zondag, 29 augustus 2010

Jos van der Lans

Jos van der Lans

Weg met de lankmoedigheid

In column, geschiedenis, gevaar, het volk, humor, janmaat, lekker, leven, links, en meer.

Toen Hans Janmaat namens de Centrumpartij begin jaren tachtig een zetel in de Tweede Kamer bemachtigde, schoten de antifascisme-en antidiscriminatiecomité’s als paddenstoelen uit de grond. Alle zeilen moesten worden bijgezet om het kwaad in de kiem te smoren. Sommige anarchistische heethoofden meenden dat het gevaar zo groot was, dat zij het in 1986 heel normaal vonden om een hotel in Kedichem waar Janmaat c.s. een geheime vergadering hadden belegd met rookbommen te bestoken.
Janmaat wist met wat schrammen aan de brand te ontkomen, maar zijn secretaresse (en latere vrouw) Wil Schuurmans belandde nadat ze een been was kwijtgeraakt voor de rest van haar leven in een rolstoel. In alle opzichten een treurig dieptepunt in de politieke geschiedenis van Nederland.
Zo’n kwart eeuw later leven we met een partij die zich heeft opgeworpen als de buitenboordmotor van de regering. De patronen van het Wilderiaanse redeneren komen naadloos overeen met de registers van het fascistoïde denken: het slachtofferschap van oorspronkelijke Nederlanders, de externe vijanden (moslims) van het volk (Henk en Ingrid) tegen wie ieder middel gerechtvaardigd is, het zuiver houden van ‘onze’ volksgemeenschap door het uitzetten van migranten, de generalisatie van het vijandbeeld in een homogene etnische of religieuze groep (de zondebok), en er is de minachting voor traditionele wettelijke en morele standaarden, zoals artikel 1 van de Grondwet en internationale verdragen die de uitschakeling van de vijanden in de weg staan. En dan zwijgen we nog maar over de dictatoriale vorm van leiderschap die Wilders in zijn partij voorstaat.
Vergeleken met dit repertoire was Janmaat een gezellig zoemende politieke mug. Terwijl de parallellen met de meest verderfelijke ideologie uit de twintigste eeuw groter dan ooit zijn, blinkt links uit in lankmoedigheid. Wat is er mis om gewoon weer lekker ouderwets anti-Wilders actie te gaan voeren. Ludiek, confronterend, hilarisch, theatraal, en vooral met gevoel voor humor, op straat, in de kroeg, overal waar zijn gedachtegoed de kop opsteekt. Het gaat niet om niks. Er staat een beschaving op het spel, en ook anno 2010 is daar bepaald geen rookbom voor nodig. De argumenten spreken voor zich.

Deze column verschijnt in het september-nummer van het GroenLinks Magazine.

donderdag, 26 augustus 2010

Jenny de Jeu

Jenny de Jeu

Hyves Linkedin

Schuldhulp: geen stenen voor brood verkopen

Vandaag was Mevrouw Erica Schruer advocate uit Rotterdam gastspreker bij de plenaire vergadering van de Cliënten Organisaties Maatschappelijke Opvang van de G4 (COMO-G4). Mevrouw Schruer houdt zich al jaren met het thema schuldhulpverlening bezig. Mevrouw Schruer beschikt over een berg kennis waar je u tegen zegt. Zelfs Wikipedia maakt reeds melding van haar weblog http://observatrix.blogspot.com/

De bijeenkomst werd benut om haar kennis over te brengen aan de belangenbehartigers van de 4 grote steden. Mevrouw Schruer doet dit op zeer kundige en bevlogen wijze. En is heerlijk Rotterdams recht voor zijn raap. Veel van de aanwezigen zijn zelf noodgedwongen ook al jaren met het thema schuldhulpverlening bezig. In sneltreinvaart loodste mevrouw Schruer ons langs een berg wet- en regelgeving. En vooral ook langs de gaten waar veel mensen die hulp zoeken om uit de schulden te geraken jarenlang keihard in vallen. En maar blijven vallen, van kwaad tot erger. De gevolgen hiervan zijn voor COMO-G4 onder andere te zien in het grote aantal dak- en thuislozen wat Nederland kent. En wie de kranten goed leest ziet ook dat veel familiedrama’s vaak voortkomen uit schuldenproblematiek.

Er moeten echt grote zaken veranderen om deze neergaande spiraal waar heel veel mensen in verzuipen een halt toe te roepen. Alle aanwezigen konden met gemak bergen schrijnende voorbeelden noemen. Zoals mensen die al 8 jaar schuldhulp hebben en er geen vooruitgang is, elke 2 maanden een andere hulpverlener, malafide bewindvoerders, instanties die fouten maken etc. Het is de bedoeling dat schuldhulp je hèlpt. En om met mevrouw Schruer te spreken je geen stenen voor brood verkoopt.


Alice Karen Burridge

Alice Karen Burridge

Hyves DWARS

Pesten of ‘kantoorhumor’ in een bedrijfscultuur?

Pesten en snauwen zijn vaak normaal in een bedrijfscultuur met weinig, geen of verkeerde, onterecht negatieve feedback, aldus journalist en opiniemaker Steven de Jong. Deze is tot stand gebracht door het onvermogen om tactvol met elkaar te communiceren, soms mede door angst voor gezagsverlies. Verzoeken en commanderen zijn bovendien niet hetzelfde. Ook andere vormen van pesten worden voor een groot deel door tactloze communicatie bepaald. Volgens het tv-programma Zembla is Nederland een pestland, zich baserende op een TNO-onderzoek. Pesten op werk is daarbij vaak subtieler dan op school; het is een vak apart. Hierdoor is het moeilijk te achterhalen of er wel van pesten sprake is. Het is een fenomeen dat plaatsvindt achter gesloten deuren. Wie spreekt dan de waarheid voor de buitenstaander, en wat zijn de principes van diegene zelf dan, waarop hij oordeelt? Extra complicerend is het vaak betrokken zijn van de leidinggevende bij het pesten. De werkgever moet moet het volgens de Arbowet (2007) juist bestrijden door actief beleid te voeren. De wet is echter zo soepeltjes dat er meer sprake lijkt van een regelgeving, een richtlijn. Hier kan de leidinggevende, indien deze een pester is, mee spelen, ook door zichzelf vrij te pleiten van schuld en anderen, soms de slachtoffers, juist als oorzaken aan te wijzen. Ook wordt het vaak afgedaan als ‘kantoorhumor’, die echter vaak ten koste gaat van het welzijn van een of meerdere werknemers, die dan niet als volwaardig mens behandeld worden. Volgens Mobblog is het nogal kort door de bocht en onterecht om de klachten die werknemers kunnen ondervinden teniet de doen onder het mom van kantoorhumor. Zo een situatie is voor sommigen ongezond, waarvan enkele egoïsten op de korte termijn profiteren, en dan schort het aan algehele communicatie en feedback.

~

Zembla: Pesten op het werk
“Je moet wel tegen een geintje kunnen”, krijgen mensen die gepest worden vaak te horen. Maar het is al lang geen geintje meer als iemand langere tijd slachtoffer is van pesterijen op het werk, wordt buitengesloten of geïntimideerd. Daar kan iemand letterlijk ziek van worden. Meer dan honderdduizend mensen in ons land zijn jaarlijks het doelwit van pesterijen.

~

Pesten en snauwen vaak onderdeel van bedrijfscultuur
Auteur: Steven de Jong
Bron: Steven de Jong, journalist en opiniemaker

Monique De Knop, hoofd van het ministerie van Binnenlandse Zaken in België, is door haar ondergeschikte, Christine Breyne, beschuldigd van pesten. Een veelvoorkomend probleem, zo blijkt ook uit Nederlands onderzoek.

‘Nederland is een pestland’, concludeerde het tv-programma Zembla vorige maand op basis van TNO-onderzoek. In de praktijk blijkt pesten een uitwas van een dieperliggend probleem: werknemers willen graag tactvol met elkaar omgaan, maar weten niet hoe. “Feedback op de werkvloer is geen gemeengoed.”
Opvallend is de wijze waarop pestgedrag zich op de werkvloer manifesteert. Er wordt niet met etuis gegooid zoals in een schoolklas. Nee, pesten op de werkvloer is een vak apart. In Zembla vertelde een ambtenaar dat ze op een vergadering met de mond vol tanden stond omdat collega’s expres stukken achterhielden. Een rechercheur klaagde dat ze geen wapenkluis kreeg en dat een collega weigerde met haar op surveillance te gaan.
Maar het wordt voor de slachtoffers past echt vervelend als ze het gevoel krijgen ‘weggepest’ te worden. Met negatieve evaluaties bijvoorbeeld, zoals de Belgische directeur-generaal Christine Breyne beweert. Haar collega’s, die vinden dat ze prima functioneert, kwalificeren haar degradatie van Civiele Veiligheid naar Rampenschade als een “verbanning”. Hen werd zelfs verboden waardig afscheid te nemen. “We waren rondgegaan met een envelop om een bos bloemen te kopen om haar te bedanken”, zei één van hen tegen het Nieuwsblad. “Maar toen dat plan bekend raakte, werd het ons verboden om die bloemen op de receptie te overhandigen. Opdracht van Monique De Knop, werd erbij gezegd.” De voorzitster van het directiecomité, zoals De Knops functie officieel heet, ontkent de beschuldigingen. “Ik heb nooit in mijn leven iemand gepest. En ik houd mij ook niet bezig met afrekeningen. Een goed manager doet zoiets niet, want het is zinloos.”
Het is dus moeilijk te achterhalen of er daadwerkelijk van pesten sprake is. Toch geven 650.000 werknemers in Nederland aan dat zij wel eens gepest zijn door collega’s. Dat blijkt uit de Nationale Enquête Arbeidsomstandigheden (februari 2009) van TNO en het Centraal Bureau voor de Statistiek. Dat is een tiende van de totale beroepsbevolking. In de helft van de gevallen zou de leidinggevende betrokken zijn bij het pesten, terwijl die het – bij wet – juist moet bestrijden.

Intimiderende werkomgeving
Sinds het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid in 2000 becijferde dat 23 procent van de werknemers wel eens slachtoffer is geweest, staat pesten ook op de Haagse agenda. Onder pesten verstaat het ministerie onder andere: vervelende opmerkingen maken, beledigen, schelden, sociaal isoleren en openlijk terechtwijzen. In 2004 antwoordde toenmalig staatssecretaris Rutte op Kamervragen van de PvdA dat structureel gepest worden ingrijpender is dan seksuele intimidatie of agressie. Op grond van de Arbowet 2007 is de werkgever zelfs verplicht een actief beleid te voeren tegen een intimiderende, vijandige of onaangename werkomgeving.

Kantoorhumor
Dat klinkt allemaal heel ernstig. Maar de andere kant van de medaille heet kantoorhumor. In de jaren negentig in beeld gebracht door het Jiskefet-duo Edgar en Jos in de serie Debiteuren Crediteuren. De grappenmakers hebben Juffrouw Jannie nodig om hun saaie kantoorbestaan nog een beetje draaglijk te houden. Illustrerend is deze sketch: als de zwaarlijvige secretaresse op 5 december met cadeautjes en gedichten aan komt zetten weten de kantoorklerken zich geen houding te geven. Juffrouw Jannie is immers geen mens, maar het mikpunt van spot. Ze is sociaal geïsoleerd.
De gelijkenis met het pestslachtoffer dat Zembla portretteerde, een vrouwelijke gemeenteambtenaar, is treffend. Toen zij op kantoor trakteerde kreeg ze van een collega te horen dat ze dat voortaan maar moest laten omdat het verplichtingen zou scheppen. Pijnlijk, natuurlijk. In de uitzending kwam ook meneer Van der Noordt, directeur van een middelgroot bedrijf, aan het woord. Werknemers hadden een klacht tegen hem ingediend omdat er op kantoor seksueel getinte grappen per e-mail werden rondgestuurd. Van der Noordt liet blijken dat dit soort grappen moeten kunnen. Er moet ook wat te lachen zijn. Humor als onderdeel van de bedrijfscultuur, waar enkele collega’s voor opgeofferd moeten worden. Het onderwerp van de spot kan niet altijd mee lachen.

Goede sfeer belangrijker dan fysieke arbeidomstandigheden
Dat Nederlandse werknemers horken zouden zijn is echter moeilijk te rijmen met de Jobmeter 2009, het jaarlijkse onderzoek naar arbeidsvreugde van bureau Ausems en Kerkvliet. Uit die enquête, gehouden onder 1400 respondenten, blijkt dat werknemers juist zeer hechten aan een goede sfeer op de werkvloer. Dat vinden ze zelfs belangrijker dan fysieke omstandigheden, zoals meubilair, hardware, geluid of binnenklimaat. Als ergernissen vinkten ze in groten getale oncollegiaal gedrag aan, zoals pesten, klikken, roddelen, openlijke terechtwijzingen en ongelijke behandeling.

Feedback organiseren
Pesters hebben volgens TNO vaak narcistische trekken, zijn op macht uit en kunnen zich slecht verplaatsen in de mensen die ze iets aandoen. Dit verklaart waarschijnlijk de oververtegenwoordiging van managers onder de pesters. Ondergeschikten, daarentegen, kijken over het algemeen wel uit. Zelfs opbouwende kritiek houden zij meestal voor zich, zo blijkt uit een in 2007 gehouden onderzoek van HR-specialist Cubiks. Meer dan de helft van de respondenten gelooft dat ‘eerlijk zijn’ slecht is voor de carrière. “Feedback op de werkvloer is geen gemeengoed”, zei Cubiks-directeur Reinder van der Schaaf op de website HRpraktijk.nl. In zijn rapport geeft zijn instituut ook daar een verklaring voor: 60 procent neemt het ontvangen van negatieve kritiek niet in dank af. Cubiks adviseert daarom feedback te organiseren, bijvoorbeeld in speciale bijeenkomsten. Maar de helft van de Nederlandse managers besteedt slechts een tiende van de tijd aan people management, constateert het bureau.

Bang maken
Pesten is zogezegd de uitwas van een dieperliggend probleem, namelijk het onvermogen om tactvol met elkaar te communiceren. Pieter Langedijk, psycholoog en auteur van het boek Kritiek geven, op kritiek reageren (Ankh-Hermes, 2008) herkent de bevinding van Cubiks. “Laatst hoorde ik van een vrouw dat ze de indruk heeft dat chefs van een afdeling chef worden, niet omdat ze zo tactisch zijn, maar omdat ze het fijn vinden om te zien dat iemand bang van ze wordt. Dat mensen afhankelijk van hen zijn. Voor hun positie, voor hun baan.”

Wijzen op consequenties
Met een voorbeeld geeft hij aan hoe belangrijk people management is. “Ik heb een jongen behandeld die in een fabriek werkt. Zijn oude machine produceerde acht meter gordijnstof per minuut, de nieuwe twaalf en de laatste wel vierentwintig meter per minuut.” Er waren al twee werknemers overspannen geworden omdat ze het tempo niet bij konden houden, vertelt Langedijk. De overgebleven werknemers bekten zijn cliënt af. “Doe eens wat vlugger”, zeiden ze de hele tijd. Langedijk adviseerde zijn cliënt de collega’s op de consequenties te wijzen, het effect van hun gedrag. “Bijvoorbeeld door te zeggen: we kunnen met z’n allen nog harder werken, maar als ik ook in de ziektewet kom moeten jullie nóg harder werken.”

Resoneren
Jan van Koert, trainer in ‘geweldloos communiceren’, moet niets hebben van het begrip ‘kritiek’. Het is volgens hem de kunst woorden te horen zonder die meteen op jezelf te betrekken. “Mijn bedoeling is om alleen de woorden van de ander te verbinden met datgene wat diegene had willen krijgen.” In zijn beleving resoneren mensen die gevoelig zijn voor kritiek vaak mee met de gevoelens of emoties van de collega die de kritiek geeft. Niet doen, adviseert Van Koert. “Denk: het gaat niet over mij, maar over de niet ingevulde behoefte van de ander.” Managers die hun ondergeschikten koeioneren zijn volgens hem bang voor gezagsverlies. “Maar als die angst er is, is er waarschijnlijk al geen gezag meer.”

Verzoeken en commanderen
Er is een verschil tussen verzoeken en commanderen, legt Langedijk uit. “Je kunt iets op een vrij rustige manier zeggen en toch laten blijken dat je het écht meent. Zonder dat je erbij schreeuwt of de ander boos aankijkt. Zonder grove woorden.” Dat is volgens de psycholoog het verschil tussen een manager die kracht uitstraalt en een manager die macht uitstraalt. En daar kan meneer Storms, ex-commando en de baas van de pestkoppen Edgar en Jos in Debiteuren Crediteuren, nog wat van leren.


donderdag, 19 augustus 2010

Ruard Ganzevoort

Ruard Ganzevoort

Twitter

Vrijheid van godsdienst niet het einde, maar het begin van het gesprek

Respect voor religie kan niet zonder kritiek op religie.

Gepubliceerd op Joop.nl, 19.08.2010

De discussie over religie en grondrechten staat volop in de belangstelling. De dreigende samenwerking van CDA en PVV scherpt dat nog eens aan. Is het CDA onbetrouwbaar geworden als het om de grondrechten gaat? Voor- en tegenstanders bieden petities aan, Maxime Verhagen doet verwoede pogingen om tegen de kritische geluiden in het imago te redden. En CDA-ers Maarten Neuteboom en Diederik Boomsma (Trouw, 12 augustus) trekken een rookgordijn op door zich af te zetten tegen vrijzinnige partijen als GroenLinks en D66. Die zouden net zo gevaarlijk zijn als de PVV.

Neuteboom en Boomsma baseren de dwaze stelling dat GroenLinks een bedreiging is voor de klassieke grondrechten onder meer op een artikel dat ik samen met Dick Pels schreef over de spanning tussen de grondprincipes van de democratische samenleving en de ruimte die we moeten laten aan religieuze groepen (De Groene, 24 maart). Tandenknarsend, omdat die groepen er soms onaangename of zelfs gevaarlijke ideeën op na houden over de positie van vrouwen of homo’s of het slaan van kinderen. Juist in een plurale samenleving moeten we dat echter niet te snel willen verbieden. Wel moeten we het morele debat aangaan, en de overheid heeft daarin een leidende rol om die democratische principes uit te dragen.

Het is jammer dat Neuteboom en Boomsma deze visie en de positie van GroenLinks onjuist weergeven. Het verkiezingsprogramma is heel expliciet: ‘Religie is voor veel mensen zingevend en bezielend. Religieuze groepen leveren vaak een waardevolle bijdrage aan de samenleving.’ De vrijheid van vergadering en vereniging en de vrijheid van godsdienst zijn voor GroenLinks vanzelfsprekend en voor mij als theoloog helemaal. En daarom is GroenLinks ook helemaal niet tegen bijzonder onderwijs, maar wel tegen discriminatie die in naam van die godsdienstvrijheid kan voortbestaan.

Waar draait het dan wel om? Misschien helpt een citaat: ‘Helaas komt het nogal eens voor dat men met een beroep op vrijheden onvrijheid laat bestaan. Zo is het bijvoorbeeld mogelijk om met een beroep op de vrijheid van godsdienst vrouwen in een boerka te laten rondlopen. De andere kant van de medaille is wel dat deze opvatting zeer vrouwonvriendelijk is en een onvrije situatie voor vrouwen veroorzaakt.’ Ik zou het zo hebben kunnen zeggen, maar het zijn woorden van Neuteboom zelf (Opinio, 18 april 2008). En precies daarover ging het artikel dat ik met Dick Pels schreef: hoe kunnen we voorkomen dat de vrijheid van godsdienst – die we zeer hoog hebben – onvrijheid veroorzaakt?

Het probleem is alleen dat men vaak eenzijdig aan de islam denkt en daarmee olie op het islamofobische vuur gooit. Hetzelfde spanningsveld tussen collectieve vrijheid en individuele vrijheid is namelijk ook in het christendom een thema. Waarom zou de onvrijheid van de boerka moeten worden aangepakt en mogen reformatorische scholen wel een homoseksuele leraar weigeren? Het onderliggende dilemma is hetzelfde: een religieuze gemeenschap mag haar interne leven organiseren zoals ze wil en mag een moraal en overtuigingen uitdragen zoals haar goed dunkt. Maar daarmee kan ze op gespannen voet komen te staan met de morele principes van onze rechtsstaat. Mensenrechten gelden overal, ook binnen de kerk en de moskee.

Dat vraagt om een moreel debat waarbij kerken, moskeeën en bijzondere scholen zich niet zomaar kunnen verschansen achter vrijheid van godsdienst. Ze hebben iets uit te leggen als hun vrijheid onvrijheid van anderen met zich mee brengt. Maar voor dat morele debat zouden ze helemaal niet bang moeten zijn. Integendeel. Het helpt hen stil te staan bij de vraag naar de essentie van hun boodschap. Helaas laten ze zich vaak te makkelijk in de hoek dringen en eisen ze het recht op om anderen uit te sluiten of te beperken in hun vrijheden. Daarmee bevestigen ze voortdurend het beeld dat gelovigen vooral mensen zijn die van alles en nog wat willen verbieden en buitensluiten. Jammer, want het verhaal van religies kan zoveel positiever zijn.

Respect voor religie kan niet zonder kritiek op religie. Het morele debat zal gaan over de principes en waarden van de samenleving, de grondrechten. Ook volgens de grondwet heeft de vrijheid van godsdienst beperkingen: ‘Ieder heeft het recht zijn godsdienst of levensovertuiging, individueel of in gemeenschap met anderen, vrij te belijden, behoudens ieders verantwoordelijkheid volgens de wet.’ Over die beperkingen moet het gaan in het morele debat over hoe religie kan functioneren in onze postverzuilde samenleving. De vrijheid van godsdienst is dus niet het einde van het gesprek, maar het begin.


Aantal berichten op deze pagina: 4. De berichten op deze pagina zijn niet ouder dan 310 uur (12,9 dagen). Berichtgemiddelde: 0,3 bericht per dag, 2,2 per week.

Pagina: 1