zondag, 6 mei 2012

Ruard Ganzevoort

Ruard Ganzevoort

Twitter

Wat en van wie is 4 Mei?

In uncategorized, samenleving, 4 mei, activiteiten, algemeen, april, belangrijk, boek, burgemeester, en meer.

Opnieuw werd de 4 Mei-herdenking, overal in het land een moment van grote waardigheid en bezinning, enigszins overschaduwd door conflicten over wat er wel en niet gepast is. Dit jaar ging het om een gedicht op de Dam over een foute oudoom en de graven van Duitse soldaten in Vorden, maar het hadden net zo goed andere aanleidingen kunnen zijn.

Het valt mij vooral op hoe moeilijk het nog steeds is om het gesprek hierover goed te voeren. Onmiddellijk ontstaat er een heftige sfeer vol emotionele verwijten. Ik begrijp dat goed, want de wonden die de Tweede Wereldoorlog en andere oorlogen nadien geslagen hebben, zijn diep. De trauma’s bij burgergetroffenen en militairen kunnen een leven lang doorwerken, zo weet ik ook uit mijn eigen onderzoek. En vooral bij groepen die vermoord werden om wie ze zijn – Joden, homo’s, Sinti, Roma – staan de oorlog en de herdenking symbool voor vernietigende onderdrukking. Een indrukwekkend beeld daarvan geeft het boek In Memoriam van Guus Luijters, waarin hij alle namen en vele foto’s heeft verzameld van gedeporteerde Joodse, Roma en Sinti kinderen. Een schrijnend gedenkteken van een minutieuze moordmachine.

Ook al begrijp ik die emoties, toch vind ik dat het gesprek over 4 Mei gevoerd moet worden. Dat wordt nu soms geblokkeerd doordat nieuwe ontwikkelingen en kritische vragen onmiddellijk als respectloos en gevoelloos worden gekwalificeerd. Dat ging zover dat op verzoek van de Federatie Joods Nederland de rechter besloot dat het ‘onrechtmatig’ zou zijn als de gemeente Vorden meewerkte aan het opnemen van de Duitse soldaten in de herdenking. Die uitspraak doet recht aan de gevoelens die bij sommigen leven, maar het is onduidelijk op welke wettelijke grondslag de rechter zich baseert. En het is opvallend dat de meeste Vordenaren wel de tocht langs de Duitse graven maakten nadat de burgemeester noodgedwongen was afgeslagen.

Vier afwegingen

Als ik het goed zie, spelen in het gesprek dat we moeten voeren vier afwegingen. Ieder voor zich zijn het goede vragen, maar de combinatie maakt het een explosieve vraag. Dat is niet nieuw; vanaf het begin is de betekenis van 4 en 5 Mei inzet geweest van heftige (parlementaire) debatten, zoals Bram Peters laat zien. De eerste dodenherdenkingen waren lokale activiteiten op initiatief van het Haags verzet. Vanaf 1958 werd gediscussieerd over de vraag of ook de gevallenen in Indonesië en Korea moesten worden herdacht. Waren de Nationale Herdenking en het Nationaal Monument alleen voor de slachtoffers van 1940-1945 of mocht dat breder worden getrokken? En wat betekende het dat de strijd in Indonesië en Korea op zijn minst omstreden genoemd mocht worden?

WOII of alle gevallenen?

Dat is dus de eerste afweging: gaat het om de Tweede Wereldoorlog of om alle gevallenen in of in dienst van het Koninkrijk? In de afgelopen twintig jaar zijn de direct getroffenen meer centraal komen te staan. Ze staan letterlijk vooraan bij de herdenking en kranslegging. De hoogwaardigheidsbekleders staan – terecht – op het tweede plan. Maar daarbij gaat het niet meer alleen om de getroffenen toen. Sinds 1961 gedenken we allen – burgers en militairen – die in het Koninkrijk of waar ook ter wereld zijn omgekomen sinds 1940 bij oorlogssituaties en vredesoperaties. Daarmee doen we ook die groepen recht. Het gevolg is wel dat de Herdenking breder wordt en structureler bij onze nationale identiteit blijft horen. Ook als alle WOII-overlevenden gestorven en vergeten zijn, blijven we herdenken.

Nationaal of universeel?

Een tweede afweging komt hieruit op: is de dodenherdenking nationaal of universeel van aard? De naam gaat natuurlijk uit van een ‘nationale’ herdenking, maar Peters stelt terecht: ‘De laatste vijftien jaar is de betekenis van 4 en 5 mei breder geworden. Door het verleggen van het accent naar gewapende conflicten van nu en de viering van vrijheid in het algemeen, is het nationale karakter van de herdenking en viering verminderd.’ Dat was al enigszins het geval omdat we de geallieerden ook bij de herdenking betrokken. Het wordt nog meer het geval nu alle vredesoperaties een internationale dimensie hebben. Het nationale karakter is dan ook niet meer exclusief, maar veel meer inclusief: dit gaat ons allemaal aan.

Dodenherdenking of oorlogsherdenking?

De derde afweging gaat eigenlijk over de vraag of het een herdenking van de oorlog is of veel specifieker een dodenherdenking. Dat laatste is natuurlijk het begin geweest en het gedenken van individuen is daar heel belangrijk in. Toch zien we ook hier een verschuiving, die alles te maken heeft met het nationale karakter en het verglijden van de tijd. Volgens Peters beleven velen ‘de dodenherdenking als een moment om stil te staan bij de gevolgen van oorlog, vroeger en nu.’ Dat sluit aan bij de wettelijke taak van het Nationaal Comité 4 en 5 Mei. Kern van hun taak is het geven van richting aan de zingeving van herdenken en vieren, onder meer door de organisatie van bijeenkomsten, voorlichting en het levend houden van de herinnering aan de Tweede Wereldoorlog. Het sluit ook aan bij de media-aandacht voor de gevolgen van oorlog. De individuele verhalen van direct getroffenen zijn daarbij de iconen van onze herinnering, maar het gaat niet meer alleen om hen. Het gaat om de oorlog en de strijd tegen het kwaad. En daarmee gaat het om ons allemaal. Zo is ook deze verschuiving nodig om de collectieve betekenis uit te blijven dragen, maar tegelijk voelen vertegenwoordigers van de direct getroffenen zich hierdoor soms miskend: hun unieke levensgeschiedenis wordt nu verbonden met het verhaal van iedereen.

Slachtoffers en/of daders?

De vierde afweging is de meest pijnlijke: herdenken we alleen de slachtoffers van de oorlog, of ook de daders? Dit is de afweging die de afgelopen jaren steeds het stof doet opwaaien. Het gedicht van Auke Siebe Dirk de Leeuw vroeg aandacht voor de foute keuze van zijn oudoom, de Duitse graven in Vorden waren van soldaten die hier tijdens de bezetting sneuvelden en vorig jaar vroeg Grimbert Rost van Tonningen (zoon van) ruimte voor nazaten van ouders met een fout oorlogsverleden, zonder iets af te doen aan het kwaad dat die gedaan hadden. Gedenken is immers nog wat anders dan eren.

Het is deze laatste afweging die voor velen een stap te ver is. Het morele onderscheid tussen daders en slachtoffers wordt weggevaagd, alsof er geen verschil is tussen moedwillig een ander doden en de verschrikking dat te ondergaan. Alsof schuld en onschuld verglijden met de tijd. Dat is inderdaad een gevaarlijke ontwikkeling. Zeker, we moeten terugkijkend onder ogen zien dat de Nederlandse bevolking als geheel lang niet altijd de juiste keuze maakte en dat onze eigen geschiedenis nogal gemengd is. En ook over de motieven van wie de foute kant koos, is veel te zeggen. Bovendien kan wie toen fout was, later anders gekozen hebben en andersom. Maar dat doet allemaal niets af aan het fundamentele verschil tussen dader en slachtoffer. Wie dat wegnuanceert, miskent de doden. Dat wil echter niet zeggen dat de daders van toen en hun nazaten nu geen rol spelen bij de herdenking. Impliciet doen ze dat trouwens per definitie, want zonder daders geen slachtoffers. De kracht van het gedenken is volgens mij dat we een gezamenlijk verhaal vertellen waarin slachtoffers als slachtoffers en daders als daders hun plaats krijgen.

Een explosieve stille week

Vier afwegingen die stuk voor stuk relevant zijn. Ze gaan allemaal over het dilemma tussen een scherpe focus en een brede relevantie. Gezamenlijk worden deze vier dilemma’s explosief. Want het onderscheid tussen dader en slachtoffer is wel essentieel, maar het valt niet samen met bijvoorbeeld Nederlands of Duits. NSB’ers krijgen geen gezicht, militairen die in Azië deel waren van een omstreden postkoloniale strijd wel. En ook klinkt het onderscheid anders als we individuen herdenken dan wanneer we de oorlog en strijd tegen het kwaad gedenken. Als we dat alles op een hoop gooien, verliezen we de gave van het onderscheid en kunnen we het alleen nog met emotionele oproepen bezweren.

Ik ben niet de eerste die constateert dat de week van 30 April tot 5 Mei de nationale seculiere stille week is geworden. Vroeger hadden we Palmzondag (de intocht van Jezus als ‘koning’ in Jeruzalem), de kruisiging op Goede Vrijdag en de opstanding op Paaszondag. Onze nationale identiteit wordt gevierd op Koninginnedag, verbonden met de verschrikkingen van de geschiedenis op 4 Mei, en gericht op de vrijheid van de toekomst op 5 Mei. In die rituele beweging past het stilstaan van de Nationale Herdenking. Het is goed dat daarbij verhalen van slachtoffers het morele ijkpunt vormen, als spiegel voor ons allemaal. Maar het is ook goed dat we het niet tot hen beperken maar juist de complexiteit van onze nationale geschiedenis erkennen. Juist op 4 Mei, symbolisch ankerpunt van ons schrijnende verleden.


Ruard Ganzevoort

Ruard Ganzevoort

Twitter

Wat en van wie is 4 Mei?

In uncategorized, samenleving, 4 mei, activiteiten, algemeen, april, belangrijk, boek, burgemeester, en meer.

Opnieuw werd de 4 Mei-herdenking, overal in het land een moment van grote waardigheid en bezinning, enigszins overschaduwd door conflicten over wat er wel en niet gepast is. Dit jaar ging het om een gedicht op de Dam over een foute oudoom en de graven van Duitse soldaten in Vorden, maar het hadden net zo goed andere aanleidingen kunnen zijn.

Het valt mij vooral op hoe moeilijk het nog steeds is om het gesprek hierover goed te voeren. Onmiddellijk ontstaat er een heftige sfeer vol emotionele verwijten. Ik begrijp dat goed, want de wonden die de Tweede Wereldoorlog en andere oorlogen nadien geslagen hebben, zijn diep. De trauma’s bij burgergetroffenen en militairen kunnen een leven lang doorwerken, zo weet ik ook uit mijn eigen onderzoek. En vooral bij groepen die vermoord werden om wie ze zijn – Joden, homo’s, Sinti, Roma – staan de oorlog en de herdenking symbool voor vernietigende onderdrukking. Een indrukwekkend beeld daarvan geeft het boek In Memoriam van Guus Luijters, waarin hij alle namen en vele foto’s heeft verzameld van gedeporteerde Joodse, Roma en Sinti kinderen. Een schrijnend gedenkteken van een minutieuze moordmachine.

Ook al begrijp ik die emoties, toch vind ik dat het gesprek over 4 Mei gevoerd moet worden. Dat wordt nu soms geblokkeerd doordat nieuwe ontwikkelingen en kritische vragen onmiddellijk als respectloos en gevoelloos worden gekwalificeerd. Dat ging zover dat op verzoek van de Federatie Joods Nederland de rechter besloot dat het ‘onrechtmatig’ zou zijn als de gemeente Vorden meewerkte aan het opnemen van de Duitse soldaten in de herdenking. Die uitspraak doet recht aan de gevoelens die bij sommigen leven, maar het is onduidelijk op welke wettelijke grondslag de rechter zich baseert. En het is opvallend dat de meeste Vordenaren wel de tocht langs de Duitse graven maakten nadat de burgemeester noodgedwongen was afgeslagen.

Vier afwegingen

Als ik het goed zie, spelen in het gesprek dat we moeten voeren vier afwegingen. Ieder voor zich zijn het goede vragen, maar de combinatie maakt het een explosieve vraag. Dat is niet nieuw; vanaf het begin is de betekenis van 4 en 5 Mei inzet geweest van heftige (parlementaire) debatten, zoals Bram Peters laat zien. De eerste dodenherdenkingen waren lokale activiteiten op initiatief van het Haags verzet. Vanaf 1958 werd gediscussieerd over de vraag of ook de gevallenen in Indonesië en Korea moesten worden herdacht. Waren de Nationale Herdenking en het Nationaal Monument alleen voor de slachtoffers van 1940-1945 of mocht dat breder worden getrokken? En wat betekende het dat de strijd in Indonesië en Korea op zijn minst omstreden genoemd mocht worden?

WOII of alle gevallenen?

Dat is dus de eerste afweging: gaat het om de Tweede Wereldoorlog of om alle gevallenen in of in dienst van het Koninkrijk? In de afgelopen twintig jaar zijn de direct getroffenen meer centraal komen te staan. Ze staan letterlijk vooraan bij de herdenking en kranslegging. De hoogwaardigheidsbekleders staan – terecht – op het tweede plan. Maar daarbij gaat het niet meer alleen om de getroffenen toen. Sinds 1961 gedenken we allen – burgers en militairen – die in het Koninkrijk of waar ook ter wereld zijn omgekomen sinds 1940 bij oorlogssituaties en vredesoperaties. Daarmee doen we ook die groepen recht. Het gevolg is wel dat de Herdenking breder wordt en structureler bij onze nationale identiteit blijft horen. Ook als alle WOII-overlevenden gestorven en vergeten zijn, blijven we herdenken.

Nationaal of universeel?

Een tweede afweging komt hieruit op: is de dodenherdenking nationaal of universeel van aard? De naam gaat natuurlijk uit van een ‘nationale’ herdenking, maar Peters stelt terecht: ‘De laatste vijftien jaar is de betekenis van 4 en 5 mei breder geworden. Door het verleggen van het accent naar gewapende conflicten van nu en de viering van vrijheid in het algemeen, is het nationale karakter van de herdenking en viering verminderd.’ Dat was al enigszins het geval omdat we de geallieerden ook bij de herdenking betrokken. Het wordt nog meer het geval nu alle vredesoperaties een internationale dimensie hebben. Het nationale karakter is dan ook niet meer exclusief, maar veel meer inclusief: dit gaat ons allemaal aan.

Dodenherdenking of oorlogsherdenking?

De derde afweging gaat eigenlijk over de vraag of het een herdenking van de oorlog is of veel specifieker een dodenherdenking. Dat laatste is natuurlijk het begin geweest en het gedenken van individuen is daar heel belangrijk in. Toch zien we ook hier een verschuiving, die alles te maken heeft met het nationale karakter en het verglijden van de tijd. Volgens Peters beleven velen ‘de dodenherdenking als een moment om stil te staan bij de gevolgen van oorlog, vroeger en nu.’ Dat sluit aan bij de wettelijke taak van het Nationaal Comité 4 en 5 Mei. Kern van hun taak is het geven van richting aan de zingeving van herdenken en vieren, onder meer door de organisatie van bijeenkomsten, voorlichting en het levend houden van de herinnering aan de Tweede Wereldoorlog. Het sluit ook aan bij de media-aandacht voor de gevolgen van oorlog. De individuele verhalen van direct getroffenen zijn daarbij de iconen van onze herinnering, maar het gaat niet meer alleen om hen. Het gaat om de oorlog en de strijd tegen het kwaad. En daarmee gaat het om ons allemaal. Zo is ook deze verschuiving nodig om de collectieve betekenis uit te blijven dragen, maar tegelijk voelen vertegenwoordigers van de direct getroffenen zich hierdoor soms miskend: hun unieke levensgeschiedenis wordt nu verbonden met het verhaal van iedereen.

Slachtoffers en/of daders?

De vierde afweging is de meest pijnlijke: herdenken we alleen de slachtoffers van de oorlog, of ook de daders? Dit is de afweging die de afgelopen jaren steeds het stof doet opwaaien. Het gedicht van Auke Siebe Dirk de Leeuw vroeg aandacht voor de foute keuze van zijn oudoom, de Duitse graven in Vorden waren van soldaten die hier tijdens de bezetting sneuvelden en vorig jaar vroeg Grimbert Rost van Tonningen (zoon van) ruimte voor nazaten van ouders met een fout oorlogsverleden, zonder iets af te doen aan het kwaad dat die gedaan hadden. Gedenken is immers nog wat anders dan eren.

Het is deze laatste afweging die voor velen een stap te ver is. Het morele onderscheid tussen daders en slachtoffers wordt weggevaagd, alsof er geen verschil is tussen moedwillig een ander doden en de verschrikking dat te ondergaan. Alsof schuld en onschuld verglijden met de tijd. Dat is inderdaad een gevaarlijke ontwikkeling. Zeker, we moeten terugkijkend onder ogen zien dat de Nederlandse bevolking als geheel lang niet altijd de juiste keuze maakte en dat onze eigen geschiedenis nogal gemengd is. En ook over de motieven van wie de foute kant koos, is veel te zeggen. Bovendien kan wie toen fout was, later anders gekozen hebben en andersom. Maar dat doet allemaal niets af aan het fundamentele verschil tussen dader en slachtoffer. Wie dat wegnuanceert, miskent de doden. Dat wil echter niet zeggen dat de daders van toen en hun nazaten nu geen rol spelen bij de herdenking. Impliciet doen ze dat trouwens per definitie, want zonder daders geen slachtoffers. De kracht van het gedenken is volgens mij dat we een gezamenlijk verhaal vertellen waarin slachtoffers als slachtoffers en daders als daders hun plaats krijgen.

Een explosieve stille week

Vier afwegingen die stuk voor stuk relevant zijn. Ze gaan allemaal over het dilemma tussen een scherpe focus en een brede relevantie. Gezamenlijk worden deze vier dilemma’s explosief. Want het onderscheid tussen dader en slachtoffer is wel essentieel, maar het valt niet samen met bijvoorbeeld Nederlands of Duits. NSB’ers krijgen geen gezicht, militairen die in Azië deel waren van een omstreden postkoloniale strijd wel. En ook klinkt het onderscheid anders als we individuen herdenken dan wanneer we de oorlog en strijd tegen het kwaad gedenken. Als we dat alles op een hoop gooien, verliezen we de gave van het onderscheid en kunnen we het alleen nog met emotionele oproepen bezweren.

Ik ben niet de eerste die constateert dat de week van 30 April tot 5 Mei de nationale seculiere stille week is geworden. Vroeger hadden we Palmzondag (de intocht van Jezus als ‘koning’ in Jeruzalem), de kruisiging op Goede Vrijdag en de opstanding op Paaszondag. Onze nationale identiteit wordt gevierd op Koninginnedag, verbonden met de verschrikkingen van de geschiedenis op 4 Mei, en gericht op de vrijheid van de toekomst op 5 Mei. In die rituele beweging past het stilstaan van de Nationale Herdenking. Het is goed dat daarbij verhalen van slachtoffers het morele ijkpunt vormen, als spiegel voor ons allemaal. Maar het is ook goed dat we het niet tot hen beperken maar juist de complexiteit van onze nationale geschiedenis erkennen. Juist op 4 Mei, symbolisch ankerpunt van ons schrijnende verleden.


zaterdag, 28 april 2012

Ria Damhof

Ria Damhof

GR

Uitspraak over de varkensstallen

In vergunningen, varkensstallen, uitspraak, rechtspraak, catshuis, eemsmond, nieuws, de.
Door alle tumult deze week rond het gestrande Catshuis overleg en het succesvolle begrotingsakkoord viel het een beetje langs het nieuws. Er viel deze week een uitspraak van de rechter op het herroepen van de vergunning voor het bouwen van een megavarkensstal aan de Lauwersdwarsweg in de polder boven Uithuizen. Eemsmond werd daarin in het gelijk gesteld op grond van het niet voldoen aan

donderdag, 26 april 2012

Jan van der Meer

Jan van der Meer

Hyves Linkedin Twitter

Gemeente Nijmegen houdt ambitie windturbines langs A15 overeind

In klimaat & energie, bedrijventerrein, belangrijk, bestemmingsplan, de, gemeente, gesprek, maart, nieuw, en meer.

windmolens-met-regenboogGisteren heeft de Raad van State besloten dat de gemeente Nijmegen voorlopig geen windturbines langs de A15 mag bouwen op bedrijventerrein De Grift. De gemeente Nijmegen houdt echter vast aan haar ambitie om op deze locatie in de Waalsprong windenergie op te wekken. Dit is belangrijk om Nijmegen in 2045 energieneutraal te maken.

De Raad van State heeft woensdag het bestemmingsplan ‘Buitengebied Valburg - 10 Windturbines de Grift’ vernietigd, waarmee de gemeente Nijmegen de bouw van vijf windturbines mogelijk wilde maken. De RvS stelt dat bij aanvang van het project al bekend was dat er in totaal negen turbines zouden komen: op Bedrijventerrein De Grift in Nijmegen en op het Betuws Bedrijvenpark in Overbetuwe. Daarmee had volgens de Raad een andere procedure moeten worden gevolgd over de milieueffecten.

De uitspraak van de Raad van State komt niet geheel onverwacht, na de vergelijkbare uitspraak over de windturbines in Overbetuwe in maart. Het besluit is een teleurstelling voor Nijmegen, maar biedt de gemeente ook de kans om in een nieuw plan uit te gaan van een nieuwere generatie windturbines, die efficiënter en stiller zijn.

De komende maanden onderzoekt de gemeente welke procedure moet worden gevolgd om de bouw alsnog mogelijk te maken. Daarbij houdt de gemeente Nijmegen contact met de gemeente Overbetuwe en kijkt ook naar eventuele samenwerking in de procedures die doorlopen moeten worden. Gezien de tijd die een dergelijk proces vergt, zal bij positieve besluitvorming niet eerder dan in 2014 gestart kunnen worden met de daadwerkelijke bouw.

Wethouder Jan van der Meer gaat de komende periode samen met Eneco ook in gesprek met een vertegenwoordiging van omwonenden in het buurtschap Reeth, om de nieuwe plannen toe te lichten.

woensdag, 18 april 2012

Saskia van der Werff

Saskia van der Werff

Twitter

De energieke ziel; Socratisch Café 072 april 2012

In energie, ziel, socratisch gesprek, lichaam, bezig, café, de, duitsland, eerste, en meer.
Waar zou een gesprek over de ziel over kunnen gaan? Een orgaan in het lichaam is het niet, maar toch verbinden we de ziel met ons lichaam. Een gesprek over de ziel gaat over iets wat ons raakt, wat ons niet onberoerd laat. We kunnen hieruit opmaken dat de ziel ons in velerlei opzicht bezig houdt. Er zijn vele uitspraken gedaan over de ziel. Een kleine bloemlezing: 
De morele mens houd van zijn ziel, de gewone van zijn bezit / Confucius, Chinees filosoof 
Denken, is de ziel die met zichzelf praat. / Plato, Grieks filosoof
Het gelaat weerspiegelt de ziel, de ogen verraden haar / Marcus Tullius Cicero
Tranen zijn het smeltende ijs van de ziel. / Hermann Hesse, In Duitsland geboren Zwitsers schrijver/dichter
Als je niet elke dag met een stok in je ziel roert, vriest hij dicht / Rutger Kopland, Nederlands dichter
Dit zijn heftige uitspraken. De ziel, zo onbepaald en zo indringend. Ook dichters laten zich inspireren door de ziel. Bernlef heeft er een prachtig gedicht aan gewijd: 
De ziel is in diepste wezen zielig.[…]
Op de monitor van de intensive carezien wij haar ten slotte wegvluchten in een punt. 
Wat achterblijft: het zielloos lichaamen de zekerheid dat iets verdwenen isdat niet bestaan kon maar er toch was. 
Bernlef (pseudoniem van Hendrik Jan Marsman), Nederlands schrijverBron: Kanttekeningen
 We starten het gesprek met de vraag ‘Wat is het te leven met hart en ziel’. Dit is geen eenvoudige vraag, omdat het een metafoor bevat. De filosoof Nelson, die de Socratische methode praktisch heeft gemaakt, had hier bezwaren tegen. Hij stelde hoge eisen aan te gebruiken begrippen. Een beeld is niet vastomlijnd en laat het denken teveel speelruimte. Een metafoor is een vergelijking en die gaat volgens hem altijd mank. Hier valt wel wat voor te zeggen maar ook op aan te merken. Immers, juist met een Socratisch gesprek trachten we helderheid te krijgen over hoe we in ons handelen overtuigingen tot leven brengen. En een uitspraak is ook een handeling, een talige handeling. Wellicht dat juist het begrip ‘ziel’ niet eenvoudig met woorden te vangen is omdat het een immaterieel begrip en misschien wel een metafoor op zich. Toch bleek gedurende het gesprek dat opnemen van beeldspraak in de vraag wat ging wringen.
      Op de vraag ‘Wat is het te leven met hart en ziel’ kwamen indringende en prachtige levensverhalen naar voren. Het beleven van muziek kwam in verschillende voorbeelden terug. Het zeilen op zee; het professionele leven; de innige en intieme omgang met het eerste kleinkind, maar ook het begeleiden van mensen in hun stervensproces. De ziel vindt zijn/haar weg in alle levensfasen van de mens en op allerlei gedenkwaardige momenten. We vervolgden het onderzoek met het volgende verhaal: 
‘Ik begeleid vluchtelingen met gezinshereniging, zoals ook deze man. Zijn dossier was weinig hoopgevend. Het zou erom spannen of hij zijn gezin naar Nederland zou kunnen halen. Er zat ook veel tegen. Door de slechte postbezorging liepen we het risico dat onze aanvraag niet op tijd zou worden ontvangen. Toen ik sprak met een medewerker van de IND, kreeg ik het bericht dat we uitstel kregen. Pas op dat moment wist ik dat het wel zou gaan lukken; ik juichte, en de zon ging schijnen.’
In deze fase van het onderzoek kwamen twee interessante aspecten naar voren. Niet voor iedereen was dit een voorbeeld van leven met hart en ziel. Wat knelde hier? Wat weerhield deelnemers zich deze situatie eigen te kunnen maken? Het bleek dat het begrip ‘sociaal’ voor de één verband hield met ‘het leven met hart en ziel’. Dit ging niet voor iedereen op. Om de verhouding van ziel met sociaal te kunnen onderzoek was een nieuw onderzoek nodig over ‘sociaal zijn’. Een zijpad van het onderzoek opende zich. We markeerden dit zijpad met een bewegwijzering voor een komend onderzoek. Het tweede aspect had te maken met het metaforische karakter van de uitspraak ‘met hart en ziel’.  Waren hart en ziel wel te onderscheiden? Wat voor de één afgescheiden begrippen zijn was voor de ander niet los te zien. Dit vertaalde zich naar het moment, waarin zich de meeste hitte bevond. Wanneer was er nu het meest of echt sprake van leven met hart en ziel? En wat betekende de keuze van het moment voor het vervolgonderzoek? We kwamen tot de ontdekking dat dit voor de deelnemers zeer van belang was. Een prachtige observatie.
      We sloten het gesprek af. De ziel had zich getoond, als verbonden met het lichaam én met energie. Zijpaden ontdekt en met rust gelaten; de waarde van het hittepunt herkend; inzichten gedeeld én prikkelende vragen. Socrates keek letterlijk en figuurlijk over onze schouders mee. Zijn methode bracht de volgende overtuigingen over leven met hart en ziel naar voren:
·        Vanuit je kern kunnen reageren met enthousiasme en overtuiging, zonder belast te worden door je ego
·         Met overtuiging!
·         Leven zonder hart en ziel is vegeteren
·         Intensief, bewust en betrokken zijn, met alles worden aangeraakt
·         Met al  je inzet en interesse
·         Leven vanuit je diepste verlangen
·         Bewust en ontvankelijk
·         Het besef dat ik in deze situatie kan bijdragen aan het vergroten van iemands levensgeluk
·         Vanuit positieve intentie en optimisme samen met anderen vertrouwen op een goede afloop en dankbaar en blij dat je er energie kan instoppen en geven en dat het energie geeft
·         Zonder twijfel, lichtvoetig, huppelend, energievol, blij en krachtig
·         Beweeglijk levendig als vanzelf

Lees ook Farieda’s blog over de ziel. Kijk hiervoor mijn impressie van het Socratische Café 072 van maart.

dinsdag, 17 april 2012

Rob Alberts

Rob Alberts

Varkenskop uit een MOE-land.

In , de, eten, kookboek.
Varkenskop uit een MOE-land. 10 Jaar geleden liep ik door Praag naar een kookboek te zoeken. Tegen de Poolse grens kreeg ik op het busstation worstjes te eten. Samen met scherpe mosterd en mierikswortel heb ik genoten van de worstjes. Jisternici heb ik als naam onthouden. Natuurlijk zijn er in de loop der jaren spelfouten in geslopen. En mijn uitspraak is natuurlijk voor de echte Tjech niet te h...

vrijdag, 30 maart 2012

Evelien van Roemburg

Evelien van Roemburg

Hyves Linkedin Twitter GR DWARS

ongewenste asielzoeker

In vluchtelingen, afghanistan, art. 1f, asielzoekers, europees hof voor de rechten van de mens, ongewenstverklaring, unhcr, beleid, de, en meer.

Ik word nog eens een echte jurist (iedereen die zegt ‘dat wordt eens tijd, je bent al twee jaar aan het promoveren’ schop ik met m’n gegipste been)! Vorige week werd mijn eerste juridische stuk gepubliceerd: een annotatie van een uitspraak van het Europees Hof van de Rechten van de Mens (EHRM). Het arrest van het EHRM ging over een Afghaanse man (I.) die met zijn vrouw en kinderen asiel had aangevraagd in Nederland, maar uiteindelijk was afgewezen omdat hij als officier in de Afghaanse communistische geheime dienst misschien ernstige strafbare feiten zou hebben kunnen plegen. Daarom werd hij tevens ongewenst verklaard, wat betekent dat hij geen legale verblijfsmogelijkheden in Nederland meer heeft en ook geen aanspraak meer kan maken op enige bijstand of sociale zekerheidsvoorzieningen. De man kon echter ook niet terug gestuurd worden naar Afghanistan, omdat hij daar wellicht gemarteld zou worden – bovendien zou geen enkel ander land de man graag willen opnemen. Oftewel: I. verkeerde in een ‘legal limbo’.

De laatste tijd is er veel aandacht voor asielzoekers zoals I. Op het Nederlandse beleid om iedere Afghaanse oud-officier van het communistische regime bijna automatisch uit te sluiten van vluchtelingenstatus – zonder redelijk bewijs van de gepleegde strafbare feiten – is veel kritiek van vluchtelingenorganisaties en UNHCR, de vluchtelingenorganisatie van de Verenigde Naties. En terecht! Zoals ik mijn annotatie aangeef, is het Nederlandse beleid wellicht strijdig met meerdere bepalingen uit het Europees Verdrag van de Rechten van de Mens. Blijkbaar heb ik wat zinnigs gezegd, want ik vernam zojuist dat mijn annotatie is doorgestuurd naar de Vreemdelingenkamer van de Raad van State ter leering ende vermaeck.

Wie meer wil weten, kan mijn noot lezen – er zit een ook voor leken begrijpelijke samenvatting van de zaak bij. Tadaa: Annotatie EHRM.


Evelien van Roemburg

Evelien van Roemburg

Hyves Linkedin Twitter GR DWARS

ongewenste asielzoeker

In vluchtelingen, afghanistan, art. 1f, asielzoekers, europees hof voor de rechten van de mens, ongewenstverklaring, unhcr, verenigde naties, beleid, en meer.

Ik word nog eens een echte jurist (iedereen die zegt ‘dat wordt eens tijd, je bent al twee jaar aan het promoveren’ schop ik met m’n gegipste been)! Vorige week werd mijn eerste juridische stuk gepubliceerd: een annotatie van een uitspraak van het Europees Hof van de Rechten van de Mens (EHRM). Het arrest van het EHRM ging over een Afghaanse man (I.) die met zijn vrouw en kinderen asiel had aangevraagd in Nederland, maar uiteindelijk was afgewezen omdat hij als officier in de Afghaanse communistische geheime dienst misschien ernstige strafbare feiten zou hebben kunnen plegen. Daarom werd hij tevens ongewenst verklaard, wat betekent dat hij geen legale verblijfsmogelijkheden in Nederland meer heeft en ook geen aanspraak meer kan maken op enige bijstand of sociale zekerheidsvoorzieningen. De man kon echter ook niet terug gestuurd worden naar Afghanistan, omdat hij daar wellicht gemarteld zou worden – bovendien zou geen enkel ander land de man graag willen opnemen. Oftewel: I. verkeerde in een ‘legal limbo’.

De laatste tijd is er veel aandacht voor asielzoekers zoals I. Op het Nederlandse beleid om iedere Afghaanse oud-officier van het communistische regime bijna automatisch uit te sluiten van vluchtelingenstatus – zonder redelijk bewijs van de gepleegde strafbare feiten – is veel kritiek van vluchtelingenorganisaties en UNHCR, de vluchtelingenorganisatie van de Verenigde Naties. En terecht! Zoals ik mijn annotatie aangeef, is het Nederlandse beleid wellicht strijdig met meerdere bepalingen uit het Europees Verdrag van de Rechten van de Mens. Blijkbaar heb ik wat zinnigs gezegd, want ik vernam zojuist dat mijn annotatie is doorgestuurd naar de Vreemdelingenkamer van de Raad van State ter leering ende vermaeck.

Wie meer wil weten, kan mijn noot lezen – er zit een ook voor leken begrijpelijke samenvatting van de zaak bij. Tadaa: Annotatie EHRM.


dinsdag, 27 maart 2012

Renate Richters

Renate Richters

Twitter GR

GroenLinks tegen de illegalenjacht in Eindhoven

In divers, almere, amsterdam, burgemeester, capaciteit, d66, gemeente, gemeenteraad, gewoon, en meer.

Het kabinet heeft bekend gemaakt dat zij een quotum heeft afgesproken met de politie voor het aantal illegalen dat dit jaar moet worden opgepakt. Dit jaar moet de politie 4.800 mensen overdragen aan de Dienst Terugkeer en Vertrek. Dat is 10% meer dan in 2010 en maar liefst 35% meer dan in 2011 is gerealiseerd. Er komt geen extra politiecapaciteit voor.

Voorheen richtte de politie zich alleen op criminele en overlastgevende illegalen. Door dit quotum zullen ook mensen die niets strafbaars hebben gedaan, bv mensen die uitgeprocedureerd zijn of geen geldige papieren hebben, de dupe worden.

GroenLinks is erg bezorgd over deze kwetsbare groep mensen die al ontzettend veel heeft meegemaakt en in moeilijke omstandigheden leeft. Deze mensen worden opgejaagd en zullen zich niet meer veilig voelen. Dat vinden wij niet menswaardig. Onze zorg is dat deze mensen uit angst om opgepakt te worden geen beroep meer durft te doen op de opvangvoorzieningen die er voor deze mensen zijn. Wij denken dat daardoor hun levensomstandigheden verder kunnen verslechteren en de overlast mogelijk stijgt.

Wat GroenLinks betreft moet de politie zich bezighouden met de prioriteiten die met de burgemeester zijn afgesproken. In Zuid Oost Brabant is al te weinig politiecapaciteit, laten we die inzetten om de veiligheid daadwerkelijk te verbeteren in Eindhoven, ipv voor het halen van zinloze quota!

GroenLinks wil dat de gemeenteraad zich uitspreekt tegen deze illegalenjacht en roept de burgemeester op om de politiecapaciteit in te zetten voor de taken die zijn afgesproken in het jaarplan, en geen prioriteit te geven aan het behalen van dit quotum.

Daarom dien ik vanavond een actuele motie in. Deze wordt inmiddels gesteund door SP, OAE, D66 en PvdA. Daarmee heeft de motie op voorhand al een meerderheid.

Lees hieronder de tekst van de motie.

Actuele motie

De ondergetekende heeft de eer de volgende motie aan te bieden.

De ondergetekende, lid van de raad van de gemeente Eindhoven,

Overwegende dat:

- Het kabinet heeft aangekondigd een quotum te hebben ingesteld voor het oppakken van vreemdelingen die illegaal in Nederland verblijven;

- Dit is vastgelegd in de resultaatafspraak intensivering vreemdelingentoezicht 2012-2014 met de politie;

- Dat de resultaatafspraken erop neer komen dat de vreemdelingenpolitie dit jaar 4.800 illegalen overdraagt aan Dienst terugkeer en Vertrek;

- Dat dit aantal een forse stijging betekent: 10% meer dan in 2010 (4.355) en maar liefst 35% meer dan in 2011 (3530);

- Uit de afspraken met de politie blijkt dat niet alleen criminele of overlast gevende illegalen opgepakt moeten worden, maar ook uitgeprocedeerde illegalen en ongedocumenteerden;

- Dat deze taakstelling behaald dient te worden zonder uitbreiding van formatie.

- De politievakbond ACP al heeft aangegeven dat dit niet lukt binnen de huidige capaciteit en bovendien vragen stelt ten aanzien van het effect van de maatregel omdat mensen die niet terug kunnen naar het land van herkomst na vreemdelingendetentie gewoon weer op straat belanden (bron: nieuwsuur 19 maart, uitspraak van dhr van de Kamp, voorzitter ACP).

- Inmiddels de burgemeesters van meerdere steden, waaronder Amsterdam, Utrecht, Almere, Groningen en Katwijk (tevens voorzitter van de asielcommissie van de VNG) zich tegen het quotum hebben uitgesproken.

Van mening zijnde dat:

- Met dit quotum niet alleen criminele en overlastgevende illegalen worden aangepakt, maar ook mensen die uitgeprocedeerd zijn of geen papieren hebben;

- Dat zich onder deze groep ook mensen bevinden die geen strafbare feiten hebben gepleegd en niet in staat zijn terug te keren naar hun land van herkomst;

- Deze mensen zich in een moeilijke en kwetsbare situatie bevinden;

- We door invoering van dit quotum het risico lopen dat deze groep mensen geen beroep meer durft te doen op opvang- en hulporganisaties waardoor hun leefomstandigheden zullen verslechteren en de overlast mogelijk stijgt.

Stelt de raad voor te besluiten:

Zich uit te spreken tegen deze jacht op illegalen en de burgemeester te verzoeken om in zijn overleg met de politie af te spreken dat het oppakken van uitgeprocedeerde illegalen en ongedocumenteerden geen prioriteit heeft bij de inzet van de politiecapaciteit in onze regio.

Eindhoven, 27 maart 2012

Het lid van de raad,

Renate Richters, GroenLinks

De motie is aangenomen in de vergadering van ………

verworpen

zondag, 11 maart 2012

Tom Louwerse

Tom Louwerse

Twitter

PvdA lijkt sociaal-economisch meer op GroenLinks, dan op de SP

In algemeen, analyse, aow, beleid, beperking, de, groenlinks, huren, hypotheekrenteaftrek, en meer.
PvdA-Kamerlid Diederik Samsom claimde tijdens een aantal verkiezingsdebatten in het kader van het ledenreferendum over het fractievoorzitterschap dat de PvdA op sociaal-economisch gebied net zo ver afstaat van de SP als van GroenLinks. Daar waar andere kandidaten in GroenLinks de grootste geestverwant zagen, benadrukte Samsom, zeker op sociaal-economisch gebied, de verschillen met de partij van Jolande Sap. Die partij zou volgens Samsom de laatste tijd wel erg zijn afgedreven naar rechts. Analyse van de antwoorden van partijen in de kieswijzers laat echter zien dat de PvdA op sociaal-economisch gebied iets dichter bij GroenLinks staat dan bij de SP. Met het 'afdrijven' van GroenLinks valt het ook reuze mee.

In de StemWijzer van 2010 waren 10 stellingen opgenomen die duidelijk onder de noemer 'sociaal-economisch' zijn te vatten: werken, wonen, belastingen, onderwijs en zorg (zie onderaan). Op 8 van de 10 stellingen gaven PvdA en GroenLinks hetzelfde antwoord. Alleen op het gebied van afschaffen van studiebeurzen en beperking van de WW waren (en zijn) de partijen het oneens. Overigens zijn beide partijen voor een vorm van een sociaal leenstelsel of studietax, maar gaven ze wel een verschillend antwoord op de stelling. Er is dus maar één punt in de StemWijzer waarover PvdA en GroenLinks het echt oneens zijn.

De PvdA en de SP waren het op de sociaal-economische stellingen in de StemWijzer op drie punten oneens: AOW-leeftijd, scheefwonen en hypotheekrenteaftrek. De SP en PvdA antwoordden op die laatste stelling weliswaar anders, maar in feite willen beide partijen een hervorming/beperking van de hypotheekrenteaftrek. Op het punt van het sociaal leenstelsel gaven SP en PvdA hetzelfde antwoord, maar toonde de PvdA zich wel voorstander van een sociaal leenstelsel, in tegenstelling tot de SP. De partijen namen dus op twee á drie punten een ander standpunt in. Het verschil tussen PvdA en GroenLinks is in de StemWijzer iets kleiner dan het verschil tussen PvdA en SP.

Partijposities op sociaal-economische onderwerpen in het Kieskompas van 2010


In de concurrerende stemadvieshulp, Kieskompas, stond de PvdA nog dichterbij GroenLinks. Als we het tweedimensionale politieke landschap van het Kieskompas bekijken op de onderwerpen zorg, onderwijs, inkomen, werk en wonen, stond GroenLinks en PvdA erg dicht bij elkaar (op de links-rechtsschaal zelfs op exact dezelfde positie), terwijl de SP bijna helemaal links gepositioneerd was.

De meeste verschillen tussen de linkse partijen in het Kieskompas betreffen verschillen in gradatie: zo is de SP het 'helemaal niet eens' met liberalisering van de huren, terwijl PvdA en GroenLinks het er (gewoon) 'niet mee eens zijn'. Als we de posities van de partijen op de vijfpuntsschalen bij elkaar optellen, dan is de afstand tussen SP en PvdA 12 en de afstand tussen PvdA en GroenLinks 7. Ook hier staat de PvdA dus dichterbij GroenLinks dan de SP. Er zijn slechts een paar thema's waarbij partijen het over de richting van het beleid oneens zijn. PvdA en SP zijn het volgens het Kieskompas oneens over de AOW en studiefinanciering, terwijl PvdA en GroenLinks het oneens zijn over de versobering van de WW.

In beide kieshulpen staat de PvdA dus iets dichterbij GroenLinks dan bij de SP. Overigens moeten de verschillen tussen de partijen niet overdreven worden: op de meeste onderwerpen is men het eens, zeker over de richting van het beleid. Natuurlijk zijn er andere bronnen dan kieshulpen om de programma's van partijen te vergelijken, maar stemadvieshulpen geven over het algemeen een redelijk goede indruk van de posities van partijen op de belangrijkste (verkiezings)onderwerpen. 

Samsom heeft gelijk dat de PvdA tussen de SP en GroenLinks in staat op sociaal-economisch gebied, maar wel dichterbij GroenLinks. Zijn uitspraak dat dit het gevolg is van het 'naar rechts afdrijven' van GroenLinks is echter problematisch. Op veel sociaal-economische onderwerpen lijkt de traditionele links-rechtstegenstelling namelijk vervangen te zijn door een onderscheid tussen hervormers en conservatieven. De SP behoort duidelijk tot de laatste groep, terwijl GroenLinks zichzelf graag ziet als hervormingsgezind. De belangrijkste vraag is dan ook waar Samsom de PvdA naartoe wil brengen.

Antwoorden van partijen op sociaal-economische stellingen in de StemWijzer

donderdag, 8 maart 2012

Saskia van der Werff

Saskia van der Werff

Twitter

Gedwongen vrij te zijn: van Epictetus tot Mandela #wot 9

In vrij, plicht, dwang, wot, vrijheid, epictetus, mandela, agenda, boodschap, en meer.
Wat me meteen opvalt in de definitie van vrij, is dat het vooral ingaat op wat het allemaal niet is. Wat is vrij zijn allemaal niet? Onvrij zijn is gebonden, bedwongen, verslaafd, gevangen, belemmerd. Eigenlijk alles wat te maken heeft met een zekere dwang of plicht ontneemt me volgens deze definitie mijn vrijheid. Als ik dit rijtje tot me door laat dringen, vraag ik me af of ik eigenlijk wel vrij ben. Een groot gedeelte van mijn dag ben ik belemmerd, gebonden, bedwongen, en gevangen in de druk van werk, agenda, sociale verplichtingen, de kost moeten verdienen, eten, slapen. Toch heb ik wel het gevoel vrij te zijn. Houd ik mezelf dan niet enorm voor de gek? Of zet deze definitie me op het verkeerde been? Een opsomming van alle dieren in de wereld, die geen leeuw zijn, maken voor mij ook niet duidelijk welk dier een leeuw is. Deze definitie werkt dus niet echt verhelderend. Het benadrukt gedwongen vrijheid.
      Wat deze definitie mij wel duidelijk maakt is de tijdsgeest waarin die is geschreven. We leven in een liberaal tijdperk, waarin vrijheid vooral een negatieve invulling heeft. Vrij zijn betekent ‘vrij van bemoeienis van de staat in mijn persoonlijke levenssfeer’. Deze opvatting van vrijheid werd in de 18e eeuw ingezet om de burgers van het juk van despoten en kerk te bevrijden. Klaarblijkelijk is de tijdsgeest van toen nog steeds actueel.  We leven in een tijd dat we gedwongen zijn vrij te zijn. Vrij van een enorme overheid die haar tentakels steekt in zaken waar ze niet thuishoren. De gedachte lijkt te overheersen dat we een te grote, verslindende overheid hebben, die moet inkrimpen. Of deze gedachte juist is, is een geheel andere discussie. Wat wel opvalt is dat deze opvatting het onvrij zijn centraal stelt. Zijn er ook tijdsgeesten die dit onvrij zijn niet centraal stellen?
      De tijd waarin Epictetus leefde, kende inderdaad een hele andere tijdsgeest. Hij leefde in de nadagen van het Romeinse rijk. Niet zozeer het juk van de staat en kerk maar de oorlogsdruk van omringende steden en landen overheerste. In die tijdsgeest is zijn citaat geboren: ‘Niemand is vrij die niet zichzelf de baas is’. Epictetus roept op tot het ervaren van vrijheid in de innerlijke wereld. De opgave voor de mens is dan een onderscheid te maken tussen invloeden van buitenaf, waarover hij geen macht heeft en invloeden van binnenuit. Dus dan ben ik pas vrij als ik mijn eigen emoties ken en kan beheersen. Een prachtige gedachte, en wederom bekruipt me het gevoel dat ik dan eigenlijk niet vrij ben. Ik ken mijn emoties niet altijd en ze zijn goed in staat mijn gedrag te sturen. En wederom valt me op dat ook deze opvatting een negatieve invulling heeft. Ik ben pas vrij als ik vrij ben van emoties die mijn gedrag sturen. Niet mijn emoties maar mijn ratio zou achter het stuur moeten zitten. Komt het dan dat ik het gevoel heb vrij te zijn omdat ik mijn ratio achter het stuur heb zitten? Ook dat vind ik niet echt een plezierige gedachte. Ik ben dan nog steeds gedwongen om vrij te zijn, niet door kerk of staat maar door mijn eigen ratio. Want ook de ratio kan dwingend zijn.
      Niet een tijdsgeest maar een persoon, die weet wat het is een groot deel van zijn leven fysiek gevangen te zijn, heeft een opvallende uitspraak gedaan over vrijheid. Nelson Mandela heeft het volgende over vrijheid gezegd:  ‘Vrij zijn is niet alleen het afwerpen van uw ketenen, maar leven op een manier die de vrijheid van anderen respecteert en vergroot.’ Ik vind dit een indringende boodschap. Vrijheid gaat niet om mijn veiligheid, gaat niet om mijn innerlijke zielenrust, maar gaat over de manier waarop ik met anderen mensen samenleef. Pas als ik de vrijheid van anderen respecteer en bijdraag aan het vergroten ervan, dan kan ik echt vrij zijn. Mijn vrijheid gaat niet om mij alleen maar om het respecteren van de vrijheid van anderen. Ik voel mij vol van vrijheid als ik anderen respecteer in het gunnen van mijn vrijheid. In onze huidige tijdsgeest vind ik dit een inspirerende gedachte. Met deze gedachte voel ik mij niet langer gedwongen vrij te zijn maar aangemoedigd mijn vrijheid te delen met anderen. Niet uit angst me niet langer vrij te voelen, maar uit hoop dat iedereen vanuit zichzelf hetzelfde wenst.

* #WOT Write On Thursday. Dat is waar #WOT voor staat. Een initiatief van Karin Ramaker. Iedere donderdag presenteert zij een woord waarmee vele bloggers aan de slag gaan. Deze week het woord "Vrij * Niet (langer) afhankelijk van de verslavende stof ~ [bijvoegelijk naamwoord] en [bijwoord] (-er, -st), los, niet gebonden; onbedwongen, niet verslaafd; niet gevangen, bevrijd; ontslagen; niet gedwongen; onbeperkt, niet belemmerd; open”

zaterdag, 3 maart 2012

Theo Brand

Theo Brand

De lokroep van het radicale midden

In politiek, religie, cda, groenlinks, linker wang, emancipatie, gerechtigheid, lezen, macht, en meer.

Hieronder het ‘Redactioneel’ dat ik schreef als eindredacteur van tijdschrift De Linker Wang voor het maartnummer dat vandaag verschijnt. Voor een proefabonnement of gratis proefnummer, kijk je op www.linkerwang.nl

Het ‘radicale midden’ lijkt een lokroep. Het helpt politieke partijen om zich te fixeren op  macht, zonder principiële keuzes te hoeven maken. Deze gedachte borrelde bij me op na het lezen van het artikel van filosoof Peter Sas in dit nummer van De Linker Wang over het strategisch beraad van de christen-democraten (pagina 12-13). Prima dat het CDA culturele verschillen wil verbinden, zo stelt Sas. Maar als het aankomt op duurzaamheid en publieke gerechtigheid, houdt het CDA de kaarten angstvallig tegen de borst en kan de partij straks nog alle kanten op waaien.

Maar opportunisme lijkt ook binnen GroenLinks een rol te spelen. Zo zei filosoof en Denker des Vaderlands Hans Achterhuis onlangs in tijdschrift VolZin: ‘GroenLinks opereert leugenachtig. Haar standpunt over de buitenlandse politiek is ingegeven door het verlangen in de binnenlandse politiek salonfähig te worden en op het regeringspluche plaats te nemen.’ Hans Feddema zegt het in zijn commentaar in dit blad (pagina 20) wat milder: ‘Alles wijst erop dat de fractie (…) vanuit een mengvorm van machtsdenken en ideëel denken, in een impuls heeft gekozen voor ‘Kunduz’.’

Verschil blijft dat GroenLinks geen minister-president in het zadel houdt die zegt dat armoede in Nederland niet bestaat. Deze uitspraak van Mark Rutte staat haaks op de dagelijkse ervaringen van predikant Katinka Broos, directeur van het pastoraat Oude Wijken in Rotterdam. Hoe zij voortdurend armoede om zich heen ziet, beschrijft ze in de rubriek De Uitsmijter (pagina 24).

Matigheid en nuance zijn, denk ik, juist wél van belang in de discussie over het zelfgekozen levenseinde en het burgerinitiatief ‘Uit vrije wil’. In progressieve kringen wordt snel het accent gelegd op autonomie en keuzevrijheid. Maar zijn er naast autonomie wellicht ook andere overwegingen in het geding, zo vraagt theoloog Manuela Kalsky zich af (pagina 6-7).

Ook emancipatie vraagt om ‘een radicaal midden’ zo leert Marc van der Giessen ons (pagina 16-18). Jarenlang woonde en werkte hij als ontwikkelingswerker in Kenia. Hij zag hoe een politiek van goede bedoelingen in de vorm van ontwikkelingshulp (veel donorgeld) de emancipatie van homo’s en lesbo’s belemmert en zelfs kapot maakt. Uiteindelijk bleek niet geld van buitenaf, maar God een uitweg te bieden: geestelijke kracht van de betrokkenen zelf.

Een God dus die ‘aan de straat staat’, om met columnist Margrietha Reinders te spreken (pagina 9). ‘Weerloos maar niet stuk te krijgen’. Dat betekent consequent partijkiezen  voor alles wat kwetsbaar is en voor wie geen stem heeft. En dat vraagt om radicale keuzes die niet zonder wijsheid en gematigdheid kunnen, maar zich vaak ook moeilijk kunnen verhouden tot een naar macht hongerend politiek midden.


zondag, 26 februari 2012

Margreet de Boer

Margreet de Boer

Hyves Linkedin Twitter

Verbeter de positie van slachtoffers, maar doe het goed!

In slachtoffers, strafrecht, dader, delen, gevaar, geweld, de, eerste.
Wij zijn verheugd dat de positie van slachtoffers in het strafproces de afgelopen dagen zoveel belangstelling kreeg, onder meer in de verschillende dagbladen.
Verschillende voorstellen om de positie van slachtoffers in het strafproces te verbeteren zijn gelanceerd. Dat is toe te juichen. Maar zijn al deze voorstellen echt in het belang van slachtoffers? Dat is volgens de werkgroep seksueel geweld van de Vereniging voor Vrouw en Recht Clara Wichmann, die zich ten doel stelt het belang van slachtoffers van zedendelicten te behartigen, niet bij alle voorstellen het geval, zeker niet waar het gaat om een kwetsbare groep als de zedenslachtoffers.

De Raad voor de Rechtspraak lanceerde drie concrete voorstellen: een eigen plek voor slachtoffers en hun advocaat in de rechtszaal, een opsplitsing van het strafproces in twee delen en de mogelijkheid om de vordering tot schadevergoeding op een simpele manier door te geleiden naar de civiele rechter.

Over de vaste plek voor het slachtoffer in de rechtszaal niets dan goeds mits de wens van het slachtoffer om anoniem in het publiek te zitten altijd wordt gerespecteerd. De opdeling van het strafproces en het doorverwijzen van de vordering hebben echter vanuit slachtofferperspectief niet alleen voordelen.

Voorgesteld wordt het strafproces in twee delen te splitsen: een deel voor de waarheidsvinding waar het slachtoffer als getuige aanwezig is en een deel waar de straftoemeting en de vordering tot schadevergoeding centraal staat, waar het slachtoffer als benadeelde partij deelneemt aan het proces. Het gevaar bestaat dat het slachtoffer in het tweede deel weliswaar een sterkere positie krijgt, maar dat moet bekopen met een verzwakte positie in het eerste deel, waar het gaat om de bewezenverklaring. De rol van het slachtoffer is daarbij vooral die van getuige, die dienstbaar is aan de waarheidsvinding. Een positie waarin met name slachtoffers van zedendelicten bijzonder kwetsbaar zijn. Bij een opdeling van het proces zal deze eerste fase voor slachtoffers bijzonder frustrerend zijn: tijdens het verhoor wordt flink doorgevraagd waardoor zij het gevoel hebben niet geloofd te worden en zij mogen niet reageren op wat de verdachte zegt. Dat kan tijdens de zitting ook niet meer worden gecompenseerd door het uitspreken van de slachtofferverklaring, die is immers voor de tweede fase.
Bovendien zal opdeling van het strafproces naar verwachting betekenen dat het slachtoffer op twee momenten moet verschijnen op de zitting waardoor de afhandeling van de strafzaak in tijd aanmerkelijk langer gaat duren, hetgeen nadelig is voor het slachtoffer. En dan hebben we het nog niet over juridische complicaties, want kan een verdachte voor de strafmaatbepaling in het tweede deel al in hoger beroep tegen de bewezenverklaring van het eerste deel?

Het voorstel van de Raad voor de Rechtspraak voor een klapluikconstructie, waarbij vorderingen van slachtoffers die te ingewikkeld zijn voor het strafproces direct kunnen worden doorverwezen naar een kosteloze procedure bij de civiele rechter, klinkt sympathiek, maar heeft de nodige haken en ogen. Het gevaar is levensgroot dat strafrechters in grote mate gebruik gaan maken van dit klapluik, en vorderingen die niet heel simpel zijn zullen gaan doorverwijzen. Vorderingen in zedenzaken worden vaak als gecompliceerd gezien, en lopen daarom het risico doorgeschoven te worden. Het gevolg zal zijn dat slachtoffers langer op een uitspraak over de schadevergoeding moeten wachten. Bovendien kan de schadevergoeding niet meer gekoppeld worden aan de strafrechtelijke schadevergoedingsmaatregel, (in dat geval int de Staat de schadevergoeding) waardoor slachtoffers weer zelf verantwoordelijk zijn voor het innen van het toegewezen bedrag. Ook lopen slachtoffers dan de de fantastische nieuwe regeling mis waarbij de Staat de schadevergoeding voorschiet aan het slachtoffer en verhaalt bij de dader, waardoor het slachtoffer snel de schadevergoeding uitbetaald krijgt. .

Wij vinden het positief dat er concrete plannen worden ontwikkeld voor de verbetering van de positie van slachtoffers. Het is echter van groot belang deze plannen goed te doordenken op hun consequenties voor ook de meest kwetsbare groep slachtoffers.
En laten we wel wezen: er kan al heel veel verbeteren zonder nieuwe regelgeving. Zo zouden binnen het huidige slachtofferbeleid alle officieren van justitie bij belangrijke stappen in het strafproces (zoals het formuleren van de eis) al aan het slachtoffer kunnen vragen: wat zou u willen dat er gebeurt? Niet om de wens van het slachtoffer klakkeloos te volgen, maar wel om deze in zijn of haar afweging mee te nemen. Simpel, en zeer doeltreffend. Morgen beginnen?

Namens de werkgroep seksueel geweld van de Vereniging voor Vrouw en Recht Clara Wichmann,
Margreet de Boer en Katinka Lünnemann

Bovenstaand opiniestuk is ook geplaatst op Joop.nl en op de website van de Vereniging voor Vrouw en Recht

donderdag, 23 februari 2012

Selçuk Akinci

Selçuk Akinci

Twitter Youtube GR

De Sabbat en het Recht

In opinie en commentaar, politiek, groenlinks, religie, tweede kamer, gehad, gemeenschap, gevaar, grondwet, en meer.

Raam in de Schneider-synagoge in Galata, Istanbul

Mijn oog viel op een onschuldig ogend berichtje op pagina 6 van het NRC-Handelsblaadje van gisteren. Het OM gaat in beroep tegen een vonnis waarin een orthodoxe Jood is vrijgesproken van een boete van 60 euro voor het tijdens de Sabbat niet bij zich dragen van een id-bewijs. Het bericht eindigt met een citaat van GroenLinks-Kamerlid Tofik Dibi, die het vonnis „de omgekeerde wereld” noemt. Volgens Dibi wordt ‘religie begrensd door de wet’ en niet andersom. Met die uitspraak begaat hij een dubbele denkfout.

Het vonnis van de Haagse kantonrechter dateert eigenlijk al van een week geleden, maar is door de carnavalsdrukte aan mijn aandacht ontsnapt. Wat is er nu precies aan de hand? Op een bewuste vrijdagavond is na zonsopgang een orthodoxe man gevraagd zijn id-bewijs te tonen. De man kon dit niet, aangezien de orthodox-joodse leefregels voorschrijven dat het tijdens de Sabbat niet is toegestaan iets anders bij je te dragen dan de kleding die je aan hebt. Dit voorschrift komt uit het eerste van twaalf tractaten van de Seder Mo’eed, waarin staat voorgeschreven hoe men zich dient te gedragen op bijzondere dagen in het jaar. In dit eerste tractaat, Sjabbat geheten, staat als laatste van de 39 verboden dat het een Jood niet is toegestaan voorwerpen van het private domein naar het publieke domein te dragen, of andersom.

De Joodse man heeft de politie vervolgens toestemming gegeven thuis zijn rijbewijs op te halen en daarmee zijn identiteit vast te stellen. Desondanks kreeg hij later een boete van 60 euro voor het overtreden van de wet op de identificatieplicht. De man tekende daartegen bezwaar aan en uiteindelijk kwam de zaak voor de Haagse kantonrechter. Die oordeelde dat de Joodse man de politie in de gelegenheid had gesteld zijn identiteit gemakkelijk en binnen een uur te controleren en sprak hem vrij van verdere vervolging. Het gevolg: ophef in de Kamer, een OM dat in hoger beroep gaat en onder meer deze reactie van Tofik Dibi: „Het lijkt de omgekeerde wereld. Elke religie is begrensd door de wet en de wet wordt niet begrensd door religieuze overtuigingen”.

Die uitspraak is maar ten dele waar. Allereerst garandeert Artikel 6a van onze grondwet iedereen het recht zijn godsdienst of levensovertuiging, individueel of in gemeenschap met anderen, vrij te belijden. Daar voegt datzelfde artikel wel aan toe dat dit recht geldt behoudens ieders verantwoordelijkheid volgens de wet. Bij een brede wetsinterpretatie kun je stellen dat hiermee bedoeld wordt dat het een ieder vrij staat een godsdienst te belijden zolang hiermee de rechtsorde maar niet in gevaar gebracht wordt. De Haagse kantonrechter meent dat aan die verantwoordelijkheid, het respecteren van de rechtsorde, tegemoet gekomen is, doordat de man de politie binnen een redelijke termijn in de gelegenheid stelde zijn identiteit te controleren. De rechter: „Van belang hierbij is uiteraard ook dat het wettelijk voorschrift dat de verdachte heeft overtreden slechts een overtreding betreft (dus geen misdrijf) en dat de identiteit van de verdachte op zijn aanwijzing op gemakkelijke wijze binnen een uur kon worden vastgesteld.”

De denkfout die Dibi maakt, is dat het gedrag van mensen, dus ook hun religieuze handelen weliswaar is begrensd door de wet, maar dat deze begrenzing nooit in absolute termen opgelegd mag en kan worden. In het Nederlandse rechtssysteem is de rechter er immers niet alleen om de wetsteksten te interpreteren en toe te passen, maar ook om de omstandigheden van een overtreding mee te wegen. Zou een rechter dit niet doen, kunnen we voortaan net zo goed een computer alle rechterlijke vonnissen laten uitschrijven. Hier is dus geen sprake van een ‘omgekeerde wereld’, maar van twee botsende werkelijkheden waarbij het aan een rechter is om tot een genuanceerd oordeel te komen. Dibi zou dit als geen ander moeten begrijpen, aangezien juist hij, terecht, pleit voor soepele toepassing van de wet als het gaat om bijvoorbeeld, een kinderpardon voor langdurig in Nederland wonende minderjarige asielzoekers. Te meer aangezien bij de behandeling van de wet op de identificatieplicht in de Tweede Kamer het probleem voor orthodoxe Joden al aan de orde is gekomen en door toenmalig Minister Donner is toegezegd dat de politie in de handhaving van de wet wel rekening zou houden met de speciale positie van deze groep („Er zijn wel uitzonderingen. We hebben het gehad over de problematiek van orthodoxe joden op de sabbat. In dat soort situaties kan ik me voorstellen dat je die mogelijkheid nog geeft bij de handhaving”).

De tweede fout van Dibi is wellicht nog veel belangrijker. Met zijn reactie scheert Dibi namelijk langs, en stapt hij wellicht zelfs over de voor de democratie zo belangrijke scheidingsgrens tussen de machten. Het is, of was in ieder geval lange tijd, usance om als volksvertegenwoordiger geen commentaar te leveren op uitgesproken vonnissen. Dit goed gebruik is in een toenemend gepolariseerd klimaat bij velen weliswaar niet meer erg in de mode, maar van een GroenLinks-politicus verwacht ik beter.

Dibi zou nog kunnen beargumenteren dat zijn commentaar niet was gericht op het vonnis, maar op een kennelijk niet voldoende dwingend omschreven tekst in de wet op de identificatieplicht. Hoewel dit argument op basis van de wetsteksten moeilijk hard te maken is, zou Dibi, mocht dat het geval zijn, dus pleiten voor een strenger omschreven id-plicht. Ook dat is ongeloofwaardig, aangezien GroenLinks bij uitstek de partij is die juist grote moeite heeft gehad met de invoering van deze wet.

Overigens was het niet alleen Dibi die in zijn commentaar op dit vonnis een in mijn ogen dubieuze positie innam. Een Kamermeerderheid van VVD, PvdA, PVV, D66 en GroenLinks heeft opheldering gevraagd aan de minister. Met de tweet van D66-Kamerlid Boris van der Ham als voorlopig dieptepunt: „God boven de wet? Nee. Godsdienst is niets meer dan een van de vele meningen, en is begrensd door zelfde overheidswetten.”

In het huidige politieke klimaat lijkt de seculiere meerderheid een religie gelijk te stellen aan een mening. Terwijl religie gelijk gesteld dient te worden aan een levensovertuiging die verder gaat dan een persoonlijke opinie. Het gaat immers ook om een aangenomen set gedragsregels die in dit geval hun oorsprong vinden in een dieperliggend godsgeloof. De samenleving, en daarmee de wet, dient rekening te houden met en ruimte te bieden aan mensen met een levensopvatting deze na te leven. Daar gaat artikel 6 in de grondwet ook over. Daarmee hoeft aanhangers van religie niet méér rechten of méér vrijheden te worden toegekend dan anderen. Maar erkenning van de benodigde ruimte te kunnen leven volgens de eigen regels, zonder dat daarmee de rechtsorde wordt aangetast, zou niet te veel gevraagd mogen zijn. Zeker niet voor een land waarin de vrijheid van godsdienst zo’n beetje is uitgevonden.


Saskia van der Werff

Saskia van der Werff

Twitter

Feiten bestaan niet #wot 8

In bernlef, illusie, feit, stroom, gebeurtenis, waarheid, wot, waarde, gesprek, en meer.
Iets is pas waar als het gebaseerd is op een feit, iets is niet waar als het gebaseerd is op een verzinsel, speculatie, fantasie, roddel, leugen en andere ‘onwaarheden’. Over feiten valt niet te discussiëren want feiten zijn ‘waar’ gebeurd. Toch is het waarheidsgehalte van feiten nog maar de vraag. Een kleine illustratie over het ‘waar’ zijn van feiten. Pieter zit op de bank een krantje te lezen als zijn vrouw Janneke thuiskomt. Al kletsend hangt ze haar jas op, begroet haar man, pakt een glas uit de kast, vult hem met water en valt opeens stil. Na een korte pauze roept ze uit: ‘Wat ben jij toch een attente man’ als zij de met bloemen gevulde vaas op het dressoir ziet staan. Nog vol van die onverwachte verrassing belt ze een vriendin en vertelt het verhaal in geuren en kleuren. De vriendin belt daarna een andere vriendin en ga zo maar door. Feit: Pieter is attent. Pieter, die de bloemen van een relatie heeft gekregen, zegt niets en laat zijn vrouw in de waan. Feit: Pieter is niet attent.
      Waar in deze stroom gebeurtenissen bevindt zich nu een feit? Wanneer noemen we iets een feit? Pieter is niet attent, omdat daarvan pas sprake zou zijn als hij zelf de bloemen gekocht had omdat hij zijn vrouw wilde verrassen. De intentie van Pieter maakt hem attent, niet de uitspraak van zijn vrouw. Maar die intentie zit opgesloten in Pieter zijn brein, en ‘bestaat’ daarmee niet in de voor anderen toegankelijke werkelijkheid. Klaarblijkelijk kan er pas sprake zijn van een feit, als het waarneembaar is voor anderen. En hoe de waarneembare werkelijkheid ons in het ooitje kan nemen, daarvan kan ik uit eigen ervaring meespreken. Nog een voorbeeld van een ‘echt’ feit. Ik was een paar jaar geleden voor studie in Amerika. We onderzochten hoe organisaties in Amerika omgaan met klachten van consumenten. Wij deden ons voor als consument (we hadden echt iets gekocht) en gingen naar de bedrijfsleider om te klagen. Na afloop van het gesprek evalueerden we onze ervaringen. Op de vraag: ‘Hoe zag die man eruit’ kwamen de volgende feiten op tafel. 1)Een nette broek met een hawai shirtje; 2)Een strak pak met paarse das; 3)Een spijkerbroek met witte bloes; 4)Een donkere broek met een t-shirt. Na een hoop verbazing en gelach werden we het eens. Feit: de man had kleren aan.
      Beide voorbeelden illustreren dat feiten geen vanzelfsprekendheden zijn. We kiezen feiten uit een stroom van gebeurtenissen. Al die gebeurtenissen zijn echt gebeurd maar niet van waarde als niemand ze opmerkt. Onopgemerkt verdwijnen ze. We noemen die stroom nietszeggendheid geen feit. Aan de andere kant benoemen we iets als feit als het gebaseerd is op iets dat niet is echt is gebeurd. Janneke veronderstelt iets, en constateert vervolgens het feit ‘Pieter is attent’. Dit noemen we geen feit maar een illusie. Wanneer is er nu sprake van een feit? De mens is inventief en heeft instrumenten ontwikkeld om zekerder te zijn over gebeurtenissen die we waarnemen. Als we in Amerika een foto hadden genomen was het duidelijk geweest wat de bedrijfsleider aanhad. Instrumenten als fototoestellen, telescopen, horloges, thermometers lijken ons dichter bij de feiten te brengen. Helaas is ook dit een illusie, zoals de dichter Bernlef prachtig verwoordt.

      Een met een elektronenmicroscoop 300x vergrote babytand
      Groeit uit tot een glinsterend hooggebergte
      Het wit lijkt sneeuw tot lichtspikkels uiteengevlokt
      Buiten ons gezichtsvermogen verdwijnen de omtrekken
      Dreigen onze ogen de verbinding met het geheugen te verbreken
      (uit ‘De werkelijkheid’, in bundel Kanttekeningen)

      Feiten zijn eigenlijk helemaal niet zo makkelijk te vinden. Ze zijn doorspekt van aannames, interpretaties, leugens, illusies, goede bedoelingen, vaagheden, waardes, blinde vlekken en hoop. Als dit zo gemakkelijk is te constateren, waarom hechten we dan eigenlijk zoveel waarde aan feiten? Omdat wij als mens op zoek zijn naar een betekenisvol leven, selecteren wij uit de willekeurige stroom van het leven gebeurtenissen die we feiten noemen. De grote valkuil is het verbinden van feiten met waarheid, iets wat bijvoorbeeld wetenschappers, politici, accountants, doctoren, managers maar al te graag doen. Feiten bestaan niet op zichzelf, maar zijn verbonden aan de waarde die mensen eraan toekennen. Feiten zijn betekenisgevende ankerpunten in ons anderszins zinloze bestaan. En daarmee hebben feiten voor mij onschatbare waarde.

* #WOT Write On Thursday. Dat is waar #WOT voor staat. Een initiatief van Karin Ramaker. Iedere donderdag presenteert zij een woord waarmee vele bloggers aan de slag gaan. Deze week het woord "Feit: een gebeurtenis of omstandigheid die werkelijk gebeurd is.”

woensdag, 8 februari 2012

Menno Slaats

Menno Slaats

Hyves Last.fm Twitter DWARS

Seats2meet bijeenkomst met als thema identiteit en droom

In politieke zaken, andere partijen, beslissingen, besluiten, de, discussie, durven, duurzaam, duurzaamheid, en meer.

Gisteravond was alweer de tweede bijeenkomst bij Seats2Meet met ditmaal identiteit en droom als thema's.

Bij de vorige discussie werd gesproken over passie van jezelf, GroenLinks en de samenleving.

In een zaaltje van Seats2meet in Utrecht vertelden ongeveer 10 personen over hun visie op de identiteit van GroenLinks en wat hun dromen zijn.

IMG_4199

Identiteit

Als eerste werd er bekeken hoe we zelf en andere mensen de identiteit van GroenLinks zien. Opvallend daarbij is dat zaken aangehaald worden als dat GroenLinks een betrokken partij is waarbij ook tijd is voor relativering. Maar ook dat sommige personen GroenLinks meer groen vonden dan links, of juist meer links dan groen.

Maar ook kwam ter sprake dat GroenLinks meer het rode en groene karakter moet vertalen naar de 3 p's: People, Planet en Profit.

Tijdens de discussie over de identiteit van GroenLinks kwam ook de naam ter sprake. Voldoet de naam wel aan de identiteit? Moet de partij zich aanpassen aan de naam of moet juist de naam aangepast worden aan de naam?

Daarbij blijkt ook dat links en rechts niet meer zo helder zijn als vroeger (zover dat vroeger wel helder was). Maar ook, moet je groen zien als duurzaam of juist als natuur? Of is het beide?

Wat ook naar voren kwam uit de discussie is dat GroenLinks meer emoties moet durven te tonen. En dan niet huilend op straat gaan staan, maar wanneer er een bedreiging van waarde speelt dit uitspreken.

Dit zou veel meer mensen aanspreken!

Een en dezelfde identiteit is er niet (althans er is geen homogene visie daarop), net zoals iedereen bij de vorige bijeenkomst anders tegen de passie van GroenLinks aan kijkt.

Maar de identiteit heeft wel telkens de kernwaarden groen en rood bij iedereen.

Droom

Bij het onderdeel droom blijken er grotere verschillen te zijn. Zo wil iemand (als een echte GroenLinkser) 'maar' 15-20 zetels halen op termijn, want dat zou het meest haalbare zijn. Maar met dat zetelaantal zouden we wel een bredere doelgroep in de samenleving bereiken, waardoor we op meer plaatsen in de samenleving 'staan'.

Iemand anders heeft als dat droom dat GroenLinks zich uitspreekt voor maximaal 7 kernwaarden en daaraan alle besluitvormingen, overwegingen etc. kan 'ophangen'.

Zodat die kernwaarden als een rode draad door onze partij en uitingen zal gaan lopen.

Dit heeft als groot voordeel dat mensen helder hebben waar we voor staan en waar ze van op aan kunnen bij ons. Immers onze kernwaarden zijn helder.

Ik zelf heb als droom dat GroenLinks duurzaamheid op alle vlakken (sociaal, cultureel, natuur etc.) als kernbegrip gaat gebruiken en dat in alle uitingen en besluiten gaat gebruiken.

Want het was een van onze kernbegrippen, maar hebben het te veel laten liggen waardoor andere partijen er mee aan de haal zijn gegaan. Zo hebben we destijds ook ruimte gelaten voor de VVD om groenrechts te 'misbruiken'.

IMG_4200

Wat ook een mooie uitspraak is tijdens de discussie over wat je droom is, dat GroenLinks erkent en herkent moet worden.

Iemand anders zijn droom is om GroenLinks als beweging te zien i.p.v. een grote partij met veel zetels. Door juist als grote beweging midden in de samenleving te staan heb je in de toekomst juist meer invloed dan met alleen veel zetels.

Vooral door de komst van het informatie-tijdperk, waarbij opgemerkt wordt door iemand, dat GroenLinks moet bedenken hoe ze hiermee om zal gaan.

Want er kan een tijd komen dat de informatievoorziening ons gaat inhalen en daarbij ook de democratische controle achterhaalt kan worden.

Want hoe gaan we hier in de toekomst mee om?

Daarnaast moeten we ook op blijven komen voor de mensen die niet mee kunnen komen in de snelheid van het informatie-tijdperk. Een echte GroenLinks gedachte, min of meer is onze achterban die de snelheid bij kan houden, maar wel opkomen voor de mensen die het niet bij kunnen houden.

IMG_4201

Dit is ook een rode draad die al jaren door de partij loopt, het doorsnee lid is welgesteld, maar we komen juist voor de zwakkeren op in de maatschappij.

Iemand anders heeft een droom dat GroenLinks de grootste partij wordt en haar idealen blijft hanteren en dus niet misbruik maakt van haar macht.

Allemaal mooie dromen, waarbij het kijken naar kernwaarden wel iets is waar wat mij betreft GroenLinks iets mee moet doen. Daarmee kunnen we ook veel beter overwogen beslissingen nemen en kunnen we een debacle zoals Kunduz voorkomen door vast te houden aan die kernwaarden en ons daaraan te verantwoorden.

Want als je mensen op straat vraagt wat GroenLinks is, krijg je momenteel 2 antwoorden: geitenwollessokken partij-grachtengordel of geen idee waar GroenLinks voor staat!

Het was weer een erg leuke, maar ook zinnige bijeenkomst om weer stil te staan bij de partij en waar we momenteel staan en willen staan op termijn.

Hopelijk komen er in de toekomst meer van deze informele bijeenkomsten, waarbij je in een kleine club van gedachten kunt wisselen over diverse onderwerpen.

IMG_4205IMG_4206

donderdag, 2 februari 2012

Hans Groen

Hans Groen

Twitter

De dozen samenleving van rechts.

In economie, maatschappij, armoede, bezuinigingen, crisis, gehandicapt, toekomst, de, gevonden, en meer.
Vandaag komt staatssecretaris Krom met zijn bezuinigingen in de sociale sector. Meteen begint hij het onderwerp te framen door te stellen dat arbeidsgehandicapten zielig worden gevonden en dat als excuus gebruikt om zijn bezuinigingen er door heen te drukken en te rechtvaardigen. Het is eigenlijk hetzelfde liedje als de uitspraak van Rutte dat armoede niet [...]

zaterdag, 28 januari 2012

Ruard Ganzevoort

Ruard Ganzevoort

Twitter

Dwarsdenker (Portret in Vrij Nederland 24.01.2012)

In uncategorized, boek, boeken, compassie, de, discussie, dwars, eerste kamer, gebeurtenis, en meer.

De alleskunner die redelijkheid predikt

De homoseksuele ex-predikant en Eerste Kamerlid voor GroenLinks Ruard Ganzevoort zoekt het radicale midden.

Hoogleraar Praktische Theologie, ex-predikant, Eerste Kamerlid voor GroenLinks, hoteleigenaar en fanatiek blogger en twitteraar – Ruard Ganzevoort (46) is het allemaal. En in al zijn hoedanigheden predikt hij redelijkheid, dwars tegen de polarisatie in. In zijn kamer op de Vrije Universiteit vertelt hij over zijn ambivalente verhouding met religie. Toen hij een relatie kreeg met een man verloor hij zijn predikantstitel: een pijnlijke gebeurtenis. Toch veroordeelt hij het anti-homostandpunt van de orthodoxe kerken niet. ‘De nare, onaangename kanten van religie horen er ook bij. Ze geven de aanhangers het besef dat het geloof echt ergens over gaat.’

Tegenwoordig probeert Ganzevoort in orthodoxe kerken het gesprek over homoseksualiteit op gang te brengen. Dit doet hij op een manier die tegendraads is in haar gematigdheid. ‘Ik wil niet homo- of christenbashen, dat vind ik te makkelijk. De visie van een organisatie als Different, die zegt homo’s te genezen van hun seksuele voorkeur, moet bestreden worden. Maar de felheid waarmee dat nu gebeurt, vind ik veel te ver gaan. ‘Ook ideeën die dwars tegen mijn gevoel ingaan, mogen bestaan.’ In 2010 verscheen Adam en Evert. De spanning tussen kerk en homoseksualiteit, dat Ganzevoort schreef met twee anderen. In het boek staan verhalen over homoseksuele jongeren uit orthodox-protestantse en evangelische kringen, naast paragrafen over homoseksualiteit in de Bijbel. De aanpak is nieuw: ‘Er zijn veel boeken over het onderwerp die bij voorbaat voor of tegen homoseksualiteit zijn, en voor of tegen het geloof. Wij laten zien hoe er in orthodoxe kerken over homoseksualiteit wordt gedacht. Hoe kun je, als orthodoxe gelovige, zo zorgvuldig mogelijk met homoseksuelen omgaan? Die vraag proberen wij te beantwoorden.’ En dat helpt, zegt Ganzevoort. ‘Ook in orthodoxe kringen zie je mensen toegroeien naar het idee dat homoseksualiteit geen ziekte is.’

Ruimte voor pedofielen

Ook op andere gebieden valt Ganzevoort op door zijn gematigdheid, die soms juist leidt tot controversiële standpunten. Zo zijn radicale imams wat hem betreft welkom: ‘We leven in een plurale samenleving en daar zullen we het mee moeten doen. In die pluraliteit leven ook mensen die ver van ons af staan. ’ Nog opvallender: tijdens de publieke discussie over de pedofielenvereniging Martijn nam Ganzevoort het op voor de pedofielen. Het is een illusie om te denken dat we alle gevaar kunnen buitensluiten, zo waarschuwt hij. ‘Maar het meeste misbruik wordt niet gepleegd door pedofielen, en de meeste pedofielen begaan geen strafbare feiten. In plaats van een heksenjacht te houden, zouden we moeten werken aan praktische oplossingen, bijvoorbeeld buddyprojecten. Seksueel misbruik blijft onaanvaardbaar. Maar we moeten in de samenleving ook ruimte maken voor pedofielen.

Sinds afgelopen juni is Ganzevoort Eerste Kamerlid voor GroenLinks. Voor een vrijzinnige theoloog is het een spannende tijd in de politiek. Juist het afgelopen jaar heeft religie, in de gedaanten van de weigerambtenaar, de religieuze slacht en het passief stemrecht voor SGP-vrouwen, volop in de publieke belangstelling gestaan. In alle gevallen gaat het om de vraag tot welke hoogte de staat mag inbreken in de vrijheid van godsdienst. In debatten hierover staan steevast de gelovige en de liberaal tegenover elkaar, waarbij de eerste hamert op pluralisme en godsdienstvrijheid, en de tweede op de rechten van het individu.

Heel precies kijken

Van de meeste politici valt op voorhand te bepalen welke positie zij zullen innemen; zo niet bij Ganzevoort. Kiezen voor het ene grondrecht boven het andere is lastig en pijnlijk, en de afweging moet elke keer opnieuw gemaakt worden, benadrukt hij. De overheid moet bepalen of het individu binnen de religieuze groep zo veel schade ondervindt dat ingrijpen in de vrijheid van godsdienst gerechtvaardigd is. Zo kan het dat Ganzevoort vóór het verbieden van de weigerambtenaar is, maar tegen het  verbod op ritueel slachten. Een duidelijke mening over de SGP-vrouwen, over wie de Hoge Raad besliste dat zij zich verkiesbaar moeten kunnen stellen, heeft hij nog niet. ‘Je moet heel precies kijken naar welke rechten er potentieel worden geschonden. Aan de ene kant die van vrouwen binnen de SGP en aan de andere kant die van een politieke organisatie. Maar als de overheid helemaal niets zou doen, dan zou ik denken: er ligt niet voor niks een rechterlijke uitspraak.’

Ganzevoort voelt zich thuis in de Eerste Kamer. ‘Ik voel nu meer dan ooit de urgentie. Het klimaat in ons land wordt beïnvloed door populisme, partijen die anderen uitsluiten, polarisatie tussen bevolkingsgroepen. Er moet een ander verhaal komen, van toekomst, hoop, compassie, van visie op samenleven, in plaats van op uitsluiten.’ De komende jaren wil hij, in de politiek en daarbuiten, vooral proberen een wijs mens te zijn. Dat is volgens hem geen vanzelfsprekendheid. ‘Wijsheid is niet iets wat je hebt, maar iets wat je constant moet bevechten.’


vrijdag, 27 januari 2012

Saskia van der Werff

Saskia van der Werff

Twitter

De duurzaam stromende rivier #WOT 4

In heraclitus, #wot, sociale werkvoorziening, stroom, panta rhei, duurzaamheid, verantwoordelijkheid, lichaam, de, en meer.

Heraclitus (linksonder)
op de School van Athene
 Heraclitus, de ‘duistere’ filosoof, zou als eerste de zin Panta Rhei (alles stroomt) hebben gezegd. Heraclitus’ bijnaam was de ‘duistere’ filosoof, omdat hij, gedreven door haat voor zijn medemens, als kluizenaar door het leven ging. Hij woonde in de bergen en at niets anders dan gras en kruiden. Net zo droevig als zijn leven was ook zijn dood. In de bergen werd hij ziek, waardoor hij toch weer terug de stad in moest.  Hij wilde dat de arts hem insmeerde met koeienmest in de hoop zijn duistere gemoed uit te drijven. Die koeienmest is hem fataal geworden. Hoe is niet helemaal duidelijk. Het lukte hem niet om de opgedroogde koeienmest van zijn lichaam te halen, waarna hij werd opgegeten door een troep honden. Een andere versie is dat hij verdronk in de mest waarin hij werd ondergedompeld.* Net zo duister als zijn leven zijn ook zijn gedachten. Naast Panta Rhei heeft Heraclitus een andere fascinerende uitspraak gedaan: ‘We kunnen niet tweemaal in dezelfde rivier afdalen’. De gangbare interpretatie is dat zowel het water dat door de rivier stroomt als de persoon geen moment hetzelfde zijn. Toch is daar de eenheid scheppende bedding van de rivier. De tegenstelling in deze uitspraak vind ik treffend. Wat ons mensen bindt is niet te vinden in een persoonlijke zoektocht, deze gaat eraan vooraf en volgt erop. Wat ons mensen bindt ligt in wat wij delen met elkaar: onze menselijke wereld. Daarom vind ik het streven naar duurzaamheid zo belangrijk, omdat daarin mijn verantwoordelijkheid voor onze aarde tot leven komt. De uitspraak van Heraclitus inspireerde mij ooit tot het volgende verhaal. In dit verhaal komt mijn zoektocht naar verantwoordelijkheid tot leven.

De rivier stroomt al eeuwen door het landschap. In de lente neemt de snelheid van het water en de omvang van de rivier door smeltwater toe. In de herfst gebeurt dit door de heftige najaarsbuien. Overstromingen vinden regelmatig plaats. Bij de bron van de rivier ziet het landschap er anders uit dan bij de mond. De rivier begint met watervalletjes, stort zich daarna in stroomversnellingen waaruit zalmen omhoog springen, creëert draaikolken en eindigt bij de mond in een breed deltalandschap, met kleine poeltjes waarin kikkers leven. Hoe hoog het water morgen staat is niet te voorspellen. De mensen die bij de bron wonen, maken zich hier niet druk om. De mensen in de delta echter werpen dijken op om te voorkomen dat ze elk voorjaar natte voeten hebben. De mensen bij de bron bouwen stuwdammen, de bomen in de omgeving hoeven niet langer gekapt te worden om ’s winters in de warmte te zitten. Een plaatselijke fabriek maakt handig gebruik van het stromende water om haar machines te kunnen koelen en het afvalwater te lozen. Pas na protesten van boeren worden er filters geïnstalleerd. Er wordt een kanaal aangelegd, dat de rivier met een ander verbindt. Er komt meer scheepvaart. In de delta wordt een grote haven gebouwd. Om te voorkomen dat hoog water het aanmeren onmogelijk maakt, worden sluizen toegevoegd. Halverwege stroomt de rivier door een grote stad, de oevers zijn verbonden met bruggen. Rondvaartboten doorkruizen de weg van de scheepvaart. Het panorama vanaf de brug is elke dag anders. De ene dag is de rivier grijs en wild, de andere dag is de rivier glad als olie. Toch noemen de mensen haar al eeuwenlang de blauwe rivier.
Ik heb dit verhaal geschreven tijdens mijn onderzoek naar de spagaat in de sociale werkvoorziening, een thema dat nu weer erg actueel is. Waarvoor zou de Sociale werkvoorziening moeten gaan: haar maatschappelijke rol of haar economische rol? Het niet kunnen kiezen tussen dit duivelsdilemma bracht de Sociale Werkvoorziening in een metaforische spagaat. Ik kwam er in mijn onderzoek ook niet uit. Het zwaard van Damocles is nu gevallen, hart en ziel van dit unieke bedrijf zijn gespleten. En toch stroomt er ook nu weer nieuw water door de rivier, waarin hoop besloten ligt.

Meer lezen over mijn onderzoek?  'Oefening baart kunst; Over de spagaat in de sociale werkvoorziening' in  PDF of via publicaties op mijn website.


* #WOT Write On Thursday. Dat is waar #WOT voor staat. Een initiatief van Karin Ramaker. Iedere donderdag presenteert zij een woord waarmee vele bloggers aan de slag gaan. Deze week het woord "Stroom". In gedachten op donderdag geschreven, gepubliceerd op vrijdag.

*Ontleend aan Simon Critchley 'Over mijn lijk'

woensdag, 25 januari 2012

Christian Jongeneel

Christian Jongeneel

Hyves Linkedin Twitter Youtube

Curator Watt krijgt geen gelijk

In muziek, rotterdam, beperking, betalen, de, gemeente, tekst, rechtbank, uitspraak.
1802

De rechter heeft gesproken: de curator van Watt krijgt geen gelijk bij zijn vordering dat de gemeente Rotterdam verantwoordelijk is voor de aangerichte schaden en dus moet betalen aan de schuldeisers. Grosso modo geeft de rechtbank twee argumenten.

Juridisch technisch is het argument dat enkele schuldeisers vanaf het begin goed op de hoogte waren van de situatie bij Watt, zodat hun vorderingen niet terecht zijn. Omdat de curator namens alle schuldeisers optreedt en dus enkele daarvan geen schuldeiser zijn, sneuvelt de vordering namens alle schuldeisers. De rechtbank laat expliciet open of er andere schuldeisers zijn, die wel de gemeente aansprakelijk kunnen stellen.

De tweede gaat over de reikwijdte van de door de gemeente afgegeven garantie. De tekst van de garantie geeft geen beperking in tijd, maar de rechter lijkt mee te gaan in de interpretatie van de gemeente dat de garantie ophield zodra WaterFront aan het roer stond bij Watt. De interpretatie van WaterFront is altijd geweest dat de garantie zich ook uitstrekte tot lijken die nadien nog uit de kast vielen (zeker toen bleek dat de gemeente zelf een enorm lijk verstopt had, waarschijnlijk uit vrees dat WaterFront zou afhaken als we ervan wisten).

Of en zo ja hoe er nog een vervolg komt, is niet duidelijk. We gaan eerst met z’n allen de uitspraak eens goed bestuderen. Wat er ook gebeurt, een groot poppodium krijgt Rotterdam voorlopig niet.

zondag, 22 januari 2012

Claire Vaessen

Claire Vaessen

Twitter GR

Finland 2

In actualiteit, persoonlijk, finland, nederlands, bedrijf, de, eerste, europa, facebook, en meer.

Helsinki januari 2012Na twee weken Finland met een dik pak sneeuw, prachtig, helder en toch zacht weer, nu weer klaar voor werk en politiek. Ter afsluiten wat leuke wist-je-dats over Finland:

Ouders moeten hun pasgeboren kind binnen vier maanden bij de burgerlijke stand aangeven en een naam geven. Tot dat moment heet een jongetje formeel Poika + achternaam van de moeder. Poika = jongen.

Dat de Nederlandse export vooral naar landen binnen Europa gaat is goed te zien aan het assortiment in de supermarkten. Zeker de helft van de producten komt uit Nederland. Zelfs op producten met alleen Finse tekst zie je soms nog een woordje Nederlands dat men vergeten is te vertalen.

Het computerspel Angry Birds is niet van Amerikaanse, maar van Finse makelij: verslavend, grappig, goedkoop. En Nokia is niet Japans, maar Fins. Het bedrijf is genoemd naar het stadje (iets groter dan Culemborg) waar het ooit begon.

Huizen hebben wel driedubbel glas, maar iedereen heeft ook een (gemeenschappelijke) sauna. Mijn indruk is dat er veel energie verspild wordt. Buiten is het koud, maar binnen wordt hard gestookt en is het veel warmer dan in huizen en winkels in Nederland.

Toch blijkt Finland ambitieus te zijn: de huizen die vanaf 2020 gebouwd worden moeten allemaal energieneutraal zijn. Een enorme opgave voor zo’n koud land dat zelfs aandacht kreeg op de Nederlandse radio

Scheiding van plastic heb ik niet gezien, maar wel scheiding van karton (inclusief melkpakken) en gewoon papier. Er is statiegeld op wijnflessen en jampotten.

Zout om gladheid te bestrijden is in het Finse klimaat niet effectief en kan zelfs meer gladheid veroorzaken. Kleine steentjes zijn het alternatief. Het werkt en is volgens mij een stuk milieuvriendelijker.

Om de zichtbaarheid van de politie te vergroten en meer contact met de bevolking te krijgen is de Finse politie begonnen met een radiostation op internet. De politie is ook actief op Facebook, Twitter en YouTube.

Volgens de Failed States Index is Finland sociaal, economisch en politiek het fijnste land ter wereld. Nederland staat op de 12e plaats.

De Finse NOS, Yle, maakt op internet het nieuws toegankelijk voor iedereen: in het Fins, Engels, in binnenlandse talen, in talen van buurlanden. Maar waarom ze dat ook in het Latijn doen???

Het nieuws in Eenvoudig Nederlands. Dat idee zou, wat mij betreft de NOS, van Yle zou mogen overnemen. Aanbod van nieuws in Eenvoudig Fins is een fantastisch instrument voor volwassenen die de taal nog aan het leren zijn, de uitspraak willen oefenen en een kleine woordenschat hebben; inburgeraars, anderstaligen en laaggeletterden dus. Het Finse nieuws is in gemakkelijker taal te lezen en wordt tegelijkertijd in langzamer tempo voorgelezen.

Vandaag was overigens de eerste ronde van de presidentsverkiezingen. In de tweede, beslissende ronde, zal de kandidaat van de Nationale Coalitiepartij (in de eerste ronde 37% van de stemmen) het opnemen tegen de kandidaat van de Groene Liga (19%)

zaterdag, 21 januari 2012

Hans Groen

Hans Groen

Twitter

Censuur door Brein

In maatschappij, brein, censuur, film, internet, muziek, nederland, het internet, precedent, en meer.
Met de uitspraak van de rechter dat Ziggo en Xs4all doorgave van The Pirate Bay moeten blokkeren, is er een precedent ontstaan. De vrije toegang tot het internet wordt nu voor het eerst aan banden gelegd. De argumentatie van Brein, bij monde van Tim Kuik, is uiterst zwak en bedenkelijk. Nederland is tot het illustere [...]

woensdag, 18 januari 2012

Evelien van Roemburg

Evelien van Roemburg

Hyves Linkedin Twitter GR DWARS

is het al 2013?

In algemeen, 2012, 2013?, central park, echr, kerst, new york city, oudejaarsavond, publiceren, en meer.

Jezus, het is bijna 22 januari en dan heb ik een maand niet geblogd. Nu is het bijhouden van dit weblog niet mijn raison d’être, maar ik kan niet ontkennen dat een licht knagend schuldgevoel zich van mij meester begint te maken.

vlakbij het WTC

Ik heb uiteraard niet een maand ondergedoken gezeten. Zo was er de laatste gemeenteraadsvergadering die 18 dagdelen ofzo duurde; er was kerst die zowel in Limburg als in Bussum gevierd werd; er waren twee hoofdstukken van mijn proefschrift die vóór 1 januari ingeleverd moesten worden (gelukt!); er was een vakantie in New York waar ik met M een auto huurde, in Central Park rondliep, mijn oude universiteit bezocht, oudejaarsavond in Brooklyn vierde en belachelijk veel films heb gekeken; er waren een paar initiatiefvoorstellen met D66 en VVD die wel ok waren; en nu is er een noot die geschreven moet worden over een uitspraak van het Europees Hof van de Rechten van de Mens - mijn eerste publicatie, hoezee!

Ondertussen kabbelt het gemeenteraadswerk een beetje voort. Ik heb nog wat initiatiefvoorstellen in de pijpleiding zitten, maar ik twijfel over het indienen: ze gaan niet echt over de grote dingen des levens. Een beetje cultuureducatie hier, een beetje sporten daar, iets leuks met ouderen en dieren: het zet niet echt zoden aan de dijk, het zet Amsterdam niet op z’n kop, het verandert de status quo niet. Wat is dan het nut van indienen? Zeker nu er op ambtenaren wordt bezuinigd moeten wij gemeenteraadsleden misschien ook eens leren diezelfde ambtenaren niet urenlang bezig te houden met nutteloze schriftelijke vragen of particuliere hobbies – of die nu van linker- of rechterzijde komen.

Ik zoek dus nog even door naar het antwoord op de grote vraag. Ik ga ‘m dit jaar heus wel vinden, maar tot die tijd wens ik u een goed uiteinde van de maand januari en een heel gezellige en gezonde februari.


zaterdag, 31 december 2011

Menno Slaats

Menno Slaats

Hyves Last.fm Twitter DWARS

Kan Europa grip krijgen op Wit-Rusland?

In politieke zaken, betalen, december, europa, europese, europese unie, rusland, miljoen, verkiezingen, en meer.

Gisteren kwam er een bericht voorbij over Wit-Rusland op de diverse nieuwssites.

Wit-Rusland heeft namelijk een noodlening van 440 miljoen dollar ontvangen van de landen in Centraal-Azië.

Wit-Rusland kan nog amper rekeningen betalen en heeft zodoende al eerder dit jaar een noodlening gekregen van 800 miljoen dollar.

Tot en met 2013 krijgt Wit-Rusland van de landen zoals Rusland, Azerbeidzjan, Kazachstan en Oezbekistan een noodlening van in totaal 3 miljard dollar.

Volgens mij is dit een 'ideale' gelegenheid om nu eindelijk een vinger aan de pols te krijgen bij Wit-Rusland. Want het land is nog het laatste land in Europa waar een dictator het land bestuurd.

Daarnaast worden betogingen nog altijd hard de kop ingeslagen en 'verdwijnen' tegenstanders van het regime van Lukashenko.

IMG_9268

Zo werden er op 19 december weer tientallen mensen opgepakt tijdens een betoging.

Wit-Rusland heeft bij het IMF (Internationaal Monetair Fonds) ook een noodlening aangevraagd, maar daarover is tot op heden nog geen uitspraak gedaan.

Zou het geen mooie gelegenheid zijn om als Europese Unie zijnde een noodlening aan Wit-Rusland te verstrekken en daarbij harde afspraken te maken over mensrechten, nieuwe vrije verkiezingen en nog meer zaken?

Helaas zal het niet zo makkelijk zijn, maar het zou wel een mooie kans zijn om die aan te grijpen. Of beter gezegd, proberen nu eindelijk grip te krijgen op dat land!

donderdag, 29 december 2011

Eric Leltz

Eric Leltz

Twitter GR

Zelfverrijking bij Woningcorporaties

In integriteit, bejaarden, bus, claim, de, diefstal, geld, kennis, licht, en meer.

eric leltz

Afgelopen week is de directeur van Stichting Gereformeerde Bouwcorporatie voor Bejaarden (SGBB) veroordeeld tot 3 jaar cel. De rechtbank achtte de man schuldig aan oplichting, valsheid in geschrifte en witwassen. De inmiddels ex-directeur heeft gefraudeerd met miljoenen euro's van de corporatie door vastgoedprojecten aan te laten kopen door een onderneming waaraan een kennis leiding gaf. Deze projecten werden vervolgens voor een veel hogere prijs doorverkocht aan SGBB. De winst verdeelden de twee via een witwas-BV waarvoor de (schoon) zus van de ex-directeur werkzaam was. Onnodig om te vermelden dat zij mee profiteerde van de winst. Het zou zo maar kunnen dat de raad van toezicht van SGBB, waar wethouder van Milligen destijds deel van uit maakte, door de directeur bewust op het verkeerde been is gezet. Maar het Centraal Fonds Volkshuisvesting (CFV) heeft de leden van de raad van toezicht alvast wel aansprakelijk gesteld. Zij kunnen volgende maand een dagvaarding in de bus verwachten.

Deze zaak lijkt niet op zichzelf te staan. Zo hebben bestuurders van woningcorporaties de afgelopen jaren bijna €30 miljoen in eigen zak gestoken. De schade loopt op tot meer dan €300 miljoen. Dit blijkt uit een inventarisatie van schadeclaims en rechtszaken. Diverse corporaties kampen met problemen:

  • Het Amsterdamse Rochdale waar de directeur zichzelf niet alleen teveel pensioengelden toekende maar zichzelf ook een Maserati als dienstauto cadeau gaf,
  • PWS uit Rotterdam, waar de directeur en een lid van de raad van toezicht samen spanden om zichzelf te verrijken,
  • Woonbron uit Rotterdam, verloor met de aankoop van een cruiseschip €80 miljoen,
  • Rentree uit Deventer verloor door grondspeculaties €60 miljoen,
  • Woningstichting Geertruidenberg (WSG) verloor door de aankoop van vastgoedprojecten en gronden €60 miljoen en diende een claim in tegen de directeur.

Het is dus een zootje bij een aantal woningcorporaties. Er gaan enorme bedragen om in de woningbouwsector. Het gebrek aan intern toezicht is volgens deskundigen een belangrijke oorzaak voor de problemen. Deze problemen lijken zich te concentreren rond de aankoop en verkoop van grond. In een markt met stijgende huizenprijzen kon het voor Woningcorporaties niet op. Het geld leek als vanzelf binnen te komen. Maar nu de huizenprijzen niet meer stijgen komen de problemen en het wanbeleid aan het licht. Het is zoals de rechter in de uitspraak in de zaak tegen de ex-directeur van SGBB zie "de verdachte heeft een volstrekt gebrek aan moraal en hij heeft daarnaast zijn positie grof misbruikt om diefstal mogelijk te maken". Het zijn zeker voor de wandaden van dit kaliber goed gekozen woorden.



zaterdag, 24 december 2011

Harrie Winteraeken

Harrie Winteraeken

GR

Overheid heeft onafhankelijke toetsing fors ingeperkt

In politiek, terworm - arcus, natuur, heerlen, limburg, algemeen, ambtenaren, bedrijventerrein, beslissingen, en meer.
Overheid heeft mogelijkheden voor onafhankelijke toetsing van plannen fors ingeperkt.

Op 20 juni jl. ben ik naar de zitting geweest van de Rechtbank van Maastricht voor mijn beroep en dat van de Vereniging Milieudefensie tegen het verlenen van een bouwvergunning voor het Arcus College voor twee vestigingen in Terworm. Ik wist dat de ontvankelijkheid van zowel mij als Milieudefensie ter discussie zou worden gesteld. Op 2 september heeft de rechtbank uitspraak gedaan: beide niet ontvankelijk. De behandeling en de uitspraak hebben me toch wel extra aan het denken gezet.

De overheid heeft in de ruimtelijke ordening de laatste jaren veel veranderingen doorgevoerd, vooral in de mogelijkheden om via de rechter een onafhankelijke inhoudelijke toetsing te verlangen. De overheid bepaalt het speelveld en dat is tegenwoordig voor de burger sterk beperkt. Het is onaantrekkelijker gemaakt om te procederen en de kans op succes is verkleind.
Zo is de toetsing van de rechterlijke macht gemarginaliseerd. De rechter toetst ‘marginaal’ en dat betekent dat de rechters vooral bekijken of de procedures juist zijn gevolgd en dat een besluit niet tegen de eigen regels van de overheid indruist: “Is de overheid bevoegd om dit besluit te nemen?” Een van de argumenten die de overheid heeft gehanteerd bij deze inperking van de inhoudelijke toetsing is dat een inhoudelijk besluit dat is genomen door een democratisch orgaan ook als zodanig gerespecteerd moet worden. De rechter moet niet op de stoel van de politiek gaan zitten.
De politici hebben de taak om deze keuzes te maken. Hier is tegenin te brengen dat tegenwoordig veel besluiten niet worden genomen door het democratische orgaan zelf, maar door de bestuurders (college van burgemeester en wethouders, gedeputeerde staten of het kabinet). Bestuurders hebben onder andere met de invoering van het dualisme en door vergaande mandatering van bevoegdheden de macht gedeeltelijk naar zich toe getrokken. Gemeenteraad, provinciale staten of Tweede Kamer kunnen en moeten hun bestuurders natuurlijk controleren, maar controleren is vanwege de veelheid aan onderwerpen en ook het lagere kennis- en informatieniveau moeilijk. Zeker bij raden en staten ‘winnen’ de professionele bestuurders, gesteund door de ambtenaren, het vaak (gemakkelijk) van de amateur – volksvertegenwoordigers. En vlak ook het politieke gehalte niet uit dat de meerderheid, zijnde de coalitiepartijen, vaak gedwongen is om zijn eigen wethouders (en politieke kopstukken) niet af te vallen.

De keuze voor welk planologisch instrument wordt gebruikt, is hierbij vaak van doorslaggevend belang. Het bestemmingsplan is het meest omvattend planologisch plan met juridische waarborgen van een zorgvuldige vaststelling door de gemeenteraad en een beroepsmogelijkheid plus (onafhankelijke) toetsing door de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State. Alleen is de rol van de provincie sinds de meest recente grote verandering van de Wet ruimtelijke ordening verkleind omdat ze geen bestemmingsplannen meer goedkeuren. Daar staat tegenover dat de provincie nu los van de gemeente een provinciaal ‘inpassingsplan’ mag maken (zie Buitenring Parkstad Limburg). En de Afdeling Bestuursrechtspraak toetst tegenwoordig marginaal. Over het algemeen worden er tegenwoordig minder project- en bestemmingsplanprocedures voor nieuwe ontwikkelingen of bouwplannen gevoerd. Maar ook vroeger werden bestemmingsplanprocedures op grote schaal omzeild door zogenaamde artikel 19 procedures.

De nieuwbouw van Arcus is een groot plan met veel ruimtelijke consequenties. De gemeente en ook Arcus erkennen dat dit bouwplan een majeur plan is. Dat is onder andere herkenbaar aan de vele belangen en ‘omgevingsvraagstukken’ die aan de orde zijn. Denk maar aan de locatiekeuze (Terworm of CBS-weg), het verkeer- en vervoerplan, parkeren (in de buurten erom heen), luchtvervuilingsproblematiek, raakvlakken met het natuurbelangen enz. Voor de twee gebouwen is een stapel papier van 20 centimeter aan teksten en tekeningen geproduceerd. Maar amper voor de gebouwen zelf. De bouwvergunning voor de gebouwen wordt in een tweede fase verleend. Tijdens de zitting ging het ook over van alles behalve de gebouwen zelf.
Je zou verwachten dat voor zo’n ingrijpend plan een stevige ruimtelijke ordeningsprocedure wordt gekozen. Het is raar maar mogelijk dat dit grote plan met al zijn consequenties procedureel via het verlenen van een bouwvergunning wordt geregeld. En dus dat al die verstrekkende belangen (de locatiekeuze, verkeer, natuur enz.) kunnen worden aangemerkt als algemeen belang van een goede ruimtelijke ordening. Met iedereen als belanghebbende, ook in de beroepfase.

Al deze belangen worden afgedaan via een procedure van een bouwvergunning waarbij vrijstelling wordt verleend van het bestemmingsplan. De Provincie Limburg heeft de mogelijkheden om deze procedure te kiezen enkele jaren geleden sterk verbreed. Vrijstelling houdt in dat het bestemmingsplan hier niet meer hoeft te worden nageleefd en dat er ook geen nieuwe bestemmingsplanprocedure hoeft te worden gevolgd als men een (bouw)plan heeft dat niet in het bestaande bestemmingsplan past. De gemeenteraad stelt weliswaar bestemmingsplannen vast, maar B&W hoeven zich daar niet aan te houden. B&W moeten dat natuurlijk wel beargumenteren. Maar in essentie hebben B&W de gemeenteraad uitgeschakeld.

Bij de procedure voor een bouwvergunning mag iedereen inspreken op het ontwerpplan. En B&W moeten ook een rapport maken hoe ze met die zienswijzen omgaan. In het geval van Arcus heeft de gemeente nog best veel aanvullend onderzoek gedaan naar aanleiding van de zienswijzen. (Onder andere een nieuw luchtkwaliteitsonderzoek).
Maar als B&W de bouwvergunning verleend hebben, zijn de mogelijkheden om in beroep te gaan bij de rechtbank ineens veel geringer. Je moet dan ook ‘belanghebbend’ zijn. Het begrip ‘belang hebbend’ wordt wel heel erg eng uitgelegd. Hiervoor geldt een soort afstandscriterium. Burgers zijn alleen ontvankelijk als ze binnen een bepaalde afstand van het nieuwe gebouw wonen. Bij grote gebouwen is dat zo om en nabij 250 – 300 meter en bij kleine gebouwen minder dan 100 meter.
Daar heeft de nieuwe Crisis- en herstelwet nog een schepje bovenop gedaan: vanuit de woonplek moet men dit gebouw ook nog kunnen zien.
De combinatie afstand en zicht leidde bij de vestiging voor de Arcus opleidingen Techniek achter de Hogeschool Zuyd ertoe dat er geen enkele burger ontvankelijk wordt verklaard. Dit bouwplan heeft daardoor helemaal geen inhoudelijke rechterlijke toetsing gekregen. Of dat de bedoeling is van de wetgever? Het komt de gemeente natuurlijk wel erg goed uit dat op deze manier het bouwplan van Arcus immuun is gemaakt voor maatschappelijke weerstand.

Deze weerstand kan ook worden geboden door rechtspersonen met doelstellingen die verband houden met ruimtelijke ordening, bijvoorbeeld de natuur- en milieuverenigingen. Vanuit de statuten worden deze verenigingen en stichtingen als belanghebbend aangemerkt als er aspecten aan de orde zijn die tot hun doelstellingen behoren. Maar in Heerlen is de kracht van de natuur- en milieubeweging de laatste jaren sterk ingeboet. Onder andere door gebrek aan menskracht is het IVN niet erin geslaagd om in beroep te gaan. De Vereniging Milieudefensie heeft wel beroep aangetekend. Pech daarbij is dat Milieudefensie (mede door mijn toedoen) een amateuristische maar cruciale vormfout heeft gemaakt bij het indienen van het beroepschrift. Het beroepschrift werd ingediend via een webapplicatie van de rechtbank in plaats van per post of fax. Via internet indienen van beroepen staat formeel alleen open voor burgers en niet voor rechtspersonen.
De rechtbank heeft deze vormfout zo zwaar geacht, dat ook Milieudefensie niet-ontvankelijk wordt verklaard. Dat is toch wel triest. Het beroepschrift was op tijd en in goede orde bij de rechtbank ontvangen getuige de ontvangstbevestiging. In deze tijd is blijkbaar de wijze van bezorgen doorslaggevend om aan inhoudelijk recht spreken toe te komen. De rechters zijn hiermee op een gemakkelijke manier van een moeilijke beslissing afgekomen? Dit was in ieder geval niet de meest moedige weg. Voor mij bewijst het ook dat deze rechters, maar wellicht ook de rechterlijke macht over het algemeen, zich hebben neergelegd bij de inperking van hun reikwijdte om beslissingen te nemen.

In vergelijking tot de vormfout van de Vereniging Milieudefensie komt de gemeente wel erg goed weg. De overheid mag zich blijkbaar wel heel veel permitteren. Ik noem behalve de toetsing van de locatiekeuze drie planologische missers.
1. Het gebouw achter de hogeschool mag worden gebouwd op een plek waar de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State in 1999 het vorige bestemmingsplan Geleendal – Eyckholt (het huidige bedrijventerrein Coriopolis) heeft vernietigd. Dit gebied diende bij de natuurlijke bufferzone van Terworm te worden getrokken. Volgens artikel 30 van de Wet ruimtelijke ordening moet de gemeente het door een uitspraak van de Raad van State vernietigde bestemmingsplan repareren en dus voor die delen een nieuw bestemmingsplan opstellen. Dat heeft de gemeente nagelaten en dat kwam nu dus goed uit.
2. Op een groot deel van de huidige bouwlocatie achter de Hogeschool Zuyd is een tijdelijke parkeerplaats aangelegd. Hiervoor is artikel 17 van de Wet ruimtelijke ordening gebruikt die een voorziening voor maximaal vijf jaar toestaat. Na die vijf jaar is de parkeerplaats ook een poos gesloten geweest (maar nu weer in gebruik). De parkeerplaats had eigenlijk opgeruimd moeten worden en het gebied weer teruggegeven aan de natuur. De gemeente kon hier straffeloos de wet overtreden met als bijkomend voordeel dat het nu gebruikte onderzoek naar natuurwaarden op deze plek natuurlijk totaal niets opleverde.
3. De gemeente heeft aangegeven dat de oppervlakte natuur op de bouwplekken van Arcus zou worden gecompenseerd in het gebied Ransdalerveld. Op zich niet zo veel tegen in te brengen, ware het niet dat inmiddels duidelijk is dat dit in de praktijk naar alle waarschijnlijkheid niet zal lukken. Een loze belofte van de gemeente. Het betreffende project (een landinrichting nieuwe stijl) is enkele jaren geleden een stille dood gestorven. En de Ecologische Hoofdstructuur heeft sindsdien ook sterke inperkingen gekregen.
De Provincie Limburg heeft overigens zeer goed geholpen bij het mogelijk maken van bouwplannen in natuurgebieden. Potentiële natuur kan worden vernietigd door de planologische bescherming van de natuur en in het bijzonder de Ecologische Hoofdstructuur sterk in te perken. Dit geldt over het algemeen en in het bijzonder in Terworm. De formeel beschermde gebieden van Terworm zijn doelbewust krap getekend vanwege de andere bedoelingen van de gemeente. Er is bij de begrenzing geen rekening gehouden met de feitelijke (potentiële) natuurwaarden, zoals die in gedegen onderzoek is vastgelegd (en door de uitspraak van de Raad van State bevestigd). En de natuurontwikkeling langs de Valkenburgerweg is verplaatst, al is mij niet bekend waar naar toe.

Dit alles is dus niet getoetst door de rechtbank. En dit vindt zijn oorsprong in de keuze van de planologische procedure door de gemeente. En als ik dan politiek doorredeneer kom ik uit bij een wethouder die (al dan niet con amore) gesteund door de ambtenaren, zijn doorzettingsmacht gebruikt, onvoldoende gehinderd door de meerderheid van de gemeenteraad (coalitie). Deze beperkingen in de democratie en in de planologische besluitvorming kunnen niet meer worden rechtgezet in een beroep op onafhankelijke toetsing. Dat geldt voor het geval Arcus – Terworm, maar ook over het algemeen hapert hier regelmatig ons systeem van ruimtelijke ordening.

En deze planologische onvolkomenheid staat niet op zichzelf. De overheden beschermen zich vaker tegen kritische burgers. De Crisis- en herstelwet heeft de mogelijkheden voor beroep ingeperkt, overheden mogen niet meer onderling procederen (vooral van belang bij de Buitenring) en er mogen geen beroepsgronden of onderzoeken meer worden toegevoegd aan het beroepschrift.
Wordt natuur nog vaak gezien als een linkse hobby; een gezonde leefomgeving, verkeer en vervoer enz. gelden als algemene belangen. Maar met de inperking van criterium ‘belang hebben’ worden dus nagenoeg alle burgers uitgesloten van de rechtsgang. Daarnaast wordt het door de verhoging van de griffierechten zo onaantrekkelijk mogelijk gemaakt om je recht te halen. Dat ‘waag het niet om tegen een overheidsbeslissing in beroep te gaan’ is verder versterkt door verenigingen en stichtingen te dreigen om de subsidie in te trekken als men planologische procedures wil voeren als overleg niets oplevert (waarbij het regelmatig voorkomt dat de overheid zijn zin wil doordrijven).

Dit bestuurlijke handelen is dubieus omdat de overheid ten opzichte van zichzelf niet onafhankelijk is. Het is niet alleen ingegeven door de zorg voor een voldoende zorgvuldige belangenafweging en besluitvorming. Het immuun maken van zichzelf is een eigenbelang dat blijkbaar zwaar meetelt. Het is belangenverstrengeling dat de burger buitenspel zet. Overheden en daarbinnen de machtigere bestuurders drijven hun zin door. De rechtstaat brokkelt hiermee ontoelaatbaar af.

geschreven: 22 oktober 2011

zondag, 18 december 2011

Harrie Winteraeken

Harrie Winteraeken

GR

Afdeling Bestuursrechtspraak RvS vernietigt plan Buitenring

In buitenring, provincie, parkstad limburg, limburg, gemeenten, heerlen, inzicht, natuur, nieuw, en meer.
Hieronder het officiële persbericht over de vernietiging van de Buitenring.

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft het provinciale inpassingsplan vernietigd dat de aanleg van de Buitenring Parkstad Limburg mogelijk maakt. Dit blijkt uit een uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van vandaag (7 december 2011). Tegen het plan van de provincie Limburg waren bijna 125 organisaties en particulieren in beroep gekomen, waaronder de Limburgse Milieufederatie, Natuurmonumenten en de Stichting Stop Buitenring. Tegen de uitspraak is geen hoger beroep mogelijk.

Het plan maakt de aanleg van Buitenring Parkstad Limburg mogelijk. Het tracé van deze ringweg met een totale lengte van 26 kilometer loopt door de gemeenten Nuth, Heerlen, Schinnen, Brunssum, Onderbanken, Landgraaf en Kerkrade.

De Raad van State is van oordeel dat er geen 'toereikend inzicht bestaat in de gevolgen van de weg voor de beschermde natuurgebieden 'Brunssummerheide' en 'Geleenbeekdal'. De aanleg van de buitenring leidt tot meer autoverkeer ter hoogte van die natuurgebieden en dus tot een toename van de uitstoot van stikstof op de kwetsbare natuur. Het betoog van de provincie Limburg dat deze stijging voldoende wordt gecompenseerd door het schoner worden van de automotoren, heeft de Raad van State niet overtuigd. De provincie had duidelijk moeten maken hoe hoog de toename van de stikstofuitstoot is en hoe deze zich verhoudt tot de al bestaande stikstofuitstoot op de natuurgebieden, aldus de hoogste bestuursrechter. Dit inzicht is nodig omdat in de natuurbeschermingsregels is bepaald dat de provincie zich ervan moet verzekeren dat de 'natuurlijke kenmerken' van de beschermde natuurgebieden door het inpassingsplan niet worden aangetast.

Nagenoeg alle overige bezwaren die tegen het plan waren ingediend konden niet slagen, aldus de hoogste bestuursrechter.

Vanwege de samenhang van het deel van het tracé dat door de natuurgebieden loopt met het resterende tracé voor de buitenring, heeft de Raad van State besloten het gehele inpassingsplan te vernietigen. Dit hoeft niet te betekenen dat de buitenring helemaal van de baan is. De provincie Limburg kan besluiten om een nieuw plan voor de buitenring vast te stellen. Daarbij zal de provincie rekening moeten houden met het oordeel van de Raad van State in deze uitspraak.

Klik hier voor de uitspraak BU7002 van de Afdeling.

vrijdag, 9 december 2011

Evelien van Roemburg

Evelien van Roemburg

Hyves Linkedin Twitter GR DWARS

in de kast is het goed toeven

In afrika, onbegrijpelijk, vluchtelingen, homo, lesbienne, raad van state, sierra leone, thomas spijkerboer, uitspraak, en meer.

Een mevrouw vlucht uit Sierra Leone. Ze komt in Nederland aan, en onderhoudt daar in het geheim een relatie met een andere vrouw. Ze wil niet terug naar Sierra Leone, omdat homoseksualiteit niet geaccepteerd wordt en tot (maatschappelijke) uitsluiting kan leiden. Er is geen expliciet verbod, maar wel zijn ‘openbare handelingen’ die samenhangen met homoseksualiteit verboden (zoenen in het openbaar, bijvoorbeeld?).

Een goede basis voor een asielclaim, me dunkt. Als iemand aanhanger is van een politieke stroming in land X, en hem wordt strafrechtelijk verboden om met openbare handelingen (manifestaties, bijeenkomsten, verkiesbaar staan) zijn sympathie te tonen, dan is dat ‘persecution’. Als iemand aanhanger is van een bepaald geloof in land Y, en het wordt hem strafrechtelijk verboden daar met openbare handelingen (bijwonen van een dienst, pamfletjes uitdelen, in de buitenlucht bidden) vorm aan te geven, dan is dat ‘persecution’. Hetzelfde geldt voor homo’s en lesbiennes.

Maar blijkbaar niet in Nederland. De Raad van State, de hoogste rechter voor bestuursrechtspraak, oordeelde dit jaar dat hoewel ‘de seksuele geaardheid een wezenlijk element van iemands persoonlijkheid is’ dit niet betekent dat de vrouw in kwestie in Sierra Leone geen betekenisvolle invulling kan geven aan haar homoseksualiteit. Met andere woorden: ook in de kast kan je prima homo zijn. Dat doet ze in Nederland immers ook.

Dit is werkelijk een absurde uitspraak, in strijd met het Vluchtelingenverdrag uit 1951 en met het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens. Zoals professor Spijkerboer van de VU zei: ‘kan iemand een betekenisvolle overtuiging geven aan zijn godsdienstige opvatting als hij die met een paar anderen stiekem in een garage kan belijden?’ Nee, natuurlijk niet – dat accepteren we niet! Maar bij homoseksualiteit ligt dat volgens de Raad van State anders: de vluchtelinge moet zich maar gewoon weer aanpassen aan de homofobe situatie in Sierra Leone.

Deze uitspraak geeft aan hoe achterlijk Nederland soms nog is. We lijken met z’n allen zo verlicht en progressief op het gebied van homoseksualiteit, maar als het puntje bij het paaltje komt, dan hebben we (of in elk geval onze hoogste bestuursrechter) het liefst dat je niet al te veel ruchtbaarheid geeft aan je seksualiteit.

Doe maar hetero, dan doe je al gek genoeg.


Hans Kuipers

Hans Kuipers

Hyves Twitter GR

Brief aan Bleker

In groenlinks-drenthe, natuur, bleker, natuur, natuurakkoord, omgevingsbeleid, akkoord, economie, financiën, en meer.

Open brief

De Staatssecretaris van het Ministerie
van Economie, Landbouw en Innovatie
de heer dr. H. Bleker
Postbus 20101
2500 EC Den Haag

Assen, 7 december 2011

Geachte heer Bleker,

Met betrekking tot het deelakkoord Natuur brengen wij graag het volgende onder uw aandacht.

Provinciale Staten van de 12 provincies dienen uiterlijk op 24 december 2011 te besluiten of zij het deelakkoord al dan niet aanvaarden. Wij hebben kennis genomen van de tekst van het deelakkoord en constateren dat een belangrijk deel van de afspraken in algemene, vage en multi – interpretabele  bewoordingen is geformuleerd. Uit de tekst van het deelakkoord is, zelfs na langdurige exercities ‘close reading’, niet zonder meer op te maken waartoe provincies zich verplichten, welke risico’s zij nemen en wat de betekenis van het akkoord is voor de provinciale financiën en natuuropgaven.

Het IPO heeft weliswaar een zogeheten memorie van toelichting geproduceerd, maar aan de tekst van deze memorie van toelichting wenst u zich niet te committeren. Naar wij hebben begrepen is deze memorie van toelichting aan u aangeboden, maar heeft u geen uitspraak willen doen over de juistheid van de interpretatie van de afspraken. De memorie van toelichting geeft daardoor geen (finaal) uitsluitsel over de betekenis van de teksten van het deelakkoord. De algemene, vage en voor meerder uitleg vatbare formuleringen in het deelakkoord hinderen ons in het uitvoeren van de besluitvormende rol die Provinciale Staten hebben te vervullen in het beoordelen van de inhoud en aanvaardbaarheid van het deelakkoord. Wij hebben als volksvertegenwoordigers ons te verantwoorden en moeten minst genomen begrijpen en kunnen uitleggen waar wij wel c.q. niet mee instemmen.

Uw weigering medewerking te verlenen aan het tot stand brengen van een memorie van toelichting die zowel van rijkszijde als van IPO-zijde kan worden onderschreven hindert ons in onze afweging.

Het is voor ons niet aanvaardbaar om goedkeuring te verlenen aan een overeenkomst waarvan de exacte betekenis van de formuleringen, de artikelen, de bedoelingen van partijen, de verplichtingen en de risicoverdeling niet helder is. Het IPO heeft de moeite genomen om licht in de duisternis te brengen. Wij verzoeken u die inspanning op waarde te schatten en uitsluitsel te geven over de vraag of de door het IPO opgestelde memorie van toelichting wel of geen juiste weergave is van de rechten en plichten van de provincies en het rijk en de risicoverdeling tussen rijk en provincies. Wij verzoeken u stellig en ondubbelzinnig te verklaren dat de memorie van toelichting van het IPO een juiste weergave is van de inhoud, aard, betekenis en de interpretatie van de afspraken die zijn gemaakt in het deelakkoord natuur. Indien u van oordeel bent dat de memorie van toelichting geen juiste weergave vormt van de inhoud, aard, betekenis en de interpretatie van de afspraken vormt, dan vernemen wij graag gemotiveerd en gedetailleerd op welke onderdelen de memorie van toelichting een onjuiste weergave en duiding van de afspraken is , alsmede hoe deze onderdelen naar uw oordeel wel dienen te worden begrepen en te worden verstaan.

Zoals gesteld kunnen wij op basis van een deelakkoord zonder nadere verduidelijking in de vorm van een door rijk en IPO onderschreven en geaccepteerde memorie van toelichting,  geen weloverwogen besluit nemen over de mate van (on)aanvaardbaarheid van het deelakkoord natuur.  Voorts verzoeken wij u ruim vóór 24 december 2011 adequaat op deze brief te reageren, opdat wij in staat zijn een weloverwogen oordeel over het deelakkoord Natuur te geven. Indien u onverhoopt niet op deze brief reageert, dan wel de onduidelijkheid over de juistheid van de memorie van toelichting van het IPO laat voortbestaan, zal dat voor ons aanleiding  vormen om  geen besluit te nemen over het deelakkoord natuur. Wij hopen dat het zover niet zal komen en zien uw reactie met belangstelling vóór 24 december aanstaande tegemoet.

Hoogachtend,

Philip Oosterlaak, fractievoorzitter SP
Marianne van der Tol , fractievoorzitter D’66
Gabriëlle van Dinteren, fractievoorzitter GroenLinks
Provinciale Staten van Drenthe

zaterdag, 26 november 2011

Krispijn Beek

Krispijn Beek

Hyves Last.fm Twitter

Revolutie met recht

In duurzaamheid, duurzame energie, energietransitie, klimaatbeleid, klimaatverandering, mensenrechten, olie, peak oil, recht, en meer.

In Revolutie met Recht neemt Roger Cox een behoorlijke uitgebreide aanloop om te betogen dat de rechterlijke macht ons laatst overgebleven redmiddel is om te zorgen dat maatregelen tegen klimaatverandering genomen gaan worden. De vraag die mij bekruipt na het lezen van het boek is waarom je zoveel tijd (5 jaar) steekt in het schrijven van een boek, als je in die tijd ook de gewenste rechterlijke uitspraak had kunnen krijgen? Buiten dat zitten er nog wat zaken in het boek waar ik me niet in kan vinden, maar eerst kort de inhoud.

Deel 1: Energie en oliekrimp

In het eerste deel van het boek gaat Cox uitgebreid in op de manieren waarop onze maatschappij van olie afhankelijk is en de wijze waarop oliemaatschappijen de afgelopen anderhalve eeuw gesteund zijn door de overheid. En passant komt ook de macht van de financiële sector voorbij, de voedselcrisis (eigenlijk vooral ook een oliecrisis in de ogen van Cox) en de ontaarding van grote multinationals.

Op basis van de theorieën van peak oil betoogt Roger Cox dat het einde van goedkope energie voorbij is en dat dat ingrijpende gevolgen gaat hebben voor de Westerse samenlevingen. Voor een groot deel van onze welvaart zijn we tenslotte afhankelijk van goedkope olie. Of het nu gaat om goedkoop transport van voedsel dat van over de hele wereld hier naar toe wordt gesleept of om de verwarming van ons huis. Cox voorspelt dan ook dat energiearmoede een groeiend probleem gaat worden, een standpunt dat onder andere Hans Verbeek ook regelmatig uitdraagt op zijn weblog. Energie armoede is een probleem dat in Nederland nog maar weinig aandacht krijgt in de media, al zijn er wel woningbouwcorporaties en gemeenten die inzien dat veel van het armoedebeleid en welzijnswerk zinloos is als de stijgende energierekening niet wordt ingedamd.

Cox rekent ook voor dat investeringen in duurzame energie slechts beperkt soelaas zullen bieden. Deze investeringen vergen tenslotte geld, wat de teruggang in eerste instantie enkel verergert. Alle Europese landen zijn al fors aan het bezuinigingen geslagen om de gevolgen van de bankencrisis uit 2008 te bestrijden. Extra uitgaven voor duurzame energie zullen een nog grotere bezuiniging op andere gebieden vergen.

Deel 2: Klimaatverandering als stresstest

In klimaatverandering als stresstest gaat Cox in op de stijgende kosten van energie. Vooral beredeneert vanuit peak oil betoogt hij dat het tijd wordt om werk te gaan maken van emissieloze energieopwekking, kortere distributielijnen en andere brandstoffen dan olie voor transport.

Cox beschrijft ook hoe de zekerheden die het IPCC koppelt aan door de mens veroorzaakte klimaatverandering zich verhouden tot jurisprudentie in eerdere zaken over milieu- en gezondheidsproblemen. Hij gaat met name in op asbest, waarvan het effect op de menselijke gezondheid nog niet onomstotelijk vast stond op het moment dat de rechter van mening was dat bedrijven aansprakelijk waren voor ontstane gezondheidsschade.

Terecht betoogt Cox in dit deel van het boek ook dat veel markten zich in het verleden enkel hebben kunnen ontwikkelen door sturing van de overheid. Het huidige paradigma binnen de overheid met haar focus op privatiseren, dereguleren en liberaliseren lijkt daar blind voor. Zoals ook de bestaande ondersteuningsmaatregelen voor fossiele energiewinning niet meer als subsidie herkend worden.

Deel 3: Het falen van de democratie

In het derde deel beschrijft Cox hoe de invloed van lobbyisten, media en geld ervoor zorgt dat het democratisch proces niet tot het door hem gewenste eindresultaat komt. In dit deel toont zich naar mijn mening het duidelijkst de beperking van simplificerende theorieën. Want aan de ene kant ben ik een consument die niet in staat zou zijn om te kiezen voor duurzaam. Want geld kan niet van de een op de andere dag weg van je huidige bank naar een duurzame bank en Nederland kan niet in een keer massaal overstappen op duurzame energie. De reden daarvoor ligt volgens Cox in een beperkt aanbod aan duurzame banken en duurzame energie.

Deel 4: Revolutie met recht

In het laatste deel betoogt Roger Cox dat er kansen zijn om nationale overheden via het Europees Hof van Justitie te dwingen tot een stringenter klimaatbeleid. Een van de bouwstenen van zijn betoog is de uitspraak uit de VS waarin het oordeel luidde dat CO2 een vervuilende stof is, waar de EPA (het Amerikaans milieuagentschap) maatregelen tegen moet nemen.

Mijn commentaar op Revoluite met recht

Op een aantal fronten wordt ik een beetje moe van betogen als die van Roger Cox. In de eerste plaats wordt ik moedeloos van mensen die menen dat het hele complex aan uitdagingen dat er voor ons ligt terug te voeren valt op een of twee problemen. Of dat nu gaat om energie en klimaat (zoals Roger Cox doet) of om de islam (zoals de PVV doet). Naar mijn mening los je complexe problemen niet op door simplistische reducties. Zoals ik al eerder heb betoogd gaat de milieuproblematiek om veel meer dan enkel klimaatverandering en gaat de sociale problematiek waar we voor staan om veel meer dan enkel toenemende energieschaarste of stijgende energieprijzen. Uiteraard zijn er slimme beleidsmaatregelen mogelijk die ervoor zorgen dat je meerdere problemen tegelijk aanpakt. We leven tenslotte in een second best world en die vraagt om second best solutions.

Voor wat betreft de stelling van Roger Cox dat consumenten niet massaal over kunnen stappen op duurzame banken en/of duurzame energie denk ik dat dat er al heel wat banken zijn die sinds 2007 hebben ontdekt dat een bankrun nog nooit zo makkelijk is geweest als nu. Een paar klikken met je muis en je geld staat bij een andere bank. Voor andere banken is dat gemak een groot probleem. Konden ze vroeger nog zien dat er een bankrun plaatsvond (rijen bij de concurrent) nu gebeurt het grotendeels onzichtbaar. Zodra een bankrun of bankencrisis in de lucht hangt droogt de interbancaire markt dus pijlsnel op en kunnen banken enkel nog bij de Europese Centrale Bank terecht.

Wat duurzame energie betreft heb ik nog niet gehoord dat er energiebedrijven zijn die wachtlijsten hanteren voor nieuwe klanten. Mocht dat wel zo zijn dan hebben Nederlanders met een eigen huis nog de mogelijkheid om zelf duurzame energie op te gaan wekken. Voor zover ik weet hanteren installateurs nog geen quota of wachtlijsten als je zonnepanelen of urban windmolens besteld. Mocht je bang zijn dat zonnepanelen duurder zijn dan je huidige elektriciteitsrekening, dan zijn er inmiddels zelfs installateurs die daar een oplossing voor aanbieden.

Klimaatbeleid via de rechtbank

Het is naar mijn mening de vraag of het betoog van Roger Cox in de praktijk stand houdt voor een rechter. De Europese Unie en de Europese lidstaten nemen maatregelen om CO2 emissies te reduceren en de effecten van klimaatverandering tegen te gaan. Een rechtszaak binnen de EU zal dus anders dan in de VS gaan over de vraag of het gevoerde beleid effectief is. Het antwoord daarop zal denk ik minder zwart wit zijn dan we vanuit Nederlands perspectief denken.

Wanneer we kijken naar het streven naar een emissieloze energievoorziening dan zijn er landen die een uitermate effectief beleid hebben. Landen als Denemarken, Duitsland, Spanje en Zweden halen hun elektriciteit voor een groot deel uit hernieuwbare en emissieloze bronnen. Nederland bungelt samen met Groot Brittannië en Malta al jaren in de staart van de lijst, alle inspanningen rond energietransitie MEP, SDE en SDE+ ten spijt. Ik vraag me af waarom je de Europese rechter nodig hebt om daar een eind aan te maken.

Cox lijkt ook te geloven dat de Europese rechter als een held en verlosser zal worden binnengehaald. Dat een uitspraak te faveure van een stringenter klimaatbeleid zal leiden tot een hernieuwd geloof in de Europese instituties, lokale democratie en een kleinere afstand tussen politiek en burger. Ik waag dat te betwijfelen. Zoals Cox zelf ook betoogd leiden forsere inspanningen voor het omschakelen naar hernieuwbare en emissieloze energievormen tot forse investeringen nu, waardoor bezuinigingen op andere terreinen en vervroegde afschrijvingen op bestaande installaties nodig worden. Zowel de bezuinigingen als de vervroegde afschrijvingen zullen de nodige pijn geven bij burgers, maar ook bij banken en pensioenfondsen die de waarde van hun investeringen zien teruglopen. Juist op een moment dat hun reserves toch al fors onder druk staan.

Het is naar mijn mening ook zeer de vraag of de kloof tussen burger en overheid kleiner wordt als de democratie onder curatele van de rechtbank wordt geplaatst, zoals Roger Cox terloops voorstelt. Naar zijn mening is klimaatverandering urgent genoeg om dat te doen. Daarmee voegt Cox klimaatverandering in het rijtje bankencrisis en eurocrisis, waarvoor hetzelfde wordt beweert door banken en beleggers. In mijn ogen geen aanbeveling. Bovendien is de PVV een van de partijen die het hardnekkigst tegen het voeren van milieubeleid is. Dat is nu ook net de partij die tijdens het proces tegen Wilders zeer effectief is gebleken in het in twijfel trekken van de onpartijdigheid van de rechterlijke macht. Een uitspraak pro klimaatbeleid gaat PVV stemmers echt niet overtuigen van het nut van Europa of de onpartijdigheid van de rechterlijke macht.

Aantal berichten op deze pagina: 30. De berichten op deze pagina zijn niet ouder dan 4181 uur (174,2 dagen). Berichtgemiddelde: 0,2 bericht per dag, 1,2 per week.

Volgende pagina

Pagina: 1 2 3