woensdag, 8 februari 2012

Alice Karen

Alice Karen

Lusteloos

In diaries, reisverhaal, -noorwegen, universitaria, |2012, bezig, gewoon, lust, natuur, en meer.

null

Ik voel me vaak lusteloos. Op de universiteit ben ik goed bezig, maar wanneer ik in mijn kamer zit in die vieze, gehorige flat, de deur om privacyredenen op slot, bevangt het me vaak. Het zit tegen een depressie aan, combineert zich met eenzaamheid en psychosomatische stressverschijnselen. Moe wakker worden, veel te vroeg, gehorige flat, horkerige buurman, piepende deuren, slaande deuren.

Anderen zeggen dat het hun tweede natuur is geworden, dat gebrek aan motivatie om iets te ondernemen. Of dat het met de winter te maken heeft. Allicht is het een schreeuw om rust, en zorgt deze periode ervoor dat ik daarna krachtig verder kan. De liefde moet even naar mijzelf gaan, zeggen anderen. Een verwarmend kopje gemberthee, om meer lust te krijgen om te beginnen. Mezelf even toestaan nog meer naar binnen te keren. Dieper ademen. Rust en inkeer.

Ik ben zo veel bezig met nadenken, maar mijn lichaam is lusteloos. Toch iets gaan doen, het van me af schuiven, afleiding zoeken en er zo uit komen. Het soms gewoon even laten zijn, wanneer dat niet lukt. Het moet niet een te groot gevecht worden.

In mijn eentje op die kamer in die vieze, gehorige flat, met mijn gevoelens en gedachten. Onopgeloste zaken blijven als grote wiskundige opgaven boven mijn hoofd hangen, mijn hersenen blijven actief, willen ze oplossen. ‘Quod Est Demonstrandum’ kunnen zeggen. Het is moeilijk om zaken achter me te laten, zo veel prikkels zijn er binnengekomen, en blijven er binnenkomen. Rust vinden, focus.

Een handvat vinden om mezelf aan op te trekken. Opstaan uit het dal. De deur dichtdoen achter mij. Op slot. Alleen, samen, nooit alleen. Samen opkrabbelen. Ook al is samen online en niet bij mij in mijn kamer. Luisterende oren en lezende ogen. Sprankel. Sprekende ogen in de spiegel. Heelt tijd? Spiegelnotities. Ik ben mooi. Ik ben goed genoeg. Ik sprankel van leven. Hardop.

Focus, inkeer, rust. 2012.


Gearchiveerd onder:Diaries, Reisverhaal

woensdag, 1 februari 2012

Alice Karen

Alice Karen

Thuiskomen

null

Vandaag heb ik een vrije dag. De tijd kwakkelt lekker voort terwijl ik wat typ in praatgroepen, en terwijl ik me waag aan alweer het derde leesboek dat ik naar Noorwegen heb meegebracht. Ik lees een stuk meer sinds ik weg ben, temeer omdat er wat minder zaken zijn die mijn vrije tijd volledig verdampen, en ook omdat ik hier wat minder vaak sociale afspraken heb. En uiteraard ook omdat ik het heel fijn vind om een lekker eind weg te lezen.

De therapiefactor van mijn reis naar Noorwegen, waar ik het eerder over had, begint ook wel een beetje uit de verf te komen. Ik denk na over bepaalde keuzes, ook over keuzes die nog niet definitief zijn gemaakt. Innerlijke onrust komt hier soms wel bij kijken, en niet zo een beetje ook. Soms slaap ik onrustig en heb ik weer wat nachtmerries. Het geschrijf van mij en van anderen en de interactie daartussen in de praatgroepjes doen me goed. Het kan mij verder geen ene * schelen wat anderen daarvan denken. Het is goed voor mijzelf. Soms voelt het aankomen op een vreemde plek, in het echt of virtueel, als thuiskomen.

Ik houd mij structureel afzijdig van alles wat mij pijn en verdriet bezorgt. Ik probeer de wereld volgens mijn eigen theorieën te vatten zoals die op mij afkomt. Vaak genoeg heb ik mijn eigen tweestrijd vanaf de tribune aanschouwd. En aangezien ik deel uitmaak van elk van de twee antagonisten, win ik de tweestrijd ook altijd. Dan kan ik weer verder.


Gearchiveerd onder:Diaries, Reisverhaal

zondag, 29 januari 2012

Alice Karen

Alice Karen

Miss Oh So Important Japan en de almachtige Kukai

In diaries, reisverhaal, -noorwegen, universitaria, |2012, problemen, begrijpen, belangrijk, spreken, en meer.

null

Tot nu toe heb ik me vaak eenzaam gevoeld. Ik vind weinig aansluiting, maar doe wel mijn best. Ik heb geprobeerd me bij de buddy group te voegen van de Canadese, die ook wel weet dat ik me soms eenzaam voel, maar ik heb daar niks meer over gehoord. Ik ga op vrije dagen nog niet naar buiten voor een wandeling want het is stervenskoud. Ik duik vaak diep weg in een boek, waarmee ik mij goed vermaak, maar wat de eenzaamheid slechts afdekt en niet wegneemt. Op sommige dagen gaat het beter maar ik mis de knuffels die ik van tijd tot tijd nodig heb. Er is nog geen geestverwant met wie ik echt close kan zijn hier, tot nu toe. Ik merk dat ik dat toch belangrijk vind.

Gisteren leek mijn dag weer verpest te worden, weer door dat Japanse meisje dat het vorig weekend presteerde, en wel op de zaterdag, me om negen uur te wekken en me met halfdichte oogjes en een slaperig hoofd naar de keuken te nemen, blootsvoets op de toen nog heel erg smerige vloer.

Ze heette me nogmaals van harte welkom in mijn nieuwe behuizing. Ze nam een vervelende houding aan en er kwam een zeurderige woordenstroom op gang. Ze is ervan overtuigd dat ik, alleen al omdat ik een ‘newbie’ ben, niets te zeggen heb hier, omdat ik helemaal geen benul zou hebben van het hoe en wat. Daarvoor zou ik vooral mijn mond moeten houden en nu naar haar moeten luisteren. Want het was voor haar allemaal zo makkelijk voordat ik hier kwam ten opzichte van nu ik hier ben, bijvoorbeeld voor wat betreft de vriezer. Deze onaangename woordenstroom was op dat moment al helemaal niet welkom bij mij, ik voelde me al enigszins neerslachtig, maar zodanig dat ik er nog wel mee kon dealen. Ik ben slechts moeilijk aan het doen.

Eigenlijk wilde ze de jongen met wie ik de badkamer deel spreken. Ze was zo rond het middaguur op zijn deur aan het kloppen maar hij was er toen niet. Dus vervolgens ging ik naar buiten (maar de volgende keer heb ik geen zin om de deur voor haar open te doen). Ik heb geen enkel moment gedacht dat ze naar me luisterde of naar me zou luisteren, terwijl ik rustig en vastberaden sprak en op die manier mijn grenzen aangaf, en haar liet weten dat ze te ver ging. Ik vroeg mij af waarom ze haar irrationele frustraties op mij moest afreageren.

En dat terwijl we woensdag een meeting hadden. Daar was zij gewoon bij. De jongen met wie ik de badkamer deel was de enige die er niet bij kon zijn. Toen besloten wij onder meer om met zijn allen de vriezer schoon te maken. Dat begon ermee dat we eerst alles eruit haalden wat van ons was. Vervolgens werd de ruimte opnieuw verdeeld en iedereen had daar inspraak in. Omdat mijn buurman er niet was, stopten we alles waar we niet zeker van waren in zijn vakje.

Een dag na de meeting vroeg mijn buurman het samen te vatten en ik vertelde hem wat we hadden besproken. Ik vertelde hem dat in zijn vakje nog steeds zijn spullen zaten, plus alle spullen waarvan we niet wisten van wie deze waren – mogelijk achtergelaten door de bewoner die voor mij in mijn kamer zat.

Nu was het blijkbaar gebeurd dat het Japanse meisje aan het eind of net na de meeting wat van haar spullen in zijn vak heeft gestopt, ondanks de afspraken, en zonder er een tasje omheen te doen om het bij elkaar te houden of zonder er haar kamernummer op te zetten. Ik wist hier niets vanaf, want zij heeft hier helemaal niet over gecommuniceerd. Dus mijn buurman zou de boel in zijn vakje uitzoeken en al het anonieme was bij mij in het vakje welkom. Dus hij vond de dingen die zij er bij had gestopt ook anoniem, want ook naar hem was niet gecommuniceerd, en stopte die in mijn vakje. Ik heb er in de tussentijd niets van gebruikt omdat ik daarmee nog even wilde wachten om zeker te weten dat het echt van niemand meer was. Maar volgens het Japanse meisje wist iedereen dat zij dit had gedaan. Dat kan men immers voelen aan het veranderlijke karma dat hier in de lucht hangt, ik zal het nog even navragen in de grote tempel van de almachtige Kukai. Ik benadrukte nog maar eens dat ik dacht dat we dat nou opnieuw hadden verdeeld, schoongemaakt, geordend, uitgezocht, maar ze luisterde helemaal niet.

Ik vertelde dat ze geen enkel recht had dit op mij af te reageren en dat ze maar een briefje op de deur van mijn buurman moest achterlaten, om oplossingsgericht te denken, of om even met het Noors-Chinese meisje te praten dat hier al ruim vijf jaar woont en die een beetje de leiding gaf. En nog eens benadrukte ik dat deze rant onnodig en onwelkom was. Maar ze luisterde niet en tierde dat ik haar niet zo moest behandelen. Immers, ze haat waarschijnlijk het oplossen, anders kan ze niemand meer van iets beschuldigen, misschien kan alleen de almachtige Kukai oordelen en oplossen. Ze greep de scampis en de spinazie uit mijn vakje en legde ze ergens onderin in een hoekje van de vriezer, gewoon los, zonder sluitinkje, zonder zakje er omheen, zonder nummertje erop. Want dat doe ik immers alleen, en omdat ik dat doe is het onzin – want we voelden voorheen aan de karma van wie alles was, maar jij hebt alles kapotgemaakt, dus vervallen we maar in non-communicatie. Ik vroeg me af waarom ze me zo behandelde, terwijl ze zelfs nog naar een pakje de dag ervoor door mij gekochte worstjes graaide – waar ik haar actief van moest tegenhouden. Gelukkig stond daar mijn kamernummer op.

Nadat ze zich enkel nog een giftige blik toewierp besloot ze dat ik lucht was die dus te negeren was en draaide ze zich om, zonder nog iets te zeggen, en ging verder met koken, terwijl ze zelf waarschijnlijk ook aan het koken was, ervan overtuigd dat er met mij slechts verstoring voor haar gekomen was. Ik had ook niet meer de behoefte ook maar enig woord aan haar vuil te maken, of er nog energie in te steken, dus keerde ik terug naar mijn kamer.

Ik vroeg mij af waarom ze zichzelf alleen maar verwart, en natuurlijk waarom ze het niet op de meeting ter sprake bracht, al die problemen die ze had alleen al met mijn aanwezigheid. Maar nee, daar zat ze erbij als een silent little cutiepie. Terwijl ik alles zo moeilijk schijn te maken.

Bij deze kroon ik haar tot Miss Oh So Important Japan.

En later, als ik weer geheel zelfstandig woon, zal ik nog harder lachen om hoe belachelijk dit onnodige gesteggel is, wanneer er eerder gewoon duidelijke afspraken zijn gemaakt. Op zulke momenten verlang ik naar mijn container waar ik mijn eigen badkamer en keukentje had, en dus niet van dat uitermate achterlijke gesteggel om niets.

Later, toen ik aan het koken was, kwam ik de Canadese tegen, en ik luchtte mijn hart nadat ik in de tussenliggende tijd alleen teneergeslagen was geweest en niet wist bij wie ik het hier überhaupt kon zoeken. Maar ze leek me niet zo goed te begrijpen, waarna ik er geen woorden meer aan besteedde en me met mijn maaltijd zoals altijd terugtrok in mijn kamer.

Ik wist het einde van de dag toch nog te redden door enkele leuke discussies aan te gaan in de groepen op Facebook waar ik lid van ben. Die hadden overigens niets te maken met dit voorval, maar ik kreeg er toch wel weer wat positieve energie van. Kukai moet dat vast goed gevonden hebben.


Gearchiveerd onder:Diaries, Reisverhaal

woensdag, 25 januari 2012

Alice Karen

Alice Karen

Ik voel me geen student meer

In diaries, reisverhaal, -noorwegen, universitaria, |2012, bezig, delen, dronken, weekend, en meer.

null

Ik voel me eigenlijk geen student meer. Ik ben bezig aan mijn afstudeerproject. Ik volg geen cursussen meer. En hiervoor heb ik ook al gedurende tien maanden een onderzoeksproject gedaan. Ook lijk ik de mentaliteit niet te delen en sta ik heel anders in het leven. Veel uitwisselingsstudenten zien de uitwisseling als een groot feest maar nemen het inhoudelijke niet serieus genoeg. Die zijn elk weekend dronken en denken daarmee sociaal te zijn, maar eigenlijk zijn ze gewoon luidruchtig. En dan plaatsen ze het ook nog eens op Facebook.

Gelukkig zijn ze echt niet allemaal zo, alleen moet ik wel een aanknopingspunt vinden om contact te leggen. Ik moet toch wat doen aan mijn eenzaamheid hier die mede te wijten is aan het niet toegewezen krijgen van een buddygroup door bureaucratische rompslomp. Zeker iemand van mijn leeftijd hoort niet eenzaam te zijn. Ik heb wel veel momenten voor mezelf nodig, maar niet enkel dat. Volgende week zou ik daar allicht enige verandering in kunnen brengen. Het is een kans maar geen garantie. Laat ik het proberen.

Volgende week is de internationale week en dan organiseren allerlei organen en verenigingen die iets met de universiteit te maken hebben verschillende evenementen, die ook vooral gericht zijn op uitwisselingsstudenten. De woensdag- en vrijdagavond spraken mij wel aan. Woensdag is er een workshop swingdancen en vrijdag een jazzconcert. Zaterdagavond is er ook nog een semesterstartfeest, maar mijn aanwezigheid voor die avond hangt er vanaf of ik op de woensdag en de vrijdag leuke mensen ben tegengekomen. Dat alles om de eenzaamheid in te perken – ik heb geen idee wat het zal opleveren vooralsnog, en indien het iets oplevert, of het dan überhaupt meer diepgang zal vinden dan het oppervlakkig-sociale studentenleven. Ik zie maar.


Gearchiveerd onder:Diaries, Reisverhaal

zondag, 22 januari 2012

Alice Karen

Alice Karen

Focus op positief

null

Het gaat heel erg in pieken en dalen met mij. Als het niet goed met mij gaat, als ik mij verdrietig voel, of eenzaam, of als er een grote verandering is zoals nu ik in Noorwegen zit, dan moet ik dat hier oplossen zonder face to face contact met mensen. Want er zijn geen mensen hier die ik daar al genoeg voor vertrouw. Doordat ik geen buddygroup heb, heb ik er ook niet veel leren kennen. Schrijven, zoals hier, is een redelijke remedie, maar naast het van me af schrijven van vervelende zaken moet ik ook het positieve belichten.

Ik zit in twee groepjes op Facebook. Dat mag belachelijk klinken, maar ik tref er flink wat gelijkgezinden en sommigen hebben gelijke ervaringen. Ik informeer naar hoe zij er toen mee zijn omgegaan. De ene groep is voor hoogbegaafden en de andere voor hoogsensitieven. Voor alle mensen in die groepen is het een opgave om alle prikkels die ze dagelijks op zich af krijgen te verwerken. Ook al voel ik me hier soms eenzaam, ik sta er niet alleen voor! Als er onrust is in mij, als ik nog veel van dat te verwerken heb, of als er verandering gaande is, zoals nu, dan gaat dit samen met verdriet, met innerlijk conflict ook, maar uiteindelijk lost dat zich op. Daarbij heb ik dus soms even wat communicatie nodig en die zoek ik vooral bij dergelijke personen. Ze kennen me verder niet maar ze hebben wel iets met me overeen, en dat is in dit geval het belangrijkst. Ik heb mijn stressverschijnselen en de oorzaken daarvan ter sprake gebracht. Het is fijn om dan te merken dat ik niet de enige ben en ook goed om de ideeen die mensen hierover hebben aan te horen, daar kan ik wel wat mee.

Ik ben in staat de meeste conflicten die ik heb meegemaakt helder voor de geest te halen. Ook weet ik precies welke emoties dat bij mij teweeg bracht. Maar die herinneringen kunnen zich opwerpen tot prioriteiten, zo ook de bijbehorende emoties, want ergens reageer ik instinctief door er zo snel mogelijk vanaf te willen, door het op te lossen, van me af te gooien, het te lijf te gaan, maar dat verergert soms ook weer de emoties. En daaruit volgt onrust. Ook mijn perceptie van degenen die veelvuldig bij zulke conflicten betrokken zijn, wordt negatief, en dit verstoort mij. Ik ben me bewust van mijn sterke geheugen en de beperkte capaciteit tot filteren van prikkels. Dat is al een belangrijke stap. Tot op zekere hoogte zou ik mij filters kunnen aanleren. Zo ook voor die herinneringen, vooral het negatieve daaraan. Ik probeer positieve emoties en de daarmee geassocieerde herinneringen in welke vorm dan ook een hogere prioriteit te geven dan de negatieve antagonisten. Dan kan ik misschien van binnen uit filteren. Ik weet dat ik daartoe in staat ben, dus ik zal het kunnen, want wat hierbij hoort is abstraheren: het ontkoppelen van gebeurtenissen en herinneringen van emotie, zodat ik objectief een prioriteit kan stellen. Dat betekent uiteraard dat veel zaken negatief blijven, met een reden, want daar kan ik beter afstand van doen, of bij bepaalde personen kan ik beter uit de buurt blijven. Maar ook de positieve zaken worden dan belicht, en dan zou ik die vervolgens goed een prioriteit kunnen geven.


Gearchiveerd onder:Diaries, Reisverhaal

Alice Karen

Alice Karen

Bureaucratie is universeel

In diaries, reisverhaal, -noorwegen, universitaria, |2012, proces, administratie, bureaucratie, training, en meer.

null

Het is hier aan de Universiteit van Oslo gebruikelijk dat uitwisselingsstudenten een introductieweek hebben, waarin zij in een buddygroup komen, waarmee zij ook daarna nog regelmatig iets leuks ondernemen, en wat natuurlijk erg goed is om nieuwe mensen te leren kennen.

Maar de universiteit in Nederland heeft mij uiteraard niet erover ingelicht dat mijn goedgekeurde, ondertekende Erasmus Training Agreement ook als informatiegeving naar de centrale internationale administratie van de Universiteit van Oslo moest. Tot dat moment was ik uitstekend op tijd met het regelen van alles, ik had op dat moment ook al de zekerheid van housing, maar toen liep het spaak, vernam ik niets meer, had ik het nog stervensdruk met mijn UvA-stage, kreeg ik geen letter of admission, geen welcome packet, geen informatie meer. Sindsdien zit ik op een achterstand wat dat betreft en regel ik dingen hier nog, ik loop er een beetje achteraan, het komt wel in orde maar het is erg omslachtig. Lekker is dat.

En ik ben als gevolg daarvan dus ook niet in een buddygroup gekomen, heb geen introductieweek gehad, en ben dus ook qua het leren kennen van nieuwe mensen op een achterstand. Ik ken haast niemand naast een paar keukengenoten en enkele mensen van het museum. Een valse start wat dat betreft. Zo heb ik nog steeds geen Semester Card dus een afdruk van mijn persoonlijke UiO studentenaccount is nu in gebruik om tijdelijk te dienen als bewijs van dat ik recht heb op korting-OV. Een bureaucratie bestaat uit radartjes, en werkt er een niet goed, dan stopt het hele proces, en omwegen zijn dan altijd lastiger. Maar ik krijg het wel voor elkaar. Alleen jammer van die buddy group, dat vind ik echt jammer.

Wel ben ik met mijn afstudeerstage goed op gang, en dat is natuurlijk waarvoor ik hier voornamelijk ben, de rest, leuk of niet, is bijzaak. Ik heb een rechtstreekse metroverbinding naar het museum, en op de route ligt halverwege ongeveer de hoofdcampus, waar ik dus soms voor administratie-gerelateerde zaken moet zijn. Zoals je al hebt kunnen zien heb ik daar mijn eigen office en de algehele setting doet authentiek aan, zoals je verwacht van een natuurhistorisch museum. Ik vind dat wel een prettige setting.

Ik mis mijn vriend zeker, we hebben regelmatig videogesprekken maar dat is toch heel anders. Dat is wel echt wennen en een beproeving.


Gearchiveerd onder:Diaries, Reisverhaal

zaterdag, 21 januari 2012

Alice Karen

Alice Karen

Mijn behuizing

null

Ik deel de keuken met zes anderen en de badkamer met een ander. Die ene ander is echt een partyhardy, komt wel aardig over maar vertoont wel de trekken van iemand die te veel alcohol drinkt. Hij presteerde het door de week dagelijks om me om half zeven ‘s ochtends met zijn kabaal wakker te maken. Ik ben dus een keer half slapend naar de deur gekomen en heb hem tot stilte gemaand, omdat ik niet iedere keer rond die tijd wakker wil worden, ik kan vanaf dat tijdstip nog zeker anderhalf uur slapen. Sindsdien is hij rustiger met de deuren. De meeste andere huisgenoten heb ik ook wel ontmoet, ze zijn wel aardig, en veelal internationaal. Er is een Chinees-Noors meisje dat hier al vijf jaar woont, en ze is nu zo goed als klaar met studeren.

Mijn kamer is okee, tocht wel als de wind erop staat, het delen van de badkamer is minder en ben ik niet gewend (de partyhardy is wel wat minder nauw met de hygiëne dan ik). De keuken is ranzig, vooral de koelkasten. In elk geval stonden er in de keuken nog aardig wat anonieme pannen, vermoedelijk door voormalige bewoners achtergelaten, zodat ik die niet hoef te kopen, en de vrouw van de professor heeft deze week tot mijn verrassing twee borden, twee kommen en een groot theeglas voor mij gekocht.

Ik heb mijn gekoelde hebben en houwen vandaag verplaatst naar de andere van de twee omdat ik op een plek bleek te zitten die eigenlijk bezet was door een Japans meisje dat een paar weken niet hier was, maar geen briefje had achtergelaten. Een ietwat vreemd meisje dat me vanochtend al bonzend op de deur kwam wekken om negen uur ‘s ochtends. Dat was nogal awkward en tevens mijn eerste ontmoeting met haar. Ik zei haar dat ze ook op een ander tijdstip en op een andere manier haar punt kon maken, en heb mijn spullen op een andere plek gestopt, onderin de andere koelkast. Die plek was uiteraard vreselijk smerig dus ik heb het eerst schoongemaakt. Nou, daarna kon ik echt niet meer slapen. Ik zal wel op de meeting die we binnenkort hebben zeggen dat ik het niet fijn vond. Met de Koreaanse jongen, een andere keukengenoot, heb ik vervolgens uitgemaakt dat die plek wel erg klein was en ik ook de helft van een plankje daarboven kon gebruiken (en hij, die met de Japanse een badkamer deelt, zei dat het Japanse meisje niet echt veel met de anderen communiceert). Een glazen plaat die eigenlijk op die onderla moest ontbrak (maar was er wel in de andere koelkast), en daardoor zou ik anders alles moeten stapelen, en dat kan je natuurlijk bij kwetsbare dingen zoals salade en tomaten niet doen.

Maar goed, we hebben aanstaande woensdagavond een meeting met zijn allen gepland om dit te bespreken. Dit soort dingen gebeuren altijd aan het begin van een semester wanneer er onduidelijk is aangegeven door oude bewoners wat precies hun plek is, en dan moeten de nieuwe maar gissen. Dus dat bespreken ze dan steeds aan het begin van het semester. Er is een ander meisje hier, afkomstig uit Canada en erg aardig, dat er ook voor een semester zal verblijven.

De leeftijden van mijn huisgenoten, allen studenten, liggen niet lager dan die van mij. Ze hebben soms voor het begin aan hun opleiding gewerkt of een andere opleiding gedaan – in hun landen van herkomst kan dat nog, die hebben meer wat lijkt op een kenniseconomie.

Verder betaal ik hier voor dit gehorige, niet zelfstandige gebeuren 20% meer dan mijn oude netto huur terwijl dat geheel zelfstandig was. Voor eten betaal ik gemiddeld 40% meer. Ik heb die maximale lening wel nodig voor die zeven maanden, want ik ben verder van geen enkele financiële backup voorzien, werd mij in november op niet al te leuke manier duidelijk.


Gearchiveerd onder:Diaries, Reisverhaal

zondag, 15 januari 2012

Alice Karen

Alice Karen

Afkoelen

In diaries, reisverhaal, -noorwegen, universitaria, |2012, amsterdam, scriptie, betalen, sneeuw, en meer.

null

Heb je wel eens het gevoel gehad dat de grond je te heet onder de voeten werd? Ik wel.

December was hectisch. Ik werkte tachtig uur per week aan mijn project en dan ook nog in de winkel voor de financiën. Ik zorgde dat alles in orde was voor mijn vertrek naar Oslo. Ik had geen tijd meer voor ontspanning, haalde toch zeker een nacht per week door vanwege de hoeveelheid werk. De deadlines. Die stonden vast. En ik haalde mijn deadlines. Drie presentaties, een in Londen, een in Amsterdam, een in Leiden. Een eindversie van de scriptie over het onderzoek waaraan ik tien maanden heb gewerkt. Geen tijd voor veel dingen die mijn leeftijdgenoten doen. Geen tijd om een boek te lezen. Zelfs geen tijd om mijn blog bij te werken.

Ik voelde hoe de Nederlandse bodem mijn voeten schroeide. Ik probeerde de brand te blussen zonder brandslang in de buurt. Ik probeerde de vloer de dweilen met de kraan open. Daar bovenop kwamen nog enkele valse beschuldigingen. Sommige mensen zijn mijn slachtoffer, schijnbaar. Ik schijn de boel te belazeren. Ik trok het niet meer. Het vuur wakkerde aan. Ik moest afkoelen.

Naar het Noorden. Sneeuw en ijs. Mijn eigen therapie. Een afstudeerproject. Bossen vlak bij mijn woning. Afstand nemen. Herstel van wonden. Rustdagen nemen. Weinig om continu afgeleid te raken. Ontstressen. Onderzoeken, lezen, schrijven of wandelen. Onbetaalbaar eten om allemaal zelf te betalen. Het negatieve geschiedenis laten worden. Negatief-geassocieerden loslaten. Sterker worden. Uitsluitend contact onderhouden met mensen die onvoorwaardelijk om mij geven. Toekomstplannen maken. Focus.

Ik heb het voor elkaar. Het is mij gelukt naar Noorwegen te gaan. Dat heb ik zelf geregeld. Zonder me tegen te laten houden door onzinnig gedoe. Daar ben ik trots op.

IJzige Noorse bodem, breng mij rust, stilte, vrede, voorspoed.

Oslo 15 januari t/m 31 juli 2012.


Gearchiveerd onder:Diaries, Reisverhaal

dinsdag, 6 december 2011

Alice Karen

Alice Karen

Winnen

In diaries, reisverhaal, -engeland, universitaria, |2011, artikel, bier, eerste, europa, en meer.

Afgelopen week was ik in Londen. Donderdag was daar het symposium waar ook ik een presentatie gaf, namelijk over het onderzoeksproject waar ik al sinds maart mee bezig ben, en dat ik de komende weken zal gaan afronden. Bovendien was dit de eerste keer dat ik de definitieve versie hiervan zou presenteren. Het Young Systematists’ Forum is er voor beginnende onderzoekers die nog niet zo veel ervaring hebben in het spreken op congressen, dus PhD’s, jonge postdocs, en enkele MSc-studenten gaven er een praatje. Die kwamen vanuit heel Europa, en er was een enkele Amerikaan. De Fransen hadden een sterk accent in het Engels, en de mensen van Oxford en Cambridge waren veel formeler dan de rest, allemaal strak in pak. Verder waren er veel posters te bezichtingen in de pauzes. Je kon in eerste instantie zelf van tevoren aangeven of je een presentatie wilde geven of een poster wilde meenemen, maar uiteindelijk waren er te veel mensen die wilden presenteren, dus een eerste selectie was al gemaakt.

Ik was erg nerveus voor aanvang van mijn presentatie, het tweede praatje na de koffie. Ik had mijn onderzoek nog nooit gepresenteerd voor zoveel mensen. Toen ik daar nou eenmaal stond, was ik helemaal niet nerveus meer. De tijd werd streng in de gaten gehouden, maar toen ik een seintje kreeg dat ik nog drie minuten had, was ik al bij de discussie dus ik kon erop inspelen, en was op tijd klaar met het praatje. Dat mocht een kwartier duren, en daarna waren er steeds nog drie minuten voor vragen vanuit het publiek. Ik had er een goed gevoel over, het ging wel vloeiend.

Na afloop, tijdens de wijnborrel – wijn, of sap, maar geen bier, dat was vast ordinair – werden er prijzen uitgereikt. Er was besloten om drie prijzen uit te reiken aan de posters, dus de award en twee eervolle vermeldingen voor andere posters. En er was besloten om een eervolle vermelding uit te reiken aan een van de presentaties, een soort tweede prijs. Toen er een PhD-kandidate van Oxford naar voren werd geroepen voor deze eervolle vermelding verwachtte ik niets meer. Het ging goed, maar ik dacht dat ik niet veel voorstelde ten opzichte van al die PhD’s omdat ik ‘slechts’ een 22-jarig masterstudentje was. Toch was ik wel benieuwd – wat als? – en dit maakte het wel spannend.

Vervolgens werd ik opgeroepen, toch nog! Ik won de award voor de beste presentatie. De jury vond mijn studie blijkbaar veelbelovend, voorzien van aanknopingspunten naar nieuwe studies, een studie die als modelstudie zou kunnen dienen voor allerlei andere soorten organismen. Het sterke punt was namelijk dat geometrische morfometrie, genetica en biogeografie van een familie planktonische, oceanische zeeslakjes in mijn project gecombineerd worden. Het was een enorme aanmoediging. Dagen als die donderdag zijn er niet zo vaak. Ik was ‘flabbergasted’, positief natuurlijk.

En we zaten in een goedkoop jeugdhostel, op de kamer een stapelbed en een kraantje, meer niet, en ik had de vorige avond versuft nog maar wat naar mijn presentatie zitten staren in de gemeenschappelijke ruimte..

Nu zal ik kiezen uit een aantal journals welke mogelijk de meest geschikte is om mijn artikel-in-de-maak naar toe te sturen, zodat ik me ook een beetje op het formaat van dat journal kan instellen bij het schrijven. Want het schrijven moet nog gebeuren. Het eerst maken van een presentatie werkte wel verhelderend wat dat betreft. De hoofdlijn is duidelijk, en ook is duidelijk welke figuren ik in het stuk stop en welke in de supplementary files.

Vanochtend was er een klein borreltje cq. koffietje op de universiteit bij de afdeling om dit een beetje te vieren. Ik ben niet gewend aan al die aandacht, maar het was leuk om door jan en alleman gefeliciteerd te worden.

Soms win je, soms verlies je. Maar verliezen is niet alleen voor losers.
Vorige week heb ik gewonnen.


Gearchiveerd onder:Diaries, Reisverhaal

woensdag, 23 november 2011

Alice Karen

Alice Karen

Karen (English)

null

Today, by coincidence, I was written to as Karen twice. This was remarkable. Karen is my middle name.

Karen is going to Oslo for seven months in January, and there she will work on a research project, in freedom, under her own management of finances, and under her own management of free time. Karen is living and not being lived. She has paid the deposit of the room that has been offered to her entirely by herself, after she has independently applied for a housing unit. In a little while she will book her one-way ticket.

Karen is proud and does not lose her pride. She is proud to continue her plans in Oslo. It is nice to be able to put something on her Curriculum about the fact that she has done scientific research abroad during her study. It will be a nice and interesting experience that she will not allow to be spoiled by adversity.

Karen has left behind and buried all sadness and adversity with Alice in the Netherlands when she goes to Oslo. She does not want to be overcharged with grief, a ballast that could bring her boat to sink. She has pumped away all the water into the ocean, a cold, northern ocean of which she will study its organisms. Karen is often cheerful and her state of mind is at rest.

Karen sometimes stumbles, but always, always, gets back up. She is proud of that. By going to Oslo she confirms that she is able to independently determine her future, a future that lies closest to her true wishes. She wants to enrich her scientific background, but also views the departure as a retreat, to step back and put things to draw.

Stronger than ever, Karen will return from Norway to the Netherlands and unite herself with Alice. She will give her a warm embrace and ensure her of a good, glorious and loving future.

Karen cannot be stopped or broken. She chooses for herself. Karen loves the people who allow her this and cares about them. During her stay in Oslo she will stay in touch with those people, because she will miss them. She will detach from the others.

But Karen remains Alice, and Alice remains Karen. Alice Karen.


Gearchiveerd onder:Diaries, Reisverhaal

dinsdag, 22 november 2011

Alice Karen

Alice Karen

Karen

null

Vandaag werd ik toevallig twee keer aangeschreven als Karen. Dit was opvallend. Karen is mijn tweede naam.

Karen gaat voor zeven maanden naar Oslo in januari, en daar in vrijheid werken aan een onderzoeksproject, onder eigen beheer van haar financiën, en onder eigen beheer van vrije tijd aldaar. Karen leeft en wordt niet geleefd. Ze heeft de borg over de kamer die ze aangeboden heeft gekregen al betaald, geheel zelf, nadat ze zelfstandig heeft gesolliciteerd naar woonruimte. Over niet al te lange tijd zal ze het enkeltje boeken.

Karen is trots en verliest haar trots niet. Ze is er trots op dat ze het gebeuren in Oslo doorzet. Het is fijn om iets op haar C.V. te kunnen zetten over dat ze een wetenschappelijk onderzoek in het buitenland heeft uitgevoerd in haar studietijd. Het zal een leuke en interessante ervaring worden die ze niet laat bederven door tegenslag.

Karen heeft al het sombere en al haar tegenslag bij Alice in Nederland achtergelaten en begraven wanneer ze naar Oslo vertrekt. Ze wil niet overladen worden met verdriet, een ballast die haar bootje tot zinken zou kunnen brengen. Ze heeft al het water weggepompt in de oceaan, een koude, noordelijke oceaan waarvan ze de organismen zal gaan bestuderen. Karen is vaak vrolijk en haar gemoedstoestand is in rust.

Karen struikelt wel eens, maar staat altijd, altijd weer op. Daar is ze trots op. Door naar Oslo te gaan bevestigt ze dat ze hiertoe in staat is en zelfstandig haar toekomst kan bepalen, een toekomst die het dichtst bij haar echte wil ligt. Ze wil haar wetenschappelijke achtergrond verrijken, maar ziet het vertrek ook als een retraite, om afstand te nemen en orde op zaken te stellen.

Sterker dan ooit zal Karen vanuit Noorwegen naar Nederland terugkeren en zich verenigen met Alice. Ze zal haar warm omhelzen en verzekeren van een goede, glansrijke en liefdevolle toekomst.

Karen laat zich niet stoppen en niet breken. Ze kiest voor zichzelf. Karen houdt van de mensen die haar dit gunnen en geeft om hen. Gedurende haar verblijf in Oslo zal zij met die mensen in contact blijven, omdat zij ze gaat missen. Van de anderen zal ze afstand nemen.

Maar Karen blijft Alice, en Alice blijft Karen. Alice Karen.


Gearchiveerd onder:Diaries, Reisverhaal

Alice Karen

Alice Karen

Beveiligd: Trots VIII

Dit artikel is beveiligd met een wachtwoord. U moet de site zelf bezoeken en het wachtwoord opgeven om verder te lezen.


Gearchiveerd onder:Diaries, Reisverhaal

zaterdag, 12 november 2011

Alice Karen

Alice Karen

Balans

Nee, niets zweverigs hoor. Waar was ik ook alweer gebleven. Mijn leven sluipt voort. Ik ben een workaholic. Deadlines zijn deadly als je ze niet haalt. Maar ik ga ze wel halen. Tot die tijd doe ik niet veel anders. Ik probeer echt wel pauze te nemen en even een boek te lezen en ik geniet er ook extra van om ergens heen te fietsen. Het wordt vroeg donker.

Ik zit vol met vragen over het vervolg van mijn opleiding, want ik heb nog steeds geen zekerheid over het kunnen krijgen van een woonunit in Noorwegen. Anders moet ik halsoverkop iets anders vinden. Halsoverkop terwijl ik van mijn kant alles ruim op tijd in gang heb gezet. Ik vind dat niet fijn. Alsof ik hier van de een op andere dag kan vertrekken en hier niets meer hoef te regelen voordat ik vertrek.

Vanavond ben ik wel even weg en dat lijkt me een goede en terechte onderbreking van mijn workaholisme. Er zijn zo veel dingen die ik heel graag zou willen doen maar waarvoor ik nu geen tijd heb. Ik smeed wel plannen, en overdenk ze wel. Ik wil schrijven. Niet alleen wetenschappelijk, maar ook fictief. Ik wil toneelspelen. Ik wil vaker mensen kunnen zien. Vrienden. Ik wil uit de schaduw komen. De schaduw die nu bestaat uit de dicht bij elkaar liggende muren van mijn studentencontainerwoning. De schaduw die nu bestaat uit al het werk dat me nog boven het hoofd hangt, maar waarvan ik weet dat ik het tot een goed einde ga brengen.

Ik realiseer me dat ik daarvoor wel wat moet opofferen, en dat ik dat ook aan het doen ben. Maar ik realiseer me ook dat ik daarin, en in alles, gebalanceerd moet werken, zodat ik nergens het woordje ‘te’ voor hoef te zetten. En dat is soms lastig. Te veel werken, te weinig ontspannen, te weinig afspreken met vrienden, te veel binnen zijn, te weinig geld, te veel onzekerheid. Allemaal zaken waarnaar ik niet streef.

Het enige gepaste woord dat ik kan vinden is balans. Hard werken, niet te hard, en veel bereiken. Voldoende ontspannen en tot rust kunnen komen. Af en toe vrienden zien. Soms eens naar buiten. Geld en onzekerheid over vervolg kan ik nu even niets aan doen en beide gevallen maken me gestresst maar later wil ik ontzettend, ontzettend graag onafhankelijk zijn en daarvoor voldoende betaald werk kunnen verrichten en een duidelijker en zekerder toekomstperspectief hebben. Je hebt niets gelezen over veel materiële bezittingen. Ik hoef niet het meeste van het meeste, het nieuwste van het nieuwste. Als ik maar in mijn eigen onderzoek kan voorzien en daarbij regelmatig kan kopen wat prettig voor me is: een goed boek, en wanneer nodig mooie kleding.


Gearchiveerd onder:Diaries

dinsdag, 11 oktober 2011

Alice Karen

Alice Karen

Focus

Muziek door mijn koptelefoon. Het arbeidsintensieve onderzoeksproject op mijn computer. Vol focus, zodanig dat het haast een tunnelvisie gaat lijken. Ik heb de tijd niet altijd in de gaten.
En op de achtergrond nog een avondvak, een bijbaan, en de zaken die geregeld moeten worden voor Oslo in januari, en voor Londen een paar dagen eind november en begin december, wanneer ik mijn huidige onderzoeksproject hoop te mogen presenteren op een congres.
Het leven is erg druk op dit moment. Maar ik heb het over voor de resultaten van mijn onderzoeksproject.
En ik heb alweer een half jaar een relatie, dus morgen ga ik uit eten bij de Griek!


Gearchiveerd onder:Diaries, Reisverhaal

maandag, 3 oktober 2011

Alice Karen

Alice Karen

Nog even lekker weer

In diaries, universitaria, |2011, hoop, leiden, onderzoek, weer, gisteren, september.

Het is de afgelopen dagen prachtig weer geweest. Ik houd van september en begin oktober, wanneer de herfst zich al manifesteert, maar de temperatuur vaak nog niet zodanig is. Ik heb het alleen zo druk gehad dat ik er niet genoeg van genoten heb. Ondanks dat heb ik geprobeerd zo vaak mogelijk naar buiten te gaan. Niet vaak genoeg dus. Maar gisteren zat ik nog even op een terrasje in de zon en heb ik lekker buiten gewandeld.
Ik hoop natuurlijk dat mijn inspanningen ergens toe zullen gaan leiden. En dat gaat waarschijnlijk wel gebeuren gezien de beoogde publicatie van mijn onderzoek. Dus dan is dit het allemaal waard.
Nu weer verder!


Gearchiveerd onder:Diaries

zaterdag, 17 september 2011

Alice Karen

Alice Karen

Dazed & confused

Ik probeer mezelf weer voor te stellen zoals ik naar Hawaii ging. Klaar voor het grote avontuur, helemaal in mijn eentje naar een tropisch eiland midden in de Stille Oceaan, met een mooie beurs op zak. Hoe verwonderd ik was, hoe ik mijn ogen uitkeek, overliep van fantastische nieuwe indrukken en ervaringen, continu de tropische lucht om me heen, de deining van de boot.

Het is donker en fris wanneer ik op vrijdagavonden vanuit mijn werk naar huis fiets. En sinds begin augustus gaat er niet meer zomaar een knop om wanneer ik dat doe, zodat ik heel nuchter naar huis fiets, zoals voorheen. Nee, het is ineens niet slechts een fysieke inspanning meer, maar een bezigheid waar ik met mijn hoofd continu volledig bij ben. En de schijnbare tegenstelling is dat dit me verwart, omdat het nieuw voor me is. Ik ben de hele tijd aan het kijken waar ik op een bepaald punt het beste hulp kan vinden of naartoe kan vluchten wanneer me daar iets gebeurt. Daar betrap ik mezelf op. En ik ben sindsdien ook niet meer langs dezelfde route geweest rondom die tijd. Ik kan het niet meer. Ik rijd om. En niet zo’n beetje ook. En ook op de nieuwe route zitten een paar stille stukjes. Ik kan er niet omheen. Soms rijd ik daar zelfs een stukje op de autobaan. Ik ben schrikachtig. En ik kan er beslist niet tegen dat er mensen vlak achter me gaan fietsen voor een tijd – ‘wieltjeszuigen’ – om even lekker uit de wind te gaan zitten bij me. Dan sla ik af, en keer dan weer om naar waar ik heen moest, of ik accelereer zodat degene achter me het niet meer bijhoudt. Het voelt niet relaxed. Het ironische is dat me onderweg van werk naar huis nooit iets is overkomen. Dat was een andere avond, een avondje uit.

En ik probeer mezelf in te prenten dat ik ook degene was die in haar eentje naar Hawaii ging, en die zichzelf daar prima kon redden. Ik weet ook dat ik dat nog kan. Ik moet alleen weer doorkrijgen hoe ik dat voorheen deed.

I’ve been dazed and confused for so long it’s not true…

~Led Zeppelin, ‘Dazed and Confused’, 1969


Gearchiveerd onder:Diaries, Reisverhaal

zaterdag, 10 september 2011

Alice Karen

Alice Karen

How I met metal

In diaries, universitaria, |2011, basisschool, bezig, chronologische volgorde, downloaden, eerste, foo fighters, en meer.

‘Weet jij iets van metal?’ vroeg laatst iemand aan me.
‘Ja natuurlijk, niet verwacht?’

Inspiration. ~ Al vroeg ben ik met metal en rock in aanraking gekomen. In eerste instantie was het vooral een goede uitvlucht uit mijn dagelijkse sleur van het begin van mijn middelbare schooltijd – op mijn eerste middelbare school. Juist toen koos ik voor metal. Het was niet conform de smaak van de meerderheid, die me amper accepteerde. Maar dan had ik net zo goed gabbermuziek of iets dergelijks kunnen gaan luisteren. Maar nee, ik koos voor metal, en daar heb ik nu nog steeds geen spijt van, zal ik niet krijgen ook. Maar ik was niet slechts een antibeweging – ik begreep deze muziek op de een of andere manier goed, en ik kon me er mee identificeren, het intrigeerde me, inspireerde me, terwijl ik me vervreemd voelde van het reguliere. De kiem voor deze keuze is mogelijk gelegd in mijn grondige blootstelling aan mijn vaders classicrock LP’s in mijn eerdere jeugd, alsmede de klassieke muziek die ik veelvuldig luisterde toen ik nog klein was. Classic rock en klassiek luister ik nu ook graag, en op hun beurt hebben zij ook mede bijgedragen tot het überhaupt ontstaan van het metalgenre. Bovendien waren er de jongens van de scouting – de begeleiders bij de Esta’s en later de Scouts – die tijdens de scoutingweekends en zomerkampen ‘s avonds en ‘s nachts oldskool hardrock en punk draaiden.

Music & clothing. ~ Ongeveer een jaar nadat ik voor het eerst actief in aanraking was gekomen met metal, ging ik mij destijds alternatief kleden, niet slechts om me af te zetten tegen personen door wie ik niet werd geaccepteerd, maar ik was ook wel experimenteel te noemen. Ik vind het nog steeds een uitdaging om te proberen wat niet veel mensen doen. Nu kleed ik me niet meer zo alternatief als toen, ik zou het nu eerder chique en soms een beetje apart willen noemen. Overigens zie ik niet in waarom je je per se op een bepaalde manier moet kleden wanneer je naar een bepaald muziekgenre luistert.

Metal versus top 40. ~ Terug naar metalmuziek. Voor velen is dit een ondoordringbaar genre, zeker voor degenen die niet veel verder dan de top 40 komen. Waarom luister ik er dan wel naar? Het is een muziekgenre waaraan je, zeker als ‘beginner’, even moet wennen. Toen ik er net mee in aanraking kwam, had ik dat ook, maar nu nog steeds, wanneer ik weer van een nieuwe band lucht krijg. Dat moeten wennen is voor veel mensen niet de moeite waard. Die blijven liever bij simpele beats en toegankelijke muziek – net wat ze willen. Maar ik vind die muziek plain, het verveelt me enorm, omdat ik mede door metal heb ingezien wat er op muzikaal vlak allemaal nog meer mogelijk is. Het zit goed in elkaar. Overigens betekent dat niet dat ik zomaar van alle metal houd, ik heb natuurlijk mijn voorkeuren.

Exploring metal: the old days. ~ Hoe begon ik het verder te ontdekken? Ik was net van de basisschool af, en woonde natuurlijk nog thuis, wat betekende dat mijn ouders veel invloed hadden op mijn reilen en zeilen, zo ook op mijn bedtijd. Maar ik wilde iets voor mezelf hebben waar zij geen weet van hadden, en ik wilde iets doen wat niemand die ik toen kende deed. In die tijd was er op 3FM het rock- punk- en metalprogramma ’3 voor 12 DB’, van tien tot twaalf uur ‘s avonds. En laat het nou net zo zijn dat ik in die tijd rond half tien naar bed moest. Ik had een radio en headphones. En een notitieblok, waarop ik warrige aantekeningen maakte van bandnamen die voorbij kwamen, onder de dekens, dan knipte ik even mijn zaklamp aan. De radio had een cassetterecorder, en ik nam veel nummers van dat programma op. Die verzameltapes heb ik nog steeds – ze zijn enorm waardevol voor me gebleken. Af en toe kocht ik dan een album – het eerste toen ik in groep 8 zat – wanneer een bandnaam mij bekend werd. Ik ging in het uurtje na school waarin ik op de computer mocht – zo een grote geelgrijze tank met Windows ’98, floppydrive, traag inbel-internet en MSN 2.0 – vaak zoeken naar deze muziek. Ik streamde de clips van uitgebrachte nummers, de video was dan vaak na een minuut of tien toch wel klaar en geladen om af te spelen. Limewhire of iets anders smerigs kon deze computer nog niet aan, het downloaden zou eeuwen duren, en de computer had ook niet bepaald veel opslagruimte.
Rock, punk en metal (in variaties met progressive-, death-, hard-, ska-, melodic-, symphonic-, classic-, industrial-, of combinaties van genoemde parameters) die ik leerde kennen, back in the old days (naar sommige bands luister ik niet vaak meer, van anderen heb ik ook al het nieuwere werk met plezier leren kennen): Apocalyptica, Autumn, Blink 182, Bush, Danko Jones, Disturbed, The Doors, Doro (& Warlock), Evanescence, The Exploited, Foo Fighters, Garbage, Guano Apes, Guns ‘N Roses, Heart, Helmet, Ill Nino, Incubus, Iron Maiden, Kittie, Korn, Led Zeppelin, Lenny Kravitz, Live, Machine Head, Marilyn Manson, Metallica, Muse, Nirvana, No Doubt, The Offspring, Oomph, P.O.D., Pantera, Papa Roach, Pearl Jam, Pink Floyd, Queens Of The Stone Age, Rammstein, Red Hot Chili Peppers, Santana, Sepultura, Skindred, Skunk Anansie, Stone Sour, Sum 41, System Of A Down.

Further exploring metal: the download era. ~ Het downloadtijdperk kwam pas later. Sinds drie jaar download ik torrents, en van wat ik echt goed vind koop ik ook legaal albums – het voelt toch goed om een echt schijfje te kopen, waarbij een boekje met lyrics en foto’s zit. In de laatste drie jaar heb ik, hoewel ik al veel bands kende, nog veel meer nieuwe bands leren kennen, mede doordat ik op een invite-only torrent-muzieksite zit die per band informatie geeft, de albums op chronologische volgorde heeft staan, en ook nog een web weergeeft van meer- en minder aan betreffende band gelieerde bands. Op die manier ben ik ook weer bands op het spoor gekomen waarvan ik enkele nummers op mijn oude tapes had staan, maar waarvan ik de naam had gemist. Wanneer dat het geval is, word ik helemaal blij.
Leren kennen in the download era (sommige bands luister ik veel meer dan andere, meestal luister ik in vlagen heel veel naar bepaalde bands): A Perfect Circle, Arch Enemy, As I Lay Dying, Black Sabbath, Die So Fluid, Dream Theater, Eluveitie, Exilia, Forever Slave, Grimskunk, Judas Priest, Kamelot, Kontrust, Kyuss, Lamb Of God, My Ruin, Nonpoint, Opeth, Otep, Porcupine Tree, Project Hate MCMXCIX, Rush, Sevendust, The Smashing Pumpkins, Theatre Of Tragedy, Tool…
… and still expanding and open for new suggestions.

Women & metal. ~ Ik denk dat er minder vrouwen dan mannen zijn die naar metal luisteren, hoewel ze vaak bij concerten goed vertegenwoordigd zijn. Maar een deel daarvan lijkt meer groupie van langharige jongemannen met metalshirts te zijn, en van de alternatieve kledingstijl te houden waarin menig metalfan zich vertoont, dan zelf daadwerkelijk into de muziek te zijn. Die zijn er natuurlijk ook, maar minder dan jongens. Vrouwen die actief zijn in het genre zelf zijn ook zeer in de minderheid. Maar dat fascineert me wel, vandaar heb ik een redelijke collectie female-fronted / all-girls – hardrock: Die So Fluid, Exilia; death: Kittie, My Ruin, Otep; industrial death: Project Hate; of meer melodic/symphonic: Autumn, Forever Slave, Theatre of Tragedy.

Habits. ~ Naar rock en metal luister ik vaak. Ik luister het vooral wanneer ik thuis op de computer met mijn studie bezig ben, maar ook wanneer ik op reis ben. Elke band associeer ik met een periode, gedachte, gebeurtenis of herinnering daaraan in mijn leven, vaak uit de tijd waarin ik voor het eerst met die band in aanraking ben gekomen.

A.


1991. ‘Don’t mess with my LP’s, you little one!’, daddy told me.


Gearchiveerd onder:Diaries

vrijdag, 2 september 2011

Alice Karen

Alice Karen

Controle

In diaries, -engeland, universitaria, |2011, artikel, auto, bezig, discussie, eerste, en meer.

It’s been a while.

Ik was er natuurlijk nooit vanuit gegaan dat in een avond mijn hele leefritme overhoop gegooid zou kunnen worden. Ik ben niet naïef maar stel me ook niet op als prooidier. Dan nog kan het iedereen overkomen. Het heeft me gekwetst, pijn gedaan, en ik ben nog steeds herstellende. Nieuw is dat ik nu weer de controle terug heb over alles.

In de ruim anderhalve week tussen die avond en mijn al geboekte reisje naar Engeland was ik uit de running op de universiteit. Ik ben bezig aan een groot project waarin ik biogeografie, schelpmorfometrie en variatie in mitochondriaal en nucleair DNA van een bepaalde familie planktonische zeeslakken aan elkaar koppel. Daaruit zal dan een artikel voortvloeien, mijn eerste.

Ineens was ik er in totaal drie weken uit. En die komkommertijd heb ik wel gebruikt om tot rust te komen, want ik was totaal uitgeput. Ik ben nog steeds schrikachtig. Ik schrik me de lazarus wanneer er iets omvalt, wanneer er een auto toetert in het verkeer, en bij abrupte bewegingen in mijn omgeving. Van de week liep er een vrouw langs het fietspad richting de universiteit met een niet aangelijnde hond, die zich onverwachts precies voor mijn fietswiel manoeuvreerde toen ik de heuvel af denderde. Ik heb een enorm harde gil geslaakt, waar ik normaal eerder politiek correct iets zou grommen. Ik stond stil en het beest maakte zich precies op tijd uit de voeten. Vervolgens ben ik maar meteen doorgefietst, ik had geen zin in discussie.

Vorige week donderdag, een dag na mijn terugkeer uit Engeland, ben ik meteen weer op de universiteit begonnen. En nu heb ik de controle weer helemaal terug, nu zit ik er weer helemaal in. Want ik wil er echt wel wat van gaan maken, dat laat ik me niet afnemen.

100%.


Gearchiveerd onder:Diaries

woensdag, 3 augustus 2011

Alice Karen

Alice Karen

Weekbesteding van een workaholic

In diaries, -denemarken, -engeland, -hawaii, universitaria, |2011, artikel, belangrijk, compromis, en meer.

De dagen op de universiteit woekeren voort. Dan weer is de een op vakantie, dan weer een ander. Ik weet nagenoeg alles te vinden in het moleculair lab, waar ik inmiddels alweer een kleine anderhalve maand zit. Daarvoor zat ik sinds half maart in een ander lab schelpjes van de planktonische slakken die ik onderzoek te fotograferen, een week in mei onderbroken door een bezoek aan Kopenhagen en werk op de universiteit daar. En daarvoor zat ik drie weken op Hawaii. Mijn reislust is daarmee niet over, ik ga over twee weken naar Engeland. Maar dat is niet voor mijn onderzoeksproject, gewoon om even goed uit te rusten.
Ik moet op mijn gezondheid letten, die is de laatste twee maanden veranderd. Ik weet er steeds beter mee om te gaan en moet het nu een aantal weken aanzien. Als de situatie zich niet verbetert, kan ik weer naar de dokter en dan volgen verdere maatregelen. Ik ben ervan overtuigd dat het goed gaat komen.
Tot die tijd is het nog bikkelen. Ik loop op schema. Het schema is vol, ik moet veel doen voor dit onderzoeksproject van mijn master. Ik heb er dan ook het maximum aantal studiepunten voor aangevraagd, zodat ik er negen maanden aan kan besteden. 50EC. Maar dan hoop ik ook wel iets voort te brengen. Ik doe dingen die nog niet eerder gedaan zijn voor de twee families van slakjes waarop ik focus in mijn project. Dat voelt goed.
Ik kan wel zeggen dat ik enorm gedreven ben in het project. Motivatie is een belangrijkere drijfveer dan discipline. Motivatie heeft meer met eigen wil te maken, discipline meer met omdat het moet. En iets daartussenin kan ook. Ik kom vooral met motivatie door de studieonderdelen heen die me echt interesseren. De rest doe ik vooral op discipline – ik zou het matig vinden als er anders allemaal zesjes bij zouden staan op de lijst. Gelukkig ben ik gemotiveerd voor de meeste onderdelen, en ook voor het grote project. Ik probeer zorgvuldige keuzes te maken. Het scheelt zo enorm veel om echt in dat project te zitten met motivatie, dan om het maar te doen omdat het moet, omdat het een verplicht onderdeel is.
Ik heb het niet zo op negen-tot-vijf, maar ik pas me enigszins aan aan de medewerkers in het lab. ‘Men’ / de heersende opvatting zegt namelijk dat het niet heel verantwoord is om studentjes los te laten lopen in het lab, zonder dat er iemand anders ook maar in de buurt is. Nou ja, volgens mij heb ik me tot nu toe vrij verantwoordelijk gedragen. Ik kom meestal om tien uur ‘s ochtends aan, en werk vaak wel iets langer door, tot een uur of zes, zeven. Dit is een aardig compromis. En af en toe werk ik een dagje thuis, om al die data, gegevens zorgvuldig te verwerken en te ordenen. Dan slaap ik goed uit en ‘s avonds verricht ik dan vaak het meeste werk, dan ben ik echt scherp en vlot. De administratie van zo een groot project moet ook goed zijn, anders raak je de draad kwijt. Ik hoop dat het resulteert in een artikel, dan moet ik maar wat meer doen dan gemiddeld. Wanneer het labwerk voltooid is, kan het grote uitwerken, analyseren, schrijven beginnen. Dat kan ik veelal thuis doen.
Ik ben niet iemand die je in eerste instantie voor workaholic zou aanzien. Ik probeer zo flexibel mogelijk om te gaan met mijn project, en kom absoluut aan de uren per week, regelmatig er boven. Maar daar gaat het niet om, het gaat vooral om het resultaat. Hoe ik daar kom, dat moet ik zo veel mogelijk zelf weten.
Dit alles wil niet zeggen dat ik niets daarnaast doe. Ondanks de tijd die ik hierin stop en het feit dat ik de laatste tijd erg op mijn gezondheid moet letten, heb ik nog een bijbaan op vrijdagmiddag en -avond, en doe ik ook nog heel regelmatig sociaal met mensen. Ik ben geen stoffige muts. Sociale dingen doen vind ik ook belangrijk, maar de laatste tijd moet ik dat vaak iets eerder van tevoren weten, zodat ik daar qua rust rekening mee kan houden. Anders moet ik het afzeggen, wat helaas de laatste tijd wat vaker moet dan voorheen. Toch op zeker twee doordeweekse dagen moet ik echt thuis rust hebben, en dat maakt het allemaal wel wat minder vanzelfsprekend als voorheen. Maar het gaat goed komen.


Gearchiveerd onder:Diaries

donderdag, 30 juni 2011

Alice Karen

Alice Karen

Beveiligd: Uit eten

Dit artikel is beveiligd met een wachtwoord. U moet de site zelf bezoeken en het wachtwoord opgeven om verder te lezen.


Gearchiveerd onder:Diaries

vrijdag, 10 juni 2011

Alice Karen

Alice Karen

Beveiligd: Confrontatie

Dit artikel is beveiligd met een wachtwoord. U moet de site zelf bezoeken en het wachtwoord opgeven om verder te lezen.


Gearchiveerd onder:Diaries

woensdag, 8 juni 2011

Alice Karen

Alice Karen

Over openheid, verwerken en vriendschap

In diaries, universitaria, |2011, energie, boodschap, idee, inspiratie, invloed, kant, en meer.

Ik heb me vaak afgevraagd in hoeverre men in staat is om anderen te helpen met hun problemen, wanneer zij zelf ook problemen hebben die best veel invloed hebben op hun leven op dat moment. Ik denk dat het aan te leren is om anderen te helpen met zelf grote problemen, maar het vermogen dat te leren hangt waarschijnlijk samen met intelligentie, en noodzakelijk is het niet wanneer zulke grote problemen niet zijn voorgekomen in iemands leven.

Ten tijde van zeer ernstige pesterijen bouwde ik een muur om mij heen. Een muur die helaas ook voor oprechte vriendschappelijke contacten in de weg stond. Steun zoeken bij vrienden werd daardoor ook belemmerd, liever wilde ik ze beschermen door wat afstand te nemen, beschermen tegen het in dezelfde situatie als ik geraken, hoe vreemd dat ook mag klinken. En andersom kon ik hen moeilijk helpen zo lang dit het geval was.

Dus ik brak de muur af, en opende me stukje bij beetje, hoewel ik zelf nog niet klaar was met mijn probleem en de verwerking daarvan. Mentaal is het allemaal best goed gekomen met mij, fysiek ondervind ik nog wel regelmatig de gevolgen (mijn rug is blijvend kwetsbaar gebleven). Nu ik de grote gevolgen grotendeels verwerkt heb, bemerk ik des te meer de kleine relicten die overblijven. Maar die staan me niet in de weg in het nastreven van mijn ambities, het is allemaal heel leefbaar. Ondanks mijn eigen verwerkingsproces was ik na een tijdje (een jaar of twee, drie na de verandering van middelbare school) goed in staat om anderen te helpen wanneer zij problemen hadden of die zelf aan het verwerken waren. Makkelijker dan mijn eigen gebeuren kon ik hun problemen even van me afzetten, een knop omzetten, en me er later weer in verdiepen als dat nodig was, iets wat ik bij zaken van anderen beter onder controle had dan de kwestie van mijzelf, omdat die nou eenmaal aan mij verbonden was.

Van hun dankbaarheid ben ik alleen maar opener geworden. En als er weer betere tijden kwamen voor degenen die met mij over hun problemen gesproken hadden, deelden zij dat ook met mij, zonder tegenprestatie. Ik heb ook nooit een tegenprestatie verwacht voor mijn luisteren. Dat schept verplichtingen en bij gevoelige mensen kan dat een trigger zijn voor een toenemende geslotenheid en afwachtendheid.

Maar vrienden zijn veel, veel meer dan alleen maar mensen met wie je over je problemen kan praten. Ze zorgen voor kleur in het leven, positieve interactie, leuke momenten, fijne herinneringen, aangename plannen. Wanneer aan weerszijden mentale rust is gevonden, moet het contact niet verwaaien. Vrienden zijn niet slechts mensen bij wie je eeuwig kan blijven klagen, eeuwig in de slachtofferrol, om zo minder verantwoordelijkheid te hoeven nemen, eeuwig in afwachting van bevestiging. Nee, op een gegeven moment moet iedereen verder, men kan niet altijd voor je blijven zorgen, uiteindelijk moet je het zelf doen, anders gaat het mis met je in de maatschappij. Nadat de gebeurtenissen die het probleem vormden voorbij zijn, is er weliswaar nog een verwerkingsproces dat niet ontkend moet worden, maar slachtoffer van de oorzaak daarvan ben je dan niet meer. Uiteindelijk moet je verder, en verder kom je niet als eeuwig slachtoffer. Nee, verder kom je als overwinnaar, als survivor, en dan breekt er een nieuwe levensfase aan.

Sommige mensen die problemen gehad hebben, lijken hun leven niet uit de slachtofferrol te komen. Dit belemmert hen dikwijls in hun persoonlijke groei en in het aangaan van nieuwe uitdagingen in het leven. De nieuwe levensfase, die van overwinnaar, lijkt maar niet aan te breken, en ze blijven erg ingenomen door gevolgen van een probleem. Dit kan tot gevolg hebben, dat een vriendschap er bij hen bijna volledig bestaat uit het uitdragen van hun misère naar anderen. Zij hebben daarmee hun muur wel enigszins afgebroken, maar komen niet veel verder dan dat. Immers ligt het initiatief om überhaupt een ontmoeting te plannen of gesprek aan te gaan minder vaak bij hen en voelen zij zich wat dat betreft minder verantwoordelijk. Want de slachtofferrol impliceert geen enkele verantwoordelijkheid. Maar het besef dat wederzijdse verantwoordelijkheid en initiatief juist ook erg verbonden zijn aan zaken zoals vriendschap, lijkt dan soms afwezig te zijn. Het uitdragen van hun misère wordt dan bijna de enige input in zo een vriendschap van hun kant, en zo blijven de zaken die wel positief zijn sterk onderbelicht, laat staan het verhaal van de andere persoon in de vriendschap, zeker indien het beter gaat met die persoon op dat moment: die heeft meer te vertellen dan alleen misère, praat liever ook over de leuke zaken in zijn of haar leven. Maar degene die in een slachtofferrol opgesloten blijft, heeft hier weinig boodschap aan, en dat motiveert ook weer niet het initiatief van de ander, die op dat moment positief in het leven staat. Het eenzijdige praten over misère is geen goed fundament voor een vriendschap, en deze kan dan doodbloeden. Het gaat hierbij niet zozeer om tegenprestaties, maar om de mate waarin de twee individuen open staan voor elkaars verhaal, ook als het even wat minder goed gaat. En dat is te leren, mits men  zich daarvoor openstelt, anders zijn deze patronen ontzettend moeilijk te doorbreken.

Iemand die ik mijn vriendin noemde, heeft problemen gehad, en is intelligent (universitair niveau), dus heeft eigenlijk de potentie om te leren zich ook open te stellen voor andermans problemen. Haar problemen, de gebeurtenissen, liggen achter haar, maar in haar verwerkingsproces stelt zij zich niet open voor nieuwe suggesties om dit een plekje te geven, waardoor ik lijk te dweilen met de kraan open, waaruit al haar misère zich verspreidt. Het is goed dat zij in staat is te spreken over wat haar bezigt, maar het is jammer en belemmerend dat zij hierdoor zo wordt ingenomen, dat mijn leuke en soms wat minder leuke verhalen bij haar vaak kant nog wal lijken te raken. Ze knikt maar heeft er verder weinig boodschap aan, en vraagt ook bijzonder weinig door, waardoor ik zelden zijweggetjes inga, leuke details benoem. Dat is even vol te houden, maar na verloop van tijd gaat dat in de weg zitten. Ik krijg het gevoel dat ik het net zo goed niet kan vertellen, en wat dan overblijft zijn haar verhalen, grotendeels misere, grotendeels de negatieve spiraal waarin zij is blijven hangen doordat zij zich niet openstelt voor nieuwe manieren om ermee om te gaan, en doordat zij zich niet openstelt voor de positieve verhalen van anderen. Zij tekent zich alleen maar negatief af ten opzichte van die anderen met wie het beter gaat, en daarmee houdt ze zichzelf in die spiraal, in plaats van dat ze doorvraagt en daar eventuele inspiratie uithaalt voor eigen oplossingen van haar kwestie, of expliciet vraagt naar details waaruit duidelijk wordt hoe ik er dan mee heb leren omgaan. Dit vermoeit me. Ze kan niet altijd afhankelijk blijven, een slachtoffer, gevrijwaard van de verantwoordelijkheid anderen te contacteren. Ik moet haar steeds contacteren, en als ik dan doe, gaat het uiteindelijk altijd alleen maar over haar misère. Dan blijft er voor mij niets meer over om haar dankbaar voor te zijn, hoewel mijn dankbaarheid haar misschien juist wat meer openstaand voor nieuwe zou ideeën kunnen maken. Maar ik moet haar loslaten, ik kan niet almaar zonder dat dit effect heeft voor haar blijven zorgen, en ook zonder dat zij daar zelf uitgesproken dankbaar voor is.

Ik heb daarom ongeveer drie maandjes geleden besloten het eens op zijn beloop te laten. Het is nu haar beurt, ik heb veel vaker het initiatief genomen, maar dat moet van twee kanten komen in een goede vriendschap. Na drie maanden heb ik nog niet, op welke wijze dan ook, zelfs niet via Msn, een vraag gehad naar mijn huidige staat van zijn, wat me bezigt, hoe het met me gaat, terwijl er in de afgelopen drie maanden bijzonder veel is gebeurd met mij, heftig in de zin van veel prikkels, zwaar wat betreft het sterfgeval, maar juist positief in veel andere zaken (rijbewijs, studie, relationeel, waarvan zij allemaal helemaal niet op de hoogte is). Maar dat zij hierdoor geen flauw idee heeft van dat er überhaupt een naaste van mij is overleden, en dat mij dat niet onaangeroerd heeft gelaten, dat kwetst mij. Ik heb al geleerd dat ik ook hieruit positieve energie moet kunnen halen. De overledene zou erg trots geweest zijn op het feit dat ik mijn rijbewijs heb gehaald, of dat het goed gaat met mijn studie, en zij heeft deze zaken bij leven altijd erg aangemoedigd. En dat neem ik mee. Desondanks kon ik ook over het zware van deze gebeurtenis niet bij haar terecht, hoewel ik er niet op alle momenten van de dag door werd ingenomen toen het pas gebeurd was. Ze heeft immers in die drie maanden totaal geen initiatief getoond, maar de bal lag nu eens bij haar.

Ik leef weer verder, en geniet, ondanks dat ik ook nog wel eens tegenslagen ondervind, maar zij is blijven hangen op een statisch punt. De bal ligt roerloos in haar dal. Al mijn pogingen om haar te roepen leveren niets op. Ze sluit haar ogen. Ik sta bovenop de berg, en krijg zo veel meer overzicht, maar als ik haar probeer te overtuigen, stort zij zich slechts uit over hoe zwaar het leven in het dal is. Er loopt altijd een paadje naar boven, maar alleen voor degenen die het willen zien.

Now you’re restless over a stormy ocean
Lost in the rain and wind
But we can clear these clouds away
And find the sun again

~Heart, ‘Cry to me’, 1977


Gearchiveerd onder:Diaries

zondag, 8 mei 2011

Alice Karen

Alice Karen

Nachttrein naar Kopenhagen

In diaries, reisverhaal, -denemarken, -duitsland, -hawaii, -noorwegen, universitaria, |2011, arnhem, en meer.

Kopenhagen, Dag 1 & 2: 7 & 8 mei

In Utrecht ben ik om half acht op de nachttrein naar Kopenhagen gestapt. In een half uur is hij al in Arnhem.
Arnhem. In bospark Sonsbeek zitten we op een bankje. We hebben een fles wijn meegenomen en twee plastic bekertjes. We vertellen elkaar nieuwtjes, tot in de stoutste details. Verzadigd loos ik mijn behoefte ergens in de bosjes waar niemand het ziet – er komen hier niet veel mensen. Als aardwetenschapper was ik dat wel gewend, het kon niet anders bij hele dagen in het veld, zeulend met het materieel, klauterend over heuvels en door rivierbeddingen. Met iedere stap zweef ik een beetje.
Je bent weg uit Amsterdam, je bachelor planologie is afgerond, nu wil je in Nijmegen een specifieke master doen. Je bent sinds kort in Arnhem gaan samenwonen met je vriend, met wie je inmiddels alweer anderhalf jaar samen bent. Met mijn vriend is het pas sinds een week officieel aan, maar jij wil alle details, en gehoorzaam vertel ik. Ergens vind ik dat ook wel leuk.
Ik maak radslagen de heuvel af als we weer terug lopen naar je huisje. Er is toch niemand anders die het ziet, en nu we in staat van lichte aangeschotenheid verkeren mag het. Bij jou thuis drinken we een kop thee en laten we dat gevoel rustig wegebben. Er is maar een glas wijn nodig bij het eten om dat nog sterker terug te krijgen, maar het is goed zo. De fles wijn is helemaal opgegaan, en het gesprek in bospark Sonsbeek werd er losser en beter van. Ik was allerminst verlegen over al het nieuws dat ik te melden had. En ja, dat was nogal wat.
Het was een goede dag, die zaterdag drie weken terug.

Ik zit op de grond, dekentje om me heen. Het middenbed gaat met geen mogelijkheid omhoog, zodat ik op mijn ligplek, de onderste, kan zitten. De andere vijf ligplekken in deze kleine cabine zijn vrij, ik heb alle ruimte voor mezelf, ik kan doen wat ik wil. Daarbij heb ik de keuze uit slapen, wat van de meegebrachte snacks eten, uit het raam staren, bellen, muziek luisteren, lezen en schrijven. Meer niet. Meer hoeft ook even niet, het is goed zo.

Emmerich, dat lijkt in het nergens. Een eindeloze goederentrein rolt langs terwijl de nachttrein naar Kopenhagen stilstaat, om vervolgens zelf stil te gaan staan voordat de laatste wagon voorbij is.
Er loopt een politieagent langs door de gang, er wordt onrustig gepraat in de coupe daarnaast, de zware stem van de politieman tegen een Engels pratende Zuid-Europeaan. ‘What’s your reason for coming? What do you do in Europe? You have friends over here? You don’t have any luggage?’ Na een tijdje gaat de agent weer weg.
Met zuchtende klanken van metaal zet de goederentrein zich in beweging, om steeds sneller te gaan denderen, eindeloos lijkt het, pas na een minuut is de laatste coupe voorbij.

Culturen verschillen, en mannen van verschillende nationaliteiten daarin, maar overal, in elke cultuur heb je vieze, seksistische exemplaren er tussen zitten. Dat heb ik enkele keren mogen ondervinden tijdens mijn reizen, en ik hoop dat ik nu met rust gelaten zal worden. De ergste nachtmerrie is wanneer er straks onderweg zo een vieze man zich mijn medereiziger waant in dezelfde cabine. Dan kan ik nergens heen, behalve staan op de gang, met al mijn bagage, en de hele nacht overeind staan. Nee, dat zal niet gebeuren.
Naarmate meer mannen je mooi vinden neemt het aantal vieze mannen dat je tracht te versieren of aan te raken toe, dat is de schaduwkant van het allicht veranderen van mijn uiterlijk tot een echte vrouw gedurende de laatste jaren. Steeds vaker word ik door mannen nagekeken dan wel nagefloten op straat, soms word ik door wildvreemde mannen begroet.

De conducteur komt langs. ‘Tickets!’ Ik geef hem mijn ticket. Hij bedankt kortaf. Hij is groot en dik en kaal en heeft tattoos in tribalstijl op zijn armen. Hij gaat weer verder, schuift de deur niet helemaal goed dicht, en tegelijkertijd komt er een dametje langswankelen met twee koppen koffie. Ze struikelt en morst koffie, waardoor er een weeiige koffielucht de cabine binnen drijft door de kier. De trein trekt op tot volle snelheid.

Wildvreemde seksistische mannen. Dit jaar nog heb ik er al verscheidene van me af moeten slaan in het buitenland. Ben ik daar een makkelijker slachtoffer, als reizigster? Lijkt me niet, het was meer toeval denk ik, vooral het eerste geval, in Oslo. Ik heb er niet meer over gepraat, tot heel kort geleden, met mijn vriend, maar niet heel gedetailleerd.
De laatste nacht in Oslo in januari bracht ik door in een jeugdhostel. Ik had een vierpersoonskamer met badkamertje voor mij alleen. Beneden was een grote ruimte waar kon worden geinternet en waar op een groot televisiescherm een filmkanaal aan stond. Ik was nog niet moe en besloot om even naar een film te gaan kijken. Ik had geen slaap, en om die slaap op te wekken moest de film maar vooral zo saai mogelijk zijn. Net tegen de ontknoping van de film aan – het was niet zo een heel spannende film, wel een romantische, Dirty Dancing II geloof ik – werd ik aangesproken door een man die aan het internetten was. Hij zat op de bank die met de rugleuning tegen mijn bank aan stond. Hij vroeg waar de film over ging, en ik wilde almaar verder kijken, wat niet lukte, omdat hij maar vragen bleef stellen. Uiteindelijk ging het over geologie en ik als aardwetenschapper moest naar zijn foto’s kijken van veldwerk in Tibet en dergelijke regionen, om daar gesteenteformaties en sporen van geomorfologische processen aan te wijzen en te verklaren. Tot zo ver was het okee, maar ik vond hem wel erg innemend, en wilde inmiddels ook wel gaan slapen. De film was al lang afgelopen, het was twee uur ’s nachts zo ongeveer. De gemeenschappelijke ruimte, die best groot was, liep stilaan leeg, en toen er bijna niemand anders meer over was, verzocht hij vrij dringend om mijn facebook te geven, ging niet eerder weg dan wanneer ik het had gegeven. Ik kon hem later toch wel blokkeren. Bovendien zou hij de volgende dag bij me komen zitten tijdens het ontbijt, en ik had toch echt wel een ontbijt nodig, dus daar zou ik niet omheen kunnen.
Ik nam een lange douche, hij had me meerdere malen schouderklopjes gegeven, me overdreven lang de hand geschud toen ik zei dat ik naar boven ging. Met veel schuim waste ik mezelf grondig, maar ik bleef me vies voelen.
Het ontbijt geschiedde zoals ik had verwacht. Een kwartier na mij kwam hij de ontbijtzaal in. Het ontbijt was zoals dat te verwachten is in een jeugdhostel: oud brood, beleg dat net even anders smaakt dan zou horen. En dan ook nog die man tegenover me. Een jaar of vijfenveertig. Van Tibetaanse komaf, en hier in Noorwegen om te promoveren. In Bergen zat hij eigenlijk, maar nu was hij voor een paar dagen in Oslo omdat hij met een professor aan de universiteit daar moest overleggen. Na een tijdje, toen het ontbijt echt alle smaak verloor, besloot ik om op te stappen, dan de metro en vervolgens de trein naar het vliegveld te nemen. De Tibetaan liet me nog steeds niet gaan. Hij zou in de gemeenschappelijke ruimte op me wachten tot ik al mijn spullen had ingepakt, en zou met me meelopen naar de metro.

Het schemert buiten, door de indigoblauwe hemel zijn de elektriciteitskabels boven het spoor slechts tot vage strepen verworden. De buitenverlichting flitst des te feller voorbij het raam, onregelmatig. De trein klakt over het spoor, sommige onderdelen in de cabine resoneren een beetje. Ik hoor geen gepraat meer op de gang en zet wat klassieke muziek op. Het stelt me gerust. Ik kijk even uit het raam, in de richting waar ik vandaan gekomen ben, naar de horizon die ik achterlaat, die plaatstmaakt voor een nieuwe horizon die de trein achtervolgt. En ik kijk de andere kant op, naar een horizon die zich van de trein vandaan beweegt, onbereikbaar blijft.

En zo geschiedde. Ik leverde de kamersleutel in en probeerde te ontkomen. De Tibetaan was natuurlijk zo gaan zitten dat ik niet ongezien weg kon glippen. Een andere uitgang had het hostel niet, dus het was onvermijdelijk. Ik zei nog dat ik wist waar de metrohalte was, en dat ik dat echt wel in mijn eentje kon. Ik had slechts een rugzak, alleen maar handbagage. Nee, die tas was ook echt niet te zwaar, en ik kon het echt, echt wel vinden, en het echt wel zelf in dit voor mij nog vreemde land. Dus liep hij mee naar de metrohalte, wat tien minuten duurde. Ik had nog een flexikaartje ook, dat hoefde hij ook niet voor me te kopen, ik liet het zien om het te bewijzen. Nu was ik op de metrohalte en mocht hij wel weer gaan. Maar hij ging niet: hij besloot om helemaal mee te gaan naar het treinstation van Oslo. Nee, dat hoefde echt niet voor mij, maar hij bleef volhouden, wilde mijn bagage dragen, me allerminst met rust laten. Ik probeerde zo oninteressant mogelijk te zijn, en zelfs niet al te subtiele pogingen om uit te drukken dat ik echt alleen verder wilde, mochten niet baten. Hij snapte het echt niet, of kon heel goed verbergen dat hij het waarschijnlijk ook niet eens wilde snappen.
We zaten in de metro, hij wilde op mijn tas letten de hele tijd, maar die hield ik gewoon bij me, en ik zweeg angstvallig. Ook dat mocht niet baten, want op het station liet hij me nog steeds niet alleen. Mijn trein, de voordelige en niet de dure Airport Express, vertrok pas een half uur later, en hij besloot om al die tijd te blijven wachten, zelfs mee te lopen naar het betreffende perron. Hardnekkig.

Duisburg Hauptbahnhof is een sereen station, in de stijl van veel andere stations van tamelijk grote plaatsen in dit deel van Duitsland. Helverlichte perrons met witte lijnen aan de rand, per perron overkapt. Er stapt niemand in en niemand uit, en na een minuut fluit de getatoeerde conducteur weer.

Het desbetreffende perron. Een perron is iets om van te vertrekken, geen plek om te wachten, om te blijven. Naar de trein toe, van de trein af, allemaal via het perron, maar meer dan een middel om ergens te komen is het voor mij niet. Liever wacht ik in de stationshal als die er is, en anders in een wachthokje. Liever niet op het perron zelf.
De Tibetaan wist van geen ophouden, maar het afscheid was toch echt gekomen. Ik wilde zo snel mogelijk de trein in, al zou het nog een paar minuten duren voor hij zou wegrijden. De Tibetaan greep me vast, en hoefde nauwelijks te bukken. Ik walg er nog steeds van: hij wilde me op mijn mond nemen. Ik duwde hem van me af, had de tas stevig op mijn rug en voldoende kracht om dat te doen, maar enig vocht had ik al gevoeld, hoewel ik mijn lippen al die tijd stijf op elkaar geknepen hield, en mijn tanden zo hard op elkaar drukte, dat het pijn deed.
Ik keerde me om, liep naar de dichtstbijzijnde treindeur, stapte snel in, en liep nog door een aantal coupe’s naar voren om er zeker van te zijn dat de Tibetaan het niet in zijn hoofd haalde om nog naar me te zwaaien of om oogcontact te maken, en om ervoor te zorgen dat hij me daarvoor uberhaupt niet tijdig zou vinden.
Het eerste wat ik deed toen ik weer thuis was, was de Tibetaan blokkeren op Facebook. Hij stond daar niet eens met zijn echte naam op. Wel ging ik nog even door zijn profiel. Er stond niet heel veel op, hij had maar luttele andere contacten: louter vrouwen. Hopeloos figuur, miezerig ook. Bah.

Dusseldorf Hauptbahnhof is maar een klein eindje rijden vanaf Duisburg. Het oogt uitgestorven en op de achterste sporen staan lege treinen. Een grote klok op een kleine, rechthoekige toren toont me dat het tien uur is.
De trein dendert verder, in het niets, ik heb geen flauw idee wat het volgende tussenliggende station is, ik hoef alleen maar naar Kopenhagen. Uitgestrekte velden en bossen en Duitsland. Het is donker buiten, ik zie slechts schaduwen van bomen en hoogspanningskabels en elektriciteitskabels en fabrieken en straatlichten en loodsen en dorpen als lichtere sterrenclusters in de verte. Ik hoor slechts het geraas van een trein op volle snelheid, het doorklieven van de lucht, een licht gesuis ergens bovenin het raam, vioolmuziek die ik harder heb moeten zetten. Hier gaat de trein duidelijk harder dan voorheen. Nederland is te klein en te drukbevolkt om veel snelheid te maken, maar hier kunnen de remmen los. De eerder al resonerende onderdelen trillen nu nog harder, zoemen soms, kraken. De dichte gordijnen aan de kant van het gangpad bewegen een beetje. De trein maakt een flauwe bocht, trekt zich dan weer recht. Klakt dan weer wat meer, suist dan weer wat meer.
En ik laat alles achter me.

Ik had nooit gedacht dat ik ooit zou linedancen. Het bestaat eruit om als een groep een bepaalde danspas uit te voeren op de maat van de muziek, allemaal hetzelfde, elkaar te volgen. En ondanks dat ik nooit gedacht had te gaan linedancen, deed ik het op Oahu Island, Hawaii.
Een paar studentes van de universiteit van Hawaii hadden me gevraagd of ik met ze uit ging die avond. In eerste instantie zou ik met een van hen eten, maar toen haar huisgenoten thuiskwamen, hadden ze eigenlijk wel zin om uit te gaan. Ze gingen wel vaker linedancen, toch zeker een keer in de twee weken.
Een tamelijk lelijke jongeman kwam ons ophalen, en reed met een vreselijke rijstijl naar de haven toe, waar een countrybar gevestigd was, vlak bij een marinebasis. Dan zouden ze ook wat te doen hebben in de vrije weekends, zo was vast de gedachte geweest. Het publiek was rijkelijk voorzien van cowboyhoeden, en gemiddeld een jaar of dertig oud. De mannen waren veelal macho en de vrouwen schreeuwerig.

Op het grote station van Keulen is het allerminst rustig. Er stappen veel mensen de trein in, en ik zet de muziek uit omdat er drie mensen van achter in de twintig mijn coupe in komen. Heb ik toch drie uur lang de coupe voor mezelf gehad.

Mariniers houden wel van een flirt. Hun leefpatroon is niet het meest geschikte om een vaste relatie te onderhouden. Als ik aan de kant wat water aan het drinken was en naar de dansende mensen aan het kijken was, kwamen er al gauw van die mariniers bij me zitten. Vaker was ik wel dan niet aan de kant te vinden, daar iedereen echt veel meer ervaring had dan ik, en ik het bij de lastigere dansjes erg verwarrend vond soms en daardoor steeds uit de maat ging. Op de langzame nummers werd de two-step gedaan, en daarvoor werd ik de hele tijd gevraagd door allerlei mannen, die stuk voor stuk iets afstotelijks hadden. Ook de lelijke jongeman, die ons gebracht had, vroeg me mee om de two-step te doen, behalve dat hij een beetje klamme handjes had ging het wel, al zou ik nooit vrijwillig hierheen gegaan zijn als ik in mijn eentje was geweest. Hij had al te veel op om eigenlijk nog terug te mogen rijden, dus zijn rijstijl zou er niet prettiger op worden.
Vervelend was vooral de jongeman die me even voor tweeen ’s nachts – de bar zou bijna sluiten – voor de two-step vroeg. Zijn ogen stonden glazig en hij had duidelijk te veel op, en tot overmaat van ramp wilde hij daarna nog een nummer doen. Het volgende nummer was weer langzaam, en hij werd steeds kleffer, bijna in wurggreep kreeg hij me met zijn zweterige stinkende lichaam.
Op het laatst schoof hij mijn haar opzij, en vroeg hij: ‘May I give you a kiss? Ju.. ju.. just to show my affection?’
‘No, you may not, you have already gone too far!’
Ik duwde hem van me af. Hij keek naar me met een blik die een combinatie was van hopeloosheid, teleurstelling en verachting, en zei: ‘So you think… that I deserved this??!? I do not!! Now come here!’
We waren aan de kant van de dansvloer waar niemand anders meer was, daar was hij steeds blijven hangen, maar ik gaf hem geen kans.
Ik liep snel de dansvloer af, naar het toilet, waste grondig al die plekken waar hij direct mijn huid had aangeraakt.
Ik zou deze mensen toch niet meer zien, probeerde ik mezelf gerust te stellen.

In deze cabine ben ik anoniem en de enige Nederlandse. Als de reis erop zit, zie ik deze mensen niet meer. Het enige wat nog rest is slapen tot aan Kopenhagen, of zo lang als dat lukt.

Om half acht ben ik wakker geworden van gejengel van kleine kinderen in een cabine even verderop. Om elf uur komt de trein aan in Kopenhagen. Ik word rustig wakker, lees nog wat, en ga dan naar de coupe waar ik een ontbijtje kan krijgen. Daar zit ik zeker een uur, kijkend naar buiten, waar de zon schijnt.

Ik denk na. Kort voor mijn vertrek belde mijn zus. Ze raadde me aan om naar het programma ‘Gepest’ te kijken, waarin gepesten zichzelf confronteren met een bezoek aan hun oude school en het onder ogen komen van enkele pestkoppen. Nog vlak voor vertrek keek ik online naar de eerste aflevering. De helft van de voormalige pestkoppen kwam niet opdagen. Degenen die wel kwamen, deden het af als kwajongensstreken. Ze moesten een heel ander referentiekader hebben gehad. Ik weet niet hoe veel genoegdoening ik daar zelf uit zou halen.
Ik denk dat mijn voormalige pestkoppen me nog steeds haten. Ze zouden me niet de hand willen schudden, laat staan sorry zeggen. Hun referentiekader is daarmee narrowminded, en op dit moment hoef ik mezelf niet met hen te confronteren. Ik weet niet wat dat toevoegt aan mijn welzijn, het gaat juist goed nu, en dat wil ik zo houden. Sterker nog, ze zouden me de schuld proberen te geven, de wereld proberen om te draaien. Maar dat kan gewoon niet. Ik ben verder gegaan met mijn leven. Als zij willen blijven hangen, moeten ze dat zelf weten, dat is niet mijn verantwoordelijkheid.
Mijn oude school zelf zou ik wel eens willen bezoeken, het liefst wanneer de locatie waar het allemaal gebeurde tot slooppand verworden is. Dan wil ik met veel plezier meerijden in de bulldozer die alles kapotmaakt.

De trein rijdt Kopenhagen binnen. Ik pak mijn spullen, stap uit, en ga verder met mijn leven.


Gearchiveerd onder:Diaries, Reisverhaal

woensdag, 4 mei 2011

Alice Karen

Alice Karen

De Radicaal Andere Toekomst

In diaries, -denemarken, -noorwegen, philosophies, universitaria, |2011, aanvragen, achtergrond, alternatieven, en meer.

Ik kan het even niet gebruiken, ik voel me vandaag niet echt prettig op de universiteit. Normaal kan ik dat wel hebben, maar ik merk toch dat ik prikkelbaarder ben. Ik maak nog even wat af, zodat ik goed voorbereid ben voordat ik naar Kopenhagen ga aanstaande zaterdag, en daarna ga ik maar naar huis. Het moet allemaal even bezinken. Halverwege mei ben ik weer terug, ik zal daar ruim een week verblijven. Ik heb er veel zin in. Ik zal de nachttrein nemen en zorgen dat ik voldoende leesvoer ter beschikking heb. Het bezoek aan Kopenhagen hoort net als de reis naar Hawaii bij mijn eerste stage.

Het rommelt een beetje in mijn hoofd. Ik zie veel flashbacks vandaag, scenes die ik me tot in detail herinner, scenes van mijn vroege jeugd, toen ik op de basisschool zat. Gemengd met de nieuwe inzichten die ik verkregen heb en de patronen die ik nu zie als ik al die scenes tot een geheel maak, aanschouw ik het toneelstuk van mijn vroegere leven. Waarin verwachtingen op school vaak heel anders waren dan zoals ik die zelf voor me zag.
Maar die inzichten komen nu, achteraf gesproken. De patronen herken ik nu doordat ik ze in sommige anderen waarneem, en vervolgens bij mezelf. Het is soms zo veel makkelijker om een overzichtelijk beeld te krijgen van andermans leven, terwijl het van een eigen leven zo moeilijk is. Daar zit je immers continu in, en andermans situatie kan ik nog wel eens naast me neerleggen.

Mijn spullen liggen verspreid over de tafel in het hoekje van het lab. Er is niemand anders, dus ik heb gewoon een grote kop thee voor mezelf gemaakt. Wat weten die anderen überhaupt van me? Wat boeit het ze waar ik gisteren was? Het hoeft ook allemaal niet, laat ze maar een beeld hebben en me niet erkennen. Weer die verwachtingen, nog steeds, net als vroeger, lang geleden. Maar nu heb ik meer inzichten verkregen in de interactie tussen mensen en hoe ik daar zelf het beste mee om kan gaan.

Ik denk aan mijn toekomst en hoe het beeld daarvan dat ik nu voor ogen heb wel eens Radicaal Anders zou kunnen uitpakken.
Ik kan straks niet pronken met die talentenbeurs waarnaar ik heb gesolliciteerd voor mijn tweede stage die hopelijk in Oslo plaatsvindt. Het is alleen niet echt motiverend om daar van alleen een karige tweehonderd euro Erasmusbeurs per maand te leven, aangezien de prijzen er niet laag liggen, ik geen aanvullende studiebeurs krijg en ik meer dan dat verdien met mijn bijbaan, die ik dan wel zal moeten opschorten. Mijn project zou vast niet het meest spectaculaire zijn geweest te midden van al die aanvragen, en totaal niet passen in de visie en idealen van het bedrijfseconomisch instituut dat het geheel aan universiteiten aan het worden is. Maar de aanvraag diende ik in, nog steeds zonder spijt, ondanks dat me expliciet werd gezegd dat ik ‘maar heel weinig kans zou maken’ (wat eigenlijk niet een bijzonder goede manier is om je studenten te motiveren).
Dan maakt het ook niet meer uit dat ik mijn diploma aardwetenschappen cum laude heb gehaald, daar krijg je geen extra studiepunten voor en het loont verder ook niet echt in dit systeem. Bovendien gaat aardwetenschappen hier als een keuzemajor op in Future Planet Studies en zal het niet meer beschikbaar zijn als apart bachelortraject. Dus ik heb ook nog eens een diploma op zak van een opleiding die straks niet meer bestaat.
Zulke hippe studies worden opgezet om tot interdisciplinariteit en verbreding te leiden – maar wat er uiteindelijk gebeurt is dat de studenten van alles wel iets weten, maar van niets echt iets diepgaands. Een soort Weetnikskunde – maar wel kan je er mee aan de bak komen, beter straks dan ik allicht, want het is hip en past in nieuwe concepten en visies. En dan komt men er nadat je aangenomen bent voor een hippe, gewilde baan achter dat je eigenlijk vrij incompetent bent en eigenlijk nog heel veel moet leren. Anderen blijven aan de kant staan, zeker nu er bezuinigd wordt op promotieplekken.
Ik kies niet de populairste stages, mijn onderzoek wordt niet gezien als Rocket Science. Mijn CV is wel vrij vol, maar wat heb ik er dan aan, als het allemaal zo kortzichtig en narrowminded is geworden? En dat onder het mom van interdisciplinariteit, een nauwere samenwerking met het bedrijfsleven (en een al even grote afhankelijkheid daarvan die daardoor ontstaat), verbreding van perspectief richting narrowmindedness door vooral niet te kijken naar vele alternatieven die gewoon naast elkaar zouden moeten kunnen bestaan.
Maar ik houd het nog steeds voor ogen om naar Oslo te gaan, wie weet komt het van pas, en het zal sowieso een inspiratie zijn voor mijn schrijven.

In mijn Radicaal Andere Toekomst word ik helemaal niet in de gelegenheid gesteld om te promoveren. De kans is verkleind door bezuinigingen, dan wel zijn er geen onderzoeken die geschikt zijn om me vier jaar lang aan te wagen, en op deze universiteit worden de promotieplekken weggegeven binnen een besloten groepje mensen in mijn vakgebied omdat zij nou net de stages hebben gedaan die daarop de beste voorbereiding vormden – maar die mij dan weer minder interessant leken. Ik weet niet eens of ik er dan wel tussen wil komen dan, ik ben immers gedefinieerd als Autist, Sociaal Labiel, Ongezellig en Gesloten figuur. Iets met intelligentie? Nooit, er is iets mis met me. Nou, er is echt niets mis met me. Ik kan heel goed met mensen omgaan, maar word hier vaak afgehouden. Het steekt anderen dat ik mijn eigen ding wil blijven doen en me niet almaar loop te conformeren. Weer anderen vinden dat juist leuk, weet ik, maar hier op de universiteit is het zeldzaam. Toch worden mij minder kansen geboden door mijn non-conformisme en de door anderen gedefinieerde mij waarvan niets klopt en welke op vooroordelen gebaseerd is. Of ik het wil of niet, daar moet ik maar op weten te zinspelen, anders ga ik nog eens op mijn bek. Vandaar het idee van mijn Radicaal Andere Toekomst.
In deze toekomst is het nadrukkelijk niet aan de orde dat ik hinderlijke consequenties ondervind van mijn non-conformisme. De Radicaal Andere Toekomst is zelfs als een gevolg te zien van het eventueel niet kunnen doorgaan van mijn in eerste instantie beoogde toekomst, maar is zeker niet onbevredigend. Ik word erkend en geaccepteerd in wat ik doe voor anderen en voor mezelf. Ik schrijf, heel veel, ik schrijf on-Nederlands en breek door met de spanning zoals de Scandinavische schrijvers dat zo goed kunnen, maar dan toch net even anders, uniek en vernieuwend, niet binnen een en hetzelfde genre te plaatsen, bizar en doordacht. Ik gebruik mijn intellect dan dus op een heel andere manier. Ik laat mijn intellect de vrije loop, maar in het academische wereldje hoeven ze me niet, en daar houd ik me dan ver vandaan, want dat voelt niet goed. Hoe interessant het ook zal blijven om te lezen in Discovery en Astronomy en National Geographic, waar toch veelal Rocket Science beschreven wordt. Maar niets over de totstandkoming daarvan, in mijn Radicaal Andere Toekomst zal ik vooral mijn common sense blijven gebruiken, me onafhankelijk van anderen verdiepen in wat me interesseert, en over die uiteenlopende onderwerpen lezen en informatie als een spons opzuigen – om het tot inspiratie te laten dienen voor mijn schrijven.
Ik zit niet alleen maar te typen en na te denken in mijn Radicaal Andere Toekomst, ik raak niet mensenschuw. Dat is dodelijk voor de inspiratie, ik zal vooral hen beschrijven die ietwat bizar zijn in deze maatschappij, met wie iets merkwaardigs aan de hand is, of diegenen die in merkwaardige situaties verzeild zijn geraakt. Daarvoor moet ik op onderzoek uit. Ik zal vooral mijn vrienden zien, en verder een alternatief winkeltje of cafeetje runnen naast het schrijven om maar voldoende onder de mensen te komen.
Ik zal ondanks alles de vruchten plukken van mijn academische achtergrond, en dat alles op een manier die zich kenmerkt door passie, vreugde, intellect, zinnigheid, oprechtheid, intens genot. Ik zal er niet ongelukkig in zijn.
Ik ga sowieso wel veel schrijven in dat gat dat er zal zijn tussen mijn afstuderen en de in eerste instantie beoogde toekomst of de Radicaal Andere Toekomst.

Het is na gisteren gewoon weer licht geworden vandaag. Het verlicht pijn, maakt de zorgen draaglijk, maar neemt ze niet weg door ze te verbergen. Ik heb alternatieven achter de hand, en dat is veilig, op een andere manier dan dat het veilig is om alleen maar achter elkaar aan te lopen en te kijken.

I won’t shiver in the cold
I won’t let the shadows take their toll
I won’t cover my head in the dark
And I won’t forget you when we part

Collapse the Light Into Earth

~Porcupine Tree, ‘Collapse The Light Into Earth’, 2002


Gearchiveerd onder:Diaries

Alice Karen

Alice Karen

Beveiligd: Licht

Dit artikel is beveiligd met een wachtwoord. U moet de site zelf bezoeken en het wachtwoord opgeven om verder te lezen.


Gearchiveerd onder:Diaries

dinsdag, 26 april 2011

Alice Karen

Alice Karen

Buurman

De buurwoning is leeg.

Mijn buurman kwam ruim twee en een half jaar geleden hier wonen, tegelijk met mij en nog een aantal anderen. Het studentencomplex met containerwoningen was net opgeleverd. We waren tegelijk aan het klussen en aan het zeulen met verhuisdozen.

Ik kon leuk met hem kletsen en lachen om de grappen over zijn homoseksualiteit. Hij was in staat om in geuren en kleuren over zijn dates te vertellen, die soms ook bij hem thuis kwamen. En hij kwam ook veel van mij te weten.
We keken naar A nightmare before Christmas en Little Britain bij mij. Zulke humor konden we waarderen.
Hij was vreemd genoeg geobsedeerd door Christina Aguilera, had overal posters van haar hangen, en heel vaak stond haar muziek aan als ik naar de buurcontainer hopte.

Steeds minder was hij thuis. Steeds slechter was hij bereikbaar. Ik kwam hem af en toe tegen bij het weggaan en dat was het. Een keer per maand. Ik liet hem in die tijd maar los.
Toen ook dat uitbleef, leek het alsof hij helemaal niet meer in zijn container woonde, maar het was nog wel volledig ingericht.

Twee weken geleden was er ineens veel uit zijn containerwoning weggehaald. Vorige week stond er een bank voor de container, gekanteld, maar van hem geen spoor. Gisteren was de woning helemaal leeg. De buurman is verdwenen, of met de noorderzon vertrokken, net hoe je het wil noemen.

Zo kan dat gaan.

Wie komt er per mei, of misschien per juni? Hopelijk geen gettoblaster. We zullen zien.

And this little light of mine, a gift you passed on to me;
I’m gonna let it shine to guide you safely on your way,
Your way home …
~ Tool, ’10,000 Days’, 2006


Gearchiveerd onder:Diaries

donderdag, 21 april 2011

Alice Karen

Alice Karen

Beveiligd: Gemoedelijk

In diaries, philosophies, universitaria, |2011, site, lezen, artikel.

Dit artikel is beveiligd met een wachtwoord. U moet de site zelf bezoeken en het wachtwoord opgeven om verder te lezen.


Gearchiveerd onder:Diaries

zondag, 17 april 2011

Alice Karen

Alice Karen

Oldskool

Afgelopen donderdag was alweer het laatste college sterrenkunde. Dat was elke week weer een Zen-moment voor mij. Het college was afgelopen en ik wachtte bij de damestoiletten op de vriendin met wie ik het vak volgde. Daarna zouden we ons wekelijkse etentje hebben.
Een ietwat merkwaardig ogend meisje – kort haar, zo een hippe groteglazen-bril-zonder-glazen-zo-lijkt-het en met zeer hoge naaldhakken, vanwege het ietwat plateauzooltje circa vijftien centimeter hoog – vroeg mij daar of ze mijn telefoon even mocht lenen.
‘Maar natuurlijk. Alleen.. ken jij de oldskool nokia’s nog? Jij bent meer een blackberrymeisje?’
‘Haha, ja klopt. Hoezo?’
Ik viste mijn telefoon tevoorschijn. ‘Je mag hem wel even gebruiken hoor!’
‘Oooooh maar dat is… echt een heel oude Nokia! Hahahaha!’
‘Maar je weet vast nog hoe hij werkt?’
Een stem aan de andere kant van de lijn, ik kon hem niet verstaan, maar het was een man. Ze had duidelijk een date.
‘Veel plezier vanavond!’, zei ik toen ze de telefoon teruggaf. Ze giechelde. ‘Dankje, jij ook!’
En klakte op naaldhakjes naar beneden, naar buiten, ergens naar waar een man haar opwachtte.


Gearchiveerd onder:Diaries

dinsdag, 12 april 2011

Alice Karen

Alice Karen

Universiteit en talent II

In diaries, -noorwegen, philosophies, universitaria, |2011, diversiteit, groei, kabinet, nederland, en meer.

Over fabrieken gesproken. Niet alleen de mentaliteit van de universiteit is veranderd, een onpersoonlijke, verkilde mentaliteit die denkt in budgetten, groei, massale toestromen, zo veel zo snel mogelijk met zo min mogelijk moeite. Promoveren moet vooral snel boven goed, en voor steeds meer studenten zijn juist steeds minder promotieplekken beschikbaar. Deze mentaliteit denkt niet in individuen, personen en talent.

Mede het kabinetsbeleid is hier debet aan, is eigenlijk de grootste veroorzaker te noemen van de mentaliteitsverandering op de universiteit. Ze is een ster gebleken in het afbreken en kapotbezuinigen van kenniseconomie en het zo massaal mogelijk (lees: studentenaantallen) met zo min mogelijk personeel (lees: universitaire docenten) produceren van halffabrikaten (lees: nog niet geheel competente afgestudeerden), liefst gemaakt van edelmetalen (lees: steeds meer vooral weggelegd voor degenen met een rijke papa), met hierna beperkte mogelijkheden tot verdere ontwikkeling aan de universiteit zelf (lees: steeds meer promotieplekken worden wegbezuinigd). Er is in deze visie bijzonder weinig plaats voor diversiteit en individueel talent.

Zo is mij vandaag ter ore gekomen dat het Huygens Scholarship Programme, een beurs waarnaar zeer goede studenten kunnen solliciteren ter ondersteuning van hun onderzoeksprojecten in het buitenland, wordt afgeschaft. Terdege ben ik mij ervan bewust dat ik begin dit jaar een aanvraag hiervoor in de vorm van ongeveer een boom aan papier heb verstuurd, waaronder onder meer een voordrachtsbrief, motivatiebrief, curriculum, cijferlijst en twee referenties. Dit voor mijn geplande onderzoeksproject in Noorwegen, vanaf begin 2012.

Desalniettemin zal ik weigeren mij in de vorm van een halffabrikaat de vrije markt op te laten jassen door de heren langstudeerders uit het kabinet, omdat ik anders te veel geld zou kosten. Ik hoop door te groeien op de universiteit; ik ben niet uit te drukken in geld. Langstuderende kortetermijndenkers van het kabinet, uw blikken en woorden spreken in eurotekens, schuif het vooral door naar de volgende generaties, want naïeve sprookjes over grootse rijkdom in de toekomst houden jullie uiteraard in stand met het veranderen van de spelregels terwijl het spel gespeeld wordt – maar niet zodanig dat jullie er zelf last van hebben, uiteraard, dat nooit. Misschien moeten jullie juist investeren, zo kan voorkomen worden dat het onderwijs niet nog verder afglijdt dan nu het geval is, maar dat is natuurlijk niet goed voor het aantal followers op Twitter.

De radartjes van deze fabriek zullen vastroesten als dit zo doorgaat, maar dat zien jullie niet, want dat kan jullie aan je reet roesten. Liever kopen jullie Strike Fighters om het buitenland tevreden te houden als postzegelkavel Nederland met grootheidswaan. En van wiens geld? Bedankt.

Erg verbazend dat we steeds verder dalen in de internationale toplijst van universiteiten en kenniseconomieen vind ik het niet, waarom zijn jullie dan zo verbaasd? Het kwartje valt blijkbaar nog steeds niet, dat kan ook niet met oogkleppen van biljetten op.

Rocket engines burning fuel so fast
Up into the night sky they blast
Through the universe the engines whine
Could it be the end of man and time?
Back on earth the flame of life burns low
Everywhere is misery and woe
Pollution kills the air, the land and sea
Man prepares to meet his destiny
~ Black Sabbath, ‘Into the void’, 1971


Gearchiveerd onder:Diaries

Aantal berichten op deze pagina: 29. De berichten op deze pagina zijn niet ouder dan 7250 uur (302,1 dagen). Berichtgemiddelde: 0,1 bericht per dag, 0,7 per week.

Pagina: 1