en grootvader en ik ben jarenlang leraar geweest en daarbij heb ik ook veel ervaring opgedaan met ouderparticipatie in het Voortgezet onderwijs. Ik weet, waar ik het over heb.

Men viel vooral over de oproep van de minister aan de ouders actiever te worden in de school. Dat speelt vooral in het Basisonderwijs, want in het Voortgezet Onderwijs zijn de mogelijkheden beperkt. Jarenlang werkten moeders op mijn school aan een knipselarchief, maar toen was er nog geen internet. Er waren ouders actief in de Medezeggenschapsraad en door voortdurend de vinger aan de pols te houden konden veel problemen in een vroeg stadium worden voorkomen. Met ouders organiseerde ik een enquête over vredesopvoeding en het bleek, dat bij alle vakken doelen van vredesopvoeding konden worden nagestreefd.

Kijk je echter bij het Basisonderwijs dan zijn er veel meer mogelijkheden. Wat mij opviel in de krantenartikelen was dat ouders taken van betaalde krachten gingen overnemen, bijvoorbeeld schoonmaakwerk. Het is leuk, dat er zo geld vrijkomt om meer leerkrachten of onderwijsassistenten aan te trekken, maar geld voor de schoonmakers moet gewoon binnen het budget te vinden zijn. Met dat deel van haar oproep laadde de minister de verdenking op zich de gevolgen van bezuinigingen te willen opvangen door ouders in te schakelen. Als ze dat wil, prima, maar laat ze er dan ook eerlijk voor uitkomen.

Ouders behoren het werk van de leerkrachten te ondersteunen en niet te ondergraven. Als je als ouder naar je kind laat merken, dat je eigenlijk neerkijkt op die armoedzaaiers van onderbetaalde leerkrachten, dan bevorder je niet bepaald het respect van de kinderen voor hun leerkracht. De docent is een professional, die verstand heeft van onderwijs en opvoeding, vaardig is in het observeren van kinderen, zijn onderwijs evalueert en ziet waar hij zelf is tekort geschoten, maar ook ziet, waar de individuele leerling faalt. Hij praat met de leerling over de manier waarop die leerling het probleem gaat aanpakken en schakelt desgewenst de ouders in om hun kind te ondersteunen door het maken van huiswerk beter te structureren en het kind te stimuleren en zo nodig te controleren. Soms ziet hij tijdig, dat specialistische hulp nodig is. Het kan om leerproblemen gaan als dyslexie of pedagogische problemen als een beetje te erg puberen of ernstige psychische problemen. En dan moet zo’n docent ook nog zijn eigen vakgebied bijhouden. Docent zijn is een roeping. Je kiest er niet voor als steenrijk worden het belangrijkste doel in je leven is. Van ouders mag dan verwacht worden, dat ze bereid zijn intensief mee te werken bij het verbeteren van de resultaten of de leerhouding of het gedrag van hun kind. Dus op ouderavonden komen, samenwerken met de school en waar mogelijk de inspanningen van de leerkrachten ondersteunen en bij wangedrag van hun kind op school bereid zijn een lijn te trekken met de school.

Een school brengt niet alleen kennis en inzicht bij. Vooral in het Voortgezet Onderwijs leren kinderen ook een mening te vormen en tot een gefundeerd oordeel te komen. Ik noemde al vredesopvoeding, maar het gaat ook om milieueducatie en burgerschapsvorming. Daar gaat het om kennis, maar ook om mentaliteit. Als er rond de verkiezingen in de klas gepraat wordt over onze democratie en het belang van lid zijn van een politieke partij en van deelnemen aan de verkiezingen en je tevoren verdiepen in de standpunten van een partij; dan kunnen al die inspanningen van de man of vrouw voor de klas in een keer onder geschoffeld worden als ouders daar nonchalant over doen of laten merken, dat ze geen enkel vertrouwen hebben in de democratie en ook niet van plan zijn er iets aan te doen. Je kunt als docent een prachtig verhaal houden over de uitstoot van auto’s en met name het ultra fijne stof, dat door filters niet wordt tegen gehouden en zorgt voor steeds meer COPD-patiënten, als vader zich onverschillig toont voor het lot van die mensen en rustig de maximumsnelheid overtreedt, dan vergeet het kind het verhaal van de docent al snel. Een school kan kinderen bewust maken van normen en waarden, maar de houding van de ouders bepaalt of kinderen zich die waarden eigen maken en zich houden aan de normen. De mentaliteitsonderzoeken van het Bureau Synovate laten zien, dat hier nog een wereld te winnen valt.

De secularisatie heeft ervoor gezorgd, dat grote delen van de bevolking niet meer beschikken over een duidelijk stelsel van waarden en normen en ook niet meer beschikken over inspirerende voorbeeldfiguren. Mensen stellen zich autonoom op en zeggen wat ze denken en doen waar ze zin in hebben. Oude waarden en normen, die berusten op eeuwen van menselijke ervaringen en met het etiket van een goddelijke openbaring zijn door velen als ouderwets en achterhaald en niet meer van deze tijd terzijde geschoven. Wat betekent opvoeden dan nog? Welke waarden leef je je kinderen voor? Bij welke waarden van ouders kan een school aansluiten? Want bedenk wel, dat ouders bepalen welke waarden hun kinderen aanvaarden en daarbij is de rol van de moeder overheersend. Nooit kun je als ouders de opvoeding van je kind overlaten aan een school. Jij als ouder bent verantwoordelijk voor de opvoeding van je kinderen.

Jaargang 4, Nr. 190.

woensdag, 30 november 2011

Liesbeth Tettero

Liesbeth Tettero

Hyves Linkedin Twitter GR

Politie(k)

In errrrgernis, politiek, 130, nationale politie, asfalt, cijfers, cultuur, de telegraaf, hangjongeren, en meer.

Politiek is emotie. Dit kabinet heeft beleving officieel belangrijker verklaard dan feiten met aankondigen van de 130 km/uur op 60% van de snelwegen en het afschaffen van de 80 km/uur-trajecten rond de grote steden. En met het doordrukken van de nationale politie wordt recht gedaan aan het idee dat Nederland een enorm onveilig land is en dat er veel meer Keihard Aangepakt moet worden.

De beleving van de automobilist heeft het gewonnen van de feiten. Lekker planken, 130, oh wacht even, da’s inclusief correctie toch zeker 140! De feiten laten zien dat dit de leefbaarheid van ons land niet bevordert. De tijdwinst is verwaarloosbaar, 1% van de reisduur. 1 rood stoplicht en foetsie is het. De luchtkwaliteit daalt (en we zaten al ernstig op het randje van het toelaatbare…). Het aantal gevaarlijke situaties, ongelukken en zelfs doden stijgt. Geluidsoverlast voor de vele mensen die naast snelwegen wonen stijgt. ‘Gelukkig’ had het kabinet nog een ‘paar’ miljoenen liggen (over van PGB’s, natuurbeleid, cultuur en dergelijke linkse hobby’s) om extra asfalt te storten dat de negatieve effecten moet tegengaan. Het is toch om diepbedroefd van te worden…

De andere rechtse hobby van dit kabinet is Veiligheid. We hebben we er zelfs een ministerie voor tegenwoordig. Terwijl alle cijfers al jaren laten zien dat de criminaliteitscijfers dalen, dus objectief gezien is er geen reden voor alarm. Maar dat levert geen fijne koppen in de Telegraaf op natuurlijk. Uit politiemonitoren blijkt al jaren dat de beleving van veiligheid iets totaal anders is dan de feitelijke veiligheid. En die wordt negatief beinvloed door vooral hangjongeren en scooters. Keihard Aanpakken? Mosquito’s ophangen, oppakken die gasten? Of er zelfs een nationale politie op afsturen? De grote rechtse goeroe Eerdmans meldde in zijn persoonlijke radio-spreekbuis Avondspits dat hij blij is met de nationale politie. Zo kan de Tweede Kamer tenminste de politie controleren. Politie wordt daarmee politieker. De inzet zal dus naar ik vrees voortaan vooral door de Telegraafkoppen bepaald worden… een griezelig vooruitzicht.


dinsdag, 29 november 2011

Johanna Welfing

Johanna Welfing

Hyves Twitter PS

GroenLinks wil volledig groen Thialf

Heerenveen, 28 november 2011 GroenLinks wil dat het nieuwe Thialf 100% energieneutraal wordt. De partij wil een perfect ijsstadion in Heerenveen, met topijs en geen milieubelasting. GroenLinks-Tweede Kamerlid Jesse Klaver heeft vandaag een motie ingediend voor een plan om alleen overheidsgeld te besteden aan het stadion, als het volledig energieneutraal gebouwd wordt. Jesse Klaver: “Schaatsen hoort bij Nederland en een topschaatshal in Friesland is een goede investering. Ik hoop op een Kamermeerderheid achter me om die hal volledig energieneutraal te maken ” Deskundigen zien mogelijkheden om van een moderne ijshal een fabriek van energie te maken. Alleen al op het dak van een gemoderniseerd Thialf kan zo 6.000 m2 zonnepanelen geïnstalleerd worden. Met zonnepanelen op een extra hal voor recreanten en een steviger dak voor de huidige hal kan dat oplopen tot wel 30.000 m2. Daar kan veel energie mee opgewekt worden. GroenLinks stelt hiermee een scherpe politieke voorwaarde aan het besteden van overheidsgeld voor een moderne ijshal in Nederland. De plek van zo’n hal moet volgens GroenLinks het huidige Thialf zijn. Retze van der Honing: “GrienLinks wil realistisch zijn. Totale nieuwbouw is te duur en ook niet echt praktisch. We moeten niet vergeten dat schaatsliefhebbers nu makkelijk uit het hele land per trein, bus of auto bij Thialf kunnen komen. Verbouw en moderniseer het huidige stadion. Voor de realisatie van dit plan zijn Nederlandse experts vast bereid om hun kennis ter beschikking te stellen. Ik zal er ook bij Gedeputeerde Staten op aan dringen dat plannen voor een moderne ijshal alleen geld krijgen van Fryslân als zo’n hal veel zuiniger word dan Thialf en ook zelf energie gaat opwekken.” Thialf heeft Heerenveen definitief op de kaart gezet als topsportstad. Het behoud van zo’n topsportlocatie in Heerenveen is belangrijk voor de stad en de provincie Fryslân. Daarom ook is verbetering en verduurzaming van belang. Het huidige ijsstadion moet jaarlijks energie kopen. Dat is een enorme kostenpost. Door zelf energie op te wekken wordt in één klap een besparing van 1,2 mln euro in de exploitatie van de hal gerealiseerd. Stemming in de Tweede Kamer over de motie van Klaver is op 6 december aanstaande. __________________________________________________________________ Dat er nu knopen moeten worden doorgehakt is duidelijk. Onze ambities zijn en waren duidelijk. Thialf vernieuwen op de plaats waar het nu zit. Maar politiek mag nu nu niet langer treuzelen. Er zijn veel onderzoeken gedaan, er is al veel geïnvesteerd en de kennis en de know how is er. Aan de slag, met investeringen van het rijk, de provincie en private investeerders . Alleen zo houden we Thialf in Heerenveen, blijft het een topsportlocatie met A status en wordt het als plus ook nog eens een hele duurzame onderneming. Dat er niet te lang gewacht kan worden blijkt wel uit onderstaande nieuwsbericht. http://www.nu.nl/sport/2680419/nieuw-thialf-hoeft-niet-in-friesland-.html We dreigen de slag mis te lopen. Dus nu knopen doorhakken. Nu met ambitie aan de slag.

maandag, 28 november 2011

Lennart Huizing

Lennart Huizing

Twitter Flickr

Parlementair onderzoek ICT: Kernvragen

In ict, ioverheid, parlementair onderzoek ict, tweede kamer, belangrijk, falen, miljoen, onderzoek, overheid, en meer.

De Tweede Kamer start in het voorjaar met een onderzoek naar het structurele falen van ICT-projecten bij de overheid. Dit weekend werd net bekend dat bij de Waterschappen een ICT-project dat werd uitgevoerd door Logica is gestrand, waardoor 30 miljoen kan worden afgeschreven. Er zijn talloze van dit soort voorbeelden. Nu het onderzoek zal worden opgestart, is het belangrijk dat de vraagstelling goed wordt geformuleerd. Daarin moet wat mij betreft onder meer aandacht zijn voor deze thema's: het falen van de overheid in het omarmen van open standaarden; het gebrekkige opdrachtgeverschap van de overheid en de neiging van de overheid om megalomane, onbeheersbare projecten op te starten, zonder duidelijke eikpunten en succescriteria.

lees verder

vrijdag, 25 november 2011

Paul Vermast

Paul Vermast

Hyves Linkedin Twitter Youtube Flickr GR

Tegen fusie, is niet hetzelfde als vóór Flevoland

In weblog, flevoland, fusie, amsterdam, cda, discussie, dronten, gemeente, licht, en meer.

Klein nieuwsfeitje vandaag: een meerderheid van de lokale bestuurders (raadsleden, burgemeesters en wethouders) in de provincies Flevoland, Noord-Holland en Utrecht is tegen een fusie blijkt uit onderzoek van bureau Ergo. Ik denk dat dit een juiste conclusie is. Om gedeputeerde Jan-Nico Appelman in de Handel & Wandel van deze maand maar te citeren: “gaat Amsterdam straks meepraten over zaken in de Noordoostpolder, of meedenken over de visserij op Urk?” Nee! Dat wil volgens mij ook niemand, zelfs in Amsterdam niet.

Laat ik helder zijn: ik ben ook geen voorstander van een fusie van Flevoland met Utrecht en Noord-Holland. Maar (en dat vind ik echt een gemis in dit onderzoek) dat is niet hetzelfde als alles laten zoals het is. Want dat er, in wat de Metropoolregio wordt genoemd, een grotere slagkracht nodig is kan ik me ergens wel voorstellen. Almere (en in reactie daarop ook Lelystad) heeft zich al uitgesproken wel bij de randstad te willen gaan horen. Ook dat kan ik me voorstellen.

Als argument tegen de fusie voert gedeputeerde Appelman aan dat ze in ‘Lelystad’ de economische belangen van de regio veel beter kennen en weten wat er nodig is. Wellicht is dat het geval, maar ik zou niet weten waarom ze dat niet ook in –bijvoorbeeld- Zwolle ook heel goed zouden weten van deze regio. Daar hebben we ‘Lelystad’ zoals de gedeputeerde dat noemt niet perse voor nodig.

Ik heb al vaker bepleit dat een bestuurlijke herindeling voor mij prima zou zijn. Ik ben niet gehecht aan de provincie Flevoland als bestuurslaag. Ik ben gehecht aan de Flevopolder en de gemeente Dronten. Mijn agrarische dorp met stadse voorzieningen dat er mag zijn in de regio en mijn dorpen als Biddinghuizen en Swifterbant. En of ik nu provinciale bestuurders zoek ik Zwolle of in Lelystad zal me worst wezen zolang ze zich iets kunnen voorstellen bij de sfeer van een agrarisch dorp met stadse voorzieningen en –bijvoorbeeld- iets als Meerpaaldagen. Dat denk ik niet te gaan vinden in Amsterdamse stadsbestuurders ( en ja, ik weet dat dit niet voor alle wethouders geldt daar) , dat is ook niet erg! Zij moeten doen wat zij goed kunnen: Amsterdam besturen.

Dat een meerderheid tegen een fusie is vind ik dus niet zo opvallend. Wat het onderzoek interessant zou hebben gemaakt is de vraag wat de lokale bestuurders wél zouden willen. Een onderzoek onder Flevolandse raadsleden, wethouders en burgemeesters over de vraag of ze voor een fusie zijn, voor behoud van het bestaande of voor het splitsen van Flevoland (en naar welke provincie ze dan zouden willen) zou deze discussie in een heel ander licht zetten. Want huidige reflex van provinciale bestuurders en de Tweede Kamer om heel hard te roepen dat we niet willen vind ik wel wat kortzichtig. Want laat ik CDA fractievoorzitter Anton Maris gisteravond maar even aanhalen: “We leven op het Nieuwe Land, soms moet je eens wat nieuws doen”. Wellicht geldt dat ook voor onze bestuurlijke verhoudingen.

maandag, 21 november 2011

Bart Eigeman

Bart Eigeman

Twitter

Doorbraak duurzame energie voor het grijpen

In verklaringen, toespraken en interviews, begroting, bouw, crisis, deal, belangrijk, belasting, duitsland, duurzaam, en meer.

Op 18 november verscheen een opiniestuk in het dagblad Trouw van een aantal wethouders van verschillende politieke kleur. Een oproep aan kabinet en Tweede Kamer om de belasting op zelflevering van schone energie te wijzigen , zoals al eerder in Duitsland gebeurde. Daarmee wordt een drempel op vergroening van niet-fossiele energie weggenomen. Ook wethouder Bart Eigeman tekende de brief.


Doorbraak duurzame energie voor het grijpen

Maandag praat de Tweede Kamer over duurzame energie en de veelbesproken ‘Green Deal’. Behalve de behandeling van de begroting van minister Verhagen is het ook dé kans om een doorbraak voor lokaal geproduceerde duurzame energie te realiseren.

Dit kabinet wil duurzame energie vooruit helpen, dat blijkt bijvoorbeeld wel uit de initiatieven die opgenomen zijn in de Green Deal. Echter, de urgentie van klimaatverandering, maar meer nog de economische crisis die nu gaande is, nopen tot verdergaande maatregelen. Gemeenten, maatschappelijke organisaties en bedrijven kijken reikhalzend uit naar een maatregel die in een klap zal leiden tot een doorbraak van lokale opwekking van duurzame energie: stel lokale duurzame energiecoöperatieven vrij van energiebelasting. Krijgen we maandag eindelijk de doorbraak waar we al jaren op wachten?

De energiebelasting is in 1996 geïntroduceerd om energiegebruik te remmen. Nu vormt ze, onbedoeld, een onneembare drempel voor het lokaal opwekken van duurzame energie.
Het enthousiasme bij mensen om hun ‘eigen’ energie op te wekken, is enorm. Als mensen de elektriciteit van zonnepanelen op hun eigen dak gebruiken, komt de energie ‘gratis’ hun huis binnen en hoeven ze bovendien geen energiebelasting te betalen. Als een coöperatieve vereniging de gezamenlijk aangeschafte zonnepanelen daarentegen op een centrale plaats, bijvoorbeeld een weiland of het dak van een groot gebouw, en de opgewekte stroom via het openbare net naar de gebruikers stuurt, betalen de leden van de coöperatie een hoge rekening. De energiebelasting die ze moeten betalen is, zeker in vergelijking met de energiebelasting voor grote bedrijven, zo hoog, dat deze zonnecentrale niet rendabel is. Wanneer de vergelijking met een volkstuin wordt gemaakt, wordt het nog krommer. Immers, voor het eigen gekweekte kropje sla op de volkstuin hoeft ook geen wegenbelasting te worden betaald om het thuis op te kunnen eten.

Het is onbegrijpelijk dat de regulerende energiebelasting, bedoeld om vervuilend energiegebruik tegen te gaan, de doorbraak van schone energie frustreert. In onze gemeenten hebben we daar ernstige problemen mee. Enerzijds omdat hierdoor het realiseren van beleidsdoelstellingen wordt gefrustreerd. Anderzijds omdat hierdoor vele ondernemers, die ook in de optiek van dit kabinet de motor zijn voor duurzaamheid, het duurzaam ondernemen onmogelijk wordt gemaakt.

De energiebelasting werd indertijd budgetneutraal ingevoerd waardoor verhoging van de inkomstenbelasting achterwege kon blijven. We realiseren ons terdege dat een oplossing voor dit probleem, ook met EU-regels, niet eenvoudig is. De doorbraak van lokale energieopwekking heeft echter meerdere positieve maatschappelijke effecten. Het zorgt voor werkgelegenheid bij installatiebedrijven, bouw en renovatiebedrijven en versterkt zo de lokale duurzame economie. Het rendement van de energieopwekking kan opnieuw worden geïnvesteerd in zaken als energiebesparing en verdere groei van wind, zon en biomassa. Een belangrijk effect is dat lokaal ondernemerschap en sociale verbanden worden versterkt. Daarmee ontstaat een kracht en betrokkenheid die wezenlijk is voor lokaal en nationaal klimaatbeleid. Het totale eindresultaat, ook voor het rijk, zal groter zijn dan de inkomsten uit de huidige energiebelasting.

Bestuurders van gemeenten en provincies vragen de Tweede Kamer om deze doorbraak van duurzame energie mogelijk te maken. Dat kan door de energiebelasting voor duurzame opwekking van coöperatieve energieverenigingen af te schaffen. Daarmee handelt de overheid conform dezelfde wetgeving die nu al geldt voor grootverbruikers van energie. Zij betalen een extreem lage energiebelasting, omdat het economisch belang en onze concurrentiepositie hiermee gediend is. Het zorgt voor een sterke economie en een gevulde schatkist. Coöperatieve energieverenigingen zijn te beschouwen als bedrijven die gezamenlijk grootproducent en -gebruiker van duurzame energie worden en zo een wezenlijke bijdrage leveren aan onze economie. Met als bijkomend groot voordeel dat hierbij geen broeikasgassen vrijkomen.

En heeft dit Kabinet twijfels? Laat een onafhankelijk instituut een maatschappelijke kosten-batenanalyse maken en geef ruimte aan proefprojecten van professioneel georganiseerde lokale coöperatieven. Dan kan het bewijs geleverd worden dat deze wetswijziging alleen maar winnaars kent. Wij helpen u er graag bij!

D66
Berend de Vries, Tilburg
Alexandra van Huffelen, Rotterdam

CDA
Robbert Jan Piet, Beverwijk
Bas Nootenboom, Barendrecht

PvdA
Houkje Rijpstra, Tytsjerksteradiel
Jos Pierey, Deventer

GroenLinks
Thijs de la Court, Lochem
Robert Linnekamp, Zaanstad
Bart Eigeman, ‘s-Hertogenbosch

zaterdag, 19 november 2011

Thijs de la Court

Thijs de la Court

Linkedin Twitter

Energiebelasting op 'nul' voor coöperatieve verenigingen

Meer dan 50 wethouders, burgemeesters en gedeputeerden lieten deze week weten dat een doorbraak in de regelgeving van de energiebelasting noodzakelijk is om grootschalige uitrol van duurzame energie regionaal en lokaal mogelijk te maken. Maandag 21 november spreekt de 2de kamer hierover.

Al eerder schreef ik het: de energiebelasting vormt dé rem op doorbraak van lokale opwekking van duurzame energie op lokaal en regionaal vlak. Bij ons staat LochemEnergie zich zowat te verkrampen in de startblokken met Megawatts aan ruimte om onmiddellijk uit te rollen. Terwijl grote bedrijven geen cent betalen aan energiebelasting een een groot lokaal initiatief nog steeds kansloos. Innovatie, sociale verdienmodellen, versterking van werkgelegenheid, duurzaamheid… het zijn allemaal zaken die op de plank blijven liggen als de doorbraak er niet komt. En dat terwijl de Eurocrisis als een sombere deken over ons heen gaat liggen en de regio’s krimpen. Zou dit kabinet nu eindelijk een keer inzien dat de economische crisis ook een systeemcrisis is. We hebben, in de regio’s een enorm potentieel. Neem daarom belemmeringen voor duurzame ontwikkeling weg.

In de put praten

Terwijl we de economie een buiklanding zien maken zie je lokaal en regionaal initiatieven die willen opstijgen. Het zijn andere initiatieven dan de lege hulsen die ons systeem zo kwetsbaar maken. Het zijn degelijke structuren voor duurzame energieopwekking, voor verwerking van biomassa, versterking biodiversiteit in samenhang met natuur, voor coöperatieve zorginstellingen, dorpshuizen als ondernemingscentra, thematische werkplekken voor ZZP-ers en ga zo maar door. Het lijkt of dit kabinet niet wil luisteren en ons alleen maar verder het dal in trapt. Want waar innovatie- en sociale kracht zit… vinden we CDA en VVD landelijk nog niet aan onze kant.

Plattelandsparlement

Op 12 november vond het Plattelandsparlement plaats. Ruim 300 deelnemers discussieerden met elkaar in de 2de kamer. Opvallend dat bij het slotdebat de CDA vertegenwoordigers van de 2de kamer goed aangeschoven waren. Natuurlijk, het CDA is een partij van de regio’s, dit is hun klassieke achterban. Opvallend dat die kamerleden de oproep van het Plattelandsparlement om de energiebelasting voor cooperatieve verenigingen op ‘nul’ te zetten negeerden. Nog steeds begrepen ze niet dat een duurzame economie haar wortels heeft in klei en zand van onze samenleving en niet in de vluchtige durfinvesteerders waartoe onze nationale en internationale banken verworden zijn.

Behandeling begroting ELI

Maandag de 21ste november staat de begroting Economische Zaken, Landbouw en Innovatie op de rol in de Tweede Kamer. Een herkansing voor de parlementsleden en uit betrouwbare bron heb ik vernomen dat die kans gegrepen gaat worden. Met meer dan 50 bestuurders, van SGP tot SP, roepen we de kamer op, en vooral onze collega’s van CDA en VVD, om die doorbraak te realiseren die voor onze duurzame economie zo wezenlijk is.

Voor meer informatie: www.klimaatverbond.nl   

vrijdag, 18 november 2011

Jan van der Meer

Jan van der Meer

Hyves Linkedin Twitter

Doorbraak duurzame energie voor het grijpen

zonnepaneel_313661bMaandag praat de Tweede Kamer over duurzame energie en de veelbesproken ‘Green Deal’. Behalve de behandeling van de begroting van minister Verhagen is het ook dé kans om een doorbraak voor lokaal geproduceerde duurzame energie te realiseren. Gemeenten, maatschappelijke organisaties en bedrijven kijken reikhalzend uit naar een maatregel die in één klap zal leiden tot een doorbraak van lokale opwekking van duurzame energie: stel lokale duurzame energiecoöperaties vrij van energiebelasting. Krijgen we maandag eindelijk de doorbraak waar we al jaren op wachten? Een opinieartikel in Trouw van tientallen lokale bestuurders.

De energiebelasting is in 1996 geïntroduceerd om energiegebruik te remmen. Nu vormt ze, onbedoeld, een onneembare drempel voor het lokaal opwekken van duurzame energie.

Het enthousiasme bij mensen om hun ‘eigen’ energie op te wekken, is enorm. Als mensen de elektriciteit van zonnepanelen op hun eigen dak gebruiken, komt de energie ‘gratis’ hun huis binnen en hoeven ze bovendien geen energiebelasting te betalen. Als een coöperatieve vereniging de gezamenlijk aangeschafte zonnepanelen daarentegen op een centrale plaats, bijvoorbeeld een weiland of het dak van een groot gebouw, plaatsen en de opgewekte stroom via het openbare net naar de gebruikers stuurt, betalen de leden van de coöperatie een hoge rekening. De energiebelasting die ze moeten betalen is, zeker in vergelijking met de energiebelasting voor grote bedrijven, zo hoog, dat deze zonnecentrale niet rendabel is. Wanneer de vergelijking met een volkstuin wordt gemaakt, wordt het nog krommer. Immers, voor het eigen gekweekte kropje sla op de volkstuin hoeft ook geen wegenbelasting te worden betaald om het thuis op te kunnen eten.

Het is onbegrijpelijk dat de regulerende energiebelasting, bedoeld om vervuilend energiegebruik tegen te gaan, de doorbraak van schone energie frustreert. In onze gemeenten hebben we daar ernstige problemen mee. Enerzijds omdat dit het realiseren van beleidsdoelstellingen tegenwerkt. Anderzijds omdat hierdoor vele ondernemers, die ook in de optiek van dit kabinet de motor zijn voor duurzaamheid, het duurzaam ondernemen onmogelijk wordt gemaakt.

De energiebelasting werd indertijd budgetneutraal ingevoerd waardoor verhoging van de inkomstenbelasting achterwege kon blijven. We realiseren ons terdege dat een oplossing voor dit probleem, ook met EU-regels, niet eenvoudig is. De doorbraak van lokale energieopwekking heeft echter meerdere positieve maatschappelijke effecten. Het zorgt voor werkgelegenheid bij installatiebedrijven, de bouw en renovatiebedrijven en versterkt zo de lokale duurzame economie. Het rendement van de energieopwekking kan opnieuw worden geïnvesteerd in zaken als energiebesparing en verdere groei van wind, zon en biomassa. Een belangrijk effect is dat lokaal ondernemerschap en sociale verbanden worden versterkt. Daarmee ontstaat een kracht en betrokkenheid die wezenlijk is voor lokaal en nationaal klimaatbeleid. Het totale eindresultaat, ook voor het rijk, zal groter zijn dan de inkomsten uit de huidige energiebelasting.

Bestuurders van gemeenten en provincies vragen de Tweede Kamer om deze doorbraak van duurzame energie mogelijk te maken. Dat kan door de energiebelasting voor duurzame opwekking van coöperatieve energieverenigingen af te schaffen. Daarmee handelt de overheid conform dezelfde wetgeving die nu al geldt voor grootverbruikers van energie. Zij betalen een extreem lage energiebelasting, omdat het economisch belang en onze concurrentiepositie hiermee gediend is. Het zorgt voor een sterke economie en een gevulde schatkist. Coöperatieve energieverenigingen zijn te beschouwen als bedrijven die gezamenlijk grootproducent en -gebruiker van duurzame energie worden en zo een wezenlijke bijdrage leveren aan onze economie. Met als bijkomend groot voordeel dat hierbij geen broeikasgassen vrijkomen.

En heeft dit Kabinet twijfels? Laat een onafhankelijk instituut een maatschappelijke kosten-batenanalyse maken en geef ruimte aan proefprojecten van professioneel georganiseerde lokale coöperatieven. Dan kan het bewijs geleverd worden dat deze wetswijziging alleen maar winnaars kent. Wij helpen er graag bij!

Dit is de lijst met bestuurders die deze oproep steunen:

Piet Adema Achtkarspelen wnd burgemeester, woonachtig Drachten ChristenUnie
Bert Blase Alblasserdam, Burgemeester PvdA
Jan Nagengast Alkmaar CDA
Sebastiaan van ‘t Erve Amersfoort GL
Alex Langius Assen ChristenUnie
Bas Nootenboom Barendrecht CDA
Hans van Dalen Barneveld CU
Alwin Hietbrink Bergen (NH) GL
Piet de Klein Beuningen BN&M
Robbert Jan Piet Beverwijk CDA
Wilbert Willems Breda GL
Hennie Beelen Brummen IPV
Christel Portegies Castricum VVD
Jos Pierey Deventer PvdA
Kees Luesink Doesburg, burgemeester GL
Steven Kroon Doetinchem PvdA
Tom Nederveen Ermelo CU
Christiaan Kwint Heerhugowaard GL
Fred Gilissen Heerlen D66/OPH
Janneke Oude Alink Hengelo GL
Michiel van Liere Houten D66
Herman Geerdes Houten VVD
Pieter Treep Kampen CDA
Evert Damen Kapelle CDA
Thijs de la Court Lochem GL
Ton Dohle Meppel VVD
Jan van der Meer Nijmegen GL
Andries Poppe Noordoostpolder CU/SGP
Lia de Ridder Oegstgeest Progressief Oegstgeest
Vincent van Uem Oost Gelre OOG
Johan van den Hout prov Brabant SP
Harriet Tiemens Rheden GL
Bart Eigeman ’s-Hertogenbosch GL
Henk van Roosmalen Sint Michielsgestel CDA
John Stuurman Teylingen D66
Berend de Vries Tilburg D66
Houkje Rijpstra Tytsjerksteradiel PvdA
Jan van Muyden Voorst PvdA/GL
Jan van Groos Waalwijk CU
Lex Hoefsloot Wageningen GL
Jan Luteijn Werkendam SGP
Robert Linnekamp Zaanstad GL
Gerben Dijksterhuis Zeewolde CU
Joke Leenders Zeist GL
Patricia Withagen Zutphen GL
Henk Mirck Zwijndrecht Algemeen Belang Zwijndrecht
Antoin Scholten Zwijndrecht, Burgemeester VVD

donderdag, 17 november 2011

Socrates Schouten

Socrates Schouten

Linkedin DWARS

“Lid Tweede Kamer at at de Tweede Kamer”

In nederlands, dwars, greenpeace, groenlinks, internet, media, sap, sociale media, tweede kamer, en meer.

Leden en politici van GroenLinks zijn, van alle Nederlandse partijen, het actiefste op internet en vertegenwoordigd in sociale media. Ben je een beetje actief in de partij of in DWARS, dan heb je al gauw tientallen tot wel meer dan honderd connecties. Het is grappig dat, ondanks de ruime ervaring die we er intussen mee hebben, de GroenLinkse Tweede-Kamerleden het niet voor elkaar hebben gekregen enige uniformiteit in de LinkedIn-titulatuur aan te brengen. Kijk even mee:

Jolande Sap is ‘at GroenLinks Tweede Kamerfractie’. Is what?

Mariko Peters is ‘MP at Tweede Kamer’.

Liesbeth van Tongeren is ‘Tweedekamerlid voor GroenLInks’. Daarvoor zat ze bij GreenPEace.

Jesse Klaver is ‘Kamerlid at GroenLinks’. Welke Kamer?

Arjan El Fassed is ‘Member of Parliament’. Any parliament will do.

Bruno Braakhuis is ‘Member of Dutch parliament for GroenLinks’. Kijk, da’s duidelijk.

Voortman, Linda is ‘Lid Tweede Kamer at at de Tweede Kamer’. At at at at at at!

En Ineke van Gent… ‘Psycholoog | Praktijk Prana‘. Looking good, by the way.

Tofik Dibi kon geen andere variant meer bedenken en is niet op LinkedIn gegaan. Of heeft hij er een Fatwa over uitgesproken?


Aantal berichten op deze pagina: 30. De berichten op deze pagina zijn niet ouder dan 1730 uur (72,1 dagen). Berichtgemiddelde: 0,4 bericht per dag, 2,9 per week.

Volgende pagina

Pagina: 1 2 3 4 5