woensdag, 8 februari 2012

Mieke van der Vegt

Mieke van der Vegt

Twitter DWARS

Flexibiliteit en geduld

Een week bij Jolanda in Tanzania
Dit bericht is ook verschenen op: http://jolandavandervelden.reislogger.nl/

Een week bij Jolanda in Tanzania levert meer stof tot schrijven op dan prettig is om te lezen op een blog. Vandaar alleen een korte observatie over een botsing tussen culturen.

Na drie weken een georganiseerde groepsreis door Kenia en Tanzania, was het zuiden van het land bezoeken even andere koek. Ik ben er geen enkele toerist tegengekomen. De enige mzungus (blanken) die ik heb gezien waren vrijwilligers en mensen die zaken kwamen doen. Kennelijk gaan blanken anders niet naar het “minder mooie” zuiden.

Om vanaf de “grote” stad Mtwara in Tandahimba te komen, moet je een dag uittrekken. Dan kan je nog hopen dat het meevalt hoe lang je op een bus moet wachten. En kan je misschien zelfs een zitplek bemachtigen, wat geen overbodige luxe is op de onverharde hobbelige weg waarover je vier uur lang rijdt in een busje zonder noemenswaardige vering. En ach, als je er vandaag niet komt, dan doe je morgen nog een poging.

In Nederland is iedereen van slag als de bussen of treinen een keer niet volgens schema rijden. In Tanzania zijn mensen veel flexibeler. Dat moet ook wel, anders zou iedereen er continu geïrriteerd zijn. Die flexibele instelling, waarbij veel makkelijker met tegenslag wordt omgegaan, heeft ook een keerzijde. Als dingen nou eenmaal gebeuren zoals ze gebeuren, omdat God (of het lot) het zo heeft bepaald, denk je ook niet na over hoe het anders kan. Hoe je zelf iets kan veranderen.

Die passieve houding zie je ook bij het personeel in het ziekenhuis. Mensen gaan soms dood omdat de nodige middelen er niet zijn om ze te genezen. Dat vond ik al erg confronterend, om dat het hier vanzelfsprekend is dat er couveuses, hartmonitors of multivitaminen zijn. Maar nog schrijnender vond ik het om te zien dat er mensen overlijden waarvoor de nodige middelen wel beschikbaar waren, maar er geen goede zorg werd geleverd. Bijvoorbeeld omdat de medicijnen niet tijdig worden besteld, omdat artsen (of ze dienst hebben of niet) een dag van tevoren melden dat ze een maand vakantie opnemen. Omdat als verpleegsters theepauze hebben er niemand op de zalen is. Omdat er geen goede medicijnlijst wordt bijgehouden of omdat het aan kennis over een ziekte als diabetes ontbreekt.

Jolanda en Kirsten proberen zich door deze passieve houding niet uit het veld te laten slaan. Ze blijven herhalen wat er beter zou kunnen, stellen een diabetesprotocol op en proberen verpleegsters kennis bij te brengen. Ik vind dat ongelofelijk bewonderenswaardig. Iets veranderen is moeilijk en vergt een lange adem, heel veel geduld en het winnen van vertrouwen van het personeel. Ik hoop dat ze straks na twee jaar kunnen zeggen dat ze niet alleen voor individuele patienten een verschil hebben gemaakt (want dat doen ze zeker!), maar ook de kwaliteit van de zorg die in dit ziekenhuis wordt geleverd wat hebben verbeterd. Ik wens ze daarbij heel veel kracht, geduld en flexibiliteit toe.

maandag, 6 februari 2012

Robert Giesberts

Robert Giesberts

Nééé Sneeuw!

In wijken, communicatie, informatievoorziening, ns, sensitiviteit, algemeen, crisis, energie, gedachte, en meer.

bron: NH dagblad

Dat was toch we de leukste grap die ik hoorde in de afgelopen dagen: dat de naam NS is ontstaan omdat een directeur naar buiten kijkend de vlokken zag dwarrelen en uitriep: Nee Sneeuw!

Het bekritiseren van NS en Prorail dreigt een nieuw winters familievertier te worden. Samen met het dromen over de elfstedentocht. Sinds de falende dienstregeling en informatievoorziening vrijdag wordt het gezelschapsspel weer met veel bravoure gespeeld. Het is ontegenzeggelijk waar dat NS en Prorail in vele opzichten hebben gefaald. Vooral de informatievoorziening lag er te vaak, te lang uit of was gewoon niet correct. Hoe kan dit nadat men van eerdere ervaringen zo veel heeft kunnen leren?

Het lijkt er op dat NS en Prorail zich vooral op technisch gebied hebben willen beteren. Het programma voor het verkleinen van het aantal wissels en het maken van een aangepaste dienstregeling: het zijn technische oplossingen. Vast terecht, maar niet één op één een antwoord bij wat het publiek steeds zo stoort: geen of onjuiste informatie bij incidenten op het spoor. Daar lijkt de energie niet voor te zijn ingezet. De gedachte was blijkbaar dat met de technische oplossingen het probleem van de communicatie als vanzelf ook opgelost zou zijn. Hoe ijzig koud is de realiteit!

Telkens als er met de dienstregeling iets mis gaat valt me bij de NS op dat:

  • er altijd nieuwe talking heads zijn. Niemand krijgt de kans gezag op te bouwen. Directeur Meerstadt lijkt gereserveerd voor het acht-uur journaal van NOS (ook RTL?) maar niet consequent. En hij werd vrijdag met een slechte boodschap op pad gestuurd en daardoor kwetsbaar in het ongewoon kritische interview van Sacha de Boer.
  • NS en Prorail treden nooit gezamenlijk op. Dit voedt het makkelijke frame van twee giganten die elkaar in de weg zitten. Ook al gaven ze elkaar niet de schuld afgelopen vrijdag en zaterdag, de media deed wel verslag vanuit het aloude beeld dat ze zaten te zwartepieten. Waarom vrijdag niet een gezamenlijke persconferentie gegeven? Dat is heel gebruikelijk bij crises. Ondanks de verschillende verantwoordelijkheden komen overheid en nooddiensten tekst en uitleg geven.
  • NS en Prorail onderschatten keer op keer de kracht van de spotlights. Wat zij als een incident beschouwen is in de publieke opinie en media al crisis. Dit levert veel miscommunicatie op.

In de kritiek op de slechte prestaties van afgelopen dagen valt ook weer te horen dat het allemaal anders moet: dat NS en Prorail moeten fuseren of er een andere (Zwitserse?) vervoerder moet komen. Dit zijn loze vergezichten: je koopt er geen garantie voor dat het echt anders zal gaan.

Ik zou, buiten alle crisisgevoelige maanden om,  als NS en Prorail geld steken in een nationale versie van het TV-programma Rail Away. Laat zien waar je mee bezig bent. Versterk de al algemeen gegroeide waardering voor NS. Laat, zoals bij de Noord/Zuid-lijn met succes is gebeurd, de machinisten en monteurs vertellen hoe hun werk er uit ziet. Dit uiteraard afgewisseld met mooie plaatjes van Nederland vanuit de trein of van buitenaf. In zomers en winterse landschappen…

De belangrijkste les nu is echt te leren van gemaakte fouten. NS heeft veel vertrouwen opgebouwd in de afgelopen jaren.  Dit soort barre tijden van falen verspilt al het opbouwde vertrouwenskapitaal te makkelijk. Doodzonde, niet efficiënt. Meer sensitiviteit voor beleving en beelden bij NS’ers, reizigers en media zal helpen om de communicatie te verbeteren en reizigers in de crises die ongetwijfeld blijven plaatsvinden, beter te informeren.

zondag, 5 februari 2012

Ineke Verdoner

Ineke Verdoner

Vol-einding

Al eerder heb ik het genoemd in mijn columns: we leven in een TussenTijd. 'Het Oude' is nog helemaal aanwezig maar vertoont inmiddels veel disfunctionele symptomen. 'Het Nieuwe' is steeds nadrukkelijker waarneembaar, in vele verschijningsvormen, op allerlei manieren. De twee werkelijkheden bestaan op dit moment naast elkaar. De ene zakt weg, de andere komt op.
Nu zijn er theorieën die beweren dat dat eigenlijk altijd zo is; dat toen, nu en straks niet gescheiden, maar tegelijker-tijd Zijn. Wij, mensen, zijn er echter niet zo goed in om dat te ervaren, dus dat blijft nog even theorie.
Toch kan je er ièts van waarnemen.

Zo was ik van de week bij een vervolgsessie van de Provinsje Fryslân rond het thema Digitale Agenda. Aan die bijeenkomsten nemen beleidsmakers en ondernemers uit allerlei geledingen deel. Beiden hebben hun eigen omgeving en zoeken naar andere mogelijkheden om beleid en praktijk beter bij elkaar te laten aansluiten. Dat is geen eenvoudig klusje, voor géén van allen! De stugge, lineaire regeltjes-cultuur van een overheid en de partij-politieke verdeeldheid van bestuurders tegenover ongeduldige ondernemers die staan te trappelen om mèt elkaar én die overheid - als ze willen - de vernieuwing in te gaan; ze willen zaken doen. Actie, niet-lullen-maar-poetsen....

Een ander voorbeeld zie je in het onderwijs.
Daar kan ik wel een boek over schrijven, dus ik moet me ernstig beperken en niet gaan uitweiden over onze verbijsterende minister. Met mijn ene oog sla ik het faillissement van het onderwijs gade; straf voor langer studeren, belachelijke ingewikkelde bureaucratische structuren voor studenten, controle op de controle van onderwijsinstellingen en weetjewat?
Het helpt allemaal geen donder. Logisch, want het zijn allemaal beperkende, dus leven-benemende 'maatregelen' en daar kán geen nieuw leven uit voortkomen.
Maar met mijn andere oog zie ik ontelbare initiatieven, wereldwijd, die het onderwijs 180 graden de andere kant uit zullen sturen. Nieuwe aanpak op basisscholen met alle ruimte om te leren in eigen tempo en naar eigen behoefte, uitwisselingen tussen landen van leerlingen, leren van elkaar, juffen-en-meesters die het op hun manier gaan doen en de inspectie zover krijgen om akkoord te gaan (soms!).
Dus dat komt goed, dat is een kwestie van tijd, daar heb ik alle vertrouwen in.

Net als bij de provincie, moet de structuur en de 'repressie' plaats gaan maken voor co-creatie en inzicht in de samenhang van onze belangen. Daar werken aan beide kanten in dit Twee-Stromen-Land mensen aan, met Hart en Ziel. De ene dag zie ik de scènes uit het boek van George Orwell '1984' aan me voorbijtrekken, de andere dag bevind ik me in het bruisende gezelschap van vernieuwers en verbinders en hun oneindige mogelijkheden.  

Daarom vind ik het zo passend, dat uitgerekend nu weer een paar keer Van Kooten en De Bie op ons televisiescherm verschijnen. Volgens mij wordt het het best bekeken programma van het jaar; althans mijn verwachtingen zijn hoog gespannen. Ik hoor veel mensen zeggen, dat de de heren van Het Simplistisch Verbond de wereld, toen al,  zo helder hebben belicht, dat de tijdloze voorbeelden van de kleingeestigheid, de regelneverij en doemdenkers nog steeds herkend worden in het nu van vandaag.
Misschien zijn zij wel het beste voorbeeld van het samenvallen van toen met nu.  Het is een soort vol-einding. We kunnen ze nog één keer zien, nu nog helemaal herkennen... en dan stappen we over naar de volgende dimensie. Uit de Tussentijd naar de Nieuwe Tijd.
Ik verheug me er op!


Ineke M. Verdoner

Leren en werken bij KnowMads
Over kind-centraal onderwijs
Van Kooten en De Bie

donderdag, 2 februari 2012

Kris van der Veen

Kris van der Veen

Hyves Twitter GR

Wislawa

In things we love, vertrouwen, belangrijk.

Over het nooit verliezen van de verbazing en de verwondering. ‘Bij alle desillusie moeten die overeind blijven. De verwondering is de belangrijkste missie.’

Wislawa Szymborska.

(..)

Het is zo gegaan dat ik hier ben en kijk.
Boven me fladdert een witte vlinder in de lucht
met vleugeltjes die alleen van hem zijn
en over mijn handen vliegt zijn schaduw,
geen andere, niet zomaar een, alleen de zijne.

Wanneer ik zoiets zie, verlaat me altijd de zekerheid
dat wat belangrijk is
belangrijker is dan wat onbelangrijk is.


zaterdag, 28 januari 2012

Menno Slaats

Menno Slaats

Hyves Last.fm Twitter DWARS

Passie; persoonlijk - GroenLinks - samenleving

Dinsdagavond hield kandidaat-voorzitter Arno Uijlenhoet een Seats2Meet bijeenkomst in Utrecht. Tijdens de bijeenkomst stond het thema 'passie' centraal.

IMG_4063

Samen met een tiental personen werd er gekeken en besproken wat hun persoonlijke passie is, wat de passie van GroenLinks is (of zou moeten zijn) en wat de passie van de samenleving is.

IMG_4046

Mijn eigen passie is mensen te laten genieten van de kleine dingen die de natuur/omgeving ons geeft. Een fraaie zonsopgang, een plant die in bloei staat, een zeldzame soort zwam, noem maar op.

Dit probeer ik te doen veelal via mijn blog door er over te schrijven en natuurlijk zoveel mogelijk te voorzien van foto's.

IMG_4060

Een kleine greep uit passies van andere personen die aanwezig waren:

  • Mensen gevoel te geven dat ze er echt toe doen
  • Nieuwe inzichten krijgen
  • Ontdekkingen delen
  • Youtube - muziek

Na enige discussie kwamen we tot de conclusie dat alle passies het volgende gemeen hadden:

  • Verbinding → fysieke
  • Deelnemen → mensen/spirituele
  • Wederkerigheid in 2 vormen: →← en →→

Het volgende onderwerp was veel minder tastbaar en daardoor kwam de discussie ook meer los. Want wat is nu de passie van GroenLinks?

IMG_4061

Wat denkt men zoal dat de passie van GroenLinks is:

  • Meenemen en verbinden
  • Vrijzinnigheid
  • Rechtvaardige wereld voor mens en milieu
  • Hoop en vertrouwen op betere toekomst

Mijn eigen idee is dat de passie van GroenLinks tweeledig is. Namelijk Oplossingen bedenken en aandragen voor de sociale en groene problemen. Maar ook proberen de populistische 'angst' weg te nemen dat het einde in zicht is wat betreft onze veiligheid, milieu en omgeving.

Een gezamenlijk standpunt wat betreft de passie van GroenLinks konden we niet gevormd krijgen. Want iedereen beleeft de passie van GroenLinks anders vanwege achtergrond, idealen en andere zaken.

Daarnaast kwamen we vaak op de identiteit terecht van GroenLinks in plaats van de wat de passie is van GroenLinks.

IMG_4062

Het laatste onderwerp, passie van de samenleving, was nog veel moeilijker om te beantwoorden. Want heeft de samenleving wel een passie? Voor mij is de gezamenlijke passie moeilijk te zien of te ontdekken in de samenleving.

Centraal staat wel dat zoals bij de persoonlijke passies, ook het hoger gelegen 'doel' een rol speelt bij mogelijke passies in de samenleving. Kortom; verbinden, deelnemen en wederkerigheid.

En nog hoger gelegen komt het allemaal op liefde/angst neer.

Ondanks dat er geen echt duidelijke passies zijn die we als samenleving gemeen hebben, is het hoger gelegen doel(en) wel duidelijk. Dat het allemaal om liefde/angst draait en daaruit komt dan weer het verbinden, deelnemen en wederkerigheid terug.

IMG_4058

Het was een leuke bijeenkomst om vanuit je eigen beleving steeds breder te kijken naar GroenLinks en tenslotte naar de samenleving.

Volgende week staat het thema 'identiteit' op de agenda. De week erop is de slotbijeenkomst met als thema 'droom'.

vrijdag, 27 januari 2012

Liesbeth Tettero

Liesbeth Tettero

Hyves Linkedin Twitter GR

Bestuurlijke worst

In politiek, retorica, ethos, spel, achterkamertjes, teleurstelling, algemeen, bestuur, debat, en meer.

Transparantie, een geliefd woord in het openbaar bestuur. Een overtuigend communicerende overheid wil met transparantie een sterke ethosstrategie voeren. Kijk maar: niets te verbergen, geen achterkamertjes, dat moet het vertrouwen ten goede komen. Jammer… uit een Utrechts promotieonderzoek blijkt dat meer transparantie in het lokaal bestuur in ieder geval niet direct leidt tot meer vertrouwen. Sterker nog: wie meer wist, had een negatiever oordeel over al het gesteggel, zoals veel proefpersonen de gang van zaken rond gemeentelijke besluitvorming beoordeelden.

Dat is natuurlijk niet zo gek. Voor een deel is dat gesteggel nu eenmaal onderdeel van het politieke spel. Er moet onderhandeld worden in ons coalitieland. Openbaar onderhandelen is een contradictio in terminis, niemand laat dan het achterste van z’n tong zien. Verder kan een blik achter de schermen ook teleurstelling opleveren over het niveau van debatten en motieven van politici en bestuurders. Wie kijkt voor z’n lol naar een integraal uitgezonden debat van een gemeenteraad? Er zijn vast gemeenten waar wel geïnteresseerde burgers op de publieke tribune zitten, maar over het algemeen zijn deze stoelen alleen gevuld door fractievolgers en belanghebbenden (vooral tegenstanders…) bij een agendapunt.

De promovendus concludeert dat de overheid het niet snel goed kan doen; wel verkeerd. Hoe dan wel communiceren? Niet per se volledig, licht positief van toon en geloofwaardig, aldus de onderzoeker. Omdat burgers niet gek zijn, maar ook niet alles hoeven te weten. ’Those that respect the law and love sausage should watch neither being made’, zei Mark Twain lang geleden al…


woensdag, 25 januari 2012

Bart Eigeman

Bart Eigeman

Twitter

Wethouder Bart Eigeman kiest een andere weg

In bartcam, college, foto's, fractie, gemeente, groenlinks, hart, kracht, kunst, en meer.

Volgende maand draagt Bart Eigeman het wethouderschap over aan een opvolger. In de raadsvergadering van 24 januari liet hij dit weten. “Ik ben met hart en ziel verbonden aan mensen en de gemeente ’s-Hertogenbosch, maar het is nu tijd om mijzelf te leren kennen in een andere werkkring. Bovendien is het goed ruimte te maken voor een opvolger nu de regeerperiode van dit college nog niet op de helft is.” De fractie van GroenLinks maakt op korte termijn de voordracht van de opvolger van Bart bekend.

Bart weet nog niet wat hij na 28 februari gaat doen. “Tot vandaag heb ik me iedere dag opnieuw helemaal gegeven in dit werk. Elf jaarlang heb ik topsport bedreven, Ik heb even de tijd nodig daarvan los te komen voor ik me in een nieuwe uitdaging stort. Ik blijf wel aan de slag met `mensen uitdagen, inspireren en verbinden’ om het positieve uit zichzelf en hun omgeving te halen.”

Bart kijkt heel positief terug. “Ik ben dankbaar voor het vertrouwen van kiezers én het vertrouwen wat ik van de mensen kreeg die geen GroenLinks stemden. Ik heb de mensen in de stad graag vertegenwoordigd. Met velen uit de stad heb ik de afgelopen jaren mogen samenwerken.

En ik ben optimistisch gestemd: er zijn heel veel mensen die – vaak vrijwillig – zich inzetten om hun leven en dat van anderen een beetje mooier te maken. Er zijn heel veel bedrijven en instellingen die zich inspannen voor onze stad. Politiek hoeft je niet aan politici alleen over te laten. De kunst voor de politici is, de kracht in de samenleving tot bloei te laten komen. En daar blijf ik een bijdrage aan leveren, de komende jaren vanuit een ander gezichtspunt dan de politiek.”

dinsdag, 24 januari 2012

Ruard Ganzevoort

Ruard Ganzevoort

Twitter

Toezicht op onderwijskwaliteit

(Inbreng van GroenLinks in het plenaire debat in de Eerste Kamer op 24.01.2012)

Goed onderwijs is essentieel voor onze samenleving. Voor de economie, voor de internationale concurrentieslag, voor het vermogen om antwoorden te vinden op nieuwe vragen, voor diversiteit en emancipatie, voor het welslagen van een plurale samenleving, voor creativiteit en innovatie, voor het waarderen van kunst en natuurschoon, voor gezondheid en lichamelijke ontwikkeling, voor verantwoordelijkheid in de omgang met anderen, andersdenkenden en alles wat leeft, voor wijsheid en het bewaren van waardevolle tradities, voor een kritische houding ten opzichte van die tradities, voor het leven en voor het samenleven.

En daarom is het ook zo belangrijk dat we borgen wat goed onderwijs is. Dat we zorgen dat docenten en scholen in de positie gebracht zijn om dat waar te maken en dat ook externe ogen georganiseerd zijn om kritisch mee te kijken en bij te sturen waar dat nodig is. En daarom hebben we het vandaag over de rol van de inspectie. De fractie van GroenLinks is het met de minister eens dat die rol kan worden bijgesteld, maar heeft vragen bij de criteria wat dan goed onderwijs is.

De belangrijkste verschuiving in het wetsvoorstel is dat het toezicht nu getrapt wordt georganiseerd: een quickscan om te bepalen of er sprake is van kwaliteitsrisico’s en als dat het geval is een grondiger onderzoek dat aansluit bij de formuleringen in de huidige wet. Daarmee wordt de standaardcontrole wat lichter en gaat de inspectie meer uit van het zelfkritisch vermogen van scholen en professionals. Dit sturen op vertrouwen en verminderen van controle spreekt mijn fractie op zichzelf genomen aan. Maar dan moeten er wel concrete handvatten zijn voor het bevorderen van dat zelfkritisch vermogen, en dat leidt tot een aantal vragen.

De eerste vraag die wij aan de regering willen stellen, is hoe het bevorderen van dat zelfkritisch vermogen van scholen en professionals is gewaarborgd. Natuurlijk ligt de verantwoordelijkheid daarvoor bij henzelf, daar zijn het professionele organisaties voor. Maar de waarde van het toezicht is nu juist dat we daar ook waarborgen voor inbouwen. Het weghalen van dit stukje toezicht betekent nog niet dat het zelftoezicht automatisch ontstaat. Welke stimulansen zijn daarvoor ingebouwd? Wordt er bijvoorbeeld ruimte gecreëerd waarin docententeams aan intervisie en zelfsturing doen? En welke aanvullende stappen zet de minister om te zorgen dat scholen en docenten/leerkrachten ook echt zelf en met elkaar de kwaliteit borgen buiten de minimale indicatoren van de standaardcontrole?

De tweede vraag die bij ons leeft, betreft die minimale indicatoren die ook nog eens enkel worden beoordeeld op basis van openbare verantwoordingsinformatie van de instelling. Het jaarlijkse basistoezicht wordt beperkt tot leerresultaten, voortgang van de ontwikkeling van leerlingen en het personeelsbeleid, maar dat laatste alleen als er een medewerker geklaagd heeft. De rest van de kwaliteitsindicatoren komt alleen in beeld bij het nader onderzoek. Dan gaat het bijvoorbeeld over leerstofaanbod, pedagogisch klimaat, leerlingenzorg, examenkwaliteit. Wat bedoelt de minister bij die minimumindicatoren precies met “voortgang van de ontwikkeling van leerlingen”? Is dat hetzelfde als leerresultaten of gaat het ook om vormingsaspecten? Die vraag is voor ons van belang omdat er automatisch een sturende werking uitgaat van de gekozen indicatoren. Als het jaarlijkse toezicht alleen kijkt naar cognitieve kennisoverdracht, dan gaan scholen daar hun energie in steken. Hoe smaller de basis voor het toezicht, des te eenzijdiger is het effect van dat toezicht.

Daarmee kom ik aan onze derde vraag. Het wetsvoorstel heeft het bij de taken van de inspectie steeds over beoordelen en bevorderen. Dat spreekt ons aan. Maar dan valt het wel op dat het beoordelen grondig is uitgewerkt, terwijl aan het bevorderen slechts lippendienst wordt bewezen. De waarde van het toezicht ligt toch ook in het stimuleren en ondersteunen van een kwaliteitscyclus, of anders gezegd, van een formatieve toetsing en niet enkel een summatieve. Op welke wijze krijgt dit bevorderen gestalte bij de nieuwe werkwijze van de inspectie? Moeten we niet constateren dat dit wetsvoorstel feitelijk het bevorderen schrapt en het toezicht reduceert tot beoordelen? De minister schrijft in de memorie van antwoord van 28 november zelfs expliciet dat een adviesrol van de inspectie strijdt met de beoordelingsrol. Dat bevreemdt ons, en we betreuren het dat hiermee een eenvoudig en gewaardeerd adviesinstrument gewoon wordt geschrapt.

Voorzitter, wij stemmen zoals gezegd in met de intentie achter het voorstel om meer te sturen op vertrouwen in de professional en de instelling. Maar juist dan is het van belang om dat ook te ondersteunen door de prikkels de goede kant op te zetten. Minder op afrekenen en meer op stimuleren. Niet eenzijdig op alleen cognitieve leerresultaten maar op een breed kwaliteitsbegrip inclusief vormingsaspecten. En op deze punten willen we graag meer toelichting en precisering van de regering.

Wat betreft de risicogerichte werkwijze van de inspectie hebben we ook een vraag over de stelselverantwoordelijkheid. Het recente SCP-rapport Overheid en Onderwijsbeleid zegt hierover: “De focus op individuele (zeer) zwakke scholen gaat wel ten koste van de aandacht voor ontwikkelingen in de onderwijskwaliteit in het algemeen en voor belangrijke school- en sectoroverstijgende ontwikkelingen.” (403) Dat laatste hoort nog steeds wel bij de taken van de inspectie, maar krijgt in de uitwerking nauwelijks aandacht. Hoe waarborgt de minister dat deze bredere blik op ontwikkelingen in het veld blijft functioneren? Zou de inspectie niet juist een grotere rol moeten spelen in het identificeren van de structurele problemen en tekorten in het onderwijs? En zo nee, hoe wordt dan deze informatie structureel geborgd?

In datzelfde rapport van het SCP wordt overigens geconcludeerd dat de drie publieke belangen in het onderwijs per definitie met elkaar schuren. Toegankelijkheid, kwaliteit en doelmatigheid kunnen niet tegelijkertijd worden gerealiseerd. “De sterke focus op doelmatigheid (1990-1998) leidde tot een geringere toegankelijkheid van het hoger onderwijs. De sterke nadruk op toegankelijkheid die daarop volgde (1998-2007) leidde tot een daling van het niveau (diploma-inflatie). Als reactie op die laatste ontwikkeling ligt het accent sinds 2007 met name op verbetering van de kwaliteit van het onderwijs.” (p. 406) Nu zijn wij een groot voorstander van kwaliteit, maar welke lessen trekt de minister uit deze conclusie van het SCP? Praten we hier over een paar jaar over de afgenomen toegankelijkheid en doelmatigheid? Of neigt het huidige kabinetsbeleid eigenlijk alweer meer naar de doelmatigheid en is het vooral de toegankelijkheid die onder druk zal komen te staan?

Ik betrek bij die toegankelijkheid nog een klein element uit dit wetsvoorstel waarop ook ouderverenigingen gewezen hebben. De vrijwillige ouderbijdrage wordt redactioneel wat anders in de wet gezet dan voorheen. Daarmee vervalt echter de vereiste reductie- en kwijtscheldingsregeling. Voor minvermogende ouders is dat een probleem. Zij hebben geen wettelijke grond meer om een beroep te kunnen doen op zo’n regeling en daardoor lopen hun kinderen het risico dat ze bij een deel van de schoolactiviteiten buitengesloten worden. Dat hoort echter ook bij toegankelijkheid van het onderwijs en is belangrijk om een tweedeling in de samenleving te voorkomen. Welke stappen kan en wil de minister zetten om dit op te lossen zodat kinderen uit deze gezinnen, die het in de huidige crisis toch al zeer moeilijk hebben, in elk geval op school maximaal kunnen participeren?

Voorzitter, ik rond af. Goed onderwijs verdient vertrouwen in de professionals en goed toezicht. We zijn blij met het vertrouwen dat uit dit wetsvoorstel blijkt, maar we hebben wel zorgen over de intensiteit van het toezicht en de breedte van het kwaliteitsbegrip en we hopen dat de minister die zorgen bij ons kan wegnemen.


Jan van der Meer

Jan van der Meer

Hyves Linkedin Twitter

Nieuwjaarstoespraak + afscheid Thom de Graaf

thom_de_graaf1Gisteren hadden we een geslaagde nieuwjaarsreceptie van de gemeente Nijmegen inclusief warm afscheid van burgemeester Thom de Graaf. Namens het college van B&W sprak ik de nieuwjaarsrede uit en bedankte ik Thom de Graaf voor zijn inzet voor Nijmegen in de afgelopen vijf jaar. Dit was mijn toespraak:

Dames en heren,

U bent gewend om vanaf deze plek te worden toegesproken door de burgemeester.
Maar ondanks het feit dat Nijmegen dit jaar, inclusief waarnemer,
maar liefst 3 burgemeesters zal hebben, mag ik hier vandaag met u namens het college terugblikken op 2011 én vooruitkijken.

Dat doe ik als loco-burgemeester, omdat we vandaag niet alleen de nieuwjaarsreceptie voor de stad houden,
maar omdat we tevens afscheid nemen van Thom de Graaf.
Hij blikt straks terug op zijn burgemeesterschap.
Ik neem u kort mee naar het afgelopen jaar en de verwachtingen voor 2012.
En ik zal stil uiteraard staan bij het vertrek van Thom.

Dames en heren,
2011 was een bijzonder jaar.
Het jaar van de Arabische Lente, Occupy, de tsunami in Japan, de wereldwijde financiële crisis en de geboorte van de 7 miljardste burger.

Gebeurtenissen die vrijwel allemaal ook in onze stad voelbaar waren.
Ook de Nijmeegse bevolking groeide.
We passeerden voor het eerst de grens van 165.000 en blijven voorlopig doorgroeien.
Dat is goed nieuws voor de stad, 
hoewel het feit dat we nog steeds een vrouwenoverschot hebben voor sommige twitterende raadsleden nog belangrijker leek.
En een journalist wil graag dat we dit gegeven – dat we meer vrouwen dan mannen hebben in onze stad - inzetten voor onze citymarketing.

Higashimatsuyama – daar heb ik op moeten oefenen - de Japanse stad waarmee we al enkele decennia een vriendschapsband hebben,
voelde - gelukkig slechts in beperkte mate - de gevolgen van de tsunami. 
En Nijmegen heeft natuurlijk zijn eigen Occupy-afdeling.
Hoewel overvloedige regen en kou ervoor hebben gezorgd dat het Valkhofpark niet meer occupied is.

Onze stad kende weer vele hoogtepunten.
Te beginnen met één van onze stadsiconen - de Waalbrug - bestond 75 jaar.
We hadden weer een prachtige editie van de Vierdaagse
Al was het maar omdat ik voor het eerst meedeed – en uitliep; 4×50 kilometer!

Kinderarts Jos Draaisma werd voor het tweede jaar op rij uitgeroepen tot beste kinderarts van Nederland. 
Stichting Whaa kreeg van prinses Máxima een Appeltje van Oranje voor hun project Shake-It Academy.
De beste en mooiste tweewielerzaak ligt in onze stad.

Het Groene Hert werd genomineerd als beste duurzame project in Nederland
en we hebben de beste biologische slagerij in de stad en de duurzaamste kinderopvang
Deze 3 vermeldingen heb ik zelf maar aan het lijstje toegevoegd - want nu ik deze toespraak mag houden grijp ik als wethouder voor duurzaamheid natuurlijk mijn kans.

De in Nijmegen opgerichte band Go Back to the Zoo won de 3FM Award voor ‘beste band’.
De Nijmeegse organist Dirk Luijmes kreeg een Klassieke Edison.
Han Mertens van het Stedelijk Gymnasium won de Nationale Biologie Olympiade.
Het toekomstige stadseiland verdiende in New York de prestigieuze Waterfront Center Award.
En Nijmegen is, net als vorig jaar, de goedkoopste terrasstad.
We hebben er onlangs ook nog gratis parkeren aan toegevoegd.
Zo, dat was een hele waslijst aan hoogtepunten.

Maar er waren helaas ook dieptepunten:
zoals het absurde geweld rond NEC-Vitesse begin vorig jaar.
Wat een groot contrast met de vreugde van gisteren.
NEC boekte een fantastischte historische overwinning tegen Vitesse
In Arnhem!
Maar we hadden het over dieptepunten in 2011.

Zoals ook de ontslagen bij NXP of de laffe overvallen op inwoners en hardwerkende ondernemers.
Met als meest trieste voorbeeld de overval op juwelier Kamerbeek.

Ook de financiële crisis trof onze stad.
Het afgelopen jaar was in financieel opzicht een turbulent jaar.
Niemand ontsnapte aan de financieel moeilijke omstandigheden.
Faillissementen, ontslagen, onverkoopbare huizen, minder gesubsidieerde banen,
ook onze stad werd ermee geconfronteerd. 
We hadden problemen met onze grondexploitaties in Waalsprong en Waalfront.
De rente drukt daar zwaar op de aangegane leningen.
Wat dat betreft kunnen Hannie Kunst, Bert Jeene en ikzelf ook wel met een tentje op het Valkhofpark gaan staan
Bij Occupy.
En het zwaar weer zal helaas aanhouden.
Wij staan opnieuw voor een jaar waarin het voor velen niet gemakkelijk zal zijn, zelfs niet in onze relatief goed draaiende stad.

Toch is er ook alle reden om niet bij de pakken neer te zitten.
Zoals ik al zei, onze stad groeit.
Volgens onderzoekers stijgt ons inwonertal, als een van de weinige steden in Nederland, in de komende 15 jaar fors.
Die groei zorgt voor de dynamiek die een stad nodig heeft.
Het is ook een teken dat Nijmegen nog steeds aantrekkelijk is om in te wonen en te werken.
Dat bleek ook afgelopen jaar toen Nijmegen werd gekozen tot een van de groenste steden in Nederland en we dik in de top 10 van meest aantrekkelijke woonsteden eindigden.
We zijn een aantrekkelijke woonstad voor iedereen en in het bijzonder voor vrijgezellen die op zoek zijn naar een vrouw
Hier heb je die nieuwe citymarketing.

De stad staat dus niet stil en dat biedt perspectief.
Kijk ook maar naar de hijskranen in onze stad.
Het lijken er meer dan ooit.
Plein `44 is in aanbouw,
de contouren van stadsbrug De Oversteek zijn al goed zichtbaar,
de dijkverlegging en het daarbij horende stadseiland gaan echt van start
en ondanks de crisis worden er het komend jaar zo’n 1200 nieuwe woningen opgeleverd.

Van essentieel belang was ook dat Nijmegen als kennisstad van zich blijft spreken.
Bijvoorbeeld met de Spinozapremie voor astronoom Heino Falcke.
En nationale zorgheld 2011 Bas Bloem.
Dhr Bloem is ook een van de kandidaten voor Nijmegenaar van hat jaar.
De Radboud Universiteit werd door studenten gekozen tot de beste van Nederland
Synthon opende een state-of-the-art laboratorium voor biotechnologie
en Heinz bouwt bij de toekomstige Novio Tech Campus aan zijn grootste innovatiecentrum buiten de Verenigde Staten.
Bovendien hebben we landelijk gezien één van de hoogst opgeleide beroepsbevolkingen en zijn we een topstad als het gaat om banen per vierkante kilometer.  

Alle reden dus om te blijven investeren in de toekomst van onze gemeente,
ook al worden we geconfronteerd met de grootste financiële en beleidsmatige uitdagingen van de afgelopen decennia.
De gemeente blijft dan ook investeren in een sociale stad,
in een economisch sterke stad
en in een duurzame groene stad.
Maar we doen en kúnnen dat niet alleen.
Dat kon niet voor de crisis, maar zeker niet tijdens de crisis.
We moeten het dus samen doen.
Samen met bedrijven, kennis- en gezondheidsinstellingen, regionale samenwerkingsverbanden en met de inwoners van onze mooie stad.

In het Nederland van het ‘Doe eens normaal man’ van Rutte en Wilders, is er soms weinig ruimte voor nuance en gezamenlijke oplossingen.
Maar zwart-wit denken en het uitvergroten van tegenstellingen brengen ons niet verder.
Verbindingen zoeken, dat is waar het de komende jaren om draait, constateerde Thom de Graaf vorig jaar al terecht.

2012 is het jaar waarin we die verbindingen verder moeten versterken.
Ja, er moet een groter beroep worden gedaan op de eigen verantwoordelijkheid van alle Nijmegenaren. 
En ja, er moeten lastige keuzes worden gemaakt.
Toch hebben wij daar als stadsbestuur vertrouwen in. 
Nijmegenaren zijn eigenwijs, creatief, ondernemend, veerkrachtig én ze leggen de verbinding.
Of het nou ondernemers zijn die elkaar met een gastoeter alarmeren bij een overval
of Dukenburgers die samen dromen over hun stadsdeel.
Nijmegen puilt uit van de creatieve, goede, vernieuwende ideeën en initiatieven die de stad beter en mooier maken.
Ik wens iedereen dan ook een prachtig jaar toe. 

Alles overziend gaat het ondanks alles best goed met Nijmegen.
En degene die dit de afgelopen vijf jaar onophoudelijk en onvermoeibaar heeft uitgedragen, is…… Thom de Graaf
Thom was een ware promotor van onze stad.
En mede dankzij hem zijn de Nijmegenaren trotser dan ooit op hun stad
Maar aan alles komt een eind;
zo ook aan het burgemeesterschap van Thom.

Toen Thom burgemeester werd in 2007, trad hij in de voetsporen van zijn vader.
Een mooi gegeven; en telkens als Thom in de afgelopen vijf jaar naar zijn werkkamer ging, liep hij langs een portret van zijn vader.
De vrijzinnige sociaalliberaal keek dan naar de strenge ietwat regenteske KVP’er.
Een wereld van verschil.
Thom zal het wel van zijn moeder hebben, denk ik dan.

Thom was de eerste burgemeester van Nijmegen die door de raad werd gekozen uit een voordracht van twee personen.
Hij had natuurlijk liever gehad dat hij de eerste door het volk gekozen burgemeester had kunnen worden.
Maar ja, die beruchte nacht, he……

Toen Thom aantrad, viel hem meteen op hoe groot het cultuurverschil is tussen het deftige Den Haag en het volkse Nijmegen. 
Nijmegen kent een horizontale structuur waar weinig ontzag is voor gezag – iedereen is gelijk.
Zo liep hij in de eerste dagen van zijn burgemeesterschap met een agent door een wijk.
Thom vroeg beleefd aan deze wijkagent: Hoe lang doet U dit werk al?
Ach, zegt de agent: Zeg maar JE, Thom!
Dat typeert onze stad en daar heeft Thom hartelijk om moeten lachen

De connectie met Den Haag is al die jaren wel gebleven.
Thom deed er eerlijk gezegd ook niet veel aan om dat te verbloemen.
Denk aan zijn verkiezing tot Eerste Kamerlid.
En bovendien was zijn Haagse connectie overduidelijk in het belang van de stad, dus waarom zou je dat dan moeten verbloemen?
Zo heeft hij meerdere malen aandacht gevraagd voor Nijmeegse problemen en belangen bij bewindslieden en Kamerleden.

Bij Thom was er ook altijd de oprechte liefde voor Nijmegen.
Even wat harde cijfers en gegevens:
In de afgelopen vijf jaar was hij bij meer dan 800 publieke optredens en werkbezoeken in de stad.
Hij organiseerde etentjes met gewone Nijmegenaren om met ze te praten over wat hen bezighield in de stad.
Hij initieerde de verkiezing van de Nijmegenaar van het Jaar en zometeen zetten we weer zo’n kanjer in de spotlights.
Thom zorgde weer voor rust in sommige wijken door straatcoaches aan te stellen
Hij initieerde de Vrede van Nijmegen Penning met dit jaar Umberto Eco als laureaat.
En hij vertegenwoordigde Nijmegen met verve in onder meer de Euregio, de Veiligheidsregio en het Kennisstedennetwerk.

Dames en heren, Thom heeft veel gedaan voor de stad.
Dat moet haast wel de reden zijn dat er maar 9 kandidaten het aandurven om in zijn voetsporen te treden.

Thom de Graaf benadrukt regelmatig dat hij continuïteit belangrijker vindt dan snel scoren of politiek bedrijven.
Een burgemeester moet, volgens hem, vooral boven de partijen staan, een goede voorzitter van raad en college zijn.
Hij moet verbinden, de rechtstatelijkheid en de grondrechten van inwoners beschermen.
“Ik ben geen straattijger, geen zeepkistburgemeester.
Ik ben meer een type Job Cohen, dan een type Gerd Leers”, zei hij zelf ooit in een interview.
Waarschijnlijk zou hij op dit moment zichzelf met geen van tweeën willen vergelijken
Maar het beeld is duidelijk.
Een goede bestuurder.
Niet koste wat kost zich willen profileren; maar er zijn wanneer dat nodig is.
Behulpzaam in het college en gemeenteraad en actief in de stad waar dat maar wenselijk was.
Kritiek, dat hij desondanks geen warme burgervader zou zijn, deed hem wel eens pijn.

En het klopt ook niet.
Thom de Graaf stimuleerde als geen ander het ‘trots op Nijmegen-gevoel’.
Nijmegen is landelijk veel pregnanter in beeld gekomen.
Als dynamische stad en grote stad, voorloper op tal van terreinen.
Altijd Nijmegen, Nijmegen kennisstad, Oudste stad van het land.
Thom de Graaf heeft er hard aan gewerkt om dat gevoel te versterken: buiten de stad en in de stad.
Dat is belangrijk voor het profiel van Nijmegen, maar zeker zo belangrijk is dat Nijmegenaren het zelf ook echt meer zijn gaan voelen.

We zijn trots op het bijzondere karakter van Nijmegen,
Trots op de historie,
onze befaamde onderwijs- en onderzoeksinstellingen,
hoogwaardige gezondheidszorg,
en wereldtoppers op het gebied van wetenschap.
En we zijn trots op baanbrekende Waalprojecten. 

Thom haalde tevens de banden aan met de hoger-onderwijsinstellingen.
Rector Magnificus Bas Kortmann noemt hem niet voor niets de postillion d’amour;
de liefdesboodschapper van het hoger onderwijs in Nijmegen.
Die liefdesboodschapper was hij in vele opzichten voor de stad en die zal hij ongetwijfeld ook blijven.
Want, dames en heren, Thom en zijn lieve vrouw Machteld blijven hier gewoon wonen.
Kortom, ze zijn echte Nijmegenaren en dat blijven ze.

Thom is Guusje ter Horst opgevolgd als burgemeester en hij volgt nu Guusje weer op als voorzitter van de HBO-raad.
Overigens is het maar goed dat Guusje hem nu niet opvolgt als waarnemend burgemeester.
Want dan hadden we hier in Nijmegen een heus Poetin-Medvedevje gedaan.

Beste Thom, straks zul je zelf nog spreken en pas echt afscheid nemen.
Maar ik zeg nu al namens het gemeentebestuur én namens de bevolking van Nijmegen ‘bedankt!’.
Bedankt voor je inzet,
Bedankt voor je steun in het college.
En bedankt voor je liefde voor Nijmegen.
Ik hoop dat je nog lang ambassadeur voor onze mooie stad zult blijven!
Waar ook ter wereld, en zeker in Den Haag.
Thom – bedankt!

zondag, 22 januari 2012

Harrie Winteraeken

Harrie Winteraeken

GR

CDA mag uitgangspunten niet weer gebruiken als dekmantel.

Het CDA heeft dit weekeinde zijn nieuwe uitgangspunten en toekomstvisie gepresenteerd. ‘Radicaal voor het midden’ is de bijbehorende slogan. Goed gekozen. Radicaal in de geest van terug naar de oorsprong, de wortels van het CDA. Radicaal zijn is niet nieuw. We kenden de al voor een belangrijk deel uit de Katholieke Volkspartij (KVP) voortgekomen Politieke Partij Radicalen (PPR), die later in GroenLinks is opgegaan. De PPR was radicaal omdat ze ‘ingrijpende hervormingen’ wilde.
Het CDA hoort echter in het midden thuis. De nu gepresenteerde visie is niet vernieuwend. Beetje oneerbiedig: ‘oude wijn in nieuwe zakken’. Veel uitgangspunten zijn alleen herschreven in een wat moderner taalgebruik. En ook het huidige verkiezingsprogramma bevat al veel van het gedachtegoed dat nu weer wordt geuit. Maar de visie contrasteert wel met de huidige CDA-politiek.

Het CDA moet wel radicaal veranderen. Niet zozeer wat de politieke uitgangspunten betreft, maar meer zijn dagelijkse politiek. Op dit moment is het CDA geen middenpartij. Rechts heeft de macht overgenomen binnen het CDA. Maar de deelname aan het gedoogkabinet Rutte heeft gezorgd voor een verdere teloorgang van de partij. De partij volgt op hoofdthema’s niet haar eigen uitgangspunten. Ze doet veel te veel water bij de wijn. Het CDA is niet trouw aan zichzelf. Dat rekent de kiezer het CDA aan.

Als het CDA het vertrouwen van veel kiezers wil terugwinnen, dan zal het moeten handelen conform zijn eigen doelstellingen. Hoe eerder, hoe beter. De kiezer zal het CDA niet geloven op basis van mooie standpunten in een klein boekje, maar op de politieke besluiten. Daar zit het CDA in een spagaat. Als het CDA zo doorgaat dan zal de kiezer de mooie uitgangspunten al weer snel zijn vergeten en zich hoogstens nog herinneren hoe onbetrouwbaar het CDA is ten opzichte van de eigen idealen. Het CDA zal dus moeten bewijzen dat het radicaal wil veranderen.

Als het CDA daadwerkelijk wil breken met de huidige politiek en het bijbehorende imago, dan zal dat radicaal moeten. Het is zeker niet genoeg als de huidige gezichten alleen maar een ander verhaal vertellen. Dat is een niet geloofwaardig ‘zoals de wind waait, waait mijn jasje’.
De hele politieke top moet worden vernieuwd. Iedereen die dit gedoogkabinet van harte ondersteunt en die het CDA profileert in het Kabinet en Tweede Kamer, zal moeten plaatsmaken. Alleen zo geeft het CDA een duidelijk signaal dat het menens is, dat de daad ook bij het woord wordt gevoegd. Daarbij lijkt het wijs om ook het harde, hanige imago van de huidige invloedrijke CDA'ers te veranderen in een politiek handelen met meer ‘vrouwelijke’ karaktertrekken.
Als in de toekomst de op zich aansprekende uitgangspunten weer worden gebruikt als dekmantel voor te rechts handelen, dan is dat waarschijnlijk de doodsteek voor dit CDA. Dan kan de partij zich beter opsplitsen in een sociaal-christelijke partij en een rechtse partij.

Robert Giesberts

Robert Giesberts

Blekers strijd

Kan dat, zeggen dat het in de toekomst anders moet maar voorlopig doorgaan op dezelfde voet? Is dat de sleutel tot het herwinnen van vertrouwen? Het CDA meent van wel. Ik denk van niet. We gaan het huis in de toekomst blauw schilderen, maar nu zijn we bezig het rood te maken en daar gaan we nog een tijdje mee door; dat is wat het CDA haar kiezers vertelt. En bij deze verwarrende boodschap moet een leider gevonden worden. Een leider die zowel het rood maken van het huis als het blauw maken ervan kan verdedigen. Ga er maar aan staan. Dat is stevig oefenen in loze zinnen als: “We hebben offers gebracht voor het landsbelang en kiezen nu weer onze eigen weg.”  Nou ja, de zin zelf is niet zo loos, maar wel de afzender. Het CDA heeft namelijk haar electoraat niet ervan overtuigd dat ze mee is gaan regeren uit landsbelang. De indruk is te hardnekkig dat het een machtskeuze is geweest om er als partij groter en sterker uit te komen. En dat is een miscalculatie geweest, zo geven de peilingen aan. Maar geen politicus natuurlijk die peilingen serieus neemt, toch?

Personificatie van die ‘verkeerde’  keuze is Maxime Verhagen. Hij heeft er een imago mee gekregen, of versterkt, want niets ontstaat zo maar, van een niet te vertrouwen, met twee monden pratende politicus. Die naam had Lubbers trouwens ook maar hij hield dat klein door de beeldvorming ook met andere kwaliteiten te laden. Dat is Verhagen niet gelukt. Dit maakt voor Verhagen de nederlaag dubbel: de partij niet gered en zijn gedeukte imago geen nieuwe glans gegeven. En dus zoekt het CDA een leider die wel bij de verwarrende boodschap past.

Niet opmerkelijk dus dat Henk Bleker dan wordt genoemd. En dat ook niet in de laatste plaats dankzij zijn eigen inspanningen. Bleker is met Verhagen de architect van het minderheidskabinet. Tegelijk heeft hij het vrijgevochtene, het tikkeltje optimistische onverantwoordelijke, van een schilder die nu nog met rood verft en tegelijk het mooi weet te vertellen dat het toch straks allemaal blauw zal zijn. CDA-leider kan hij, denk ik, prima zijn, maar van een CDA-leider wordt door CDA’ers altijd (nog steeds? ik vrees van wel) verwacht dat hij het land gaat leiden. En of het CDA-electoraat de vraag of Bleker dat is toevertrouwd in voldoende meerderheid positief zal beantwoorden is zeer onzeker. Hij heeft daarvoor niet een echt overtuigend track-record opgebouwd als staatssecretaris. Als Bleker echt wil (en daar is weinig onzekerheid over) is het zijn strijd zich de komende maanden een duidelijker imago aan te meten. Hij heeft het in zich te zijn zoals een frivole Van Agt in zijn dagen (”ik ben een amateur in de politiek”) en met een geloofwaardig gespeelde naïviteit te reageren en te acteren. Ik drukte de associatie wat weg, maar schrijf het nu toch op, komt ook doordat ik Van Agt erbij haal: het CDA heeft eigenlijk behoefte aan een clown. Fortuyn, Verdonk, Wilders: het zijn politieke clowns die rolvast hun boodschap brengen, vaak wereldvreemd, afwijkend van Haagse mores, en daardoor ook aantrekkelijk voor hordes op drift geraakte kiezers.

De verwarrende boodschap waar het CDA zich nu mee op heeft opgezadeld moet de komende jaren verteld worden door een figuur van wie congruentie verwacht kan worden maar daarin zo herkenbaar is dat hij geloofwaardig is. Bleker kan die clowneske rol spelen en wie weet waar dit hem en zijn partij brengt.

vrijdag, 20 januari 2012

Patrick Rijke

Patrick Rijke

Linkedin Twitter GR

Drie keer links

Zaterdag 14 januari openden de drie linkse partijen gezamenlijk het jaar. GroenLinks, PvdA en SP willen alle drie ‘een ander Nederland’. We willen samen “slim, solidair en ‘groen’ investeren” in ons land om de crisis te bestrijden.
Juist onder het meest rechtse kabinet sinds Van Agt-Wiegel ligt het voor de hand om alle linkerhanden ineen te slaan. Samen staan we sterk en zo. Hoe ver moet zulke samenwerking nou gaan? Eén sterk links alternatief lijkt aanlokkelijk. En er is veel voor te zeggen. Maar is het tactisch wel handig?

Eerst maar eens wat er allemaal vóór te zeggen valt. De drie partijen die zichzelf gewoon links durven te noemen lijken elkaar in elk geval prachtig aan te vullen.
De SP spreekt de taal van de gewone mensen, niet alleen van de Nederlanders die spreekwoordelijk hard werken, maar zeker ook van de mensen die van een uitkering rond moeten komen. SP-ers klagen steen en been over alles wat er mis is en mis gaat in de samenleving en verwoorden daarmee precies hoe veel mensen erover denken. PVV-stemmers die hun hersenen gebruiken, zien dat de partij van hun eerdere keuze hen nu naait met de miljardenbezuinigingen die ze beginnen te voelen en stappen over naar de SP.
De PvdA heeft meer dan de andere twee de regenten in de gelederen die het land, de provincie of de stad kunnen besturen op grond van hun kennis en ervaring. De term ‘regent’ bedoel ik in dit verband uitdrukkelijk niet pejoratief. Oorspronkelijk zijn regenten immers de eerste bestuurders die hun positie niet bekleedden op grond van hun afkomst, maar op basis van hun verdienste. In een meritocratie zitten veel van de PvdA-bestuurders volkomen terecht op het pluche. Hun taal spreekt de kiezers wel niet meer zo aan, maar is wel de taal waarmee je de dingen gedaan krijgt.
En GroenLinks ten slotte is de ideeënpartij zonder macht die het meest op een ‘volhoudbare’ toekomst is gericht. Wij kunnen op links de nuance inbrengen, de horizon verleggen, creatieve ideeën aandragen en de multiculturele samenleving verdedigen. Wij spreken het nadenkende deel der natie aan. Als we heel erg ons best doen misschien ook nog wel de activisten en de anarchisten en de pacifisten voor zover ze zich niet allang moedeloos van de parlementaire democratie hebben afgewend.

Tussen haakjes. Op landelijk niveau is een nieuwe linkse eenheid zelfs een uitkomst voor de drie huidige politieke leiders. Roemer is de gedroomde voorman in de campagne, die de rechtse drammers en bezuinigingsbulldozers alle hoeken van de Kamer laat zien. Cohen komt ongetwijfeld veel beter tot zijn recht als minister-president dan als parlementariër. En wij zijn verlost van stuntelende stekkerdoosstukjes.

Het is echter niet moeilijk om de problemen binnen de linkse drie-eenheid te zien aankomen, zeker als het sentiment ‘anti-rechts’ zijn centripetale kracht op den duur verliest. Want als de SP bijvoorbeeld zegt wat mensen erover denken, betekent dat: ‘de hoge heren zorgen alleen maar goed voor zichzelf’ en ze bedoelen daarmee nou precies de bestuurders waar de PvdA hetzelfde patent op heeft als het CDA.
Die PvdA-bestuurders zijn in Zwolle bijvoorbeeld niet te beroerd om in een college met de VVD en het CDA (en de ChristenUnie trouwens) te schipperen om de ‘kille bezuinigingen’ (Cohen, Roemer en Sap) van het kabinet te verstouwen. Zij bezuinigen lekker op de voorzieningen die de last voor de zwakkere schouders in onze stad nog een beetje dragelijk maakten, maar willen niet eens nadenken over een kleine lastenverzwaring voor de Zwolse huizenbezitters.
GroenLinks zal overigens in een constellatie terecht komen waarin duurzaamheid vooral geweldig is omdat (of in het ergste geval: alleen maar als) het geld oplevert, kunst omdat het de economie stimuleert en multiculti omdat het werk toch door íemand gedaan zal moeten worden.

Ik zie een doorslaggevende reden om de samenwerking beslist niet te laten, maar vooral niet te ver te voeren. Die reden is van tactische aard, ik geef het toe. Want principieel zijn de onderlinge verschillen op links natuurlijk kleiner dan de kloof met rechts (ik blijf maar even via de links-rechts-lijn redeneren om dit verhaal niet te gecompliceerd te maken, al ken ik natuurlijk ook de kwadranten en de hoefijzers die de politieke werkelijkheid wel wat beter of in elk geval genuanceerder verbeelden en bijvoorbeeld laten zien dat D66 en VVD op sommige terreinen dichter bij GroenLinks staan dan de SP).

In de media-democratie waarin we ons nu eenmaal bevinden, krijgen drie partijen grosso modo drie keer zo veel aandacht als één partij. Die vuistregel gaat niet in alle opzichten op, maar bijvoorbeeld bij het grote ‘lijsttrekkersdebat’ heb je meer inbreng als er drie linkse partijleiders hun geluid mogen laten horen dan wanneer we maar met ééntje vertegenwoordigd zijn.
En zoals je christelijk-rechts, ondernemers-rechts en dom-rechts hebt, kun je maar beter ook alle toonaarden van het linker orkest laten horen. Want in de werkelijkheid waarin de kiezer leeft op het moment waarop hij in het stemhokje staat, kan een CDA-er zomaar vertrouwen krijgen in de PvdA-voorman, een PVV-er zijn hoop stellen op de SP en een VVD-er zomaar kiezen voor een duurzame variant van het liberalisme.

Drie keer links is dus gewoon meer dan één keer links.


zondag, 15 januari 2012

Renate Richters

Renate Richters

Twitter GR

Wethouder Brink kondigt aftreden aan

henk brink

Afgelopen vrijdag maakte wethouder Henk Brink bekend dat hij vanwege zijn gezondheid af zal treden als wethouder in Eindhoven per 1 maart. Henk heeft al geruime tijd serieuze hartklachten. Zijn arts heeft hem afgeraden nog langer de intensieve baan van wethouder uit te oefenen. Een persoonlijke tragedie voor Henk, die graag de periode had volgemaakt, maar een goed besluit  mijns inziens want de gezondheidsrisico’s zijn gewoon te groot. Ik heb Henk veel sterkte toegewenst met zijn gezondheid, en alle goeds voor de toekomst. Ik hoop dat hij snel een nieuwe uitdaging zal vinden in een iets minder veeleisende baan dan het wethouderschap.

Zondagavond maakte de VVD bekend dat fractievoorzitter Monique List unaniem wordt voorgedragen als opvolger. Ik feliciteer Monique bij deze, ik heb alle vertrouwen in haar als nieuwe wethouder in ons college!

lees hieronder het persbericht van de gemeente met de aankondiging van het aftreden van wethouder Brink.

Besluit op dringend advies van artsen

Henk Brink stopt om medische redenen als wethouder

Publicatiedatum: 13-01-2012

Wethouder Henk Brink van Economie, werk en beroepsonderwijs treedt per 1 maart 2012 terug uit het gemeentebestuur. Op dringend advies van de artsen heeft wethouder Brink moeten besluiten de functie van wethouder in de stad Eindhoven neer te leggen, omdat de uitoefening van het wethouderschap zijn gezondheid te zeer schaadt. Dit is vrijdag 13 januari bekend gemaakt in een brief aan de gemeenteraad en tijdens een speciaal belegde persconferentie.

Henk Brink vindt het buitengewoon jammer en tegelijkertijd ook onvermijdelijk dat hij stopt als wethouder. “Met pijn in het hart heb ik de burgemeester en de fractievoorzitter van de VVD gisteren medegedeeld dat ik mijn functie als wethouder Economie, werk en beroepsonderwijs in Eindhoven neerleg. Noodgedwongen. De gezondheidsproblemen waar ik de afgelopen tijd mee te maken heb gekregen, zijn een te grote belemmering voor goed functioneren gebleken. Mijn arts heeft mij dan ook dringend geadviseerd om te stoppen als wethouder. De grote fysieke en mentale belasting die het wethouderschap in de fantastische stad Eindhoven met zich meebrengt, is voor mij op dit moment simpelweg te groot. Als ik iets doe, wil ik daar voor de volle honderd procent voor gaan. Helaas is dat nu niet mogelijk, omdat ik anders mijn gezondheid schaad.”

Burgemeester Van Gijzel benadrukt als voorzitter van het college van burgemeester en wethouders dat het college graag als geheel de rit had uitgezeten, maar dat de huidige gezondheidssituatie van wethouder Brink helaas tot geen enkele andere conclusie kon leiden. “Mede namens de andere collegeleden wil ik Henk bedanken voor zijn inzet voor onze stad en regio. Gezamenlijk zorgen we er de komende tijd voor dat in de medisch geadviseerde afbouwperiode de lopende zaken zo goed als mogelijk worden afgerond. We hopen dat Henk na deze ingrijpende stap in goede gezondheid weer volledig aan de slag kan in een andere functie.”

Na een korte vakantie zal wethouder Brink in de maand februari de lopende zaken zo goed als mogelijk afronden. Enkele portefeuilles worden waargenomen door zijn collega’s. De VVD-fractie maakt op korte termijn de voordracht van de opvolger van Henk Brink bekend.

zaterdag, 14 januari 2012

Harrie Winteraeken

Harrie Winteraeken

GR

Publicatie beledigingen Cor Bosman opent doofpot PVV.

Voor de verkiezingen voor Provinciale Staten in Limburg schreef de kandidaat voor de PVV-Limburg Cor Bosman in een e-mailbericht aan partijgenoten over kandidaat voor de PvdA Selçuk Öztürk: “Hij is wat mij betreft niets meer en niet minder dan een stuk uitgekotst halalvlees, gemaakt van Turks varken”.
Enkele maanden later verlaat PVV – statenlid Harm Uringa de fractie van de PVV zonder de ware redenen te noemen.
Een jaar later, op vrijdag 13 januari 2012, publiceren de regionale kranten Dagblad De Limburger en Limburgs Dagblad de uitspraken van Bosman. Het bericht van Bosman en de notulen van de vergadering van de PVV-fractie hierover zijn uitgelekt, waarschijnlijk via ex-PVV-er Uringa. Bosman vindt naar aanleiding van de publicatie Uringa een “narcistische zak”.

Cor Bosman heeft met zijn schriftelijke uitspraken volledig buiten de politieke mores geplaatst en niemand zal hem ooit nog serieus nemen. Hij heeft bewezen dat hij er een dubbele moraal op nahoudt. En hier geldt de overtreffende trap van “wie wind zaait zal storm oogsten”.

De PVV-fractie onder leiding van Laurence Stassen heeft het in de doofpot gestopt in de hoop ermee weg te komen. In een reactie schreef ze vorig jaar over het bericht van Bosman dat hij een punt heeft, maar “dit soort taalgebruik kan echt niet”. Het blijft echter bij excuses van Bosman binnen de fractie.
Nu, een jaar later, is door de publicatie “de affaire te groot geworden” en is Bosman uit de fractie gezet. Maar nu nog vindt Stassen Cor Bosman een loyaal PVV-er. Ze wil wel excuus maken. Ze vindt dat ze niet de beroerdste is. Het lijken daarmee niet echt welgemeende excuses.

Volgens Thijs Coppes van de SP-fractie wisten de gedeputeerden Antoine Janssen en Theo Krebber van de PVV het en hebben hun mond gehouden. Omdat ze voordeel hebben van hun huidige positie, hielpen ze mee aan de doofpotcultuur binnen de PVV.

Ook Geert Wilders wist ervan en had zelfs beloofd in te grijpen. Dat is niet zichtbaar gebeurd. Ook Wilders heeft de doofpot gehanteerd om de schade te beperken. Maar zoals wel vaker meet Wilders met twee maten en is hij in normen en waarden veel toleranter ten opzichte van zijn PVV-ers dan anderen in de politiek en samenleving. Dat heeft hij ook bewezen binnen zijn Tweede Kamerfractie.

Het uitlekken wordt door de PVV erger gevonden dan de uitspraken. Laurence Stassen vindt het laakbaar. Harm Uringa krijgt het verwijt een verrader te zij. Het is een beproefde tactiek om de boodschapper zwart te maken en daarmee een fout te verdoezelen. Maar Harm Uringa hield de eer aan zichzelf. Hij was wellicht nog te loyaal aan de PVV omdat hij nog een half jaar heeft gewacht met uitlekken. Maar hij moet worden gewaardeerd als klokkenluider: ” Voor het slagen van het kwade hoeft niets meer te gebeuren dan dat de goeden niets doen”.

Coalitiepartners CDA en VVD vinden dat deze coalitie zo’n goed werk doet dat dit geen consequenties hoeft te hebben voor de samenwerking. Voor hun telt in toenemende mate het geloof in het niet zo Christelijke “het doel heiligt de middelen”. Maar zij moeten beseffen dat “wie met pek omgaat, wordt ermee besmet”.

We moeten met respect met elkaar omgaan. Politici moeten hierin het goede voorbeeld geven. Uit politieke motieven haat zaaien is een groot risico voor onze samenleving. En politici met een dubbele moraal of dubbele agenda zijn niet te vertrouwen. Dat geldt voor de hele PVV-top.

vrijdag, 13 januari 2012

Krispijn Beek

Krispijn Beek

Hyves Last.fm Twitter

Jaarrendement 2011 MyC4

In myc4 investments, persoonlijk, 2011, afrika, investeringen, myc4, myc4.com, p2p investeringen, rendement, en meer.

2011 is al weer een paar weken afgelopen. Na het resultaat van mijn investeringen via MyC4 over december is het dus tijd om te kijken naar het rendement over 2011 Al met al was 2011 een jaar van fors herstel bij MyC4. Nadat ze in 2009 behoorlijk wat ellende bij een aantal providers hebben gehad, wat ook in 2010 nog behoorlijke verliezen gaf bij investeerders. Dat was ook te merken aan mijn eigen resultaten.

Rendement 2011

In de tabel hieronder kun je dat zien aan het sterk oplopende verschil tussen het totaal geïnvesteerde bedrag en het bedrag dat aan het begin van elk jaar over was. In 2010 en 2011 loopt dat verschil fors op. Waardoor er begin 2011 nog maar 43% van mijn oorspronkelijke inleg over was. Oftewel een verlies van 57%. In 2011 is slechts 1% van de inleg verloren gegaan door leningen die niet meer afgelost worden. Het grootste deel van het geld is ook echt kwijt, want het is MyC4 en haar partners tot nu toe gelukt om 5% van de leningen die niet meer terug betaald worden alsnog te innen.

Krispijn 2008 2009 2010 2011
Total amount uploaded € 400,37 € 566,48 € 566,48 € 666,48
Remaining amount end of the year € 400,37 € 453,56 € 188,37 € 281,58
Percentage remaining 100% 80% 33% 42%
Recovery percentage 3% 3% 5%
Return on investment on total amount uploaded before tax, currency & defaults 3,3% 11,7% 5,5% 8,6%
Return on investment on total amount uploaded 2,7% -13,7% -43,1% 2,4%
Return on investment on remaining amount 2,7% -17,2% -129,6% 5,8%

Zoals gezegd was 2011 het jaar van herstel. Mijn rendement over het resterende saldo was 5,8%, inclusief belastingen en de verliezen door wisselkoersverlies en leningen die niet meer afgelost worden. Het rendement over mijn totale investering tot nu toe was 2,4%. Onvoldoende om de verliezen uit 2009 en 2010 goed te maken,genoeg om vertrouwen in 2012 te hebben.

Investering per jaar

Jaar 2008 2009 2010 2011 Totaal
Aantal ondernemers 60 80 58 80 272
Bedrag € 564,33 € 492,50 € 298,84 € 423,28 € 1.778,95
Bedrag/ondernemer € 9,41 € 6,16 € 5,15 € 5,29 € 6,54

Zoals je in bovenstaande overzicht kunt zien heb ik vorig jaar in 80 ondernemers geïnvesteerd. Evenveel als in topjaar 2009. Het bedrag dat ik geïnvesteerd heb is nog niet terug op het niveau waar ik mee begon. Wel ben ik duidelijk mijn risico beter gaan spreiden door kleinere bedragen per keer uit te lenen. In 2008 leende ik nog ruim 9 Euro per ondernemer uit. Nu is het zeldzaam als ik meer dan 5 Euro uitleen. Dat is geen krenterigheid, maar een manier om te voorkomen dat mijn rendement er te veel onder leidt als een ondernemer niet meer kan terugbetalen.

In totaal heb ik de afgelopen 4 jaar Euro 1.778,95 in 272 Afrikaanse ondernemers geïnvesteerd. Alleen het idee al dat mijn vijf euro bij kan dragen aan het succes van een Afrikaanse ondernemer is voor mij voldoende reden om door te gaan met investeren via MyC4.

Resultaten dochter

Ook voor onze dochter hebben we een MyC4 account geopend, waarop we ieder jaar 50 Euro bijstorten voor haar verjaardag. Haar account is eind 2009 geopend, waardoor haar de ellende met providers bespaard is gebleven. Dat is ook te zien aan haar rendement en aan het aantal leningen dat niet is terugebetaald. Op een portefeuille van 150 Euro is minder dan 1 Euro afgeboekt, waarvan 45% alsnog geïnd is.

In 2011 heeft zij een rendement gehaald van 6,5% over de totale inleg inclusief belasting, afboekingen en wisselkoersverliezen. Niet verkeerd in een tijd dat de bankrekening toch echt minder oplevert. Het rendement ligt eigenlijk nog wat hoger, omdat de laatste 50 Euro pas in september is overgemaakt. Voor het gemak ben ik er bij de berekening van het rendement vanuit gegaan dat er het hele jaar 150 Euro op haar account heeft gestaan.

Josie 2009 2010 2011
Total amount uploaded € 50,00 € 100,00 € 150,00
Remaining amount end of the year € 50,00 € 100,00 € 149,63
Percentage remaining 100% 100% 100%
Recovery percentage 45%
Return on investment on total amount uploaded before tax, currency & defaults 0,1% 5,1% 16,4%
Return on investment on total amount uploaded 0,1% 3,4% 6,5%
Return on investment on remaining amount 0,1% 3,4% 6,6%

 

 

vrijdag, 30 december 2011

Paul Vermast

Paul Vermast

Hyves Linkedin Twitter Youtube Flickr GR

Heb uw naasten lief gelijk u zelf

In weblog, bijbel, doodstraf, sgp, citaat, hoop, invloed, leiden, lezen, en meer.

Het is vrij vertaald een citaat uit de bijbel (Matteüs 22:39) dat mij als eerste te binnen schoot bij het lezen van het standpunt rondom de doodstraf van de Staatkundig Gereformeerde Partij (SGP). De SGP is namelijk van mening dat de doodstraf in bepaalde gevallen gerechtvaardigd is en noemt daarbij (zij het niet met zo veel woorden) man en paard: Saddam Hoessein en Bin Laden. (Bron)

De visie van de SGP op de doodstraf berust op wat de Bijbel zegt over de roeping, die de overheid heeft tot herstel van het geschonden recht. De mens is geschapen naar het beeld en de gelijkenis van God. Vanuit dit vertrekpunt – de hoge waardigheid van de mens als beelddrager van God – volgt dat de overheid (rechter) gerechtigd is om bij ernstige levensdelicten de doodstraf te overwegen en toe te passen. “Wie des mensen bloed vergiet, zijn bloed zal door de mens vergoten worden; want God heeft de mens naar Zijn beeld gemaakt” (Genesis 9 vers 6).(Bron)

Tegelijk zegt de bijbel meer dan eens dat God liefde is. Dat blijkt ook uit het door mij aangehaalde citaat als je dat in z’n geheel leest:
“Heb de Heer, uw God, lief met heel uw hart en met heel uw ziel en met heel uw verstand. Dat is het grootste en eerste gebod. Het tweede is daaraan gelijk: heb uw naaste lief als uzelf. Deze twee geboden zijn de grondslag van alles wat er in de Wet en de Profeten staat.” (Matteüs 22:36-40)

Als waar is wat er in Matteüs 22:40 staat (“deze twee geboden zijn de grondslag van alles wat er in de Wet en de Profeten staat”) kun je jezelf natuurlijk nauwelijks beroepen op verdere verwijzingen in de bijbel over “de roeping, die de overheid heeft tot herstel van het geschonden recht”.

Als je dan kijkt naar wat er in Matteüs 7:12 staat (Behandel anderen dus steeds zoals je zou willen dat ze jullie behandelen. Dat is het hart van de Wet en de Profeten) kom je natuurlijk nergens meer met je steun aan de doodstraf.

Daarbij bewijst de SGP dat men niet leert van hetgeen er in de ontwikkeling van de mensheid is gebeurd: “Onder invloed van het vooruitgangsgeloof van de Verlichting werd de doodstraf als barbaars van de hand gewezen. Bovendien ontstond er een optimistisch vertrouwen in de mogelijkheid tot aardse perfectionering van de mens. Deze onbijbelse gedachten hebben hun doorwerking gekregen in het denken over de legitimiteit van de doodstraf.” (Bron).

Wie is de SGP om te denken dat het niet Zijn plan was met de mensheid om via de Verlichting te komen tot aardse perfectionering van de mens? Gods wegen zijn immers ondoorgrondelijk. Daar waar de gruwelijkheden van ons tijdsgewricht hebben geleid tot de Universele verklaring van de Rechten van de Mens die stelt dat: “Een ieder heeft recht op leven, vrijheid en onschendbaarheid van zijn persoon”, en: “Niemand mag onderworpen worden aan enige wrede, onmenselijke of onterende behandeling of bestraffing.” (Bron). Dat staat op gespannen voet met het opleggen van de doodstraf.

Nu zullen SGP theologen vast een hoop citaten en argumenten aandragen om mijn ongelijk te bewijzen. Maar hoe zinnig is het om mensen te doden om te laten zien dat het doden van mensen verwerpelijk is? Het zou toe te juichen zijn als de SGP zich zou laten leiden door een ander Bijbels thema: Vergeving. Zoals in Efeziërs 4:32: “Wees goed voor elkaar en vol medeleven; vergeef elkaar zoals God u in Christus vergeven heeft”.

Zelfs in de meest wrede misdaad die (volkeren)moord en misdaden tegen de menselijkheid zijn. Want levenslange vrijheidsberoving kan evenzeer een herstel van het geschonden recht zijn waartoe de overheid door de Bijbel is geroepen.

vrijdag, 23 december 2011

Ruard Ganzevoort

Ruard Ganzevoort

Twitter

Kerstboodschap

In religie, angst, bijbel, cultuur, discriminatie, durven, emotie, energie, filmpje, en meer.

Toespraak in de kerstviering Pink Christmas, 23.12.2012, Keizersgrachtkerk, Amsterdam

Je hoeft niet bang te zijn
Al gaat de storm tekeer
Leg maar gewoon je hand
In die van onze Heer

Je hoeft niet bang te zijn
Als oorlog komt of pijn
De Heer zal als een muur
Rondom je leven zijn

Ik heb het wel gezongen voor mijn kinderen. Als ze naar bed gingen. Als ze bang waren. Voor de nacht. Voor monsters onder het bed. Of misschien eigenlijk voor wat de komende dag zou gaan brengen. Want angst heeft alles te maken met machten waartegen je niet opgewassen bent.

Zoals Jamey Rodemeyer, een jongen van 14 die dit jaar geen kerst viert. In mei nam hij een ontroerend youtube filmpje op in de serie ‘it gets better’. Hij vertelde hoe hij op school gepest werd omdat hij anders was, homo was. En hij vertelde hoe Lady Gaga zijn grote voorbeeld, zijn grote troost was. In september maakte hij een eind aan zijn leven omdat hij er niet meer tegen kon.

Je hoeft niet bang te zijn, Maria. Meisje. Een kind nog, uitgehuwelijkt. In Nazaret, ergens in het achterland van Israël. Een bezet land, onderdrukt en uitgebuit door de Romeinen. Hun volkstelling heeft als enige doel om de mensen onder controle te houden. En in dat land een jong meisje.

Je hoeft niet bang te zijn. Makkelijk gezegd als blijkt dat je – ongehuwd en al – zwanger bent. Een schande. Een seksuele schande. Wat zullen de buren wel niet denken? En alle problemen? Ik weet van tienermoeders die daardoor verscheurd raken. Wat moet je met dat kind dat groeit in je buik, dat bij je hoort en tegelijk je leven op zijn kop zet en voor allerlei problemen gaat zorgen? Waar je je voor schaamt en misschien ook blij mee bent? Wat je dwingt om in een klap volwassen te worden… Sexual outcast.

Je hoeft niet bang te zijn, Maria, want wat er in jou groeit is een cadeautje van God zelf. Vreemd misschien, onbegrepen misschien, afgewezen door anderen misschien, veroordeeld door de kerk misschien (want er is altijd wel een Bijbeltekst te vinden), maar toch – als je het durft te zeggen – een cadeautje van God zelf.

Dinsdagavond vertelt Corné daarover in het programma ‘uit de kast’. Hij is 21 en komt uit de Oud Gereformeerde Gemeente. En hij is homo. Maar hoe vertel je dat je familie? Hoe vertel je over dat wat in je groeit, in je leeft? Hoe kom je over je angst heen?

Van psychologen leren we dat er drie negatieve gevoelens zijn: boos, bang en bedroefd. En in de bijbel kom je ze ook alle drie tegen, maar wel heel verschillend. Boosheid is het handelsmerk van de profeten die ten strijde trekken tegen het onrecht. Je ziet dat bij Jezus die de handelaars uit de tempel wegjaagt. Boosheid geeft energie, vitaliteit, verzet. En dan staat er wel dat je je niet door je boosheid moet laten meeslepen, maar je leest niet dat je niet boos mag zijn.

Verdriet is het geraakt worden door de pijn die het leven ook soms meebrengt. Door de dood bijvoorbeeld en de rouw. Verdriet brengt je heel dicht bij jezelf en soms ook bij anderen. Verdriet gaat vaak over de kern van je leven en daarom roept het ook de troost op. Treur samen met de mensen die treuren, zegt Jezus.

Maar angst is anders. Angst brengt geen energie, vitaliteit of troost. Angst verlamt, verstijft, blokkeert. Door angst verschansen mensen zich en durven ze zich niet meer open te stellen voor de ander, voor het leven.

En daarom klinkt die boodschap, voor Maria en voor de herders: Vrees niet. Je hoeft niet bang te zijn. Je hebt genade gevonden. Genade. Dat betekent: je mag er zijn. Het is goed zoals je bent. Je hoeft niet bang te zijn voor veroordeling, afwijzing, discriminatie, pesten, uitsluiting. Jij mag er zijn. Jij mag jij zijn. Onvoorwaardelijke aanvaarding. Je hoeft niet eerst normaal te worden, je te gedragen als iedereen, je bent geliefd zoals je bent. Genade, dat zijn vriendelijke ogen. Geen monsters onder je bed, geen pesters op school, maar vriendelijke ogen. God bevrijdt, Maria. Zo heet dat. Bevrijd van de angst en de schaamte, van alles wat je aan leeuwen en beren op je weg ziet komen. Vreest niet.

Angst is niet alleen een individuele emotie. Het is ook het kerngevoel van onze cultuur. De westerse samenlevingen voelen zich bedreigd door economische achteruitgang en de komst van vreemdelingen, zo zegt bijvoorbeeld Dominique Moïsi. Terwijl in Azië de hoop domineert en in de Arabische wereld de woede om de vernedering, is het westen vooral bang. En daarom keren we ons in onszelf en worden we minder verdraagzaam. Wat vreemd is, moeten we buitensluiten. Het hoofd onder de dekens.

Het antwoord op angst? Geloof, hoop en liefde. Geloof is vertrouwen, hoop is geloven dat het anders kan. En liefde is de kracht die onze angst doorbreekt. De vriendelijk ogen die ons aankijken en ons aanvaarden. Die ons innerlijke rust geven zodat we de wereld aankunnen. Vrees niet. Maar soms heb je wel een engel nodig om die boodschap echt te horen.


Arno Uijlenhoet

Arno Uijlenhoet

Twitter

De beste wensen voor 2012!

Hoewel de media ons anders willen doen geloven (zie bijvoorbeeld het Volkskrant-artikel van zaterdag 17 december j.l.), biedt de links-rechts retoriek wat mij betreft geen oplossing voor de burger in deze tijden van economische en politieke crisis. Terecht stelt Hans Schnitzler (publicist en filosoof) deze week in De Volkskrant (21 december j.l.) dat het krampachtige gevecht tussen de linksmens en de rechtsmens een schijn- en achterhoede gevecht is. Het getuigt van een vergane reflex om in tijden van onzekerheid terug te grijpen op bestaande wereldbeelden.

Schnitzler ziet een spanning tussen mondiale vraagstukken en lokale belangen. Ik kan me daar een heel eind in vinden. Toch heb ik het gevoel dat ook die dichotomie gebaseerd is op een oud ‘frame’. De bekende tegenstelling tussen een kosmopolitische versus een provinciale levenshouding. Naar mijn idee gaat het meer om de spanning tussen het grootschalige, anonieme, technocratische versus het kleinschalige, menselijke en democratische in onze samenleving. Het grappige is dat mensen over de gehele wereld roepen om meer grip op hun eigen omgeving. Groene en sociale innovatie laten een uitweg uit deze spanning zien. Bewijzen daarvoor worden dagelijks geleverd op alle niveaus in de samenleving. Van de Occupy-beweging op wereldschaal tot coöperatieve samenwerkingsverbanden tussen burgers of bedrijven op lokale schaal. De meest innovatieve bedrijven en instellingen blijken platte organisaties te zijn die uitgaan van open-innovatie, duurzaamheid, vertrouwen en professionaliteit. Daar ligt dus onze toekomst. Het wordt dan ook de kunst om als groene politieke partijen in Europa en als GroenLinks in Nederland daarop aan te sluiten.

Als GroenLinks hebben wij alle waarden en capaciteiten in huis om koploper te worden, om de bestaande politieke patstelling tussen links en rechts te doorbreken. Wel zullen we dan de tijd moeten nemen, investeren in onze beginselen, uitgaan van onze eigen kracht en ons meer nog dan nu het geval is openstellen voor de mensen en ontwikkelingen om ons heen. Wanneer we daartoe bereid zijn, ligt een groene toekomst voor ons. Ik wil me voor deze ambitie inzetten als jullie partijvoorzitter! Meld je daarom uiterlijk 10 januari a.s. aan voor het congres via http://congres.groenlinks.nl/aanmelden en geef op 11 februari mij je vertrouwen!

De beste wensen voor 2012 en tot binnenkort!

Met vriendelijke groet,

Arno Uijlenhoet

woensdag, 21 december 2011

Rob Alberts

Rob Alberts

Samen vooruit!

In , filmpje, vertrouwen.
Samen vooruit! In het welkomswoord van Charles Vanderpuye tijdens de werkconferentie Samen vooruit! zijn een aantal maatschappelijke veranderingen naar voren gehaaald. Tijdens een filmpje is in een aantal korte interviews gekeken naar de gevolgen van de bezuiniigingen. Werkloosheid, kortingen en tegenslagen worden in gezinnen verschillend gedragen. Optimisme, vertrouwen maar ook depressiviteit en...

dinsdag, 20 december 2011

Robert Giesberts

Robert Giesberts

Ieder mens maakt zijn eigen werkelijkheid

In samenleving algemeen, noord-korea, omgevingsbewustzijn, overheid, werkelijkheid, bestuur, debat, leider, lezen, en meer.

kim-jong-il-looks-31Ieder mens maakt zijn eigen werkelijkheid. Dat zit in onze natuur. Kim Jong Il (”I didn’t know Kim Jong was il!” was een goede grap die ik gisteren hoorde) kon tot in extremis zijn eigen werkelijkheid  maken. Er was niemand die hem tegensprak. Niemand die hem wees op gevolgen. Het is niet uniek dat mensen op hoge posities de werkelijkheid vervormen door gebrek aan weerwoord. Soms maken ze het er zelf naar en soms is de omgeving te bescheiden of te bewonderend om het weerwoord te geven. De vertrokken directeur van het COA en Cruyff, zijn namen die me nu zo te binnen schieten. Hun leren te veranderen is vermoedelijk tevergeefs. Hooguit hebben schade & schande een gevolg, maar die kan ook negatief zijn: bevestigen dat hun aannames klopten, zij gelijk hebben en de rest niet.

Het percipiëren van een eigen werkelijkheid lijkt met deze voorbeelden ongewenst en fout. Dat kan het worden, maar is het niet. Het is ook een vorm van zelfbescherming en daarmee een middel om zelfvertrouwen te hebben. Samenlevingen waar mensen het recht op het vormen van eigen meningen wordt misgund, munten niet uit in zelfbewuste burgers. Zie wederom Noord-Korea en vindt hierin een mogelijke verklaring voor de enorme klaagzangen en publieke treurnissen na de dood van de Grote Leider. In onze samenleving is het iedereen gegund een eigen werkelijkheid te hebben. Dat gaat gepaard met vrije meningsuiting. Maar dat wil niet zeggen dat het dus ook alleen maar goed is. Voor een gezonde beleving van de eigen werkelijkheid is debat noodzakelijk. Zonder debat ontspoort het, zoals bij Albayrak en Cruyff. Met debat worden mensen gedwongen tot dynamiek: hun werkelijkheid is geen statisch gegeven maar erodeert al naar gelang wie ze spreken, wat ze lezen en zo voort.

Er zijn beroepen die dit type van confrontaties ook bewust moeten opzoeken. Beroepen die het wel en wee van de samenleving of een bedrijf of organisatie bepalen. Privé is het hun gegund een werkelijkheid te percipiëren en daar zonder of met tegenspraak bij te blijven, zakelijk is het de eis dat ze daar juist actief mee bezig zijn. Ze moeten zichzelf steeds de vraag stellen of zoals zij het zien anderen dit ook zo zien. Met die vorm van omgevingsbewustzijn kunnen ze beter inschatten waar ze ferm of juist ontvankelijk moeten zijn, waar ze kunnen versnellen of juist vertragen. Ik ben er van overtuigd dat hoe meer overheden met een goede dosis omgevingsbewustzijn opereren, hoe meer men aansluiting vindt op de gehorizontaliseerde werkelijkheid waar de Raad voor Openbaar Bestuur  vorig jaar over adviseerde. Een mondige en assertieve samenleving, kenmerkend voor de horizontalisering, wil gezien en gehoord worden. Een overheid die met de juiste voelhoorns werkt zal vertrouwen winnen.

Noord-Koreaanse toestanden gelden inmiddels als spreekwoordelijk voor de manie en branie waarmee het land is geleid en de effecten die dat heeft gehad op de bevolking. Zeker geen wenkend perspectief. Wel een nuttig schrikbeeld. En voor Nederlanders vermoedelijk een overbodige, hoewel voor sommige politiek populisten ook bij momenten verleidelijk. Macht is onder meer jouw redeneerwijze en ideeën zo breed mogelijk te laten landen. Als jij de rechtsstaat aanvalt en en velen volgen jouw beweegreden en oordeel, dan is dat macht. En als dan het weerwoord stokt, kan die macht zo maar beklijven en electoraal vertaald worden.

Dat roept ook de vraag op hoe ‘eigen’ ieders werkelijkheid is. Of vraag…. Ik denk wel dat je kunt stellen dat er sprake is van een hoog gehalte copy & paste. Maar beter goed gejat dan slecht bedacht. En uiteindelijk gaat het om de kwaliteit van argumenten en houdbaarheid van denkbeelden.  Die worden getoetst door debat en door open te staan voor andere meningen. Daar heeft de Nederlandse samenleving een voortdurende uitdaging in en hebben onze overheden en bedrijven een permanente opdracht in.

vrijdag, 16 december 2011

Ruard Ganzevoort

Ruard Ganzevoort

Twitter

Na de commissie Deetman…

In religie, seksueel misbruik, december, eerste, geweld, hulp, hulpverlening, kant, kerk, en meer.

Nu de commissie Deetman haar rapport heeft uitgebracht – 1400 bladzijden die ik nog niet gelezen heb – is het goed om enkele kritische vragen op een rijtje te zetten. Over de commissie zelf, over de uitkomsten van het onderzoek en over de reactie van de kerkelijk verantwoordelijken.

Zo’n anderhalf jaar geleden kwamen de berichten over grootschalig seksueel misbruik op rooms-katholieke internaten naar buiten. Heel verrassend was dat niet, want het was uit andere landen al bekend. In navolging van die andere landen en onder druk van de publieke opinie besloot de kerk een commissie in te stellen onder leiding van Wim Deetman die dat tot op de bodem zou uitzoeken.

De commissie

Ik schreef daar op 17 maart 2010 over dat het echte probleem niet in het celibaat ligt, maar dieper verankerd is in het systeem van de kerk: “Centraal in de misbruikaffaire is het hele systeem waarin toezicht en openheid ontbraken, waarin misbruikincidenten werden toegedekt of verzwegen en waarin daders eenvoudigweg werden overgeplaatst.”

Toen Deetman zijn onderzoeksopzet presenteerde, vroeg ik op 8 mei 2010 aandacht voor “inzicht in de verschillende typen daders en hoe die zich verhouden tot het systeem.” Ik was en ben blij met de breedte en de grondigheid van het onderzoek. Ik ben ook opnieuw bevestigd dat Deetman vaak een goede pastorale toon weet te treffen. Mijn vragen over de deskundigheid van de commissie zijn niet helemaal beantwoord, maar de presentatie van het rapport geeft wel vertrouwen in de kwaliteit.

Bij het eerste deelrapport (over de hulp aan slachtoffers) was ik teleurgesteld. Op 11 december 2010 schreef ik dan ook dat Deetman alles zo bestuurlijk had aangepakt dat de behoeften van slachtoffers buiten beeld raakten. Dat leek me kwalijk voor het vertrouwen in de commissie en daarom ook in de kerk. Met zijn eindrapport blijkt Deetman veel vertrouwen te hebben herwonnen, zeker ook omdat hij de kerk al een tijdje zeer kritisch oproept echt gehoor te geven aan de slachtoffers.

Anders dan sommige anderen heb ik nooit zo getwijfeld aan de onafhankelijkheid van de commissie. Ik vind het zelfs van belang dat de kerk zijn verantwoordelijkheid nam en opdracht gaf tot dit onderzoek. Die onafhankelijkheid lijkt nu ook buiten kijf, zeg ik met natuurlijk de nodige slagen om de arm.

De uitkomsten

Wat heeft de commissie Deetman opgeleverd aan nieuwe inzichten? Het meest in het oog springen de aantallen. Enige tienduizenden gevallen van misbruik, waarvan enkele duizenden ernstig. Rond de 10 % van alle Nederlanders boven de 40 is in de jeugd op ongewenste wijze seksueel benaderd buiten het gezin. Onder rooms-katholieken ligt dat percentage iets hoger, maar dat heeft vermoedelijk vooral andere dan kerkelijke redenen. Wel is er een groot verschil tussen kinderen in instellingen en daarbuiten: op instellingen liepen kinderen een twee keer zo hoog risico. Daarbij was er geen verschil tussen rooms-katholieke en andere instellingen. Uit de feitelijke meldingen zijn 800 plegers te identificeren, waarvan er nog ruim 100 in leven zijn. Overigens is het aandeel van geestelijken onder de plegers niet hoog te noemen. Daarnaast weten we dat nog steeds jaarlijks 100.000 kinderen slachtoffers worden van seksueel, lichamelijk en psychisch geweld.

Het zijn schokkende aantallen, maar ze wijken niet wezenlijk af van wat we al wisten over seksueel misbruik. Dat komt – erg genoeg – veel vaker voor dan we willen weten of kunnen verdragen. En dat het in autoritaire situaties als internaten nog vaker voorkomt, verbaast ook niet in het licht van internationaal onderzoek. Het mag ook niet de aandacht afleiden van de hoge aantallen slachtoffers van seksueel en lichamelijk geweld binnen gezinnen. Dat is het meest schokkende: dat het zo wijdverbreid is.

Kerkelijke reacties

Het meest onthullend en onthutsend lijkt het rapport waar het zichtbaar maakt hoe bisschoppen en andere kerkleiders reageerden op signalen van seksueel misbruik. Tot heel kort geleden suggereerden ze naar buiten toe dat ze er eigenlijk weinig of niets van wisten. “Wir haben es nicht gewusst.” Deetman laat zien dat men het wel degelijk kon weten en ook wist. Misschien dacht men dat het om geïsoleerde gevallen ging, of dat het met straf en overplaatsing over zou gaan. Feit is dat men al in de jaren vijftig ruimschoots signalen had en dat er ook in die tijd al misbruikschandalen naar buiten kwamen.

Kenmerkend voor de eerste decennia is het zinnetje in de samenvatting van het rapport: “Bij de ontwikkeling van een bestuurlijke aanpak was in die tijd de individuele pleger het uitgangspunt. Er was geen structurele benadering van de problematiek.” Het was echter ook een structureel probleem, wat blijkt uit het feit dat een aantal plegers ook zelf in hun jeugd slachtoffer was: “Er zijn aanwijzingen dat seksueel grensoverschrijdend gedrag jegens de eigen kweek wellicht tot de interne kloostercultuur heeft behoord. Wanneer de verantwoordelijke superieuren (waarschijnlijk of zeker) op de hoogte waren van misbruikgevallen, was overplaatsing (eventueel naar het buitenland) één van de meest toegepaste maatregelen. Boete doen, overplaatsing en eventuele behandeling was aantrekkelijker dan uitzetting uit de orde om verlies van leden of een schandaal te voorkomen.”

Sinds de jaren tachtig is de aandacht voor seksueel misbruik sterk toegenomen. Dat geldt ook in de kerk, maar de bisschoppenconferentie heeft niets gedaan met stukken die ook toen al op tafel kwamen en aandacht vroegen voor misbruik van minderjarigen. Men volgde zelfs de regel van het Vaticaan niet dat pedoseksuele plegers uit hun ambt moesten worden gezet. Voor een deel vinden we dit negeren en miskennen ook buiten de kerk, maar de kerkelijke verantwoordelijken hebben heel erg lang de andere kant opgekeken en zich meer zorgen gemaakt om de reputatie van de kerk dan om het welzijn van slachtoffers.

Ik was met dit alles in gedachten erg benieuwd naar de kerkelijke persconferentie. De vertegenwoordigers van de bisschoppen en van de ordes en congregaties reageerden op het rapport. Aanvullend stuurden de laatsten nog een open brief aan de slachtoffers en ook kardinaal Simonis gaf een officiële reactie. Komende zondag zal een brief van de bisschoppen worden voorgelezen in de kerken. Duidelijk klinken woorden van spijt en schaamte, primair over de plegers van het misbruik, maar ook over de verantwoordelijken die tekortschoten. Ook is er bereidheid om hulp te bieden en schadevergoeding, maar vooral ook erkenning voor het aangedane kwaad.

Is het genoeg?

Dat is allemaal van belang, maar het is voorlopig niet genoeg om het vertrouwen te herstellen. Nog steeds ontbreekt de fundamentele zelfkritiek van de kerk. Daar geeft het rapport Deetman overigens wel genoeg bouwstenen voor.

Seksueel misbruik vraagt niet alleen om een potentiële pleger en een potentieel slachtoffer, maar ook om omstandigheden. Om een setting, een systeem dat het risico verhoogde. De visie op ambt en kerk gaf een machtspositie aan de plegers en maakte het problematisch om klachten goed op tafel te krijgen. En de visie op seksualiteit is op zijn best ambivalent te noemen. Van een deel van de plegers moeten we zelfs zeggen dat ze door de kerk gekweekt zijn.

Het is dan ook niet bevredigend om alleen spijt te betuigen en te spreken over de schuld van individuen. Dat is lang genoeg gedaan. Om schoon schip te maken, is een veel zelfkritischer houding nodig. Niet meer de morele gelijkhebberij die de kerk vaak kenmerkt, maar kritisch kijken naar de eigen visie en de mogelijke schadelijke gevolgen daarvan.

Ik zie dat nog niet gebeuren. Ja, de hulpverlening is verbeterd en er worden schadevergoedingen uitgekeerd. De klachtenprocedures en opleiding van priesters verbeteren ook. Maar echte zelfkritiek is helaas nog ver te zoeken. Het blijft dus de vraag hoe veel de rooms-katholieke kerk van het rapport Deetman leert.


dinsdag, 13 december 2011

Rien Honnef

Rien Honnef

Twitter GR

Vanuit het pluche

In algemeen, raad, bomenkap, koude wijn, nienoord, discussie, gewoon, groenlinks, kappen, en meer.

Dit zal wel een van de laatste bijdrages zijn op dit weblog dit jaar over de bomenkap op Nienoord. Of misschien überhaupt wel het laatste wat ik er over schrijf. Alles is volgens mij al gezegd en het is nu vooral aan het overleg in de klankbordgroep over fase 2. Er volgt een extra onderzoek, en dan volgt de afweging. Kappen of niet. Maar er zijn meerdere factoren die een stevige rol gaan spelen. Ik denk dat de aandacht die GroenLinks afgelopen week heeft gevraagd en gekregen in de raadsvergadering de zaak goed heeft gedaan. Of ik er tevreden mee ben? Nee, dat niet. Maar ik denk ook niet dat het ooit mogelijk zal zijn tevreden te zijn over deze zaak. Veel belangrijker vind ik het dat welke kant het nu ook opgaat dit in goed overleg gaat en een beslissing zal zijn die op juiste gronden kan worden genomen. Want dat is nu wat een beetje boven de markt blijft hangen, dat de beslissing voor fase 1 niet op juiste gronden is genomen. De behandeling in de raad afgelopen week was het best haalbare, en zo ook de beantwoording van de wethouder. Ik kon mij er in vinden en dan is het ook goed dat je het vertrouwen in de wethouder uitspreekt. We, GroenLinks, hebben ook wel eens anders gedaan, met in herinnering de moties van wantrouwen die een andere wethouder van ons aan z’n broek kreeg. Niet iedereen zal het met me eens zijn. En het is goed om daarover met hen van gedachten te wisselen. Dat gebeurde ook na afloop van de raadsvergadering. Ik ga overigens ook graag in gesprek. De discussie mag scherp zijn, maar er moet wel zicht zijn op iets. De tijdens de raadsvergadering aanwezige tegenstanders van het kappen toonden zich serieus, en zo hoort het. Lachwekkend is het orakel uit Roden. Zo lang hij schrijft over de natuur neem ik daar met respect kennis van. Maar hem verder serieus nemen… dat doe ik al geruime tijd niet meer. Eigenlijk zou niemand dat nog moeten doen. De man beweegt zich opvallend oppervlakkig en communicatief onkundig langs de zijlijn en zal daar ook altijd blijven wat mij betreft. Het woord zwammen kun je uitleggen als meervoud van de zoveel besproken zwam, maar kan ook gewoon ergens anders op slaan.

Ashley North

Ashley North

Hyves DWARS

Een vrijwillig levenseinde?

In groenlinks, hulp bij zelfdoding, sociaal, zorg, euthanasie, vrijwillig levenseinde, partijraad, persoonlijk, rekening, en meer.

Aanstaande zaterdag, 17 december, komt de Partijraad van GroenLinks bijeen over de onderwerpen euthanasie en hulp bij een vrijwillig levenseinde. Centraal staat het burgerinitiatief van Uit Vrije Wil. Dit is een verbond dat strijdt voor een waardig zelfgekozen levenseinde van ouderen met een voltooid leven. Kijk voor het volledige burgerinitiatief op de site van de initiatiefnemers. De vraag die aan de partijraad van GroenLinks voorligt is of de Kamerfractie al dan niet steun moet geven aan het initiatief. Ongeveer 80 leden van de partij buigen zich over deze kwestie.

De Partijraad maakt een fout die vaak voorkomt: euthanasie en hulp bij een vrijwillig levenseinde als synoniemen van elkaar beschouwen. De medische wereld maakt echter een duidelijk onderscheid tussen beide handelingen. Het is belangrijk dat onderscheid helder te hebben. Euthanasie is de hulp bij zelfdoding van hevig lijdende, ongeneeslijk zieke mensen. Hulp bij een vrijwillig levenseinde betreft daarentegen de hulp bij zelfdoding van gezonde mensen die om persoonlijke redenen een einde aan hun leven willen maken. Een andere vergissing die gemakkelijk in ons progressieve kamp gemaakt wordt, is dat er overwegend vanuit het perspectief van de patiënt wordt geredeneerd. De positie van de arts is vaak onderbelicht. Hieronder zullen wij dieper ingaan op de beide hier aangesneden kwesties.

Euthanasie hulp bij vrijwillig levenseinde

Het onderscheid tussen euthanasie en hulp bij een vrijwillig levenseinde moet gemaakt blijven worden. Het gaat hier om twee wezenlijk verschillende aangelegenheden. Te beginnen met euthanasie. Zoals we hierboven al aangaven gaat het hierbij om medische hulp bij zelfdoding van ongeneeslijk zieke mensen die ernstig lijden. Daarnaast moet de patiënt een duurzame wens tot sterven hebben, die door twee artsen beoordeeld wordt. Als aan alle zorgvuldigheidseisen wordt voldaan kan de arts overgaan tot euthanasie. Nadat hij de euthanasiezaak heeft voorgebracht bij de Toetsingscommissie, kan hij met zuiver handelen niet vervolgd worden. Dit gebeurt dan ook praktisch nooit. Euthanasie is dan ook een grote verworvenheid. Mensen die ondraaglijk lijden moeten met behulp van medische expertise hieruit verlost kunnen worden.

Hulp bij een vrijwillig levenseinde betreft echter het leven beëindigen van fysiek gezonde mensen. Het gaat hierbij veelal om ouderen die hun leven als voltooid beschouwen of om mensen die aan depressies lijden. Op wetenschappelijk niveau is er nog veel discussie over de vraag of mensen met een doodswens psychisch gezond kunnen zijn. Deze discussie betreft met name het geval van depressieve personen. Een kernsymptoom van depressie is namelijk geen zin meer in het leven hebben. Zeker in deze gevallen is het dus moeilijk om te bepalen of iemand voor zichzelf “het leven voltooid heeft” of dat er sprake is van een behandelbare depressie. Het is zodoende van groot belang dat bij deze vrijwillig levenseinde-zaken de behandelingsmogelijkheden nauwkeurig in acht worden genomen. Blijkt het inderdaad een psychische ziekte te zijn die bovendien onbehandelbaar is, dan is euthanasie een optie. Let wel, hierbij is er dus sprake van hevig lijden en een ongeneeslijke ziekte, waardoor dergelijke zaken niet als hulp bij een vrijwillig levenseinde gelden, maar voor de wet als euthanasie.

En dat is precies het belangrijke onderscheid. Het is van grote betekenis dat zowel de Partijraad als de fractie van GroenLinks het onderscheid tussen euthanasie en hulp bij een vrijwillig levenseinde goed maken. Hulp bij zelfdoding impliceert namelijk altijd dat er derden actief betrokken zijn bij de dood van degene met een doodswens. Voor deze hulpverleners is het belangrijk dat ze goed beschermd worden door de wet en dat ze niet gedwongen kunnen worden tot de hulp bij de dood van een persoon waar zij in die specifieke casus niet persoonlijk ten volle achterstaan.

Het perspectief van de arts

Dat brengt ons bij het perspectief van de arts. Dit is immers de aangewezen persoon tot het uitvoeren van euthanasie en eventuele hulp bij een vrijwillig levenseinde. De discussies over de twee onderwerpen in kwestie worden vaak gevoerd vanuit het perspectief van de patiënt. Welke rechten heeft deze en hoe moeten die invulling gegeven worden? De vragen over wat hulp bij zelfdoding met de arts doet en hoe artsen tegenover verdere versoepeling van de wetgeving staan komen daarentegen veel minder vaak aan bod.

Vooropgesteld, natuurlijk zijn er voldoende artsen die weinig morele druk ondervinden bij het uitvoeren van euthanasie en hulp bij zelfdoding. Voor veel van hun collega’s drukken deze zaken zwaarder op het geweten. Zij willen er 100% zeker van zijn dat ze voor zichzelf kunnen verantwoorden dat ze per specifiek geval al dan niet bijdragen aan de hulp bij zelfdoding. Kortaf gezegd is de arts namelijk wel medeplichtig aan de dood van een medemens. De strafbaarstelling van euthanasie en hulp bij een vrijwillig levenseinde geldt dan ook voor veel medici als een stok achter de deur en geeft hen innerlijke rust. Als een arts nu namelijk voor zichzelf niet de medewerking bij de doodswens van een persoon kan verantwoorden, kan hij tegen bijvoorbeeld een druk zettende familie van de patiënt het volgende argument aandragen: “Als ik overga tot medewerking, pleeg ik wel een strafbaar feit”. Veel artsen biedt deze huidige uitweg gewetensrust. Op het moment dat hulp bij een vrijwillig levenseinde wordt gelegaliseerd kunnen artsen niet meer onder medewerking uit.

Dat blijkt namelijk uit de mogelijkheden die er zijn om hulp bij een vrijwillig levenseinde toe te passen. De eerste mogelijkheid is dat de arts de persoon in kwestie ‘een spuitje geeft’. Dit is uiterst onwenselijk, omdat de uiteindelijke beslissende daad tot levenseinde, zoals in de regel ook bij euthanasie het geval is, het beste bij de persoon zelf kan liggen. Dat is dan ook de tweede mogelijkheid: toezicht van de middelen verstrekkende arts bij de zelf uitgevoerde zelfdoding van de persoon. Dit is van groot belang. Lang niet altijd is de eerste dosering voldoende en moet de arts met een extra dosering bijspringen om de dood daadwerkelijk te doen intreden. In deze beide gevallen is de arts dus actief betrokken bij de doding van een ander persoon. Hij kan er niet onderuit, tenzij een arts niet meer de aangewezen persoon is om hulp bij een vrijwillig levenseinde te verlenen.

In dat geval dienen zich twee nieuwe opties aan: artsen verstrekken alleen de medische middelen, om de zelfdoding vervolgens zonder toezicht door de persoon in kwestie zelf uit te laten voeren of de arts geeft slechts advies over hoe de persoon op een relatief ‘goede’ wijze zelfdoding kan uitvoeren. Beide zijn echter geen wenselijke situaties, doordat de kans op mislukking van de zelfdoding groot is, wat dramatische gevolgen voor de persoon en diens familie heeft. Deze mogelijkheden uitgesloten, blijft het dus zo dat bij hulp bij een vrijwillig levenseinde de arts altijd zijn verantwoordelijkheid moet nemen, of hij nou voor zichzelf ethisch kan verantwoorden of niet.

Conclusie

De vraag is dus gerezen of hulp bij een vrijwillig levenseinde daadwerkelijk gelegaliseerd moet worden of dat het net als euthanasie in het wetboek van strafrecht moet komen. In dat laatste geval wordt het via de gedoogconstructie dus wel degelijk mogelijk gemaakt, maar kan de arts voor zichzelf uitmaken of hij medewerking aan het levenseinde wil verlenen. Hij kan zich dan namelijk nog altijd beroepen op het gegeven dat hij niet verplicht is tot de uitvoering van een strafbaar feit.

Al met al blijkt de discussie over hulp bij een vrijwillig levenseinde en eventuele overname van de oproep van Uit Vrije Wil een zeer complexe te zijn. Wij zijn dan ook erg blij dat de Partijraad van GroenLinks zich uitgebreid wil buigen over dit onderwerp en gedegen tot een bepaald standpunt zal komen. Dit artikel schrijven wij om in die discussie de Partijraad op het hart te drukken met de hierboven aangehaalde aspecten rekening te houden bij de opinievorming. In het kort achtereenvolgens nogmaals:

  • euthanasie is niet hetzelfde als hulp bij een vrijwillig levenseinde

  • hulp bij een vrijwillig levenseinde betreft gezonde mensen

  • het perspectief van de arts is even belangrijk in de discussie over hulp bij een vrijwillig levenseinde als die van de hulpvragende.

Wij wensen de Partijraad komende zaterdag veel succes met het vormen van een standpunt en hebben vertrouwen in een goed resultaat.

Dit artikel is geschreven door Ashley North (politiek secretaris Sociaal en vicevoorzitter politiek) en Anne Zeven (voorzitter subcommissie Zorg) van DWARS, GroenLinkse jongeren.


donderdag, 1 december 2011

John Jorna

John Jorna

De brief van Minister van Bijsterveldt

In column van de week, basisonderwijs, bezuinigingen, copd, delen, democratie, gewoon, hulp, internet, en meer.

OPEN ZENUW GERAAKT?

Onderwijsminister Van Bijsterveldt stuurde een brief naar de Tweede Kamer over de relatie ouders – kind – school en schetste enkele wenselijkheden, althans in haar ogen. Het lokte nogal heftige reacties uit. Voor mij is dat een teken, dat er kennelijk hier en daar wat mis is. Nu ben ik zelf vader en grootvader en ik ben jarenlang leraar geweest en daarbij heb ik ook veel ervaring opgedaan met ouderparticipatie in het Voortgezet onderwijs. Ik weet, waar ik het over heb.

Men viel vooral over de oproep van de minister aan de ouders actiever te worden in de school. Dat speelt vooral in het Basisonderwijs, want in het Voortgezet Onderwijs zijn de mogelijkheden beperkt. Jarenlang werkten moeders op mijn school aan een knipselarchief, maar toen was er nog geen internet. Er waren ouders actief in de Medezeggenschapsraad en door voortdurend de vinger aan de pols te houden konden veel problemen in een vroeg stadium worden voorkomen. Met ouders organiseerde ik een enquête over vredesopvoeding en het bleek, dat bij alle vakken doelen van vredesopvoeding konden worden nagestreefd.

Kijk je echter bij het Basisonderwijs dan zijn er veel meer mogelijkheden. Wat mij opviel in de krantenartikelen was dat ouders taken van betaalde krachten gingen overnemen, bijvoorbeeld schoonmaakwerk. Het is leuk, dat er zo geld vrijkomt om meer leerkrachten of onderwijsassistenten aan te trekken, maar geld voor de schoonmakers moet gewoon binnen het budget te vinden zijn. Met dat deel van haar oproep laadde de minister de verdenking op zich de gevolgen van bezuinigingen te willen opvangen door ouders in te schakelen. Als ze dat wil, prima, maar laat ze er dan ook eerlijk voor uitkomen.

Ouders behoren het werk van de leerkrachten te ondersteunen en niet te ondergraven. Als je als ouder naar je kind laat merken, dat je eigenlijk neerkijkt op die armoedzaaiers van onderbetaalde leerkrachten, dan bevorder je niet bepaald het respect van de kinderen voor hun leerkracht. De docent is een professional, die verstand heeft van onderwijs en opvoeding, vaardig is in het observeren van kinderen, zijn onderwijs evalueert en ziet waar hij zelf is tekort geschoten, maar ook ziet, waar de individuele leerling faalt. Hij praat met de leerling over de manier waarop die leerling het probleem gaat aanpakken en schakelt desgewenst de ouders in om hun kind te ondersteunen door het maken van huiswerk beter te structureren en het kind te stimuleren en zo nodig te controleren. Soms ziet hij tijdig, dat specialistische hulp nodig is. Het kan om leerproblemen gaan als dyslexie of pedagogische problemen als een beetje te erg puberen of ernstige psychische problemen. En dan moet zo’n docent ook nog zijn eigen vakgebied bijhouden. Docent zijn is een roeping. Je kiest er niet voor als steenrijk worden het belangrijkste doel in je leven is. Van ouders mag dan verwacht worden, dat ze bereid zijn intensief mee te werken bij het verbeteren van de resultaten of de leerhouding of het gedrag van hun kind. Dus op ouderavonden komen, samenwerken met de school en waar mogelijk de inspanningen van de leerkrachten ondersteunen en bij wangedrag van hun kind op school bereid zijn een lijn te trekken met de school.

Een school brengt niet alleen kennis en inzicht bij. Vooral in het Voortgezet Onderwijs leren kinderen ook een mening te vormen en tot een gefundeerd oordeel te komen. Ik noemde al vredesopvoeding, maar het gaat ook om milieueducatie en burgerschapsvorming. Daar gaat het om kennis, maar ook om mentaliteit. Als er rond de verkiezingen in de klas gepraat wordt over onze democratie en het belang van lid zijn van een politieke partij en van deelnemen aan de verkiezingen en je tevoren verdiepen in de standpunten van een partij; dan kunnen al die inspanningen van de man of vrouw voor de klas in een keer onder geschoffeld worden als ouders daar nonchalant over doen of laten merken, dat ze geen enkel vertrouwen hebben in de democratie en ook niet van plan zijn er iets aan te doen. Je kunt als docent een prachtig verhaal houden over de uitstoot van auto’s en met name het ultra fijne stof, dat door filters niet wordt tegen gehouden en zorgt voor steeds meer COPD-patiënten, als vader zich onverschillig toont voor het lot van die mensen en rustig de maximumsnelheid overtreedt, dan vergeet het kind het verhaal van de docent al snel. Een school kan kinderen bewust maken van normen en waarden, maar de houding van de ouders bepaalt of kinderen zich die waarden eigen maken en zich houden aan de normen. De mentaliteitsonderzoeken van het Bureau Synovate laten zien, dat hier nog een wereld te winnen valt.

De secularisatie heeft ervoor gezorgd, dat grote delen van de bevolking niet meer beschikken over een duidelijk stelsel van waarden en normen en ook niet meer beschikken over inspirerende voorbeeldfiguren. Mensen stellen zich autonoom op en zeggen wat ze denken en doen waar ze zin in hebben. Oude waarden en normen, die berusten op eeuwen van menselijke ervaringen en met het etiket van een goddelijke openbaring zijn door velen als ouderwets en achterhaald en niet meer van deze tijd terzijde geschoven. Wat betekent opvoeden dan nog? Welke waarden leef je je kinderen voor? Bij welke waarden van ouders kan een school aansluiten? Want bedenk wel, dat ouders bepalen welke waarden hun kinderen aanvaarden en daarbij is de rol van de moeder overheersend. Nooit kun je als ouders de opvoeding van je kind overlaten aan een school. Jij als ouder bent verantwoordelijk voor de opvoeding van je kinderen.

Jaargang 4, Nr. 190.

woensdag, 30 november 2011

Hans Verbeek

Hans Verbeek

Hyves Twitter

Het uiteenvallen van het Europese imperium: de politieke collaps

In doem, economie, euro, europa, politiek, recessie, political, overheid, vertrouwen, en meer.
Dmitry Orlov beschrijft de politieke collaps als volgt: Faith that “the government will take care of you” is lost. As official attempts to mitigate widespread loss of access to commercial sources of survival necessities fail to make a difference, the political establishment loses legitimacy and relevance. Het vertrouwen in de regering gaat verloren. De overheid [...]

dinsdag, 29 november 2011

Ruard Ganzevoort

Ruard Ganzevoort

Twitter

Wat willen we met de gezondheidszorg?

In eerste kamer, politiek, analyse, belangrijk, betalen, burgers, debat, discussie, fractie, en meer.

Spreektekst bij het debat over marktordening in de gezondheidszorg 29.11.2011

Het beheersen van de kosten in de gezondheidszorg is terecht een belangrijk punt van aandacht van dit kabinet. We stellen namelijk met elkaar steeds hogere eisen aan die gezondheidszorg en verwachten dat de medische zorg ons zo lang mogelijk zo gezond mogelijk zal houden. Maar tegelijk mag dat niet te veel kosten. Dat heeft iets dubbelhartigs: enerzijds is de zorg een bloeiende sector die veel bijdraagt aan het welbevinden van mensen, anderzijds is het een ongewenste kostenpost. Met die dubbelhartigheid spoort dat dit kabinet een gematigde groei van de zorgbestedingen nastreeft. Dat is op zichzelf goed, maar daarmee is de vraag niet beantwoord wat we nu eigenlijk wel en niet van de gezondheidszorg verwachten.

Er is nog een tweede ambivalentie en die heeft te maken met de financiële prikkels. De discussie over marktwerking en budgetbekostiging kan uitnodigen tot ondoelmatigheid, maar prestatiebekostiging kan ook weer uitlokken tot overbesteding. Zeker wanneer zorginstellingen en zorgverleners direct financieel beloond worden, kan de verleiding groot zijn. Daarom gelooft mijn fractie niet dat marktwerking hét antwoord is. Het kan wel helpen om uit te dagen tot efficiency, maar als die winst dan weer weglekt naar private partijen of dure bestuurders en specialisten, dan helpt het ons niet verder. Veel regie wordt nu gelegd bij de verzekeraars, maar die hebben ook gewoon hun economische belangen.

Het is zeer de vraag of de gezondheidszorg zich wel leent voor een vergaande marktwerking. Patiënten zijn geen consumenten. Ze willen goede en toegankelijke zorg, veelal in een duurzame relatie met een behandelaar. Wij kunnen wel leven met beperkte marktwerking met checks en balances en onder systeemverantwoordelijkheid van de overheid. Het voorliggende wetsvoorstel bouwt daarop voort. Toch liggen hier wel vragen.

Allereerst is het de vraag of de regering die systeemverantwoordelijkheid wel goed kan invullen. Deze vraag is ook door de Rekenkamer scherp op tafel gelegd omdat haar analyse laat zien dat de minister de ontwikkeling van de zorguitgaven onvoldoende kan monitoren en al evenmin kan bijsturen en bovendien geen goed zicht heeft op de oorzaken van de overschrijdingen. Daar wordt aan gewerkt, antwoordt de minister, maar we zijn er nog niet. De kritische conclusies van de Rekenkamer over bijvoorbeeld tariefmaatregelen schuift de minister terzijde, niet op grond van aanvullend onderzoek, maar door de analyse zelf ter discussie te stellen. Zij gelooft namelijk in haar maatregelen, maar dat is nog niet genoeg om vertrouwen te geven dat zij het nu wel onder controle heeft. Juist in een zo complex systeem als de gezondheidszorg is een sterke scheidsrechter nodig die buitengewoon kritisch is op de spelers en die het opneemt voor de patiënten die van de zorg afhankelijkheid zijn en voor de burgers die het uiteindelijk allemaal betalen. Vertrouwt de minister niet te veel op instellingen en verzekeraars die winst willen maken en beroepsgroepen die extra verdienen als ze veel behandelingen doen? Graag een reactie van de minister. Wat zijn in het huidige systeem en in het systeem waar zij naartoe werkt de potentiële perverse prikkels en hoe adequaat worden die geredresseerd? Deelt zij de mening van mijn fractie dat het hebben van een winstoogmerk niet past bij organisaties die in de gezondheidszorg met publieke middelen worden gefinancierd? En wat wil zij doen om de inkomens van specialisten echt in de greep te krijgen? Hoe voorkomt ze waterbedeffecten tussen eerste en tweede lijn? En klopt het beeld dat ik krijg uit het veld dat zowel de ziekenhuizen als de huisartsen hun handen aftrekken van de chronisch zieken. Hoe voorkomt de minister dergelijke effecten van de prikkels die ze neerlegt? En nog een heel praktische vraag: hoe verloopt de overgang van DBC naar DOT? Klopt het dat in die transitie nog zoveel onduidelijk is dat de declaraties pas veel later kunnen worden afgehandeld en zijn daar in de bevoorschotting maatregelen voor genomen?

Een tweede vragenveld betreft de inhoudelijke visie op de gezondheidszorg. In dit wetsvoorstel draait alles om de financiële sturing en kaders, maar daarachter gaat het natuurlijk om de vraag hoeveel en welke zorg collectief moet worden georganiseerd en gefinancierd. Moet alles wat kan? Dat zijn buitengewoon lastige en pijnlijke afwegingen, maar ze moeten wel gemaakt worden. De medische mogelijkheden zijn enorm toegenomen, maar betekent dat ook dat ze altijd moeten worden toegepast? Ook als de gezondheidswinst heel beperkt is en de kosten heel hoog? Wie persoonlijk voor die keuze staat, zal misschien geneigd zijn om alles te proberen. En ook artsen hebben een natuurlijke neiging om zoveel mogelijk voor mensen te doen. Maar moet dat altijd? Betekent toegankelijkheid van de zorg ook dat alle denkbare zorg en ingrepen worden geleverd? Dat zijn uiteindelijk geen financiële vragen meer maar principiële zorginhoudelijke en ik vraag de minister of zij daar ook een visie op heeft. En zo nee, wie heeft die visie dan wel en hoe verhoudt die visie zich tot de budgettaire afwegingen?

De Duitse socioloog Ulrich Beck heeft in zijn analyse van de Risikogesellschaft aandacht gevraagd voor het gegeven dat onze technische vooruitgang en de dominantie van de economische logica niet hebben geleid tot een vermindering van risico’s, maar tot een verplaatsing daarvan. Met de toename van medische mogelijkheden lijkt het misschien of we alles in de hand hebben, maar dat is schijn. We blijven aanlopen tegen de risico’s die nu eenmaal bij het leven zelf horen. Die zijn te verleggen en te verplaatsen, maar nooit uit te bannen. Dat betekent, aldus Beck, dat de technologische en economische logica niet allesbepalend kunnen zijn en dat er publieke, politieke en morele correcties op nodig zijn. Dat wil dus ook zeggen dat voor het ordenen van de gezondheidszorg een economisch en juridisch kader als hier voorligt onvoldoende is. In haar reactie op het rapport van de Rekenkamer geeft de minister dit terecht ook aan als ze constateert dat de bevindingen van de Rekenkamer alleen gaan over de financiële kant en niet over de direct samenhangende dimensies van kwaliteit en toegankelijkheid. Maar tegelijk stuurt de minister toch primair via financiële kaders, ook in het voorliggende voorstel. De principiële vraag wat toegankelijkheid en kwaliteit betekenen en of die ook intrinsiek begrensd moeten kunnen worden, blijft daarmee liggen. We praten over wat er wel en niet in het basispakket moet worden opgenomen en hoeveel procentuele groei er mag zijn, maar niet over de vraag wat de waarde van goede zorg is en wat goede zorg ons waard is.

Het aanvaarden van de risico’s en beperkingen van het leven is een thema dat we in de wijsheidstradities van deze wereld vaak tegenkomen, juist ook gekoppeld aan de verantwoordelijkheid en zorg voor de ander. Het gaat dan steeds om de berusting om te aanvaarden wat we niet kunnen veranderen; om de moed om te veranderen wat we wel kunnen veranderen; en om de wijsheid om het verschil hiertussen te zien. Dat zijn niet alleen existentiële afwegingen die aan de orde zijn bij het gesprek tussen arts en patiënt, het zijn ook principiële vragen als we op politiek niveau nadenken over de ordening en begrenzing van de zorg.

Voorzitter, de leden van mijn fractie kunnen op hoofdlijnen wel leven met het voorliggende voorstel extra instrumenten voor de bekostiging op te nemen in de marktordening van de gezondheidszorg. Maar dat voorstel betreft alleen maar de buitenkant van de zorg. Een toekomstbestendige zorgvisie zal ook over de binnenkant moeten gaan en ik hoor graag van de minister hoe zij daarover denkt.


vrijdag, 25 november 2011

Peter Smith

Peter Smith

Alle neushoorns schijten op een hoop (Gastblog Marina)

In afval, beschaving, zwerfvuil, communicatiemiddel, neushoorns, onverschilligheid, schijthoop, zwerfafval, wereld, en meer.

Een paar jaar terug was ik in Zuid-Afrika op vakantie in het Krügerpark. Onze mooiste belevenis was een wandelsafari onder begeleiding van twee park rangers. Ze hadden wel humor die mannen. Voor we naar de plaats van bestemming reden, gingen ze eerst op zoek naar de leeuwen die vlakbij gespot waren. We vonden en bewonderden drie grote exemplaren en reden maximaal 100 meter verder. Daar mochten we uitstappen voor onze wandeling. Ze hebben zich natuurlijk verkneukeld om ons toeristen die angstig om zich heen kijkend, de bus uit kwamen. Uiteindelijk vertelden ze dat de leeuwen net een flink wildebeest gevangen en gegeten hadden, dat ze hun buik vol hadden en echt niet achter een groep mensen aan zouden gaan.

Schijthoop
Wij moesten even slikken, maar besloten hen te vertrouwen en zo gingen we aan de wandel. Midden in de uitgestrekte natuur liepen we daar, beschermd door onze rangers. Onderwijl kregen we uitleg over de sporen van de bewoners van deze natuur. Pootafdrukken en poep. Zo kwamen we bij een grote hoop. Dit bleek de schijthoop van een rondtrekkende neushoorn te zijn. Die schijthoop is een soort bulletin board: elke keer dat de neushoorn voorbij komt laat hij zijn boodschap achter. “I was here”. Andere neushoorns doen hetzelfde. Zo weten de neushoorns precies wie er allemaal in dat gebied rondstruinen. Zo weten ze dat er een leuk vrouwtje in de buurt is waar ze achteraan kunnen en ook dat er nog meer neushoornmannetjes zijn, die hen wellicht van hun troon willen verstoten. Aan de manier waarop en waar ze hun hoop achterlaten, kunnen de neushoorns van elkaar opmaken hoe dominant ze zijn en of er gevochten moet worden om de hiërarchie te bepalen of niet.
Het was ongelooflijk wat een verhaal die ranger over die ene schijthoop kon vertellen.

Sporen en symptomen
Vandaag liep ik in de polder en vergeleek de schijthoop van de neushoorn, met de troep die ik onderweg tegenkwam. Wat kan ik daar uit opmaken? Behoort het waterflesje met dop toe aan een jonge vrouw op de fiets die haar tas te vol vond om het flesje mee naar huis te nemen? Het limonadeflesje zonder dop, voorheen eigendom van een scholier die gewend is alles te laten vallen, waar het zo uitkomt? Het yoghurt zuigzakje…. van een kind op weg naar huis? Of van een verkoper die een snel ontbijt neemt op weg naar z’n eerste afspraak? Waar de schijthoop van de neushoorns een precair communicatiemiddel is wat het voortbestaan van de soort waarborgt, heeft onze troep niets met communicatie te maken.

Of toch? Want wat is zwerfvuil eigenlijk? Het zijn toch ook sporen die iets vertellen over de mensen die ze achter laten. Heeft het zwerfvuil dan toch iets met communicatie te maken? Is het misschien een hulproep van mensen die ten ondergaan aan onverschilligheid? Help ik hen wel door hun sporen op te ruimen? Moet de hoop groeien en groeien om zo als bulletin board voor de rest van de wereld te dienen? Wat kunnen we opmaken uit de schijthopen met zwerfafval in onze leefomgeving? Wat vertelt het ons en hoe kunnen we de boodschap van zwerfafval zien als precair communicatiemiddel dat ons helpt bij het voortbestaan van onze soort?

Zie jij er een gat in? Heb jij suggesties, ik lees ze graag!

Marina Schriek

woensdag, 23 november 2011

Erik van Luxzenburg

Erik van Luxzenburg

Hyves Linkedin Last.fm Twitter Youtube Flickr

Handtekening op z'n Grieks? Doe maar in bloed getekend!

In griekenland, europa, eu, cda, schuld, vvd, pvv, cultuur, vertrouwen, en meer.
Volkskrant bericht: 'Nederland, Duitsland en Finland voeren heimelijk 'triple-A-overleg' - Schuldencrisis - VK

Hierin melden ze dat er volgens de Griekse premier geen handtekening nodig is voor het EU reddingsplan? Die cultuur van mondelinge beloftes heeft mede voor de schuldberg zonder duidelijke verantwoordelijken gezorgd. Zelfs een Griekse handtekening is weinig waard, zo weten we sinds ze "aantoonbaar" klaar waren voor deelname aan de Euro, met dank aan de dubbele boekhouding van de overheid. (Hoe ga je in godsnaam coruptie bestrijden in een land waar de overheid zelf een dubbele boekhouding heeft?)

Het lijkt mij juist de Noord-Europese (Angelsaksische en Reinlandse) cultuur van getekende overeenkomsten met bijbehorende clausules, aktes en dictaten die voor de Noord-Europese welvaart heeft geleid.... toch? Dus beste Samaras, graag je handtekening, in bloed, dat je achter het Europese voorstel staat en deze tot de letter uitvoert. Goed, Griekenland gaat dan even naar de knoppen, de komende decennia, maar je moet iets teruggeven om het onherstelbaar beschadigde vertrouwen te herstellen, zo lijkt mij.

Of zijn er andere middelen? Ik ben geen voorstander van de CDA-P~VV~D aanpak waarin ze de Grieken het liefst uit de Euro, de EU, Europa knikkeren en anders zo lang mogelijk laten leiden. Ik denk dat de Europese eenwording daarmee niet gediend is. Repressie is als regressie, een negatieve actie die niet leidt tot vooruitgang. Maar wel ben ik het met de Jager eens, dat een Griekse mondelinge belofte geen moer waard is.

zondag, 20 november 2011

Harrie Kampf

Harrie Kampf

GR

A-cartoons: 20-11-11 Vertrouwen in de euro.

Cartoons:nieuws-feiten met een knip-oog,weekend t/m vrijdag. thema's 13/11 t/m 18/11: weekend: Vertrouwen in de euro. maandag: Brits slaapgebrek. dinsdag: Gezag in de klas. woensdag: Oneerlijk succes op het werk. donderdag: Unhate campagne. vrijdag: Kerk weinig vertrouwd.

Feiko van der Veen

Feiko van der Veen

GR

Scheve verdeling opbrengst globalisering gunstig voor populariteit Wilders?

In geen categorie, angst, eerlijke, globalisering, handel, imf, occupy, stiglitz, vrije markt, en meer.

De angst voor de gevolgen van globalisering wordt vaak genoemd als voedingsbodem voor het succes van Wilders. “De Chinezen veroveren de wereldeconomie en dat gaat ons banen kosten”, denken veel mensen. Economen beweren daarentegen dat echte vrijhandel wederzijds voordeel oplevert. Hoe moet de wereldeconomie dan ingericht worden? Nobelprijswinnaar Jozeph Stiglitz schrijft in Eerlijke globalisering dat dit zeker mogelijk is. Hoe moeten we ons dat voorstellen? En helpt het tegen Wilders? Zullen mensen dan minder angst hebben voor de toekomst?

Een werkelijk vrije markt bestaat alleen onder ideale condities. Zoals volledige  werkgelegenheid, volkomen concurrentie, perfecte risicomarkten – risico’s bij de risicoveroorzakers – en gelijke toegang tot informatie. Die zijn er nooit. Daarom zijn overheden nodig om de gevolgen van het ontbreken van de perfecte condities te corrigeren. Voor een goed functionerende markteconomie is bijvoorbeeld adequate overheidsregulering van de kapitaalmarkt nodig, maar ook zaken als werkgelegenheidsbeleid, goed onderwijs en goede gezondheidszorg.

En hoe gaat het met de regulering van de wereldmarkt? Als chef-econoom van de Wereldbank en topadviseur van president Clinton zag Stiglitz hoe het werkt. Bij onderhandelingen over vrijhandel hebben rijke, Westerse multinationals een onevenredig grote invloed. Lobby door het bedrijfsleven wordt als vanzelfsprekend gezien. Bij  conflicten hebben zij ook enorme bedragen beschikbaar voor het voeren van juridische procedures, in tegenstelling tot ontwikkelingslanden. Het democratisch gehalte van internationale bestuursorganen is laag. Onderhandelingen over handelsliberalisering vinden achter gesloten deuren plaats. Organisaties als IMF en Wereldbank worden
bestuurd door de rijke landen en bewaken de belangen van Westerse banken veel beter
dan van bevolkingen van arme landen.

De revenuen van handelsliberalisering waren in 2000 als volgt verdeeld. De bevolking
van de rijke landen – 15% van de wereldbevolking – kreeg 70% van de opbrengst.  Dat was 350 miljard dollar per jaar. Ontwikkelde landen leggen gemiddeld vier keer zo hoge invoerheffingen op als ontwikkelingslanden. De liberalisering van kapitaalstromen – voornamelijk gunstig voor rijke landen – was wel geregeld, maar de liberalisering van arbeid (waar ontwikkelingslanden veel van hebben) nauwelijks. Corrupte regimes, die vaak de grondstoffen van hun land verkopen aan het Westen en de opbrengst in eigen zak steken, worden van wapens voorzien door het Westen. Als een dictator verjaagd is door de bevolking, stelt het IMF als eis dat de door het corrupte regiem gemaakte schulden wel moeten worden afbetaald aan de Westerse banken.

Dat moet beter kunnen. Neem de landbouwsubsidies. In de Verenigde Staten krijgen
25.000 katoenboeren op onvruchtbare grond jaarlijks gemiddeld 160.000 dollar subsidie.
Daarmee duperen zij 10 miljoen Afrikaanse boeren, die de Amerikaanse boeren er anders uit zouden concurreren, want de natuurlijke condities voor katoenproductie zijn er veel beter. Als zij hun katoen aan de VS zouden kunnen verkopen, zouden ook de Amerikaanse consumenten daarvan profiteren. Nu betalen Amerikanen niet alleen voor katoen maar ook extra belasting voor de subsidies aan boeren.

Als de globalisering eerlijker zou zijn geregeld, worden daar natuurlijk ook groepen op de korte termijn door gedupeerd, zoals bijvoorbeeld die katoenboeren in de VS. Een hervorming van de mondiale kapitaalmarkt zou fondsen kunnen opbrengen om voor hen overgangsregelingen te treffen. Met bedragen die een fractie zijn van wat nu wordt besteed aan de bankencrisis zouden we een heel eind komen.

Stel je nu eens voor dat we IMF en Wereldbank inderdaad de opdracht zouden geven om
ook  de belangen van de bevolking van ontwikkelingslanden te beschermen. En dat de onderhandelingen over handelsliberalisatie niet meer vooral als lobby gebruikt worden, maar moeten bewaken dat de voordelen evenwichtig aan alle betrokkenen ten goede komen. Zouden mensen dan meer vertrouwen krijgen in de toekomst? Zou dat de impasse doorbreken waarin de Westerse wereld zich bevindt? Zouden mensen dan weer meer in het nut van politieke participatie gaan geloven? Wat denkt u, lezer?

Aantal berichten op deze pagina: 30. De berichten op deze pagina zijn niet ouder dan 1945 uur (81,1 dagen). Berichtgemiddelde: 0,4 bericht per dag, 2,6 per week.

Volgende pagina

Pagina: 1 2 3 4