woensdag, 16 mei 2012

Paul Vermast

Paul Vermast

Hyves Linkedin Twitter Youtube Flickr GR

De Rede watch: coalitiecrisis?

In weblog, cda, leefbaar dronten, vvd, wethouder langeweg, coalitie, college, de, gedoe, en meer.

Kremlin

Tijdens de Koude Oorlog had je zogenaamde ‘Kremlin Watchers’. Mensen die in de gaten hielden wat de Russen deden en dat vervolgens duidde. In Dronten zouden we een soort gemeentehuis, of ‘De Rede watchers’ kunnen hebben, want het is bepaald interessant als je jezelf regelmatig op de politieke wandelgangen begeeft.

Boven het college hangen donkere wolken, want wethouder Langeweg zit in de problemen. Lag er al een gat van een miljoen bij het MFG (dat op mysterieuze wijze verdwenen schijnt te zijn, maar dit ter zijde), daar kwam mogelijk nog eens 1,5 miljoen bij aan misgelopen uitkeringen op sociale zaken. Het college heeft een onderzoek bevolen en het is wachten op de uitkomsten. Maar als dat rapport slecht uitvalt voor het college heeft de wethouder een probleem.

Als er gedoe is moet je altijd nog iets beter gaan opletten wie je ziet, wat je hoort en vooral wat er niet gezegd wordt. Wat dan opvalt is dat er bij Leefbaar Swifterbant Dronten al enkele maanden een oud-gemeenteraadslid van een andere partij aanschuift bij de fractievergaderingen. Het gerucht van een politieke overstap is massief en het oud-raadslid zou een serieuze wethouders kandidaat zijn voor de Leefbaren (aldus de wandelgangen).

Nu wordt het leuk! De coalitie in Dronten bestaat uit CDA en VVD, ieder met twee wethouders en gedoogsteun van Leefbaar Swifterbant Dronten, zónder wethouder. De Leefbaren hadden geen wethouders kandidaat en kregen wethouder Langeweg vanuit het college als ‘liaison wethouder’ toegewezen.

Laat ik eens een kleine speculatie opzetten (let op: speculatie!). Stel dat het rapport over de sociale gelden slecht uitvalt voor wethouder Langeweg en deze daarop zijn politieke verantwoordelijkheid neemt en aftreedt. Dan moet er een nieuwe wethouder worden gezocht. Omdat Langeweg van het CDA is lijkt een andere CDA-er voor de hand liggend. Maar de Leefbaren hebben nog geen wethouder en nu (volgens de wandelgangverhalen) wél een kandidaat. Het zou dan niet meer dan logisch zijn dat de coalitiepartner zonder wethouder, maar nu mét kandidaat dus, de nieuwe wethouder mag leveren.

Dat zou echter betekenen dat de grootste partij in Dronten, het CDA, nog maar één wethouder heeft. De VVD als op een na grootste er twee heeft en Leefbaar haar eigen wethouder. Nu heb ik de CDA-ers hier in Dronten de laatste jaren een beetje leren kennen en ik schat zo maar eens in dat dit volslagen onacceptabel voor hen zou zijn. Tegelijk zal ook geen van de twee VVD wethouders bereid zijn af te treden omdat er een CDA-er zou moeten worden benoemd omdat die de grootste zijn. Maar dat Leefbaar een eigen wethouder zou krijgen is volstrekt terecht als ze iemand daarvoor zouden hebben.
Mij lijkt dit een mooi recept voor een knallende coalitiecrisis deze herfst in het midden van de verkiezingsstrijd voor de Tweede Kamer die ook altijd zorgt dat lokaal de verhoudingen wat scherper worden.

Van mij mag die zomervakantie zo snel mogelijk voorbij zijn, want het kan na de zomer nog wel eens buitengewoon boeiend en spannend worden in politiek Dronten!

dinsdag, 15 mei 2012

Jan Hoek

Jan Hoek

Linkedin GR

Als het ons niet was overkomen, hadden we het moeten bedenken

In blog, boeken, cda, dibi, gevonden, groenlinks, halsema, kant, knevel en van den brink, en meer.
Natuurlijk, toen we het hoorden, voelde het als een harde scheet op een feestje. Sap had net in 48 uur meer gerealiseerd aan GroenLinkse idealen dan Beckers, Rosenmuller en Halsema in de 20 jaar daarvoor. Vergroening van het belastingstelsel, solidariteitsbelasting voor hoge inkomens, tal van maatregelen teruggedraaid die slecht waren voor mens, dier en natuur. Terwijl we de afgelopen maanden toch een beetje aan haar waren gaan twijfelen, liet ze zien dat ze GroenLinks was, GroenLinkse idealen kon verwezenlijken en dat ook nog prima kon vertellen. Sterker nog, ze liet uitstekend zien dat GroenLinks verantwoordelijkheid kon nemen, zonder zijn idealen te verloochenen.

 Het is allemaal waar, en toch is het Dibi zijn goed recht om zich kandidaat te stellen. Het kandideren ging niet helemaal lekker, maar dat is natuurlijk ook de schuld van de rare regels die we als partij zelf hebben gemaakt. Je kunt zeggen dat de timing minder gelukkig is, maar wanneer had hij het dan moeten doen? Een half jaar eerder of een half jaar later? Dan hadden we het hem of veel meer kwalijk genomen, of hem (en terecht) een enorme sufferd gevonden. Of allebei. Bovendien, GroenLinks is een gewone partij, en daar hoort bij dat leden zich voor alle functies kunnen kandideren. Dus ook voor het lijsttrekkerschap. En GroenLinksers willen kunnen kiezen, dus dat is dan mooi geregeld.

We zouden het zelfs op prijs moeten stellen dat hij zich kandidaat stelt. Want de strijd, mits goed gevoerd, stel GroenLinks nog eens goed in staat om over het voetlicht te brengen waarom we dat Lente-akkoord sloten. Waarom we onze verantwoordelijkheid namen en niet aan de kant bleven staan toen VVD en CDA Nederland in de modder hadden gereden. We kunnen zien of Sap ons kan verleiden en of Dibi resultaat kan boeken. En de lijsttrekker die we kiezen is tenminste behoorlijk getest. Hooguit jammer dat het tv-debat plaats vind bij Knevel en Van den Brink...

Deze blog schreef ik samen met Saranna Maureau

maandag, 14 mei 2012

Theo Brand

Theo Brand

‘Tsjakka, Tofik’ lijkt een betere slogan voor de inhalige Dibi

In gerechtigheid, politiek, groenlinks, kabinetsformatie, solidariteit, verkiezingen, bam, bezig, dibi, en meer.

GroenLinks Tweede Kamerlid Tofik Dibi (31) doet een gooi naar het lijsttrekkerschap van zijn partij. Terwijl partijmedewerkers onder leiding van zijn fractiegenoot Jesse Klaver een campagne voorbereiden en Jolande Sap zich volop profileert, presenteert Dibi tijdens een eigen persconferentie een nieuwe slogan voor de partij: ‘GroenLinks BAM’. Het moet krachtiger en scherper, vindt Dibi. ‘Tsjakka Tofik’ lijkt mij persoonlijk een betere slogan voor de originele maar ook inhalige en overmoedige politicus.

Dibi zegt dat hij meer stemmen kan trekken dan de gedoodverfde lijsttrekker, Jolande Sap. Met hem als partijleider haalt GroenLinks minstens tien zetels, bluft hij. Daarmee lijkt Dibi zichzelf nogal te overschatten en zijn partijleider – die nu net lekker bezig is - impliciet toch af te kraken. De verschillen zitten volgens Dibi niet in de inhoud, maar vooral in de stijl. ‘Ik ben onorthodoxer, minder conventioneel dan Sap’, zegt de door peilingen nerveus gemaakte Dibi.

Jolande Sap reageert gelukkig ontspannen en positief en gaat graag de strijd aan. Ik vind dat een sportieve instelling. En eerlijk gezegd denk ik dat Sap ook niet zo veel te vrezen heeft. De partijleden zullen haar ruimschoots steunen, zo is mijn verwachting. De grote vraag is of Dibi ook daarna nog sportief zal zijn en als teamplayer wil blijven functioneren. Het zou hem sieren. Want naarmate de verkiezingen dichterbij komen, kan GroenLinks zich geen interne rivaliteit meer permitteren.

Sinds anderhalf jaar is Jolande Sap het evenwichtige en sympathieke boegbeeld van de partij. Samen met haar fractiegenoten heeft Sap laten zien dat GroenLinks met een duidelijke groene en sociale inzet durft te onderhandelen en politieke verantwoordelijkheid kan dragen. Ze is rustig, verbaal sterk en debatteert goed. 

Ze is inderdaad niet van ‘BAM’. En gelukkig maar, want dat is ook niet wat GroenLinks wil zijn als ‘ideeënpartij op zoek naar macht’. Ik vermoed dat GroenLinks met Tofik Dibi aan het roer snel buitenspel wordt gezet bij mogelijke coalitiebesprekingen en – BAM – voor gesloten deuren zal komen te staan.

Dibi lijkt te lijden aan een ernstige vorm van zelfoverschatting. Wat eer en roem – die hem tot nu toe overigens terecht toekomen - toch niet met een jong en ambitieus politicus kunnen doen. Daarbij komt dat Dibi vooral het gezicht is van het integratie- en religiedebat dat de afgelopen jaren teveel geïsoleerd is gevoerd, los van ideeën over gelijke kansen, onderwijs en sociale vernieuwing. Sociaal-economische kwesties vormen de basis omdat Henk, Ingrid, Ahmed en Fatima alle vier de klos zijn geworden van het rechts-liberale kabinet Rutte, dat naast het bevorderen van sociale ongelijkheid domheid en xenofobie volop gedoogde.

‘Groen’ en ‘sociaal’ moeten daarom nu de kernwoorden zijn. En dat GroenLinks tegen xenofobie is en het ook helemaal heeft gehad met die blonde rattenvanger uit Venlo, vormt daarbij de impliciete vanzelfsprekenheid. De evenwichtige Jolande Sap lijkt dat veel beter te kunnen uitdragen dan de originele maar ook zo overmoedige ‘Tsjakka Tofik’.


maandag, 30 april 2012

Paul Smeulders

Paul Smeulders

Hyves Twitter Youtube PS

GroenLinks is groen, links én verantwoordelijk

Op zaterdag 28 april was ik te gast bij Alles Mag op Zaterdag, het wekelijkse achtergrondprogramma van Omroep Brabant. Het radioprogramma werd live uitgezonden van de algemene ledenvergadering van het CDA Brabant in Goirle. Tafelgenoten waren kandidaat-lijsttrekker van het CDA Marcel Wintels, CDA-Tweede Kamerlid Madeleine van Toorenburg en oud-Kamerlid voor de PvdA Jan Boelhouwer. 

DE UITZENDING IS HIER TERUG TE LUISTEREN

In de partij voel ik brede steun voor het Lenteakkoord dat partijleider Jolande Sap deze week samen met D66 en de ChristenUnie sloot met VVD en CDA. GroenLinks neemt verantwoordelijkheid in tijden van crisis. Wij stoppen de ernstigste bezuinigingen van dit kabinet, we nemen moeilijke maatregelen en we hebben de moed om de echte problemen aan te pakken. GroenLinks kiest niet voor de makkelijkste weg, maar voor de mensen en de natuur die onder druk staan.

Dit is de meest groene begroting in jaren. We stoppen de bezuinigingen op openbaar vervoer, maken fossiele energie duurder en zonnepanelen goedkoper. Bovendien investeren we in de natuur, die staatssecretaris Bleker juist aan het afbreken was. Ik haalde tijdens de uitzending uit naar het CDA, die tijdens de gedoogconstructie met de PVV roulette heeft gespeeld met de toekomst van Nederland.

De toenemende invloed van de PVV Nederland heeft Nederland nukkig gemaakt. Terwijl we een prachtig land zijn. In de jaren ’90 waren we nog wereldwijd voorloper met duurzaamheid en economie. Dit Lenteakkoord is een hoopvolle nieuwe start na jaren van pessimisme. Natuurlijk zijn er meer groene en sociale maatregelen nodig. Iedereen in Nederland heeft recht op gelijke kansen, nu en in de toekomst.

GroenLinks is duurzamer dan de SP, linkser dan D66 en heeft deze week – in tegenstelling tot de PvdA – getoond verantwoordelijkheid te nemen. GroenLinks Brabant heeft dan ook alle vertrouwen in de verkiezingen van 12 september.

DOE MEE MET DE CAMPAGNE!

zondag, 29 april 2012

Ashley North

Ashley North

Hyves DWARS

Heldenschets: Jolande Sap

In begroting, bezuinigingen, campagne 2012, groenlinks, heldenschetsen, jolande sap, zin in de toekomst, begroting, bezuiniging, en meer.

Het is inmiddels een half jaar geleden sinds de laatste Heldenschets op deze site. Ineke van Gent, Jan Pronk, Andrée van Es, Jan Schaefer en Hans van Mierlo passeerden op het toneel van de heroïek al eerder de revue. Met de ontwikkelingen van de voorbije week is er een nieuw links-progressief politicus definitief toegetreden tot het heldendom.

In 1963 zag zij het eerste levenslicht in het Limburgse Venlo. Na daar het gymnasium te hebben afgerond, vertrok ze begin jaren ’80 naar de Katholieke Universiteit Tilburg om economie te studeren. Toen ze in september 2008 namens GroenLinks in de Tweede Kamer kwam, bleek deze studie goed van pas te komen. Al snel bleek ze een voortreffelijk woordvoerder Financiën te zijn voor de GroenLinks-fractie. Sindsdien kwam haar politieke carrière, ondanks de nodige hobbels, in een stroomversnelling terecht. Politiek talent van het jaar 2009 en de opvolger van Femke Halsema in 2010 als leider van GroenLinks: in twee jaar tijd ontwikkelde zij zich tot het gezicht van haar partij. Maar het kan nog beter. Deze week overtrof ze alle verwachtingen door de spil te zijn achter het Lenteakkoord, dat vanuit de Tweede Kamer de Rijksbegroting voor 2013 heeft opgesteld. We kunnen er niet omheen, de held van deze week is: Jolande Sap.

Alhoewel Jolande Sap pas de laatste jaren in de groene en rode spotlights staat, is ze al bijna twintig jaar actief voor GroenLinks. Nadat ze in 1993 lid was geworden van de toen tamelijk nieuwe partij, nam ze direct zitting in de werkgroep die de doorrekening verzorgde van het GroenLinks verkiezingsprogramma 1995-1998. Met haar achtergrond als econome niet geheel verwonderlijk. Ook binnen haar vakgebied waren er makkelijk GroenLinkse kenmerken aan Sap te ontdekken. Zo publiceerde ze in 1998 het boek Out of the Margin – Feminist Perspectives on Economics. Een feministische econome; zo iemand kon GroenLinks goed gebruiken.

Niet voor niets werd Jolande Sap dan ook in 2006 uitgenodigd mee te schrijven aan het verkiezingsprogramma van GroenLinks. Daarnaast gunde het partijcongres haar een mooie plaats op de kieslijst. Sap kreeg plek 8 toebedeeld, een verkiesbare plek gezien de toenmalige zetelverdeling in de Tweede Kamer. GroenLinks bezat namelijk precies 8 zetels. Onder invloed van de linkse titanenstrijd tussen de SP en de PvdA zakte GroenLinks echter naar 7 zetels, waardoor Sap net buiten de boot viel.

In 2008 was het dan toch zover. Op 2 september werd Jolande geïnstalleerd als de tijdelijk vervanger van Mariko Peters. Een dag later nam de politieke loopbaan van de econome opnieuw een wending. Wijnand Duyvendak, de groene woordvoerder van de fractie, kondigde zijn onmiddellijke vertrek uit de Kamer aan door toedoen van de rel om zijn nieuwe boek. Na één dag werd Sap daardoor definitief lid van de Tweede Kamer. En sindsdien ging het hard. Amper twee jaar later, in december 2010, werd Jolande door de GroenLinks-fractie unaniem verkozen tot de nieuwe fractievoorzitter, als opvolger van Femke Halsema.

Sap kreeg het niet makkelijk in haar eerste maanden als partijleider van GroenLinks. Begin 2011 leidde ze haar fractie naar het steunen van de politietrainingsmissie in het Afghaanse Kunduz. Waar het Kabinet-Rutte hierdoor een Kamermeerderheid achter zich kreeg, vormde zich achter Jolande Sap een sterk verdeelde partij. Veel GroenLinksers waren het hardgrondig oneens met de steun voor de missie, wat de inwijding bleek van het roerige jaar 2011. Bovenop de rumoer omtrent Kunduz kwamen namelijk de affaire-Peters en het stekkerdoosincident. GroenLinks zakte steeds verder we in de peilingen, tot de nog tot onlangs bedenkelijke vijf zetels.

Deze week, een paar dagen na het klappen van de Catshuisonderhandelingen, greep Jolande Sap echter haar ultieme kans.  Waar de VVD, het CDA en de PVV zeven weken de tijd nodig hadden om tot een mislukt begrotingsoverleg te komen, wist Sap binnen twee dagen de Kamerfracties van de ChristenUnie, D66, CDA en VVD te begeleiden naar een stabiele begroting voor 2013. Een broodnodige begroting in tijden van diepe economische crisis. En een sociale en groene begroting: de bezuinigingen op het passend onderwijs, ontwikkelingssamenwerking en het PGB werden teruggedraaid, terwijl er eindelijk is begonnen met de te lang uitgestelde hervormingen op onder meer de woningmarkt. De hypotheekrenteaftrek lijkt nu toch echt zijn langste tijd te hebben gehad. Met de verhoging van de belastingen op milieuvervuilende activiteiten en het afschaffen van subsidies aan grootverbruikers van fossiele grondstoffen daarbij opgeteld, heeft GroenLinks de leiding genomen over het bereiken van een voor haarzelf en het land uitstekende Rijksbegroting.

Jolande Sap. Op het juiste moment heeft ze weten te pieken. Ze heeft laten zien dat GroenLinks een uitstekende partij is om verantwoordelijkheid te dragen, die tegelijkertijd haar sociale en groene idealen verwezenlijkt. Daarmee heeft ze zich definitief bewezen als de onbetwiste partijleider van GroenLinks voor dit moment. Een partijleider die GroenLinks naar een mooie verkiezingsuitslag zal leiden op 12 september. Jolande Sap: een held!

Als toegift, een visueel profiel van Jolande Sap! ;)


Eric Leltz

Eric Leltz

Twitter GR

Lenteakkoord

In verkiezingen, akkoord, begroting, campagne, cda, compromis, d66, de, europa, en meer.

eric leltz

Vijf partijen krijgen in minder dan twee dagen voor elkaar waar 3 partijen 7 weken lang niet uitkomen! Hoe is dat mogelijk? Dat kan natuurlijk alleen als partijen snel kunnen handelen en bereid zijn om compromissen te sluiten. Stuurmanskunst dus.

Dat is de meerwaarde van het akkoord. Als de nood aan de man is, zijn er partijen die naar het roer durven te lopen en verantwoordelijkheid nemen in plaats van weg te duiken. Want laten we vooral beseffen dat het 5 voor 12 was voor Nederland. Door het afketsen van de onderhandelingen, zo vlak voor het moment dat een begroting moest worden ingediend voor Europa, stond Nederland met de rug tegen de muur. En dat mag je CDA, VVD en PVV zwaar aanrekenen. Fantastisch dus dat drie partijen, Christen Unie, D66 en GroenLinks, in die moeilijke omstandigheid verantwoordelijkheid namen en Nederland voor de afgrond hebben weggesleept. De PvdA heeft een inschattingsfout gemaakt door niet mee te doen aan het akkoord. Jammer. Nu resten bittere tranen.

De PvdA zal op weg naar de verkiezingen uitvergroten wat Christen Unie, D66 en GroenLinks hebben moeten inleveren om tot een akkoord te komen. Maar dan gaan ze wel voorbij aan het feit dat het niet het moment was om zoveel mogelijk van je eigen programma binnen te halen maar dat op zeer korte termijn een akkoord moest worden gesloten. En een akkoord vraagt per definitie van de onderhandelaars dat ze

  • kunnen inleveren,
  • een compromis kunnen sluiten,
  • boven de partij politiek kunnen uitstijgen en
  • niet blijven vastzitten in dogma's.

Christen Unie, D66 en GroenLinks hebben op een voor Nederland cruciaal moment bewezen dat ze dit kunnen. Daarom moet er tijdens de campagnes naast aandacht voor inhoudelijke thema's ook aandacht zijn voor bestuurlijke thema's. Dus dat:

  • Christen Unie, D66 en GroenLinks op het beslissende moment verantwoordelijkheid namen,
  • VVD en CDA hun hart hebben verkwanseld aan de PVV en daarmee Nederland in een beroerde positie hebben gemanoeuvreerd,
  • de PvdA toen het echt spannend werd in zichzelf gekeerd bleef, dogmatisch bleef, weg dook en geen verantwoordelijkheid nam.

Christen Unie, D66 en GroenLinks kunnen aangeven waar ze hebben ingeleverd, waarom en als ze het alleen voor het zeggen hebben, wat ze zouden verbeteren aan het akkoord. Maar voorlopig doen we het met dit akkoord.

Als de partijen van het lenteakkoord hun huzarenstukje in de campagne goed voor het voetlicht brengen, gaan ze ook na de verkiezingen met dat akkoord door. Een vliegende start. En dan breekt er na een mooie lente ook nog een mooie herfst aan.



René van Engelen

René van Engelen

Youtube

GroenLinks neemt verantwoordelijkheid - Goed gedaan!

In akkoord groenlinks, akkoord, bezuinigingen, duurzaamheid, economie, fractie, groenlinks, leuk, maatschappij, en meer.
Ik ben trots op onze Tweede Kamer fractie. Ze hebben het lef getoond om verantwoordelijkheid te nemen. Ik reageerde al direct enthousiast. Als ik nu de resultaten van het compromis lees, vind ik het helemaal ok. Wat mij aanspreekt is dat die idiote bezuinigingen als op het PGB en passend onderwijs onderuit zijn gehaald. Goed dat GroenLinks duurzaamheid en vergroening van de economie en de maatschappij weer flink op de kaart hebben gezet! Als we dit niet hadden gedaan, hadden we als Nederland één of meer miljarden extra aan rente kunnen gaan dokken. Waar bezuinig je die dan op? En toch ook leuk voor de 'linksmens': extra crisisbelasting voor de hoge inkomens (half miljard). Als ze maar niet doorslaan in het nivelleren!
Jammer vind ik het dat de PvdA niet mee heeft gedaan. Het akkoord had dan misschien nog linkser kunnen zijn....

Ik kreeg één negatieve reactie op mijn hyves over de opstelling van GroenLinks, voor de rest veel waardering en complimenten! Dat is gelijk in de waardering te zien van de kiezer: in de peiling van onze Maurice gaan we er drie zetels op vooruit in één dag.

Op naar het verkiezingscongres van 30 juni! Op naar een groene, duurzame, vreedzame toekomst!

Tom Louwerse

Tom Louwerse

Twitter

Hoe GroenLinks is het Lenteakkoord?

In activiteiten, akkoord, ambtenaren, arbeidsmarkt, bezuinigingen, boeken, campagne, cda, christenunie, en meer.

Het akkoord tussen VVD, CDA, D66, GroenLinks en de ChristenUnie is door vele aanhangers van die partijen enthousiast onthaald. Zelfs door veel partijleden van GroenLinks, de meest linkse partij binnen deze combinatie, wordt het akkoord bejubeld. Men vindt het positief dat GroenLinks verantwoordelijkheid neemt en dat een aantal gehate maatregelen van Rutte-I wordt teruggedraaid. Tegenstanders van wat zij het Kunduz-akkoord noemen, wijzen er echter op dat veel plannen van Rutte in het Lenteakkoord onaangetast blijven en dat het, in hun ogen, dus te weinig zoden aan de dijk zet. Dat roept de vraag op hoe GroenLinks de inhoud van het akkoord werkelijk is.

Hieronder vergelijk ik de maatregelen uit het Lenteakkoordvan VVD,CDA, D66, GroenLinks en ChristenUnie met ‘Hart voor de toekomst’, het Catshuisalternatief dat GroenLinks enkele weken geleden presenteerde. Ik kijk in hoeverre de maatregelen uit het Lenteakkoord overeenkomen met de plannen van GroenLinks (niet omgekeerd). Daarbij maak ik een onderscheid tussen maatregelen die vrijwel gelijk zijn aan de GroenLinksplannen (3), maatregelen die grotendeels gelijk zijn (2), maatregelen die enigszins in de richting gaan van GroenLinks wil (1), maatregelen die niet terug te vinden zijn bij GroenLinks of een status quo handhaven die GroenLinks wil veranderen (0) en maatregelen die de omgekeerde richting ingaan van wat GroenLinks voorstaat (-1). Natuurlijk is een dergelijk oordeel nooit geheel objectief, maar het loont om in ieder geval een poging te doen de verschillen tussen het Lenteakkoord en de GroenLinksplannen (en bijbehorende CPB-doorrekening) systematisch te analyseren.

Hoe GroenLinks zijn de maatregelen uit het Lenteakkoord?
3 = komt (vrijwel) geheel overeen met GL-plannen, 2 = komt grotendeels overeen met GL-plannen, 1 = enigzins in dezelfde richting als GL-plannen, 0 = staat niet in GL-plannen of handhaven status quo, -1 = tegengesteld aan GL-plannen



Terugdraaien bezuinigingen
De bovenstaande grafiek geeft een overzicht van de mate waarin de verschillende maatregelen overeenkomen met het GroenLinks-hervormingsprogramma (de categorieën komen uit het Lenteakkoord). De meeste successen werden geboekt in de categorie ‘overige maatregelen’ en betreffen vooral het terugdraaien van een aantal bezuinigingen van Rutte-I: passend onderwijs, griffierechten, natuur, huishoudinkomenstoets en persoonsgebonden budget. Andere maatregelen worden slechts gedeeltelijk teruggedraaid, zoals de bezuinigingen op openbaar vervoer en de eigen bijdragen in de GGZ. Een aantal maatregelen uit het Lenteakkoord vinden we in de GroenLinksplannen niet terug, zoals het vergroten van efficiency in het onderwijs en zorg en de taakstelling op de rijksbegroting (verminderen administratieve lasten). De Catshuisbezuinigingen op het OS gaan weliswaar niet door, maar het Lenteakkoord draait, in tegensteling tot de GroenLinksplannen, de eerdere bezuinigingen hierop van het kabinet niet terug: daarom geef ik een nulscore voor die maatregel.

Andere successen boekte GroenLinks op het terrein van de ‘vergroening’. Het gaat hier om de verhoging van belastingen op milieuvervuilende activiteiten of het afschaffen van subsidies en vrijstellingen op dit gebied (rode diesel, kolenbelasting, aardgasheffing). De BTW-verhoging met 2 procentpunt naar 21% valt hieronder - dit vermindert immers de consumptiedrang. In de GroenLinks-plannen was een BTW-verhoging met 1 procentpunt opgenomen; het oordeel is een beperkte overeenstemming tussen de GroenLinksplannen het Lenteakkoord (score 1). Al met al weet GroenLinks op dit dossier successen te boeken, al moet worden gezegd dat de GroenLinks-plannen op dit terrein veel ambitieuzer waren dan in het Lenteakkoord is afgesproken.

Een andere belangrijke maatregel, het versneld verhogen van de pensioenleeftijd, komt grotendeels overeen met de plannen van GroenLinks. Wel wilde GroenLinks de leeftijd nog sneller verhogen dan nu is afgesproken. Op dit dossier zien we dus een gemengd beeld, net als wat betreft de arbeidsmarkt en woningmarkt.

Verliespunten
Op het dossier loonmatiging zien we duidelijke verschillen tussen de plannen uit het Lenteakkoord en wat GroenLinks prefereert. Het lenteakkoord zet duidelijk in op loonmatiging, in het bijzonder voor ambtenaren, terwijl GroenLinks het besteedbaar inkomen juist wil vergroten door de inkomstenbelasting te verlagen. Van de door GroenLinks gewenste verhoging van de belastingen voor de hoogste inkomensgroepen komt wel iets terecht, maar veel minder dan GroenLinks zou willen. De zorgplannen van het Lenteakkoord (verhogen eigen risico en eigen bijdrages) stroken ook slecht met de door GroenLinks gewenste inkomensafhankelijke premies en inkomensafhankelijke eigen risico’s. Het voorgestelde onderzoek naar de salarissen van medisch specialisten is slechts een schrale troost.

Conclusie
In het Lenteakkoord is een aantal typische GroenLinks-maatregelen terug te vinden, maar een aantal (belangrijke) maatregelen verhoudt zich maar lastig tot het GroenLinks-programma. Met name wat betreft het terugdraaien van een aantal maatregelen van de gedoogcoalitie en de vergroening van het belastingstelsel zijn er successen te melden. Waar het gaat om loonmatiging en de gezondheidszorg heeft GroenLinks moeten inleveren. Ieders eindoordeel over het akkoord zal afhankelijk zijn van de weging van de verschillende maatregelen. De omvangrijkste maatregelen uit het Lenteakkoord, zoals de nullijn en de BTW-verhoging, zijn niet altijd de meest GroenLinkse. Daar staan kleinere, maar voor bepaalde groepen zeer ingrijpende, verbeteringen tegenover.

Het lijkt in ieder geval overdreven om het Lenteakkoord als GroenLinkser met gejubel te ontvangen. Een groot aantal maatregelen is heel mooi, maar hier staan ook pijnpunten tegenover. Hoewel een stap in de goede richting: het Lenteakkoord is niet het GroenLinksprogramma. Het zal voor GroenLinks een belangrijke uitdaging zijn om dat in de komende campagne duidelijk te maken.


Het door mij samengestelde overzicht van de Lenteakkoordmaatregelen, GroenLinksplannen en oordelen waarop deze analyse is gebaseerd, staat hier.


zaterdag, 28 april 2012

John Swelsen

John Swelsen

Hyves Linkedin Twitter Youtube

Het missen van de tijdgeest

Dat waren een hoop ontwikkelingen in een week. Nog geen week na het klappen van de Catshuis-besprekingen ligt er al een nieuw noodprogramma met een geheel andere kleur.

Zoals ik vorige week reeds heb betoogd was de PVV op een geheel andere toer en had men de campagne reeds ingezet. Van de SP was eveneens niet te verwachten dat men deze week de flank zou verlaten om verantwoordelijkheid te dragen. Maar dan blijft de PvdA de grote afwezige in het akkoord van het midden, zoals het door veel opinieleiders inmiddels wordt genoemd.

 

Vele bespiegelingen zijn er al geweest over de mogelijke (electorale) gevolgen. Ik wil nog eens teruggaan naar de reden waarom de pas gekozen partijleider Diederik Samsom de PvdA buitenspel heeft gehouden. Natuurlijk is Samsom uitgenodigd, zelfs meerdere malen door verschillende hoofdrolspelers. Hij probeert het frame uit te spelen dat hij is buitengesloten. Maar een potentiële Minister-President zorgt dat hij aan tafel zit.

Hier heeft de erfenis van de trieste zwanenzang van Job Cohen een belangrijke rol gespeeld. Toen Samsom aantrad heeft hij zich voorgenomen om kost wat kost te voorkomen dat hem hetzelfde zou overkomen. Het getreiter van Wilders, dat Cohen de grote gedoger was, de bedrijfspoedel van Rutte I, heeft begrijpelijk diepe wonden in de fractie van de PvdA geslagen. Dat is een verklaring voor zijn aarzelende maar ook halsstarrige houdingen afgelopen week.

Maar daarmee heeft Samsom de kanteling van de tijdgeest gemist. Zaterdagmiddag 21 april om half vijf was het tijdperk Wilders voorbij. Dat hadden Arie Slob, Alexander Pechtold en Jolande Sap wel door. Tevens was dit het moment om de aangeslagen boxer Rutte I het mes op de keel te zetten.

Dat is gebeurd, het akkoord is niet het verkiezingsprogramma van GroenLinks, maar hiermee is wel die weg ingeslagen. De PvdA zou er goed aan doen om constructief met de gelegenheidscoalitie mee te denken en praktische verbetervoorstellen te doen. De zure reacties die ik echter her en der in de media hoor beloven niet veel goeds, dat is meer SP-light.

Het missen van de tijdgeest is a post from John Swelsen.

vrijdag, 27 april 2012

BAM akkoord

In algemeen, bam, bezuinigen, tweede kamer, activiteiten, akkoord, begroting, beperking, beslissingen, en meer.

Ik moet zeggen, ik was erg skeptisch toen ik hoorde dat GroenLinks mee ging onderhandelen over de komende begroting. Zal het wel lukken om de GroenLinkse voorstellen voldoende duidelijk in het akkoord te krijgen? Hoe hard zijn “we” nodig voor een meerderheid? Gaan inderdaad onze principes voor de macht, en zo ja, durf je dan ook nee te zeggen? En als je toch uiteindelijk niet meedoet, wat zijn dan de gevolgen?

Het kon uiteindelijk allemaal haast niet beter lopen. Een akkoord met natuurlijk wat pijnpunten, maar met het terugdraaien van bezuinigingen op passend onderwijs, persoonsgebonden budgetten en natuur en extra inkomsten uit hogere inkomens en milieuvervuilende activiteiten is hier een grote slag geslagen. En eindelijk eens een grote beperking van de hypotheekrenteaftrek.

Er ligt een akkoord dat ik wel durf te verdedigen bij de verkiezingskramen de komende tijd. Dat ook past bij hoe we lokaal als GroenLinks onze coalitieverantwoordelijkheid dragen: soms moet je harde beslissingen nemen, maar je zorgt er waar mogelijk voor dat de pijn wordt verzacht en belangrijke zaken op groen en sociaal gebied worden ontzien. Zodat niet de slachtoffers maar de veroorzakers van de crisis de dupe worden.

Lang was het verwijt van kiezers dat GroenLinks haar verantwoordelijkheid niet nam. Nu is dat gebeurd en dat op een herkenbare groene en linkse manier. Dat de PvdA en SP langs de zijlijn blijven staan is jammer – dit was dé kans om invloed uit te oefenen als sociale partijen. Hopelijk zien de kiezers dat ook en wordt GroenLinks voor haar durf en voor het bereikte beloond.

maandag, 23 april 2012

Ruard Ganzevoort

Ruard Ganzevoort

Twitter

Wat ik zou zeggen in het geschrapte debat over cultuurbeleid

In eerste kamer, politiek, belangrijk, beleid, bezig, bezuinigingen, cijfers, communicatie, creativiteit, en meer.

(door de val van het kabinet gaat op 24.04 het debat over cultuurbeleid niet door in de Eerste Kamer. Dit was mijn inbreng voor dat debat:)

Voorzitter, het lijkt niet zo heel erg nuttig om vandaag met elkaar te spreken over de principiële kanten van het cultuurbeleid. Niet alleen lijken er belangrijker onderwerpen te bestaan, maar het handelingsperspectief van deze staatssecretaris is het afgelopen weekeinde een heel stuk korter geworden. Heeft het dan zin om in deze Kamer te debatteren over fundamentele visies? Waar moet het heen met kunst en cultuur in ons land en komen we daar wel met het nu ingezette beleid en de draconische bezuinigingen? Wezenlijke vragen, maar met een vleugellamme staatssecretaris schiet dat niet op.

Als we er dan toch over spreken, dan moet het maar in het licht van de toekomst. Waar gaan we naartoe ná het tijdperk Zijlstra? Wat staat er als stip op de horizon en wat moeten we vandaag doen of nalaten om te voorkomen dat we heel ergens anders uitkomen? Welke bijsturing kan niet wachten op een nieuw kabinet? Natuurlijk raakt dat aan de bezuinigingen, maar tegelijk is die financiële discussie enkel het sluitstuk. Het begint ergens anders.

De eerste wezenlijke vraag bij cultuurbeleid betreft het doel. Waar is cultuur eigenlijk goed voor en wat is er nodig om dat te stimuleren? In de beleidsnota Meer dan kwaliteit lezen we dan: “Cultuur staat zowel voor binding, identiteit en traditie als voor dynamiek, creativiteit en vernieuwing.” En verder gaat het in de nota dan de hele tijd over hoe dat georganiseerd moet worden. Het gaat dan ook binnen de kortste keren over het economische rendement. En zo wordt over cultuureducatie gezegd: “De spontaniteit en verbeelding die cultuur losmaakt, zijn in onze tijd niet alleen gevraagd, maar vaak ook vereist: ’A firm needs more than an efficient manufacturing process, cost-control and a good technological base to remain competitive’.” Dat is natuurlijk zo, maar wie heeft er in hemelsnaam bedacht dat we een bedrijfskundige redenering nodig hebben om cultuureducatie te verantwoorden?

Het valt dan ook op dat de hele beleidsnota draait om ‘meer dan kwaliteit’, maar dat die kwaliteit zelf nergens ter sprake komt of beschreven wordt. Die wordt kennelijk als vanzelfsprekend beschouwd en vervolgens draait het hele beleid om andere zaken: meer publiek aantrekken, meer eigen geld verdienen, participatie en educatie, erfgoedbeheer, en regionale spreiding. Ik wil er wel bij zeggen dat ik die doelen allemaal niet verkeerd vind, maar de onderliggende vraag naar kwaliteit wordt angstvallig vermeden.

Misschien heeft dat ermee te maken dat de staatssecretaris vanuit zijn eigen opleiding kwaliteit vooral benadert in marketingtermen. Kwaliteit is dan voldoen aan de verwachtingen van de klant. Er is echter ook een andere definitie, die veel meer het hart raakt: kwaliteit is de mate waarin de intrinsieke eigenschappen van een goed tot uitdrukking worden gebracht. Bij de intrinsieke eigenschappen van kunst horen in elk geval zaken als schoonheidsbeleving, het vermogen om mensen in beweging te brengen, te ontroeren, te verrassen, aan het denken te zetten, enzovoorts. Hoe meer dit gebeurt, des te gelaagder en geslaagder de kunst. En als we het over het bredere veld van cultuur hebben, dan horen bij de intrinsieke eigenschappen in elk geval het construeren, communiceren en innoveren van traditie en identiteit. Of het nu gaat om hoge cultuur, volkscultuur of populaire cultuur, kwaliteit heeft direct te maken met dergelijke intrinsieke eigenschappen en ik vraag de staatssecretaris waarom hij daar geen woord aan wijdt. Zonder een dergelijk principieel ankerpunt is het namelijk onmogelijk vast te stellen of de andere doelen die hij met zijn beleid nastreeft, sporen met deze kwaliteit.

Hier ligt dus ook een belangrijke vraag bij de samenhang van de beleidsdoelen. Wat doet de staatssecretaris als kwaliteit, het bereiken van het publiek, regionale spreiding, internationaal bereik en het aantrekken van externe financiering niet samenvallen? Hoe weegt hij dan de verschillende aspecten? Gaat dan de regionale spreiding voor kwaliteit of andersom? Ik zou hier graag nader toelichting over horen. Ik vind het namelijk van groot belang dat zo veel mogelijk mensen toegang hebben tot kunst en cultuur, maar ook dat er ruimte is voor het kleine en bijzondere.

Het grote risico van de benadering van de staatssecretaris is een instrumentalisering van kunst en cultuur. Zo krijgt de creatieve industrie een speciale plaats omdat het bijdraagt aan de economische topsectoren, is cultuureducatie goed om kinderen voor te bereiden op het bedrijfsleven en de internationale wereld, en is culturele internationalisering behulpzaam bij de buitenlandse betrekkingen en “het Nederlands economisch belang, door verbanden tussen cultuur, handel en economie te benadrukken.” En zo gaat het door. De beleidsnota begint met een paragraaf over markt en overheid, Cultuur in beeld rekent ons precies voor wat het kost en opbrengt, enzovoorts. Tamelijk obligaat staat het er dan in een tussenzin: “Vanzelfsprekend laat de waarde van cultuur zich niet alleen in cijfers uitdrukken.” Maar dat is te weinig. Als cultuur nuttig moet zijn voor iets anders, dan ondermijnt dat rechtstreeks de eigen ruimte die kunst en cultuur moeten hebben. Dat bedenk ik niet alleen; ook de Telderstichting schrijft in haar recente advies: “Leg in de legitimering van cultuursubsidies niet te veel nadruk op de instrumentele waarde van cultuur, maar rechtvaardig de rol van de overheid vanuit de intrinsieke waarde van kunst en cultuur.” Ik vraag de staatssecretaris hoe hij denkt over dit advies van zijn partijgenoten. En als hij toch bezig is, ben ik ook benieuwd naar zijn visie op de inbreng van zijn partijgenoot De Liefde in het debat aan de overzijde die suggereerde dat van de zeven leden van cultuursubsidiecommissies drie zich zouden moeten buigen over artistieke kwaliteit en de andere vier over communicatie, marketing, ondernemerschap en financiën. Is de staatssecretaris het met mij eens dat daarmee cultuur ondergeschikt wordt gemaakt aan commercie.

Voorzitter, ik kom daarmee aan een tweede punt. De beleidsnota Meer dan kwaliteit zet in met de vraag naar de verhouding tussen markt en overheid. We hebben het dan over de verantwoordelijkheidstoedeling in het stelsel. Wie is verantwoordelijk voor welk deel? Geconstateerd wordt dat een belangrijk deel van de 18 miljard omzet in de cultuursector op de vrije markt wordt gerealiseerd. Ongeveer een zesde daarvan is afhankelijk van overheidssubsidies. Het lijkt dan alsof het terugbrengen van die overheidssubsidie op het totaal niet zoveel uitmaakt, maar dat is natuurlijk niet zo. Klopt mijn beeld, zo vraag ik de staatssecretaris, dat bij het marktdeel van de cultuursector ook allerlei commercieel sterke onderdelen zitten? Klopt het dat bij de gemeenten vooral ook breedtecultuur en de bijbehorende huisvestingskosten een groot beslag leggen? En klopt het dat de Rijksoverheid juist verantwoordelijk is voor specifieke onderdelen die de markt en de lagere overheden niet dekken? Kortom: zou de staatssecretaris eens wat inhoudelijker zichtbaar kunnen maken wat de markt wel en niet gefinancierd en georganiseerd krijgt en hoe de verschillende overheden hun verantwoordelijkheid oppakken? Dan wordt namelijk ook zichtbaar hoe groot de werkelijke effecten van de bezuinigingen en andere maatregelen zijn.

De regering lijkt van mening dat haar eigen verantwoordelijkheid nog wel wat kleiner kan. Zij subsidieert nu ongeveer 5,5 % van de cultuursector, maar daar kan nog een heel procentpunt af. De sponsors, fondsen en mecenassen staan immers in de rij om het over te nemen. Maar helaas, zo simpel ligt het niet. Er is inderdaad op dit punt veel in ontwikkeling, maar de staatssecretaris rekent zich voorlopig alleen maar rijk. De Amerikaanse situatie die hij als voorbeeld lijkt te hebben, staat in veel opzichten ver af van de onze en dat verandert niet zomaar als hij de geldkraan dichtdraait. Het is opvallend dat het grote voorbeeld van het cultuurmecenaat, de VandenEnde Foundation, nogal kritisch is op dit Amerikaanse voorbeeld, bijvoorbeeld bij het jaarverslag 2010. De continuïteit van de cultuurfinanciering staat sterk onder druk van teruglopende giften; de grote financiers neigen ertoe de elitaire kunst te stimuleren terwijl juist de emancipatoire kunst van niches, avantgarde en minderheidsgroepen snel in het gedrang komt, en de nadruk op projectfinanciering leidt tot kortetermijndenken en niet tot opbouw van de sector. Ik concludeer dat het beleid van de staatssecretaris precies onder deze kritiek valt: teruglopende financiering, nadruk op elitaire topcultuur en projectfinanciering. Hoe ziet de staatssecretaris dit? Denkt hij echt dat – midden in een economische crisis – de gaten die hij slaat, worden opgevuld door mecenaat en sponsoring? En heeft hij daar meer argumenten voor dan zijn neoliberale marktnaïviteit?

Ten slotte nog een principieel punt. De beleidsnota stelt als uitgangspunt: “Culturele instellingen moeten minder afhankelijk worden van de overheid en daardoor flexibeler en krachtiger worden. Daarom bezuinigt het kabinet op cultuur.” Dat is natuurlijk een gotspe. Dit – zo goed als voorbije – kabinet bezuinigt op cultuur uit economische motieven en populistische rancune. Maar dan nog. Dergelijke zinnen verraden een gevaarlijke visie op de overheid. Ze suggereren dat de overheid een noodzakelijk kwaad is en dat subsidie alleen maar verlamt. Is niet, zo vraag ik de staatssecretaris, de overheid de belichaming van het collectief van de samenleving? En zijn niet subsidies een belangrijke manier om publieke goederen en collectieve waarden te ondersteunen? Is het daarom niet essentieel om het levend houden van cultuur en traditie ook op collectief niveau te borgen? Ik roep de staatssecretaris op om niet langer mee te werken aan het ondermijnen van de overheid die namens ons allen zorg draagt voor het in stand houden van een samenleving waarin kunst en cultuur gedijen en ons allen ten goede komen.

Voorzitter, ik sluit af. Volgens Plato zijn er drie kernwaarden die een rol zouden moeten spelen in onze afwegingen: het ware, het goede en het schone. Dit kabinet lijkt een vierde te hebben toegevoegd: het goedkope. Ik vrees dat dat ons allen duur komt te staan.


Ruard Ganzevoort

Ruard Ganzevoort

Twitter

Wat ik zou zeggen in het geschrapte debat over cultuurbeleid

In eerste kamer, politiek, belangrijk, beleid, bezig, bezuinigingen, cijfers, communicatie, crisis, en meer.

(door de val van het kabinet gaat op 24.04 het debat over cultuurbeleid niet door in de Eerste Kamer. Dit was mijn inbreng voor dat debat:)

Voorzitter, het lijkt niet zo heel erg nuttig om vandaag met elkaar te spreken over de principiële kanten van het cultuurbeleid. Niet alleen lijken er belangrijker onderwerpen te bestaan, maar het handelingsperspectief van deze staatssecretaris is het afgelopen weekeinde een heel stuk korter geworden. Heeft het dan zin om in deze Kamer te debatteren over fundamentele visies? Waar moet het heen met kunst en cultuur in ons land en komen we daar wel met het nu ingezette beleid en de draconische bezuinigingen? Wezenlijke vragen, maar met een vleugellamme staatssecretaris schiet dat niet op.

Als we er dan toch over spreken, dan moet het maar in het licht van de toekomst. Waar gaan we naartoe ná het tijdperk Zijlstra? Wat staat er als stip op de horizon en wat moeten we vandaag doen of nalaten om te voorkomen dat we heel ergens anders uitkomen? Welke bijsturing kan niet wachten op een nieuw kabinet? Natuurlijk raakt dat aan de bezuinigingen, maar tegelijk is die financiële discussie enkel het sluitstuk. Het begint ergens anders.

De eerste wezenlijke vraag bij cultuurbeleid betreft het doel. Waar is cultuur eigenlijk goed voor en wat is er nodig om dat te stimuleren? In de beleidsnota Meer dan kwaliteit lezen we dan: “Cultuur staat zowel voor binding, identiteit en traditie als voor dynamiek, creativiteit en vernieuwing.” En verder gaat het in de nota dan de hele tijd over hoe dat georganiseerd moet worden. Het gaat dan ook binnen de kortste keren over het economische rendement. En zo wordt over cultuureducatie gezegd: “De spontaniteit en verbeelding die cultuur losmaakt, zijn in onze tijd niet alleen gevraagd, maar vaak ook vereist: ’A firm needs more than an efficient manufacturing process, cost-control and a good technological base to remain competitive’.” Dat is natuurlijk zo, maar wie heeft er in hemelsnaam bedacht dat we een bedrijfskundige redenering nodig hebben om cultuureducatie te verantwoorden?

Het valt dan ook op dat de hele beleidsnota draait om ‘meer dan kwaliteit’, maar dat die kwaliteit zelf nergens ter sprake komt of beschreven wordt. Die wordt kennelijk als vanzelfsprekend beschouwd en vervolgens draait het hele beleid om andere zaken: meer publiek aantrekken, meer eigen geld verdienen, participatie en educatie, erfgoedbeheer, en regionale spreiding. Ik wil er wel bij zeggen dat ik die doelen allemaal niet verkeerd vind, maar de onderliggende vraag naar kwaliteit wordt angstvallig vermeden.

Misschien heeft dat ermee te maken dat de staatssecretaris vanuit zijn eigen opleiding kwaliteit vooral benadert in marketingtermen. Kwaliteit is dan voldoen aan de verwachtingen van de klant. Er is echter ook een andere definitie, die veel meer het hart raakt: kwaliteit is de mate waarin de intrinsieke eigenschappen van een goed tot uitdrukking worden gebracht. Bij de intrinsieke eigenschappen van kunst horen in elk geval zaken als schoonheidsbeleving, het vermogen om mensen in beweging te brengen, te ontroeren, te verrassen, aan het denken te zetten, enzovoorts. Hoe meer dit gebeurt, des te gelaagder en geslaagder de kunst. En als we het over het bredere veld van cultuur hebben, dan horen bij de intrinsieke eigenschappen in elk geval het construeren, communiceren en innoveren van traditie en identiteit. Of het nu gaat om hoge cultuur, volkscultuur of populaire cultuur, kwaliteit heeft direct te maken met dergelijke intrinsieke eigenschappen en ik vraag de staatssecretaris waarom hij daar geen woord aan wijdt. Zonder een dergelijk principieel ankerpunt is het namelijk onmogelijk vast te stellen of de andere doelen die hij met zijn beleid nastreeft, sporen met deze kwaliteit.

Hier ligt dus ook een belangrijke vraag bij de samenhang van de beleidsdoelen. Wat doet de staatssecretaris als kwaliteit, het bereiken van het publiek, regionale spreiding, internationaal bereik en het aantrekken van externe financiering niet samenvallen? Hoe weegt hij dan de verschillende aspecten? Gaat dan de regionale spreiding voor kwaliteit of andersom? Ik zou hier graag nader toelichting over horen. Ik vind het namelijk van groot belang dat zo veel mogelijk mensen toegang hebben tot kunst en cultuur, maar ook dat er ruimte is voor het kleine en bijzondere.

Het grote risico van de benadering van de staatssecretaris is een instrumentalisering van kunst en cultuur. Zo krijgt de creatieve industrie een speciale plaats omdat het bijdraagt aan de economische topsectoren, is cultuureducatie goed om kinderen voor te bereiden op het bedrijfsleven en de internationale wereld, en is culturele internationalisering behulpzaam bij de buitenlandse betrekkingen en “het Nederlands economisch belang, door verbanden tussen cultuur, handel en economie te benadrukken.” En zo gaat het door. De beleidsnota begint met een paragraaf over markt en overheid, Cultuur in beeld rekent ons precies voor wat het kost en opbrengt, enzovoorts. Tamelijk obligaat staat het er dan in een tussenzin: “Vanzelfsprekend laat de waarde van cultuur zich niet alleen in cijfers uitdrukken.” Maar dat is te weinig. Als cultuur nuttig moet zijn voor iets anders, dan ondermijnt dat rechtstreeks de eigen ruimte die kunst en cultuur moeten hebben. Dat bedenk ik niet alleen; ook de Telderstichting schrijft in haar recente advies: “Leg in de legitimering van cultuursubsidies niet te veel nadruk op de instrumentele waarde van cultuur, maar rechtvaardig de rol van de overheid vanuit de intrinsieke waarde van kunst en cultuur.” Ik vraag de staatssecretaris hoe hij denkt over dit advies van zijn partijgenoten. En als hij toch bezig is, ben ik ook benieuwd naar zijn visie op de inbreng van zijn partijgenoot De Liefde in het debat aan de overzijde die suggereerde dat van de zeven leden van cultuursubsidiecommissies drie zich zouden moeten buigen over artistieke kwaliteit en de andere vier over communicatie, marketing, ondernemerschap en financiën. Is de staatssecretaris het met mij eens dat daarmee cultuur ondergeschikt wordt gemaakt aan commercie.

Voorzitter, ik kom daarmee aan een tweede punt. De beleidsnota Meer dan kwaliteit zet in met de vraag naar de verhouding tussen markt en overheid. We hebben het dan over de verantwoordelijkheidstoedeling in het stelsel. Wie is verantwoordelijk voor welk deel? Geconstateerd wordt dat een belangrijk deel van de 18 miljard omzet in de cultuursector op de vrije markt wordt gerealiseerd. Ongeveer een zesde daarvan is afhankelijk van overheidssubsidies. Het lijkt dan alsof het terugbrengen van die overheidssubsidie op het totaal niet zoveel uitmaakt, maar dat is natuurlijk niet zo. Klopt mijn beeld, zo vraag ik de staatssecretaris, dat bij het marktdeel van de cultuursector ook allerlei commercieel sterke onderdelen zitten? Klopt het dat bij de gemeenten vooral ook breedtecultuur en de bijbehorende huisvestingskosten een groot beslag leggen? En klopt het dat de Rijksoverheid juist verantwoordelijk is voor specifieke onderdelen die de markt en de lagere overheden niet dekken? Kortom: zou de staatssecretaris eens wat inhoudelijker zichtbaar kunnen maken wat de markt wel en niet gefinancierd en georganiseerd krijgt en hoe de verschillende overheden hun verantwoordelijkheid oppakken? Dan wordt namelijk ook zichtbaar hoe groot de werkelijke effecten van de bezuinigingen en andere maatregelen zijn.

De regering lijkt van mening dat haar eigen verantwoordelijkheid nog wel wat kleiner kan. Zij subsidieert nu ongeveer 5,5 % van de cultuursector, maar daar kan nog een heel procentpunt af. De sponsors, fondsen en mecenassen staan immers in de rij om het over te nemen. Maar helaas, zo simpel ligt het niet. Er is inderdaad op dit punt veel in ontwikkeling, maar de staatssecretaris rekent zich voorlopig alleen maar rijk. De Amerikaanse situatie die hij als voorbeeld lijkt te hebben, staat in veel opzichten ver af van de onze en dat verandert niet zomaar als hij de geldkraan dichtdraait. Het is opvallend dat het grote voorbeeld van het cultuurmecenaat, de VandenEnde Foundation, nogal kritisch is op dit Amerikaanse voorbeeld, bijvoorbeeld bij het jaarverslag 2010. De continuïteit van de cultuurfinanciering staat sterk onder druk van teruglopende giften; de grote financiers neigen ertoe de elitaire kunst te stimuleren terwijl juist de emancipatoire kunst van niches, avantgarde en minderheidsgroepen snel in het gedrang komt, en de nadruk op projectfinanciering leidt tot kortetermijndenken en niet tot opbouw van de sector. Ik concludeer dat het beleid van de staatssecretaris precies onder deze kritiek valt: teruglopende financiering, nadruk op elitaire topcultuur en projectfinanciering. Hoe ziet de staatssecretaris dit? Denkt hij echt dat – midden in een economische crisis – de gaten die hij slaat, worden opgevuld door mecenaat en sponsoring? En heeft hij daar meer argumenten voor dan zijn neoliberale marktnaïviteit?

Ten slotte nog een principieel punt. De beleidsnota stelt als uitgangspunt: “Culturele instellingen moeten minder afhankelijk worden van de overheid en daardoor flexibeler en krachtiger worden. Daarom bezuinigt het kabinet op cultuur.” Dat is natuurlijk een gotspe. Dit – zo goed als voorbije – kabinet bezuinigt op cultuur uit economische motieven en populistische rancune. Maar dan nog. Dergelijke zinnen verraden een gevaarlijke visie op de overheid. Ze suggereren dat de overheid een noodzakelijk kwaad is en dat subsidie alleen maar verlamt. Is niet, zo vraag ik de staatssecretaris, de overheid de belichaming van het collectief van de samenleving? En zijn niet subsidies een belangrijke manier om publieke goederen en collectieve waarden te ondersteunen? Is het daarom niet essentieel om het levend houden van cultuur en traditie ook op collectief niveau te borgen? Ik roep de staatssecretaris op om niet langer mee te werken aan het ondermijnen van de overheid die namens ons allen zorg draagt voor het in stand houden van een samenleving waarin kunst en cultuur gedijen en ons allen ten goede komen.

Voorzitter, ik sluit af. Volgens Plato zijn er drie kernwaarden die een rol zouden moeten spelen in onze afwegingen: het ware, het goede en het schone. Dit kabinet lijkt een vierde te hebben toegevoegd: het goedkope. Ik vrees dat dat ons allen duur komt te staan.


zondag, 22 april 2012

Simon Otjes

Simon Otjes

Last.fm Twitter

Pragmatisme versus idealisme

In d66, groenlinks, politiek, ppr, psp, pvda, sp, abortus, amsterdam, en meer.

Ideeënpartijen op zoek naar macht. Is dat een paradox? Zijn idealisme en pragmatisme onverenigbaar? Is dat altijd schipperen tussen twee uitersten? Dit is een permanent debat in GroenLinks. In de provincie Utrecht bijvoorbeeld, GroenLinks zit in het college met ChristenUnie, D66, VVD en CDA. Kan zij vanuit dit college haar linkse programma realiseren? Of moet ze teveel compromissen maken juist op groene onderwerpen als mega-stallen, natuur en verkeer?

Idealen, ambten en stemmen

We kunnen de doelen van politieke partijen bekijken vanuit het perspectief van de Noorse politicoloog Strøm. Hij maakt een onderscheid tussen idealen (policy), ambten (office) en stemmen (votes). Grofweg kan een partij ernaar streven haar programma in de praktijk te brengen. Zulk idealisme maakt het lastig om compromissen te sluiten. Ze kan een baantjesmachine worden. Om minister te worden zul je wat in moeten leveren aan de andere partijen. Partijen kunnen zich ook richten op het vergaren van zoveel mogelijk stemmen. Dit kan vervallen tot het napraten van de kiezer en electoraal opportunisme.

Deze drie doelen hangen samen: een partij heeft bepaalde idealen. Die vertaalt ze naar beloften aan de kiezer. Vanwege die beloften zal een kiezer op de partij stemmen. Alleen als je genoeg stemmen hebt verzameld kan je mee doen met de formatie van een kabinet. En in de regering kan je je idealen in de praktijk brengen.

Getuigenispolitiek

Idealistische politiek zit GroenLinks in de genen. De PSP, een van de vier oprichters van GroenLinks bedreef links-socialistische getuigenispolitiek. Zij wilde geen compromissen sluiten. Zelfs het kabinet Den Uyl, het linkste kabinet uit de Nederlandse geschiedenis was voor de PSP een soort burgemeester in oorlogstijd, die compromissen moest sluiten met de kapitalisten in het parlement, op het beursplein en in Washington. Met deze houding plaatste de PSP zich in de woorden van PPR-politicus De Gaay-Fortman, radicaal buiten spel.

We kennen deze politieke stijl nog steeds: bijvoorbeeld in de PvdD. Die partij hoopt door haar verhaal van duurzaamheid en compassie uit te dragen in de Tweede Kamer de bestaande partijen herinneren aan de goede voornemens in haar verkiezingsprogramma’s. Zelf wil de PvdD geen verantwoordelijkheid dragen. Maar misschien is het meest klassieke voorbeeld van een getuigenispartij nog wel de SGP, dat is voor 2010. In de ruim negentig jaar dat de SGP in de Tweede Kamer zit heeft ze weinig anders gedaan het getuigen van haar orthodox-Gereformeerde verhaal in een langszaam seculariserend land. Maar zelfs deze partij wil nu wel compromissen sluiten met Rutte: steunen wij jullie bezuinigingen, doen jullie niets aan homo-rechten, vrouwenrechten en het zelfgekozen levenseinde.

Populisme

Populisme wordt vaak gelijkgesteld aan het nastreven van zoveel mogelijk steun van de kiezers. En hier zit ook wel een kern van waarheid in. Voor de populisten heeft het volk altijd gelijk. En dat betekent dat Wilders zijn radicaal-rechtse economische programma liet varen toen bleek dat het volk wilde dat de verzorgingsstaat behouden werd. Wilders werd in een nacht van een marktliberale hervormer de kampioen van de verzorgingsstaat. Ook de SP heeft een zekere flexibiliteit getoond, als knieval voor de kiezer: ze schrapte het voorstel om de monarchie af te schaffen uit haar programma, omdat de kiezer van het koningshuis houdt.

Verantwoordelijkheid nemen

De belangrijkste politieke ambten zijn in Nederland te vinden in het kabinet. Partijen nemen daar deel aan de macht. Ze nemen verantwoordelijkheid. Hiervoor moet je in Nederland, consensusland, coalities sluiten met andere partijen: uitruilen, compromissen vinden. Om aan de macht te komen moet een partij dus soms haar stokpaardjes laten varen. De ChristenUnie komt voort uit de orthodox-Christelijke traditie in Nederland. Dit was een partij die zich altijd verzette tegen abortus, euthanasie en het homohuwelijk. Het Paarse kabinet had dit allemaal in wetten had vastgelegd. In 2003 merkte de ChristenUnie dat het met zo’n programma lastig was om aan de macht te komen. Onder haar eigen kiezers waren deze thema’s uitermate belangrijk. In 2006 verlegde de partij de nadruk van abortus en euthanasie naar jeugd en gezin. Dit sloot veel beter aan bij de programma’s van de centrumpartijen.  In 2007 werd Rouvoet vice-premier.

Conflicten tussen doelen

Deze drie doelen staan soms met elkaar op gespannen voet: in de regering is het niet altijd mogelijk om je programma te realiseren. Neem GroenLinks Leiden. Sinds 1986 had GroenLinks zonder onderbreking in het Leidse college gezeten. Ze had heel wat bereikt, maar ook heel wat moeten slikken met name van de VVD, zoals de bebouwing van de laatste groene polder van Leiden. De aanleg van de zoveelste parkeergarage was de druppel die de emmer deed overlopen. Uiteindelijk besloot GroenLinks dat zij beter in de oppositie kon zitten.

Progressief-linkse politici geloven volgens mij in hun hart allemaal in de multiculturele samenleving, Europese samenwerking en ontwikkelingshulp. Alleen sinds Fortuyn is het lastig omdat uit te dragen. In 2000 stond GroenLinks nog op 15 zetels in de peilingen. Toen kwam Fortuyn op. Vanuit het hart ging GroenLinks vol tegen dit anti-immigratiegeluid in. GroenLinks hield tien zetels over in 2002 en ging -electoraal gezien- een lastig decennium in. De PvdA maakte ook een harde smak in 2002. Onder Bos koos de PvdA voor een populistischere lijn. Harder op integratie, Euroskeptischer. Het signaal van de kiezer was begrepen.

Regeren kan ook gevaarlijk zijn voor steun onder de kiezers. Iedere keer dat D66 regeerde heeft ze een electorale crisis doorgemaakt van existentiële grootte. In 1974 hield D66 twee eigen zetels over in alle provinciale staten van Nederland. Ze had drie bewindspersonen in het kabinet Den Uyl. In 1982 hield D66 6 zetels over nadat ze minder dan twee jaar had geregeerd in het twee kabinet Van Agt. In 1994 had 24 zetels. Na vier jaar Paars was dat 14. Na nog vier jaar Paars was dat 7. D66 zette door: ze regeerde ook in het tweede kabinet-Balkenende: drie zetels bleven over in 2006. Sindsdien zeggen ze bij D66: ‘Regeren is halveren.’

Hand in hand

Maar idealen en ambten kunnen ook samengaan. De SDAP was de principiële vooroorlogse voorganger van de PvdA. Op lokaal niveau leerde ze dat ze heel wat kon bereiken. Drees in Den Haag en Wibaut in Amsterdam. Ze maakte de leefomstandigheden van veel mensen beter door sloppewijken opruimen en grote werkgelegenheidsprojecten te beginnen. In die lijn van wethouderssocialisme staat ook Andrée van Es. Als jonge vrouw zat zij in de Tweede Kamer voor de PSP. Ze kreeg welgeteld één motie aangenomen.  Als wethouder van Amsterdam kan ze dagelijks het verschil maken voor Islamitische meisjes en voor illegalen. Het blijft niet alleen bij mooie woorden. In Amsterdam maakt GroenLinks het waar.

En verantwoordelijkheid dragen hoeft niet electoraal desastreus te zijn. De Duitse Groenen wonnen onder Joschka Fischer verkiezingen. Deze minister van Buitenlandse Zaken maakte van de kleine nichepartij een brede partij door te laten zien dat ze verantwoordelijkheid aan konden. In Nederland kennen we het fenomeen premiersbonus: het beste voorbeeld komt uit 1977. Na de val van het vechtkabinet Den Uyl won de PvdA tien zetels met de leus: ‘kies de minister-president.’ De VVD doet het nu zo goed in de peilingen omdat ze met Mark Rutte een herkenbaar boegbeeld hebben. Een politicus die ook in lastige tijden verantwoordelijkheid wil nemen voor de boekhouding.

Idealistische politiek hoeft ook niet in de marges van politiek te blijven. De Renaissance van de Duitse Groenen die we nu zien, komt omdat kiezers de Duitse groenen herkennen als de milieupartij van Duitsland. Haar anti-kernenergieactivisme was na Fukushima een aantrekkelijke eigenschap. De Duitse groenen zijn consistent in hun groene oriëntatie, of het nu electoraal goed ligt of niet: in 1990 vielen de Groenen uit het parlement met de leus iedereen praat over hereniging, wij praten over dat weer.

Maar ook dichterbij zijn er voorbeelden van electoraal succesvolle idealistische politici. Ik denk dan bijvoorbeeld van Paul Smeulders in Brabant. Het verhaal over een diervriendelijke landbouw zit hem diep. Hij voerde in Brabant fel campagne tegen de mega-stallen voor de gezonde landbouw. Hij won -tegen de electorale wind van GroenLinks in- een extra zetel in de staten.

Compromissen sluiten een coalitieland

Natuurlijk moet een regeringspartij compromissen sluiten in een coalitieland. Alleen dan kan je je eigen idealen ook echt realiseren. Je moet goed kiezen op welke onderwerpen je je rug recht houdt en op welke onderwerpen je buigt. Je moet de onderwerpen die voor je eigen kiezers en leden belangrijk zijn niet zo maar opgeven. Als je als groene partij ervoor kiest om de laatste groene polder te bouwen, een de bouw van kolencentrale tolereert, megastallen laat aanleggen, bij milieuschandalen blijft zitten, dan moet je niet verbaasd op kijken als er bij de verkiezingen minder kiezers komen opdagen en ook je vrijwilligers thuis blijven.

Simon Otjes

Simon Otjes

Last.fm Twitter

Kabinet valt over de spanning tussen conservatief en rechts.

In cda, economie, minderheidskabinet, politiek, pvv, vvd, aow, betalen, bezuinigen, en meer.

‘Kabinetten vallen niet op inhoud’, is een politicologische regel. Geldt dit ook voor dit kabinet?

Les 1 in de politiek is: ‘kabinetten vallen niet over inhoud’. Het kabinet Balkenende IV viel omdat de PvdA bang was de gemeenteraadsverkiezingen te verliezen, vanwege haar gebrek aan ruggengraat. Het kabinet Balkenende II viel omdat D66 zich wilde afzetten tegen minister Verdonk. Het kabinet Balkenende I viel omdat CDA en VVD niet meer tegen de chaos in de LPF konden. Moet ik doorgaan?
Persoonlijke verhoudingen tussen de coalitiepartners en in het kabinet en de electorale strategie van de deelnemende partijen zijn veel belangrijker dan de inhoud. Je kan op inhoud vrijwel alles regelen als de verhoudingen maar goed zijn. Inleveren op inhoud wordt echt lastig als partijen zich zorgen maken over de komende verkiezingen.

Maar waarom is dit kabinet dan gevallen? Aan de verhouding kan het niet gelegen hebben. De heren stonden nogal glunderend elkaars vingers af te likken op allerlei foto’s. Ja, de weigerachtige houding van Wilders zullen de gesprekken niet gemakkelijk gemaakt hebben. Maar zoveel wantrouwen als tussen Balkenende en Bos kan er niet geweest zijn.
Wat is dan wel de verklaring voor de val van dit kabinet? Ik denk dat de kern van het probleem niet zit in de coalitie maar in één van de deelnemende partijen. Voor de VVD was dit de best mogelijke coalitie. Zij zijn de middelste partij in het kabinet. Ze kunnen min-of-meer integraal hun programma uitvoeren. Ze leveren de premier die door veel mensen wordt gezien als competent en sympathiek.
Het CDA gaat al een tijdje een electorale neergang door. De partij weet niet precies meer wat ze wil: een rechtse hervormingspartij? een sociaal-conservatieve partij? Links? Rechts? Progressief? Conservatief? Een paar jaar meeregeren had de partij de kans gegeven om daar beter uit te komen. Nu gaan de nog leiderloze Christen-democraten stuurloos de verkiezingen in. Ja, de eerste stappen (‘het radicale midden’) hadden het lastig gemaakt voor het CDA om door te gaan in deze coalitie. Daarom is er in Limburg ook gebroken. Maar op landelijk niveau zitten de Christen-democraten echt niet te wachten op verkiezingen.

Blijft er één partij over: de PVV. Een groot gedeelte van de spanning in deze tussenformatie zit in de PVV zelf. De PVV is in de kern een populistische partij, die leeft van anti-elitegevoelens,. Maar nu is ze dichtbij het minderheidskabinet betrokken. Een anti-establishment partij die verantwoordelijkheid draagt. Sommige partijen lukt het: Berlusconi wist zich tot in zijn laatste dagen zelfs als premier te verzetten tegen de linkse elite, die volgens hem met name in de rechterlijke macht geconcenteerd was. Maar andere partijen gaan ten onder aan die tegenstelling: denk aan de Vrijheidspartij in Oosterrijk (FPÖ) of de LPF.
Met één voet op de straat en met één voet in de Trêveszaal werd  hetvoor Wilders steeds lastiger. Wilders had een simpele scheiding gemaakt. Meebuigen op economische onderwerpen, en een keiharde, zelfs oppositionele houding op Europa en immigratie. Maar vanwege de Europese begrotingscrisis zijn economische en Europese politiek steeds sterker verweven geraakt. De Europese begrotingseisen bepalen mede de hoogte van de AOW in Nederland. Euroscepsis en een ruimer begrotingsbeleid gaan hand in hand. Dat is het verhaal dat Wilders nu vertelt: ‘Brussel wou oma haar AOW afpakken, Rutte vond het goed. Ik niet.’
Maar de spanning zit een laag dieper:  de PVV onderschrijft de noodzaak van bezuinigingen. In haar eigen verkiezingsprogramma én in het gedoogakoord. Ze wil alleen bepaalde groepen zoals ouderen niet raken. Dus waren er al rare kronkels gemaakt bij de tussenformatie: de nul-lijn voor iedereen behalve AOW’ers. De PVV is anders dan veel commentatoren stellen geen linkse partij in economisch opzicht. Het is een partij met een conservatief-rechtse economisch programma. Wel bezuinigen maar niet hervormen. En dat blijkt steeds meer een contradictio in terminis te zijn. Zonder ingrijpende hervormingen kan er niet bezuinigd worden. De SP (links en conservatief) wil om de AOW-leeftijd te behouden en de zorg collectief blijven te betalen, de inkomstenbelasting verhogen. Misschien niet zo slim, maar wel consequent. De PVV wil een kleine overheid (rechts) maar de gulle verzorgingsstaat behouden (conservatief). En dat bleek onmogelijk te zijn.
Het kabinet is niet op een inhoudelijk meningsverschil gevallen, maar op een onhoudbare inhoudelijke positie van één van de deelnemende partijen.

dinsdag, 17 april 2012

Hans Kuipers

Hans Kuipers

Hyves Twitter GR

Position paper windenergie

In groenlinks-drenthe, klimaat & energie, statenfractie, co₂, omgevingsbeleid, position paper, windenergie, april, belangrijk, en meer.

Voor GroenLinks Drenthe schreef ik een position paper windenergie. Hieronder de volledige tekst.

Clipart Cartoon Design 02 Position paper windenergie1. Aanleiding
Dit memo geeft in de positie en uitgangspunten van de GroenLinks-Statenfractie in Drenthe (voorts: GroenLinks) weer met betrekking tot het dossier windenergie. Dit position paper is door de Statenfractie geaccordeerd in haar vergadering d.d. 11 april 2012.

2. Windenergie algemeen
Als fractie van GroenLinks staan we vooralsnog op het standpunt dat een mix van duurzame energieopwekking nodig is om duurzaam te leven (ook volgende generaties een leefbare wereld na te laten) en minder CO2 uit te stoten – daar hoort ook wind op land bij. Drenthe levert van de 6000 megawatt die landelijk opgewekt wordt, als het aan ons ligt, daarvan een beperkte hoeveelheid, onder meer omdat er aan de kust meer wind is. Het zoekgebied dat is aangewezen in de omgevingsvisie is voor ons leidend – dat betekent kortom dat we vinden dat er in de Veenkoloniën windenergie opgewekt moet worden. Voorwaarde voor ons is daarbij wel, dat initiatiefnemers in gesprek gaan met omwonenden en hen de mogelijkheid bieden mee te denken over plaats en vormgeving en ook de mogelijkheid bieden om te participeren en voordeel te hebben van de molens. Randvoorwaarden zijn uiteraard dat overlast door slagschaduw in huis en door geluid voorkomen wordt.

3. Omgevingsvisie Provincie Drenthe
In de Omgevingsvisie1 hebben Provinciale Staten een zoekgebied vastgelegd binnen de provincie waar grootschalige opwekking van windenergie mogelijk wordt gemaakt.

Het Rijk wil dat in 2020 14% van de  energie gehaald wordt uit duurzame bronnen, onder andere windenergie. Hiervoor dient 6000 MW windenergie op land geraliseerd te worden. De provincies hebben dit in IPO-verband onderling verdeeld en voor Drenthe betekent dat in 2020 200 – 280 MW gerealiseerd moet zijn. In de Omgevingsvisie is echter expliciet géén maximum aantal MW aan windenergie in de provincie benoemd.

Het aanleggen van windmolenparken zou volgens GroenLinks overal gestimuleerd moeten worden waar dit landschappelijk inpasbaar is. Ook is in de Omgevingsvisie expliciet opgenomen dat na 2020 bouw van windmolens buiten het zoekgebied niet uitgesloten is.

4. Inpassing met draagvlak
Een goede inpassing mét draagvlak betekent voor GroenLinks: een juiste balans tussen behalen van maximaal rendement en maximale beperking in overlast, en participatie door de bevolking.

Beleving van geluidsoverlast bij windmolens is groter als je er geen goed gevoel bij hebt en als je er niets over te zeggen hebt: zoeken naar mogelijkheden de bevolking te betrekken is belangrijk om de overlast te beperken. Geen stroboscoopeffect of slagschaduw in huis, en liefst ook niet in de tuin. De inpassing voldoet minimaal aan het Activiteitenbesluit bij de Wet milieubeheer (geluidsnorm en minimale afstand). Wenselijk is om de overlast zo veel mogelijk te beperken.

Het rendement kan bevordert worden door de molens in de juiste formatie te positioneren. Dit kan conflicten opleveren met landschappelijke inpasbaarheid (zichtlijnen) en directe overlast voor omwonenden. Een goede balans hierin dient te worden gevonden.

Participatie vanuit bevolking is voor GroenLinks een belangrijke voorwaarde voor goede inpassing. Dit kan participatie mét zeggenschap (coöperatie) of zonder zeggenschap (lagere tarieven, aandelen, obligaties, leningen) zijn.

5. Proces: Gebiedsvisie
“Samen met de gemeenten Aa en Hunze, Borger-Odoorn, Coevorden en Emmen en de provincie Drenthe wordt er een gebiedsvisie windenergie opgesteld, met als doel het aangewezen zoekgebied te verfijnen. In de gebiedsvisie zal zo concreet mogelijk worden geformuleerd waar en onder welke voorwaarden windmolen geplaatst kunnen worden. Bij het opstellen van de gebiedsvisie worden ook de inwoners en initiatiefnemers betrokken.”

De gebiedsvisie wordt opgesteld in gezamenlijkheid tussen provincie en gemeenten. Voor GroenLinks is daarbij van groot belang dat de gebiedsvarianten uitgebreid met de bevolking worden besproken.

In het meest gunstige scenario worden de gemeenten het onderling eens over de invulling van de gebiedsvisie. Gemeenten moeten wel hun verantwoordelijkheid nemen binnen de provinciale doelstelling, zodat een gelijkwaardige verdeling van lusten en lasten over het zoekgebied gemaakt kan worden. Emmen en Coevorden zullen waarschijnlijk een groter deel voor hun rekening moeten nemen dan zij tot op heden gedaan hebben.

Enige manier om te zorgen dat het Rijk ons serieus neemt, is als Drenthe (voor en tegen) samen een gebeidsvisie maken, die gedragen wordt, anders gaat het Rijk zijn eigen gang.

6. Rijkscoördinatieregeling
De rijkscoördinatieregeling (RCR) biedt de rijksoverheid de mogelijkheid om bij projecten van nationaal belang de besluitvorming te coördineren. De bedoeling is de procedures te verkorten en te stroomlijnen, waardoor projecten sneller kunnen worden gerealiseerd. Windenergieprojecten vanaf 100 MW opgesteld vermogen vallen verplicht onder de rijkscoördinatieregeling.

In Drenthe zijn inmiddels een aantal initiatieven bekend die onder de RCR vallen, windpark de Drentse Monden (300 – 450 MW) en windpark Oostermoer (120 tot 150 MW).

In principe is de RCR een goede regeling: het geeft het Rijk mogelijkheden om in te grijpen in provincies die hun verantwoordelijkheid in de windopgave niet nemen. Drenthe heeft dat wél gedaan en vastgelegd in haar omgevingsvisie. GroenLinks is dan ook van mening dat het Rijk hier ook daadwerkelijk de verantwoordelijkheid van de provincie moet respecteren.

7. Samenvattend:

  1. GroenLinks onderschrijft het vastgelegde zoekgebied voor grootschalige windenergie zoals vastgelegd in de Omgevingsvisie.
    GroenLinks onderschrijft de taakstelling om voor 2020 minimaal 200 MW en maximaal 280 MW aan grootschalige windenergie te realiseren in Drenthe.
  2. GroenLinks is van mening dat het opwekken van windenergie ook buiten het zoekgebied (kleinschalig en decentraal) mogelijk moet zijn waar dit op een verantwoorde wijze landschappelijk inpasbaar is.
  3. De gebiedsvisie wordt in gezamenlijkheid opgesteld door provincie en gemeenten, waarbij wat GroenLinks betreft nadrukkelijk ook de bevolking, tegenstanders en initiatiefnemers worden betrokken;
  4. GroenLinks hanteert de volgende toetsingscriteria voor verantwoorde inpassing:
    • Voldoende participatie door bevolking;
    • Stroboscoop-effect: geen effect in woningen en geen slagschaduw langs ramen, liever niet in tuinen;
    • Geluid en minimale afstand: wettelijke norm. Aantoonbaar maximale beperking overlast;
  5. Drenthe heeft bewezen haar verantwoordelijkheid te nemen in het dossier windenergie. GroenLinks is van mening dat het Rijk bij het toepassen van de Rijkscoördinatieregeling de door de provincie en gemeenten in gezamenlijkheid opgestelde gebiedsvisie als leidend moet hanteren.

Meppel, 11 april 2012
STATENFRACTIE GROENLINKS DRENTHE

zaterdag, 14 april 2012

Ruard Ganzevoort

Ruard Ganzevoort

Twitter

Compassie is een keuze

In religie, religie en politiek, belangrijk, bezig, boodschap, compassie, de wereld, debat, defensie, en meer.

(Interview in boekje Compassie, uitgave Protestantse Kerk Nederland)

“Ik heb wat met compassie. Het is een oud woord dat op een nieuwe manier waardevol  is. Het woord is diepgeworteld in de religie, maar het is zeker niet alleen voor religieuze mensen een belangrijk woord. Het is voor veel mensen wel een ingewikkeld woord, en niet alledaags.

Voor mij heeft het woord compassie drie lagen. De eerste laag is het besef van fundamentele verbondenheid met alles en iedereen: je bent deel van de wereld en jouw keuzes hebben invloed op anderen, en andersom hebben anderen weer invloed op jou. De tweede laag  is de bereidheid je te laten raken door de ander, dus in de letterlijke betekenis van het woord: meevoelen met de ander. De derde laag is de vraag of je bereid bent om medeverantwoordelijkheid te willen nemen voor het lot van de ander. Verbondenheid, geraakt worden, verantwoordelijkheid nemen, die drie.

Zelf wil ik daar ook naar leven. Ik wil me niet afsluiten voor het leed van de ander maar geraakt worden door het lot van mensen. Dat betekent ook dat ik iedereen als medemens wil zien. Ik besef heel goed dat ik hiermee iets voorsta dat voor veel mensen cynische reacties oproept. Zij roepen dan: ‘Zo werkt het toch niet, iedereen moet toch voor zichzelf opkomen?’”

Kerk en politiek

“In de politiek wil ik compassie ook een rol laten spelen. De reactie daarop van anderen is vaak: ‘Maar politiek is toch een belangenstrijd?’ Dat zie ik ook, maar dat is nou precies het tekort van de huidige politiek. Het grondbeginsel van de compassie moet richting geven aan politieke afwegingen. Bij alle concrete politieke discussies moet compassie een van de graadmeters zijn. Wat dat betreft zie ik politici een beetje als de dominees die de boodschap van wat het goede leven is zouden moeten uitdragen.

Nu hebben de verschillende politieke stromingen natuurlijk allemaal een andere visie op wat het goede leven is. Mijn boodschap is: het goede leven begint met verbondenheid, geraakt worden, verantwoordelijkheid nemen, de drie grondbeginselen van compassie. In die zin is het publieke debat de moderne preekstoel.

In de kerk kun je die boodschap natuurlijk ook uitdragen. De preek is ook altijd politiek want gaat over de wereld, het leven en alles wat daarbij hoort. Dat is wat anders dan een dominee die zijn gemeenteleden vertelt wat ze moeten stemmen. Maar zowel in de kerk als in de politiek gaat het erom dat je mensen een inspirerend verhaal meegeeft: waar gaan we naartoe met z’n allen?”

Ruimte voor de ander

“Veel kerken zijn heel goed bezig met compassie, maar er zijn ook kerken die meer bezig zijn met de vraag naar de waarheid. Ik vind die vraag ondergeschikt aan de vraag naar compassie. Kerken moeten zich bekommeren om de kwetsbaren en bezig zijn met ruimte scheppen voor de ander. Er zijn ook kerken bezig met uitsluiting, en dat staat haaks op compassie.

In mijn werk als theoloog kan ik de boodschap van compassie ook uitdragen. Zo schreef ik samen met twee studenten het boekje Adam en Evert, over de spanning tussen kerk en homoseksualiteit. Dat boekje heeft geen politieke maar een pastoraal-theologische benadering, maar met dezelfde intentie. Zo hebben kerk en politiek meer raakvlakken, bijvoorbeeld op het thema ‘onderwijs’: hoe gaan orthodoxe scholen om met hun visie op tolerantie en seksualiteit?

Als lid van de Eerste Kamer heb ik ook Defensie in mijn pakket. Daar praten we bijvoorbeeld over hoe we de krijgsmacht in willen zetten: offensief, defensief of humanitair? Mijn keuze is primair humanitair.”

Eigen belang of gedeeld belang

“Een deel van de wereldproblematiek heeft te maken met een structureel gebrek aan compassie. Grote conflicten gaan over eigen belang, niet over gedeeld belang. Het ontbreken van compassie is ook de noemer van veel financiële problemen, zoals de bankencrisis en de eurocrisis. Of je compassie kunt aanleren? Het is een keuze: welke stappen wil ik zetten om iets voor elkaar te krijgen? Wil ik alleen m’n eigen straatje schoonvegen of wil ik dat we er met z’n allen uitkomen?

Het is niet zozeer een zaak van karakter, maar de een zal van nature over meer compassie beschikken dan de ander. Ik geloof trouwens zeker dat je je compassie eigen kunt maken. Het komt echter niet altijd vanzelf. En soms is het makkelijker om je even niet onderdeel van een groter geheel te voelen. En er zijn ook situaties waarin je beseft dat je medeverantwoordelijk bent maar niet in staat wat te doen. Compassie betekent in die zin ook strijd met jezelf.

Ik geloof in de kracht van compassie. Het is voor mij de enige manier om verder te komen. Op korte termijn hebben polarisatie en je hard opstellen misschien meer effect, maar uiteindelijk is dat een doodlopende weg.

Ik geloof er niet in dat er een moment zal komen dat we allemaal voor compassie zijn. Dat is een contrastbeeld: het zou er kunnen zijn, maar het is er niet.”

Voorbeelden

“Mijn grote voorbeeld als het gaat om compassie klinkt misschien cliché, maar dat is Nelson Mandela, met name na zijn gevangenschap, omdat hij zo zonder enige rancune scheidslijnen wist te overbruggen die hem zelf veel gekost hadden. Klassieker voorbeeld is Jezus, en daar liggen ook mijn wortels. Dichter bij huis zijn het onder meer m’n ouders. Ik ben opgegroeid in het besef dat er altijd mensen zijn die het slechter hebben dan jij en dat je daar iets voor moet doen, dat je ruimte voor hen moet maken. Het is dan niet de vraag hóe je dat doet, maar dát je het doet.”


Ruard Ganzevoort

Ruard Ganzevoort

Twitter

Compassie is een keuze

In religie, religie en politiek, belangrijk, bezig, boodschap, compassie, de, de wereld, debat, en meer.

(Interview in boekje Compassie, uitgave Protestantse Kerk Nederland)

“Ik heb wat met compassie. Het is een oud woord dat op een nieuwe manier waardevol  is. Het woord is diepgeworteld in de religie, maar het is zeker niet alleen voor religieuze mensen een belangrijk woord. Het is voor veel mensen wel een ingewikkeld woord, en niet alledaags.

Voor mij heeft het woord compassie drie lagen. De eerste laag is het besef van fundamentele verbondenheid met alles en iedereen: je bent deel van de wereld en jouw keuzes hebben invloed op anderen, en andersom hebben anderen weer invloed op jou. De tweede laag  is de bereidheid je te laten raken door de ander, dus in de letterlijke betekenis van het woord: meevoelen met de ander. De derde laag is de vraag of je bereid bent om medeverantwoordelijkheid te willen nemen voor het lot van de ander. Verbondenheid, geraakt worden, verantwoordelijkheid nemen, die drie.

Zelf wil ik daar ook naar leven. Ik wil me niet afsluiten voor het leed van de ander maar geraakt worden door het lot van mensen. Dat betekent ook dat ik iedereen als medemens wil zien. Ik besef heel goed dat ik hiermee iets voorsta dat voor veel mensen cynische reacties oproept. Zij roepen dan: ‘Zo werkt het toch niet, iedereen moet toch voor zichzelf opkomen?’”

Kerk en politiek

“In de politiek wil ik compassie ook een rol laten spelen. De reactie daarop van anderen is vaak: ‘Maar politiek is toch een belangenstrijd?’ Dat zie ik ook, maar dat is nou precies het tekort van de huidige politiek. Het grondbeginsel van de compassie moet richting geven aan politieke afwegingen. Bij alle concrete politieke discussies moet compassie een van de graadmeters zijn. Wat dat betreft zie ik politici een beetje als de dominees die de boodschap van wat het goede leven is zouden moeten uitdragen.

Nu hebben de verschillende politieke stromingen natuurlijk allemaal een andere visie op wat het goede leven is. Mijn boodschap is: het goede leven begint met verbondenheid, geraakt worden, verantwoordelijkheid nemen, de drie grondbeginselen van compassie. In die zin is het publieke debat de moderne preekstoel.

In de kerk kun je die boodschap natuurlijk ook uitdragen. De preek is ook altijd politiek want gaat over de wereld, het leven en alles wat daarbij hoort. Dat is wat anders dan een dominee die zijn gemeenteleden vertelt wat ze moeten stemmen. Maar zowel in de kerk als in de politiek gaat het erom dat je mensen een inspirerend verhaal meegeeft: waar gaan we naartoe met z’n allen?”

Ruimte voor de ander

“Veel kerken zijn heel goed bezig met compassie, maar er zijn ook kerken die meer bezig zijn met de vraag naar de waarheid. Ik vind die vraag ondergeschikt aan de vraag naar compassie. Kerken moeten zich bekommeren om de kwetsbaren en bezig zijn met ruimte scheppen voor de ander. Er zijn ook kerken bezig met uitsluiting, en dat staat haaks op compassie.

In mijn werk als theoloog kan ik de boodschap van compassie ook uitdragen. Zo schreef ik samen met twee studenten het boekje Adam en Evert, over de spanning tussen kerk en homoseksualiteit. Dat boekje heeft geen politieke maar een pastoraal-theologische benadering, maar met dezelfde intentie. Zo hebben kerk en politiek meer raakvlakken, bijvoorbeeld op het thema ‘onderwijs’: hoe gaan orthodoxe scholen om met hun visie op tolerantie en seksualiteit?

Als lid van de Eerste Kamer heb ik ook Defensie in mijn pakket. Daar praten we bijvoorbeeld over hoe we de krijgsmacht in willen zetten: offensief, defensief of humanitair? Mijn keuze is primair humanitair.”

Eigen belang of gedeeld belang

“Een deel van de wereldproblematiek heeft te maken met een structureel gebrek aan compassie. Grote conflicten gaan over eigen belang, niet over gedeeld belang. Het ontbreken van compassie is ook de noemer van veel financiële problemen, zoals de bankencrisis en de eurocrisis. Of je compassie kunt aanleren? Het is een keuze: welke stappen wil ik zetten om iets voor elkaar te krijgen? Wil ik alleen m’n eigen straatje schoonvegen of wil ik dat we er met z’n allen uitkomen?

Het is niet zozeer een zaak van karakter, maar de een zal van nature over meer compassie beschikken dan de ander. Ik geloof trouwens zeker dat je je compassie eigen kunt maken. Het komt echter niet altijd vanzelf. En soms is het makkelijker om je even niet onderdeel van een groter geheel te voelen. En er zijn ook situaties waarin je beseft dat je medeverantwoordelijk bent maar niet in staat wat te doen. Compassie betekent in die zin ook strijd met jezelf.

Ik geloof in de kracht van compassie. Het is voor mij de enige manier om verder te komen. Op korte termijn hebben polarisatie en je hard opstellen misschien meer effect, maar uiteindelijk is dat een doodlopende weg.

Ik geloof er niet in dat er een moment zal komen dat we allemaal voor compassie zijn. Dat is een contrastbeeld: het zou er kunnen zijn, maar het is er niet.”

Voorbeelden

“Mijn grote voorbeeld als het gaat om compassie klinkt misschien cliché, maar dat is Nelson Mandela, met name na zijn gevangenschap, omdat hij zo zonder enige rancune scheidslijnen wist te overbruggen die hem zelf veel gekost hadden. Klassieker voorbeeld is Jezus, en daar liggen ook mijn wortels. Dichter bij huis zijn het onder meer m’n ouders. Ik ben opgegroeid in het besef dat er altijd mensen zijn die het slechter hebben dan jij en dat je daar iets voor moet doen, dat je ruimte voor hen moet maken. Het is dan niet de vraag hóe je dat doet, maar dát je het doet.”


dinsdag, 10 april 2012

Peter Smith

Peter Smith

Warning-Waarschuwing-Pas Op!

Op steeds meer verpakkingen komen waarschuwingen te staan. Meestal betreft dit de inhoud: “Roken kan longkanker veroorzaken” of “Niet voor oraal gebruik”.
Gisteren tijdens het hardlopen kwam ik dit tegen:

De eigenaar moet gedacht hebben: “Laat ik het maar ver weg gooien, dan kan mijn kind er niet in stikken”.
Nee, stikken zal je kind niet, misschien wel een eend of zwaan. Maar… de kans dat je kind het gaat eten heb je wel enorm vergroot!

Misschien moet er op alle plastic verpakkingen een waarschuwing komen: “Plastic in het milieu vergiftigd de voedselketen”.

Beter nog is dat al het plastic weer ingezameld wordt, dus teken de petitie om statiegeld te behouden op EchteHeld.nl.

En als je plastic op straat tegenkomt, ruim het even op, moeite van niks en geweldig resultaat!

vrijdag, 6 april 2012

Ruard Ganzevoort

Ruard Ganzevoort

Twitter

Rabbijn: Kosher slachten = Eco kweken

In religie en politiek, rituele slacht, boek, conservatief, dieren, discussie, freedom, geschiedenis, godsdienstvrijheid, en meer.

In de discussie over ritueel slachten zijn vaak zorg voor dieren en godsdienstvrijheid tegenover elkaar gezet. Dat die twee elkaar niet uitsluiten, blijkt uit de woorden van de liberaal-joodse rabbijn Menno ten Brink:

“What do we need as Progressive, living and thriving Jewish community in our own European countries in the decades to come? We are facing an Europe that has opened its borders, where the distance between peoples and communities is made shorter. We face an increasing secular and individualized society, a tendency to move away from religion, rituals and being different. In the Netherlands at least, we have the discussions about shechita [...]. But Tzaar baalee chajim, is a basic principle in Judaism, caring for the animals, Freedom of Religion, is also a basic right, and we should stand firm in this. Progressive Jews should actively find new methods, to slaughter kosher, but with enough guarantee for the rights of animals; but also, we should stimulate eco-kashrut, where meat is only kosher if the animals are treated well before they die to be our food. Fair trade, kosher wood and products that came from sources where there is no child labor and slavery, and no oppression, because, we know the slavery and oppression ourselves. Moshe took us out there. That is what Jews should do, care about the world where we live.”

Religieuze tradities hebben een lange geschiedenis van aandachtig leven en verantwoordelijkheid nemen voor medemens en natuur. Vandaag de dag staan ze vaak per definitie te boek als conservatief en ongevoelig voor het lijden van mens en dier. Juist de progressief-religieuze stemmen laten echter zien dat spirituele inspiratie en religieuze tradities kunnen – nee, moeten – leiden tot een mens- en diervriendelijke levenshouding.


Ruard Ganzevoort

Ruard Ganzevoort

Twitter

Rabbijn: Kosher slachten = Eco kweken

In religie en politiek, rituele slacht, boek, conservatief, de, dieren, discussie, freedom, geschiedenis, en meer.

In de discussie over ritueel slachten zijn vaak zorg voor dieren en godsdienstvrijheid tegenover elkaar gezet. Dat die twee elkaar niet uitsluiten, blijkt uit de woorden van de liberaal-joodse rabbijn Menno ten Brink:

“What do we need as Progressive, living and thriving Jewish community in our own European countries in the decades to come? We are facing an Europe that has opened its borders, where the distance between peoples and communities is made shorter. We face an increasing secular and individualized society, a tendency to move away from religion, rituals and being different. In the Netherlands at least, we have the discussions about shechita [...]. But Tzaar baalee chajim, is a basic principle in Judaism, caring for the animals, Freedom of Religion, is also a basic right, and we should stand firm in this. Progressive Jews should actively find new methods, to slaughter kosher, but with enough guarantee for the rights of animals; but also, we should stimulate eco-kashrut, where meat is only kosher if the animals are treated well before they die to be our food. Fair trade, kosher wood and products that came from sources where there is no child labor and slavery, and no oppression, because, we know the slavery and oppression ourselves. Moshe took us out there. That is what Jews should do, care about the world where we live.”

Religieuze tradities hebben een lange geschiedenis van aandachtig leven en verantwoordelijkheid nemen voor medemens en natuur. Vandaag de dag staan ze vaak per definitie te boek als conservatief en ongevoelig voor het lijden van mens en dier. Juist de progressief-religieuze stemmen laten echter zien dat spirituele inspiratie en religieuze tradities kunnen – nee, moeten – leiden tot een mens- en diervriendelijke levenshouding.


donderdag, 5 april 2012

Ruard Ganzevoort

Ruard Ganzevoort

Twitter

Onderwijskwaliteit

In politiek, onderwijs, basisonderwijs, beleid, christelijk, de wereld, discussie, diversiteit, gedachte, en meer.

‘Het onderwijs is een voorwerp van de aanhoudende zorg der regering.’ Die woorden uit de Grondwet zijn de afgelopen tijd meer dan waar geworden: het onderwijs leidt bij de regering tot ernstig hoofdkrabben. En dan vooral waar het gaat over de kwaliteit van het onderwijs. De ‘deugdelijkheid’, zoals de Grondwet zegt. Hoe staat het daarmee op de Hogescholen die onwaardige diploma’s afgeven, universiteiten met genadezesjes, teruglopende slagingspercentages in het middelbaar onderwijs, en tekortschietende opbrengsten in het primair onderwijs?

De minister van onderwijs hanteert als motto ‘de basis op orde, de lat omhoog’. Een hogere kwaliteit van het onderwijs is noodzakelijk en dat moet met heldere resultaten kunnen worden aangetoond. Het basisonderwijs krijgt een landelijke eindtoets. De kernvakken taal en rekenen staan centraal. En in bijvoorbeeld het hoger onderwijs betekent het dat studenten zoveel mogelijk het voorgeprogrammeerde pakket moeten volgen en binnen de vastgestelde termijn moeten zijn afgestudeerd.

Maar wat is eigenlijk kwaliteit? Marketingmensen zeggen dan zoiets als ‘voldoen aan de verwachtingen van de klant’. Voor het onderwijs zou het dan gaan om de verwachtingen die leven bij ouders, leerlingen en samenleving. Met name bij het beroepsonderwijs speelt deze gedachte vaak een rol: bedrijven en instellingen willen dat het onderwijs maximaal aansluit bij hun behoeften.

Het woord ‘kwaliteit’ heeft echter ook een andere, veel oudere betekenis: de wezenlijke eigenschappen van een zaak of persoon. Afhankelijk van hoe sterk die eigenschappen aanwezig zijn, is er dan een hoge of lage kwaliteit. Zo onderscheiden ‘kwaliteitskranten’ zich door hun kerneigenschap van journalistieke onafhankelijkheid en diepgravende analyses. En bij een kwaliteitsrestaurant is het culinaire niveau hoger dan bij een snackbar, terwijl ze beide ‘voldoen aan de verwachtingen van de klant’.

Onderwijskwaliteit zou veel meer moeten uitgaan van deze betekenis van kwaliteit. Niet per se de verwachtingen van de klant, maar vooral recht doen aan de wezenlijke eigenschappen van het onderwijs. Maar precies op dat punt schiet het huidige beleid te kort omdat er eigenlijk geen visie is op die wezenlijke eigenschappen. Natuurlijk zijn taal en rekenen een onmisbare basis, maar waar doen we het eigenlijk voor? Daar horen we de minister eigenlijk niet over.

Misschien kan ik haar een handje helpen. De wezenlijke eigenschap van onderwijs is volgens mij dat het een leerruimte schept waarbinnen mensen (en vooral jongeren) zich zo ontwikkelen dat ze zelfstandig en authentiek in de samenleving kunnen participeren. Dus geen leerfabriek met gestandaardiseerde processen waarin productie wordt gemaakt, maar ruimte voor groei en vorming. Onderwijskwaliteit begint met de pedagogische opdracht om aan te sluiten bij de eigenheid van de leerling (kind of volwassene) en vormen aan te bieden die uitdagen tot ontwikkeling. In die ontwikkeling gaat het om een stimuleren van authenticiteit en vrijheid en dus van kritisch en creatief nadenken. Talentontwikkeling hoort daarbij: leerlingen moeten zich ook in hun unieke talenten kunnen ontwikkelen, ook als die op een ander vlak liggen dan de verwachtingen van de samenleving, het bedrijfsleven of de ouders.

Voor het zelfstandig participeren in de samenleving is het natuurlijk ook nodig dat mensen vaardigheden ontwikkelen. Dat is de ambachtelijke kant van het onderwijs. Of het nu gaat om timmerlieden, verzorgenden of wetenschappers, in elk beroep vinden we vaardigheden, inzichten en beroepshoudingen die duidelijk maken wat een goede beroepsbeoefenaar onderscheidt van een slechte. Het is een taak van het onderwijs om leerlingen in die ambachtelijkheid te vormen. Dat begint met basisvaardigheden als taal en rekenen, maar het gaat natuurlijk om veel meer.

En voor het zelfstandig participeren is ten slotte nodig dat mensen leren om te gaan met de huidige samenleving. Die is ingewikkeld en veelkleurig en daarom moet het onderwijs ertoe bijdragen dat mensen daarin kunnen leven. Dat betekent aandacht voor burgerschap en diversiteit en vorming die erop gericht is dat mensen verantwoordelijkheid nemen voor zichzelf, elkaar, de wereld.

Als dat de wezenlijke eigenschappen zijn van onderwijs, dan moet de discussie over onderwijskwaliteit dus ook veel breder en dieper worden gevoerd. Want onderwijsbeleid is uiteindelijk geen technische kwestie, maar gaat over visie.

Column in Christelijk Weekblad 24.03.2012


Ruard Ganzevoort

Ruard Ganzevoort

Twitter

Onderwijskwaliteit

In politiek, onderwijs, basisonderwijs, beleid, de, de wereld, discussie, diversiteit, gedachte, en meer.

‘Het onderwijs is een voorwerp van de aanhoudende zorg der regering.’ Die woorden uit de Grondwet zijn de afgelopen tijd meer dan waar geworden: het onderwijs leidt bij de regering tot ernstig hoofdkrabben. En dan vooral waar het gaat over de kwaliteit van het onderwijs. De ‘deugdelijkheid’, zoals de Grondwet zegt. Hoe staat het daarmee op de Hogescholen die onwaardige diploma’s afgeven, universiteiten met genadezesjes, teruglopende slagingspercentages in het middelbaar onderwijs, en tekortschietende opbrengsten in het primair onderwijs?

De minister van onderwijs hanteert als motto ‘de basis op orde, de lat omhoog’. Een hogere kwaliteit van het onderwijs is noodzakelijk en dat moet met heldere resultaten kunnen worden aangetoond. Het basisonderwijs krijgt een landelijke eindtoets. De kernvakken taal en rekenen staan centraal. En in bijvoorbeeld het hoger onderwijs betekent het dat studenten zoveel mogelijk het voorgeprogrammeerde pakket moeten volgen en binnen de vastgestelde termijn moeten zijn afgestudeerd.

Maar wat is eigenlijk kwaliteit? Marketingmensen zeggen dan zoiets als ‘voldoen aan de verwachtingen van de klant’. Voor het onderwijs zou het dan gaan om de verwachtingen die leven bij ouders, leerlingen en samenleving. Met name bij het beroepsonderwijs speelt deze gedachte vaak een rol: bedrijven en instellingen willen dat het onderwijs maximaal aansluit bij hun behoeften.

Het woord ‘kwaliteit’ heeft echter ook een andere, veel oudere betekenis: de wezenlijke eigenschappen van een zaak of persoon. Afhankelijk van hoe sterk die eigenschappen aanwezig zijn, is er dan een hoge of lage kwaliteit. Zo onderscheiden ‘kwaliteitskranten’ zich door hun kerneigenschap van journalistieke onafhankelijkheid en diepgravende analyses. En bij een kwaliteitsrestaurant is het culinaire niveau hoger dan bij een snackbar, terwijl ze beide ‘voldoen aan de verwachtingen van de klant’.

Onderwijskwaliteit zou veel meer moeten uitgaan van deze betekenis van kwaliteit. Niet per se de verwachtingen van de klant, maar vooral recht doen aan de wezenlijke eigenschappen van het onderwijs. Maar precies op dat punt schiet het huidige beleid te kort omdat er eigenlijk geen visie is op die wezenlijke eigenschappen. Natuurlijk zijn taal en rekenen een onmisbare basis, maar waar doen we het eigenlijk voor? Daar horen we de minister eigenlijk niet over.

Misschien kan ik haar een handje helpen. De wezenlijke eigenschap van onderwijs is volgens mij dat het een leerruimte schept waarbinnen mensen (en vooral jongeren) zich zo ontwikkelen dat ze zelfstandig en authentiek in de samenleving kunnen participeren. Dus geen leerfabriek met gestandaardiseerde processen waarin productie wordt gemaakt, maar ruimte voor groei en vorming. Onderwijskwaliteit begint met de pedagogische opdracht om aan te sluiten bij de eigenheid van de leerling (kind of volwassene) en vormen aan te bieden die uitdagen tot ontwikkeling. In die ontwikkeling gaat het om een stimuleren van authenticiteit en vrijheid en dus van kritisch en creatief nadenken. Talentontwikkeling hoort daarbij: leerlingen moeten zich ook in hun unieke talenten kunnen ontwikkelen, ook als die op een ander vlak liggen dan de verwachtingen van de samenleving, het bedrijfsleven of de ouders.

Voor het zelfstandig participeren in de samenleving is het natuurlijk ook nodig dat mensen vaardigheden ontwikkelen. Dat is de ambachtelijke kant van het onderwijs. Of het nu gaat om timmerlieden, verzorgenden of wetenschappers, in elk beroep vinden we vaardigheden, inzichten en beroepshoudingen die duidelijk maken wat een goede beroepsbeoefenaar onderscheidt van een slechte. Het is een taak van het onderwijs om leerlingen in die ambachtelijkheid te vormen. Dat begint met basisvaardigheden als taal en rekenen, maar het gaat natuurlijk om veel meer.

En voor het zelfstandig participeren is ten slotte nodig dat mensen leren om te gaan met de huidige samenleving. Die is ingewikkeld en veelkleurig en daarom moet het onderwijs ertoe bijdragen dat mensen daarin kunnen leven. Dat betekent aandacht voor burgerschap en diversiteit en vorming die erop gericht is dat mensen verantwoordelijkheid nemen voor zichzelf, elkaar, de wereld.

Als dat de wezenlijke eigenschappen zijn van onderwijs, dan moet de discussie over onderwijskwaliteit dus ook veel breder en dieper worden gevoerd. Want onderwijsbeleid is uiteindelijk geen technische kwestie, maar gaat over visie.

Column in Christelijk Weekblad 24.03.2012


woensdag, 4 april 2012

Jolanda de Vreede

Jolanda de Vreede

Twitter

Leerlingen Occupyen les

In de maatschappij dat zijn wij!, consumeren, duurzame economie, economische groei, kritische consument, acties, algemeen, alternatieven, bedrijf, en meer.

“Mevrouw, we hebben een verrassing voor u. We spraken net in de pauze op Beurs iemand van Occupy en die hebben we meegenomen naar de les.”

De enthousiast stralende gezichten en de blik van de meneer van ik-ben-er-klaar-voor maakten onmiskenbaar duidelijk dat ik mijn minutieuze lesvoorbereiding aan de wilgen kon hangen. Zonder enkele aanwijzing gaat de klas rond de tafel zitten, is direct muisstil en kijkt mij samen met de meneer aan. En ik improviseer naarstig enige vorm van inleiding. De Occupier deed hetzelfde.

De mens is het doel

Occupy startte in de VS, zo begon hij. Juist dat verraste hem het meest. In het land waar alles draait om geld, en vooral om steeds meer geld, begint dit principe te wankelen. Het Occupy-concept breidt zich uit en voor het eerst in de geschiedenis ontstond een beweging die inmiddels wereldwijd verspreid is. Het belangrijkste principe: de mens is een doel en geld een middel. Vooral in de financiële wereld – maar helaas lang niet meer alleen daar – is dit principe omgedraaid. Door middel van veel gesprekken voeren op straat en ludieke acties als bankruns, hardloopwedstrijdjes tussen banken, probeert men de onnozele passant bewust te maken van zijn verantwoordelijkheid als klant. Jazeker: Occupy roept op tot marktwerking. Dat spel wordt nu namelijk beroerd gespeeld.

Jij bepaalt

Het principe is eenvoudig: aanbieder biedt product, geen vraag, klant weg, bedrijf failliet. Nieuw bedrijf, zelfde ritueel, tot er een product is wat de klant wel ziet zitten. Toch? Zo niet bij de banken. De klant moppert over de hoge bonussen, de klant moppert over zijn belastingcentjes die de bank overeind houden als het mis gaat, maar de klant doet niets. De klant blijft gewoon klant en financiert via rente en via belasting…inderdaad de hoge salarissen en bonussen. Voor Noord-Koreaanse begrippen prima maar in een vrije markt staat deze klant flink voor aap. Overstappen dus! Waarheen? Op deze site vind je goed onderzoek naar alternatieven. Triodos en ASN komen met glans door de vergelijking.

Evenwicht

Niet alleen de banken werden besproken. Welvaart in het algemeen is een belangrijk thema. Waarom hebben wij het zo goed? Wie betaalt dat en realiseer je je dat ook? De verdeling van i-phone, dure kleding, veel te veel eten, laptops en wat al niet meer versus letterlijk dood liggen gaan van honger. Beetje scheef eigenlijk, toch? Al die welvaart voor onszelf willen houden en mensen die ook een fijn leven willen – neem het ze eens kwalijk – in de gevangenis zetten bij aankomst in dit land. Doen we dat nou echt met mensen? Ja. Wij wel.

Deze les was geweldig. Helaas komt Occupy tegenwoordig alleen nog in het nieuws als ze van standplaats moeten wijzigen. Wat mij betreft zetten ze door. We zijn er een beetje aan toe.

zaterdag, 31 maart 2012

Ruard Ganzevoort

Ruard Ganzevoort

Twitter

Over vrijzinnige gelovigen en linkse politiek

In religie en politiek, bezig, burgers, claim, compassie, de, debat, democratie, dragen, en meer.

Linkse politiek kan religieus geïnspireerd zijn, maar ze is ook kritisch waar religie onderdrukt. De overheid heeft alle gelovigen even lief, maar houdt – waar nodig – gelovigen ook aan de wet. Een reactie van theoloog en GroenLinks-senator op Jan van Hooydonks noodkreet: “GroenLinks begrijpt de religie niet.”

(Artikel in VolZin, 30.03.2012)

In zijn recente commentaar bekent Jan van Hooydonk politiek dakloos te zijn geworden. Na een leven lang als progressief gelovige betrokken te zijn geweest bij vooral PSP en later GroenLinks, is nu zijn vertrouwen in de partij verdwenen. Dat heeft met verschillende zaken te maken, maar vooral met de verschuiving van links-pacifistisch naar links-liberaal. De politieke vrijzinnigheid van GroenLinks leidt volgens Van Hooydonk tot een negatieve houding ten opzichte van religie. En daarmee voelt hij zich politiek dakloos.

Schoonheid van religie

Maar klopt het wel? Ziet GroenLinks inderdaad religie vooral als deel van het probleem? Volgens mij ziet GroenLinks juist bij uitstek de dubbelheid van religie als enerzijds een waardevolle dimensie van de samenleving en anderzijds als een risico. Terwijl veel partijen of pro of contra religie zijn, zoeken wij de nuance. Religie is het mooiste wat we hebben en ook het gevaarlijkste. En daarom moet onze houding ten opzichte van religie ook altijd meerduidig zijn.

De schoonheid van religie is overal te traceren. De opbloei van onderwijs, kunst en wetenschap, medische en sociale zorg en democratie zijn ondenkbaar zonder de inspiratie en inbreng van religieuze mensen. Recente onderzoeken laten zien dat ook vandaag religieuze groepen en mensen een enorme bijdrage leveren aan het maatschappelijk middenveld en bijvoorbeeld in het islamdebat een goed tegenwicht bieden tegen de polarisatie.

Die positieve bijdrage geldt ook specifieker voor linkse thema’s. Of we nu kijken naar de vredesbeweging, de milieubeweging, vluchtelingenwerk, de arme kant van Nederland, de vrouwenbeweging of homo-emancipatie, telkens weer zien we grote aantallen religieus en kerkelijk betrokken mensen het voortouw nemen. Niet alleen natuurlijk, want ze werken naar hartenlust samen met mensen met een andere levensbeschouwing. Maar ze zijn er wel volop. Ook – ik zou haast zeggen: met name – binnen GroenLinks. Allemaal mensen die net als Van Hooydonk kiezen voor geïnspireerde en idealistische linkse politiek vanuit hun religieuze inspiratie. Voor hen is de LinkerWang bij uitstek de ontmoetingsplaats.

Ongemakkelijk zwijgen

Maar met alle waardering en respect voor religie vergeten we niet de donkere kanten die er ook zijn. Religie is ook een van de belangrijkste complicaties bij conflicten, als de partijen zich beroepen op religieuze argumenten. Onderdrukking, sektarisme, uitsluiting en vooroordelen, het hoort net zo goed bij religie als de mooie kanten van inspiratie, solidariteit en sociale cohesie. En het hoort even sterk bij de linkse geschiedenis om daar heel erg kritisch op te zijn. Linkse religiekritiek is altijd vooral gericht geweest op de onvrijheid die ook een gevolg van religie kan zijn.

Lukt het GroenLinks om die twee kanten van respect voor en kritiek op religie bij elkaar te houden? Lang niet altijd. Veel te lang en veel te vaak hebben we net als andere linkse partijen erg weinig kritiek gehad op religieuze nieuwkomers (van ecospirituelen tot moslims). En er is bij een deel van de GroenLinksers zeker ook sprake van religie-allergie, vooral waar het gaat om de klassieke kerkelijke instituten. Daar komt bij dat de religieuze leden zich binnen de partij meestal niet religieus uiten. Ze zijn bezig met dezelfde politieke thema’s als anderen en dus niet herkenbaar als religieus geïnspireerd. Er is dus inderdaad lang sprake geweest van een wat ongemakkelijk zwijgen over religie. Maar eerlijk gezegd begrijp ik niet dat Van Hooydonk dat als een recente moeite ziet. Ik denk dat juist de laatste paar jaar het gesprek over religie opnieuw gevoerd wordt. De LinkerWang neemt daarin vaak met het Wetenschappelijk Bureau en allerlei afdelingen en werkgroepen het voortouw. Ik zou juist zeggen dat het gesprek over religie opener en constructiever gevoerd wordt dan ooit en dat de kritisch-positieve houding domineert. Misschien – en daar heeft Van Hooydonk een punt – moet dat nog wel wat beter worden uitgedragen. Nederland ziet dan niet alleen de vrijzinnigheid van GroenLinks, maar ook de levensbeschouwelijke veelkleurigheid van de partij.

Godsdienstvrijheid en de neutrale staat

Voor een vrijzinnige partij zijn de klassieke grondrechten essentieel. Godsdienstvrijheid is daarvan een van de oudste en wil in de kern zeggen dat de staat dient af te blijven van de diepste levensovertuiging van haar burgers. Het respecteren van religie hangt hier direct mee samen. Het is niet aan de overheid – of de politiek – om voorkeur te hebben voor de ene of de andere levensovertuiging. Bomenknuffelaars, boerkadraagsters, bedelmonniken – als politicus zijn ze me even dierbaar.

Dat wil echter niet zeggen dat de staat ook moreel neutraal is. Het principe van de rechtsstaat houdt niet alleen in dat de overheidsmacht wordt begrensd door de wet. Het betekent ook dat er fundamentele democratische waarden zijn en dat de overheid die heeft uit te dragen. Daarom hebben we die als ‘universele mensenrechten’ gedefinieerd. Dat is geen staatsmoraal, maar het houdt wel een claim in dat die mensenrechten de basis zijn voor hoe we in een plurale wereld met elkaar omgaan.

Hier ontstaan de grote vragen, ook binnen GroenLinks. Het punt is namelijk dat de samenleving in de afgelopen eeuw tegelijk pluraler en individueler is geworden. En de religie is in grote mate geïndividualiseerd en losgeraakt van instituten. Dat betekent dat ook mensenrechten als godsdienstvrijheid meer individueel benaderd moeten worden. Het gaat niet in de eerste plaats om de rechten van de groep, maar om de rechten van concrete mensen. Die moeten primair worden beschermd tegenover een al te bemoeizieke overheid. Maar als ze onder druk staan van de religieuze groep, dan is het juist vanuit een links perspectief zaak om voor die rechten op te komen. In elk geval door het debat aan te gaan, soms door emancipatie te stimuleren en heel soms door wetgeving.

Het is natuurlijk een risico dat we daarbij zozeer op de individuele tour gaan dat we vergeten dat mensen vooral ook ingebed zijn in een gemeenschap. Daarom benadrukken we als LinkerWang graag de notie van compassie. Daarin gaat het juist om de verbondenheid van mensen met elkaar. De verantwoordelijkheid die daaruit voortvloeit betekent dat we niet tevreden zijn met de situatie dat mensen geknecht worden door overheden, culturen of – ja, dat ook – religies. Met mijn spirituele en linkse drijfveren kan ik niet anders dan me tegen knechting verzetten. GroenLinks heeft geen moeite met religie, maar wel met de donkere kanten die daar soms aan zitten.


Ruard Ganzevoort

Ruard Ganzevoort

Twitter

Over vrijzinnige gelovigen en linkse politiek

In religie en politiek, bezig, burgers, claim, compassie, de, debat, democratie, dragen, en meer.

Linkse politiek kan religieus geïnspireerd zijn, maar ze is ook kritisch waar religie onderdrukt. De overheid heeft alle gelovigen even lief, maar houdt – waar nodig – gelovigen ook aan de wet. Een reactie van theoloog en GroenLinks-senator op Jan van Hooydonks noodkreet: “GroenLinks begrijpt de religie niet.”

(Artikel in VolZin, 30.03.2012)

In zijn recente commentaar bekent Jan van Hooydonk politiek dakloos te zijn geworden. Na een leven lang als progressief gelovige betrokken te zijn geweest bij vooral PSP en later GroenLinks, is nu zijn vertrouwen in de partij verdwenen. Dat heeft met verschillende zaken te maken, maar vooral met de verschuiving van links-pacifistisch naar links-liberaal. De politieke vrijzinnigheid van GroenLinks leidt volgens Van Hooydonk tot een negatieve houding ten opzichte van religie. En daarmee voelt hij zich politiek dakloos.

Schoonheid van religie

Maar klopt het wel? Ziet GroenLinks inderdaad religie vooral als deel van het probleem? Volgens mij ziet GroenLinks juist bij uitstek de dubbelheid van religie als enerzijds een waardevolle dimensie van de samenleving en anderzijds als een risico. Terwijl veel partijen of pro of contra religie zijn, zoeken wij de nuance. Religie is het mooiste wat we hebben en ook het gevaarlijkste. En daarom moet onze houding ten opzichte van religie ook altijd meerduidig zijn.

De schoonheid van religie is overal te traceren. De opbloei van onderwijs, kunst en wetenschap, medische en sociale zorg en democratie zijn ondenkbaar zonder de inspiratie en inbreng van religieuze mensen. Recente onderzoeken laten zien dat ook vandaag religieuze groepen en mensen een enorme bijdrage leveren aan het maatschappelijk middenveld en bijvoorbeeld in het islamdebat een goed tegenwicht bieden tegen de polarisatie.

Die positieve bijdrage geldt ook specifieker voor linkse thema’s. Of we nu kijken naar de vredesbeweging, de milieubeweging, vluchtelingenwerk, de arme kant van Nederland, de vrouwenbeweging of homo-emancipatie, telkens weer zien we grote aantallen religieus en kerkelijk betrokken mensen het voortouw nemen. Niet alleen natuurlijk, want ze werken naar hartenlust samen met mensen met een andere levensbeschouwing. Maar ze zijn er wel volop. Ook – ik zou haast zeggen: met name – binnen GroenLinks. Allemaal mensen die net als Van Hooydonk kiezen voor geïnspireerde en idealistische linkse politiek vanuit hun religieuze inspiratie. Voor hen is de LinkerWang bij uitstek de ontmoetingsplaats.

Ongemakkelijk zwijgen

Maar met alle waardering en respect voor religie vergeten we niet de donkere kanten die er ook zijn. Religie is ook een van de belangrijkste complicaties bij conflicten, als de partijen zich beroepen op religieuze argumenten. Onderdrukking, sektarisme, uitsluiting en vooroordelen, het hoort net zo goed bij religie als de mooie kanten van inspiratie, solidariteit en sociale cohesie. En het hoort even sterk bij de linkse geschiedenis om daar heel erg kritisch op te zijn. Linkse religiekritiek is altijd vooral gericht geweest op de onvrijheid die ook een gevolg van religie kan zijn.

Lukt het GroenLinks om die twee kanten van respect voor en kritiek op religie bij elkaar te houden? Lang niet altijd. Veel te lang en veel te vaak hebben we net als andere linkse partijen erg weinig kritiek gehad op religieuze nieuwkomers (van ecospirituelen tot moslims). En er is bij een deel van de GroenLinksers zeker ook sprake van religie-allergie, vooral waar het gaat om de klassieke kerkelijke instituten. Daar komt bij dat de religieuze leden zich binnen de partij meestal niet religieus uiten. Ze zijn bezig met dezelfde politieke thema’s als anderen en dus niet herkenbaar als religieus geïnspireerd. Er is dus inderdaad lang sprake geweest van een wat ongemakkelijk zwijgen over religie. Maar eerlijk gezegd begrijp ik niet dat Van Hooydonk dat als een recente moeite ziet. Ik denk dat juist de laatste paar jaar het gesprek over religie opnieuw gevoerd wordt. De LinkerWang neemt daarin vaak met het Wetenschappelijk Bureau en allerlei afdelingen en werkgroepen het voortouw. Ik zou juist zeggen dat het gesprek over religie opener en constructiever gevoerd wordt dan ooit en dat de kritisch-positieve houding domineert. Misschien – en daar heeft Van Hooydonk een punt – moet dat nog wel wat beter worden uitgedragen. Nederland ziet dan niet alleen de vrijzinnigheid van GroenLinks, maar ook de levensbeschouwelijke veelkleurigheid van de partij.

Godsdienstvrijheid en de neutrale staat

Voor een vrijzinnige partij zijn de klassieke grondrechten essentieel. Godsdienstvrijheid is daarvan een van de oudste en wil in de kern zeggen dat de staat dient af te blijven van de diepste levensovertuiging van haar burgers. Het respecteren van religie hangt hier direct mee samen. Het is niet aan de overheid – of de politiek – om voorkeur te hebben voor de ene of de andere levensovertuiging. Bomenknuffelaars, boerkadraagsters, bedelmonniken – als politicus zijn ze me even dierbaar.

Dat wil echter niet zeggen dat de staat ook moreel neutraal is. Het principe van de rechtsstaat houdt niet alleen in dat de overheidsmacht wordt begrensd door de wet. Het betekent ook dat er fundamentele democratische waarden zijn en dat de overheid die heeft uit te dragen. Daarom hebben we die als ‘universele mensenrechten’ gedefinieerd. Dat is geen staatsmoraal, maar het houdt wel een claim in dat die mensenrechten de basis zijn voor hoe we in een plurale wereld met elkaar omgaan.

Hier ontstaan de grote vragen, ook binnen GroenLinks. Het punt is namelijk dat de samenleving in de afgelopen eeuw tegelijk pluraler en individueler is geworden. En de religie is in grote mate geïndividualiseerd en losgeraakt van instituten. Dat betekent dat ook mensenrechten als godsdienstvrijheid meer individueel benaderd moeten worden. Het gaat niet in de eerste plaats om de rechten van de groep, maar om de rechten van concrete mensen. Die moeten primair worden beschermd tegenover een al te bemoeizieke overheid. Maar als ze onder druk staan van de religieuze groep, dan is het juist vanuit een links perspectief zaak om voor die rechten op te komen. In elk geval door het debat aan te gaan, soms door emancipatie te stimuleren en heel soms door wetgeving.

Het is natuurlijk een risico dat we daarbij zozeer op de individuele tour gaan dat we vergeten dat mensen vooral ook ingebed zijn in een gemeenschap. Daarom benadrukken we als LinkerWang graag de notie van compassie. Daarin gaat het juist om de verbondenheid van mensen met elkaar. De verantwoordelijkheid die daaruit voortvloeit betekent dat we niet tevreden zijn met de situatie dat mensen geknecht worden door overheden, culturen of – ja, dat ook – religies. Met mijn spirituele en linkse drijfveren kan ik niet anders dan me tegen knechting verzetten. GroenLinks heeft geen moeite met religie, maar wel met de donkere kanten die daar soms aan zitten.


vrijdag, 30 maart 2012

Jeroen van Rossum

Jeroen van Rossum

Twitter

Kritisch

In politiek, ad koppejan, bezuinigingen, bill gates, bnp, catshuis, cda, christenunie, congres, en meer.

Na het roerige congres van het CDA op 2 oktober 2010, beloofde ontwikkelingshulpkopstuk Kathleen Ferrier haar achterban nog dat ze het kabinet, en vooral de gedoogconstructie die daaraan ten grondslag ligt, kritisch zou gaan volgen. Samen met Ad Koppejan vertolkte zij de 32% die tegen politieke samenwerking met de ‘verdorven’ PVV had gestemd. Zeker op haar terrein, de ontwikkelingssamenwerking, zou Kathleen de kritische noten wel gaan kraken. Nu – anderhalf jaar later – blijkt dat in elk geval een onwaarheid.

Ondanks de aangenomen motie van Jolande Sap (GroenLinks) en Arie Slob (ChristenUnie) om vast te houden aan de norm van 0,7% van het BNP voor ontwikkelingssamenwerking, berichtten de kranten vandaag dat de heren in het Catshuis  het plan hebben opgevat hier een miljard euro op te korten. Dat kan bijna geen verrassing zijn; Geert Wilders toeterde voor aanvang van de tussenformatie al dat hij zonder snijden op ontwikkelingshulp geen succesvolle onderhandelingen voorzag. Na de prachtige, politieke toneelvoorstelling van afgelopen week, heeft hij het blijkbaar voor elkaar. Na de kunst moet ook de ontwikkelingshulp rancuneus om zeep worden geholpen.

Zogenaamde praatjes over weerstand tegen deze maatregel binnen het CDA in het algemeen, kunnen we natuurlijk direct terzijde schuiven. Onder het mom van verantwoordelijkheid nemen heeft het CDA al ruim anderhalf jaar haar principes overboord gezet omwille van het pluche – net als de eens zo liberale VVD. Maar mevrouw Ferrier heeft het ons beloofd, of in elk geval haar eigen achterban. Maar nog geen onvertogen woord. Je had toch op zijn minst verwacht, dat ze een kwade tweet de wereld in zou helpen vanochtend, maar zelfs dat was ‘kritische’ Kathleen te veel.

Kathleen Ferrier moet zich kapot schamen. Haar zogenaamde dissidentschap heeft tot dusver weinig meer behelst dan zuur kijken, en druk met haar mappen de gang op stampen. Van daadwerkelijk verzet kunnen we haar allerminst betichten. En hoewel het heerlijk moet zijn voor Maxime Verhagen dat ze zich braafjes aan de mediastilte houdt, voor haar achterban is het een grove desillusie.


woensdag, 28 maart 2012

Peter Smith

Peter Smith

Wie waren erbij, bij het schoonmaken van het IJ?

Op 24 maart kwamen 71 mensen naar de IJ-kantine. Het was geweldig weer, mooi weer om op het terras van de IJ-kantine plaats te nemen en heerlijk te genieten van het uitzicht en de eerste zonnestralen te verwelkomen. Deze mensen gingen niet zitten, ze kwamen voor de schoonmaak actie “Wees erbij, maak schoon dat IJ!”.

In drie uur tijd zijn er 104 grote vuilniszakken gevuld met allerlei vuil: schoenen, paraplu’s, aanstekers, emmers, dekzeilen, een faxmachine maar vooral heel veel plastic! Plastic dat anders de kans had gekregen zich te voegen bij de Plastic Soep in de oceanen. De soep die we onze kinderen voorzetten; vissen en vogels zien het aan voor voedsel en zo komen alle giftige stofjes in en aan het plastic (pesticiden, die ook steeds meer in de oceanen voorkomen, plakken als het ware aan het plastic vast) in de voedselketen.

Hieronder een impressie van de dag. Gefilmd door Ward ten Voorde

.

Mijn bedank-toespraak waarin ik vertel over de “Keep it Clean day” waarop Nederland in één dag wardt schoon gemaakt naar voorbeeld van de actie van “Let’s do it” in 2008 in Estland (zie hier het filmpje daarover).

En hier een foto van Anne Haffmans en mij van de berg afval die drie uur eerder nog langs het IJ lag:

Heel veel dank aan iedereen die meegewerkt heeft, en ook aan de sponsoren:
De IJ-kantine en stadsdeel Amsterdam-Noord die de borrel met hapjes na afloop mogelijk maakten. Amsterdam Noord die ons ook voorzag van grijpstokken, zakhouders en handschoenen. En WorkCycles die ons de bakfietsen uitleende.

Opgeruimde groet,
Anne Haffmans en Peter Smith

maandag, 26 maart 2012

Walter van Peijpe

Walter van Peijpe

Hyves Last.fm Twitter Youtube

Smitsloo wil Van der Klaauwtoren kopen! #Sleutelstad.nl

In politiek, herbestemmen, leiden, universiteit leiden, van der klaauwtoren, maart, bestuur, cijfers, college, en meer.

Smitsloo wil Van der Klaauwtoren kopen en sloop stilgelegd

Door: Chris de Waard [Sleutelstad.nl]

Afbeelding bij Smitsloo wil Van der Klaauwtoren kopen; sloop stilgelegd

Op de plek van het 'blauwe gebouw' wil de universiteit statige herenhuizen aan het water laten bouwen. De aangrenzende Van der Klaauwtoren wordt als het aan de universiteit ligt definitief gesloopt om plaats te maken voor een nieuwe woontoren. Die wordt circa 10% hoger dan de bestaande bouw. (Afbeelding: Molenaar & Van Winden architecten).

26 maart 2012

GroenLinks gemeenteraadslid Walter van Peijpe start deze week een slotoffensief om de Universiteit Leiden te laten inzien dat het slopen van de Van der Klaauwtoren een onzalig plan is. Via een speciale LinkedIn groep verzamelde Van Peijpe de afgelopen weken al meer dan honderd steunbetuigingen van mensen die vinden dat het monumentale gebouw niet verloren mag gaan. Ondertussen begon de universiteit al met de sloop, maar die werd binnen enkele dagen stilgelegd, omdat er eerst extra veiligheidsonderzoek nodig blijkt te zijn voor er daadwerkelijk gesloopt kan worden.

Inmiddels is er ook een mogelijke koper voor de toren. Projectontwikkelaar Menno Smitsloo vindt dat de universiteit haar sociaal-maatschappelijke verantwoordelijkheid moet nemen en het voormalige zoölogisch laboratorium niet moet slopen. Hij is bereid het gebouw tegen redelijke condities over te nemen en het een passende bestemming te geven. “Ik ga niet aan een dood paard trekken, maar als de universiteit erover wil praten, moeten ze me maar bellen. Ik wil er serieus naar kijken.”

Smitsloo denkt in elk geval dat herontwikkeling een prima alternatief is voor sloop en herbouw. “De markt voor nieuwbouwappartementen is de afgelopen jaren natuurlijk flink verslechterd.” Ook Van Peijpe kan zich niet voorstellen dat de cijfers waarop de universiteit zich enkele jaren geleden baseerde nog kloppen: “Ze gaan er vanuit dat nieuwbouw ongeveer een miljoen meer oplevert dan herbestemmen, maar dat je kunt je gerust afvragen of dat nog actueel is. Er is nu veel meer vraag naar een appartement in een mooi historisch gebouw. Bovendien loopt de universiteit dan het slooprisico niet. En dat is fors. Je weet nooit wat je tegenkomt”.

Een woordvoerder van de universiteit denkt dat het rijkelijk laat is om in dit stadium nog met Smitsloo in gesprek te gaan: “Er is maanden niets gebeurd en we zijn nu zelfs al met slopen begonnen, maar uiteraard staat niets hem in de weg om zijn interesse in elk geval kenbaar te maken”.

Deze week verzamelt Van Peijpe nog reacties van mensen die de Van der Klaauwtoren voor Leiden willen behouden. Maandag overhandigt hij zijn oproep aan het College van Bestuur van de Universiteit.

 

Artikel van Sleutelstad  26-03-2012


donderdag, 22 maart 2012

Peter Smith

Peter Smith

De lente verwelkomen…. geweldig succes!

Toegegeven, eerst wilde ik DLV niet nog een keer organiseren. Een beetje bang dat ik het succes van vorig jaar niet zou evenaren.

Maar gelukkig heeft Vincent mij overgehaald. Dus heb ik begin februari weer een oproep gedaan aan mijn volgers op dit blog en via twitter om dit jaar weer de lente te verwelkomen. Vorig jaar heb ik er best hard aan getrokken om mensen erbij te betrekken, dit jaar heb ik het meer losgelaten en heeft het zichzelf uitgezaaid. Eerst snapten veel mensen het niet: “Waarom zou je maar één stuk zwerfafval rapen, wat heeft dat nu voor zin”.

Het is precies dezelfde gedachte als die van de zwerfafval veroorzaker: “Ach dat ene flesje, of er een flesje meer of minder op straat wordt gegooid…. niemand merkt het verschil”.

En intussen drijft er 100.000.000.000 kilo aan plastic in de oceanen, de plastic soep. Grotendeels (80%) afkomstig van het binnenland. Grotendeels afkomstig van mensen die denken “dat ene flesje maakt niets uit” maar even vergeten dat we met 7 miljard mensen deze blauwe pixel delen.

Diezelfde krachten die het probleem veroorzaken wil ik inzetten om het probleem op te lossen! Een soort Aikido dus ;) Als al die mensen, die nu denken “dat ene flesje oprapen heeft geen zin” het toch doen, dat flesje of zakje dus wel oprapen, dan is er geen (of nauwelijks) zwerfafval meer in Nederland!

Wat het omdraaien betreft: vorig jaar deden er 1400 mensen mee, nu hebben 4100 mensen aangegeven er aan mee te doen! Ik geloof niet in toeval. Of moet ik zeggen “Ik geloof in toeval”?

En hoeveel mensen er meegedaan hebben dankzij de radio reportages, bloggers en kranten die aandacht hebben besteed aan deze actie, ik weet het niet. Als dit 1% is van het publieksbereik… dan mag je er nog een nulletje achterzetten.

Op naar een mooie lente!

Opgeruimde groet,
Peter.

====

Margreet de Boer

Margreet de Boer

Hyves Linkedin Twitter

Het belang van slachtoffers

In slachtoffers, strafrecht, algemeen, belangrijk, beperking, beslissingen, controle, de wereld, discussie, en meer.
Zoals ik net op twitter schreef: "Het kan verkeren, ineens buitelen partijen over elkaar heen voor slachtofferrechten. Mooi, maar pas op voor scheppen irreele verwachtingen."En "Als er iets fnuikend is voor slachtoffers: verwachtingen wekken die niet waargemaakt worden. #secundairevictimisatie" Met daarbij een link naar een onderzoek dat ik twee jaar geleden samen met Marjan Wijers heb gedaan naar secundaire victimisatie in het strafproces (het verergeren van het slachtofferschap door het strafproces). Omdat het wel relevant is voor de huidge discussie, hierbij de slotconclusie van dat onderzoek:

De conclusie lijkt gerechtvaardigd dat secundaire victimisatie van slachtoffergetuigen door het strafproces met enige regelmaat voorkomt. Daarbij lijkt het vooral te gaan om negatieve effecten op het vertrouwen van het slachtoffer in zichzelf, de toekomst, de wereld en het rechtssysteem, en in mindere mate om re-traumatisering, dat wil zeggen verergering van de post traumatische stressreacties als gevolg van het oorspronkelijk misdrijf bij slachtoffers die aan PTSS lijden. Slachtofferondersteuners noemen daarnaast secundaire victimisatie in de vorm van belemmering van herstel; dit komt ook in de interviews met slachtoffers naar voren. Extra schade door een nieuw, tweede trauma veroorzaakt door het strafproces wordt slechts bij uitzondering genoemd.

Secundaire victimisatie speelt niet alleen bij het verhoor van het slachtoffer als getuige door de RC of op de zitting. Ook de onevenwichtigheid tussen de positie van de verdachte en die van het slachtoffer, de lange duur van het strafproces, gebrek aan informatie, bejegeningsfactoren en onvrede met de uitkomst spelen een rol.

Centrale begrippen bij het voorkomen van secundaire victimisatie lijken voorspelbaarheid, controle/beheersbaarheid, veiligheid en rechtvaardigheid te zijn. Hoe hoger het strafproces hierop ‘scoort’, hoe kleiner de kans op secundaire victimisatie. Of het slachtoffer daadwerkelijk extra schade of leed ondervindt door het strafproces hangt echter niet alleen af van factoren binnen het strafproces, maar ook van de ernst en aard van het misdrijf, persoonlijke kenmerken van het slachtoffer en de sociale context. Ook deze factoren 'scoren' op de dimensies veilig of onveilig, voorspelbaar of onvoorspelbaar, et cetera. Bij persoonlijke kenmerken gaat het dan vooral om kenmerken die de behoefte aan voorspelbaarheid, veiligheid etc. groter kunnen maken, zoals eerdere traumatische ervaringen of een verstandelijke beperking. Voor het strafproces is dit relevant, omdat het betekent dat sommige slachtoffers (gezien de aard van het delict, hun persoonlijke eigenschappen of omgevingsfactoren) extra kwetsbaar of vatbaar zijn voor secundaire victimisatie.

Vanuit het oogpunt van voorspelbaarheid vormen vooral de informatieverschaffing aan slachtoffers, de gang van zaken rondom het verhoor bij de RC of op de zitting en de lange duur van het strafproces knelpunten. Gebrek aan controle speelt vooral ten aanzien van beslissingen met betrekking tot vervolging, voorlopige hechtenis en de wijze van afdoening. De wensen en belangen van het slachtoffer spelen hierin slechts zeer beperkt een rol. Een duidelijk knelpunt vormt het verkrijgen van een afschrift van/inzage in de eigen aangifte en het strafdossier, al dan niet via de slachtofferadvocaat. Knelpunten met betrekking tot veiligheid zijn de keuze voor de plaats waar de aangifte wordt opgenomen, de geheimhouding van adres- en persoonlijke gegevens, het opvragen van informatie bij derden, met name het feit dat het slachtoffer zich er van bewust moet zijn dat alle informatie in het dossier wordt opgenomen en dus kenbaar is voor de verdachte, en het verhoor bij de RC of ter zitting, en dan vooral de behandeling door de advocaat van de verdachte. Ook is onduidelijk bij wie de verantwoordelijkheid ligt voor de voorbereiding van het slachtoffer op het verhoor en willen er nog wel eens dingen fout lopen rondom de zitting, zoals slachtoffers en verdachten die bij elkaar in de wachtkamer of naast elkaar in de zittingszaal worden geplaatst. Waar het gaat om rechtvaardigheid ervaren slachtoffers vooral de onevenwichtigheid in de positie van verdachte en slachtoffer als onrechtvaardig: naar hun gevoel heeft de verdachte alle rechten en zij niets. Hieronder valt ook het gegeven dat de verdachte toegang heeft tot het gehele strafdossier met alle informatie over het slachtoffer, terwijl het slachtoffer vaak niet eens de eigen aangifte krijgt. Andere punten vanuit het perspectief van rechtvaardigheid zijn een goede motivering van het vonnis, hetgeen nu vaak ontbreekt – als slachtoffers het vonnis al krijgen -, en de uitkomst van de strafzaak. Met betrekking tot dit laatste valt op dat alle geïnterviewde slachtoffers het voorkomen van herhaling als belangrijk element noemen.

Over de positie van het slachtoffer in het strafproces denken vooral officieren van justitie, RC’s en rechters zeer verschillend, variërend van ‘het is goed zo en moet zo blijven’ tot ‘het moet anders’. Men lijkt zich nauwelijks bewust te zijn van de implicaties van de nieuwe Wet versterking positie slachtoffers. Dit geldt vooral waar het gaat om de invoering van een met de ‘onschuldpresumptie’ voor de daders vergelijkbare presumptie voor slachtoffers: een slachtoffer moet als slachtoffer worden beschouwd totdat het tegendeel komt vast te staan. Ook de opvattingen over de eigen taak met betrekking tot de bescherming van de belangen van het slachtoffer lopen zeer uiteen. Een gedeelde visie hierop lijkt vooral bij de rechtelijke macht te ontbreken. Over het algemeen zijn de verschillende respondenten wel bereid om de belangen van het slachtoffer mee te wegen. Dit gaat echter niet vanzelf. De indruk bestaat dat niet alle respondenten zich bij hun beslissingen steeds bewust zijn van slachtofferbelangen. Vrijwel nooit nemen respondenten het initiatief om het slachtoffer zelf in de belangenafweging te betrekken. Slachtofferbelangen worden vooral meegenomen zolang zij niet te veel kosten en niet strijdig zijn met de belangen van de verdachte of van het strafproces.

Tenslotte valt op dat nauwelijks (empirisch) onderzoek is gedaan naar secundaire victimisatie van slachtoffers als gevolg van het strafproces. Voor eventueel vervolgonderzoek is van belang dat dit zich niet alleen zou moeten richten op slachtoffers van juridisch ernstige delicten en dat bijzondere aandacht wordt besteed aan groepen die extra kwetsbaar zijn voor secundaire victimisatie. Hierbij gaat het niet alleen om kinderen en mensen met een verstandelijke beperking, maar ook om groepen die om andere redenen extra kwetsbaar zijn voor secundaire victimisatie.

Het hele onderzoek vind je hier

Aantal berichten op deze pagina: 30. De berichten op deze pagina zijn niet ouder dan 1427 uur (59,5 dagen). Berichtgemiddelde: 0,5 bericht per dag, 3,5 per week.

Volgende pagina

Pagina: 1 2 3 4 5 6