dinsdag, 24 januari 2012

Jan van der Meer

Jan van der Meer

Hyves Linkedin Twitter

Nieuwjaarstoespraak + afscheid Thom de Graaf

thom_de_graaf1Gisteren hadden we een geslaagde nieuwjaarsreceptie van de gemeente Nijmegen inclusief warm afscheid van burgemeester Thom de Graaf. Namens het college van B&W sprak ik de nieuwjaarsrede uit en bedankte ik Thom de Graaf voor zijn inzet voor Nijmegen in de afgelopen vijf jaar. Dit was mijn toespraak:

Dames en heren,

U bent gewend om vanaf deze plek te worden toegesproken door de burgemeester.
Maar ondanks het feit dat Nijmegen dit jaar, inclusief waarnemer,
maar liefst 3 burgemeesters zal hebben, mag ik hier vandaag met u namens het college terugblikken op 2011 én vooruitkijken.

Dat doe ik als loco-burgemeester, omdat we vandaag niet alleen de nieuwjaarsreceptie voor de stad houden,
maar omdat we tevens afscheid nemen van Thom de Graaf.
Hij blikt straks terug op zijn burgemeesterschap.
Ik neem u kort mee naar het afgelopen jaar en de verwachtingen voor 2012.
En ik zal stil uiteraard staan bij het vertrek van Thom.

Dames en heren,
2011 was een bijzonder jaar.
Het jaar van de Arabische Lente, Occupy, de tsunami in Japan, de wereldwijde financiële crisis en de geboorte van de 7 miljardste burger.

Gebeurtenissen die vrijwel allemaal ook in onze stad voelbaar waren.
Ook de Nijmeegse bevolking groeide.
We passeerden voor het eerst de grens van 165.000 en blijven voorlopig doorgroeien.
Dat is goed nieuws voor de stad, 
hoewel het feit dat we nog steeds een vrouwenoverschot hebben voor sommige twitterende raadsleden nog belangrijker leek.
En een journalist wil graag dat we dit gegeven – dat we meer vrouwen dan mannen hebben in onze stad - inzetten voor onze citymarketing.

Higashimatsuyama – daar heb ik op moeten oefenen - de Japanse stad waarmee we al enkele decennia een vriendschapsband hebben,
voelde - gelukkig slechts in beperkte mate - de gevolgen van de tsunami. 
En Nijmegen heeft natuurlijk zijn eigen Occupy-afdeling.
Hoewel overvloedige regen en kou ervoor hebben gezorgd dat het Valkhofpark niet meer occupied is.

Onze stad kende weer vele hoogtepunten.
Te beginnen met één van onze stadsiconen - de Waalbrug - bestond 75 jaar.
We hadden weer een prachtige editie van de Vierdaagse
Al was het maar omdat ik voor het eerst meedeed – en uitliep; 4×50 kilometer!

Kinderarts Jos Draaisma werd voor het tweede jaar op rij uitgeroepen tot beste kinderarts van Nederland. 
Stichting Whaa kreeg van prinses Máxima een Appeltje van Oranje voor hun project Shake-It Academy.
De beste en mooiste tweewielerzaak ligt in onze stad.

Het Groene Hert werd genomineerd als beste duurzame project in Nederland
en we hebben de beste biologische slagerij in de stad en de duurzaamste kinderopvang
Deze 3 vermeldingen heb ik zelf maar aan het lijstje toegevoegd - want nu ik deze toespraak mag houden grijp ik als wethouder voor duurzaamheid natuurlijk mijn kans.

De in Nijmegen opgerichte band Go Back to the Zoo won de 3FM Award voor ‘beste band’.
De Nijmeegse organist Dirk Luijmes kreeg een Klassieke Edison.
Han Mertens van het Stedelijk Gymnasium won de Nationale Biologie Olympiade.
Het toekomstige stadseiland verdiende in New York de prestigieuze Waterfront Center Award.
En Nijmegen is, net als vorig jaar, de goedkoopste terrasstad.
We hebben er onlangs ook nog gratis parkeren aan toegevoegd.
Zo, dat was een hele waslijst aan hoogtepunten.

Maar er waren helaas ook dieptepunten:
zoals het absurde geweld rond NEC-Vitesse begin vorig jaar.
Wat een groot contrast met de vreugde van gisteren.
NEC boekte een fantastischte historische overwinning tegen Vitesse
In Arnhem!
Maar we hadden het over dieptepunten in 2011.

Zoals ook de ontslagen bij NXP of de laffe overvallen op inwoners en hardwerkende ondernemers.
Met als meest trieste voorbeeld de overval op juwelier Kamerbeek.

Ook de financiële crisis trof onze stad.
Het afgelopen jaar was in financieel opzicht een turbulent jaar.
Niemand ontsnapte aan de financieel moeilijke omstandigheden.
Faillissementen, ontslagen, onverkoopbare huizen, minder gesubsidieerde banen,
ook onze stad werd ermee geconfronteerd. 
We hadden problemen met onze grondexploitaties in Waalsprong en Waalfront.
De rente drukt daar zwaar op de aangegane leningen.
Wat dat betreft kunnen Hannie Kunst, Bert Jeene en ikzelf ook wel met een tentje op het Valkhofpark gaan staan
Bij Occupy.
En het zwaar weer zal helaas aanhouden.
Wij staan opnieuw voor een jaar waarin het voor velen niet gemakkelijk zal zijn, zelfs niet in onze relatief goed draaiende stad.

Toch is er ook alle reden om niet bij de pakken neer te zitten.
Zoals ik al zei, onze stad groeit.
Volgens onderzoekers stijgt ons inwonertal, als een van de weinige steden in Nederland, in de komende 15 jaar fors.
Die groei zorgt voor de dynamiek die een stad nodig heeft.
Het is ook een teken dat Nijmegen nog steeds aantrekkelijk is om in te wonen en te werken.
Dat bleek ook afgelopen jaar toen Nijmegen werd gekozen tot een van de groenste steden in Nederland en we dik in de top 10 van meest aantrekkelijke woonsteden eindigden.
We zijn een aantrekkelijke woonstad voor iedereen en in het bijzonder voor vrijgezellen die op zoek zijn naar een vrouw
Hier heb je die nieuwe citymarketing.

De stad staat dus niet stil en dat biedt perspectief.
Kijk ook maar naar de hijskranen in onze stad.
Het lijken er meer dan ooit.
Plein `44 is in aanbouw,
de contouren van stadsbrug De Oversteek zijn al goed zichtbaar,
de dijkverlegging en het daarbij horende stadseiland gaan echt van start
en ondanks de crisis worden er het komend jaar zo’n 1200 nieuwe woningen opgeleverd.

Van essentieel belang was ook dat Nijmegen als kennisstad van zich blijft spreken.
Bijvoorbeeld met de Spinozapremie voor astronoom Heino Falcke.
En nationale zorgheld 2011 Bas Bloem.
Dhr Bloem is ook een van de kandidaten voor Nijmegenaar van hat jaar.
De Radboud Universiteit werd door studenten gekozen tot de beste van Nederland
Synthon opende een state-of-the-art laboratorium voor biotechnologie
en Heinz bouwt bij de toekomstige Novio Tech Campus aan zijn grootste innovatiecentrum buiten de Verenigde Staten.
Bovendien hebben we landelijk gezien één van de hoogst opgeleide beroepsbevolkingen en zijn we een topstad als het gaat om banen per vierkante kilometer.  

Alle reden dus om te blijven investeren in de toekomst van onze gemeente,
ook al worden we geconfronteerd met de grootste financiële en beleidsmatige uitdagingen van de afgelopen decennia.
De gemeente blijft dan ook investeren in een sociale stad,
in een economisch sterke stad
en in een duurzame groene stad.
Maar we doen en kúnnen dat niet alleen.
Dat kon niet voor de crisis, maar zeker niet tijdens de crisis.
We moeten het dus samen doen.
Samen met bedrijven, kennis- en gezondheidsinstellingen, regionale samenwerkingsverbanden en met de inwoners van onze mooie stad.

In het Nederland van het ‘Doe eens normaal man’ van Rutte en Wilders, is er soms weinig ruimte voor nuance en gezamenlijke oplossingen.
Maar zwart-wit denken en het uitvergroten van tegenstellingen brengen ons niet verder.
Verbindingen zoeken, dat is waar het de komende jaren om draait, constateerde Thom de Graaf vorig jaar al terecht.

2012 is het jaar waarin we die verbindingen verder moeten versterken.
Ja, er moet een groter beroep worden gedaan op de eigen verantwoordelijkheid van alle Nijmegenaren. 
En ja, er moeten lastige keuzes worden gemaakt.
Toch hebben wij daar als stadsbestuur vertrouwen in. 
Nijmegenaren zijn eigenwijs, creatief, ondernemend, veerkrachtig én ze leggen de verbinding.
Of het nou ondernemers zijn die elkaar met een gastoeter alarmeren bij een overval
of Dukenburgers die samen dromen over hun stadsdeel.
Nijmegen puilt uit van de creatieve, goede, vernieuwende ideeën en initiatieven die de stad beter en mooier maken.
Ik wens iedereen dan ook een prachtig jaar toe. 

Alles overziend gaat het ondanks alles best goed met Nijmegen.
En degene die dit de afgelopen vijf jaar onophoudelijk en onvermoeibaar heeft uitgedragen, is…… Thom de Graaf
Thom was een ware promotor van onze stad.
En mede dankzij hem zijn de Nijmegenaren trotser dan ooit op hun stad
Maar aan alles komt een eind;
zo ook aan het burgemeesterschap van Thom.

Toen Thom burgemeester werd in 2007, trad hij in de voetsporen van zijn vader.
Een mooi gegeven; en telkens als Thom in de afgelopen vijf jaar naar zijn werkkamer ging, liep hij langs een portret van zijn vader.
De vrijzinnige sociaalliberaal keek dan naar de strenge ietwat regenteske KVP’er.
Een wereld van verschil.
Thom zal het wel van zijn moeder hebben, denk ik dan.

Thom was de eerste burgemeester van Nijmegen die door de raad werd gekozen uit een voordracht van twee personen.
Hij had natuurlijk liever gehad dat hij de eerste door het volk gekozen burgemeester had kunnen worden.
Maar ja, die beruchte nacht, he……

Toen Thom aantrad, viel hem meteen op hoe groot het cultuurverschil is tussen het deftige Den Haag en het volkse Nijmegen. 
Nijmegen kent een horizontale structuur waar weinig ontzag is voor gezag – iedereen is gelijk.
Zo liep hij in de eerste dagen van zijn burgemeesterschap met een agent door een wijk.
Thom vroeg beleefd aan deze wijkagent: Hoe lang doet U dit werk al?
Ach, zegt de agent: Zeg maar JE, Thom!
Dat typeert onze stad en daar heeft Thom hartelijk om moeten lachen

De connectie met Den Haag is al die jaren wel gebleven.
Thom deed er eerlijk gezegd ook niet veel aan om dat te verbloemen.
Denk aan zijn verkiezing tot Eerste Kamerlid.
En bovendien was zijn Haagse connectie overduidelijk in het belang van de stad, dus waarom zou je dat dan moeten verbloemen?
Zo heeft hij meerdere malen aandacht gevraagd voor Nijmeegse problemen en belangen bij bewindslieden en Kamerleden.

Bij Thom was er ook altijd de oprechte liefde voor Nijmegen.
Even wat harde cijfers en gegevens:
In de afgelopen vijf jaar was hij bij meer dan 800 publieke optredens en werkbezoeken in de stad.
Hij organiseerde etentjes met gewone Nijmegenaren om met ze te praten over wat hen bezighield in de stad.
Hij initieerde de verkiezing van de Nijmegenaar van het Jaar en zometeen zetten we weer zo’n kanjer in de spotlights.
Thom zorgde weer voor rust in sommige wijken door straatcoaches aan te stellen
Hij initieerde de Vrede van Nijmegen Penning met dit jaar Umberto Eco als laureaat.
En hij vertegenwoordigde Nijmegen met verve in onder meer de Euregio, de Veiligheidsregio en het Kennisstedennetwerk.

Dames en heren, Thom heeft veel gedaan voor de stad.
Dat moet haast wel de reden zijn dat er maar 9 kandidaten het aandurven om in zijn voetsporen te treden.

Thom de Graaf benadrukt regelmatig dat hij continuïteit belangrijker vindt dan snel scoren of politiek bedrijven.
Een burgemeester moet, volgens hem, vooral boven de partijen staan, een goede voorzitter van raad en college zijn.
Hij moet verbinden, de rechtstatelijkheid en de grondrechten van inwoners beschermen.
“Ik ben geen straattijger, geen zeepkistburgemeester.
Ik ben meer een type Job Cohen, dan een type Gerd Leers”, zei hij zelf ooit in een interview.
Waarschijnlijk zou hij op dit moment zichzelf met geen van tweeën willen vergelijken
Maar het beeld is duidelijk.
Een goede bestuurder.
Niet koste wat kost zich willen profileren; maar er zijn wanneer dat nodig is.
Behulpzaam in het college en gemeenteraad en actief in de stad waar dat maar wenselijk was.
Kritiek, dat hij desondanks geen warme burgervader zou zijn, deed hem wel eens pijn.

En het klopt ook niet.
Thom de Graaf stimuleerde als geen ander het ‘trots op Nijmegen-gevoel’.
Nijmegen is landelijk veel pregnanter in beeld gekomen.
Als dynamische stad en grote stad, voorloper op tal van terreinen.
Altijd Nijmegen, Nijmegen kennisstad, Oudste stad van het land.
Thom de Graaf heeft er hard aan gewerkt om dat gevoel te versterken: buiten de stad en in de stad.
Dat is belangrijk voor het profiel van Nijmegen, maar zeker zo belangrijk is dat Nijmegenaren het zelf ook echt meer zijn gaan voelen.

We zijn trots op het bijzondere karakter van Nijmegen,
Trots op de historie,
onze befaamde onderwijs- en onderzoeksinstellingen,
hoogwaardige gezondheidszorg,
en wereldtoppers op het gebied van wetenschap.
En we zijn trots op baanbrekende Waalprojecten. 

Thom haalde tevens de banden aan met de hoger-onderwijsinstellingen.
Rector Magnificus Bas Kortmann noemt hem niet voor niets de postillion d’amour;
de liefdesboodschapper van het hoger onderwijs in Nijmegen.
Die liefdesboodschapper was hij in vele opzichten voor de stad en die zal hij ongetwijfeld ook blijven.
Want, dames en heren, Thom en zijn lieve vrouw Machteld blijven hier gewoon wonen.
Kortom, ze zijn echte Nijmegenaren en dat blijven ze.

Thom is Guusje ter Horst opgevolgd als burgemeester en hij volgt nu Guusje weer op als voorzitter van de HBO-raad.
Overigens is het maar goed dat Guusje hem nu niet opvolgt als waarnemend burgemeester.
Want dan hadden we hier in Nijmegen een heus Poetin-Medvedevje gedaan.

Beste Thom, straks zul je zelf nog spreken en pas echt afscheid nemen.
Maar ik zeg nu al namens het gemeentebestuur én namens de bevolking van Nijmegen ‘bedankt!’.
Bedankt voor je inzet,
Bedankt voor je steun in het college.
En bedankt voor je liefde voor Nijmegen.
Ik hoop dat je nog lang ambassadeur voor onze mooie stad zult blijven!
Waar ook ter wereld, en zeker in Den Haag.
Thom – bedankt!

maandag, 23 januari 2012

Arno Uijlenhoet

Arno Uijlenhoet

Twitter

Zin in GL en vrouwenquota

In geen categorie, debat, ferrier, gender, groenlinks, mannen, onderzoek, vakbonden, vrouwen, en meer.

Dit weekend waren Heleen en ik te gast bij Zin in GroenLinks, de loopbaanleergang van onze GroenLinks-academie. We spraken uitgebreid over de koers van de partij en wat we daaraan als kandidaat-voorzitters willen doen. Ik pleit voor meer ruimte voor debat en voor een partij die netwerkt en contacten onderhoudt en versterkt met vakbonden, werkgeversorganisaties, de milieubeweging en alle andere duurzame en hervormingsgezinde krachten.


Tekst bij foto: Joan Ferrier spreekt GroenLinksers toe over vrouwenquota

Na ZiGL reden we samen naar het Femnet/Dwars-debat over vrouwenquota. Mijn standpunt bleef onveranderd: ik ben voorstander van vrouwenquota om het bewustzijn bij mannen te vergroten en hen te ‘dwingen’ op zoek te gaan naar geschikte vrouwelijke kandidaten voor topfuncties. Ze zijn er, dus moeten ze ook in positie komen. En sterker nog: Uit onderzoek blijkt dat gemengde teams van mannen en vrouwen beter presteren. Dus waar is het wachten op? Ook binnen GroenLinks ben ik benieuwd naar de gender balance. Vooral op lokaal niveau. Als voorzitter zal ik stimuleren en faciliteren dat waar nodig meer vrouwen in positie komen, door scouting, opleiding/training en toezicht op procedures.

zaterdag, 21 januari 2012

Alice Karen

Alice Karen

Mijn behuizing

null

Ik deel de keuken met zes anderen en de badkamer met een ander. Die ene ander is echt een partyhardy, komt wel aardig over maar vertoont wel de trekken van iemand die te veel alcohol drinkt. Hij presteerde het door de week dagelijks om me om half zeven ‘s ochtends met zijn kabaal wakker te maken. Ik ben dus een keer half slapend naar de deur gekomen en heb hem tot stilte gemaand, omdat ik niet iedere keer rond die tijd wakker wil worden, ik kan vanaf dat tijdstip nog zeker anderhalf uur slapen. Sindsdien is hij rustiger met de deuren. De meeste andere huisgenoten heb ik ook wel ontmoet, ze zijn wel aardig, en veelal internationaal. Er is een Chinees-Noors meisje dat hier al vijf jaar woont, en ze is nu zo goed als klaar met studeren.

Mijn kamer is okee, tocht wel als de wind erop staat, het delen van de badkamer is minder en ben ik niet gewend (de partyhardy is wel wat minder nauw met de hygiëne dan ik). De keuken is ranzig, vooral de koelkasten. In elk geval stonden er in de keuken nog aardig wat anonieme pannen, vermoedelijk door voormalige bewoners achtergelaten, zodat ik die niet hoef te kopen, en de vrouw van de professor heeft deze week tot mijn verrassing twee borden, twee kommen en een groot theeglas voor mij gekocht.

Ik heb mijn gekoelde hebben en houwen vandaag verplaatst naar de andere van de twee omdat ik op een plek bleek te zitten die eigenlijk bezet was door een Japans meisje dat een paar weken niet hier was, maar geen briefje had achtergelaten. Een ietwat vreemd meisje dat me vanochtend al bonzend op de deur kwam wekken om negen uur ‘s ochtends. Dat was nogal awkward en tevens mijn eerste ontmoeting met haar. Ik zei haar dat ze ook op een ander tijdstip en op een andere manier haar punt kon maken, en heb mijn spullen op een andere plek gestopt, onderin de andere koelkast. Die plek was uiteraard vreselijk smerig dus ik heb het eerst schoongemaakt. Nou, daarna kon ik echt niet meer slapen. Ik zal wel op de meeting die we binnenkort hebben zeggen dat ik het niet fijn vond. Met de Koreaanse jongen, een andere keukengenoot, heb ik vervolgens uitgemaakt dat die plek wel erg klein was en ik ook de helft van een plankje daarboven kon gebruiken (en hij, die met de Japanse een badkamer deelt, zei dat het Japanse meisje niet echt veel met de anderen communiceert). Een glazen plaat die eigenlijk op die onderla moest ontbrak (maar was er wel in de andere koelkast), en daardoor zou ik anders alles moeten stapelen, en dat kan je natuurlijk bij kwetsbare dingen zoals salade en tomaten niet doen.

Maar goed, we hebben aanstaande woensdagavond een meeting met zijn allen gepland om dit te bespreken. Dit soort dingen gebeuren altijd aan het begin van een semester wanneer er onduidelijk is aangegeven door oude bewoners wat precies hun plek is, en dan moeten de nieuwe maar gissen. Dus dat bespreken ze dan steeds aan het begin van het semester. Er is een ander meisje hier, afkomstig uit Canada en erg aardig, dat er ook voor een semester zal verblijven.

De leeftijden van mijn huisgenoten, allen studenten, liggen niet lager dan die van mij. Ze hebben soms voor het begin aan hun opleiding gewerkt of een andere opleiding gedaan – in hun landen van herkomst kan dat nog, die hebben meer wat lijkt op een kenniseconomie.

Verder betaal ik hier voor dit gehorige, niet zelfstandige gebeuren 20% meer dan mijn oude netto huur terwijl dat geheel zelfstandig was. Voor eten betaal ik gemiddeld 40% meer. Ik heb die maximale lening wel nodig voor die zeven maanden, want ik ben verder van geen enkele financiële backup voorzien, werd mij in november op niet al te leuke manier duidelijk.


Gearchiveerd onder:Diaries, Reisverhaal

maandag, 16 januari 2012

ZinenRede

ZinenRede (Frans Schütt)

Linkedin Twitter

Het menu: Lustobject

In het menu, niet op voorpagina, ferdows kazemi, hans teeuwen, iran, lustobject, nederlandse nationaliteit, buitenland, de volkskrant, en meer.
De in Iran geboren columniste Ferdows Kazemi sprak onlangs in de Volkskrant haar afkeuring uit over Hans Teeuwen, die op het toneel zijn seksuele fantasie met de koningin verbeelde en daarmee de vrouw als lustobject neerzette. Ik had op deze plaats Ferdows tot nadenken willen stemmen met een vlammend betoog voor de vrouw als lustobject, door voor eens en altijd duidelijk te maken dat de mensheid zonder het fenomeen lustobject niet zou bestaan. Tot ik het schrijnende relaas tegenkwam over het eenjarige dochtertje van haar stervende zus. Ferdows heeft zich na de dood van deze zus en met instemming van de Iraanse vader over het kleine meisje ontfermd en is nu 11 jaar haar pleegmoeder. In Nederland kunnen buitenlandse pleegkinderen geen Nederlandse nationaliteit krijgen. En omdat de Iraanse wetgeving adoptie van haar onderdanen in het buitenland niet toestaat, wordt dit 12-jarige de facto Nederlandse meisje, net als Mauro met uitzetting bedreigd. Waar zijn wij in dit land in vredesnaam mee bezig! Laat dit gedoe waar iedere Nederlander zich ten diepste voor behoort te schamen onmiddellijk ophouden en geef kinderen als Mauro en dit meisje een normaal leven verdomme! Maar Ferdows, gun jouw meisje dan ook dat ze een normaal lustobject mag zijn.

vrijdag, 13 januari 2012

Paul van Grieken

Paul van Grieken

Twitter

Veiligheid in een bange buurt

In amsterdam zuid, politiek, veiligheid, bedrijf, cv, gewoon, huis, lezen, medemens, en meer.

De stadsdeelkrant heb ik meestal binnen drie seconden uit. Deze week werd mijn aandacht wat langduriger getrokken, namelijk door een weerzinwekkende advertentie van de politie. “Iemand aan de deur? Doe nooit zomaar open!”. Dat is dus ‘veiligheid’: wantrouwen en angst organiseren met als beoogt effect dat een misdrijf uitblijft. De advertentie past naadloos in het veiligheidsdenken van de stadsdeelvoorzitter: Mensen, maak elkaar zo bang dat jullie het wel uit hoofd halen elkaar iets aan te doen. 

 

"Iemand aan de deur? Doe nooit zomaar open!" - advertentie van de politie in de stadsdeelkrant van 12 januari 2012

“Afspraak met een bedrijf aan huis? Zorg dat er een bekende bij u aanwezig is.” Lezen we ook in de advertentie. Van de tientallen keren dat er bij mij een bedrijf langskwam, was dat gewoon een aardige man of vrouw die een euvel in mijn huis kwam oplossen of de cv kwam onderhouden. Nooit heb ik enige reden gehad tot wantrouwen van mensen die gewoon goed hun werk willen doen.

En hoe vaak zou het elders in de stad mis gaan? Zou misschien één op de tienduizend huisbezoeken malafide blijken? Of één op de honderdduizend? En moeten we dan uit wantrouwen voor onze medemens bij al die 9.999 huisbezoeken van een dienstbaar persoon eerst een bekende optrommelen die er bij aanwezig moet zijn? Belachelijk! Als deze bangmakerij de manier is waarop de politie ‘waakzaam en dienstbaar’ denkt te zijn, dan staat de politie bij mij boven aan het lijstje te wantrouwen bedrijven.

Dit is niet dienstbaar aan een veilige samenleving. Want wat betekent veiligheid nog als je bang wordt van de deurbel?

 

ZinenRede

ZinenRede (Frans Schütt)

Linkedin Twitter

Het menu: Maatschappelijke verantwoordelijkheid

In het menu, niet op voorpagina, jehova's getuigen, maatschappelijke verantwoordelijkheid, gewoon, lezen, mensen, ondergang, verantwoordelijkheid, en meer.
Overkomt het u ook wel eens, dat u ’s ochtends bij het lezen van de krant gestoord wordt door de bel en bij het openen van de deur twee volledig onbekende personen voor uw neus ziet staan? En u vrijwel onmiddellijk in de gaten heeft dat het hier twee aanhangers van Jehova betreft? Stop, gooi niet direct de deur dicht, deze mensen doen gewoon hun werk! En bovendien hebt u een maatschappelijke verantwoordelijkheid ten opzichte van al-te-goed-gelovigen. Kijk eerst even iets beter naar uw bezoekers. Meestal gaat het om een slimmerik van het mannelijke geslacht die het woord voert en een zwijgende getuige, die voor de kat haar staart meeloopt. Wanneer dit een meisje of vrouw is – en ook dat is meestal het geval – richt dan al uw aandacht en charmes op haar en negeer de prater. Verleid haar subtiel. Uw ochtendjas is daar een uitstekende outfit voor. Ze is deze aandacht niet gewend, hetgeen u kunt aflezen aan haar blozend gezicht. Wanneer u de indruk krijgt dat wilde fantasieën de vrome gedachten naar de achtergrond verdrongen hebben, is uw taak volbracht en hebt u een zieltje, sorry een lichaam van de ondergang gered. Doe dan pas de deur dicht.

donderdag, 12 januari 2012

Rien Honnef

Rien Honnef

Twitter GR

Beste ANWB

In algemeen, anwb, prijsverhoging, wegenwacht, auto, campagne, euro, nederland, persoonlijk, en meer.

Beste ANWB, Al vele jaren ben ik lid van uw organisatie. Al sinds 1981 om precies te zijn. Inmiddels dus ruim 30 jaar. Met enige trots moet ik er bij bekennen. En al die jaren ben ik ook in het bezit van een auto. Slechts een korte periode beschikten mijn vrouw en ik over twee auto’s. En het was altijd zo, en zeker in de beginjaren, dat het lidmaatschap van de ANWB weliswaar een persoonlijk lidmaatschap was, maar je profiteerde er beide van. Mijn echtgenote dus ook wanneer ze met de auto onderweg ging. De ANWB kaart is dan ook altijd standaard in de auto aanwezig. Een paar jaar geleden begon echter de discussie; mocht dat wel, met z’n tweeën gebruik maken van 1 kaart? Eigenlijk niet, aldus uw organisatie. Maar, zo leerde mij telefonisch desgevraagd, een ANWB/Wegenwachtmedewerker zou er niet echt moeilijk over doen. En dat deed men ook niet twee of drie jaar geleden toen mijn echtgenote met pech bij een pompstation langs de snelweg stond. Ze werd prompt geholpen. En ik verwachtte ook niet anders. Op ‘mijn’ ANWB kaart stond ook keurig netjes alleen R. Honnef. Nou, daar kun je, m of v, alle kanten mee op. Dit jaar niet meer. Sinds 2012 prijkt er keurig netjes Dhr. R. Honnef op de kaart. En daarnaast is er ineens een reclamecampagne van de ANWB voor het ‘partnerlidmaatschap’ voor nog geen 3 euro per jaar maand (32 per jaar om precies te zijn). Nu is het lidmaatschap van de ANWB + Wegenwacht Nederland 67 euro per jaar. En met de 32 euro per jaar er bij een verhoging van bijna 50%, wanneer je gehuwd bent en beide personen gebruik maken van dezelfde auto. U geeft in de campagne wel netjes aan dat het handig is voor als de partner zelf ook een auto heeft, maar toch, ik ben wel benieuwd naar de uitwerking van én de toevoeging Dhr. op mijn kaart én het nieuwe prijsplan wat u heeft bedacht voor de partner. Het heeft toch alle schijn in zich dat u eerdaags mijn echtgenote binnenkort niet meer laat ‘meeliften’ op wat mijn kaart heet te zijn.

Saskia van der Werff

Saskia van der Werff

Twitter

Mijn wens #WOT 2

In geluk, mensen, buren.
Wens, wens, wens? Wat gebeurt er met me als ik over dit woord nadenk? Gedachteloos begint een toon in mij rond te zingen, een stem brengt mij terug naar mijn kindertijd. Wat een prachtig liedje was dat. “Als er een ster valt mag je een wens doen”. Een mannetje dat niet weet wat hij wensen moet als hij een ster ziet vallen, en dan maar als wens nog een ster laat vallen. Tot er geen één meer aan de hemel staat. Niet alleen dit liedje maar ook sprookjes leren ons dat het mogen doen van wensen een geschenk is, waar je bedachtzaam mee om moet gaan. Want voordat je het weet gebeurt er iets verschrikkelijks! Maar die fee dan, of de geest uit de fles die onze wensen doen uitkomen. Waar ligt hun verantwoordelijkheid? Zijn die feeën en geesten wezens aan wie het vermogen ‘nee’ te zeggen, ontbreekt? Ik ken de sprookjes niet waarin een fee zegt: ‘Die wens van jou, die vind ik zo beroerd, die laat ik niet uitkomen’. Komt dat omdat wij alleen goede wensen hebben?
      Daar ben ik niet van overtuigd. Vaak zijn onze wensen heel erg banaal. De rijdende rechter heeft er wat mee te stellen. Een man die een vrij uitzicht wenst en zijn buurman verplicht zijn schutting weg te halen. Of een vrouw die gek wordt van het getwitter van vogeltjes in de overhangende takken van de boom van de buren. En dan wenst dat die boom omgehakt wordt. Eigenlijk vaak erger nog: om een wens te realiseren is het handig om er een recht van te maken. ‘Ik heb recht op nachtrust dus moet die boom weg’. Het opschalen van een wens naar een recht maakt duidelijk wat er zo vervelend is aan een wens. Het lastige aan een wens is de uitkomst ervan: daarin zijn we meestal afhankelijk van anderen.  En die ander zit niet altijd te wachten op jouw wensen. Hoe kan ik dan de ander beter aanzetten om mijn wens te vervullen dan hem te wijzen op zijn plichten. De rijdende rechter rijdt vaak uit omdat wij het onderscheid niet meer weten tussen wensen en rechten. Waar ligt dan het onderscheid?
       Wij mensen voelen goed aan dat het hebben van een recht betekenisvol is omdat het een ander verplicht. Mijn recht op eigendom verplicht de ander er vanaf te blijven. Mijn recht op geluk verplicht de ander mij dat te gunnen. Ik kan eigendom wensen, maar er bestaat geen plicht bij een ander mij dit te geven. Die wens, daar ben ik zelf verantwoordelijk voor. Daarin ligt het belangrijkste onderscheid tussen een recht en een wens. Voor het uitoefenen van rechten ben ik gerechtvaardigd een ander te verplichten, die mede-verantwoordelijk is. De rijdende rechter helpt ons deze mede-verantwoordelijk aan de juiste personen toe te wijzen. Welke plicht heb ik, welke plicht heeft mijn buurman. Voor het uitoefenen van mijn wensen kan ik alleen diegene verplichten die mij elke ochtend in de spiegel aankijkt. Alleen mijzelf dus. En dat geeft tevens het belang van wensen weer. Diegene die mij elke ochtend in de spiegel aankijkt, kan mij de volgende vraag stellen: ‘Als dat wat je voor vandaag wenst, daadwerkelijk uitkomt, hoe denk je dan ik je morgen aankijk?’ Eigenlijk is dat een fee of een geest uit de sprookjes, maar dan met mijn eigen reflectie. Het nadenken over mijn wensen maakt me er bewust van hoe ik in mijn leven sta.
      Ik wens mijzelf voor vandaag veel bedachtzaamheid toe, in datgene wat ik anderen toewens.


#WOT staat voor Write On Thursday. Een initiatief van Karin Ramaker van met-k.com Iedere donderdag presenteert zij een woord waarmee bloggers aan de slag gaan. Deze week het woord "Wens".

dinsdag, 3 januari 2012

Simon Otjes

Simon Otjes

Last.fm Twitter

Wat is goed politiek drama?

In denenmarken, fictie, politiek, verenigd koninkrijk, verenigde staten van amerika, vergelijkende politiek, amerika, analyse, beleid, en meer.

Goed politiek drama slaat een ongemakkelijke balans slaan tussen drie dingen: politiek realisme, een intrigerend plot en meeslepend politiek idealisme. De schets van hoe politiek werkt, moet kloppen, anders gaat het wringen. We zetten de televisie uit als het niet klopt. Maar wil een politiek drama ons meenemen, dan moet er iets gebeuren, we moeten mee genomen worden in een verhaal. Politiek biedt daar mooie mogelijkheid voor: grote belangen, slimme strategen en intrige op het hoogste niveau. Ten slotte wordt een politiek drama alleen echt interessant als we ons met de karakters kunnen identificeren: als zij zich vol idealisme inzetten voor een betere wereld. Ik wil vanuit dit perspectief naar een aantal verschillende politieke drama’s kijken.

Ideal(istisch)e Politici

The West Wing (1999-2006, wiki, een van de vele prachtige scenes) is de touch stone van political drama. Het volgt President Bartlet, de ideale president: een man met de charme van Clinton, de intelligentie van Keynes en de compassie van Carter. Het team om hem heen, zijn woordvoerders, chief of staff, en speechwriters, doen hun best om van dit Presidentschap een succes te maken. De politieke realiteit is weerbarstig, de Democratische President staat tegenover een Republikeins Congres. Ze weten politieke successen te boeken, maar moeten nationaal en internationaal tegenslagen weerstaan. Alle politici hebben het hart op de juiste plek, maar moeten soms vuile handen maken om meerderheden voor hun wetten te vinden en om de wereld veilig te houden. De serie is geprezen om het realistisch beeld dat het geeft van het Amerikaanse politieke stelsel. De serie komt het meest op gang in de laatste seizoenen als de focus wordt verlegd naar de race om het presidentschap tussen een oude, maar onafhankelijk denkende Republikein en een jonge Democratische kandidaat met een etnische afkomst. Vier jaar voor de verkiezing van Obama weet de serie een boel correcte voorspellingen te doen: zelfs de voorspelling dat de Democratische kandidaat uiteindelijk een tegenstrever zou kiezer voor de post van Secretary of State.

Ik denk dat de grote kracht van The West Wing ligt in de combinatie van twee dingen: een realistisch beeld hoe politiek in Amerika eigenlijk werkt, een aanstekelijk politiek idealisme van de hoofdpersonen die geloven dat ze het land de goede kant op kunnen krijgen. Maar het geniale schrijf- en camerawerk maakt het af: door de snelle dialogen en voortdurend bewegend opgenomen scenes wordt je meegezogen in een dynamische politieke wereld die je wel moet volgen. Het enige minpunt is het overall plot: in de eerste seizoenen zijn er veel “political problem of the week”-afleveringen, het grote plot komt pas met de onthulling dat de President ziek is, maar dit niet heeft vertelt. De makers probeerden een Lewinsky-achtige affaire in hun verhaal te verweven: een President die liegt en daarover verantwoording moet afleggen, en zo zijn presidentschap zwaar beschadigt, maar daar zit een stuk minder intrige achter dan je zou verwachten. In de latere seizoenen de race om The White House, niet zo zeer spannend maar wel enthousiasmerend.

"I may be your archnemesis, but I'll come over for Thanksgiving"

Commander-in-Chief (2005-2006, wiki, eerste scene) probeert het succes van The West Wing te kopieren: een onafhankelijke vice-president van de Verenigde Staten wordt president als de Republikeinse president doodgaat. Ze vindt een vijandig Congres tegenover zich en woelt zich door familieproblemen. Ik heb al eerder geschreven dat deze serie een slechte kopie is.

Seks en Politiek

De Lewinsky-affaire is een grote inspiratie voor filmmakers, veel zoeken de relatie op tussen seks en politiek: de nieuwe film The Ides of March (2011, wiki, trailer) van George Clooney verslaat de primary-verkiezing van een linkse Amerikaanse presidentskandidaat door de ogen van een van zijn jonge, ambitieuze, idealistische aides: die stuit op een politieke schandaal. De kandidaat heeft een kind verwekt bij een campagnemedewerker. De aide helpt de medewerker bij een abortus, maar de druk wordt haar te veel: ze pleegt zelfmoord. De aide gebruikt die informatie uiteindelijk om zelf zijn positie in de campagne zeker te stellen. De film lijkt sterk op Primary Colors (1998, wiki, trailer). De plotten vallen min-of-meer samen: een seksueel schandaal, een aide die het geheim houdt. En zo verliest een jonge politicus zijn naiviteit. De herhaling van deze verhalen is ook niet raar, want President Clinton werd door zulke seksuele schandalen achter volgt. Het fundamentele verschillen tussen de twee verhalen is dat in The Ides of March iedereen alles voor zijn eigenbelang inzet, in Primary Colors komt de politieke volwassenwording heel hard aan, maar verandert de naieve jongeling niet in een slag in een berekende Machiavelli. Dat geeft duidelijk een plus aan Primary Colours voor realisme en idealisme.

"I'll be president in four years, sir"

The American President (1995, wiki, trailer) geeft een veel romantischer beeld van de verhouding tussen macht en liefde. The American President gaat over de opbloeiende relatie tussen de Democratische Amerikaanse President, een wedunaar, en een milieulobbyiste. Hun liefde komt onder politieke druk te staan als het wordt gebruikt door de Republikeinen die het als een test zien van de moraliteit van de president. Uiteraard: in deze romantische komedie overwint de liefde alles. De waarheid over macht en liefde zal wel ergens tussen de cynische thriller Ides of March en de zoetsappige romantische komedie The American President in liggen. Het meest interessante aan deze flim is dat hij vier jaar voor The West Wing is gemaakt en dat een aantal acteurs op opvallende plaatsen opduiken: President Bartlet is nu Chief of Staff.

The Contender (2000, wiki, trailer) focust op ook een seksschandaal, dat weer wordt gebruikt als de toetssteen van de moraliteit van een Democratische politicus: nu van de eerste vrouwelijke kandidaat-vice-president van de Verenigde Staten. De kandidaat wordt door de Republikeinen ervan beticht tijdens haar studietijd seks te hebben gehad om lid te worden van een studentenvereniging. De kandidaat zwijgt. Dit brengt haar kandidatuur in groot gevaar. We komen erachter dat ze het niet heeft gedaan, maar dat ze vindt dat politiek hier niet over mag gaan. Een klassieke clash tussen het idealisme van een Democratische kandidaat en het cynisme van het Republikeinse establishment. Maar geeft een realistisch beeld van hoe schandalen worden gebruikt om kandidaten te breken.

Post-Lewinsky cinema kunnen we het wel noemen. Maar ook andere recente gebeurtenissen hebben ook hun weerslag gehad: de legendarische presidentschappen van Nixon en Kennedy zijn ook verfilmd.

Historisch Realisme

The Kennedys (2011, wiki, trailer) reconstrueert de Amerikaanse politieke machine: de Kennedys. Vader Joe Kennedy heeft maar een ambitie: zelf President van de Verenigde Staten worden. Als dat niet lukt, concentreert zijn ambitie zich op zijn oudste zoon. Als die omkomt in de Tweede Wereldoorlog, dan richt hij zich op zijn een-na-oudste zoon: John F. Kennedy. Kennedy heeft dezelfde krachten en zwakten als zijn vader: een politiek genie, maar in de relatie met vrouwen uitermate onbetrouwbaar. Alle middelen, inclusief keiharde verkiezingsmanipulatie, worden ingezet om verkozen te worden: zelfs de maffia steunt hen. JFK schopt het tot president. We volgen het presidentschap van Kennedy: statesmanship in de Cuban Missle Crisis (ook mooi verslagen in Thirteen Days (2000, wiki, trailer)). De communicatie tussen de wereldleiders gaat in punten en komma’s van officiele verklaringen. En uiteraard het politiek idealisme in de strijd tegen segregatie. We weten dat het presidentschap van Kennedy bloedig eindigt. Zijn broer Bobby neemt de fakel over en betaalt dat ook met zijn leven.

Over het realisme van zulk politiek drama wordt vaak gezeverd: maar dat gaat over kleine details. Het algemene beeld van politiek dat er geschetst wordt klopt. De Kennedys werden gedreven door hun ambitie om seksuele en politieke veroveringen te boeken en om Amerika iets eerlijker te maken. Daarvoor waren alle middelen geaccepteerd. De nationale politieke realiteit blijkt weerbarstig, maar de internationale politieke realiteit is nog weerbarstiger. We delen de politieke ambities van de Kennedys in de strijd tegen segregatie, maar de alle middelen zijn geaccepteerd-mentaliteit gaat soms te ver.

Een alle middelen zijn geaccepteerd-mentaliteit staat ook centraal in All the President’s Men (1976, wiki, trailer) dit volgt de journalisten die het Watergate schandaal ontdekten. Het is misschien niet zozeer een politiek drama als een journalistieke thriller. Ze stuiten via een simpele inbraak in een hotelcomplex op een samenzwering rond de Republikeinse Amerikaanse president Nixon om met het  Democratische hoofdkwartier af te luisteren. Om hun macht te behouden zijn politici tot alles in staat. De journalisten zijn echter oprecht op zoek naar de waarheid … en een goed politiek verhaal. In Frost/Nixon (2008, wiki, trailer) legt Nixon verantwoording af bij de journalist Frost. De interviews

"I'll be prime-minister of Britain one day, I promise"

hebben echt plaats gevonden, maar de verfiliming geeft de context realistisch weer: een sluw politiek genie die een tweede rangs-journalist wil gebruiken om zijn onschuld te bewijzen, en een jonge journalist die zich graag wil bewijzen door een zo groot mogelijke scoop te halen.

Het grote nadeel van zulke films is dat we het einde al weten: je weet dat in de laatste scene van The Kennedys RFK wordt doodgeschoten, je weet dat de wereld niet is vergaan tijdens de Cuban Missiles Crisis en je weet dat, hoe hij het ook probeert te ontkennen, Nixon een crook is.

Maar ook de recente geschiedenis inspireert: Too Big to Fail (2011, wiki, trailer) verslaat een episode uit de Amerikaanse bankencrisis, namelijk hoe in een heel korte tijd de grote banken van Amerika gered moeten worden (het is zo een interessant zusje van de financiele thriller Margin Call (2011, wiki, trailer) over de nacht dat een bank instort). Too Big to Fail geeft een mooi inzicht in hoe de besluitvorming loopt: met niet-meewerkende bankiers, eigenwijze senatoren en grote belangen.

Brits Cynisme

Welke is echte echt en welke een kopie?

De Amerikaanse politiek staat uiteindelijk veraf van wat wij in Europa gewend zijn: een parlementair stelsel met een premier en onafhankelijke professionele bureaucratie. Politici hebben niet het vermogen om de wereld te veranderen, noch de intelligentie daarvoor. Politiek is wat er gebeurt op televisie, terwijl ambtenaren de dienst uit maken. Dat is in elk geval de indruk die we krijgen van de Britse serie Yes, Minister/Yes, Prime Minister (1980-1984, wiki, een klassieke scene). Dit is een klassieke Britse sitcom uit de jaren ’80: een catchphrase, hoge grapdichtheid en niet meer dan drie karakters: de politicus die denkt hij iemand is, maar dat niet is, de sluwe topambtenaar en de aangever, de persoonlijke secretaris van de minister. Maar daar achter zit een cynisch-realistisch beeld van de politiek. Een minister weet in een periode van vier jaar niets te bereiken, de echte macht ligt bij de honderden ambtenaren die er jaren zitten, en in het bijzonder de topambtenaren. Het was de favoriete serie van de toenmalige premier Margaret Thatcher zelf, die een even cynisch beeld had van de overheid.

De VPRO heeft, overigens, recentelijk geprobeerd de serie te kopieren, zonder succes (Sorry Minister, 2009, wiki, een overduidelijk gekopieerde scene).

Yes, I'm Evil

Nog cynischer dan Yes (Prime) Minister is de serie House of Cards (1990, wiki, klassieke scene), To Play the King (1993, wiki, nog zo’n klassieke scene) en The Final Cut (1995, wiki, een laatste klassieke scene). Ik schreef hier al eerder over. Het volgt de fictieve politieke carriere van Francis Urquhart (F.U.) een machiavellistische politicus. Urquhart wil alles doen om zijn macht te vergroten. In House of Cards elimineert hij een-voor-een zijn mogelijke concurrenten als conservatieve partijleider door seksschandalen te creeeren en reputaties van mensen te vernietigen. Het kost uiteindelijk het leven van zijn politieke assistent. Urquhart begint een relatie met een jonge journaliste die geintrigeerd is door het charisma van de macht. Ze komt achter zijn plannen. Urqhart vermoordt ook haar. In To Play the King is Urquhart premier geworden aan gaat hij de strijd om de macht aan met de idealistische koning, die zich verzet tegen het rechtse beleid van de regering. Urqhart dwingt hem uiteindelijk af te treden voor zijn nog zeer jonge zoon. In The Final Cut probeert Urquhart zijn pensioen zeker te stellen door in de laatste dagen van zijn premierschap een oliedeal te regelen waar hij zelf voordeel van heeft. Als dit dreigt uit te komen, laat zijn vrouw, die in de hele serie een soort Lady Macbeth is geweest, hem vermoorden om zijn reputatie te bewaren. Dit niveau van intrige gaat veel verder dan echte politiek, of zelfs de Amerikaanse politieke thrillers. Waar in het begin de kijker, net als de jonge journaliste geintrigeerd is door de machtpoliticus Urquhart, eindigt hij als een karikatuur. Deze triologie is een interessante studie van absolute macht, maar staat wel ver van de politieke realiteit.

"I told you I'd prime-minister one day."

Blair werd voor 2003 gezien als een politicus van een ander slag dan de cynische conservatieven. Een man die als geen ander kan communiceren, mensen enthousiast kan maken voor een progressief verhaal. In het drieluik The Deal (2003, wiki, laatste scene), The Queen (2006, wiki, trailer) en The Special Relationship (2010, wiki, trailer) zien we hoe Tony Blair, een jonge ambitieuze hervormer, begint aan een politieke carriere onder mentorschap van de norse Gordon Brown, die door Blair wordt gezien als de natuurlijke partijleider. Hij groeit uiteindelijk boven Brown uit. Blair kan premier worden. De relatie verzuurt: in de politieke realiteit is The Deal nodig tussen de twee. Eerst acht jaar Blair, dan de kans voor Brown. The Queen begint met het aantreden van Blair, die zich tegenover de Britse Koningin moet verhouden. Het opent met een prachtige scene waarin de Koningin een jonge Blair, die net de verkiezingen heeft gewonnen, terecht wijst over het protocol: Blair mag de Koningin niet vragen hem te benoemen als premier. De Koningin moet hem vragen premier te worden. De dood van Prinses Diana is een schakelpunt: Blair weet het publieke sentiment na de dood van Diana veel beter in te schatten dan de koele afstandelijke Koningin. Blair moet de Koningin overtuigen menselijkheid te tonen. The Special Relationship focust op de relatie tussen Blair en Bill Clinton. Clinton nodigt de Blair, als leider van de oppositie uit in het Witte Huis. Hij ziet in Blair een mooie mogelijkheid om een gelijkgezinde centre-left progressive politicus aan de macht te helpen. Clinton geeft Blair advies als hij eenmaal premier is geworden. De twee leiders komen in conflict over Kosovo. Blair wil veel harder ingrijpen dan Clinton. Dat wil hij uit politiek idealisme: de wereld moet vrij worden gemaakt van dictatuur. Hij forceert Clinton, die ondertussen door seksschandalen politiek is verzwakt, om in te grijpen. Twee jaar later is een verzuurde Clinton president af en zoekt Blair een nieuwe relatie met Bush. De politieke kernboodschap van de drie films is dat politiek niet over grote idealen of grote schandalen, maar over persoonlijke relaties gaat. Blair groeit iedere keer als leerling boven zijn meester uit, wat de relaties onder druk zet.

"Another actor to play Blair, how dare you."

Een aanzienlijk cynischer beeld van het premierschap van Blair spreekt uit uit de Amerikaanse film the Ghost Writer (2010, wiki, trailer). De film gaat over een ghost writer die de memoires moet schrijven van een voormalige Britse premier. De premier, een duidelijke kopie van Blair, was heel populair in eigen land en bij de Amerikaanse regering. Zijn reputatie is echter onder druk gekomen vanwege zijn steun aan de War against Terror. De schrijver komt erachter dat de premier letterlijk door de Amerikanen aan de macht geholpen is: in zijn studietijd is hij gekoppeld aan een vrouw die hem stimuleerde om premier te worden en daar het Amerikaanse belang te dienen. Een vermakelijke speculatie, maar geen diepzinnige politieke analyse. Een soort Manchurian Prime Minister eigenlijk (cf. Manchurian Candidate 1962, 2004, wiki, wiki, trailer, trailer)

Van Eigen Bodem

Twee Bernhards

In Nederland hebben we het ook geprobeerd: politiek drama van onze eigen bodem. Den Uyl en de Affaire Lockheed (2010, wiki, trailer) volgt de Nederlandse premier Den Uyl die probeert een schandaal rond de Kroon te voorkomen. Het conflict tussen de linkse idealen van Den Uyl en de politieke realiteit worden mooi weergegeven door Den Uyl zowel te volgen in zijn eigen familie, waar zijn eigen zoon Den Uyl veroordeelt voor het creeeren van een doofpot en op het Paleis, waar hij keihard met de politieke realiteit wordt geconfronteerd. De affaire en Den Uyl spelen een bijrol in Bernhard, Schavuit van Oranje (2010, wiki, trailer). Dit legt vrij realistisch het politieke leven van Bernhard langs het politieke leven Maxima. Bernhard, geniaal gespeeld door Daan Schuurmans, vindt zichzelf eigenlijk te groot voor Nederland: tijdens de Tweede Wereldoorlog werkt hij mee met staatslieden, in het na-oorlogse Nederland wordt zijn positie steeds marginaler. Maar de sluwe vos weet, zo speculeert de serie op basis van het script van Thomas Ross, een laatste zet te maken: hij haalt Maxima naar Nederland om de zwakke kroonprins bij te staan, zoals ook hij ooit naar Nederland is gehaald om de zwakke kroonprinses bij te staan.

Dat is wel een hele subtiele verwijzing.

Een stuk zwakker is Vox Populi (2008, wiki, trailer). Het volgt de politiek leider van RoodGroen (ja, dat is een heel subtiele verwijzing), Jos Fransen, die in een midlife crisis is beland. Via de nieuwe vriend van zijn dochter komt hij in contact met “gewone burgers”. Hij merkt dat hij het goed doet in de peilingen als hij de taal van deze gewone burgers uitslaat op televisie. Maar daarmee breekt hij wel met zijn eigen politieke programma. De peilingen en zijn affaire met een stagaire slaan hem naar de bol. En uiteindelijk besluit hij te migreren. De film is weinig realistisch: het gaat uit van populistisch idee dat er een kloof tussen burger en bestuur is en dat kiezers naar iedere politicus neigen die daarover heen stapt. Wat de film precies wil zeggen over politiek is mij onduidelijk: het lijkt me eerder een film over een man in een midlife crisis die toevallig politicus is. Het enige interessante is het hoge aantal cameo’s van ‘echte’ politici, journalisten en opiniemakers.

De Burcht

Een Nederlandse The West Wing is er dus niet. Het meest dichtbij komt Borgen (vanaf 2010, wiki, bijbehorende website). Borgen volgt de Deense politica Birgitte Nyborg, die onverwacht premier wordt. We volgen de complexe relaties tussen politici, de media en voorlichters en de reprecussies van politieke carrieres op het thuisfront. Nyborg, de leider van de sociaal-liberale partij Moderate wordt onverwacht premier, als de leider van de grote sociaal-democratische partij en de leider van de grote liberale partij verwikkeld raken in een moddergevecht over politieke schandalen op de laatste dagen van de verkiezingen. Nyborg vormt een minderheidskabinet van groenen, sociaal-democraten en sociaal-liberalen dat soms steun moet vinden bij de uiterste linkse Solidarisk Samling en soms bij de centrum-rechtse Ny Nojre. Binnen de coalitie staan de weinig sympathieke sociaal-democraten, die zich als de natuurlijke machtspartij zien, klaar om Nyborg een dolk in de rug te steken. Het partijenstelsel is overduidelijk gebaseerd op het Deense, maar doet sterk denken aan het Nederlandse stelsel: van rechtse xenofobe populisten tot regenteske sociaal-democraten, het is wel heel herkenbaar. De serie wordt soms gezien als politiek naief omdat Nyborg nogal amateuristisch is en er vaak alleen voor lijkt te staan, maar Nederlandse politici zijn allemaal amateurs. Tegelijkertijd volgt het plot de jonge journaliste Fonsmark, wiens carriere een plotseling sprong maakt. Zij probeert haar onafhankelijke journalistieke positie te beschermen tegen de druk van de politieke macht en niet altijd welwillende collega’s. Ze worden verbonden door Kasper Juul, de sluwe spindokter van de premier: een echte machtspoliticus die prachtige speeches kan schrijven en die een relatie had met Fonsmark.

De serie is gemaakt door de makers van The Killing, een politiethriller. En dat is het enige nadeel: er is een grote neiging om lijken naar beneden te gooien als een soort Deus Ex Machina. De serie opent met de politiek assistent van de liberale premier die sterft in de kamer van Fonsmark (met wie hij een relatie heeft) en voor zijn baas belastend bewijs achterlaat voor Juul om te vinden. En zo zitten er wel meer weinig realistische thriller-achtige twists en turns in.

Veel realistischer is de weergave van de relatie tussen seks en macht. De premier en haar man groeien uit elkaar: hij moet zijn carriere opgeven voor haar. Zij heeft het veel te druk om intiem te zijn met hem. Het huwelijk valt uitelkaar: niets geen spannende one-night-stands maar een opdrogend huwelijk.

We zien een prachtig en herkenbaar beeld van politiek achter de schermen in een parlementair stelsel. Hierin probeert de premier trouw te blijven aan haar sociaal-liberale idealen, terwijl de media en haar coalitiepartners dat proberen te dwarsbomen. Een prachtige serie dus, het enige probleem is dat de schrijvers denken dat ze bovenop alle politiek ook nog een extra dramatisch plot nodig hebben, dat niet bijdraagt aan het politieke verhaal.

In Conclusion

De meest realistische films zijn de historische drama’s. Het minst realistisch zijn volgens mij Vox Populi en The Manchurian Candidate. Het meest idealistisch zijn The Contender en The West Wing. Een hele serie films en series zijn uitermate cynisch. Het spannendst is The Contender, samen met Primary Colors, Ides of March en House of Cards. Daarin kan je echt niet voorspellen hoe het plot zich ontwikkeld. Commander in Chief, Yes, Prime Minister/Sorry, Minister en Vox Populi zijn aanzienlijk voorspelbaarder. Dat geeft een tie aan de top (The Contender/The West Wing) en een duidelijke verliezer: Vox Populi.

maandag, 2 januari 2012

Alicia Hobbel

Alicia Hobbel

Hyves Twitter

Gelezen in 2011

Ieder jaar neem ik me voor meer te lezen. Ik kan zeggen dat dat in 2011 gelukt is, maar dat kwam dan vooral omdat ik in 2010 helemaal schandalig weinig boeken opengeslagen heb.

De teller is blijven hangen op… *tromgeroffel*…. 11

Gelukkig waren het wel bijna allemaal boeken die enigszins de moeite waard waren. Niets zo erg als 300 pagina’s door een boek ploegen en je constant afvragen wanneer het nou gaat komen. Daar had ik dit jaar gelukkig weinig last van. En de boeken waarbij dat het geval was, heb ik gewoon weer opzij gelegd.

1. The woman who walked into doors - Roddy Doyle

Lang geleden heb ik The Snapper gelezen van Doyle en ik vond het verschrikkelijk. Waarschijnlijk was ik toen ook nog te jong om het sociale aspect van het boek helemaal te begrijpen. Doyle heeft met dit boek nog een herkansing gekregen. Hij schrijft over een vrouw die door haar man mishandeld wordt en over hoe ze hem er uiteindelijk uit zet. Het was aardig om te lezen, maar niet meer dan dat.

 Hoe een vrouw zo ver komt om zo’n leven te accepteren werd me er niet duidelijker door, al te veel emotionele diepgang kon ik er niet in ontdekken en qua schrijfstijl is Doyle niet bijzonder. Het leest vlot weg, maar daar is dan ook alles mee gezegd. Ik geloof niet dat ik snel nog een boek van Doyle op zou pakken.

2. Alleen maar nette mensen van Robert Vuijsje.

Na alle ophef over het boek, was ik nieuwsgierig. Ik hou niet van hypes, maar wilde uiteindelijk toch weten of het echt zo fout was als het klonk. Ik moet eerlijk bekennen dat ik het boek met plezier gelezen heb. Het is grappig geschreven. De scène waar de hoofdpersoon met zijn upperclass ouders gaat eten bij zijn vriendin thuis, is me bijvoorbeeld bijgebleven. Zijn  moeder vraagt haar hoe het gerecht wat ze eten heet.

“Is dit Surinaams? Hoe heet dit?”

“Kip met rijst en groente.”

“Ja maar hoe heet het?”

“Kip… met rijst en groente.”

Dit soort humor maakt in alle eenvoud toch duidelijk in wat voor verschillende werelden mensen leven en dat vind ik positief aan dit boek. Wie vindt dat de auteur discrimineert en vrouwonvriendelijk is, weet niet waar de grens ligt tussen fictie en werkelijkheid. Het is misschien geen Mulisch met vier verschillende verhaallagen, maar het lijkt me een goed boek om jongeren op middelbare scholen te laten lezen; een mooie opening om het te hebben over discriminatie, emancipatie, klasse, liefde en seks.

3. De Wetten –  Connie Palmen

Ik vind Connie Palmen, die verderop nog een keer op mijn lijst voorkomt, een intrigerend mens. Ik herken veel van mezelf in haar en haar boeken, zelfs in haar schrijfstijl. Ik vond De Wetten echter een net niet-boek. Het concept is leuk: verschillende mannen in het leven van de hoofdpersoon, die allemaal hun eigen wetten hanteren om het leven te structureren en begrijpen. Niet alle hoofdstukken komen echter goed uit de verf en de karakters missen vaak diepgang. Storend vind ik soms de focus op de reflectie van de hoofdpersoon op haar relaties met al deze mannen. Dat haalt het niveau van het boek een beetje naar beneden, alsof je de brievenrubriek van de Viva zit te lezen. En de schrijfstijl van Palmen is ook zoals altijd eentje die me net niet helemaal ligt: ik hou altijd het gevoel dat haar woorden net niet helemaal soepel uit de pen vloeien.

4. Turks Fruit - Jan Wolkers

Door vele jongens gelezen bij gebrek aan pornoboekjes. Dat belooft wat… Maar afgezien van de soms wat geforceerde shockelementen, de ‘vieze woorden’, vond ik het heel mooi geschreven. Eenvoudig, vloeiend, gedetailleerd en niet emotieloos.

5. De Vriendschap - Connie Palmen

In tegenstelling tot De Wetten wist De Vriendschap me wel te boeien. De manier waarop de hoofdpersoon omgaat met vriendschap, haar manier van gehecht raken aan mensen, haar relatie met fysieke intimiteit en haar positie op school zijn allemaal herkenbaar. Relaties en intimiteit zijn een terugkerend thema in Palmen en is vermoedelijk waarom ze me zo fascineert, omdat ik er net zo mee worstel.

6. De ruimte van Sokolov - Leon de Winter

Het verhaal moet even op gang komen, maar dan wordt het ook wel spannend. Sokolov werkt in de ruimtevaart in Rusland en door een ongeluk met een raket raakt hij zijn aanzien en positie kwijt. Hij glijdt af en vlucht uiteindelijk naar Israël, waar hij door een vroegere klasgenoot en ex-collega uit de goot getrokken wordt en in een crimineel web terecht komt. Het boek bevat wat aardige elementen, vragen met betrekking tot klasse, identiteit en het conflict tussen normen en waarden enerzijds en zelfbehoud anderzijds. Uiteindelijk is voornamelijk een literaire thriller - een boek voor op het strand voor de literaire snob. 

7. De Harm en Miepje Kurk Story - Remco Campert

Zo’n lichtgewicht dat ik me letterlijk niet meer kan herinneren waar het over gaat.

8. Daisy Miller - Henry James

Het gaat over een man die tijdens zijn reis een jongedame ontmoet, Daisy Miller, die zich niet houdt aan de conventies van die tijd. De hoofdpersoon heeft een onsympathiek karakter – voor zover sprake is van enig karakter – en het boekje is voornamelijk een omschrijving van handelingen en gedachten zonder al te veel diepgang. Kort samengevat vindt hij Daisy interessant zolang ze aandacht aan hem besteedt, maar zodra ze met een ander uit wandelen gaat, rent hij er onder invloed van anderen achteraan om haar te waarschuwen dat dat echt niet kan. De belevingswereld van Daisy blijft een mysterie en Daisy sterft uiteindelijk aan een ziekte die zij opliep tijdens een avondwandeling met een man, na daarvoor gewaarschuwd te zijn door de hoofdpersoon. Straf voor haar wangedrag, zou je denken. Het boekje is symbolisch voor de relatie tussen oude wereld (hoofdpersoon Winterbourne) en de nieuwe wereld (Daisy Miller) en verwijst naar plaatsen die vroeger belangrijke rollen speelden in de literatuur en literaire werken die nu niet meer bekend zijn. Daardoor is het echter niet bepaald een tijdloos werk en is het moeilijk te waarderen als iets anders dan een onderdeel van de literaire geschiedenis.

9 & 10. Eragon en Eldest - Christopher Paolini

Een mens heeft af en toe ontspanning nodig of een mogelijkheid om te ontsnappen aan het dagelijks leven. Na het zien van een slechte verfilming van Eragon



 en het lezen van de reacties van fans, dat – zoals gebruikelijk – het boek beter was dan de film, besloot ik het boek te bestellen. 

Christopher Paolini was pas 15 toen hij de eerste versie van Eragon op papier zette. Misschien was de hoofdpersoon daarom ook een jongen van die leeftijd, maar afgezien daarvan is het bijna niet voor te stellen dat zo’n jong iemand zo’n boek kan schrijven. Het verhaal zit goed in elkaar en er is veel aandacht besteed aan de namen en de verschillende talen van de karakters in het boek. Paolini heeft bijzonder veel aandacht voor details, dat maakt het levendig.

11. Sexing the Cherry - Jeanette Winterson.

Absoluut mijn favoriete boek van het
afgelopen jaar. Wintersons stijl heeft veel weg van die van Angela Carter. Het boek bevat veel fantastische elementen, speelt met tijd, ruimte en gender. Een must-read voor liefhebbers van Carter en voor feministische boekenwurmen.


zaterdag, 31 december 2011

ZinenRede

ZinenRede (Frans Schütt)

Linkedin Twitter

Het menu: Buurman

In het menu, niet op voorpagina, eurocrisis, moestuin, siertuin, silezië, verenigd europa, vriendschap, dieren, en meer.
Iedere ochtend wanneer ik de gordijnen openschuif zie ik hem rondlopen in zijn tuin, de Duitse buurman. Zijn hele leven - 79 jaar inmiddels - staat hij vroeg op om kippen, eenden en konijnen te voeren. Hij komt oorspronkelijk uit Silezië, is daar in 1945 als 16-jarige verdreven en via een lange zwerftocht weer met zijn familie herenigd in toenmalig Oost-Duitsland. Daar leert hij zijn vrouw kennen en samen worden ze in de jaren 60 van de vorige eeuw door West-Duitsland 'vrijgekocht'. Sinds die tijd leeft hij in ons Duitse dorpje dicht tegen de Nederlandse grens. Zijn vrouw onderhoudt met haar kromme rug de siertuin aan de voorkant en hij is verantwoordelijk voor de dieren en de moestuin. In de zomer maait hij wekelijks het gras bij zijn 97-jarige schoonmoeder, een paar straten verder. Hij leert mij veel over de natuur tijdens onze dagelijkse gesprekken. Soms gaat het over zijn vrouw. Hij vraagt zich af of hij haar nog kan geven wat ze als vrouw 'verdient'. En hij maakt zich zorgen over haar toenemende vergeetachtigheid. Een verdeeld Europa was verantwoordelijk voor zijn vele omzwervingen. Het openen van de Europese grenzen heeft geleid tot onze vriendschap. Mijn wens voor 2012 is een verenigd Europa, met of zonder eurocrisis.

donderdag, 29 december 2011

John Jorna

John Jorna

Helpt geweld tegen het kwaad?

OMGAAN MET HET KWAAD IN DE WERELD

Je bent geograaf of je bent het niet! Als geograaf onderscheid je verschillende schaalniveaus. Het kleinste schaalniveau is dat van het gezin. Zou zich zelfs in een gezin kwaad voordoen? Op het eerste gezicht denk je van niet. Kinderen kunnen wel eens ondeugend zijn, maar dat valt voor mij niet onder “het kwaad”. Maar dan lees je over huiselijk geweld: mannen, die hun vrouw mishandelen of omgekeerd. Kinderen, die mishandeld worden, soms met dodelijk gevolg. Je hoort over seksueel misbruik van meisjes door vader of broer. Achter de voordeur gaat veel kwaad schuil. Leerkrachten en huisartsen wordt gevraagd daarop attent te zijn en ook buren zouden hun vermoeden kunnen melden bij een vertrouwensarts. Laten we bedrijven en instellingen deze keer maar overslaan.

We kijken naar het wijk- of dorpsniveau. Meestal is dit nog redelijk overzichtelijk en kennen veel mensen elkaar. Nu is er vaak veel weerzin tegen sociale controle, want dat wordt gemakkelijk geassocieerd met sociale dwang tot “deugdzaamheid”, als de jonge mensen tenminste nog weten, wat daaronder wordt verstaan. Maar als gezinnen weg gepest worden uit een wijk, dan zou de meerderheid van goedwillende mensen dat niet moeten pikken en zeker niet de ouders van de pesters. Die zouden ook door iedereen daarop aangesproken moeten worden. Buurtwerkers, wijkagenten, buurtverenigingen, jeugdzorg en gemeente horen goed samen te werken en daarbij vooral moeten afspreken, wie de eerst verantwoordelijke is voor de aanpak van een probleemgeval. Een interessant nieuw initiatief is Burgernet. Wie zich daarbij heeft aangesloten krijgt soms van de politie een sms of mondelinge boodschap via de telefoon om te waarschuwen, wanneer hij iemand met een nauwkeurig signalement ziet.

Toch is het bestrijden van criminaliteit en het verzekeren van de veiligheid van de burgers vooral een overheidstaak. De overheid moet de wet handhaven. Zelfs in Nederland valt dat niet mee. Bij zware criminaliteit is vooral het leveren van een wettig en overtuigend bewijs moeilijk. De politie kampt vaak met te weinig of onvoldoende deskundig personeel. Computercriminaliteit vroeg een totaal nieuw soort specialisten.

Is het in Nederland al moeilijk, hoe uitzichtloos lijkt het in een land als Somalië of Mexico of Afghanistan. In dit laatste land proberen we er iets aan te doen door agenten een eerste opleiding te geven en ook mee te werken aan de opleiding van hoger personeel en medewerkers van justitie. Maar het land kent meerdere stammen, die zich weinig aantrekken van een centraal gezag en landelijke wetten. Er is een enorme corruptie, ook bij de overheid en die blijft meestal ongestraft. Lokale krijgsheren betalen wapens en munitie met de opbrengsten van de papaverteelt. En natuurlijk zijn er de Taliban, die met geld van elders velen tot meevechten weten te bewegen. Want het is een arm land met weinig werkgelegenheid. Zo bezien is de training van die paar politieagenten een druppel op een gloeiende plaat? Of moet je misschien een andere beeldspraak gebruiken: een zaadje, waaruit een forse boom kan groeien? Wat doe je tegen het kwaad in een falende staat als Afghanistan? Wat is de zin van de aanwezigheid van de NAVO in het land? Terwijl al eerder is gebleken, dat je je hand maar beter niet in dat wespennest kunt steken. De groei naar een rechtsstaat moet van binnen uit komen en dat vraagt ontwikkeling. De Afghanen zelf moeten tot het inzicht komen, dat het anders kan. Dat vraagt ontwikkeling en het ontstaan van een middenklasse, die dat allemaal niet meer accepteert. Daar gaan wel een paar generaties overheen. Toch zie je het overal in de wereld gebeuren: China, India, Brazilië waren onderontwikkelde landen en groeien nu snel naar de top van de grote economieën in de wereld. Het kwaad in de wereld kun je niet laten verdwijnen met geweld. Het lost niets op. De oorzaak van het kwaad wordt niet weggenomen.

Toch blijft steeds weer de twijfel. Als kind maakte ik de Duitse bezetting heel bewust mee. Ik begreep heel goed, dat het Nazidom het kwaad was, dat bestreden moest worden. Ik was die Canadezen enorm dankbaar toen zij ons na bijna vijf jaar vrijheid brachten. In Oost-Europa kwam in de plaats van het Nazibewind een communistische dictatuur. Het duurde nog vijfenveertig jaar voordat die verdween. Niet door geweld van buitenaf, maar het kwam van binnenuit. In voormalig Joegoslavië moest van buitenaf met geweld worden ingegrepen om er rust te brengen en nog steeds moet de door buitenlandse troepen worden bewaakt. Wat doe je tegen mensen, die echt niet het goede willen?

Hoe lang moeten de Afghanen nog wachten op vrijheid en veiligheid en ontwikkeling en welvaart?

Jaargang 4, Nr. 195.

ZinenRede

ZinenRede (Frans Schütt)

Linkedin Twitter

Het menu: Geloven

In het menu, niet op voorpagina, geloof, god, seksueel misbruik, zin, genieten, kerk, kerstboom, en meer.
Enkele dagen voor Kerstmis zijn mijn vrouw en ik te gast bij een jarige vriendin. We worden omringd door aardige en vooral gelovige mensen. Op deze plek beginnen over het misbruik door de kerk zou gelijkstaan aan een klap in het gezicht van de gastvrouw. Dus vraag ik wat geloven voor haar betekent. Ze antwoordt dat het geloof zin geeft aan het leven. Maar waarom moet het leven zin hebben? Ze kijkt me verbaasd aan, want zo een reactie heeft ze niet eerder gehoord. Zonder zin zou de mens toch doelloos rondzwerven, niets zou hem ervan weerhouden het slechte te doen, uitsluitend aan zichzelf te denken of in een depressie te vervallen? Maar ook als het leven zinloos is heeft de mens de keuze om het goede te doen, daar heeft hij geen God voor nodig. Omgekeerd, in naam van God en het geloof zijn de grootst denkbare gruwelen begaan, tot op de dag van vandaag. Het geloof ontslaat de mens van zijn eigen verantwoordelijkheid. Bij het weggaan wenst de gastvrouw ons prettige dagen toe, want kerstmis heeft voor ons toch geen betekenis. Thuisgekomen genieten we van de rust, de stilte en de lampjes in de kerstboom.

woensdag, 28 december 2011

Simon Otjes

Simon Otjes

Last.fm Twitter Blogreacties: Selçuk Akinci

Climate control in het Huis van de Vrijheid

Het Huis van de Vrijheid, het nieuwe boek van Leidse filosoof Rutger Claassen is een van de meest moedige filosofische poging die ik ken: het uitwerken van een consistent politieke filosofie gebaseerd op autonomie, aan de hand van actuele casussen. Het is daarmee een filosofisch werk dat zich relevant maakt voor de politiek van vandaag. Ik wil in de komende blogs naar dit boek kijken.

Een van de minst bevredigende onderdelen van de Het Huis van de Vrijheid is de analyse van klimaatpolitiek. Claassen stelt dat we zouden kunnen denken dat we op basis van het schadebeginsel ecologische grenzen kunnen stellen aan economische ontwikkeling. Als we grondstoffen uitputten dat ontzeggen vrijheden aan toekomstige generaties.

Maar welke aanspraak maken toekomstige generaties op ons? Onze kinderen maken overduidelijk aanspraak op ons: zij zijn er en hebben recht op een evenredig deel van de natuurlijke grondstoffen. Maar hoe zit het met de generaties daarna: stel je twee scenario’s voor: in het eerste scenario leeft de mens duurzaam voor tien generaties en dan komt door een meteoriet een einde aan het leven op aarde. In het tweede scenario leeft de mens onduurzaam voor vijf generaties en dan komt de mensheid om door haar eigen vervuiling.

De vraag is of het leven van die extra vijf generaties menselijke inspanning waard is, als menselijk leven toch tot einde komt. De vraag is of we als mensheid kort en gelukkig moeten leven, of langer en minder gelukkig. Voor individuen laten liberalen die keuze aan mensen zelf, maar hoe zit dat het met de mensheid? Voor utilisten is de berekening simpel: volgens het principe van het meeste geluk, moeten gewoon kijken of het verlies aan welzijn door verminderde consumptie opweegt voor de groei van mensen. Het is een empirische vraag hoe die berekening uitvalt. Liberalen hebben echter geen voorkeur voor zoveel mogelijk menselijk leven.

Het fundamentele probleem is dat de vijf ongeboren generaties geen aanspraak maken op ons. Als je echt zou geloven dat  nog-niet geboren leven van ons kan eisen dat we hen moeten laten leven, dan betekent dat iedere vrouw zoveel mogelijk kinderen moet krijgen. Zij hebben als individu geen morele status.

Wat Claassen voorstelt is dat als we de toekomstige generatie niet zien als een groep individuen we dit probleem kunnen ontlopen. Een tweede is dat we de waarde van het bestaan van de toekomstige generatie als groep kunnen instrumentaliseren. Wat wij doen heeft alleen zin omdat er een volgende generatie is die het zal erven. Als we de volgende generatie de mogelijkheid ontzeggen om dingen te doen die blijvend zijn ontzeggen we hun zin in hun leven. Dat is een niet-liberale theorie van waarde, die dingen alleen waardevol vind als ze blijvend zijn. De gemeenschap van mensen heeft waarde op zich.

Hier stokt Claassen: hij besluit er is geen liberale grond om duurzaam te zijn, daarvoor moeten we een andere theorie van waarden hebben, dan wel gebaseerd op het voortbestaan van de mensheid, dan wel op het bestaan van individuele mensen.

Ik kan me een grondslag bedenken van een andere theorie van waarden: deze gaat uit van morele verantwoordelijkheid. Het is een Kantiaans principe dat iedereen zo moet handelen dat het principe van zijn handeling een universele wet is. Iedereen moet zo kunnen handelen als jij doet. Als je overweegt te liegen, dan moet je bedenken hoe de wereld eruit zou zijn als iedereen zou liegen. Dan heeft praten geen zin meer omdat je zeker weet dat mensen niet de waarheid spreken. Communicatie wordt dan zinloos. Je kan in analogie hiermee voorstellen dat iedereen duurzaam moet leven, want als alle generaties zo onduurzaam zouden hebben geleefd dan zou mijn generatie er niet zijn geweest. Kortom er is voor Kantianen een moreel imperatief om duurzaam te leven.

Voor gemeenschapsgezinden, utilisten en deontologische Kantianen is er een moreel imperatief om als individu duurzaam te leven. Er is echter vanuit liberaal perspectief geen politiek imperatief om als samenleving duurzaam te zijn. Het fascinerende is dat het klimaatvraagstuk als geen ander collectieve actie vereist: het handelen van mensen om duurzamer te leven heeft alleen zin als we het samen doen. Om ervoor te zorgen dat iedereen duurzamer leeft, moet de overheid iedereen daartoe verplichten.

Allemaal mooie theorie. We kunnen duurzaamheid niet verplichten tot de zesde tot tiende generatie. De problemen met het klimaat zijn veel groter dan de vraag of de zesde generaties nog kan leven, maar de vraag of onze kinderen in een zelfde rijkdom kunnen leven als wij. Dat dwingt nu tot het maken van keuzes voordat het klimaat onveranderdelijk is beschadigd voordat zij groot worden. De vraag die onder Claassen’s analyse ligt, is of we we meer moeten doen voor die zesde generatie. Maar volgens mij is die vraag verkeerd: we moeten al ongelofelijk veel doen door de tweede generatie en daar profiteert de zesde ook van. De volgende generatie zal voor een zelfde keuze komen te staan, of ze voor hun kinderen genoeg willen overlaten. En die vrijheid moeten we hen in essentie ook laten. Voor die vrijheid moeten wij ook voor inleveren.

dinsdag, 27 december 2011

Simon Otjes

Simon Otjes

Last.fm Twitter

Links, Rechts en Het Huis van de Vrijheid

Het Huis van de Vrijheid, het nieuwe boek van Leidse filosoof Rutger Claassen is een van de meest moedige filosofische poging die ik ken: het uitwerken van een consistent politieke filosofie gebaseerd op autonomie, aan de hand van actuele casussen. Het is daarmee een filosofisch werk dat zich relevant maakt voor de politiek van vandaag. Ik wil in de komende blogs naar dit boek kijken.

Het Is filosofisch een fascinerend boek: boek bestaat uit vier delen. In het eerste deel werkt Claassen het idee van liberalisme uit. Hij laat zien dat liberalen uiteindelijk allemaal een ideaal van autonomie delen, maar dat zij zijn verdeeld over linkse en rechtse liberalen. In de overige drie delen werkt hij onderwerpen uit vanuit liberaal perspectief die zich niet per se verhouden tot die links/rechts tegenstelling: de rol van de overheid in het beperken vrijheid vanwege schade (aan jezelf of anderen), de rol van de overheid in de economie en vraagstukken rond identiteit immigratie en integratie.

Links en Rechts als Filosofische Begrippen

Claassen stelt dat liberalen allemaal een ideaal van autonomie delen (mensen moeten zelf vorm kunnen geven aan hun eigen leven). Ze zijn echter verdeeld over een ander vraagstuk. Rechtse liberale filosofen geloven sterk in individuele verantwoordelijkheid. Mensen zijn zelf verantwoordelijk voor hun eigen succes en voor hun eigen falen. Linkse liberalen denken dat talenten ongelijk verdeeld zijn: het inkomen dat ik verdien wordt gedeeltelijk bepaald door mijn intelligentie. Dat is aangeboren. Daar ben ik verantwoordelijk voor en heb ik dus geen recht op. Maar het tegenovergestelde geldt ook: als ik misdaden pleeg, ben ik daar in rechts liberaal perspectief zelf verantwoordelijk voor en moet ik dus de straf dragen. Volgens linkse liberalen ben ik geneigd misdaden te plegen door dingen waar ik zelf niet verantwoordelijk voor ben (slechte jeugd). En dus ben ik daar niet verantwoordelijk voor. Rechts staat voor individuele verantwoordelijkheid voor goede en slechte keuzes, links staat voor collectieve verantwoordelijkheid, omdat niet alles onze eigen keuze is. De andere onderwerpen vallen volgens Claassen daarbuiten: vraagstukken van nationale identiteit, economische groei en paternalisme vallen volgens hem buiten de links/rechts tegenstelling.

Links en Rechts als Politicologische Begrippen

Dit is in politicologisch opzicht een curieuze opinie. We weten dat links en rechts niet altijd hetzelfde betekent hebben: in Nederland betekende links en rechts aan het eind van de negentiende eeuw seculier en religieus. Links was seculier en rechts was religieus. Claassen heeft wel oog voor deze tegenstelling maar noemt dit filosofieën die een autonomie-ideaal centraal stellen (mensen moeten zelf keuzes maken en de overheid moet zo neutraal mogelijk zijn) en filosofieën die een welzijnideaal centraal stellen (de overheid weet wat het goede leven is en moet dit uitdragen). Sinds de Tweede Wereldoorlog betekent links in de eerste plaats voorstander van overheidsingrijpen in de economie en rechts de overheid grijpt niet in. Dit volgt de tegenstelling die Claassen links en rechts noemt. Vanaf de jaren ’70 komt daar de discussie over economische groei bij. Rechts kiest steeds voor economische groei en links voor andere maatschappelijke waarden zoals een ecologische balans en een balans tussen werk en zorg. Na 2002 komen tegenstelling rond immigratie, integratie en identiteit prominent op de politieke agenda. Links betekent hier erkent een multiculturele realiteit en rechts streeft naar een monoculturele samenleving. Links en rechts zijn dus in voortdurende ontwikkeling. Claassen stelt een links/rechts-tegenstelling centraal die in het huidige publieke debat steeds minder prominent wordt: als we kijken naar de posities van kiezers dan is hun positie op culturele vraagstukken steeds belangrijker voor hun positie op de links/rechts-as dan hun positie op economische vraagstukken.

Het interessante is dat als we kijken naar de meningen van kiezers al deze links-rechts assen niet samen vallen: de meeste kiezers zijn voor herverdeling (‘links’) maar ook voor een sterke overheid die optreedt tegen criminaliteit (‘rechts’). Volgens de filosoof Claassen zijn kiezers hier dan niet consequent op zijn. Links en rechts zijn in zijn analyse zulke heldere begrippen, als dit niet de lijnen van competitie zijn hebben kiezers dat schijnbaar verkeerd begrepen.

Ik denk niet dat dit terecht is. Als we het perspectief een klein beetje kantelen dan wordt het volgens mij duidelijk dat je best voor overheid kan zijn die hard optreedt tegen criminaliteit en armoede. Je kan de overheid zien als het schild van de zwakkeren, tegenover de sterkeren. Als een oud omaatje bestolen wordt op straat door een potige crimineel, dan lijkt het mij duidelijk wie de zwakkere en wie de sterkere partij is. Criminelen kiezen vaak de zwaksten in de maatschappij uit: het is gemakkelijker om te stelen van een vrouw of een bejaarde dan van een man en een jongeren. Als je als centrale principe neemt: de overheid moet de zwakkeren beschermen, dan moet de overheid optreden tegen criminelen om zo de slachtoffers te beschermen. Maar laten we nu eens kijken naar de arbeidsmarkt: wie is hier de zwakke en sterke partij? In de arbeidsmarkt zijn er verhoudingsgewijs veel minder bedrijven die om arbeid vragen, dan dat er aanbieders van arbeid zijn. De enkele grote bedrijven hebben ten opzichte van velen werkzoekende een monopoliepositie. Daarnaast hebben zij een hele afdelingspersoneelszaken die arbeidscontracten opstelt en loonschalen bepaalt. Een werkzoekende heeft niet de specialistische kennis om de nuances van het arbeidscontract te begrijpen. De overheid moet als schild van de zwakkeren optreden om de werkzoekende te beschermen tegen de mogelijke uitbuiting door de werkgever. De overheid moet er dus voor zorgen dat lonen eerlijk zijn en contracten niet alleen begrijpelijk zijn maar ook gebonden aan arbeidswetgeving die er voor zorgt dat een werkzoekende zich geen zorgen hoeft te maken over uitbuiting: het is altijd min-of-meer eerlijk geregeld. En als schild van de zwakkeren kan de overheid ook meer belasting vragen van de sterkste om zo regelingen in stand te houden waar zwakkeren voordeel van hebben: een klassiek sociaal-democratisch principe is de sterkste schouders dragen de zwaarste lasten.

In dit perspectief is overheidsingrijpen in de markt ten opzichte van bedrijven en in de samenleving ten opzichte van criminelen gerechtvaardigd omdat er een zwakkere partij en is een sterkere partij. De overheid moet als schild van de zwakkeren het opnemen voor de zwakkere partij. Het kan dus best consistent zijn om ‘rechts’ te staan om veiligheid en ‘links’ op sociaal-economische onderwerpen.

Links en rechts zijn flexibele begrippen die over tijd en tussen groepen sterk kunnen verschillen in betekenis. Voor filosofen zijn dit soort termen in gewikkeld. Ze proberen ze te vangen in definities, maar als wetenschapper weet ik maar al te goed dat de politieke werkelijkheid veel complexer is dan de definities van de filosoof toe laten.

zondag, 25 december 2011

ZinenRede

ZinenRede (Frans Schütt)

Linkedin Twitter

Het menu: Buurvrouw

In het menu, niet op voorpagina, liefde, tuinieren, verlegenheid, koffie, hulp, broeken, tegenovergestelde, en meer.
Bij thuiskomst zie ik mijn buurvrouw in het gras zitten. Tuinieren is haar lust en leven, ook al is ze 78 en loopt ze voorovergebogen met een stok, vanwege een vergroeide rug. Ik groet haar en vraag of ze aan het uitrusten is van vermoeiende handelingen. Ze groet terug en antwoordt verlegen: "eigenlijk niet, ik ben gevallen en kan niet meer overeind komen." Ik schrik, vraag me af hoe lang ze daar al zit en bied mijn hulp aan. Haar verlegenheid wordt groter, zeker wanneer het mij niet lukt en ze mij moet vragen haar man achter in de tuin te halen. Hij had zich al afgevraagd waarom de koffie zo lang op zich liet wachten en we lopen samen naar voren. Wanneer ze ons, maar eigenlijk hem in het oog krijgt begint ze te huilen. "Huil maar niet", zegt de 79-jarige echtgenoot, hij pakt haar van achteren onder de armen en tilt haar voorzichtig op. Haar broek is naar beneden gezakt en snikkend vraagt ze hem om deze op te hijsen. Hij doet dat, maar zegt zacht in haar oor dat hij vroeger veel liever het tegenovergestelde met haar broeken deed. Dan breekt de lach door haar snikken heen.

donderdag, 15 december 2011

ZinenRede

ZinenRede (Frans Schütt)

Linkedin Twitter

Het menu: Verkracht en schuldig

In het menu, niet op voorpagina, afghanistan, de baarsjes, schoonheid, verkrachting, amsterdam, bril, geert wilders, en meer.
Een 21-jarige Afghaanse vrouw, verkracht door de echtgenoot van haar nicht, moet voor haar leven vrezen. Ze was al veroordeeld tot 12 jaar cel wegens 'gedwongen overspel', maar president Karzai heeft haar na twee jaar gratie verleend. Volgens haar verkrachter zal ze nu waarschijnlijk door haar familie uit schaamte worden vermoord. Dit soort praktijken schijnt normaal te zijn in Afghanistan. Ik moet niets van Geert Wilders hebben. Als ik door de Baarsjes in Amsterdam loop geniet ik van de vele culturen die men daar tegenkomt. Een vrouw met hoge hakken, strakke spijkerbroek, kort leren jasje en daarboven een kunstig geknoopte hoofddoek, die slechts laat raden naar het weelderige haar dat er onder verborgen blijft, bewijst dat de vermenging van west en oost kan leiden tot grotere schoonheid. Ook kan ik me voorstellen dat de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens wellicht te zeer vanuit een westerse bril is opgesteld. Maar kan iemand mij, met welk boek ook in de hand, aannemelijk maken wat er rechtvaardig is aan het veroordelen, opsluiten en vermoorden van een vrouw, die het slachtoffer is van niet in bedwang gehouden mannelijke lusten?

woensdag, 14 december 2011

Harmen Binnema

Harmen Binnema

Last.fm Twitter

Mevrouw of meneer de voorzitter

Volgend jaar februari mogen we haar kiezen. Of hem. De nieuwe partijvoorzitter. Na bijna zes jaar Nijhof is het tijd voor een ander. Ik herinner mij de komst van de man met de wilde grijze haren (of hadden ze toen nog een andere kleur?) en dito snor nog goed. Kort daarvoor was mijn meest memorabele partijraad ooit, waar Sam Pormes wat halfslachtig eerherstel kreeg en Herman Meijer het veld moest ruimen. In deze woelige tijden zocht GroenLinks een interim-voorzitter die rust kon brengen en die werd in het oosten gevonden. De tijdelijke man bleek het wel naar zijn zin te hebben, stelde zich een jaar later opnieuw beschikbaar en werd met ruime meerderheid gekozen. Het partijleven kwam tot bloei, er werd veel gediscussieerd, de organisatie ging op de schop, maar op de cruciale momenten miste GroenLinks toch de boot. De doorbraak naar 15 zetels kwam niet en regeringsdeelname bleef uit.

Nu staat een nieuwe generatie te trappelen: Heleen Weening is 35 jaar, Arno Uijlenhoet 42. Alhoewel, trappelen… bij de presentatie die zij maandag hielden vond ik hun ideeën nogal voorspelbaar, een beetje old school. Wie is er nou tegen debat in de partij, het vergroten van de interne democratie, het betrekken van leden en het werken aan een (al dan niet linkse) progressieve samenwerking? Het vraagt heel wat speurwerk om inhoudelijke verschillen tussen de twee kandidaten te vinden. En over hoe ze dit alles willen bereiken, blijven Heleen en Arno nogal vaag.

Je zou natuurlijk kunnen zeggen dat het voor een functie als partijvoorzitter ook niet nodig is om al te uitgesproken opvattingen te hebben. Of dat er al genoeg te kiezen valt op basis van geslacht, leeftijd, (beroeps)achtergrond, (partij)ervaring en stijl. Maar ik hoop toch dat deze kandidaten in de komende tijd ook iets meer laten zien van wat ze vinden van de huidige koers van GroenLinks, welke inhoudelijke debatten ze willen gaan aanjagen. Iets van een analyse van hoe het komt dat we nog steeds niet meeregeren en waarom het zo matig gaat in de peilingen lijkt mij ook welkom.

Oh ja en een beetje vaker twitteren…

maandag, 12 december 2011

Renate Richters

Renate Richters

Twitter GR

De stad door de ogen van een dakloze

Zaterdag ben ik op pad geweest met KDET, onze Klankbordgroep Dak- en Thuislozen. KDET bestaat uit een aantal mensen die vroeger op straat hebben geleefd in Eindhoven, en zich nu, vanuit hun ervaringsdeskundigheid, inzetten om de belangen van de dakloze Eindhovenaar te behartigen. Zij houden zich onder andere bezig met het ondersteunen van de doelgroep door spreekuren te houden op plekken waar veel daklozen komen, zoals de inloophuizen en de nachtopvang, en door hen op te zoeken op de plekken waar zij zoal vertoeven in de stad. Verder heeft KDET een straatkompas gemaakt, een boekje met alle informatie die een dakloze nodig heeft om in Eindhoven de weg te vinden. En ze begeleiden ‘straatsurvivalroutes’. Een route uitgezet voor bv hulpverleners, ambtenaren én dus gemeenteraadsleden, langs alle locaties die belangrijk zijn voor daklozen in onze stad.

Hieronder een sfeerimpressie van de dag in beeld. Lees mijn verslag door onderaan dit artikel op de link te klikken.

  

kdet1 kdet2
‘t Hemeltje, inloophuis in Hemelrijken

De nachtopvang aan de Barrierweg

kdet3 kdet4

Hangplekken achter het station en in de Raffeissenstraat

 
kdet5 kdet6
Hangplekken achter de parkeergarage en langs het spoor  

  

Lees hier mijn verslag!!!

Het is vroeg op deze zaterdag, om 9.00 worden we verwacht bij de nachtopvang aan de Barrierweg. We hebben geluk met het weer, koud maar zonnig. Ik trek mijn stevige wandelschoenen aan en uitgerust met dikke sjaal en handschoenen ben ik er klaar voor.

Bij aankomst blijken de mensen die gebruik maken van de nachtopvang al vertrokken. De nachtopvang is dan alweer gesloten. Er zijn alleen nog een paar mensen aanwezig die schoonmaken. Dit wordt gedaan door de gebruikers zelf, hiermee kunnen ze een overnachting verdienen. We beginnen met een rondleiding door de nachtopvang. Een prima voorziening, alles ziet er netjes uit. Er is een gezamenlijke ruimte, waar ook gegeten wordt, er is een rookruimte, met computers, en er zijn slaapzalen waar max. 6 bedden in staan. Ik heb jeugdherbergen mogen ervaren die er beduidend minder luxe aan toe waren. Maar het verschil met een jeugdherberg wordt al snel duidelijk. Bij binnenkomst (op vaste tijden, na 8.00 gaat de deur op slot en kom je er niet meer in of uit), dien je al je spullen in te leveren en krijg je een bak met daarin een standaarduitrusting met trainingsbroek, slippers en een fleecetrui. Toch een klein beetje een gevangenisgevoel. De medewerker, een beetje gaar na zijn nachtdienst, legt uit dat op die manier voorkomen wordt dat er drugs ed gebruikt wordt in het huis. Dat is niet de bedoeling. Maar de gebruikers hebben wel zelf inbreng: er is een periodiek overleg tussen de gebruikers en medewerkers van de nachtopvang. KDET houdt hier wekelijks spreekuur. Ook daar kunnen mensen hun signalen kwijt.

Na de rondleiding in de nachtopvang gaan we de straat op. Het is zaterdag, meteen de moeilijkste dag voor daklozen. Want op zaterdag zijn er haast geen voorzieningen open waar ze terecht kunnen. De inloophuizen zijn gesloten. Alleen bij het Leger des Heils mogen ze een uurtje binnen op zaterdag voor een kopje koffie.

We lopen de route die de meeste mensen afleggen als ze richting het centrum lopen. Tussen de huizen en de flats door. We zien een man in z’n eentje rondscharrelen tussen de flats. Een bekende. ‘Hier stonden vroeger bankjes’ zegt één van onze gidsen. ‘Maar die zijn weggehaald, vanwege overlastmeldingen uit de omgeving. Maar ja, het zijn ook maar mensen….’

De tocht vervolgt richting de Kruisstraat. Naar de Albert Hein. ‘Daar kon je vroeger gratis koffie krijgen, maar die automaat is weggehaald’. De Albert Hein is voor veel mensen de eerste halte om bier te halen. Een doorgewinterde alcoholist drinkt 24 halve liter blikken per dag. Een collega raadslid, vroeger vakkenvuller op zaterdagochtend had zich altijd al afgevraagd wat die mensen toch moeten met al die blikken Euroshopperbier op de vroege ochtend. Nooit gedacht dat mensen dat bier al op dat tijdstip zouden wegkrijgen….

De tocht vervolgt richting het TU/e terrein. Een favoriete plek voor daklozen in de zomer. Hier werden ze, tot voor kort, met rust gelaten. Tot dat de TU/e begon te klagen over de rotzooi die ze lieten slingeren. Sindsdien worden ze daar weggejaagd.

Naar de overkant dan maar, langs de Bunker, daar ligt ‘het bultje’. Het valt niet op, een heuveltje met wat bomen en struiken erop, grenzend aan de achtertuinen van de straat verderop. Maar het is één van de beste slaapplekken voor in de zomer. Veilig en beschut, uit het zicht van het leven in de huizen en straat. En iets verderop, een groep struiken. ‘Kijk, hier hangt de waslijn! Toen ik hier laatst was hing het helemaal vol’.

Bij het Dommeltunneltje staan we even stil bij de inmiddels overleden Remy. Een bekende op straat. Hij sliep daar altijd. ‘Zelfs als het -10 was, moesten ze ‘m uit die tunnel komen sleuren. Hij wilde niet naar binnen’. Aan de andere kant van de tunnel stond vroeger de keet van Novadic Kentron. Bakkie koffie drinken. Dat kan er nu ook, bij Occupy, die hier met haar tenten is neergestreken. Onder de Occupiers vertoeven een paar bekenden van de straat.

Achter het oude postkantoor laten onze gidsen zien hoe je door het hek kunt, naar een leegstaand pand van de NS, waar een van onze gidsen vaak heeft geslapen. Een rustige plek, waar ze lang gedoogd zijn. ‘Er was in die tijd een technicus bij de groep, die het hele hek had geautomatiseerd. Het leek wel een oprijlaan’.

Door naar de bankjes bij de moerastuin achter de Effenaar. Nu is er geen riet, maar in de zomer zit je best goed uit het zicht. ‘Trof hier laatst nog iemand aan, zover weg, niet meer aanspreekbaar’. De bankjes langs de Dommel, achter de tramstraat waren ook favoriet. ‘Maar na die melding die ik maakte vanuit KDET, toen ik daar een paar keer iemand in een rolstoel zag rondhangen die heel z’n broek vol bloed had zitten, hebben ze niet alleen de dakloze maar ook de bankjes opgehaald. Niet gewenst’.

Waar de mensen wel gewenst zijn, of in ieder geval gedoogd worden, is naast het Regionaal Historisch Archief aan de Raffeissenstraat. Een prima plek om lekker beschut te zitten als het regent. En de eigenaar van het daarachter gelegen café vindt het goed, als ze hun rotzooi maar opruimen.

Op naar de Heuvelgalerie. Met de lift naar boven, naar een verlaten trappenhuis. ‘Ideaal voor de zondagochtend. Komt niemand hier.’ In de Heuvelgalerie zelf zaten vroeger ook veel daklozen, vooral ‘savonds. Maar daar zijn ze weggeveegd. Overlast voor het winkelend publiek.

Het wordt zo langzaamaan tijd voor de lunch. Normaal gesproken gaan ze dan naar het inloophuis van de Catherinakerk, waar een boterham te krijgen is. Maar die is dicht op zaterdag. Wij hebben geluk: we gaan eten op het kantoor van KDET aan de Paradijslaan. Op de tafel in het kantoor staat een foto van Perry. Tot voor kort lid van KDET, maar onverwacht overleden. Ogenschijnlijk gezond, niet aan de drugs. ‘Hij was aan de gelukkigste periode van zijn leven bezig’.

Na de lunch vervolgt de tocht. Verder langs struiken en bosjes die in het najaar goed gesnoeid worden. Nu kale plekken, maar in de zomer goed dichtgegroeid en daarmee goede plekken om te gebruiken of te overnachten. Door de binnenstad lopen we naar het 18 Septemberplein. ‘Hier gebeurt het. Gekkenhuis was het hier af en toe. Dealers en de hele handel’. Dat beeld herken ik, als ik ‘savonds wel eens vanaf het station naar huis ga na een avondvergadering op mijn werk, staan ze daar inderdaad, op de kop van de Nieuwstraat en het 18 Septemberplein. De dealers en hun klanten.

Bij de parkeergarage aan de Mathildelaan gaan we naar het bovenste parkeerdek. Tussen al het winkelend publiek dat rondjes rijdt op zoek naar een parkeerplek, horen we het verhaal van een goede vriend, die daar zijn favoriete plek had. Ook overleden. Tragisch verhaal, een jongen van 35 die in korte tijd helemaal was afgegleden, in het ziekenhuis terecht was gekomen, en vervolgens op straat is overleden. Een aangrijpend verhaal.‘Hij kon altijd terug naar zijn ouders, en de deur stond ook open voor mij, ik heb er een tijd gelogeerd. Ik kan zijn ouders nu niet onder ogen komen, te pijnlijk, daar kan ik nu nog niet mee omgaan’.

Buiten aangekomen staan we stil bij de deur van de nachtopvang ‘het Eindje’. Ik dacht dat die zo genoemd was naar de parkeergarage waar hij onderin gevestigd zit, die heet ook het Eindje. Maar het blijkt de naam te zijn die door de doelgroep zelf zo is verzonnen. ‘Want als je hier zit, is het echt het einde’. In het Eindje staan zo’n dertig bedden voor de cliënten van Novadic Kentron. Zwaar verslaafde mensen, zover heen. ‘Als ik hier terecht was gekomen, had ik het niet overleefd.’

Zigzaggend door de wijk lopen we richting Hemelrijken. Hier zit inloophuis ‘het Hemeltje’. Het Hemeltje is normaal gesproken op zaterdag gesloten. Maar vandaag is er de kerstmarkt van de buurtvereniging. Er zijn activiteiten in het aan de overkant van de straat gelegen SPILcentrum maar de verkoop van de handwerk-artikelen is dit jaar in het Hemeltje. De doelgroep mag vandaag niet binnen. Dit levert veel discussie op. ‘Belachelijk dat de mensen er niet in mogen!’ Maar de coördinator van het Hemeltje legt uit dat ze blij is om het gebouw voor één keer beschikbaar te stellen voor aan de buurtvereniging. ‘Zo komen de buurtbewoners ook eens over de drempel. En het is buiten de openingstijden.’

In de tuin van Hemeltje drinken we koffie en kijken we terug op de dag. Onze gidsen willen graag van ons horen wat we meenemen van deze ervaring. Ik laat de dag in mijn gedachten voorbij gaan. Het opgejaagde gevoel, van nergens welkom zijn, altijd op je hoede. Het was indrukwekkend om de persoonlijke verhalen van onze gidsen te horen, die open over hun eigen ervaringen, en die van anderen hebben gesproken. Verhalen over hoe het leven van mensen kan lopen. Over verslaving, over gebroken gezinnen, over huwelijken die stranden. Over ellenlange hulpverleningstrajecten, waarbij de slechte ervaringen zich op slechte ervaringen stapelen. Over kinderen die op jonge leeftijd niet meer thuis terecht kunnen. Met name het laatste raakt me, dat kinderen soms in omstandigheden opgroeien waarin ze geen eerlijke kans lijken te krijgen.

Ik denk terug aan de verhalen die ik heb gehoord tijdens de hoorzitting naar de maatschappelijke opvang, die de gemeenteraad een paar jaar geleden heeft gehouden. Ik heb veel dakloze mensen en hulpverleners gesproken in die tijd. Het verhaal van die piloot is me het meeste bijgebleven. Iemand met succes in het leven, een goede baan, een mooi huis in België. Tot hij op een dag na het werk zijn straat in reed, en werd ingehaald door een auto, die voor zijn ogen zijn vrouw en dochtertje doodrijdt, die hem op stonden te wachten. De piloot is doorgereden en uiteindelijk op straat terecht gekomen in Eindhoven, aan de drank. Hij heeft jarenlang geen contact gehad met zijn familie.

We praten over de voorzieningen en de hulpverlening in Eindhoven. Wat er nog mist, en wat er beter kan. En wat je van de mensen zelf mag verwachten. ‘Het lijk wel expeditie Robinson op de straat!’ concludeert mijn collega.

Mijn conclusie: Het is een dun lijntje tussen succesvol zijn en niet. Door foute keuzes en een samenloop van omstandigheden kan een stabiel leven ineens opslaan. We denken dat dat ons nooit kan overkomen, dat wij het nooit zover zouden laten komen. Maar uit de verhalen blijkt dat een leven op de rand van de maatschappij in sommige gevallen dichterbij is dan je denkt. Ik vind het zo belangrijk dat we deze mensen niet zomaar afschrijven, maar dat we ons inzetten om hen uit de situatie te helpen waar ze in geraakt zijn, en ook deze mensen aanspreken op wat ze zelf willen en kunnen. Daar gaat het gemeentelijke beleid over.

Onze wegen gaan hier uit elkaar. Ik loop terug naar de nachtopvang om mijn fiets te halen, en ga naar huis. Na een dag koukleumen op straat is thuis de kachel aan en wacht het eten. Ik voel me rijk, maar ook verdrietig. Het duurt nog een uur voor de nachtopvang weer open gaat.

vrijdag, 9 december 2011

Evelien van Roemburg

Evelien van Roemburg

Hyves Linkedin Twitter GR DWARS

in de kast is het goed toeven

In afrika, onbegrijpelijk, vluchtelingen, homo, lesbienne, raad van state, sierra leone, thomas spijkerboer, uitspraak, en meer.

Een mevrouw vlucht uit Sierra Leone. Ze komt in Nederland aan, en onderhoudt daar in het geheim een relatie met een andere vrouw. Ze wil niet terug naar Sierra Leone, omdat homoseksualiteit niet geaccepteerd wordt en tot (maatschappelijke) uitsluiting kan leiden. Er is geen expliciet verbod, maar wel zijn ‘openbare handelingen’ die samenhangen met homoseksualiteit verboden (zoenen in het openbaar, bijvoorbeeld?).

Een goede basis voor een asielclaim, me dunkt. Als iemand aanhanger is van een politieke stroming in land X, en hem wordt strafrechtelijk verboden om met openbare handelingen (manifestaties, bijeenkomsten, verkiesbaar staan) zijn sympathie te tonen, dan is dat ‘persecution’. Als iemand aanhanger is van een bepaald geloof in land Y, en het wordt hem strafrechtelijk verboden daar met openbare handelingen (bijwonen van een dienst, pamfletjes uitdelen, in de buitenlucht bidden) vorm aan te geven, dan is dat ‘persecution’. Hetzelfde geldt voor homo’s en lesbiennes.

Maar blijkbaar niet in Nederland. De Raad van State, de hoogste rechter voor bestuursrechtspraak, oordeelde dit jaar dat hoewel ‘de seksuele geaardheid een wezenlijk element van iemands persoonlijkheid is’ dit niet betekent dat de vrouw in kwestie in Sierra Leone geen betekenisvolle invulling kan geven aan haar homoseksualiteit. Met andere woorden: ook in de kast kan je prima homo zijn. Dat doet ze in Nederland immers ook.

Dit is werkelijk een absurde uitspraak, in strijd met het Vluchtelingenverdrag uit 1951 en met het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens. Zoals professor Spijkerboer van de VU zei: ‘kan iemand een betekenisvolle overtuiging geven aan zijn godsdienstige opvatting als hij die met een paar anderen stiekem in een garage kan belijden?’ Nee, natuurlijk niet – dat accepteren we niet! Maar bij homoseksualiteit ligt dat volgens de Raad van State anders: de vluchtelinge moet zich maar gewoon weer aanpassen aan de homofobe situatie in Sierra Leone.

Deze uitspraak geeft aan hoe achterlijk Nederland soms nog is. We lijken met z’n allen zo verlicht en progressief op het gebied van homoseksualiteit, maar als het puntje bij het paaltje komt, dan hebben we (of in elk geval onze hoogste bestuursrechter) het liefst dat je niet al te veel ruchtbaarheid geeft aan je seksualiteit.

Doe maar hetero, dan doe je al gek genoeg.


Ewoud Butter

Ewoud Butter

Hyves Linkedin Last.fm Twitter Flickr

Bestel gesigneerde versie van Isa voor de feestdagen

Met de feestdagen in het vooruitzicht bied ik weer de kans om een gesigneerd exemplaar te bestellen van mijn roman Isa (2008). Enkele recensies: “Ewoud Butter’s eerste roman is een verhaal over extremen. Een verhaal waarin de onvoorwaardelijke liefde van een man op de proef wordt gesteld, door een vrouw met psychotische trekjes. Butter’s vermogen [...]

woensdag, 7 december 2011

John Jorna

John Jorna

Terug naar vroeger ook in de Kerk

Onderstaand commentaar mailde ik naar de pastoor van de Paus Johannes XXIII parochie, Frenk Schyns. Tot nu toe mocht ik geen antwoord ontvangen. Intussen is het decembernummer met het artikel “Waarom gaat de priester als eerste ter communie??” verschenen. Ik heb nog geen enkele reactie ontvangen en dus wordt het tijd mijn mening in een groter verband te verspreiden.

Licht op Liturgie

Het pastoraal team gaat in de komende maanden in het Open Venster een aantal liturgische onderwerpen bespreken die wij regelmatig tegenkomen in onze gesprekken met kerkgangers.

Een vraag die vaak gesteld wordt is:

 

Waarom gaat de priester als eerste ter communie??

Volgens de liturgische voorschriften moet de priester altijd zelf eerst communiceren, voordat hij de communie uitreikt aan de gelovigen. Nu zijn er gelovigen die het niet netjes vinden dat de priester als eerste ter communie gaat; sommigen zien het zelfs als een teken dat de priester zich 'boven de mensen' opstelt en zich 'beter' zou voelen dan de parochianen. Ze hebben er dan ook kritiek op. Deze kritiek lijkt ingegeven door de beleefdheidsnorm, die stelt dat de gastheer zijn gasten voor laat gaan.

De priester is echter geen gastheer. Hij is voorganger. In de Eucharistie is Jezus natuurlijk zelf de gastheer, Hij nodigt ons uit aan zijn tafel. Als de priester als eerste de communie ontvangt, voordat hij deze uitreikt aan de gelovigen, is dat dus geen uitdrukking van een misplaatst 'superioriteitsgevoel'. Integendeel: het laat zien dat ook hij 'ontvanger' is, en daarin de gelovigen voorgaat. Je kunt tenslotte alleen uitdelen wat je eerst zelf ontvangen hebt!

Heeft u ook vraag aangaande de liturgie die u graag besproken zou hebben? Deze kunt u mailen naar: info@pj23.nl 

Bovenstaand stuk zal in het decembernummer van Open Venster verschijnen. In de Odijkse redactievergadering heb ik ervoor gepleit de auteur te adviseren, het stuk terug te trekken, omdat het de ergernis van de mensen alleen maar zou vergroten. Mijn mederedactrice vond, dat dat niet kan. Ik heb in 20 jaar redacteurschap altijd gesteld, dat een redactie onafhankelijk hoort te zijn en verantwoordelijk is voor wat in het blad gepubliceerd wordt. Pas achteraf kan een locatieraad of een parochiebestuur de redactie erop aanspreken. Wij hebben afgesproken, dat ik pastoor Schyns in kennis zal stellen van mijn bezwaren.

In de eerste zin wordt gesteld, dat het volgens de liturgische voorschriften moet. Dat is geen antwoord op de vraag. De vraag is juist waarom het moet.

Vervolgens worden de bezwaren van de gelovigen omschreven, maar de reden waarom het zo’n veertig jaar geleden gebruikelijk is geworden ontbreekt. Het Tweede Vaticaans Concilie besloot, dat de liturgie veel meer moest aansluiten bij wat gebruikelijk is in de cultuur van een bepaald gebied, dus in dit geval bij de West-Europese cultuur. Vandaar ook de volkstaal. In onze cultuur is het gebruikelijk, dat men eerst de gasten bedient en eigenlijk hoor je te wachten tot iedereen zijn glaasje heeft voordat gezamenlijk het glas geheven wordt. Dat zien we ook als assistenten en misdienaars  wachten en dan allen tegelijk met de priester de hostie nuttigen. Ik vind dat altijd een ontroerend teken van er samen voor staan, van gezamenlijke verantwoordelijkheid. De ergernis betreft dus niet alleen de beschreven gevoelens, maar ook de idee, dat de vernieuwing, die het Tweede Vaticaans Concilie heeft gebracht terzijde wordt geschoven.

Inderdaad is Jezus de gastheer, die ons telkens weer uitnodigt dit te doen ter Zijner gedachtenis. En dit terzijde; het is ook een argument om intercommunie mogelijk te maken. Dat is een wens, die bij velen leeft, vooral bij echtparen, waarvan een van de partners niet tot de Rooms-katholieke Kerk behoort, maar wel het H. Doopsel heeft ontvangen, erkend door de Rooms-katholieke Kerk.

Maar goed, het stuk stelt, dat de voorganger als eerste het H. Brood van Jezus  zelf ontvangt. Dat gebeurt op het moment, dat door de woorden van de consecratie het brood verandert in het Lichaam van Jezus en de wijn verandert in het Bloed van Jezus. Dat is de komst van Jezus in ons midden, de ontvangst van Jezus in onze gemeenschap. Betekent, dat nu, dat de priester het Brood en de Wijn als eerste hoort te nuttigen? Dat nu sluit juist niet aan bij onze cultuur. Als ik als gastheer mijn kleindochter vraag om even met het schaaltje bonbons rond te gaan, dan zal zij niet met volle mond bij de gasten komen, maar als laatste een bonbon pakken. De priesters, die ervoor kozen eerst de communie uit te delen en daarna pas zelf Brood en Wijn te nuttigen, voelden dit haarfijn aan en de gelovigen apprecieerden dat.

Het Tweede Vaticaans Concilie bracht meer vernieuwingen in de liturgie. In de Eucharistie kreeg de maaltijd veel meer nadruk en het offer minder. De Eucharistie werd weer veel meer gezien als dat wat bij het Laatste Avondmaal gebeurde weer  doen ter gedachtenis aan Jezus. Het werd een gezamenlijke maaltijd, waaraan allen actief deelnamen en betrokken werden. Wij gelovigen werden van toeschouwer deelnemer. Als assistent vertegenwoordig ik de mensen in de Kerk. Samen met de voorganger komen we de Kerk binnen. Wij staan de voorganger terzijde en samen met hem zijn wij verantwoordelijk voor de gemeenschap, zoals iedereen zich verantwoordelijk voelt.

Onze eerste pastoor Bary in Odijk was tegelijk hoofdaalmoezenier van het mannelijk jeugdwerk in Nederland. Hij en zijn collega’s waren hier en elders in Europa al jaren bezig de liturgie te vernieuwen. Ik maakte het zelf mee. Je stond met de hele verkennersgroep rondom het geïmproviseerde altaar en dat gebeurde ook in mijn vierde klas van de O.L. Vrouw van Fatimaschool in Arnhem, waar ik wekenlang bezig geweest was samen met de kinderen iets te begrijpen van de H. Mis en dan kwam kapelaan Bary en liet alle gewaden zien en de kelk en de pateen en de ciborie en dan vierden wij samen de H. Eucharistie.

 Toen wij in februari 1967 in Odijk kwamen wonen, raakte ik al snel bij de liturgische vernieuwing betrokken. Ik moest pastoor Bary wel een keer manen alles de mensen goed uit te leggen. Want het was nogal wat, die overgang van een mystieke eredienst, waar de meeste mensen weinig van begrepen naar vieringen samen met de mensen in een meer huiselijke sfeer. Als in een huiskamer was er een volière en een aquarium in de kerk. Zelfs Paris Match kwam naar Odijk. Het doet pijn, wanneer met een hautaine soevereiniteit dit alles onder geschoffeld wordt.

Vaticanum II bracht ook een andere visie op het priesterschap. Allereerst het inzicht, dat wij als gedoopten een priesterlijk volk zijn, deel hebben in het algemeen priesterschap van Christus. Dit inzicht vormde het fundament onder de toenemende rol van de vrijwilligers in de parochies. Dat vroeg veel kennis, verantwoordelijkheidsgevoel, bereidheid tot intensief overleg en inzet. We wilden verantwoord bezig zijn. We werden daarbij erg geïnspireerd door de verhalen over de eerste christengemeenschappen. Jezus had de apostelen als bisschoppen aangesteld: “Weidt mijn lammeren, weidt mijn schapen”. Maar priesters zoals nu waren er niet. Als de christenen het Avondmaal wilden vieren, kwamen ze bij een van hen in zijn of haar huis samen en wij stellen ons voor, dat de gastheer en waarschijnlijk soms de gastvrouw als voorganger optrad. Pas heel geleidelijk heeft het priesterschap in de Kerk zich ontwikkeld en werd het een zeer heilig ambt, gescheiden van de gelovigen. De priester voelde zich door God geroepen en door God gezonden naar een gelovige gemeenschap. Ik heb die ambtsopvatting zien veranderen. Priesters wilden deel zijn van de gemeenschap, de eerste onder gelijken en uit die gemeenschap geroepen om het heilig dienstwerk te verrichten samen met de gemeenschap en in gezamenlijke verantwoordelijkheid. Terug dus naar de bron, naar de eerste christengemeenschappen. En aansluitend bij het begrip collegialiteit, dat natuurlijk niet alleen voor alle bisschoppen samen met de paus geldt, maar evenzeer voor de priesters samen met de bisschop in een bisdom en de pastoor samen met de parochianen in een parochie.

Ook weer geïnspireerd door Jezus en het beeld van de goede herder verwachten we van de priester vooral zorgzaamheid en opkomen voor zijn schapen. Iemand, die vooral door zijn dienend voorbeeld de mensen de Weg wijst. Iemand, die de mensen laat nadenken en ze hun eigen verantwoordelijkheid gunt. Niet bang is, dat ze fouten maken, dat ontdekken en zelf naar de goede oplossing zoeken en ze dan als ze er naar vragen een weg uit de problemen wijst.

Verbijsterd vragen mensen zich af, waarom zo autoritair wordt opgetreden door ‘moderne’ priesters, waarom er weer zo hiërarchisch wordt gedacht, waarom overlegorganen terzijde worden geschoven, waarom volwassen mensen als kinderen worden behandeld en zij zich niet meer serieus genomen voelen. Soms zeg ik, dat het wachten is op een paus Johannes XXIV. Zal ik dat nog meemaken?

Marcel Kruijer

Marcel Kruijer

Hyves Last.fm Twitter GR

Oliebollen voor het goede doel!

Via de mail kreeg ik een bestelformulier om oliebollen te bestellen en hiermee meteen een goed doel te steuen. Ik vind dit een zeer goed initiatief en wil hiervan meer mensen op de hoogte stellen om zo een extra bijdrage te leveren. Onderstaande tekst is overgenomen van het formulier. Dit formulier (link) kunt u invullen en opsturen voor de bestelling.

Geachte heer, mevrouw,

Mijn vrouw en ik zijn al een aantal jaren actief met een jongeren project onder de paraplu van Dorcas. Dit project zijn we in 2008 begonnen. Een project waarbij we veertien dagen werken met de allerarmste van Tanzania. Wij bouwen daar huisjes voor mensen die bijna in de openlucht wonen en dagelijks moeten zoeken naar eten en drinken.Scholing en medische zorg is bijna helemaal niet bereikbaar.

Wij geven een aantal mensen een beetje hoop op een betere toekomst. Daarnaast worden de jongeren in de leeftijd van 17 tot 25 jaar geconfronteerd met deze armoede. Wij vinden het voor de jongeren een geschenk, een uniee kans en wij zijn dankbaar dat wij dit kunnen en mogen doen.

Uit ervaring weten we dat de middelen die wij met allerhande acties binnenhalen om dit project te doen goed terecht komt. We zijn er zelf bij. Geen strijkstok gedoe. In augustus 2012 gaan we met jongeren uit Opmeer en Broek op Langedijk. Totaal een groep van 35 jongeren.

maandag, 5 december 2011

Rob Alberts

Rob Alberts

Decembergiften

In , site, trots, vrouw, mooi, tegelijkertijd.
Decembergiften. Bij toeval kom ik op een mooie site terecht. Eco, bio en mooi zijn de trefwoorden voor deze site. Mijn eigen rimpels en verdwijnende grijze haren bepalen al langer mijn uiterlijk. Ik doe het er mee en ben er tevreden mee. Tegelijkertijd kijk ik met veel plezier naar vrouwelijk schoon. En elke vrouw die met aandacht voor haar uiterlijk trots rondloopt heb ik een liefdevolle gliml...

donderdag, 1 december 2011

John Jorna

John Jorna

De brief van Minister van Bijsterveldt

OPEN ZENUW GERAAKT?

Onderwijsminister Van Bijsterveldt stuurde een brief naar de Tweede Kamer over de relatie ouders – kind – school en schetste enkele wenselijkheden, althans in haar ogen. Het lokte nogal heftige reacties uit. Voor mij is dat een teken, dat er kennelijk hier en daar wat mis is. Nu ben ik zelf vader en grootvader en ik ben jarenlang leraar geweest en daarbij heb ik ook veel ervaring opgedaan met ouderparticipatie in het Voortgezet onderwijs. Ik weet, waar ik het over heb.

Men viel vooral over de oproep van de minister aan de ouders actiever te worden in de school. Dat speelt vooral in het Basisonderwijs, want in het Voortgezet Onderwijs zijn de mogelijkheden beperkt. Jarenlang werkten moeders op mijn school aan een knipselarchief, maar toen was er nog geen internet. Er waren ouders actief in de Medezeggenschapsraad en door voortdurend de vinger aan de pols te houden konden veel problemen in een vroeg stadium worden voorkomen. Met ouders organiseerde ik een enquête over vredesopvoeding en het bleek, dat bij alle vakken doelen van vredesopvoeding konden worden nagestreefd.

Kijk je echter bij het Basisonderwijs dan zijn er veel meer mogelijkheden. Wat mij opviel in de krantenartikelen was dat ouders taken van betaalde krachten gingen overnemen, bijvoorbeeld schoonmaakwerk. Het is leuk, dat er zo geld vrijkomt om meer leerkrachten of onderwijsassistenten aan te trekken, maar geld voor de schoonmakers moet gewoon binnen het budget te vinden zijn. Met dat deel van haar oproep laadde de minister de verdenking op zich de gevolgen van bezuinigingen te willen opvangen door ouders in te schakelen. Als ze dat wil, prima, maar laat ze er dan ook eerlijk voor uitkomen.

Ouders behoren het werk van de leerkrachten te ondersteunen en niet te ondergraven. Als je als ouder naar je kind laat merken, dat je eigenlijk neerkijkt op die armoedzaaiers van onderbetaalde leerkrachten, dan bevorder je niet bepaald het respect van de kinderen voor hun leerkracht. De docent is een professional, die verstand heeft van onderwijs en opvoeding, vaardig is in het observeren van kinderen, zijn onderwijs evalueert en ziet waar hij zelf is tekort geschoten, maar ook ziet, waar de individuele leerling faalt. Hij praat met de leerling over de manier waarop die leerling het probleem gaat aanpakken en schakelt desgewenst de ouders in om hun kind te ondersteunen door het maken van huiswerk beter te structureren en het kind te stimuleren en zo nodig te controleren. Soms ziet hij tijdig, dat specialistische hulp nodig is. Het kan om leerproblemen gaan als dyslexie of pedagogische problemen als een beetje te erg puberen of ernstige psychische problemen. En dan moet zo’n docent ook nog zijn eigen vakgebied bijhouden. Docent zijn is een roeping. Je kiest er niet voor als steenrijk worden het belangrijkste doel in je leven is. Van ouders mag dan verwacht worden, dat ze bereid zijn intensief mee te werken bij het verbeteren van de resultaten of de leerhouding of het gedrag van hun kind. Dus op ouderavonden komen, samenwerken met de school en waar mogelijk de inspanningen van de leerkrachten ondersteunen en bij wangedrag van hun kind op school bereid zijn een lijn te trekken met de school.

Een school brengt niet alleen kennis en inzicht bij. Vooral in het Voortgezet Onderwijs leren kinderen ook een mening te vormen en tot een gefundeerd oordeel te komen. Ik noemde al vredesopvoeding, maar het gaat ook om milieueducatie en burgerschapsvorming. Daar gaat het om kennis, maar ook om mentaliteit. Als er rond de verkiezingen in de klas gepraat wordt over onze democratie en het belang van lid zijn van een politieke partij en van deelnemen aan de verkiezingen en je tevoren verdiepen in de standpunten van een partij; dan kunnen al die inspanningen van de man of vrouw voor de klas in een keer onder geschoffeld worden als ouders daar nonchalant over doen of laten merken, dat ze geen enkel vertrouwen hebben in de democratie en ook niet van plan zijn er iets aan te doen. Je kunt als docent een prachtig verhaal houden over de uitstoot van auto’s en met name het ultra fijne stof, dat door filters niet wordt tegen gehouden en zorgt voor steeds meer COPD-patiënten, als vader zich onverschillig toont voor het lot van die mensen en rustig de maximumsnelheid overtreedt, dan vergeet het kind het verhaal van de docent al snel. Een school kan kinderen bewust maken van normen en waarden, maar de houding van de ouders bepaalt of kinderen zich die waarden eigen maken en zich houden aan de normen. De mentaliteitsonderzoeken van het Bureau Synovate laten zien, dat hier nog een wereld te winnen valt.

De secularisatie heeft ervoor gezorgd, dat grote delen van de bevolking niet meer beschikken over een duidelijk stelsel van waarden en normen en ook niet meer beschikken over inspirerende voorbeeldfiguren. Mensen stellen zich autonoom op en zeggen wat ze denken en doen waar ze zin in hebben. Oude waarden en normen, die berusten op eeuwen van menselijke ervaringen en met het etiket van een goddelijke openbaring zijn door velen als ouderwets en achterhaald en niet meer van deze tijd terzijde geschoven. Wat betekent opvoeden dan nog? Welke waarden leef je je kinderen voor? Bij welke waarden van ouders kan een school aansluiten? Want bedenk wel, dat ouders bepalen welke waarden hun kinderen aanvaarden en daarbij is de rol van de moeder overheersend. Nooit kun je als ouders de opvoeding van je kind overlaten aan een school. Jij als ouder bent verantwoordelijk voor de opvoeding van je kinderen.

Jaargang 4, Nr. 190.

woensdag, 30 november 2011

Christian Jongeneel

Christian Jongeneel

Hyves Linkedin Twitter Youtube

Jean Rhys – Wide Sargasso Sea

In literatuur, belangrijk, elite, familie, lezen, roman, trots, vrouw, sargasso, en meer.
1786

Eigenlijk kun je Wide Sargasso Sea alleen lezen, als je Jane Eyre kent. De roman van Jean Rhys is daar namelijk een reactie op. Maar ik houd nu eenmaal niet zo van melodrama in de Engelse middenklasse, terwijl de exotische setting van Wide Sargasso Sea me wel trekt. Bovendien schrijft Rhys, die met dit boek op 76-jarige leeftijd doorbrak, veel bondiger.

Wide Sargasso Sea beschrijft de lotgevallen van een jonge Antoinette Cosway in de Caraiben aan het begin van de negentiende eeuw. De slavernij is net afgeschaft en dat heeft de verhoudingen in het gebied overhoop gegooid. De oude (min of meer) blanke slavenhouders, waartoe Antoinette’s familie behoort, zijn hun trots kwijt. De bevrijde zwarte bevolking telt nog steeds niet mee. Een nieuwe golf blanke gelukzoekers voert de boventoon. Als Antoinette trouwt met een man uit de nieuwe elite, voelt ze zich onbegrepen en vervalt ze langzaam tot waanzin.

Het plot van Wide Sargasso Sea is eigenlijk niet zo belangrijk. Het korte, laatste deel van het boek, dat zich afspeelt in Engeland, is zelfs overbodig. Het gaat om de sfeertekening in de eerste twee delen: Antoinette als kind op de oude plantage, en als jonge vrouw op huwelijksreis in een buitenhuis van de familie op een ander eiland.

Het verval, de vijandigheid van de omgeving, bezwerende rituelen en de lusteloosheid vermengen tot een dreigende atmosfeer waarvan je je goed kunt voorstellen dat je er gek van wordt. Dat is het knappe van Wide Sargasso Sea: het slaagt erin zonder te psychologiseren, maar uitsluitend door de veranderende omstandigheden te schetsen, een scherp portret van Antoinette neer te zetten.

zaterdag, 26 november 2011

Ewoud Butter

Ewoud Butter

Hyves Linkedin Last.fm Twitter Flickr

Negeroiede JONGEMAN 60 j. met woning en rijbewijs, zkt een vriendin

In uncategorized, geknipt voor u, humor, foto.
Uit de serie Geknipt voor U een komische poging van een heer op leeftijd om aan de vrouw te komen. Omdat de foto wat vaag is, hieronder de volledige tekst, inclusief taalfouten. Negeroiede JONGEMAN 60 j. met woning en rijbewijs, zkt een vriendin en zakenpartner voor een serieuze relatie, (om) langs deze weg samen een [...]

vrijdag, 25 november 2011

Peter Smith

Peter Smith

Alle neushoorns schijten op een hoop (Gastblog Marina)

In afval, beschaving, zwerfvuil, communicatiemiddel, neushoorns, onverschilligheid, schijthoop, zwerfafval, mensen, en meer.

Een paar jaar terug was ik in Zuid-Afrika op vakantie in het Krügerpark. Onze mooiste belevenis was een wandelsafari onder begeleiding van twee park rangers. Ze hadden wel humor die mannen. Voor we naar de plaats van bestemming reden, gingen ze eerst op zoek naar de leeuwen die vlakbij gespot waren. We vonden en bewonderden drie grote exemplaren en reden maximaal 100 meter verder. Daar mochten we uitstappen voor onze wandeling. Ze hebben zich natuurlijk verkneukeld om ons toeristen die angstig om zich heen kijkend, de bus uit kwamen. Uiteindelijk vertelden ze dat de leeuwen net een flink wildebeest gevangen en gegeten hadden, dat ze hun buik vol hadden en echt niet achter een groep mensen aan zouden gaan.

Schijthoop
Wij moesten even slikken, maar besloten hen te vertrouwen en zo gingen we aan de wandel. Midden in de uitgestrekte natuur liepen we daar, beschermd door onze rangers. Onderwijl kregen we uitleg over de sporen van de bewoners van deze natuur. Pootafdrukken en poep. Zo kwamen we bij een grote hoop. Dit bleek de schijthoop van een rondtrekkende neushoorn te zijn. Die schijthoop is een soort bulletin board: elke keer dat de neushoorn voorbij komt laat hij zijn boodschap achter. “I was here”. Andere neushoorns doen hetzelfde. Zo weten de neushoorns precies wie er allemaal in dat gebied rondstruinen. Zo weten ze dat er een leuk vrouwtje in de buurt is waar ze achteraan kunnen en ook dat er nog meer neushoornmannetjes zijn, die hen wellicht van hun troon willen verstoten. Aan de manier waarop en waar ze hun hoop achterlaten, kunnen de neushoorns van elkaar opmaken hoe dominant ze zijn en of er gevochten moet worden om de hiërarchie te bepalen of niet.
Het was ongelooflijk wat een verhaal die ranger over die ene schijthoop kon vertellen.

Sporen en symptomen
Vandaag liep ik in de polder en vergeleek de schijthoop van de neushoorn, met de troep die ik onderweg tegenkwam. Wat kan ik daar uit opmaken? Behoort het waterflesje met dop toe aan een jonge vrouw op de fiets die haar tas te vol vond om het flesje mee naar huis te nemen? Het limonadeflesje zonder dop, voorheen eigendom van een scholier die gewend is alles te laten vallen, waar het zo uitkomt? Het yoghurt zuigzakje…. van een kind op weg naar huis? Of van een verkoper die een snel ontbijt neemt op weg naar z’n eerste afspraak? Waar de schijthoop van de neushoorns een precair communicatiemiddel is wat het voortbestaan van de soort waarborgt, heeft onze troep niets met communicatie te maken.

Of toch? Want wat is zwerfvuil eigenlijk? Het zijn toch ook sporen die iets vertellen over de mensen die ze achter laten. Heeft het zwerfvuil dan toch iets met communicatie te maken? Is het misschien een hulproep van mensen die ten ondergaan aan onverschilligheid? Help ik hen wel door hun sporen op te ruimen? Moet de hoop groeien en groeien om zo als bulletin board voor de rest van de wereld te dienen? Wat kunnen we opmaken uit de schijthopen met zwerfafval in onze leefomgeving? Wat vertelt het ons en hoe kunnen we de boodschap van zwerfafval zien als precair communicatiemiddel dat ons helpt bij het voortbestaan van onze soort?

Zie jij er een gat in? Heb jij suggesties, ik lees ze graag!

Marina Schriek

donderdag, 24 november 2011

Wachten op een afwijzing - asielzoekers in Italië

In judith blogt, lampedusa, migratie en asiel, foto's, oorlog, vluchtelingen, libië, opvang.

GroenLinks-Europarlementariër Judith Sargentini blogt over haar reis naar Sicilië en Lampedusa om te kijken hoe de opvang van bootvluchtelingen daar geregeld is. Bekijk de foto's die ze maakte op Facebook.

Een Nigeriaan met zijn paar maanden oude dochtertje op zijn arm nodigde me uit om zijn kamer in het opvangcentrum voor vluchtelingen te bekijken. Hij was kwaad, heel kwaad. De laatste negen jaar had hij in Libië gewerkt. In het voorjaar, bij het uitbreken van de oorlog in Libië, waren zijn zwangere vrouw en hij met een bootje naar Lampedusa gevlucht.

lees verder

Aantal berichten op deze pagina: 29. De berichten op deze pagina zijn niet ouder dan 1504 uur (62,7 dagen). Berichtgemiddelde: 0,5 bericht per dag, 3,2 per week.

Volgende pagina

Pagina: 1 2 3 4