donderdag, 23 februari 2012

Ashley North

Ashley North

Hyves DWARS

Schippers niet van Volksgezondheid, maar van Elitezorg

In bezuinigingen, dwars, kabinet rutte, pgb, sociaal, zorg, schippers, algemeen, beleid, en meer.

Het is precies vijf jaar geleden dat de huidige economische crisis uitbrak. Begin 2007 waren de snel verslechterende omstandigheden op de Amerikaanse hypotheekmarkt aanzet tot de diepe, allesomvattende recessie waar anno 2012 nog heel de wereld mee te kampen heeft. Zo ook ons land, Nederland. Of het nou om de crisis op de huizenmarkt gaat, het faillissement van banken of de problematiek bij de pensioenfondsen, één oorzaak hebben ze in ieder geval gemeen: doorgeslagen winstbejag. Blinde drang tot excessieve expansie van het eigen kapitaal, zonder oog voor wat dit als maatschappelijke neveneffecten met zich meebrengt. Ook de zorg wordt steeds meer het slachtoffer van dit ongebreidelde kapitalisme.

Inmiddels weten we namelijk wat de drastische effecten zijn. De arbeidsplekken, inkomens en overheidssteun dalen, terwijl de bezuinigingen almaar stijgen. Uitgerekend op dezelfde dag dat het Centraal Bureau voor de Statistiek aankondigde dat Nederland opnieuw in een recessie is beland, gaf minister Schippers van Volksgezondheid de aanzet om ongestoord op deze destructieve weg verder te gaan. Afgelopen woensdag maakte ze namelijk bekend dat wat haar betreft ziekenhuizen bedrijven zouden moeten worden. Naïef en bijzonder onverstandig. Net nu er een algemeen besef is dat er een definitief einde moet komen aan de graaicultuur, roept Schippers juist op tot een uitbreiding hiervan. Ook de zorg zou nu een voedingsbodem moeten worden voor doorgeschoten winstdrift.

Het probleem hiermee is dat ziekenhuizen niet de primaire taak hebben winst te maken, maar kwalitatieve en toegankelijke zorg te verlenen. Zorg is namelijk geen product, geen dienst, maar een eerste levensbehoefte. Juist de kwaliteit en de toegankelijkheid van zorg komen onder het bewind van Schippers ernstig in het geding. Het omvormen van ziekenhuizen tot bedrijven is immers niet haar eerste afbraakmaatregel van het zorgstelsel in Nederland. Na de afschaffing van het PGB, de verhoging van het eigen risico en het vrijgeven van de tandartstarieven, bereikt de marktwerking in de zorg met het laatste plan een nieuw hoofdstuk. Een hoofdstuk opgebouwd uit louter zwarte pagina’s.

Ziekenhuizen gericht op het maken van winst: opnieuw een maatregel van het kabinet-Rutte die de rijken bevoordeelt en de midden- en lage inkomens in de steek laat. De weg is hiermee gereed voor, noem het, zorgsegregatie. Welke behandelingen beschikbaar zijn, zal in toenemende mate afhankelijk worden van het inkomen. “De Euroshopper-variant van al uw favoriete behandelmethodes, eind dit jaar in de schappen!”

Met dit beleid is minister Schippers de portefeuille Volksgezondheid onwaardig. Laat ze het maar omdopen tot Elitezorg. Daarmee doet ze de werkelijkheid veel meer recht aan.

Deze blog is ook verschenen op www.dwars.org


zondag, 5 februari 2012

Ruard Ganzevoort

Ruard Ganzevoort

Twitter

Zijn we klaar met Different?

In religie, homoseksualiteit, kerk, algemeen, bezig, bidden, boeken, boodschap, de, en meer.

Het lijkt zo simpel. Er zijn signalen dat een christelijke organisatie therapie aanbiedt om mensen te genezen van homoseksualiteit en die laat vergoeden door de zorgverzekering. De maatschappelijke en politieke kritiek daarop leidt ertoe dat de Inspectie onderzoek doet. De Inspectie concludeert na een bezoek bij die organisatie dat er van ‘homotherapie’ geen sprake is en dat de begeleiding die geboden wordt, past binnen de kaders van de geestelijke gezondheidszorg. Klaar.

Zo simpel is het echter niet. De discussie over Different laat namelijk twee dingen zien die ons wezenlijk te denken moeten geven. Om te beginnen valt het op hoe sterk de automatische reacties zijn en hoe makkelijk het ontaardt in een discussie voor of tegen religie. Sommige ‘seculieren’ zien er een bewijs in dat religie achterhaald en gevaarlijk is. Christenen (vooral orthodoxe) zien er een bewijs in dat er in deze samenleving geen ruimte meer is voor een orthodox standpunt. Van de weeromstuit nemen zij het onmiddellijk op voor Different en laten ze weinig ruimte voor kritische vragen, die er toch echt ook zijn.

Dat brengt bij het tweede punt: het valt op hoe oppervlakkig de discussie gevoerd wordt. Er wordt alleen gekeken of homo’s ‘genezen’ worden bij of volgens Different. Als dat niet gebeurt, zoals de Inspectie waarschijnlijk terecht opmerkt, is er niets aan de hand. En dan was dus alle commotie ten onrechte. Een ‘hetzerige hype’, aldus de algemeen directeur van de overkoepelende organisatie Tot Heil des Volks, gretig gesteund door CU en SGP. De kritische opmerkingen van de Inspectie bij de professionaliteit en bij Differents visie op homoseksualiteit worden gemakshalve weggelaten.

Daarmee zijn we echter niet bij het echte probleem. Dat Different mensen begeleidt die worstelen met geloof en homoseksualiteit is een goede zaak. Als ze erop gericht is mensen te helpen zichzelf te accepteren en vervolgens keuzes te maken die bij henzelf passen, dan is dat prima. En zolang het daarbij gaat om zorg die volgens algemene maatstaven onder de verzekering valt, is er niets aan de hand.

Waar staat Different nu?

Maar daarmee zijn we er niet. Zowel in de eigen publicaties van Different als in die van het overkoepelende  Tot Heil des Volks klinkt namelijk een voortdurende boodschap over homoseksualiteit die haaks staat op de hulpverlening. Hun opiniesite Habakuk.nu bijvoorbeeld spreekt zich regelmatig uit tegen homoseksualiteit en schetst eenzijdige en negatieve beelden van homoseksuelen. Ze hadden zelfs bezwaar tegen kerken die een verklaring tekenden tegen geweld tegen homo’s. Ook de begeleiding van Different is er niet – zoals ze zelf zeggen – op gericht dat mensen hun eigen keuze ontdekken; het gaat er immers om dat ze niet toegeven aan hun homoseksualiteit. In die zin is Different minder cliëntgericht dan ze tegenwoordig graag doet voorkomen, zoals ook blijkt uit een aantal verhalen van ex-cliënten in de media en ook in het Inspectierapport.

Zo citeert Trouw een ex-cliënt van Different: “Zo lang is mij voorgehouden dat ik mijn homoseksualiteit moest vergeten. Er werd met mij gebeden en gesproken. Maar de heterochristen kruipt ‘s avonds lekker tegen zijn vrouw aan en ik lig alleen in mijn bed te bidden. En daar ging ik gewoon kapot aan. Ik heb er niks aan.” Vragen die mensen hebben bij hun homoseksualiteit worden alleen maar aangewakkerd.

Dat is ingebed in een problematisch net van ‘voorlichting’ door Different en haar zusterorganisaties. De kernboodschap is steeds dat homoseksualiteit waarschijnlijk vooral het gevolg is van tekorten in de relatie met de ouders, pesten, seksueel misbruik en dergelijke. “Er is steeds meer bewijs dat de omgeving de grootste invloed heeft op onze seksuele oriëntatie. Homoseksuelen hebben vaak een verstoorde relatie met hun ouders, of zijn het slachtoffer van misbruik.” (Aldus Onze Weg, een aan Different gelieerde vereniging van lotgenoten, onder Vraag en Antwoord). Wie als man de eigen mannelijkheid niet heeft leren accepteren, die probeert die mannelijkheid alsnog te verkrijgen door een seksuele gerichtheid op andere mannen. Die scheefgroei kan in therapie worden verholpen. Dat wil niet zeggen dat je hetero wordt, maar “volgens psychiaters krijgt ongeveer 30 % van de mensen die in therapie gaan heteroseksuele gevoelens.” (Onze Weg)

Of neem Exodus Global Alliance, een zusterorganisatie die zich richt op de 155 miljoen “people affected by homosexuality”. Daar gaat het nadrukkelijk wel over een ziekte of stoornis, een psychisch probleem waarvoor herstel mogelijk is: “Homosexually-oriented people can (…) reduce, manage and in some cases, practically eliminate homosexual feelings and attractions and in many cases (though not all), experience satisfying heterosexual relationships.” (Exodus) Ook op Differentvlaanderen vinden we dergelijke voorlichting en verwijzing naar boeken uit precies dezelfde traditie.

Deze visie op homoseksualiteit botst met algemene maatstaven van hulpverlening. In recente uitingen, vooral ook in reactie op kritiek uit politiek en samenleving, benadrukken medewerkers van Different dat ze niet geloven in ‘genezing’ en dat ze homoseksualiteit niet als ziekte zien. Dat is dan nieuw, want toen ze nog Evangelische Hulp aan Homofielen heette (EHAH), droeg ze dat nog wel uit. Maar als Different dit wetenschappelijk en therapeutisch onverantwoorde gedachtegoed inderdaad heeft verlaten, waarom nemen ze hier dan geen afstand van? Of is de huidige genuanceerde visie er alleen voor de bühne?

Een uitdaging voor kerken en theologen

Belangrijker nog dan dat dit hele verhaal over oorzaken wetenschappelijk onhoudbaar is, het is ook schadelijk. Het voortdurend uitdragen van een negatieve visie op homoseksualiteit is namelijk precies een deel van de oorzaak van de problemen die mensen hebben. De manier waarop ook Different voortdurend homoseksualiteit beschrijft als een strijd tussen het geloof en de zondige wereld, draagt eraan bij dat mensen daarmee worstelen. Als je opgroeit in een subcultuur waar de Different-visie wordt uitgedragen, dan is de kans groot dat je de problemen ontwikkelt waarbij Different je dan weer wil helpen. Het echte probleem is niet de hulp die Different biedt. Het echte probleem is de boodschap die er onder zit.

Dat raakt natuurlijk direct aan wezenlijke theologische vragen als het gaat om de beoordeling van homoseksualiteit. Die discussie kan niet worden beantwoord door de Inspectie voor de Volksgezondheid en evenmin door politici. Het is een opgave die op tafel ligt voor kerken en theologen. Zij hebben zich diepgaand te bezinnen op hun visie op homoseksualiteit en de gevolgen van die visie voor de mensen die het aangaat. Sommige kerken hebben die uitdaging al decennia geleden opgepakt, andere zijn er nu volop mee bezig. Wat zou het goed zijn als christelijke kerken, partijen en organisaties niet onmiddellijk in de verdediging schieten, maar open en eerlijk de fundamentele en kritische vragen onder ogen zien. Gelukkig is er voor dat gesprek steeds meer ruimte. Als we klaar zijn met Different, kunnen we misschien beginnen aan de echte dialoog.


donderdag, 19 januari 2012

Ashley North

Ashley North

Hyves DWARS

Als een boer met kiespijn: de vrije tandartstarieven

In bezuinigingen, kabinet rutte, sociaal, zorg, edith schippers, mondverzorging, vrije tandartstarieven, beleid, betalen, en meer.

Sinds het begin van het nieuwe jaar mogen tandartsen in heel Nederland vrije tarieven hanteren voor alle behandelingen binnen de mondverzorging. Minister Edith Schippers (VVD) van Volksgezondheid mogen ze daarvoor hartelijk bedanken. Vanuit het volk zal het aantal steunbetuigingen echter beduidend minder zijn. Wij worden immers aanzienlijk de dupe van dit “experiment” van het kabinet-Rutte.

Wat wil de minister eigenlijk met haar proefballon bereiken? Belangrijke doelen zijn dat de serviceverlening verbetert, er innovatie komt en een ruimer assortiment aan producten beschikbaar wordt. Op zich mooie doelen. Maar het zijn niet de enige die Schippers stelt om het experiment te laten slagen. De prijzen mogen niet te veel stijgen, de toegankelijkheid mag niet in het geding komen en er moet een evenwichtige verhouding tussen tandartsen en zorgverzekeraars ontstaan. En precies op deze drie punten falen de vrije tandartstarieven genadeloos.

Het nieuwe beleid creëert namelijk via deze drie voorwaarden nu al, nog niet drie weken na de start ervan, grote problemen. Neem de prijsstijgingen. Twee veelvoorkomende behandelingen van de tandarts zijn het plaatsen van vullingen en het zetten van kronen. Juist deze vormen van verzorging ondervinden nu al duidelijk prijsstijgingen. Zo blijkt uit onderzoek van de Verzekeringssite.nl dat 87% van de tandartsen over het gemiddelde van €38,- heen gaat, dat zorgverzekeraars maximaal vergoeden voor vullingen. Met het plaatsen van kronen gaat het zelfs nog verder. Maar liefst 95% van de gebitspecialisten overschrijdt hier het verzekerde gemiddelde van €236,85. Daar zitten uitschieters bij van €349,- per kroon. In dat geval komt het er dus op neer dat een consument, los van zijn verzekering, uit eigen zak nog eens €112,15 mag bijleggen. Het eerste probleem is dus een feit: er vinden door de vrije tandartstarieven onevenredige prijsstijgingen plaats.

Doordat verzekeraars dankzij het nieuwe beleid met maximumvergoedingen kunnen werken, hoeven ze lang niet meer het volle pond te vergoeden. Hierdoor neemt de toegankelijkheid van de mondverzorging zienderogen af, het tweede probleem. Immers, alleen als de behandeling onder de maximumvergoeding blijft óf als de tandarts van dienst een contract met dezelfde van één van de 27 beschikbare zorgverzekeraars als de consument heeft afgesloten, hoeft de consument niet extra te betalen. In veel gevallen komt het er echter dus op neer dat met de forse prijsstijgingen de burger wel meer geld kwijt is. Zeker in economische tijden als dezen verslechtert dit de toegankelijkheid van de tandheelkunde ernstig.

Bij deze twee problemen blijft het echter niet. Het derde grote probleem is dat de vrije tandartstarieven juist averechts werken voor een evenwichtige balans tussen tandartsen en zorgverzekeraars. Zoals ik hierboven al aangaf zit het overgrote deel van de tandartsen (soms ver) boven de maximumvergoeding van de zorgverzekeraar. Hierdoor groeien de reële prijs en de vergoede prijs steeds meer uit elkaar. In plaats van een balans ontstaat er dus een wanverhouding.

Al binnen drie weken tijd blijk het proefkonijntje van Schippers dus in feite een faalhaas te zijn. De problemen zijn namelijk inherent aan het nieuwe beleid. Door de vrijgave van de tarieven hebben tandartsen vrij spel gekregen en kunnen ze onbelemmerd de prijzen verhogen. De instelling van de minister dat “de tandartsen en de zorgverzekeraars zelf tot een oplossing moeten komen”, is dan ook onthutsend en behoorlijk naïef. Geen van beide partijen zal daar economisch of financieel gewin bij hebben. Voordat het beleid werd ingevoerd kon de overheid nog controleren dat de tandartsprijzen in lijn moesten liggen met de vergoedingen van de verzekeraars. Nu is die stok achter de deur weg.

De doeltreffendheid van het nieuwe beleid is dan ook ver te zoeken. De drie genoemde belangrijke voorwaarden om het beleid te laten slagen worden niet gehaald en zullen ook niet gehaald worden. Schippers kan dan ook maar zo snel mogelijk stoppen met haar experimentje. Dat is beter voor de consument en voor de tandarts. Anders zal het, onlangs door Metro aangekaarte, stijgende aantal Nederlanders dat in het goedkope buitenland tandartspraktijken bezoekt nog forser gaan groeien. Ver van huis laten landgenoten dan steeds meer hun mondverzorging uitvoeren, terwijl onze tandartsen verder van huis raken dan met de regulering van tandartsprijzen.



zaterdag, 31 december 2011

Frank Hemmes

Frank Hemmes

Kopzorgmarkt

In politiek, economie, edith schippers, gezondheidszorg, privatisering, volksgezondheid, zorg, zorgverzekering, kerst, en meer.
Sinds een paar jaar is er voor mij een nieuw decemberritueel bijgekomen: zoeken naar een nieuwe zorgverzekering. Het schept een beetje dezelfde lotsverbondenheid als kerst, als we weten dat we niet de enigen zijn die naar de schoonouders op weg zijn. Zo weten we ook dat we onderdeel zijn van een massa mensen die dit [...]

maandag, 12 december 2011

Jos van Dijk

Jos van Dijk

Linkedin

Staat vervolgt huisarts wegens suggestie van belangenverstrengeling

Huisarts Hans van der Linde uit Capelle aan de IJssel is door het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) aangeklaagd omdat hij de integriteit en onafhankelijkheid van directeur Coutinho in twijfel zou hebben getrokken. Van der Linde schreef in Trouw dat hij het nut van de griepprik betwijfelde. Hij merkte daarbij op dat voorstanders van vaccinatiecampagnes, zoals Coutinho, ook

zaterdag, 15 oktober 2011

Simon Otjes

Simon Otjes

Last.fm Twitter

Loyaal met een scherpe rand

In cda, minderheidskabinet, politiek, pvv, stemgedrag, vvd, agenda, andere partijen, beleid, en meer.

In oktober 2010 kondigden VVD, PVV en VVD aan een bijzonder meerderheidskabinet te vormen. VVD en CDA onderschreven een coalitieakkoord. Daarnaast werd een gedoogakkoord gesloten met de PVV – deze partij steunt het kabinetsbeleid op een (groot) aantal terreinen en belooft het niet te laten vallen over maatregelen die in het coalitieakkoord staan omschreven. Dit betekende dat de PVV een nieuwe positie innam in het politieke landschap. Tot de verkiezingen van 2010 had de PVV bewust gekozen voor confrontatie met de gevestigde partijen in haar parlementair gedrag. Ze stelde zich op als een rechtse oppositiepartij, de “rechts buiten” van de Tweede Kamer. Is het gedrag van de PVV veranderd nu de partij gedoogpartner is van een coalitie van CDA en VVD?

De kern van onze uitkomsten is dat de PVV als gedoogpartner twee houdingen combineert: een constructieve houding op onderwerpen die in het gedoogakkoord staan en een kritische, confronterende houding op andere terreinen. Op onderwerpen uit het gedoogakkoord is zij minder actief en stemt zij vaak hetzelfde als CDA en VVD. Dit betreft zowel de sociaaleconomische agenda van het kabinet (volksgezondheid, sociale zaken en financiën) als de agenda van het kabinet wat betreft veiligheid, integratie en immigratie. Echter op die onderwerpen waar de PVV heeft aangeven het niet eens te zijn met het kabinet is de partij actiever en uitgesprokener geworden. De partij stemt dan anders als CDA en VVD, en nog steeds relatief vaak alleen. Ook dient zij op deze onderwerpen meer moties en amendementen in. We beschrijven deze manier van opereren als loyaal (op die onderwerpen die in het gedoogakkoord staan) maar met een scherpe rand (op die onderwerpen die daarbuiten vallen). Deze stijl van opereren waarbij de partij met een been in het regeringsvak staat en met het andere been aan de kant van de anti-establishment oppositie is in andere landen succesvol toegepast door rechts-populistische partijen zoals de Italiaanse Lega Nord en de Deense Volkspartij.

Het onderzoek kijkt naar zes vragen: ten eerste, hoe actief zijn PVV-Kamerleden? De PVV dient in totaal minder voorstellen in. Dit past bij het beeld van een partij die deelneemt aan de regeringsmacht. Deze fracties dienen doorgaans minder voorstellen in. Wel is het zo dat de partij relatief meer (arbeidsintensieve) amendementen indient dan voorheen, wat blijk geeft van een verdere professionalisering van de fractie.

De tweede vraag is op welke onderwerpen PVV-Kamerleden actief zijn. We hebben gekeken naar moties die zijn ingediend in het kader van de begrotingsbehandelingen, welke eenvoudig te classificeren zijn. Van deze moties is het onderwerp buitenlandse zaken het meest populair bij de PVV. Dit is een grote verschuiving ten opzichte van de periode 2006-2010 toen de fractie vooral moties en amendementen indiende over justitie en binnenlandse zaken. Dit is te verklaren vanuit het feit dat de PVV in het gedoogakoord afspraken heeft gemaakt over veiligheid, immigratie en integratie, maar niet over buitenlands beleid Europa.

De derde vraag betreft de samenwerking met de PVV: hoe vaak dient de PVV voorstellen in samen met andere partijen? De PVV dient vooral moties in met coalitiepartners CDA en VVD, en met de SP. De opvallende verschuiving hierbij is dat het CDA en de PVV nauwelijks samen moties indienden vóór 2010.

De vierde vraag gaat over de isolatie van de PVV: hoe vaak stemt de PVV alleen? De PVV stemt nu minder vaak alleen dan in de periode 2006-2010, maar de mate waarin de PVV alleen staat blijft in historisch-vergelijkend perspectief hoog. De PVV staat vooral alleen in stemmingen over buitenlandse zaken (geen onderdeel van het gedoogakkoord), terwijl dit eerder binnenlandse zaken was (wel grotendeels onderdeel van het gedoogakkoord).

In verreweg de meeste stemmingen staat de PVV echter niet alleen. Onze vijfde onderzoeksvraag is hoe vaak andere partijen hetzelfde stemmen als de PVV. De VVD stemt het vaakst hetzelfde als PVV (77%) en doet dit ook vaker dan in de periode 2006-2010 (65%). Het CDA stemt nu in 75% van de gevallen mee met de PVV, aanzienlijk vaker dan voorheen (53%). De mate waarin de PVV hetzelfde stemt als de linkse oppositiepartijen is afgenomen. Opvallend hierbij is dat zeker op de sociaaleconomische onderwerpen, zoals sociale zaken en volksgezondheid, waarop er eerder sprake was van een zekere verwantschap tussen linkse partijen als SP en de PVV, in deze periode minder samen wordt gestemd. Omdat voorstellen op deze punten financiële consequenties hebben, kan de PVV niet hetzelfde stemmen als de SP zonder het gedoogakkoord te breken.

De zesde vraag betreft het succes van de PVV: hoeveel moties en amendementen worden aangenomen? De mate waarin de PVV voorstellen krijgt aangenomen is aanzienlijk toegenomen over tijd. Dit heeft echter nog steeds niet het niveau dat normale coalitiepartijen bereiken. In termen van het totaal aantal aangenomen moties blijft de PVV achter bij andere partijen. Dit is mede te verklaren vanuit het meer extreme gedachtegoed van de partij: ook andere radicale oppositiepartijen zoals de Partij voor de Dieren en GroenLinks weten een beperkt aantal moties aangenomen te krijgen.

Dit is een samenvatting van de rapportage “Loyaal met een scherpe rand. Stemgedrag PVV 2010-2011 in kaart gebracht” die ik samen met Tom Louwerse heb gemaakt in opdracht van het VPRO Radio 1 programma Argos. Eerder schreven we voor hen “Kiezen voor Confrontatie”.

dinsdag, 27 september 2011

Laura Bromet

Laura Bromet

Hoe laag blijft de Lagedijk?

Tijdens de raadsvergadering van 22 september jongstleden kwam het project "van Vlierden" aan de Lagedijk in Katwoude aan de orde. Net als de inwoners van Katwoude heeft GroenLinks zich vanaf het begin van de planvorming op deze locatie zorgen gemaakt over het grote aantal woningen en de gevolgen voor de verkeersveiligheid, volksgezondheid en bevolkingsgroei, het landelijke karakter, de cultuur en de identiteit van Katwoude.

lees verder

zondag, 25 september 2011

Ashley North

Ashley North

Hyves DWARS

Heldenschets: Hans van Mierlo

In d66, heldenschetsen, partij van de arbeid, pvda, vvd, algemeen, politiek, groenlinks, homohuwelijk, en meer.

Het einde van de week is daar. Zondag. En dat betekent: een nieuwe heldenschets! Eerder kwamen Andrée van Es en Jan Schaefer aan bod. Wie zal dit keer met heroïsche flegmatiek het digitale toneel betreden? Ook vandaag weer een nieuwe held voor de groene, linkse en/of progressieve politiek.

Hij begon zijn loopbaan als journalist voor het Algemeen Handelsblad. Daar leerde hij Hans Gruijters kennen, destijds politicus namens de VVD. Beiden afkomstig uit Brabant besloten zij als belangrijkste initiatiefnemers in 1966 een nieuwe partij op te richten: Democraten ’66. Als langdurig voorman van deze progressieven groeide de held van deze week uit tot één van de meest populaire politici van de twintigste eeuw. Namens D66 was hij fractieleider in de Tweede Kamer, Eerste Kamerlid, minister van Defensie, minister van Buitenlandse Zaken en vicepremier. Deze imposante carrière sloot hij af met de eretitel van Minister van Staat. Een titel die hij verkreeg vanwege zijn grote diensten voor de Nederlandse politiek. Zo was hij medeverantwoordelijk voor de meest progressieve regeringen die Nederland heeft gehad: de twee Paarse kabinetten en het kabinet-Den Uyl. Tot en met zijn dood in 2010 behoorde hij tot Nederlands’ meest gerespecteerde staatsmannen. De held van deze week is: Hans van Mierlo.

Vorig jaar lente overleed Hans van Mierlo op 78-jarige leeftijd in Amsterdam. Met zijn dood nam Nederland afscheid van één van haar meest welbespraakte politici van de voorbije eeuw. Gevleugelde uitspraken lieten hem triomferen in de politieke arena. “Macht bestaat in de fantasie van mensen die het niet hebben” en “Oorlog is niet één drama van miljoenen. Oorlog is miljoenen malen het drama van één” zijn slechts twee van zijn verbale hoogstandjes. Ook voor mij was Hans van Mierlo een icoon. Het schoolvoorbeeld van een oprecht, integer en charismatisch politicus.

In 1966 begon het succesverhaal van Hans van Mierlo in de nationale politiek. Met drieënveertig gelijkgestemden besloot hij tot de oprichting van een nieuwe, progressieve partij: D66. Het jongste kindje van het Nederlandse partijenstelsel moest via de ‘ontploffingstheorie’ de binnenlandse politiek drastisch democratiseren. Burgemeesters en premiers rechtstreeks kiezen, een districtenstelsel en grootschalige invoering van referenda: dat waren de kroonjuwelen van de vernieuwingspartij. Het klonk zowaar revolutionair! Met deze standpunten en zijn charmante uitstraling sloten Van Mierlo en D66 uitstekend aan bij de opvattingen van de zich uit de zuilenmaatschappij worstelende jeugd. Bij de Tweede Kamerverkiezingen kreeg de partij dit dan ook terugbetaald. Met 7 zetels bestormde D66 het parlement. Een ongekend hoog aantal voor het nog verstijfde, verzuilde Nederland.

Onder leiding van Hans van Mierlo groeide D66 uit tot een van de bepalende gezichten in de progressieve hoek. De Bredanaar zocht nadrukkelijk de samenwerking op met de Partij van de Arbeid en de PPR, een voorloper van GroenLinks. Zo beklonken deze drie partijen, mede op initiatief van Van Mierlo, de samenwerking in 1971 door een schaduwkabinet te vormen tegen het kabinet-Biesheuvel. De Nederlanders moest hiermee gewezen worden op het (betere) alternatief dat ze te kiezen hadden. Met Van Mierlo als vicepremier in deze silhouetregering bleek dit de opmaat voor de linkse overwinning van 1972. Voor het eerst in de Nederlandse geschiedenis werd er met Joop den Uyl als premier een progressief kabinet gevormd. Alhoewel Van Mierlo een geesteskindje geboren zag worden, was de verkiezingsuitslag bitterzoet. Dankzij de overwinningen van PvdA en PPR kon de formatie beginnen. Zijn eigen D66 zakte echter van 11 zetels terug naar 6. Toen daarbij de PvdA in 1977 het idee voor een grote Progressieve Volkspartij, waarin de genoemde drie partijen verenigd zouden zijn, definitief liet varen, verliet Van Mierlo teleurgesteld de nationale politiek.

Niet voor lang, bleek al snel. Begin jaren ’80 werd HAFMO (de koosnaam die Van Mierlo kreeg door hem alleen bij zijn initialen te noemen) namelijk voor het eerst minister. Defensie werd zijn portefeuille in de kortdurige kabinetten-Van Agt II en III. Naast een bevlogen politicus trad Van Mierlo nu ook toe tot de bestuurlijke politieke top van Nederland.

Dit was de vooravond van zijn grootste wapenfeit. In 1986 keerde Hans van Mierlo terug als politiek leider van D66. De partij stond destijds, onder leiding van Maarten Engwirda, op nog slechts twee zetels in de peilingen en had naarstig behoefte aan het Van Mierlo-effect. De terugkeer van de grote man werd een succes. Dat jaar nog behaalde D66 negen zetels in de Tweede Kamer. En de groei hield niet op. Uiteindelijk resulteerde dit in het recordaantal zetels van 24 voor D66 in 1994. De democraten verkregen zo een machtige onderhandelingspositie bij de kabinetsformatie. Hans van Mierlo wist dat het nu moest gebeuren: een kabinet zonder confessionele partijen. Ondanks tegenwerking van zowel de PvdA als de VVD, slaagde de Brabantse sterpoliticus. De vorming van Paars lukte! Met Wim Kok als minister-president namen D66, PvdA en VVD in de zomer van 1994 zitting. Voor het eerst had Nederland een kabinet zonder deelname van christen-democraten.

Zelf zat Hans van Mierlo alleen als minister in Kok I. Als bedenker van de paarse kabinetten gaat een groot deel van de eer voor de geweldige mijlpalen van deze regeringen niettemin eveneens naar de meesterretoricus. Het homohuwelijk, euthanasie en opschorting van de dienstplicht zijn slechts enkele hoogtepunten waar menig progressief hart een salto om maakt. Hans van Mierlo en D66 bewezen met deze verworvenheden en de creatie van de kabinetten-Paars definitief hun waarde voor de Nederlandse politiek.

Ditmaal tevreden nam Hans van Mierlo in 1998 definitief afscheid van de landelijke politiek. Minister van Volksgezondheid Els Borst nam zijn rol over als politiek leider van D66. Alhoewel Van Mierlo een graag geziene gast bleef in politieke bladen en programma’s, verdiepte hij zich steeds meer in de literaire en intellectuele wereld. Daar leerde hij schrijfster Connie Palmen kennen. Met haar had hij vanaf 1999 een relatie en trad hij een jaar voor zijn overlijden in het huwelijksbootje.

Hans van Mierlo. Met D66 maakte hij de pieken en dalen van de politiek mee. Een ding staat als een paal boven water: dankzij hem kreeg progressief Nederland een duidelijke boost en zijn verworvenheden binnengehaald die anders ondenkbaar zouden zijn geweest. Een politicus waarvan er maar weinigen zijn geweest in Nederland. Hans van Mierlo: een held!

De toegift van vandaag is het eerste verkiezingsfilmpje van D66. Hans van Mierlo heeft de hoofdrol en maakte zich met deze unieke opname in een slag immens populair.


zaterdag, 10 september 2011

Ufuk Kahya

Ufuk Kahya

Twitter GR

GroenLinks wil in Den Bosch beweegtuinen

In geen categorie, allochtonen, amsterdam, artikel, begroting, belangrijk, beleid, buitenland, burgers, en meer.

Beweegtuinen zijn speeltuinen met outdoor-fitnesstoestellen waar je verschillende spiergroepen kunt trainen. Populair in het buitenland, maar ook steeds vaker in Nederland te vinden. Beweegtuinen stimuleren niet alleen het bewegen, ze vormen ook een vanzelfsprekende ontmoetingsplek voor verschillende generaties. Zo versterken ze de vitaliteit van de gemeente.

Ook Bosschenaren bewegen te weinig, terwijl bewegingsarmoede gevaarlijk is voor de gezondheid, van jongeren en ouderen. En de mensen die wel bewegen doen dat tegenwoordig graag op een tijd en plaats die hen uitkomt en dikwijls niet meer in verenigingsverband. Dat kan natuurlijk uitstekend in een laagdrempelige beweegtuin in je omgeving, samen met anderen uit de buurt. Op gebruiksvriendelijke toestellen, die hufterproof zijn.

GroenLinksgemeenteraadslid Ufuk Kâhya ziet de beweegtuinen daarom graag ook in Den Bosch. Hij kwam deze week met een voorstel voor de aanleg ervan in West en aan het Zuiderpark in Zuid.

INITIATIEFVOORSTEL
Beweegtuinen

Status
Op basis van het in de Gemeentewet opgenomen recht, dient de fractie van GroenLinks een initiatiefvoorstel in om sport en bewegen te stimuleren en daarbij ook de sociale cohesie te bevorderen in de wijken van ‘s-Hertogenbosch door middel van “beweegtuinen”.

1. Samenvatting
GroenLinks dient dit initiatief in om de beweging, sport en sociale cohesie in de wijken van de gemeente ’s-Hertogenbosch te bevorderen. Een beweegtuin stimuleert bewegen en vormt ook een ontmoetingsplek die de burgers van de gemeente ’s-Hertogenbosch dichter bij elkaar brengt.

Het is haalbaar, ook in deze tijden van financiële schaarste, om op creatieve wijze onze ambities te realiseren. Op het gebied van gezondheid en sociale cohesie moet onze ambitie onveranderd hoog blijven. Het college wordt gevraagd twee beweegtuinen te realiseren en te bezien wat dat in beweging brengt.

2. Aanleiding
In de gemeentelijke Sportvisie is aangegeven dat de volksgezondheid een punt van toenemende zorg is. Het percentage jeugdigen met overgewicht en obesitas en volwassenen met cardiovasculaire aandoeningen neemt de laatste jaren toe. Bewegingsarmoede is een belangrijke risicofactor voor onze gezondheid. Bewegen is van grote invloed op de ontwikkeling van kinderen.

Uit de sportstatistieken van het Sociaal en Cultureel Planbureau blijkt dat bij 1 op de 7 kinderen sprake is van overgewicht. Voor Den Bosch betekend dit 15.5%. Ook blijkt uit de sportstatistieken dat sportdeelname van allochtonen, lager opgeleiden en mensen met lagere inkomens fors achter blijft ten opzichte van de rest van de bevolking. Ook speelt dit initiatiefvoorstel in op het tendens van individualisering en informalisering. Steeds meer mensen die willen wel bewegen, maar niet in verenigingsverband. Dit initiatiefvoorstel wil op een laagdrempelige wijze burgers stimuleren en faciliteren om meer te bewegen.

Het is belangrijk dat in deze tijd zowel ontmoeting en dialoog als bewegen wordt gestimuleerd. Natuurlijke ontmoetingsplekken nemen in hoog tempo af wat bijdraagt aan de afname van de sociale cohesie. Parken en speeltuinen vormen ook belangrijke ontmoetingsplekken in deze gemeente. Dit initiatiefvoorstel ‘Beweegtuinen’ gaat over het stimuleren van sport en bewegen, maar benadrukt en bevorderd tevens het aspect van sociale cohesie.

3. Beweegtuinen
Beweegtuinen zijn als het ware speeltuinen met outdoor-fitness toestellen die verschillende spiergroepen trainen. Beweegtuinen zijn in het buitenland veelvuldig te vinden. Ook in Nederland begint het zich succesvol te verspreiden. In steden zoals Haarlem, Amsterdam, Doetichem, Rotterdam, Zoetermeer, Den Haag, Maassluis en Tilburg zijn al openbare sportparken gerealiseerd. Uit onderzoek van de Gelderse Sportfederatie blijkt dat beweegtuinen niet alleen het bewegen stimuleren, maar ook een positieve rol spelen bij sociale ontmoeting van verschillende generaties. Beweegtuinen versterken de vitaliteit van de gemeente.

Gebruiksvriendelijkheid
De toestellen op de beweegtuinen zijn gebruikersvriendelijk,
zowel voor kinderen als voor ouderen. Sommige toestellen zijn
ook rolstoelvriendelijk. De toestellen zijn ook hufter-proof.

Beweegtuinen;
- stimuleren bewegen (met name ook die groepen die nu een bewegingsachterstand hebben zoals allochtonen, laag opgeleiden en mensen met lage inkomens),
- zijn laagdrempelig en toegankelijk voor jong en oud,
- kunnen overal worden ingepast in de openbare ruimte, zowel in groene omgevingen waar zich al veel bewegers bevinden, als in een meer stenige omgeving.
- zijn grotendeels ook toegankelijk voor mensen met bepaalde fysieke beperkingen,
- zijn natuurlijke ontmoetingsplekken,
- bevorderden zowel de volksgezondheid als de sociale cohesie.

4. Financiën
Creatieve mogelijkheden
Het is aan te bevelen om in deze tijden van financiële schaarste de mogelijkheden van samenwerking met en/of sponsoring vanuit de markt te onderzoeken. Vanuit het maatschappelijk verantwoord ondernemen is het denkbaar dat bedrijven en ondernemers interesse kunnen tonen. Sponsoring van dergelijke toestellen zijn voor bedrijven en ondernemers namelijk deels fiscaal aftrekbaar. Daarnaast zou een mogelijkheid gecreëerd kunnen worden om op het toestel de naam van de sponsor te vermelden. Dit zal op een bescheiden wijze moeten gebeuren, het is namelijk niet de bedoeling dat de toestellen worden getransformeerd tot reclamezuilen. Het eerste ‘Bossche Benkske’ in
’s-Hertogenbosch is door sponsoring vanuit de markt gerealiseerd.
Dit is ook goed denkbaar voor beweegtuinen.

Kosten
Een beweegtuin kan in omvang verschillen. Een gemiddelde beweegtuin bevat
ongeveer 6 – 10 toestellen wat de mogelijkheid biedt voor een volledige work-out
waarbij alle spiergroepen getraind kunnen worden. Toestellen bedragen circa
€ 2.000.- per stuk, waarbij de prijzen per toestel variëren.
De plaatsing en transportkosten voor een beweegtuin varieert afhankelijk van de locatie en de aantal toestellen. Indicatieprijs van het realiseren van een beweegtuin met 6 toestellen is € 15.000,-. Deze prijzen zijn gebaseerd op de informatie die is verschaft door één aanbieder en kunnen per leverancier verschillen. Het College zal als uitvoerder zelf bij de realisatie prijsafspraken moeten maken met een van de aanbieders. Ter indicatie is er een prijzenlijst opgevraagd bij een van de aanbieders. Tot slot zijn er onderhoudskosten die vergelijkbaar zijn met de onderhoudskosten van een reguliere speeltuin. Voor het realiseren van twee beweegtuinen zal een investering vragen van circa € 40.000,-.

Financiering
Voor de financiering kan er gezocht worden naar ruimte binnen bestaande budgetten zoals wijkspeelplaatsen, aanpak buurtpleinen en bewegen voor ouderen. Uit een verkenning blijkt dat binnen de huidige begroting in de hier genoemde posten de ruimte en mogelijkheid bestaat om de eerste twee beweegtuinen uit te financieren.

5. Realisatie
Het College draagt zorg voor de realisatie van beweegtuinen. De realisatie van beweegtuinen kan op verschillende wijze vormgegeven worden. Het is de verantwoordelijkheid van het College om dit effectief en efficiënt vorm te geven.

Locatie
Een belangrijk aspect bij het realiseren van beweegpark is de locatie. Goede locaties zijn parken in wijken waar ook speelgelegenheid is en langs (hard)looproutes in wijken. Ook is het van belang om te kijken naar de demografie van de wijk. Voorkeur zou uit moeten gaan naar wijken waar de doelgroepen die momenteel volgens de sportstatistieken een beweegachterstand hebben zich veelvuldig zetelen. Voor de eerste twee beweegtuinen valt daardoor te denken aan de Westerpark of de Wijdonklaan in West en aan het Zuiderpark in Zuid.

Inpassen in bestaand beleid
Na realisatie van twee beweegtuinen zal bezien moeten worden wat het in beweging brengt. Bij succes kunnen er meer beweegtuinen gerealiseerd worden in de openbare ruimte en zou onderdeel kunnen worden van regulier beleid. Bij verdere uitbreiding is het van belang om in overleg te gaan met de sportalliantie, bewonersraden en andere organisaties zoals de seniorenraad om geschikte locaties te bepalen. Daarnaast zal ook de nabijheid van grotere voorzieningen moeten worden overwogen, zoals sociaal-culturele voorzieningen en onderwijsinstellingen.
Bij het ontwikkelen van wijkspeelplaatsen kunnen beweegtuinen als optie worden meegenomen en in overleg met bewoners kan bezien worden of realisatie mogelijk is.

6. Voorstel
Wij stellen u voor het bijgaand ontwerp-besluit vast te stellen.

De fractie van GroenLinks ’s-Hertogenbosch,
namens deze,
Ufuk Kâhya

De gemeenteraad van ‘s-Hertogenbosch in zijn openbare vergadering van 11 oktober 2011 ;
gezien het initiatiefvoorstel van de fractie van GroenLinks van 6 september 2011,

gelet op de Gemeentewet en artikel 37 van het Reglement van Orde voor de vergaderingen van de gemeenteraad;

Besluit:

1. Sport en bewegen te stimuleren door het realiseren van beweegtuinen in de wijken van de gemeente ’s-Hertogenbosch.

2. Als pilot 2 beweegtuinen te realiseren, waarbij het college de opdracht krijgt om de samenwerking met (markt)partijen te bewerkstelligen.

3. De realisatie van de twee beweegtuinen, circa € 40.000,-, te financieren uit het budget wijkspeelplaatsen, aanpak buurtpleinen en/of bewegen voor ouderen.

De gemeenteraad voornoemd,
De griffier, De voorzitter,

drs. A. van der Jagt mr. dr. A.G.J.M. Rombouts

klik hier voor het initiatiefvoorstel in pdf.

vrijdag, 27 mei 2011

Femke Halsema

Femke Halsema

Hyves Twitter TK

Leonardolezing: Politiek in de jaren nul

In speeches, afhankelijkheid, agema, agenda, algemeen, algemene beschouwingen, allochtone, amerikaanse, analyse, en meer.

Website van de Leonardo-leerstoelLeonardolezing, uitgesproken 26 mei 2011 op de Universiteit van Tilburg

Dames en heren,

Goedemiddag,

De politiek verlaten veroorzaakt een forse breuk in je bestaan. Eén die je ook nauwelijks kan voorvoelen, zolang je er deel van uitmaakt. Dat geldt òòk als er geen sprake is van een overhaaste aftocht na de val van een kabinet, een incident of een misstap en je jezelf plotseling en in shock terugvindt achter de geraniums.
Ik had mijn vertrek grondig voorbereid en ook wel tussen de bedrijven door nagedacht over de periode erna. Maar veel verder dan uitslapen, boeken lezen, met mijn kinderen spelen en vrienden zien, kwam ik niet. De allesoverheersende gedachte was ‘vrij zijn’ van dwang, druk en het heilige moeten. Maar wat je je onvoldoende realiseert, is dat ‘vrij zijn’ een geestesgesteldheid is die je als politicus juist grondig afleert.

Politici zijn onvrij, èn laten zich onvrij maken, en dat heeft een aantal redenen.
Er is de drukte die veel beroepen op hoog niveau kenmerkt: de agenda wordt door iemand anders gevuld, werkdagen van 12 uur zijn bepaald geen uitzondering en vanaf het opstaan tot het slapengaan jaagt de adrenaline door je bloed.
Ik merkte bijvoorbeeld – en heel simpel – dat ik de krant opnieuw moest leren lezen. Het obsessieve, gespannen scannen van het binnenlandse nieuws op je eigen naam, die van je collega’s en je tegenstanders, het in no-time willen inschatten van de politieke gevaren en risico’s die de krant herbergt, verworden geleidelijk tot een gewoonte. PVV-kamerlid Fleur Agema vertelde ooit bij Pauw & Witteman dat zij elke zaterdag om 6 uur opstond om bij het benzinestation de Telegraaf te kopen. Zodoende wist zij zeker dat zij als eerste van alle Kamerleden mondelinge vragen kon indienen over willekeurig welk incident. Hoe absurd misschien ook het voorbeeld, de onrust en drift waarvan Agema getuigt is geen enkele politicus vreemd.
En zo zijn er meer ingesleten gewoonten: tv-kijken betekent zappen; gesprekken voer je kort en dikwijls instrumenteel, met het oog op het te boeken resultaat; zoals de boeken die je leest vooral ‘nuttig’ moeten zijn voor je politieke handelen. Multitasken is verheven tot een hogere kunst van gelijktijdig telefoneren, internetten, medewerkers instrueren, een debat voorbereiden enzovoort.

Wat het politieke bestaan, als tweede, in hoge mate onvrij maakt is de permanente publieke druk, en de noodzaak èn wil om zichtbaar te zijn. Warren Beaty merkte ooit op over zijn toenmalige minnares Madonna dat zij niet bestond als de camera’s niet draaiden: ‘Why would you say something if it’s off-camera? What point is there existing?’
Politici, zeker de toonaangevende, worden regelmatig en, niet onterecht, bespot omdat ze opduiken in de meest wonderlijke talkshows, RTL-boulevard presenteren en hun oordeel geven over elke denkbare, triviale gebeurtenis. Maar – behalve vanzelfsprekend ijdelheid – hebben zij daarvoor ook goede redenen. Blijvende bekendheid & populariteit zijn namelijk harde voorwaarden voor verkiezingswinst, het kunnen realiseren van je opvattingen en idealen, en de eventuele deelname aan de macht.
Bijvoorbeeld. Toen ik eind 2002, krap 2 maanden voor de verkiezingen, aantrad als nieuwe lijsttrekker, was het grootste probleem mijn geringe naamsbekendheid. Minder dan 30% van de bevolking wist van mijn bestaan. Om ook maar enige rol van betekenis te kunnen spelen tijdens de verkiezingen moest dat razendsnel omhoog naar minimaal 80% en dat betekende een slopende gang langs koffieprogramma’s en vrouwenbladen.
Maar ook jaren daarna, toen ik over bekendheid weinig te klagen had, bleef de noodzaak om zichtbaar te zijn even groot. De meeste kiezers bepalen hun voorkeur namelijk maar deels op politieke opvattingen. Minstens zo belangrijk is hun intuïtieve voorkeur voor de waarden die een politicus vertegenwoordigt, zijn betrouwbaarheid & zijn aardigheid. Opvattingen, levensstijl, humor of de ontroering waarvan een politicus blijk geeft, moeten met elkaar in overeenstemming, en consequent zijn. Zo betekenden in mijn geval de bekende journaalbeelden waarin ik hevig debatteerde met bijv. Rita Verdonk of Geert Wilders ook een gebrekkig electoraal imago van bijterigheid (dan zeg ik het mild).
Het beeld van een politicus dat kiezers opbouwen bestaat uit korte fragmenten, waarbij juist de negatieve het beste beklijven. Reparatie van een onplezierig of onhandig imago kost tijd – televisietijd – en wint aan kracht door herhaling. Voor mij gold in ieder geval dat ik zeker 2 jaar talkshows als ‘Barend & Van Dorp bij elkaar gelachen had, voordat het kwartje viel bij veel kiezers dat ik niet alleen fel kon debatteren, maar misschien ook gewoon een aardige vrouw was aan wie je je kostbare stem kon toevertrouwen.

De druk èn de wil om geregisseerd en beheerst maar ook onophoudelijk zichtbaar te zijn, is niet alleen tijdrovend, maar het beperkt ook je uitingsvrijheid als politicus.
Elke politicus kan getuigen van een slip of the tongue die tot vervelens toe op televisie en op internet zijn herhaald. Balkenende denkt wellicht met weinig plezier terug aan zijn uitspraak tegen mij over de VOC-mentaliteit: ‘Laten we blij zijn met elkaar. Nederland kan het weer! (..) Toch?’ Maar het beëindigde niet voortijdig zijn carrière, wat wel gebeurde met VVD-kamerlid Arend Jan Boekestijn die vooral naam maakte met onhandige opmerkingen, zogenaamde ‘Boekestijntjes’.

De belangrijkste reden waardoor politici onvrij zijn is de tirannie van de tijd en de maatschappelijke omgeving. Daarmee bedoel ik het volgende. Het is voor politici bijna onmogelijk om een bezonken en beredeneerd oordeel te vellen over het politieke bestel waarin zij hun werk doen. Of de maatschappelijke cultuur te analyseren en te bekritiseren waarvan zij tegelijkertijd de drager zijn, waar zij uit voortkomen en hun populariteit aan ontlenen. Politici worden geacht mee te varen op de stroom van maatschappelijke en culturele sentimenten, de tijdsgeest aan te voelen en deze te vertolken. Doen zij dat niet of bekritiseren zij juist de tijdsgeest, dan riskeren zij kiezers, populariteit en uiteindelijk hun positie. Kortom, dan dreigen zij ineffectief te worden.
Maar vrijwel alle politici die ik de afgelopen jaren heb leren kennen, worstelen er ook mee dat ‘de waan van de dag’, zo dikwijls de koers van een debat en de richting van een besluit dicteert. Met de ‘waan’ bedoel ik niet het laatste incidentje uit de Telegraaf dat bij de wekelijkse mondelinge vragen de boventoon voert – hoewel dat ook ergerlijk is. Ik bedoel dat de woorden en onderwerpen die politici kiezen aan maatschappelijke en politieke modes onderhevig zijn en dat die modes dwingend zijn. Simpel gezegd. Geen zichzelf respecterende politicus wil op dit moment thee drinkend en al ‘multiculturaliserend’ in een moskee betrapt worden, ook al zouden daar goede redenen voor zijn. Thee drinken staat voor slapte. Zoals ook geen politicus nu met groot enthousiasme lagere straffen verdedigt, hogere belastingen, gescheiden zwemmen, de vrije verkoop van Mein Kampf enzovoort. Er is een grote omloopsnelheid in de populariteit van politieke onderwerpen. Tegen de dominantie van een kulonderwerp kun je je verzetten, je kan media in hun eenzijdige belangstelling tot de orde willen roepen, maar dan strand je meestal als roepende in de woestijn. Het is bijna onvermijdelijk om je te voegen naar de onderwerpen die gelden als het meest urgent, het meest ernstig – en daarbinnen de variatie te zoeken. Dat is niet uit lafheid of opportunisme maar uit noodzakelijk en gezond lijfsbehoud.

Mocht u na deze inleiding denken dat ik somber ben over de kwaliteit en kracht van politici: nee, geenszins. Wat ik zo-even opsomde zijn de disciplinerende, onvrij makende mechanismen van moderne politiek, mechanismen die – zo zal ik verderop betogen – alleen maar sterker en dwingender worden, en waaraan politici zich slechts met moeite en risico’s kunnen onttrekken.

Maar vandaag verdedig ik ook de stelling dat cultuurkritiek en het opnieuw beoordelen van het politieke bestel en handelen hard nodig zijn. Dat het meedeinen op het tij van maatschappelijke en culturele verandering – niet volstaat. Dat kon misschien in eerdere perioden in onze naoorlogse geschiedenis – waar bijvoorbeeld een oud-politicus zoals Marcel van Dam hoog over opgeeft – nog wel. Maar toen volstond ook om, tegenover de dreiging van de Russen een bataljon tanks aan onze oostgrens te plaatsen. Nu is de maatschappelijke deining te groot en is te onbestemd waar en hoe de golven op de kust slaan.

_____________

Sinds begin februari hebben mijn studenten en ik onderzoek gedaan naar wat ik in de opdracht van de Leonardo-masterclass heb beschreven als ‘De politieke betekenis van de jaren nul’ (de eerste 10 jaar van deze eeuw).

Maar laat me ze eerst even aan u voorstellen: Juliette Barendse, Linde Gasseling, Sabine Geers, Suzanne Keurntjes, Loes Mahieu, Madelene Munnik, Vera Nijveld, Michael Suurendonk, Pauline Verstraten en Eefje Wielders.

Zij hebben de afgelopen maanden literatuurstudie verricht en gesprekken gevoerd – variërend van Mark Rutte tot Hans Laroes, van Herman Tjeenk Willink tot Paul Scheffer. Zij hebben een middag meegelopen bij de redactie van Nieuwsuur, aangezeten bij de fractievergadering van een niet nader te noemen politieke partij en de Haagse sociëteit Nieuwspoort verkend. Zij hebben – aan de hand van eigen stellingen – een debat georganiseerd met studenten van de Tilburgse ROC. En uiteindelijk hebben zij twee keer, in groepjes van drie, een essay geschreven.

Wat ik hier vertel is ook gebaseerd op hun analyses, conclusies en aanbevelingen, wat niet wegneemt dat anekdotes en – zeker – de drastischer opvattingen en conclusies wel degelijk voor mijn eigen rekening komen.

De afgelopen jaren (bijvoorbeeld ook in mijn afscheidsbundel ‘Zoeken naar vrijheid’) heb ik vaak opgemerkt het gevoel te hebben getuige te zijn van een historische politieke tijd. Aantredend als Kamerlid in de tweede Paarse periode in 1998, kenmerkten de politiek en samenleving zich door een grote bezadigdheid. Politiek betekende wat schaven en lasten verlichten en nog eind 2001, toen Pim Fortuyn al heel populair was, bleek uit onderzoek dat de Nederlandse bevolking zeldzaam tevreden was. Er leken – eigenlijk tot de aanslag op de Twin Towers in september 2001 – weinig maatschappelijke en politieke voorbodes voor het tumult dat volgde.

De gedachte getuige te zijn van een historische politieke tijd ontleende ik aan het boek van Ido de Haan over de Nederlandse constitutie: ‘Het beginsel van leven en wasdom’ Hij betoogt daarin dat Nederland tussen 1848 en 1920 in het teken stond van constitutionele politiek. Volgens De Haan draaide het toen niet zozeer om een faire uitvoering van de politieke regels, als wel om het vaststellen van de regels zelf. In die periode werd bijvoorbeeld de staatssoevereiniteit vastgesteld, de scheiding tussen kerk en staat, het vrouwenkiesrecht en de vrijheid van onderwijs. Na 1920 brak een lange periode aan van zgn. ‘normale politiek’. Onze constitutie stond als een huis en werd door politici van alle gezindten als begrenzing geaccepteerd. Zelfs in de jaren zestig en zeventig, jaren van grote maatschappelijke onrust, concentreerde het politieke en maatschappelijke debat zich vooral op de herverdeling van welvaart en rechtvaardigheid, binnen de normatieve grenzen van de grondwet.
Volgens De Haan is pas aan het einde van Paars, versneld door de aanslag op de Twin Towers, de lange periode van ‘normale politiek’ ten einde gekomen en zijn wij opnieuw aangeland in een periode van constitutionele politiek. Of zoals de Haan het somber opsomt: ‘We hebben te maken met een partijenstelsel dat niet langer de verdeeldheid in de samenleving weerspiegelt, een parlement dat zijn centrale plaats daarin verliest en een staat die vastdraait in zijn ambities van herverdeling en rechtvaardigheid. De staat en de samenleving zullen zich opnieuw moeten grondvesten.’ (Tot dusver Ido de Haan)

Terugkijkend op de afgelopen 13 jaar, zijn onmiskenbaar de grootste en hevigste debatten ‘constitutioneel’ geweest. Beginnend wellicht met het venijnige conflict dat volgde op de uitspraken van Pim Fortuyn over artikel 1 van de grondwet: het discriminatieverbod, als sta-in-de-weg van de vrije meningsuiting. Wat volgden waren talloze debatten over de reikwijdte van de vrijheid van godsdienst en de vrijheid van onderwijs.
Zo kon het gebeuren dat het parlement debatten voerde over de noodzaak en de plicht elkaar de hand te schudden, omdat dit niet langer werd beschouwd als een vriendelijke gewoonte – en het afwijken ervan als een rariteit -maar als een nationale testcase voor onze tolerantie, vrouwvriendelijkheid en ons gelijkheidsdenken. En in dit geval legde het recht van vrije expressie – in de opvatting van de dienstdoende minister Verdonk – het genadeloos af tegen het discriminatieverbod (dat zij op andere momenten met hartstocht relativeerde).
Nieuw was ook het bediscussiëren van de betekenis van godsdienst, en in het bijzonder de Islam, in het parlement zelf. De dominante uitleg van de scheiding tussen kerk en staat was voordien dat politici geen oordelen vellen over geloof. Ook de verhouding in de Trias Politica wijzigde zich, sinds politici zich actief bemoeien met lopende rechtszaken en de benoeming van rechters niet langer beschouwen als een hamerstuk maar tot inzet maken van partijpolitieke strijd (zoals de nieuwe Raadsheer Ybo Buruma overkwam). En hetzelfde kan gezegd worden over de positie van het staatshoofd, die vorige zomer hardhandig buitenspel is gezet bij de vorming van een minderheidskabinet.

Ik denk dat mijn studenten en ik er niet over van mening verschillen dat we inderdaad een periode van maatschappelijke en politieke turbulentie doormaken.
Wel hebben wij samen het idee begraven dat er sprake is van een harde omslag in de politieke geschiedenis die zich concentreert in 1 decennium en is veroorzaakt door de aanslag op de Twin Towers en de politieke moorden op Pim Fortuyn en Theo van Gogh. Maatschappelijke en culturele verwarring lijkt eerder het gevolg van geleidelijker, maar evenzeer ingrijpende veranderingen. Veranderingen waarvan de politieke moorden in Nederland en 9/11 in de Verenigde Staten wel machtige symbolen zijn.

Samen, de studenten en ik, hebben we er drie grote en geleidelijke veranderingen uitgelicht die naar onze opvatting met name de afgelopen 10 jaar groot effect hebben gehad op de politieke verhoudingen en het politieke handelen. Deze veranderingen, als ook de effecten op de politiek, hebben de studenten onderzocht en in hun essays beschreven.

1.
De eerste grote verandering is globalisering en de definitieve vestiging van een risicomaatschappij. Deze is de afgelopen decennia in tientallen studieboeken beschreven en de vaststelling dat Nederland onderdeel is geworden van een internationale, globale en kwetsbare risicomaatschappij is bepaald niet nieuw.
Nieuw is wel de hardhandigheid waarmee globalisering de afgelopen jaren onze huiskamers en het parlement is binnengewalst. Als student leerde ik aan het einde van de jaren tachtig al over de ‘risicomaatschappij’ die het gevolg was van globalisering, waarbij de kernramp in Tsjernobyl het meest tot de verbeelding sprekende voorbeeld was. Maar afgezien van een enkele dioxinekoe, leek het met de aanwezigheid van onbeheersbare, wereldwijde risico’s wel mee te vallen.
Die illusie van relatieve veiligheid zijn wij inmiddels wel kwijt.
Inmiddels hebben we hardhandig de gevolgen ondervonden van een aantal
wereldwijde, financiële en economische crises.
Ik kan me goed herinneren dat over de Algemene Beschouwingen van 2008 de dreiging hing van een aanstormende financiële crisis. Maar zelfs toen vlak daarna de Amerikaanse Bank Lehman Brothers omviel, was van groot alarm in de Haagse politiek en in de samenleving nog geen sprake. Het beperkte zich tot een droge notie van risico’s waarop de Nederlandse regering, mocht er iets gebeuren, ‘adequaat’ – in het betere Haagse jargon – zou reageren. Dat is overigens ook gebeurd.
Maar ik kan niet verhullen dat het dreigende omvallen van Nederlandse banken en de duizelingwekkende bedragen die de Nederlandse regering vervolgens beschikbaar moest stellen, ook voor mij een schokkende eye-opener van internationale kwetsbaarheid waren. De razendsnel oplopende staatsschuld, de toenemende werkloosheid in Nederland door onverantwoord gedrag van bankiers en hypothecairs in de Verenigde Staten, was en bleef een nauwelijks te bevatten samenloop van gebeurtenissen en omstandigheden.
En kwetsbaarheid voor internationale risico’s heeft zich niet beperkt tot de financiële markt en de economie. De afgelopen jaren zijn we geconfronteerd met de
razendsnelle verspreiding van ook voor mensen gevaarlijke dierziekten en heeft de wereldwijde klimaatverandering bijvoorbeeld moeten leiden tot een kostbaar plan voor dijkverhoging en dijkbewaking. De aanslag op de Twin Towers en daarop volgend die in Madrid en Londen hebben de zekerheid te leven in een relatief geweldsloze en veilige samenleving voor veel mensen ondermijnd. Internationaal conflict en geweld houden zich ook in onze achtertuin op, worden hier geboren en groot gebracht: zoveel werd vooral bij de moord op Theo van Gogh duidelijk.

Om een beter zicht te krijgen op het effect van internationale crises en risico’s op de Nederlandse politiek hebben de studenten onderzocht hoe in Nederland is omgegaan met de Mexicaanse griep. Dit griepvirus, eerst de varkensgriep genoemd, kreeg vanaf het voorjaar van 2009 delen van de wereld in de greep, zeker toen bleek dat door besmetting niet alleen dieren maar ook mensen dood konden gaan. Inmiddels staat de teller wereldwijd op bijna 19.000 slachtoffers. In Nederland heeft de regering, onder verantwoordelijkheid van minister Klink, snel en ingrijpend gereageerd. Er waren folders en internetsites, risicogroepen kregen het advies zich preventief te vaccineren en er zijn 34 miljoen griepvaccins aangeschaft. Uiteindelijk heeft de Mexicaanse griep in Nederland nooit werkelijk huisgehouden.

Terugkijkend op de politieke besluitvorming valt vooral de grote en oncontroleerbare rol op die deskundigen spelen. Minister en parlement ontbeerden de specialistische kennis die inschatting van de gezondheidsrisico’s vergde en moesten zich in het geheel verlaten op de Gezondheidsraad, het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) en de World Health Organisation (WHO). Het waren ook de deskundigen die de minister en vervolgens de kamer voor een keuze plaatsten. Men kon 1. ‘afwachtend beleid’ voeren maar dit had een ‘risico voor de nationale gezondheid’ of men kon 2. ‘preventief beleid’ voeren, dat een financieel risico droeg.
Zo geformuleerd hoeft het weinig verbazing te wekken dat Nederland – als één van heel weinige landen – overging tot de peperdure aanschaf van een astronomisch aantal griepvaccins. De keuze was dan ook eigenlijk geen keuze maar een fait accompli omdat geen verantwoordelijk politicus uiteindelijk geld boven de gezondheid van de bevolking zal plaatsen.
Achteraf is er discussie ontstaan over de onbevooroordeeldheid van de deskundigen, de mogelijke rol van de farmaceutische industrie, en het oordeelsvermogen van politici. Dat vind ik terecht.

Meer in het algemeen kun je stellen dat globalisering en internationale crises politici in heel grote mate afhankelijk maken van deskundigen, wier achtergronden, motieven en belangen – anders dan die van politici – dikwijls slecht controleerbaar zijn. Waarvan op het moment dat zij dwingende adviezen geven ook nauwelijks bekend is dat zij zelf over de juiste en noodzakelijk informatie beschikken. De President van de Nederlandse Bank, de heer Wellink, heeft bijvoorbeeld achteraf aangegeven dat ook de Nederlandse Bank en hij zelf onvoldoende op de hoogte waren van de financiële producten waarin banken handelden en de risico’s die deze in zich hadden. Toch voer de regering volledig op de Nederlandse Bank.

2.
Globalisering is niet de enige grote, geleidelijke verandering die de politiek beheerst. Even ingrijpend is – om het eens in chique wetenschappelijke termen te zeggen – het gewijzigde paradigma van multiculturalisme.
Kort gezegd, is multiculturalisme in Nederland lang het bewijs geweest van vrijheid. In ons vrije, democratische land zou ruimte zijn voor andersdenkenden, andere tradities en gebruiken. Door de kracht van onze rechtsstaat, door onze tolerante inborst, ons democratisch bestel en de maatschappelijke mogelijkheden voor sociale stijging, zouden wij ook de komst van grote groepen vreemdelingen gemakkelijk kunnen opvangen. En belangrijker nog, binnen de grenzen van de rechtsstaat werd heb alle ruimte gegeven om hun eigen gang te gaan.
Inmiddels wordt multiculturalisme niet meer beschouwd als een bewijs van vrijheid, maar als een regelrechte bedreiging van onze vrijheid. Tolerantie is niet langer een deugd die geprezen wordt maar synoniem geworden met ‘plooien, schikken en afkopen’ van eigenlijk onoverkomelijke verschillen, tegenstellingen en botsingen.

Het verdwijnen van het geloof in multiculturalisme is een gevolg van de hardnekkigheid van integratieproblemen en het dreigende ontstaan van een allochtone onderklasse (met overmatige criminaliteit en overlast onder allochtone jongeren). Het is ook een gevolg van de angst voor gewelddadig, Islamitisch fundamentalisme dat door de aanslagen is gevoed en ertoe leidt dat in Nederland levende en werkende moslims inmiddels achterdochtig worden beschouwd als wolven in schaapskleren.
Maar beide problemen – de hardnekkige integratieachterstanden en de zorg om gewelddadig Islamitisch fundamentalisme – zijn ook een dankbare voedingsbodem gebleken voor snel populair wordende populisten. Dat multiculturalisme inmiddels een scheldwoord is geworden, is in belangrijke mate hun verdienste. Dit zeg ik wel met enige ironie.

De studenten hebben de afgelopen maanden als casus studie gemaakt van de incidenten die er de afgelopen jaren zijn geweest rond Imams die weigerden de hand te schudden van, in de eerste plaats Minister Verdonk. Vooral de eerste keer dat een Imam, zichtbaar en publiek weigerde de minister de hand te schudden groeide snel uit tot een nationale rel. De minister vond dat er onvoldoende respect was voor het instituut ‘minister’ en voor haar als vrouw en liet weten dat handen schudden een Nederlandse plicht was.

Op basis van hun onderzoek naar het veranderde oordeel over multiculturalisme en de incidenten rond handen schudden merken de studenten op dat politici en het politieke debat zich los lijken te hebben gezongen van de rechtstatelijke kaders waarbinnen zij opereren. Bij de beoordeling van het gedrag van individuele en groepen burgers stellen zij zich minder de vraag ‘is dit onwettig’ maar veeleer de vraag ‘is dit onprettig’. Afwijkend gedrag wordt in toenemende mate als on-Nederlands en onprettig bestempeld en veroordeeld.
Veel burgers, veel media ook, zijn gecharmeerd van de daadkracht en flinkheid die spreekt uit deze stevige oordelen: met name populistische politieke stromingen die van het veroordelen van onprettig, on-Nederlands gedrag hun handelsmerk hebben gemaakt, hebben dan ook een grote electorale vlucht gemaakt
Tegenover de symbolische kracht van harde normatieve oordelen over soms kleine incidenten staat echter een grote politieke en beleidsmatige onmacht. Politici zijn namelijk wel degelijk gehouden en gebonden aan de grenzen van de democratische rechtsstaat, waar deze rechtstreeks voortvloeien uit de mensenrechtenverdragen. Ongeacht retoriek en vertoon van flinkheid kent het integratiebeleid de afgelopen 10 jaar nauwelijks verandering maar een grote stroperige continuïteit en traagheid. De problemen rond integratie, sociale achterstand en criminaliteit zijn de afgelopen jaren niet werkelijk verminderd.
Het zichtbare verschil tussen zeggen en doen in het debat over de multiculturele samenleving levert – zo voeg ik daar aan toe – politici en het politieke bestel inmiddels een serieus geloofwaardigheidsprobleem op.

3.
Als je de gevolgen van de grote maatschappelijke veranderingen rond globalisering en multiculturalisme bij elkaar optelt, dan kun je vaststellen dat politici zich in een lastig parket bevinden, of – wellicht beter – in een lastig parket hebben gemanoeuvreerd.
De grootste maatschappelijke problemen kennen dikwijls een internationale oorsprong, oplossing of vermindering ervan onttrekt zich daardoor vaker aan het handelingsvermogen van gewone Nederlandse politici. Daarbij zijn zij in toenemende mate afhankelijk van specialistische deskundigen, waarbij zij de belangen en de juistheid van deskundige meningen niet altijd even goed overzien. De verleiding van een vlucht in symbolische daadkracht, in flinkheid bij incidenten is levensgroot en deze route wordt dan ook regelmatig genomen.
Het parket wordt nog lastiger als de derde grote verandering van de afgelopen jaren in ogenschouw wordt genomen: de fragmentatie en verveelvoudiging van media en de groeiende invloed van nieuwe media, van internet, weblogs en twitter.

De opvallendste vaststelling van de studenten in het onderzoek dat zij hebben gedaan naar de invloed van de mediacratie op het politieke handelen is dat wordt onderschat dat media zelf in toenemende mate ten prooi zijn aan grote commerciële en economische belangen.
Tijdens een debat gisteravond bij DWDD tussen een vertegenwoordiger van ‘dode- bomen’ media en webloggers – waar de studenten en ik toevallig aanwezig waren -
werd die dwang van commercie nog eens zichtbaar.
De meest gelezen onderwerpen op weblogs en de digitale pagina’s van kranten variëren van ‘condooms met tandjes’ tot de borsten en billen van Kim Kardashian. Serieuze onderzoeksjournalistiek, analyses van ingewikkelde economische problemen leggen het in de lezersaandacht altijd af tegen relletjes met overspel, zich misdragende BN’ers, moord en doodslag. En waar de lezersaandacht minder is, verdwijnt ook de belangstelling van adverteerders, uitgevers en mediabedrijven. Hoofdredacteuren en journalisten staan onder grote druk om lezers – en daarmee adverteerders – waar voor hun geld te geven.

Voor politiek nieuws betekent dit dat ruzies en conflicten, swingende, harde uitspraken over bijvoorbeeld Islamitisch stemvee of Grieks wangedrag, veel makkelijker hun weg vinden in de media dan – ik noem maar wat – de achtergronden van de financiële crisis.

Ik begon deze lezing met de vaststelling dat politici onvrij zijn. Een politicus die langer meewil verhoudt zich tot de tijdsgeest en tot de onderwerpen die zijn kiezers en de media het meeste lijken bezig te houden.
Nu weet ik dat u stiekem denkt: ‘ja hoor eens, een moedige politicus kiest natuurlijk altijd zijn eigen weg, ongeacht de risico’s’. Natuurlijk, dat is ook zo. En er zijn talloze voorbeelden van moderne, moedige politici die dagelijks impopulaire onderwerpen agenderen en verdedigen. Politici die werk maken van onderwerpen als Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen, de noodzaak van nieuwe duurzame energiepolitiek, wereldwijde voedselzekerheid enzovoort, ondanks dat hen dit zo goed als onzichtbaar maakt in de media en daarmee voor kiezers. Zoals ook de moderne politiek talloze voorbeelden kent van politici die dwars tegen de voorspellingen in van peilingen – waar ik overigens ook nog een betoog zou kunnen opbouwen – electoraal risicovolle beslissingen nemen omdat zij een grote innerlijke noodzaak voelen. Mijn opvolger gaf bijvoorbeeld meteen na aantreden een visitekaartje af.

Ik verzet mij hevig tegen de gemakkelijke gedachte dat de kwaliteit van politici de afgelopen decennia minder is geworden of dat de politiek oppervlakkiger en vluchtiger is. Deze nostalgische gedachte die nog wel eens door oude politieke mastodonten wordt geuit, miskent eenvoudig dat de maatschappelijke en politieke omgeving waarin politici hun werk doen met name het afgelopen decennium ingewikkelder en risicovoller is geworden.

Dit neemt niet weg dat er alle reden is om de staat van de politiek en het handelen van politici opnieuw goed en hardhandig te doordenken.
Als ik terugkeer naar Ido de Haan en zijn analyse van ‘constitutionele politiek’ dan denk ik dat je inderdaad kan vaststellen dat, als een gevolg van globalisering, de grote problemen in de multiculturele samenleving en komst van een mediacratie, samenleving en politiek zich opnieuw – moeten – grondvesten.

Politici, gekozen vertegenwoordigers van het volk, zullen daarin onvermijdelijk leiding moeten nemen. Zij dragen wel degelijk de verantwoordelijkheid om oplossingen aan te reiken voor grote maatschappelijke problemen. Of het nu gaat om het verminderen van de werkloosheid die voortkomt uit de internationale economische crisis, het op orde brengen van de staatshuishouding, het verminderen van de sociale en integratieproblemen, het beter beheersbaar en controleerbaar maken van het bureaucratische pandemonium (zoals Volkskrantcolumnist Bert Wagendorp deze week zo mooi opmerkte) of het aanpakken van klimaat- en energieproblemen

In het tweede deel van de masterclass heb ik de studenten gevraagd om – met achterlating van al hun theoretische kennis – eens na te denken over de noodzakelijke veranderingen in het politieke bestel en het handelen van politici.

Ik geef u eerst twee heel alledaagse observaties van de studenten door, waar ik even om moest lachen maar die ook onmiskenbaar veelzeggend zijn.
Na gesprekken met politici en een bezoek aan het parlement, verzuchtten de studenten om beurten dat zij het in het parlement interessanter en ook gezelliger vonden dan zij dachten en dat politici aardiger, welwillender en ook redelijker waren dan hun beeld van hen was.
En vorige week meldde een student dat zij, bezig met de opmaak van het slotessay, eindeloos op Google had gezocht naar foto’s van samenwerkende, vriendelijk met elkaar pratende politici en dat zij die niet had kunnen vinden.

Moderne politici zijn dagelijks verwikkeld in een harde overlevingsstrijd, een strijd om media- en publieke aandacht, in een strijd om het behagen en binden van hun kiezers. Politici zijn met handen en voeten gebonden aan kiezersverwachtingen, populariteitsvereisten en politieke mores. Het maakt hen onvrij om met wat meer afstand de grote problemen van deze tijd te aanschouwen. Het kan hen ook in een isolement brengen van eigendunk en zelfgenoegzaamheid, zo lang het ze goed gaat.

Maar niet alleen zijn de internationale problemen en risico’s, en de afhankelijkheid van derden bij het begrijpen en beheersen ervan, te groot; de vlucht in symbolische daadkracht, symbolische debatten over vooral de multiculturele samenleving die – ondanks daadkrachtige en soms oorlogszuchtige taal – niet leiden tot verbetering van het dagelijkse leven van mensen, ondermijnen de geloofwaardigheid en uiteindelijke effectiviteit van politici. En dit gevaar van politieke machteloosheid en ineffectiviteit op de lange termijn bedreigt alle politici, ook de populisten die zich vooral verheugen over de electorale winst op de korte termijn.

Politieke samenwerking over partijpolitieke grenzen heen, kent een grote noodzaak. Het vermeerdert de gedeelde kennis, het vergemakkelijkt het sluiten van de noodzakelijke compromissen en van het samen regeren.
De studenten hebben bedacht dat het goed zou zijn om kiezers bij de verkiezingen niet meer enkel op de eerste partij van hun voorkeur te laten stemmen maar ook een tweede en een derde voorkeursstem te laten uitbrengen: een zogenaamd ‘songfestivalsysteem’. Het dwingt politici zich beter rekenschap te geven van de politieke ‘umwelt’ waarin ze opereren en al in campagnetijd actief naar coalities te zoeken en deze te verdedigen, waarmee zij na de verkiezingen zouden willen regeren. Afgelopen zomer leidde de vergaande polarisatie tussen politici tot een gefragmenteerde verkiezingsuitslag en een bijna onbestuurbaar land. De ervaringen van de formatie en de idiotie van de totstandkoming van het huidige minderheidskabinet, zouden zich niet moeten herhalen.
Een zelfde milde dwang tot samenwerking zou uit kunnen gaan van het bij de gewone verkiezingen mogen uitbrengen van een adviserende stem op een voorkeurscoalitie. Ook dan geldt dat politici minder uitgedaagd worden om het conflict te zoeken met de electorale concurrenten (zoals Mark Rutte tijdens de laatste verkiezingen deed met Jan Peter Balkenende) maar al tijdens de campagne publiek samenwerking te zoeken met de latere en meest gewenste regeringspartner.
Daarbij lijkt het ons goed als de partijdiscipline en de onderlinge partijtegenstellingen verminderen. Een voorstel van de studenten is om Kamerleden in het parlement niet meer gegroepeerd naar partij te laten plaatsnemen maar bijvoorbeeld op alfabetische volgorde waardoor zij vaker samen optrekken en samenwerken.
Zelf voeg ik daar nog een suggestie naar Italiaans voorbeeld aan toe. Daar kiezen de leden van de verschillende oppositiepartijen samen één oppositieleider. Ook dat leidt onvermijdelijk tot betere samenwerking: de leiders zullen minder geneigd zijn elkaar vliegen af te vangen of elkaar te herhalen. Daarbij verandert het de verhouding tussen de grote en de kleinere oppositiepartijen. Denkt u zich eens in: het zal lang niet altijd vanzelfsprekend zijn dat de leider van de grootste oppositiepartij ook de oppositieleider wordt, bij de andere, kleinere partijen zijn wellicht beter gekwalificeerde kandidaten.
Veel politici maken zich zorgen over de zogenaamde kloof tussen politiek en burgers. Zij gaan eens in de zoveel tijd ostentatief (met een camera op hun nek) in koffiehuizen zitten, de deuren langs om te flyeren en beleggen bijeenkomsten waar burgers hun gal kunnen spuien. Al deze, dikwijls symbolische ontmoetingen betekenen niet werkelijk dat er met burgers wordt samengewerkt. Burgers bezitten veel kennis over, en dagelijkse ervaring met maatschappelijke en bureaucratische problemen, vaker dan nu gebeurt kunnen zij politici helpen oplossingen te formuleren. Met de komst van internet kan de kennis van burgers beter toegankelijk worden gemaakt, gebundeld en geselecteerd (zie bijvoorbeeld de ontwikkeling met ‘crowdsourcing’, waar in NL ook Maurice de Hond zich mee bezighoudt).
Een aantal jaren geleden heeft Rita Verdonk een ‘Ritawiki’ geïntroduceerd: burgers werden uitgenodigd om op haar site mee te schrijven aan haar verkiezingsprogramma. Het initiatief ging al snel kapot aan ‘reaguurders’ die site kaapten. Dat neemt niet weg dat het een goed idee was. Een idee van de studenten is om, verbonden aan de site van de Tweede Kamer, een ‘politieke wiki’ te starten waarop burgers oplossingen voor dringende en grote maatschappelijke problemen kunnen aanreiken. Vergelijkbaar met ‘wikipedia’ moet ook het debat over de inbreng van verschillende burgers zichtbaar kunnen zijn en moet zichtbaar kunnen zijn wie deelnemen aan een debat. Om te verhinderen dat de site gekaapt wordt, zou het een idee kunnen zijn dat burgers zich inschrijven met hun ‘digid’ die dan wel bekend is bij de Tweede Kamer maar niet zichtbaar is. Wel moet nagegaan worden of dit privacyproblemen geeft.

Onderlinge, harde competitie en concurrentie tussen politici en tussen parlementariërs en regering is slecht voor de openbaarheid. Angst voor misstappen en voor publieke vernedering leidt ertoe dat politici terugdeinzen voor het geven van inzicht in hun beweegredenen en in de wijze waarop zij tot een besluit zijn gekomen, met wie zij hebben gesproken en welke rol bijvoorbeeld lobbyisten hebben gespeeld. Het voorstel van Minister Donner om de Wet Openbaarheid Bestuur (WOB) verder in te perken en journalisten die de gangen van een minister willen nagaan, verder op achterstand te zetten, is een teken aan de wand.
Het is een misvatting dat een ‘cultuur van heimelijkheid’ de kwetsbaarheid van politici zou verminderen; het vergroot juist de achterdocht en de behoefte om politici hard af te rekenen als blijkt dat zij oneigenlijk informatie achterhouden.
Openbaarheid van informatie is een teken van politieke kracht, het versterkt de samenwerking met burgers en vergroot daarmee uiteindelijk ook de legitimiteit van beslissingen.
Het zou goed zijn als de Wet Openbaarheid Bestuur juist wordt verruimd en het aantal ‘uitzonderingsgronden’ voor het ter beschikking stellen van informatie aan journalisten en anderen, wordt verminderd
Naar mate beslissingen ingewikkelder worden (zoals bijvoorbeeld bij de Mexicaanse griep) zou het ook goed zijn als politici vaker laten zien ‘hoe’ zij tot een beslissing zijn gekomen, en niet enkel burgers ermee confronteren ‘dat’ zij een beslissing hebben genomen. Samen met de studenten pleit ik ervoor om vergelijkbaar met de Rekenkamer (die de doelmatigheid en rechtmatigheid van overheidsbestedingen onderzoekt) een onafhankelijke Besluitvormingskamer in te stellen die nagaat hoe een grote politieke beslissing tot stand is gekomen, op welke feiten en onderzoek deze is gebaseerd, welke derden daarbij een grote rol hebben gespeeld en wat hun belangen en motieven zijn.

Ervan uitgaand dat er sprake is van constitutionele politiek waarbij politiek en samenleving zich opnieuw grondvesten, zou het logisch zijn dat onze constitutie daarin ook een grote rol speelt. En dan bedoelen wij niet enkel in de schreeuwerige verdediging van een enkel grondrecht, zoals de vrijheid van meningsuiting of de vrijheid van godsdienst. Het kenmerk, maar ook de schoonheid, van onze constitutie is de gelijkwaardige botsing van grondrechten, van burgerlijke waarden, die erdoor op een vreedzame manier mogelijk wordt gemaakt. De grondwet constitueert daarmee ook heel letterlijk onze samenleving.
Betere kennis en een meer actieve verdediging van onze grondwet door politici, helpt wellicht ook burgers om met wat meer distantie, wat meer abstractie, politiek en maatschappelijk conflict en meningsverschil te beoordelen. Dit vereist echter wel dat de grondwet wordt vereenvoudigd en wordt verduidelijkt. Onze grondrechten zijn te cryptisch beschreven omdat ze tegelijkertijd ruimte laten voor uitzonderingsbepalingen door de overheid vast te stellen. Wij zijn voorstander van een nieuwe, moderne grondwet die eenvoudig en aantrekkelijk is en die daarmee ook een goed instrument in het onderwijs en in het politieke debat kan zijn.
Daarnaast is het hoog tijd om constitutionele toetsing in te voeren (diegenen die mijn werk van de afgelopen jaren kennen weten dat dit niet de eerste keer is dat ik hiervoor pleit). Niet alleen geeft het burgers een grotere mate van rechtsbescherming tegenover overheidsmacht, het brengt de grondwet ook tot leven omdat deze niet langer ‘een gesloten deur’ is voor burgers, zoals Thorbecke het ruim anderhalve eeuw geleden al omschreef.
Als samenleving en politiek een nieuw grondvest zoeken voor gezamenlijk handelen dan hopen wij dat die wordt gevonden in het zachtaardige, rechtstatelijke patriottisme dat onze constitutie biedt

Gisteravond kreeg ik bij DWDD de vraag, waarom komt u er nou mee, nu u aan de kant staat.
Aan de kant staan is ook reinigend en noodzakelijk om de politiek – waarvan ik houd – met wat meer distantie, wat minder politieke belangen, wat minder koortsachtig te kunnen gadeslaan en te beoordelen.

Ik dank de Universiteit van Tilburg, en in het bijzonder Hans van Driel en zijn staf voor de gelegenheid die zij mij hebben geboden. Ik dank vooral de Leonardostudenten voor het waardevolle onderzoek dat zij de afgelopen maanden hebben verricht en de vele levendige gesprekken en discussies die wij samen hebben gevoerd.

Dank u wel.

 

NB: Mevrouw Yvon de Witte meldt via twitter dat zij het idee voor een ‘songfestivalsysteem’ eerder op Facebook heeft voorgesteld en heeft vastgelegd bij de belastingdienst. Zij hecht aan vermelding daarvan: bij deze.

'Mevrouw Yvon de Witte meldt via twitter dat zij het idee voor een 'songfestivalsysteem' eerder op Facebook heeft voorgesteld en heeft vastgelegd bij de belastingdienst. Zij hecht aan vermelding daarvan: bij deze.

maandag, 28 maart 2011

Willie Oldengarm

Willie Oldengarm

Hyves Linkedin Twitter GR

Blij met brief minister: behoud verloskunde voor Meppel!

In algemeen, gemeenteraad, zorg nabij, behoud verloskunde, brief minister schippers, motie, politiek, groenlinks, meppel, en meer.

De gemeenteraad van Meppel heeft persoonlijk een brief gekregen van minister Schippers van Volksgezondheid. Dit als reactie op een door GroenLinks genmeeteraadsbreed aangenomen motie waar ze wordt opgeroepen er voor te zorgen dat de afdeling verloskunde voor Meppel behouden blijft.  De zorg voor sluiting was aanwezig vanwege landelijke normen die gesteld worden aan ziekenhuizen.

De brief van de minister is hoopgevend voor Meppel. Allereerst laat ze weten dat er geen landelijke volumenormen gelden. Wel legt ze uit dat de Stuurgroep Zwangerschap en geboorten twee soorten criteria stelt. De minster wil ziekenhuizen hieraan houden. Het gaat gaat hier om de zogenaamde 15 minuten- en 45 minuten norm.

Binnen 15 minuten moet zorg geleverd worden vanaf het moment van diagnose. Verder stelt zij dat een spoedeisende hulpafdeling binnen 45 minuten bereikbaar moet zijn. Daarvan zegt zij over Meppel in de brief:

‘Over de beschikbaarheid van acute verloskundige zorg in Meppel kan ik meedelen dat dit ziekenhuis voor 7100 inwoners een gevoelig ziekenhuis is. Dat wil zeggen dat 7100 inwoners van de regio bij sluiting van de spoedeisende hulpadelingen in dit ziekenhuis, niet meer binnen de bereikbaarheidsnorm van 45 minuten acute zorg kunnen bereiken. Ik zal er bij dit ziekenhuis dan ook op aandringen om niet over te gaan tot sluiting van de afdeling voor acute verloskundige zorg.’

Dit is natuurlijk mooi voor Meppel. De minister geeft aan dat elk ziekenhuis voor 1 april een plan moet indienen hoe ze denken te voldoen aan die normen. Wanneer het problemen oplevert is zij eventueel bereid na te denken over een bereikbaarheidsbijdrage.

Zo kun je maar weer zien dat je als gemeenteraad veel kunt bereiken wanneer je kunt samenwerken. Maar natuurlijk doe je dit als politiek niet alleen. De Koninklijke Nederlandse Organisatie van Verloskundigen (KNOV) heeft de afgelopen maanden een goede lobby gevoerd.


woensdag, 2 maart 2011

Paul Smeulders

Paul Smeulders

Hyves Twitter Youtube PS

Verkiezingsdag!

In politiek, samenleving, social media, statenverkiezingen, stembureau, tilburg, toekomst, trots, werken, en meer.

2 maart 2011. Het is zover. Om 8.00 uur heb ik samen met de andere Helmondse lijsttrekkers Ruud van Heugten (CDA) en Annegien Wijnands (PvdA) mijn stem uitgebracht. Door samen te gaan benadrukken we het belang van de Statenverkiezingen voor Brabant. Doordat er de nodige Brabantse media op het stembureau aanwezig was, konden we van de gelegenheid gebruik maken om Brabanders op te roepen om vooral ook te gaan stemmen. Uiteraard hoop ik van harte dat veel Brabanders voor GroenLinks kiezen!

GroenLinks staat voor een ontspannen samenleving. Natuur krijgt van ons de ruimte, zodat iedereen er fijn kan recreëren en een balans kan vinden met de dagelijkse drukte. Ontspannen Brabant betekent voor GroenLinks ook lekker en gezond eten. We kiezen voor biologische landbouw en producten uit de streek. In plaats van megastallen die slecht zijn voor de dieren, slecht voor onze volksgezondheid en slecht voor de leefbaarheid in onze dorpen. We investeren in beter openbaar vervoer en we stimuleren ondernemerschap. Als het aan ons ligt komt er veel werkgelegenheid in Brabant, doordat we inspelen op maatschappelijke uitdagingen als duurzame energie en innovatie. Samen zorgen we ervoor dat we ook in de toekomst – niemand uitgezonderd - ontspannen kunnen werken, eten en recreëren in ons mooie Brabant.

De afgelopen weken heeft GroenLinks Brabant keihard campagne gevoerd. Op straat met onze 3D Tour, maar natuurlijk ook op internet. Het is dan ook een prachtige beloning dat we gisteren tijdens ons zeer geslaagde Social Media Event in Tilburg de trofee voor Beste Provinciale Partijwebsite kregen uitgereikt. Bovendien noemt de vakjury van de BKB Campagne Award 2011 (bestaande uit campagne experts met verschillende partijpolitieke achtergronden: Jack de Vries, Jan Driessen, Hans Anker, Kay van de Linde en Erik van Bruggen) onze verkiezingscampagne opmerkelijk geavanceerd, waar diverse landelijke campagnestaven nog wat van kunnen leren. Het spreekt voor zich dat ik na zo’n geweldige campagne ongelofelijk trots ben op ons fantastische campagneteam. Wat een energie komt er vanuit die club! Samen hebben we campagnemethoden ontwikkeld die nog nooit eerder vertoond zijn. Zeker niet op provinciaal niveau!

Nu hopen dat al onze inzet voor een ontspannen Brabant resulteert in een mooie uitslag. Vanavond tijdens de uitslagenavond op het provinciehuis weten we het. Ben je er nog niet uit over wat je moet stemmen? Vraag het Paul! Of stuur me gewoon een mail, krabbel of Tweet

dinsdag, 1 maart 2011

stem 2 maart op Paul Smeulders

In opvatting, banen, de, dieren, eten, groenlinks, innovatie, landbouw, leefbaarheid, en meer.

Woensdag kiezen we de leden van Provinciale Staten. Die bepalen waar in Brabant huizen, bedrijven of wegen komen en waar natuur haar gang kan gaan. Kies met GroenLinks voor een groene toekomst in Brabant.

Lijsttrekker Paul Smeulders: “GroenLinks staat voor een ontspannen samenleving. Natuur krijgt van ons de ruimte, zodat iedereen kan recreëren en een balans kan vinden met de dagelijkse drukte. Ontspannen Brabant betekent ook lekker en gezond eten. We kiezen voor biologische landbouw en producten uit de streek. Niet voor megastallen die slecht zijn voor dieren, onze volksgezondheid en de leefbaarheid in onze dorpen. We investeren in beter openbaar vervoer, stimuleren ondernemerschap en scheppen dankzij innovatie veel nieuwe (en groene) banen. Samen zorgen we ervoor dat we ook in de toekomst – niemand uitgezonderd – ontspannen kunnen werken, eten en recreëren in ons mooie Brabant.”

www.groenlinksbrabant.nl


zondag, 13 februari 2011

Paul Smeulders

Paul Smeulders

Hyves Twitter Youtube PS

Megaborden voor gezonde landbouw

In politiek, agenda, dieren, dierenwelzijn, groenlinks, hart, landbouw, megastallen, mensen, en meer.

Brabant staat voor mij synoniem aan lekker en gezond eten. Daarbij horen producten uit de streek en biologische landbouw. Die doet recht aan de natuurlijke behoeften van dieren, in plaats van de megastallen die niet alleen slecht zijn voor het dierenwelzijn, maar ook voor de leefbaarheid in onze dorpen en voor onze volksgezondheid. Megastallen vergroten het risico dat dierziekten zoals de Q-koorts op mensen overslaan. Alle boerderijdieren moeten buiten kunnen scharrelen, wroeten en grazen. GroenLinks wil dus minder varkens en geiten in kleinere stallen.

Ik vind het geweldig dat Johan Martens (plek 4) en Sonja Borsboom (plek 10) op onze lijst staan. Johan is op dit moment fractievoorzitter van GroenLinks in de Staten, maar bovenal biologische boer. En Sonja is in heel Brabant bekend als voorvrouw van het burgerinitiatief Megastallen Nee. Dankzij dit burgerinitiatief staat de intensieve veehouderij prominent op de politieke agenda, een geweldige verdienste!

In aanloop naar de Statenverkiezingen, maar ook daarna, gaan we flink de boer op om de megastallen een halt toe te roepen. We trekken letterlijk en figuurlijk het buitengebied in! En GroenLinks stopt pas met actievoeren, wanneer alle plannen van tafel zijn om Brabant te verpesten met van die idiote megastallen!

Om aandacht voor ons standpunt te vragen, plaatst GroenLinks, verspreid over Brabant, grote borden. Deze megaborden roepen de voorbijgangers op om op 2 maart te kiezen voor gezonde landbouw. Vanochtend (zondag 13 februari) onthulden Tweede Kamerlid Niels van den Berge samen met Johan Martens en Sonja Borsboom in Sint Hubert het eerste megabord tegen megastallen.

Ook ontving Kees van Zelderen, biologische boer te Westerbeek, een ‘groen lintje’ voor zijn verdiensten voor de biologische landbouwKees heeft een biologische boerderij in Westerbeek, in het hart van de Peel. Hij is ook voorzitter van de Bio-vak, een biologische beurs voor consumenten en producenten die jaarlijks vele tienduizenden bezoekers trekt.

Aantal berichten op deze pagina: 14. De berichten op deze pagina zijn niet ouder dan 10868 uur (452,8 dagen). Berichtgemiddelde: 0 bericht per dag, 0,2 per week.

Pagina: 1