donderdag, 26 april 2012

Hans Kuipers

Hans Kuipers

Hyves Twitter GR

Toespraak Eerste Kamer: Elke zorg op goede afstand!

In groenlinks-drenthe, werkbezoek, zorg, eerste kamer, verloskunde, burgemeester, burgers, de, eerste, en meer.

Vandaag vond het werkbezoek plaats van de Noordelijke Staten aan de Eerste Kamer. Rond het thema “bereikbaarheid van zorg” hield ik de volgende inleiding in de plenaire zaal:

Inleiding “fusies zorginstellingen (in dunbevolkte gebieden)”
Bereikbaarheid van de zorg in relatie tot fusies: Elke zorg op goede afstand!

Belangrijk bij zorg zijn de zogenaamde 4 B’s: Beschikbaarheid, Bereikbaarheid, Betaalbaarheid & Betrouwbaarheid.

Ik wil daar vandaag het thema “Bereikbaarheid” even uitlichten, omdat gebleken is dat daar problemen ontstaan in dunbevolkte gebieden. Ik zal eerst een korte inleiding geven over de bevolkingssamenstelling in Drenthe, en vervolgens een oplossingsrichting presenteren waar we gezamenlijk, als provinciale en Rijksoverheid aan moeten denken om bereikbaarheid van zorg te garanderen voor onze burgers. Ten slotte zal ik de sluiting van de afdeling acute verloskunde in Meppel kort weergeven als casus waar een aantal lessen uit te trekken is.

ArbXQKqCEAA2EqP.jpg large 300x225 Toespraak Eerste Kamer: Elke zorg op goede afstand!Bevolkingssamenstelling
De kwaliteit van zorg in brede zin, bereikbaar voor iedereen, is onlosmakelijk verbonden met het thema leefbaarheid in Drenthe. Krimpregio’s zijn vaak ook vergrijzende regio’s. Ouderen willen graag thuis blijven wonen en jongeren trekken van het landelijk gebied naar de steden. Het aantal 65-plussers zal in Drenthe tot 2040 met 62.500 sterk toenemen, een toename van 72%. Hun aandeel in de totale bevolking zal stijgen van 18 naar 31%.
De relatief sterke vergrijzing in combinatie met de ontgroening zetten extra druk op de beschikbaarheid en bereikbaarheid van zorgvoorzieningen en daarmee de leefbaarheid in dunbevolkte regio’s. Dit is waarom Drenthe dit thema vandaag naar voren heeft geschoven.

Spreiding
Maak een landelijk plan van zorgvoorzieningen. Als je afwacht sluit er hier een ambulancepost, daar een verloskundigenpost en heb je straks een gatenkaas van zorgvoorzieningen. Balans tussen concentratie en bereikbaarheid. Concentratie van zorg kan leiden tot kwaliteitsverbetering, maar het maximaal oprekken van de bereikbaarheidsnormen kan geen wenselijke situatie opleveren. Er dient dus een goede leidraad te zijn waarmee een herstructurering wordt opgezet.

“Zorgwinkelcentrum” als oplossing
Mobiliteit van burgers neemt al jaren toe en dat zal nog wel even doorgaan. Daarmee zijn zorgvragers ook steeds meer bereid om zorg van verder weg te halen.

De Sociaal-Economische Raad heeft eerder geadviseerd om op toegankelijkheid te letten en waar mogelijk te combineren. Te denken is dan aan huisartsenposten plus: waar gespecialiseerde huisartsen zitten met gespecialiseerde verpleegkundigen, “superverpleegkundigen”, en eventueel een paar ziekenhuisbedden. Allerlei technische apparatuur tot zijn beschikking zoals röntgenapparatuur, een onderzoeks- en behandelkamer maar ook een snelle internetverbinding met specialistische professionals op afstand voor consultatie en feedback. Dergelijke posten kunnen taken overnemen van ziekenhuizen. Denk bijvoorbeeld aan hartcontroles. Zorgbelang Drenthe noemt dit een “zorgwinkelcentrum”.

Vijf typen zorgvragen
Zij onderscheiden vijf typen zorgvragen. Elk type vraag heeft zijn eigen behoefteniveau en de schaal waarop dit het best kan worden ingericht verschilt ook per type. Dit biedt mogelijkheden om én efficiënter te werken en tóch de zorg zo nabij te organiseren als de zorgvrager dat verlangt.

1. Algemene informatieve (zorg)vragen
Informatieve vragen over algemene zorgonderwerpen (bv. wat is de ziekte van Alzheimer? hoe is het stelsel van de gezondheidszorg ingericht? waar kan ik terecht met vragen over de thuiszorg?). Telefonisch of via internet bij zorgwinkelcentrum. Kwaliteit van de informatie en de organisatie van de beschikbaarheid zijn aandachtspunten.

2. Preventieve zorgvragen
Vragen over dingen die men ‘kunnen’ overkomen (wat te doen bij een dreigende griepepidemie, mogelijke gevolgen van straling na een ramp met een kerncentrale e.d.) hoe zij moeten leven in een bepaalde fase van hun leven waarvoor zij preventieve maatregelen willen nemen. Hiervoor kunnen zij ook telefonisch of digitaal terecht en dan zo nodig worden doorgeleid naar de basiszorgarts of allerlei andere specialistische centra.

3. Enkelvoudige zorgvragen
Het gaat hierbij om enkelvoudige zorgproblemen die een individuele afhandeling vereisen, dichtbij in het zorgwinkelcentrum. Het kan ook gaan om vragen over aandoeningen die diepgaander diagnose, mogelijk meer onderzoek en behandeling vereisen. Hiervoor kan men het beste fysiek of interactief terecht bij een van de basiszorgartsen die in het primaire zorgwinkelcentrum hun praktijk hebben.

4. Acute zorgvragen
Acute ‘zorgvragen’ die geen uitstel dulden. In Nederland is het bij wet zo geregeld dat wanneer 112 gebeld wordt er altijd binnen vijftien minuten een ambulance ter plaatse moet zijn die acute hulp kan verlenen. De norm van vijftien minuten aanrijdtijd voor spoedzorg impliceert dat er over een provincie als Drenthe een heel netwerk van ambulancezorg is uitgelegd dat centraal via de regionale meldkamer wordt aangestuurd. Uitgaande van de wens om ook een dekkend netwerk te hebben voor de basiszorg is wenselijk dat de spoedzorg geïntegreerd wordt met de gewenste zorgwinkelcentra.

5. Complexe en chronische zorgvragen
Dat betekent concreet dat de ziekte of aandoening langer gaat duren en niet meer overgaat. Dat kan op iedere leeftijd voorkomen maar gezien de menselijke levensloop hebben ouderen per definitie meer chronische zorgvragen. Behandeling kan bestaan uit standaardbezoeken, leefstijladviezen en zelfmanagement. Vaak ook een psychische en sociale kant. Deze zorgvragen vereisen antwoorden die het domein van de fysieke zorg overstijgen en meestal te maken hebben met het totale welzijn van de patiënt.

Het idee dat iedere soort zorg op een juist niveau dient te worden verzorgd klinkt vrij logisch. Toch moet met het inrichten hiervan zorgvuldig worden omgegaan. De bevolking heeft – terecht of onterecht – al snel het idee dat de zorg in de regio er op achteruit gaat. Een voorbeeld van hoe het niet moet, is de sluiting van de acute verloskunde in Meppel.

photo 300x224 Toespraak Eerste Kamer: Elke zorg op goede afstand!Verloskunde
Het Diaconessenhuis Meppel is een middelgroot streekziekenhuis (~330 bedden), waar nagenoeg alle specialismen vertegenwoordigd zijn. Regiofunctie: Meppel, Staphorst, Steenwijkerland, Westerveld, De Wolden en Zwartewaterland.

Na een fusie tussen de maatschappen gynaecologie in Meppel en Zwolle, volgde het plan om de afdeling acute verloskunde in Meppel te sluiten. Er zouden te weinig gynaecologen zijn om 24-uursdiensten mogelijk te kunnen maken, en te weinig bevallingen om het aantrekken van extra gynaecologen te rechtvaardigen.

Onduidelijk waren op dat moment de consequenties voor algemene spoedeisende hulp en de 24-uurszorg door kinderartsen. Ook vreesde men voor langere aanrijtijden en meer thuisbevallingen en “bermbaby’s”, vanwege de dan langere rijtijden. Dit leidde tot grote maatschappelijke onrust.

Maximale norm voor verloskunde is 45 minuten, en CdK Tichelaar noemde Drenthe in een open brief aan premier Rutte al schertsend een “45-minuten-provincie”.

Er was op dat moment reeds overleg gaande om tot een gezamenlijke regiovisie op de zorg te komen, die dient als advies aan de minister. Een kader om te komen tot realisatie van goede, bereikbare, zorg. De eenzijdige aankondiging van het sluiten van de afdeling verloskunde doorkruisde dat proces.

Regie
De grote vraag rond bereikbaarheid van zorg blijft de regierol. Wie moet op welke manier een rol spelen om die bereikbaarheid ook daadwerkelijk tot stand te brengen en/of te behouden?

Grotere zorgwinkelcentra zijn een wenkend perspectief, een stip op de horizon. Maar hoe garandeer je bereikbaarheid van de zorg, ook voor mensen die minder mobiel en minder zelfredzaam zijn?

Den Haag. Bindende normen.
De systeemverantwoordelijkheid voor de zorg ligt bij het Rijk, maar gemeenten en provincies hebben er vanuit het oogpunt van leefbaarheid belang bij dat de zorgvoorzieningen in de regio optimaal ingericht zijn. Beschikbaarheid van ziekenhuiszorg staat onder druk.

Regiovisie
Gisteren vond een overleg plaats in de Havixhorst, geïnitieerd door Commissaris der Koningin Tichelaar en Burgemeester Westmaas met alle betrokken partijen rond de afdeling verloskunde in Meppel, een overleg dat in de volksmond al snel het “Ooievaarsberaad” gedoopt werd. Regionaal overleg met ketenpartners én bevolking. Nu datum 1 juli toch weer ingetrokken. Over veertien dagen overleg met alle partners. Feitelijk is iedereen het er wel over eens dat dit overleg gevoerd had moeten worden aan het begín van het traject, en niet nadat men voor een voldongen feit was geplaatst.

Lokaal maatwerk
Zou “moeten” bij fusies zorginstellingen in dunbevolkte gebieden. Blij dat iedereen dat nu inziet. Laat Meppel en Drenthe een voorbeeld zijn en in gelijksoortige gevallen in de rest van Nederland iedereen gelijk om tafel gaan. De vraag is: hoe regelen we dit?

dinsdag, 17 april 2012

Paul van Grieken

Paul van Grieken

Twitter

Bomen beschermen

In amsterdam zuid, politiek, bomen, milieu, amsterdam, april, buren, gedachte, gezondheid, en meer.

Wie is er de baas over de bomen? Is het de overheid, met zijn verordeningen, vergunningen en handhavers? Of is het de particulier, de bewoner, de eigenaar of huurder van de grond waarin de boom zijn wortels heeft geschoten? Zijn het anders de volgens jurisdictie bepaalde ‘belanghebbenden’ – zij die er zicht op hebben? Voor Seattle zouden het idiote vragen zijn geweest. Het indiaanse opperhoofd Seattle betoogde in zijn beroemd geworden toespraak in 1854 hoe onbegrijpelijk de gedachte is dat je de natuur kunt bezitten, kunt kopen, kunt verhandelen of stelen.

 

Het opperhoofd Seattle

Nu geef ik toe: wij bewoners van Amsterdam zijn geen indianen. En ik zal de laatste zijn die u tot een ecologische religie wil bekeren. Wat Seattle’s toespraak interessant maakt is ook niet de religieuze beleving van zijn verbondenheid met de natuur, maar het particuliere én het publieke belang dat mensen hebben bij een goede omgang met de aarde. Gezondheid, welzijn en comfort voor jezelf, voor anderen, en voor toekomstige anderen zijn daarvan afhankelijk. Ook heel lokaal is dat het geval. Bomen, het belangrijkste groen in de stad, hebben daar een speciale rol in.

Bomen beschermen ons tegen ongezonde lucht. Zij wassen het fijnstof uit de lucht door het aan hun bladeren te laten kleven en het er bij regen af te spoelen.

Bomen beschermen ons tegen zomerse hitte. Een lommerrijk bladerdak voorkomt dat het stadse gesteente tot diep in de nacht warmte straalt, waardoor veel mensen moeilijk slapen.

Bomen beschermen ons tegen wateroverlast, zij zuigen het water van heftige buien snel op, gebruiken het voor groei en verdampen het langzaam.

Bomen beschermen ons tegen teveel koolstofdioxide in de atmosfeer, waardoor de aarde minder snel opwarmt.

Bomen beschermen ons tegen ongewenste inkijk van de buren (of bij de buren).

Bomen beschermen ons tegen een al te stenige stad. Een beetje natuur in al het stadsrumoer geeft ons rust, vrolijkheid en optimisme.

Bomen beschermen is het dus belang van ons allemaal. En bomen beschermen hoeft helemaal niet moeilijk te zijn. Het begint met een goede verzorging en ruimte gunnen. Op 22 april vieren we Earth Day. Een dag waarop we uiting geven aan de behoefte voor een schoon milieu en een leefbare omgeving. ‘s Middags in het Sarpahtipark laat GroenLinks zien dat we bomen moeten beschermen omdat bomen ons beschermen.

(Dit artikel verscheen eerder op Dichtbij.nl)

donderdag, 12 april 2012

Hans Kuipers

Hans Kuipers

Hyves Twitter GR

Planontwikkeling KoeBerg Zuid

In groenlinks-meppel, ruimtelijke ordening, zorg en welzijn, berggierslanden, koedijkslanden, woonservicegebied, april, college, de, en meer.

14a Plan Fame 300x212 Planontwikkeling KoeBerg ZuidOp 12 april voerde ik het woord in de raadscommissie over de Planontwikkeling KoeBerg Zuid. Als woordvoerder ruimtelijke ordening hield ik nu een bijdrage over zorg en welzijn. Alles komt samen in een woonservicewijk.  Ik kreeg de toezegging van het College de stand van zake van de visie op de woonservicewijk KoeBerg Zuid te ontvangen vóór de raadsvergadering.

Dit voorstel bestaat uit drie pijlers. Dat het hart van de wijk Koedijkslanden een flinke opknapbeurt verdient, staat buiten kijf. Ook de uitbreiding van het winkelcentrum wordt goed onderbouwd in het rapport van RMA Stedelijke Ontwikkeling & Vastgoed. De derde pijler: het komen tot een woonservicewijk en de bouw van woonzorgappartementen, is voor onze fractie echter onvoldoende onderbouwd.

Onze fractie heeft kennis genomen van het onlangs verschenen advies van de Stuurgroep Experimenten Volkshuisvesting: “Woonservicegebieden, klaar voor de volgende ronde”. Daarin lezen we in de samenvatting:

Een volwaardig woonservicegebied [...] bevat een arrangement van fysieke (vastgoed) en sociale voorzieningen die alle bewoners van het gebied in staat stelt om zo lang mogelijk zelfstandig te blijven wonen, zonder in een isolement te raken. Wanneer partners op het gebied van wonen, zorg en welzijn samen met bewoners, onder regie van de gemeente hun krachten bundelen, hebben zij veel mogelijkheden om in ‘kansrijke gebieden’ volwaardige woonservicegebieden te realiseren. Het is daarbij onder meer van belang dat er samenhang of op zijn minst vergaande afstemming komt tussen de verschillende financieringsstromen van zorg en welzijn, bijvoorbeeld door te werken met integrale en zelfsturende wijkzorgteams. [Een] cliëntadviseur lijkt onmisbaar om ook het informele zorgnetwerk rond een bewoner aan te spreken.

In het rapport uit begin 2006, “Wel Thuis in Meppel”, komen de aanbevelingen voor het inrichten en opzetten van een woonservicegebied aan bod. Wij hadden, voorafgaand aan deze wijkontwikkeling, een heldere visie verwacht op de combinatie wonen, zorg en welzijn bij elkaar en een vertaling en herijking van deze notitie naar de situatie in dit concrete gebied.

Wij vinden het bovendien vreemd dat in het raadsvoorstel wordt genoemd dat “Het plan is afgestemd met Woonconcept, De Hoge Dennen, De Stouwe, Noorderboog, Vereniging van Eigenaren Winkelcentrum en Wijkplatform Koedijkslanden/Berggierslanden. Tevens zijn Welzijn Meppel/Westerveld, Promens care en Icare Thuiszorg in kennis via woonservice Koedijkslanden.”

Gezien bovengenoemde lijkt ons dat laatstgenoemden als belangrijke partners aan tafel hadden moeten zitten, of misschien zelfs wel op voorhand betrokken hadden moeten zijn bij de planvorming. Als wonen, zorg en welzijn hand in hand moeten gaan, had hier ook een gezamenlijk gedragen voorstel moeten liggen.

Heeft het College ook kennis heeft genomen van dit SEV-advies en loopt onze constatering dat de genoemde instellingen nog geen invulling hebben gegeven aan een dergelijk plan? En als dat zo is, wanneer pakt het College de regie op om dit alsnog samen met die instellingen op te stellen? Het gaat tenslotte niet om de stenen en de winkels, maar om de mensen die er (gaan) wonen.

De voorgestelde ontwikkeling wordt duidelijk geschetst in het Stedenbouwkundig Plan. De visie die ten grondslag ligt aan de planvorming is ons echter niet duidelijk. Dat maakt dat de fractie van GroenLinks op dit moment nog geen oordeel heeft over dit voorstel. Wij hopen dat het College meer duidelijkheid kan scheppen.

Klik hier voor het Stedenbouwkundig Plan KoeBerg Zuid.

Klik hier voor het SEV-advies.

zondag, 26 februari 2012

Bart Eigeman

Bart Eigeman

Twitter

Vernieuwen vanaf gisteren

In verklaringen, toespraken en interviews, hulp, idee, jeugd, jeugdzorg, jongeren, kabinet, kind, kinderen, en meer.

Bart, geïnterviewd voor het blad Ergotherapie Magazine, door Arne van Os van den Abeelen

Bart Eigeman, GroenLinks-wethouder Talentontwikkeling in ‘s-Hertogenbosch, is een belangrijke trekker geweest voor de ontwikkeling van de CJG’s, het Centrum Jeugd en Gezondheid dat sinds 2011 in elke gemeente actief is. Dat gemeenten verantwoordelijk worden voor jeugdzorg, juicht hij zeer toe. “Dat is een geweldige kans om de wereld van de jeugdzorg anders in te richten.” Deze maand stopt Eigeman, na elf jaar, met zijn werk als wethouder. Zijn ambities omtrent jeugdzorg zijn er niet minder om. Hoe zou die zorg eruit moeten zien?


“Het woord ‘talentontwikkeling’ gebruik ik al heel lang. Toen mijn laatste periode inging, wilde ik dat dat woord ook expliciet gebruikt zou worden voor mijn portefeuille, en niet ‘Jeugd en onderwijs en aansluiting op de arbeidsmarkt’. Het staat ook op mijn kaartje, en het grappige is dat het mensen ook echt opvalt. Wie je bent en wat je doet, moet je ook aan de buitenwereld laten zien en dat zit voor mij in dat woord talentontwikkeling. Je moet niet probleemgeoriënteerd met jeugd en onderwijs bezig zijn, maar de positieve invalshoek kiezen.

Mijn betrokkenheid bij de jeugd is natuurlijk in eerste instantie lokaal geweest; daar lag mijn hoofdtaak. Daarnaast ben ik voor de VNG op verschillende niveaus een schakelaar geweest. De Transitie Jeugdzorg biedt een geweldige kans om de wereld van de jeugdzorg anders in te richten. Daar pleit ik al ruim tien jaar voor.
Dat heeft twee kanten, die uitdrukkelijk met elkaar te maken hebben. Enerzijds ligt de nadruk vaak op kinderen en gezinnen die steun het hardst nodig hebben, maar daar het langst op moeten wachten. Dat kan niet waar zijn, dat willen we niet meer. Anderzijds moeten we de uitdaging om een appèl te doen op de talenten van kinderen, ouders en professionals beter organiseren. Namelijk: niet vanuit de insteek van problemen. Dan heb je het over zaken als de speelomgeving rondom huizen, veilige fietsroutes naar scholen, tijd voor een leerkracht om een keer een huisbezoek te brengen zonder dat sprake is van problemen.

We kennen allemaal de ver uit de hand gelopen noodsituaties, waar weliswaar 27 hulpverleners bij betrokken waren, maar adequate hulp blijkbaar achterwege is gebleven. Dat neem je nooit helemaal weg. Als overheid kun je veel, maar niet alles. Maar uit een inmiddels enorme stapel onderzoeken blijkt steeds weer hetzelfde: we hebben het hulpaanbod enorm verknipt aangeboden. Dat zit ‘m ook in zaken als de financieringssystematiek en de verantwoordelijkheidstoedeling. Wat we moeten doen is terug naar de eenvoud. Mensen kennen en handelen op grond van wat je hoort en ziet. Als er steun nodig is, dan het liefst één kind of één gezin en één plan. Het grootste gedeelte van de jeugd, ouders en scholen heeft geen steun nodig om problemen op te lossen. Daar is hooguit uitdaging nodig om talent opgediept te krijgen.
De kinderen met wie het echt niet goed gaat, is twee, drie procent. Landelijk en in Den Bosch. Daar wordt dan over gezegd: ‘Ja, da’s héél ingewikkeld… want jaaah…’
En dan denk ik: nee! Dat is niet ingewikkeld. In Den Bosch gaat het dan dus om 250 tot 500 kinderen. Dat zijn er nog een heleboel, maar we kunnen hen bij wijze van spreken bij naam kennen.

Proeftuin
Het wijzigen van het systeem is een meerjarig traject. Maar ik wil niet dat we wachten tot 2014 of 2015; ik wil dat we nu die kinderen helpen. We moeten vernieuwen vanaf gisteren. Een van mijn motto’s is: waar je naartoe wilt, daar ga je van uit. Wij hebben nu, samen met de provincie en het voortgezet onderwijs, een proeftuin waarbij we doen alsof dat stelsel al gewijzigd is. Vaak is het zo dat er gezien wordt dat er iets is met een kind, maar nog niet helemaal duidelijk is wat. Het kan dan nog maanden duren voordat daar iets uitkomt. Wij hebben gezegd: er moet binnen enkele dagen steun zijn. In samenspraak met de ouders. Dat moet het onderwijs echt leren; dat zit vaak nog erg in zijn eigen wereld. Maar een kind is méér dan alleen een leerling binnen de school. Soms liggen de problemen ook thuis. Uit onze experimenten blijkt dat het mogelijk is binnen enkele dagen steun te regelen. Dat kan bijvoorbeeld een jeugdpsychiater zijn, of in een extreem geval, uithuisplaatsing. Dat was bij een van de zeventig gevallen die we op deze manier hebben aangepakt.
De juiste steun op de juiste tijd en plek blijkt dus te kunnen. Dat dat eerder niet altijd het geval was, komt niet zozeer door een gebrek aan goede bedoelingen. Professionals handelen vaak naar hun eigen protocol en financieringssystematiek. Ze zitten vaak op het spoor van ‘ik doe mijn werk goed’. Maar interessanter is de vraag of ze het goede werk doen.

Veel organisaties hebben hun eigen certificeringen. Professionalisering is heel mooi, maar het echte certificaat zou je naar mijn mening moeten krijgen als je binnen een paar dagen levert wat dat kind helpt. En als dat niet op het vlak van jouw deskundigheid ligt, moet je het niet loslaten, maar zorgen dat je vindt wat wel nodig is. Dus als je een ergotherapeut bent en een kind onder handen hebt en denkt: deze blauwe plekken komen echt niet door tegen een deur aanlopen… je daar ook iets doet. Als je alleen door de bril van je eigen deskundigheid kijkt, zie je wel iets, maar je moet het ook aandurven om te kijken naar de context waarbinnen er iets aan de hand is.

De zorgcoördinator, de intern begeleider, de schoolmaatschappelijk werker en de leerkracht worden met van alles en nog wat over de kling gejaagd en hebben nauwelijks tijd om dat contact met een kind, gezin of andere professional tot stand te brengen. Dat begrijp ik. Er ligt veel op hun schouders.
Wat wij daarom sinds een aantal jaar in Den Bosch doen is zeggen: school is, naast thuis, de ‘centrale vindplek’. Als leerkrachten iets constateren, is de lijn voor wat er nodig is, kort. Dat hoeft allemaal niet in de school aanwezig te zijn. Het is een misverstand dat jeugdzorgers allemaal in de eerste lijn moet gaan zitten. Daar ben ik niet voor. Want dan constateren we nog veel meer problemen, of gaan ze hun eigen werk creëren. Ze moeten komen als het nodig is. Voor sommige scholen is het verstandig om bijvoorbeeld een orthopedagoog dichtbij te hebben, maar voor de meeste scholen geldt dat niet. We moeten vooral het preventieve versterken, want de beste vorm om uitval in het onderwijs te voorkomen is uitdagend onderwijs. Het idee over preventie is vaak: problemen in een vroeg stadium signaleren. Ik vind dat er iets aan vooraf gaat. Want hoe beter het onderwijs – om dat voorbeeld even aan te houden – is toegesneden op talenten van kinderen, hoe minder er een schil van zorg omheen nodig zal zijn.

Er is nogal eens de neiging om mensen te ‘behandelen’, op basis van een tekort. Dan krijg je een pil en word je gezond, of je krijgt een therapie en word je beter. Dat kan allemaal en blijft best nodig, maar ik zou liever zien dat de beperkingen van mensen niet als eindpunt of probleem worden gezien, maar als vertrekpunt. Oftewel: wil je het leven overnemen van mensen, of wil je zorgen dat ze zo veel mogelijk gebruik kunnen maken van hun eigen mogelijkheden?
Dan kom je bijvoorbeeld uit bij de licht verstandelijk gehandicapten, de LVG’er, in vaktermen. Aan een aantal van die jongeren zitten we met z’n allen flink te trekken, want we vinden dat die een startkwalificatie moeten halen, naar school moeten… Maar als jij een LVG’er met een IQ van 70 wil brengen tot een startkwalificatie, ben je heel erg fout bezig. Want dat gaat niet lukken. Het praktijkonderwijs, waar kinderen met een dergelijk IQ naartoe kunnen, heeft iets heel moois gedaan, namelijk kijken of deze leerlingen hun rijbewijs zouden kunnen halen. Dat is razend interessant. Voorheen dacht men dat dat nooit zou lukken. Want deze kinderen kunnen niet goed lezen en schrijven en de borden niet zien. Dat blijkt niet waar; je moet ze een beetje helpen in hun aanpak. En dat is niet alleen trainen, ook uitgaan van: hoe werkt dat systeem in hun hoofden? Hoe ga je om met onverwachte situaties? Dat is vaak een van de grote problemen. Maar de mogelijkheden zijn veel groter dan aanvankelijk werd gedacht.

Onmacht
De Bende van Bart is een club van voornamelijk wethouders, die samen nadenken over jeugdzorg en de ontwikkeling van het CJG. Daar zijn wij een belangrijke schakel in. Ik wilde dat de creativiteit die er bij de lokale overheid zit, gebruikt wordt, én de onmacht. De succesverhalen delen en zeggen: goh, wat ben jij lekker bezig. Maar ook: ik weet het verdomme niet meer. Want dat kan ik hier niet zeggen. Als ik bij de gemeenteraad zit, mag ik niet zeggen: ik ben goed bezig. Want dan ben ik een arrogante wethouder en word ik kapotgeschreven door de krant. Bij de Bende delen we gewoon in wie we zijn. We vertellen elkaar hoe we dingen aanpakken, en waar we tegenaan lopen. Bedenken hoe we bijvoorbeeld Loesje-posters kunnen maken en hoe we met de minister in gesprek gaan; het kan van alles zijn. Het is een inspirerend motortje van lokale kracht.

Onmacht kan er ook zijn bij ouders. Over het algemeen vind ik dat ze onvoldoende worden betrokken bij zaken rondom hun kind. Je ziet dat bij veel professionals het idee leeft dat deskundigheid betekent dat zij vertellen hoe het moet. Terwijl ze ook een beroep op die ouders kunnen doen, van ‘Goh, ik zie dit, herkennen jullie dat? Hoe gaan jullie daar thuis mee om?’ Wij problematiseren vaak de mensen waar iets mee is, maar het is ook wel eens nodig de professionele inzet te problematiseren… De institutionalisering van professionals is grenzeloos. Daar heb ik me op verkeken. Ik heb tien jaar lang in van alles en nog wat geïnvesteerd, en ik kom nu tot de ontdekking dat dat gewoon gestapeld is. Dus dat er zeven losse professionals rond een persoon lopen, en ze dat van elkaar niet weten… De vraag is hoe je dat aanstuurt. Het moet niet zijn: ik ben de baas en jij moet doen wat ik zeg. Daar geloof ik niet zo in. Je moet proberen gezaghebbend voorwaarden te creëren waardoor het beter werkt. En niet alleen probleemgeoriënteerd. Want dat is de valkuil.
De CJG’s zouden daarin een regiefunctie moeten hebben. Het CJG is voor mij eigenlijk niks anders dan de poule van professionals die rondom kinderen en gezinnen werkzaam zijn. Dus het is niet een hok waar je naartoe kan, en zeggen: ik heb een afspraak om vijf over negen. Nee. Dat zijn multidisciplinaire teams op wijkniveau, die soms heel veel met elkaar hebben en soms heel weinig. Maar die elkaar, als het nodig is, wel weten te vinden.

De eerste lijn, de logopedisten, de ergotherapeuten… die staat natuurlijk onder druk. Met de huidige bezuinigingen worden veel zaken al snel als ‘luxe’ gezien. Onzin natuurlijk. De deskundigheid is misschien gericht op een deelprobleem, maar kan uitstekend bijdragen aan het functioneren van het geheel.”

======================================================================================================

Bart Eigeman is sinds 2001 wethouder voor de gemeente ’s-Hertogenbosch. Vanaf zijn derde periode (sinds april 2010) is hij wethouder Talentontwikkeling en Duurzaamheid. Zijn portefeuille bestaat uit Jeugd en onderwijs en aansluiting op de arbeidsmarkt, Milieu, Openbare ruimte, Water en Groen, en Coördinatie schone en veilige wijken.

Eigeman heeft ook zitting in de VNG, de Vereniging van Nederlandse Gemeenten. De VNG is de belangenbehartiger van alle gemeenten in Nederland bij de provinciale overheden, de Tweede Kamer en het kabinet. Eigeman was hier eerder voorzitter van de commissie Onderwijs, Zorg en Welzijn. Onder meer vanuit deze positie was hij landelijk betrokken bij de ontwikkeling om in elke gemeente een Centrum Jeugd en Gezondheid (CJG) te realiseren. Daarnaast heeft hij ‘De Bende van Bart’ opgericht; een netwerk van bestuurders die zich inzetten voor de ontwikkeling van de CJG’s.

De VNG-commissie Onderwijs, Zorg en Welzijn is inmiddels gesplitst en Eigeman is nu vice-voorzitter van de commissie Onderwijs, Sport en Cultuur en vice-voorzitter van de subcommissie Decentralisatie Jeugdzorg. Deze laatste commissie houdt zich vooral bezig met de ‘Transitie Jeugdzorg’: de ambitie om de jeugdzorg te integreren tot één stelsel voor hulp aan jeugdigen en gezinnen. De verantwoordelijkheid van de Jeugdzorg gaat van de provincies over naar de gemeenten, en zij krijgen er per 2015 de regie over.
Eind deze maand (februari 2012) stopt Eigeman als wethouder. Op zijn website zegt hij nog niet te weten wat hij hierna zal gaan doen. “Tot vandaag heb ik me iedere dag opnieuw helemaal gegeven in dit werk. Elf jaar lang heb ik topsport bedreven. Ik heb even de tijd nodig daarvan los te komen voor ik me in een nieuwe uitdaging stort. Ik blijf wel aan de slag met ‘mensen uitdagen, inspireren en verbinden’ om het positieve uit zichzelf en hun omgeving te halen.”

zaterdag, 25 februari 2012

Krispijn Beek

Krispijn Beek

Hyves Last.fm Twitter

8 maart: Lezing internationale handelsregels: recht van de sterkste of eerlijk?

In duurzaamheid, economie, danielle hirsch, dopp, duurzaamheidsoverleg politieke partijen, duurzame economie, economie transitie, gatt, grondstoffen, en meer.

Op 8 maart organiseert het DuurzaamheidsOverleg Politieke Partijen de tweede lezingen-avond in het kader van de zoektocht naar een duurzame economie (zie hier voor een impressie van de eerste avond). De komende lezingen-avond gaat over de internationale spelregels van ons economische systeem: in hoeverre leggen deze de huidige onduurzaamheid vast en welke veranderingen zijn noodzakelijk/gewenst? Dat wordt op 8 maart besproken aan de hand van drie inleidingen van mensen die op dit internationale gebied werkzaam zijn en erkend worden als autoriteiten op hun gebied.

Datum: donderdag 8 maart, 18.15 uur in Utrecht (Uithof-complex)
Plaats: Uithof, campus van de Universiteit Utrecht, collegezaal 042 in het Marinus Ruppertgebouw (zie bijlage) – de locatie is vastgelegd i.s.m. het Utrecht Sustainability Institute.

Programma 8 maart

18.15  uur:  welkom

18.30 uur: Handelsverdragen (o.a. WTO en Gatt) – mogelijkheden voor alle partijen? Myriam Vander Stichele (Stichting Onderzoek Multinationale Ondernemingen), www.somo.nl

19.15 uur: Grondstoffen: uitgaan van overvloed of toenemende schaarste? René Kleijn, Centrum voor Milieuwetenschappen Leiden – Industriële Ecologie www.cml.leiden.edu

20.00  uur:  pauze met koffie

20.15 uur: Visie op nieuwe internationale afspraken: locaal effectief, mondiaal inspirerend Danielle Hirsch (Both Ends), www.bothends.org

21.00  uur: afsluiting

Myriam Vander Stichele: Handelsverdragen (o.a. WTO en Gatt) – mogelijkheden voor alle partijen?

Op het veld van de internationale handel spelen grote en kleine partijen aan de hand van o.a. mondiale (vrij?-)handelsverdragen. Het is onduidelijk of daarbinnen feitelijk wel duurzaam ondernemen mogelijk is.De belangrijkste verdragen zullen worden besproken, wat betreft inhoud, gevolgen en totstandkoming.Wat betekent dit voor eerlijke handel? Welke rol spelen de multinationals; zijn zij misschien de enigen die echt vrij zijn? Daarnaast is er een trend naar meer bilaterale afspraken (vb: EU – India). Wat gebeurt daar en wat zijn daarvan de gevolgen?

In alle gevallen speelt de vraag: hoe kan de nederlandse burger via de politiek de internationale afspraken beinvloeden?

Dit heeft ook een link met hoe financiële partijen omgaan met grondstoffen (oneerbiedig ‘commodities’ genoemd) via allerlei afgeleide financiële producten. Want ook hier zijn economie en financien met elkaar verweven. Deze lezing zal ons een basis geven van welke wissels dienen te woren omgezet en hoe de nederlandse politiek daaraan kan bijdragen!

René Kleijn:  Grondstoffen: uitgaan van overvloed of toenemende schaarste?

In de Westerse wereld leven we in een tijd waar dot.com, facebook en twitter de illusie voeden dat we voorbij kunnen gaan aan de fysieke fundering van onze maatschappij: grondstoffen. Zeker, in termen van GDP is de primaire sector in het huidige tijdsgewricht van ondergeschikt belang. Echter, ook onze op diensten gebaseerde economie kan niet zonder een continue input van grondstoffen. Voor het maken van een microchip van een paar gram is 1.7 kg grondstoffen nodig, gebruik makend van 61 van de 92 elementen in het periodiek systeem. Vervolgens wordt deze chip tijdens gebruik in server-centra 24/7 voorzien van energie op basis van fossiele brandstoffen.

De vraag naar producten wordt de komende decennia verder opgevoerd door drastische vergroting van de bevolking en verhoging van het inkomen per capita. Dit betekent wellicht drie keer zoveel auto’s, koelkasten en TVs, die allemaal zullen moeten worden geproduceerd.

Een ‘duurzame’ economie zal rekening dienen te houden met deze feiten. Enige suggesties zullen worden gedaan hoe dit economisch in het systeem te incorporeren. Kan de circulaire economie ons redden? Om deze ontwikkeling in duurzame banen te leiden zal daarnaast al ons technisch innovatief vermogen moeten worden gemobiliseerd, hetgeen slechts door een drastische verschuiving in beleid in de juiste richting kan worden geleid. Hierbij is het de grote vraag of b.v. ‘biobased materials’ een oplossing kunnen zijn.

Danielle Hirsch: Nieuwe internationale afspraken: locaal effectief, mondiaal inspirerend

In The Age of the Unthinkable stelt J.C. Ramo dat de wereld voor het oplossen van de problemen van de 21ste eeuw niet kan vasthouden aan instituties en regels uit de 20ste. Hij roept aan de hand van tal van voorbeelden op tot durf om het onbekende tegemoet te treden, tot acceptatie van chaos in plaats van planmatigheid en tot een gezamenlijke zoektocht om stap voor stap onze leefbare wereld te herontdekken.

Danielle Hirsch biedt twee uitgangspunten bij het maken van de noodzakelijke stap richting het onbekende. Een daarvan is haar visie op een duurzame, mondiale economisch systeem waarin alle mensen meedoen en in staat zijn hun eigen welzijn te creëren. In die visie beslist niet het huidig economisch systeem voor mensen, maar is iedereen, ook de mensen die nu op deze planeet geen waardig leven leiden, zelf leidend in de duurzame ontwikkeling.

Daarvoor zijn doorbraken nodig. Mensen en natuur hebben er baat bij als ondernemingen als TNT verder gaan in het herdefiniëren van hun rol in de logistieke keten, als banken en investeerders zich richten op innovatoren in wat velen ‘the bottom of the pyramid’ noemen. Om die bewegingen echt een vlucht te laten nemen zijn ook nieuwe internationale handelsregels nodig.

Haar lezing gaat voorbij mooie woorden. Zij zal laten zien waarop Nederland –de 16e economie ter wereld met wijd vertakt netwerk van handelsrelaties en nummer 3 op de Human Development Index- nu al kan inzetten om die visie te realiseren.

Aanmelding:

Aanmelding voor deze avond kan door een email te sturen aan economie-transitie at hotmail.nl.

Vragen?

Het is mogelijk vooraf al vragen, die je hebt over het onderwerp van een avond, op te sturen. De organisatie kan die dan reeds voorleggen aan de sprekers, zodat ze evt. in de lezingen meegenomen kunnen worden. Zet dit in je aanmeldingsmail!

Onderwerpen & datum van avond 3 en 4

De vervolg-avonden zijn nog niet volledig ingevuld, maar hieronder een voorlopig overzicht van de onderwerpen en data van avond 3 en 4 (kan je ze vast reserveren in de agenda). Aanmelding is op een later tijdstip mogelijk; hiervoor volgt binnenkort een aparte uitnodiging per avond (wil je de uitnodiging ontvangen, meld je dan aan via economie-transitie at hotmail.nl).

Avond 3. Financiële systeem: niet leidend (in bekoring), maar ten dienste van   -   DATUM: 22 maart

  1. internationeel flitskapitaal: noodzaak, drivers en remmen?
  2. lenen en rente: zegen of vloek; is er een beter alternatief?
  3. het nieuwe bankieren – wat kan blijven, wat moet anders

Met als spreker Ad Broere; overige zijn nog in bespreking.

Avond 4. Bedrijfsverantwoordelijkheid: niet alleen financieel   -   DATUM: 28 maart

  1. “license to operate” – wat staan wij bedrijven nog toe en wat is hun verantwoordelijkheid?
  2. transparante checks and balances voor duurzame corporate governance
  3. de factor mens in het bedrijf: kuddedieren of (geestelijke) diversiteit?

Met als sprekers: André Veneman (AKZO), Paul van de Loo (Ernst&Young), Pauline van der Meer Mohr (Erasmus Universiteit). Met een bijdrag van Jaap Winter (Duisenberg School of Finance, De Brauw Blackstone Westbroek) als moderator. 

Precieze plaats en tijd worden bekend gemaakt in afzonderlijke uitnodigingen. Zet de data alvast in je agenda!

Vragen?

Het is mogelijk vooraf al vragen, die je hebt over het onderwerp van een avond, op te sturen. De organisatie kan die dan reeds voorleggen aan de sprekers. Hiervoor graag een reply naar dit email-adres: economie-transitie at hotmail.nl.

We zijn ook bezig een website op te zetten met verslagen, posts en dergelijke en bezig met Linked-In discussie-forum. Wij zoeken nog mensen die ons hierbij willen ondersteunen!

Onderwerp van avond 5 tot en met 7.

Hieronder: overzicht van de overige nog in te plannen lezingen-avonden (voorlopige opzet)

Avond 5. Overheid: marktmeester namens de samenleving – met oog voor verschillende belangen?

  1. welke groei willen we? welke indicator(en) in plaats van BNP?
  2. level playing field – hoe gelijke kansen voor klein en groot, oud en nieuw?
  3. instrumenten voor regulering: cap-and-trade / fiscale vergroening / quotering?

Avond 6. Product en consument

  1. versterkte relatie: van koop naar een circulaire economie door huur en lease
  2. voorlichting of labels voor inzicht in product-aansprakelijkheid en keten-beheer
  3. betalen met geld én/of eco-dukaten (met quotering)?

Avond 7. Politiek systeem en transitie-strategie

  1. nieuwe democratische structuren en middelen als tegenwicht voor ‘de economie’
  2. samenleving en transitie – een moeilijke combinatie? (sociologie)
  3. de nieuwe economie draagvlak geven – transitie-paden (psychologie)

dinsdag, 21 februari 2012

Jolanda de Vreede

Jolanda de Vreede

Twitter

Groter dan Job

In kort, ambtenaren, de, maatschappij, politiek, pvda, gisteren, verantwoordelijkheid, politici, en meer.

“Want wij staan in dienst van iets dat groter is dan wijzelf”.

Wat mij betreft de mooiste zin van gisteren. Dat staan alle politici, dat staan alle journalisten, dat staan alle ouders, alle docenten, alle ambtenaren, alle kiezers, dat staat iedereen. Iedereen hoort verantwoordelijkheid te nemen voor zijn bijdrage aan ieders welvaart en welzijn. De maatschappij dat zijn… juist. If you cant’t pull that rope, find another job.

Genieten om te zien hoe Hans Spekman voor de tweede keer in één week bij Nieuwsuur dat grotere geheel blijft noemen ondanks Mariëlle Tweebeeke die hem strak terugtrekt naar de mini-details van een PvdA-discussie. Dit zoeken van spijkers op laag water creëert een beeld van politiek dat het niet waard is. (Interne) discussies zijn goed. Mevrouw Tweebeeke, alstublieft, neem uw verantwoordelijkheid en ga eens in op de inhoud, en niet als een bloedhond op de details er omheen.

woensdag, 15 februari 2012

Willie Oldengarm

Willie Oldengarm

Hyves Linkedin Twitter GR

Oplossing Plataan/Niermanschool: ga ontvlechten!

In algemeen, cultuur, gemeenteraad, kunst en cultuur, meppel, plataan, kritisch, lezen, andere partijen, en meer.

Veel mensen vragen ons wpand s 300x225 Oplossing Plataan/Niermanschool: ga ontvlechten!at het standpunt van GroenLinks is over het dossier Niermanschool/Plataan. De Niermanschool is drastisch aan een nieuw onderkomen toe. Dat staat buiten kijf.

Wij hebben echter van meet af aan vraagtekens gezet bij het idee van het college de Niermanschool onder te brengen bij de Plataan. Wij vroegen ons toen al af of er wel genoeg draagvlak zou zijn voor dit idee. We stelden daar toen vragen over. We hadden toen al het idee dat wethouder Myriam Jansen het allemaal veel te simpel voorstelde.

vorig jaar waren twee opties over. Nieuwbouw of verbouw van de Plataan. Er zou een haalbaarheidsonderzoek worden ingesteld.

We bleven de ontwikkelingen kritisch volgen.

In juni stelden we aan het college vragen wanneer we de uitkomsten van het haalbaaronderzoek zouden krijgen. Ons werd toen medegedeeld dat er nog wat praktische zaken waren en dat we na de vakantie uitsluitsel zouden krijgen.

Dat was dus helemaal niet het geval. Uit de stukken die we nu hebben gekregen, blijkt dat voor de vakantie duidelijk werd dat de verbouwplannen veel te duur werden. Er werd een nieuwe projectleider aangesteld met een nieuwe opdracht. Hij moest met de “grootste” hoofdrolspelers gaan verkennen of de verbouw van de Plataan haalbaar was. De bibliotheek, Stichting Welzijn Meppel/Westerveld, SCALA, de Niermanschool en een aspirant huurder Speelwerk werden hiervoor uitverkoren. De andere spelers op het veld werden in de wachtkamer gezet.

De uitkomsten van het haalbaaronderzoek hebben we tot nu toe niet gekregen. Wel kregen we op 12 januari in de raadscommissie een voorstel te behandelen om een kleine 7 ton extra uit te trekken voor de herstructurering van de Plataan. Volgens het college was dit genoeg om de Niermanschool samen met Speelwerk te kunnen laten vestigen in de Plataan. Tegelijkertijd zouden ook de problemen van de Bibliotheek, SCALA en de beheersstichting van de Plataan op worden gelost. Het werd ons al gauw duidelijk: dit was te mooi om waar te zijn.

Raadsbreed werd aan het college verzocht een dossier samen te stellen over dit onderwerp. Ik heb toen al die stukken doorgewerkt. Al doorlezende werd ik er moedeloos van. Heel veel losse eindjes, heel veel vragen. Het enige wat telkens naar voren kwam was de zin: het is technisch haalbaar, maar verder kwam men naar mijn idee niet.

Is het haalbaar?

GroenLinks heeft al die tijd antwoord proberen te krijgen op de volgende vragen:

- het plan moet haalbaar zijn op financieel en organisatorisch oogpunt;

- er moet draagvlak zijn voor de plannen;

- het moet geen andere problemen veroorzaken

Op 12 en 19 januari hebben we over het voorstel van het college vergaderd. De vergadering van 12 januari duurde maar liefst tot 1.00 uur ‘s nachts! Ik heb daar toen de toespraak gehouden “Valt er wel wat te kiezen?” Mijn conclusie was dat we met een slecht onderbouwd voorstel opgezadeld werden. Financieel, organisatorisch oogpunt niet haalbaar. Te weinig draagvlak. En het ergste van alles: de problemen waren alleen maar toegenomen.

Eigenlijk had niemand veel vertrouwen in de plannen behalve de Bibliotheek (kon 40.000 bezuinigen en mocht dat houden), de Niermanschool en Speelwerk.  Dat bleek ook wel uit de lange rij insprekers : de Bazuin die niet was gehoord en tot speellokaal zou worden verbouwd, de Spelotheek die geen plek meer zou hebben, de beheerstichting van de Plataan die vraagtekens zette bij de financiële haalbaarheid, omwonenden die problemen voorzagen. En dan konden we lezen in de stukken dat Stichting Welzijn zich afvroeg of die heisa rond de verbouwing het wel waard was en kwam ook nog een brief van SCALA  die het college er fijntjes aan herinnerde dat in de nieuwe situatie SCALA de huurcontracten wilde openbreken wat uiteindelijk ook weer negatief kan uitvallen voor de exploitatie.

Al met al eindigde de vergadering van 12 januari in een chaos. Alleen Sterk Meppel volgde haar wethouder Myriam Jansen kritiekloos en verweet de andere partijen doemdenken. Ik vroeg die avond herhaaldelijk aan die fractie of ze eigenlijk het dossier wel hadden gelezen.

Op 19 januari was een vervolg op de vergadering van 12 januari. Ik vond het wel spannend. Ik was benieuwd of de VVD en de PvdA stand zouden houden in hun kritiek op het slecht onderbouwde voorstel van het college. De wethouder was tijdens de begrotingsvergadering van november vorig jaar nog gered door fractievoorzitter Roelof Pieter Koning toen er veel kritiek op haar kwam. Hij vond toen dat we een broedende kip niet wakker moesten maken en de wethouder tijd moesten gunnen voor een goede oplossing. Gelukkig hielden ook zij voet bij stuk. Alleen Sterk Meppel vond dat het voorstel wel naar de gemeenteraad kon ook al hadden zij er nog veel vragen over. De andere partijen gaven aan het college mee met een nieuw voorstel te komen.

Hoe nu verder? Ga ontvlechten

Ik heb die avond namens GroenLinks ingebracht dat het verstandiger is te gaan ontvlechten. Gewoon een stap terug doen en dan stuk voor stuk de problemen op gaan lossen. Dat is nodig omdat het college al heel lang de regie is kwijt geraakt.

Het gaat dan om apart verkennen van oplossingen voor de Niermanschool (nieuwbouw, verbouw), oplossingen voor bezuinigingen Bibliotheek en SCALA, een gezonde exploitatie voor de Plataan. En dan kan men later wel weer bekijken of je het ene of het andere met elkaar kunt verbinden. Daarbij vinden wij overigens dat de Bazuin en de Spelotheek in de Plataan moeten blijven.

Ik vond hier wel gehoor voor. De wethouder bleef echter hoog bij laag volhouden dat het college een goed plan heeft. Niet verstandig. Zij en haar partij Sterk Meppel isoleren zich volledig. Jansen kan dit dossier duidelijk niet aan.

Al met al een vervelende situatie voor alle betrokkenen. Met name ook voor de Niermanschool. Als ik hun was koerste ik aan op nieuwbouw. Dat is hen immers beloofd wanneer de Plataan niets zou worden.

Ondertussen zitten wij ook te bedenken wat wij kunnen doen om uit deze impasse te komen. We zitten wel niet in de coalitie, maar het is wel een heel vervelende situatie voor alle betrokkenen. Ik zou dolgraag met die ontvlechting willen beginnen.

Tja, wat let ons? Doet u mee?

 

 

vrijdag, 10 februari 2012

Ruard Ganzevoort

Ruard Ganzevoort

Twitter

Weg met de BV Nederland

In politiek, amerika, bedrijf, belangrijk, cultuur, de, economie, eerste, europa, en meer.

Zoals je de wereld ziet, zo gaat hij ook functioneren. Dat is een oud inzicht uit de sociologie. Wie denkt dat er overal geesten en spoken zijn, die richt zijn leven daarop in. Wie gelooft in complotten, die ziet daar overal de bewijzen voor. En wie goed doet goed ontmoet, zoals het spreekwoord zegt. Het maakt dus uit hoe we over de wereld spreken, want dat kleurt onmiddellijk hoe we ons in die wereld gaan gedragen.

Het heeft dan ook gevolgen als we spreken over Nederland als een BV. Zowel dit kabinet als haar voorgangers gebruiken de termen nogal eens om te benadrukken dat het land doelmatig en ondernemend geregeerd moet worden. Snijden in de kosten en vergroten van de winsten. Maar wat gebeurt er als we zo over een land spreken?

In de langetermijn-plannen voor het hoger onderwijs ligt de nadruk op woorden als ‘verdiencapaciteit’ en de trits ‘kennis-kunde-kassa’. Onderwijs heeft kennelijk niet als eerste doel mensen te vormen tot authentieke en verantwoordelijke mensen die voluit kunnen participeren in de samenleving. Alles draait om geld.

In gesprekken over de toekomst van het Koninkrijk en de relatie met de Caribische eilanden benadrukt onze premier dat het er vooral om gaat dat we ‘samen veel centjes gaan verdienen’ en een unieke handelspositie hebben met een poort naar Europa en een poort naar Amerika – Noord, Midden en Zuid. Het gaat niet om de intrinsieke betekenis van een historisch gegroeid koninkrijk en de kernwaarden die daarbij horen, maar om geld.

In de internationale verhoudingen is het van hetzelfde laken een pak. Zonder enige gene zet de regering alles in het kader van ‘economische diplomatie’ en de belangen van het Nederlandse bedrijfsleven. Ook bij ontwikkelingssamenwerking spelen handelsbelangen een grote rol. Mensenrechten verschuiven naar de achtergrond, want het gaat om geld. Ambassades worden handelsposten.

Het Sociaal Cultureel Planbureau heeft onderzocht of wij wel ‘waar voor ons belastinggeld’ krijgen in het onderwijs, de zorg en bij justitie. Wat is het rendement van al die Euro’s? Wat is de productie? Dat blijkt echter moeilijk vast te stellen als je alleen naar economisch meetbare gegevens kijkt.

Wie over Nederland spreekt als een BV, die versmalt de werkelijkheid tot een economisch verhaal. Het is geen totale onzin, want we kunnen ons niet onttrekken aan de economische werkelijkheid. Wie dat probeert, schept een illusie en zal van een koude kermis thuiskomen. Maar het is wel een onaanvaardbare versmalling die leidt tot een kille rationaliteit.

Het gaat bij een land niet in de eerste plaats om geld en groei. Het gaat in de eerste plaats om het realiseren van een leefklimaat waarin mensen het goed hebben. Het doel van een samenleving is het leven zelf. Zorg voor dat leven is dan ook geen kostenpost, maar een waardevolle activiteit waarin gelukkig veel mensen actief zijn. Onderwijs is in de eerste plaats het scheppen van een ruimte waarin mensen zich ontplooien om aan dat leven en samenleven deel te nemen. Cultuur en natuur zijn geen luxe, maar essentieel voor het goede leven. En hoe meer onze samenleving vreedzaam verknoopt is met andere samenlevingen, des te hoger het welzijn.

Dat alles kost ook geld, ja. Economie is dan ook een belangrijk middel om het leven dat we wensen ook mogelijk te maken. Maar het is een middel en geen doel. Economische kracht kan helpen om hier en wereldwijd de levensstandaard te verbeteren. Maar als groei een doel in zichzelf wordt, ondermijnt het die levensstandaard weer. Snijden in de kosten en verhogen van de winst zijn nuttig als ze de samenleving stimuleren, niet als ze die afbreken.

Vreemd genoeg begint juist het bedrijfsleven te beseffen dat economische resultaten niet alles zijn. Maatschappelijk verantwoord ondernemen geeft een meerwaarde die niet in geld is uit te drukken. En een goed bedrijf blijft trouw aan zijn idealen, ook als dat een keer geld kost. De regeringsretoriek van BV Nederland zou daar nog wat van kunnen leren. Helaas lijkt men echter vooral verblind door het BV-denken. En daarom: Weg met de BV Nederland

Column in CW, 10.02.2012


donderdag, 9 februari 2012

Hans Groen

Hans Groen

Twitter

Brandmerk superieur aan chip identificatie

In chippen paarden, maatschappij, brandmerk, chippen, duitsland, gezondheid, welzijn, de, onderzoek, en meer.
In Duitsland is een nieuw wetenschappelijk onderzoek gepubliceerd dat de gevolgen en effecten van brandmerken en chippen met elkaar vergelijkt. De conclusie van de wetenschappers is dat brandmerken als identificatiemethode veruit superieur is en er geen welzijnsoverwegingen zijn om chippen te prefereren. Het rapport, dat de oproep voor het behoud van de femorale brandmerk ondersteunt [...]

vrijdag, 3 februari 2012

Paul van Grieken

Paul van Grieken

Twitter

Veilig maar gulzig

In amsterdam zuid, politiek, bezuinigen, veiligheid, euro, geld, lezen, ambtenaren, amsterdam, en meer.
Onveiligheidsgevoelens? Bij deze gulzige kaaiman die ik in Bolivia tegenkwam niet…

Stadsdeel Zuid is het veiligste stadsdeel van Amsterdam. En toch is het budget voor veiligheid de afgelopen jaren meer dan verdubbeld. Dat komt omdat het met veiligheid goed scoren is: toon je compassie met slachtoffers en kondig maatregelen af – liefst stevige, zoals cameratoezicht of blowverbod. Maar compassie tonen – wat goed is – hoeft geen miljoenen te kosten. En maatregelen die nimmer hun effectiviteit bewezen hebben, zoals cameratoezicht, zouden niet zoveel geld mogen opslurpen.

Het budget voor veiligheid steeg tussen 2010 en 2012 van 2,2 miljoen euro naar bijna 4,8 miljoen euro (zie grafiek 1). Slechts een heel beperkt deel van deze toename is bedoeld om rijksbezuinigingen op te vangen. In 2012 gaat ruim 200.000 euro naar cameratoezicht. Nog eens 100.000 euro gaat naar “uitbreiding capaciteit” voor de “aanpak van veiligheid” of te wel: meer ambtenaren. Twee dure maatregelen waarvan in hoge mate moet worden betwijfeld of het bijdraagt aan veiligheid.

Grafiek 1. Budget voor veiligheid in stadsdeel Zuid

Is méér veiligheid eigenlijk wel nodig? Hoewel je natuurlijk nooit kan zeggen dat het veilig genoeg is, of dat er niets meer te doen valt, moet je je wel afvragen of méér geld er aan besteden wel zo nuttig is. Het Sociaal Cultureel Planbureau stelde onlangs in zijn rapport Waar voor ons belastinggeld? dat méér geld, niet per se méér resultaat betekent. “Bij de meeste voorzieningen stijgt de hoeveelheid ingezet personeel veel sneller dan de productie,” lezen we in de samenvatting van dit rapport. Dit zou ook wel eens kunnen gelden voor die 100.000 euro ‘uitbreiding capaciteit’ die het stadsdeelbestuur zo nodig vindt.

Bovendien is de vraag hoe groot het veiligheidsprobleem is in stadsdeel Zuid. Van onveiligheidsgevoelens heeft stadsdeel Zuid in vergelijking met andere stadsdelen al jaren het minste last (zie grafiek 2).

Grafiek 2. Aandeel mensen dat zich wel eens onveilig voelt in de eigen woonbuurt (bron: basismeetset Amsterdam, O&S)

Als we kijken naar de zogenaamde veiligheidsindexen is er al jaren een positieve trend: het wordt veiliger, zowel objectief als subjectief (zie grafiek 3). De index is een – eerlijk gezegd nogal kunstmatig – getal dat de ontwikkeling binnen Amsterdam moet aangeven, waarbij ’100′ de waarde voor heel Amsterdam in 2003 is. Hoe lager het getal, hoe ‘veiliger’. Objectieve veiligheid gaat over geregistreerd slachtofferschap; subjectieve veiligheid gaat over gevoel, bijvoorbeeld van angst om slachtoffer te worden van misdrijven en criminaliteit. Landelijk is al jaren de trend dat het ‘objectief’ gezien veiliger wordt, maar dat onveiligheidsgevoelens toenemen. Over deze paradox kan je meer lezen in een interessant artikel van Sander Flight. Maar in stadsdeel Zuid gaat het dus zelfs met de beleving van (on)veiligheid de goede kant op.

Grafiek 3. Objectieve en subjectieve veiligheidsindex in stadsdeel Zuid (bron: basismeetset Amsterdam, O&S)

Meer geld voor veiligheid vind ik dus geen goed idee:

  1. Er is geen noodzaak voor, want het gaat al lang de goede kant op met veiligheid: met de bestaande, ‘oude’ budgetten kan de veiligheid al worden verbeterd, zo tonen de cijfers aan.
  2. Meer geld betekent lang niet altijd meer resultaat, zo wist het SCP onlangs te stellen.
  3. Er wordt fors bezuinigd op andere belangrijke zaken, zoals welzijn en het onderhoud van openbare ruimte. Het ongedaan maken van deze bezuinigingen verdient meer prioriteit dan de investeringen in openbare orde en veiligheid  – en dat zou misschien wel eens beter kunnen zijn voor de veiligheid op lange termijn.

Het lijkt er op dat het stadsdeelbestuur vooral goede sier wil maken met ‘maatregelen voor’, ‘een aanpak van’ en ‘inzetten op’ veiligheid, maar zonder dat concreet duidelijk wordt gemaakt wat daarmee moet worden bereikt. Die goede sier kost wel miljoenen extra. In tijden van bezuinigingen mag het stadsdeelbestuur wel wat minder gulzig zijn.

 

 

vrijdag, 27 januari 2012

John Jorna

John Jorna

Atlas van Europese Waarden

In column van de week, politiek, wereld, kort, taal, waarde, raad, regio, leiden, en meer.

LEESBAARHEID KAARTEN ENORM
VERBETERD

Recent is een nieuwe editie van de “Atlas van Europese Waarden. Trends en Tradities rond de eeuwwisseling” verschenen. In alle Europese staten, inclusief Turkije en Rusland worden voortdurend mensen ondervraagd op tal van terreinen. Ze moeten bijvoorbeeld aangeven in hoeverre ze het eens of oneens zijn met een bepaalde stelling. Zo’n stelling moet uiteraard in de betreffende landstaal vertaald worden. Dat is sowieso al moeilijk en dan blijft nog het probleem dat een woord in de ene taal net een iets andere betekenis of gevoelswaarde heeft als in het Engels, de voertaal van de atlas en het voorafgaande onderzoek. Dat maakt het onderzoek ook erg kostbaar en dat is in de prijs van de atlas goed te merken. Die is exclusief BTW € 139,– en samen met de 6% BTW en de vervoerskosten kwam de rekening op € 156,88 uit. Kijk je echter naar de fraaie vormgeving en de schat aan gegevens, dan vind ik de atlas dat bedrag zeker waard.

Mijn kritiek bij de vorige uitgave van 2005 was, dat de kaarten heel moeilijk leesbaar waren. Bij elk hoofdstuk paste een bepaalde kleur en de kaarten gaven de verschillen per land aan in meerdere tinten per kleur. De verschillen in tint waren zo klein, dat je maar moeilijk kon bepalen bij welk percentage de kleur hoorde. Nu is er gekozen voor duidelijk contrasterende kleuren, waarbij het verschil tussen hoogste en laagste waarde in een oogopslag te zien is. Ook de vele staaf- en cirkeldiagrammen zijn goed leesbaar.

Na een voorwoord van de President van de Europese Raad, Herman van Rompuy komt een kort hoofdstuk met een snelle samenvatting van de Europese geschiedenis. Je merkt dan hoeveel de Europese staten gemeenschappelijk aan geschiedenis hebben en de geschiedenis vormt het land. Desondanks zijn de verschillen tussen de staten enorm. Ik probeerde een of andere regelmaat te ontdekken, maar die is er op het eerste gezicht niet. In de volgende hoofdstukken komen allerlei aspecten aan de orde van Europa, Gezin en familie, Arbeid, Religie, Politiek, Samenleving en Welzijn. Dan volgt een conclusie. Er is korte informatie per land en informatie over de studie op zich.

De eerste kaart in de atlas met als titel “European citizenship” geeft de resultaten per land naar de vraag in hoeverre de mensen zich Europeaan voelen. Zij moesten de vraag beantwoorden bij welk gebied zij  het meest behoren en dan de volgorde bepalen tot het er het minst bij behoren. Daarbij moesten ze kiezen uit de woonplaats, de regio, het land, Europa en de wereld. Als Europa als eerste of tweede genoemd werd, dan telde dat mee als antwoord met Europa verbonden. Alleen in Luxemburg en Kosovo voelt meer dan 30% zich zo met Europa verbonden, dat zij Europa op de eerste of tweede plaats zetten. België, Zwitserland en Finland scoren tussen de 20 en 29%. Onder het gemiddelde zitten Groot-Brittannië en nog sterker Ierland, Spanje, Polen, Oekraïne, Roemenië, Georgië en Turkije. De Russen voelen zich het minst Europees. In elk land geeft een cirkeldiagram aan welk percentage welk gebied als eerste noemt. Zo voelen Nederlanders zich sterk verbonden met hun woonplaats en hun land en minder met hun regio, terwijl de Duitsers zich sterk verbonden voelen met ook de woonplaats, maar niet met de Bondsrepubliek, maar meer met de eigen bondsland Beieren of Nedersaksen bijvoorbeeld. In bondsstaten als Zwitserland en Oostenrijk zie je eveneens die sterke binding aan kanton of Bundesland. Gelukkig voelen nog heel wat Belgen zich verbonden met België. De regio scoort er wat lager, maar dan komt weer de vraag of als regio de provincies of de taalgebieden zijn bedoeld. U ziet, hoeveel interessante dingen je kunt zien op nu maar één kaart. Ik ga er dus de komende tijd nog meer blogs aan wijden.

Loek Halman, Inge Sieben and Marga van Zundert: Atlas of European Values. Trends and Traditions at the turn of the Century. Tilburg University European Values Study. Uitgave Brill, Leiden. ISBN 978 90 04 20705 9.

Jaargang 4, Nr. 199.

Simon Otjes

Simon Otjes

Last.fm Twitter

Utilisten, liberalen en dieren

In dierenrechten, liberalisme, politieke filosofie, activiteiten, burgers, de, debat, dieren, dierenwelzijn, en meer.

De basis van dierenrechten is, filosofisch gezien, precair. Traditionele politieke theorieën zijn niet goed in staat om zulke rechten te verdedigen. In het boekje Een waardig bestaan schetst Martha Nussbaum een potentiële oplossing: haar eigen op capaciteitengerichte politiek-filosofische theorie.

Dierenrechten als een filosofisch probleem

Veel mensen hebben de intuïtie dat je niet wreed mag zijn tegen dieren. Stierenvechten voelt als een barbaarse praktijk, waar we zo snel mogelijk vanaf zouden moeten. Maar wat is de politiek-filosofische basis van dierenrechten? De traditionele liberale politieke theorieën bieden geen ruimte voor dierenrechten. Deze streven naar een zo groot mogelijke individuele vrijheid voor rationele burgers. Liberale theorieën zien maar een relevante groep rechtssubjecten: rationele mensen. Liberalen willen mensen in staat stellen om zelf hun eigen ideeën van het goede leven in de praktijk te brengen. Dieren kunnen niet als vrij en rationeel vorm geven aan het eigen leven.

Utilisen lijken dieren gemakkelijk op te kunnen nemen in hun theorieën. Prominente utilisten als Singer hebben zeer veel gedaan om dierenrechten filosofisch te funderen. Utilisten hebben niet veel met rechten, maar destemeer met welzijn. Een recht is voor een utilist niet veel meer dan de erkenning dat het welzijn van een partij ‘telt’. Utilisten willen het totale geluk zo groot mogelijk maken. Dieren kunnen pijn en geluk voelen. Hun geluk en pijn kunnen dus ook mee tellen. Dat klinkt allemaal mooi, maar utilisme leidt vaak tot onintuïtieve conclusies. Ik heb hier al eerder over geschreven. De meest typische utilistische paradox is een happiness monster, een wezen dat zeer gelukkig wordt van het lijden van andere wezens. Zolang zijn geluk maar groot genoeg is, kan dat ieder lijden als irrelevant klein ter zijde worden geschoven: de Westerse consument gedraagt zich vaak als een happiness monster: als ik maar heel gelukkig wordt van het eten van hamburger, dan telt het ongeluk van het dier niet. Dat lijkt me een zeer zwakke verdediging van dierenrechten.

Capaciteitenbenadering als een oplossing

De derde traditionele stroming in de filosofie naast het op Kant geïnspireerde liberalisme en het utilisme is de deugdenethiek van Aristoteles. Aristoteles stelt matiging centraal: deugdzaamheid is vermogen om het midden te vinden. Tussen de extremen van lafheid en roekeloosheid, ligt moed. Ik heb altijd gedacht dat je in deze theorie nooit dierenrechten kan verdedigen. Matiging is een zeer zwakke politieke categorie: men kan hier nooit universele, voor iedereen geldende rechten mee rechtvaardigen. Dierenliefde is een deugd, maar de deugd van dierenliefde ligt tussen squeamishness en wreedheid. Of iemand meer dierenliefde moet tonen, hangt af van de vraag of hij van nature geneigd is naar wreedheid of juist naar squeamishness tegen dieren. Ik ben van nature squeamish: ik kan slecht lijden, bloed of pijn zien. Aristoteles zou mij zeggen: “Man up! Wurg eens een kat met je blote handen, want je helt te verder door naar zachtheid.”

Martha Nussbaum gaat echter een stap verder in haar analyse: ze stelt dat niet matiging de belangrijkste categorie voor Aristoteles is, maar ‘eudaimonia‘, wat ze vertaalt naar het Engelse functioning. Een functioning is een waardevolle menselijke activiteit of toestand. We ontplooien ons door onze functionings te realiseren. Nussbaum wil dat mensen zich kunnen ontplooien. Dit betekent volgens haar dat de overheid de voorwaarden moet scheppen voor om zich mensen in bepaalde activiteiten te ontplooien. Ze noemt deze voorwaarden capaciteiten.

Nussbaum slaat een balans tussen liberalisme en utilisme: haar theorie is liberaal omdat ze probeert de capaciteiten van mensen te vergroten, niet hun daadwerkelijke functionings. Het niet-liberale element van haar theorie is dat Nussbaum een lijst heeft vast gesteld van functionings waardevolle menselijke activiteiten of toestanden die voor ieder mens beschikbaar zouden moeten zijn: in deze lijst staan onder andere gezondheid, leven, denken, emotie, spel, betrokkenheid bij andere mensen en controle over je eigen omgeving. Haar theorie is utilistisch in de zin dat ze streeft naar een bepaalde vorm van geluk, namelijk het geluk dat we ervaren door ons te ontplooien. Echter, haar theorie is niet utilistisch omdat ze niet probeert het geluk zo groot mogelijk te maken, maar probeert om mensen in staat te stellen om zelf hun functioning te kiezen.

Nu kunnen we deze theorie van capaciteiten ook toepassen op dieren. Ook dieren zijn immers in staat om goed te functioneren: in klassieke lijstjes van dierenrechten zoals de “vijf vrijheden” komen deze elementen voor. Dieren moeten vrij moeten zijn van honger, pijn, ziekte en stress, maar bovendien moeten dieren hun natuurlijk gedrag kunnen vertonen samen met soortgenoten. We zien hier eigenlijk twee groepen claims: ten eerste moeten dieren gezond zijn en ten tweede moeten ze zich op een soort eigen manier kunnen ontplooien. In dat tweede zien we duidelijk een notie van functioning. Een konijn functioneert het best als konijn als het typisch konijnengedrag mag vertonen: graven, herkauwen, rondhupsen.

Capaciteiten kritisch tegen het licht

De capaciteitenbenadering heeft een aantal beperkingen, zeker waar het gaat om het dierenrijk. Het goed functioneren van dieren kan nog wel eens tegengesteld zijn aan elkaar. Een kat kan zich het best ontplooien door de jacht. Dat is echt soort-eigen gedrag van de kat. Op het moment dat hij een muisje vangt, is het echter snel afgelopen met het goed functioneren van het muisje.1 Nussbaum heeft hier wel een antwoord op: dieren kunnen soort eigen gedrag vertonen zonder andere dieren schade te doen. Een kat kan jagen op een led-lampje en een tijger in een dierenpark kan goed zijn katachtige jachtinstincten uitleven op een bal. Ik vraag me af of een kat die jaagt op bal evengoed functioneert als een kat die jaagt op een prooidier. Het een lijkt toch een slechte kopie van het ander.

Maar er is een groter bezwaar: volgens mij is het niet de verantwoordelijkheid van mensen om voor dieren in het wild te zorgen. Het lijkt me zeker niet de bedoeling dat we alle roofdieren uitmoorden ten bate van de prooidieren. Niet alleen omdat we niet weten wat er zal gebeuren, maar bovendien omdat dat onze verantwoordelijkheid niet is. Dit is een typisch probleem van utilisten, waar ook de capaciteitenbenadering onder lijdt. Deze theorieën maken geen onderscheid tussen wat wel de verantwoordelijkheid van de overheid is en wat niet. Het lijden van dieren dat wordt veroorzaakt door menselijk handelen is inderdaad een politiek probleem, het lijden dat in de natuur ontstaat door menselijk-niet-handelen is onderdeel van de natuur.

De benadering van Nussbaum is welkome bijdrage aan het debat over dierenwelzijn, maar is volgens mij nog steeds onvoldoende sterk om de verplichtingen van mensen tegenover dieren te rechtvaardigen.

dinsdag, 10 januari 2012

Simon Otjes

Simon Otjes

Last.fm Twitter

GroenLinks: radicale systeempartij

In groenlinks, liberalisme, politiek, politieke filosofie, democratie, economie, klimaat, vrouwen, andere partijen, en meer.

Een willekeurige zin van een beginselprogramma van een Nederlandse politieke partij is “Vrijheid, democratie, rechtvaardigheid, duurzaamheid en solidariteit. Dat zijn de idealen van ….” Van welke partij is dit programma: D66? De VVD? Het CDA? GroenLinks?

De zin komt uit het PvdA-programma uit 2005, maar het had naadloos bij ieder ander van deze partijen gepast. Het roept de vraag op: Zijn de idealen van Nederlandse politieke partijen wel van elkaar te onderscheiden? Hebben GroenLinksers andere waarden dan PvdA’ers of VVD’ers?

Radicale anti-systeempartijen

Natuurlijk zijn er verschillen tussen de beginselprogramma’s van bepaalde politieke partijen: de Partij voor de Dieren, de ChristenUnie en de SGP, de SP en de PVV bieden ieder op hun eigen manier een fundamentele kritiek op de moderne samenleving. Dit zijn stuk voor stuk radicale anti-systeempartijen. En in hun beginselprogramma’s is dat ook goed zichtbaar:

  • De Partij voor de Dieren stelt dat onze antropocentrische samenleving het welzijn van dieren opoffert voor het welzijn van mensen. Dit is een fundamentele kritiek op onze maatschappij die in zijn geheel is gericht op verzekeren van rechten en kansen voor mensen.
  • De PVV levert een fundamentele kritiek op een heel scala van bestaande instituten: de parlementaire politiek die niet meer luistert naar de stem van de gewone Nederlander; de Europese Unie die Nederlanders het recht ontzegt om over eigen aangelegenheden te beslissen; de multiculturele samenleving die Nederland haar eigenheid ontneemt.
  • Ook de SP heeft een fundamentele kritiek en wel op het kapitalisme. Zeker haar beginselprogramma van 1999 bevat diep-socialistische cultuurkritiek: de samenleving dreigt een neo-liberale ‘brutopia’ te worden waar het kapitalisme “normloos en ongeremd” de menselijke waardigheid verkwanselt.1
  • De SGP bekritiseert de hedendaagse samenleving omdat deze van Gods pad is afgeweken. In haar houding ten opzichte van vrouwen en homo’s kan je het radicalisme van de SGP het beste zien. Terwijl homo- en vrouwenrechten door bijna iedere Nederlander onderschreven worden, wijst de SGP deze, verwijzend naar Bijbelteksten, af.
  • Het beginselprogramma van de ChristenUnie kenmerkt zich ook door een zelfde beroep op God en bevat een groot aantal verwijzingen naar Bijbelse teksten.2

De andere partijen, CDA, VVD, D66, GL en PvdA onderschrijven allemaal een sociaalliberaal programma. Als we de kritiek van de PvdD, PVV, SP en SGP analyseren, zie we ook wat dat sociaalliberale programma inhoudt: het stelt, in tegenstelling tot de PvdD, mensen centraal. Er is een brede consensus in Nederland dat de overheid primair de ontplooiing van mensen mogelijk moet maken. Het gaat, in tegenstelling tot de PVV en de SGP, uit van het constitutionele principe van gelijkberechtiging: onafhankelijk van hun geslacht of seksuele voorkeur kunnen burgers rekenen op dezelfde vrijheden. Hetzelfde geldt voor het geloof: christen, moslim of atheïst kunnen rekenen op dezelfde vrijheden. In tegenstelling tot de SP balanceert het programma markt, staat en maatschappelijk initiatief, in plaats van alle nadruk bij de staat te leggen. Het sociaalliberale programma plaatst Nederland midden in de wereld, terwijl de PvdD, PVV, de SP, CU en de SGP allemaal euroskeptisch zijn. Het Europese project is een project van de systeempartijen.

Sociaalliberale systeempartijen

Maar is er dan geen verschil tussen het gedachtegeoed van de vijf sociaalliberale partijen? Van GroenLinks tot VVD lijken deze partijen een breed sociaalliberaal programma te onderschrijven:

  • individuele vrijheid van mensen staat voorop;
  • voor deze vrijheid is wel een overheid nodig die de ontwikkelingskansen van mensen verzekert door goed onderwijs en een vangnet voor hen die het niet redden, in de vorm van de sociale zekerheid maar ook een tolerante en solidaire samenleving nodig;
  • er is een balans tussen de overheid, de vrije markt en ruimte voor maatschappelijk initiatief;
  • het huidige democratische constitutionele stelsel, balans tussen parlement en kabinet, scheiding van kerk en staat, burgerlijke en sociale rechten, wordt onderschreven;
  • Nederland staat open voor de wereld en werkt samen in Europa;
  • en de belangen van toekomstige generaties worden meegenomen in sociaal-economische afwegingen.

Fundamentele verschillen in mensbeeld zijn er niet tussen deze partijen: al deze partijen leggen een nadruk op het individu, maar wel een individu dat participeert in een samenleving, in het gezin, op de werkvloer, in verenigingen en in de democratie. Natuurlijk zijn er nuanceverschillen en verschillen in nadruk tussen politieke partijen, bijvoorbeeld: in de balans tussen overheid, markt en maatschappij hebben PvdA, VVD en het CDA ieder hun eigen voorkeur. De PvdA verdedigt de sociale zekerheid, het CDA legt de nadruk op het maatschappelijk initiatief en de VVD op de vrije markt.

Socialists are liberals who really mean it

Maar waar staat GroenLinks? Is haar programma inwisselbaar voor dat van de PvdA of D66? Misschien in woorden wel. Al deze partijen delen woorden als vrijheid, solidariteit en duurzaamheid. Maar in de uitwerking van het programma worden de verschillen wel degelijk duidelijk: dit brede sociaalliberale programma is voor GroenLinks een opdracht voor verregaande herverdeling, voor principiële rechtsstatelijkheid, voor een fundamentele vergroening en voor radicale internationalisering.

Socialists are liberals who really mean it. Vrijheid is meer dan alleen het recht om zelf te kiezen. We moeten mensen ook de middelen en de mogelijkheden geven om regie te nemen over het eigen leven. CDA, VVD, GroenLinks, D66 en de PvdA delen het idee dat mensen in de eerste plaats verantwoordelijk zijn voor hun eigen leven. Maar alleen GroenLinks verwoordt consequent dat als mensen niet in staat zijn om zelf verantwoordelijkheid te nemen, de overheid hen moet ondersteunen om verantwoordelijkheid te nemen voor het eigen leven. ‘Socialisme ter wille van het individualisme’, noemde Jacques de Kadt dat.

Of neem de rechtsstatelijke houding van GroenLinks. Als we echt geloven in onze constitutionele orde, de principes en rechten die zijn vastgelegd in onze Grondwet, dan moeten we deze niet opgeven als we onder druk komen te staan van terreur. Een principe hebben betekent aan iets vast houden, juist als dat niet makkelijk is. Vrijheid van meningsuiting geldt niet alleen voor mensen waar we het mee eens zijn. Dit betekent juist ook dat een radicale imam een abjecte orthodoxe versie van de islam mag uit dragen. Het gemak waarmee de VVD en het CDA burgerrechten wegwuiven vanwege terrorismebestrijding is geen teken van een verschil in prioriteiten (burgerrechten of veiligheid), maar van het feit dat deze partijen hun eigen waarden gewoon niet begrijpen. Sterker nog, als je echt gelooft in onze constitutionele orde, dan moeten we die tanden geven door rechters de mogelijkheid te geven om wetten af te wijzen omdat ze in strijd zijn met constitutionele principes. Alleen dan neem je de Grondwet echt serieus.

Het GroenLinks-programma is natuurlijk bijzonder radicaal waar het het milieu en klimaat betreft. Maar dit is niet meer dan een consequente uitvoering van het beginsel van duurzaamheid dat alle partijen delen. En zelfs dat is nauwelijks als een beginsel op zich te zien. Duurzaamheid betekent niet meer en niet minder dat je je eigen ideaal van een maatschappij waar mensen zich kunnen ontplooien zo serieus neemt dat je wilt dat die maatschappij er ook voor onze kinderen nog zal zijn. Duurzaamheid is geen ideaal op zich, maar slechts een consequente houding ten opzichte van je idealen. Maar dat heeft wel radicale implicaties: willen we onze samenleving die welvaart, kansen en werk relatief rechtvaardig verdeelt behouden, dan moeten we onze economie fundamenteel vergroenen.

GroenLinks wordt gekenmerkt door een internationale houding: met een open blik naar de wereld kiest GroenLinks voor Europese samenwerking en voor de ontwikkeling van andere landen. Internationalisme behoort tot de vezels van het sociaalliberale programma. De Nederlandse grondwet onderschrijft het principe van een internationale rechtsorde. De gevestigde liberale, sociaaldemocratische en Christendemocratische partijfamilies stonden allemaal aan de wieg van Europese samenwerking. De internationale houding van GroenLinks is niets anders dan een consequente houding: de grote crises van dit moment, de klimaatcrisis en de economische crisis, vereisen een internationaal antwoord. We kunnen deze problemen niet in ons eentje aan. We moeten internationaal samenwerken om onze samenleving te verduurzamen en onze idealen in de praktijk te brengen. De natiestaat voldoet niet meer om dat sociaalliberale programma uit te voeren. En zelfs waar het ontwikkelingssamenwerking betreft, is de achterliggende houding niet meer en niet minder een van consequent zijn: als je gelooft dat iedere burger beschermd moet zijn tegen geweld en recht heeft op een fatsoenlijk bestaan, dan moet je erkennen dat er geen rationele grondslag is om deze principes te beperken tot de nationale staat. Als je gelooft in dat vrije individu, waarom heeft Jan uit Urk dan wel recht op individuele vrijheid, maar Jan uit Timboektoe niet?

Radicale systeempartij

Het hele GroenLinks-programma, groen, sociaal, internationaal en vrijzinnig, is niets meer en niets minder dan een consequente uitvoering van wat al die andere systeempartijen vinden. Een groot deel van de Nederlandse politiek onderschrijft een breed sociaalliberaal programma, dat oog heeft voor de toekomst en over de grenzen kijkt. GroenLinks een radicale partij, maar niet een radicale anti-systeempartij zoals PVV, PvdD, SGP en SP. GroenLinks geeft radicaal consequent uitvoering aan het breed gedeelde sociaalliberale programma: GroenLinks is een radicale systeempartij.

noten

1 Overigens is de SP in de laatste jaren sociaaldemocratischer geworden en heeft ze een groot deel van haar fundamentele kritiek laten varen, ze past daarmee beter in de sociaalliberale consensus.

2 Echter, recent probeert de CU haar gedachtegoed te verwoorden in woorden als “duurzaamheid, vrijheid en dienstbaarheid” die inwisselbaar lijken voor de waarden van de VVD, het CDA of GroenLinks. Ook deze partij sluit steeds meer aan bij de sociaaliberale consensus.

woensdag, 28 december 2011

Simon Otjes

Simon Otjes

Last.fm Twitter Blogreacties: Selçuk Akinci

Climate control in het Huis van de Vrijheid

In economie, klimaat, liberalisme, politiek, politieke filosofie, ontwikkeling, overheid, principe, problemen, en meer.

Het Huis van de Vrijheid, het nieuwe boek van Leidse filosoof Rutger Claassen is een van de meest moedige filosofische poging die ik ken: het uitwerken van een consistent politieke filosofie gebaseerd op autonomie, aan de hand van actuele casussen. Het is daarmee een filosofisch werk dat zich relevant maakt voor de politiek van vandaag. Ik wil in de komende blogs naar dit boek kijken.

Een van de minst bevredigende onderdelen van de Het Huis van de Vrijheid is de analyse van klimaatpolitiek. Claassen stelt dat we zouden kunnen denken dat we op basis van het schadebeginsel ecologische grenzen kunnen stellen aan economische ontwikkeling. Als we grondstoffen uitputten dat ontzeggen vrijheden aan toekomstige generaties.

Maar welke aanspraak maken toekomstige generaties op ons? Onze kinderen maken overduidelijk aanspraak op ons: zij zijn er en hebben recht op een evenredig deel van de natuurlijke grondstoffen. Maar hoe zit het met de generaties daarna: stel je twee scenario’s voor: in het eerste scenario leeft de mens duurzaam voor tien generaties en dan komt door een meteoriet een einde aan het leven op aarde. In het tweede scenario leeft de mens onduurzaam voor vijf generaties en dan komt de mensheid om door haar eigen vervuiling.

De vraag is of het leven van die extra vijf generaties menselijke inspanning waard is, als menselijk leven toch tot einde komt. De vraag is of we als mensheid kort en gelukkig moeten leven, of langer en minder gelukkig. Voor individuen laten liberalen die keuze aan mensen zelf, maar hoe zit dat het met de mensheid? Voor utilisten is de berekening simpel: volgens het principe van het meeste geluk, moeten gewoon kijken of het verlies aan welzijn door verminderde consumptie opweegt voor de groei van mensen. Het is een empirische vraag hoe die berekening uitvalt. Liberalen hebben echter geen voorkeur voor zoveel mogelijk menselijk leven.

Het fundamentele probleem is dat de vijf ongeboren generaties geen aanspraak maken op ons. Als je echt zou geloven dat  nog-niet geboren leven van ons kan eisen dat we hen moeten laten leven, dan betekent dat iedere vrouw zoveel mogelijk kinderen moet krijgen. Zij hebben als individu geen morele status.

Wat Claassen voorstelt is dat als we de toekomstige generatie niet zien als een groep individuen we dit probleem kunnen ontlopen. Een tweede is dat we de waarde van het bestaan van de toekomstige generatie als groep kunnen instrumentaliseren. Wat wij doen heeft alleen zin omdat er een volgende generatie is die het zal erven. Als we de volgende generatie de mogelijkheid ontzeggen om dingen te doen die blijvend zijn ontzeggen we hun zin in hun leven. Dat is een niet-liberale theorie van waarde, die dingen alleen waardevol vind als ze blijvend zijn. De gemeenschap van mensen heeft waarde op zich.

Hier stokt Claassen: hij besluit er is geen liberale grond om duurzaam te zijn, daarvoor moeten we een andere theorie van waarden hebben, dan wel gebaseerd op het voortbestaan van de mensheid, dan wel op het bestaan van individuele mensen.

Ik kan me een grondslag bedenken van een andere theorie van waarden: deze gaat uit van morele verantwoordelijkheid. Het is een Kantiaans principe dat iedereen zo moet handelen dat het principe van zijn handeling een universele wet is. Iedereen moet zo kunnen handelen als jij doet. Als je overweegt te liegen, dan moet je bedenken hoe de wereld eruit zou zijn als iedereen zou liegen. Dan heeft praten geen zin meer omdat je zeker weet dat mensen niet de waarheid spreken. Communicatie wordt dan zinloos. Je kan in analogie hiermee voorstellen dat iedereen duurzaam moet leven, want als alle generaties zo onduurzaam zouden hebben geleefd dan zou mijn generatie er niet zijn geweest. Kortom er is voor Kantianen een moreel imperatief om duurzaam te leven.

Voor gemeenschapsgezinden, utilisten en deontologische Kantianen is er een moreel imperatief om als individu duurzaam te leven. Er is echter vanuit liberaal perspectief geen politiek imperatief om als samenleving duurzaam te zijn. Het fascinerende is dat het klimaatvraagstuk als geen ander collectieve actie vereist: het handelen van mensen om duurzamer te leven heeft alleen zin als we het samen doen. Om ervoor te zorgen dat iedereen duurzamer leeft, moet de overheid iedereen daartoe verplichten.

Allemaal mooie theorie. We kunnen duurzaamheid niet verplichten tot de zesde tot tiende generatie. De problemen met het klimaat zijn veel groter dan de vraag of de zesde generaties nog kan leven, maar de vraag of onze kinderen in een zelfde rijkdom kunnen leven als wij. Dat dwingt nu tot het maken van keuzes voordat het klimaat onveranderdelijk is beschadigd voordat zij groot worden. De vraag die onder Claassen’s analyse ligt, is of we we meer moeten doen voor die zesde generatie. Maar volgens mij is die vraag verkeerd: we moeten al ongelofelijk veel doen door de tweede generatie en daar profiteert de zesde ook van. De volgende generatie zal voor een zelfde keuze komen te staan, of ze voor hun kinderen genoeg willen overlaten. En die vrijheid moeten we hen in essentie ook laten. Voor die vrijheid moeten wij ook voor inleveren.

vrijdag, 16 december 2011

Krispijn Beek

Krispijn Beek

Hyves Last.fm Twitter

Impressie Uitreiking VBDO Verantwoord Ketenbeheer Award

In duurzaamheid, economie, akzo nobel, dsm, duurzaam inkopen, duurzaam ondernemen, ketenbeheer, koninklijke bam groep, kpmg, en meer.

Afgelopen woensdag was ik namens Strukton aanwezig bij de uitreiking van de VBDO Verantwoord Ketenbeheer Award 2011 in het kantoor van KPMG. Een avond die in het teken stond van de rol die duurzaam inkopen en ketenbeheer kunnen spelen bij het verduurzamen van organisaties. Onderstaande impressie is zeker niet compleet, maar geeft hopelijk wel een beeld van de avond.

Giuseppe van der Helm, directeur van de Vereniging van Beleggers voor Duurzame Ontwikkeling (VBDO), gaf aan dat de VBDO twee belangrijke routes ziet om de productieketen te verduurzamen:

  • Via de klant
  • Via de eigenaar/aandeelhouder

Hoewel er bij de consument nog een wereld te winnen is als het gaat om duurzaam consumeren. Zeker als de klant een ander bedrijf is kun je grote duurzaamheidswinst behalen.

Duurzaamheid is volgens de VBDO belangrijk vanuit maatschappelijk oogpunt en vanuit de business case. Vooral op dat laatste aspect zijn bedrijven goed aan te spreken. Om met duurzaamheid tot een sluitende business case te komen is de keten cruciaal. Zowel voor het toevoegen van waarde als voor voor het verbeteren van de marge. Verantwoord ketenbeheer draait volgens de VBDO niet om het drukken van kosten, maar om het helpen van je ketenpartners om successen te behalen in andere omstandigheden. Unilever doet dit bv. door met belangrijke leveranciers gezamenlijke ontwikkel / innovatieovereenkomsten af te sluiten. Verantwoord ketenbeheer vraagt om visie, transparantie, ketenbeheer en lef om waarde toe te voegen en aan je visie vast te houden.

Bart Vos van de Tilburg School of Economy & Management voegde daar tijdens de paneldiscussie aan toe dat het niet alleen gaat om de verdeling van de waardecreatie tussen bedrijven, maar ook om de verdeling van waardecreatie binnen bedrijven. Hoe wordt een inkoper afgerekend? Wat telt er mee voor de projectleider? Welke businessunit ziet de gerealiseerde extra marge terug in zijn cijfers?

Lessen Unilever

Unilever heeft vorig jaar het Unilever Sustainable Living Plan gelanceerd. Doel verdubbeling van de omzet, milieuvoetafdruk halveren, meer dan 1 miljard mensen helpen in actie te komen om hun gezondheid en welzijn te verbeteren, en 100% van de landbouwgrondstoffen betrekken uit duurzame landbouw (da’s volgens Unilever wat anders dan biologische landbouw).

Voor Unilever staat vast dat duurzaamheid in de toekomst een basisvoorwaarde wordt voor zakendoen. Wanneer dat zo is zijn er nog maar twee mogelijkheden leiden of volgen. Leiden geeft (tijdelijk) competitief voordeel.

De kunst daarbij is te zoeken naar de sweet spot waar er voordeel is voor de klant en waar de oplossing goed is voor duurzaamheid. Voorbeeld: handenwassen met zeep. Om bacteriën te doden moet je je handen 30 tot 60 seconden wassen met standaardzeep. Unilever heeft een zeep ontwikkeld die hetzelfde effect bereikt in 7 seconden. Dat scheelt 23 tot 53 seconden aan water en 7 seconden is voor kinderen een haalbaardere termijn dan een minuut handen wassen. Unilever heeft ook een leverancierscode voor haar banken en financiers, dat is wennen voor de banken.

Een belangrijke keueze van Unilever om duurzamer te worden is om weg te gaan van veilingen en internationale markten, waar je niet weet wat de herkomst is. Unilever werkt actief aan kortere ketens. Voor contacten met kleine boeren wel samenwerken met lokale partijen, dus handelshuis ertussen. Met het handelshuis worden wel afspraken gemaakt over kennisondersteuning en inkooptrajecten.

Bij Unilever is duurzaam of niet geen discussie meer, omdat verdubbeling van de omzet en halvering van de ecologische footprint beide op hoog niveau vastliggen en even zwaar wegen bij de beoordeling. Voor bv. thee is Rainforest Alliance de norm, einde discussie. Wel is Unilever met Rainforest Alliance in discussie over de sociale criteria die Rainforest Alliance hanteert. Unilever vindt deze namelijk onvoldoende en wil vernieuwing van de criteria.

Uitreiking Award en speciale vermeldingen

Giuseppe van der Helm noemde vooral de vooruitgang in verduurzaming van de keten van de bouwsector opmerkelijk. Deze vooruitgang is in zijn ogen voor een belangrijk deel te danken aan het beheersen van de CO2-uitstoot. In de bouwsector is het gebruik van de CO2-prestatieladder van SKAO inmiddels heel gebruikelijk geworden. Bouwbedrijf BAM is zelfs doorgedrongen tot de top 10 van de VBDO Verantwoord Ketenbeheer Award en ontving daarvoor een speciale vermelding van de jury. Ook de vooruitgang bij Wavin, een belangrijke toeleverancier voor de bouwsector, werd beloond met een speciale vermelding.

De vijf genomineerde bedrijven waren Akzo Nobel, DSM, Philips, Reed Elsevier en Unilever. De winnaar van de Award was Philips met 95% van de maximale score.

Aanpak BAM

BAM lichtte kort toe hoe zij de afgelopen jaren hadden gewerkt aan het verbeteren van hun ketenbeheer. Deze aanpak bestond uit 3 stappen (waarvan ik er maar 2 heb onthouden ;-) :

  1. keuzes maken binnen de grote hoeveelheid aan duurzaamheidsonderwerpen. BAM heeft daarbij gekozen voor: veiligheid, CO2 reductie en afvalreductie
  2. Uit de of of discussie van geld of duurzaam stappen

Daarnaast stellen inkopers in gesprekken met leveranciers en onderaannemers de vraag of de leverancier/onderaannemer ideeën heeft hoe het duurzamer kan dan in het bestek staat (en daarbij hebben ze het niet meteen over de centjes).

Paneldiscussie

Van de paneldiscussie zijn me maar een paar zaken bijgebleven. Ten eerste de nadruk die Philips legde op het belang van samen met concurrenten optrekken als het gaat om problemen die vroeg in de keten zitten. Bijvoorbeeld als de winning van grondstoffen in verband wordt gebracht met oorlogen of andere misstanden. De tweede opmerking die me bij is gebleven is het antwoord van Piet Sprengers, ASN Bank, op de vraag hoe je achterblijvers in beweging kunt krijgen. Zijn idee was om dat als criterium mee te nemen in de beoordeling van de koplopers.

De derde opmerking komt ook op naam van Piet Sprengers. Hij gaf aan dat de ASN bank investeert vanuit waarden creatie en pas dan vanuit waarde creatie. Hij gaf aan dat deze op de langere termijn heel goed in elkaars verlengde kunnen liggen. Zo heeft de ASN nauwelijks tot geen investeringen in de financiële sector, omdat de meeste banken en verzekeraars niet transparant genoeg zijn om toegelaten te worden tot het beleggingsuniversum van de ASN-bank. Dat dat de ASN bank op dit moment geen windeieren legt behoeft geen uitleg…

Na afloop van de avond kregen alle aanwezigen het boekje Verantwoord Ketenbeheer: van risicomanagement naar waardecreatie mee.

Ruard Ganzevoort

Ruard Ganzevoort

Twitter

Na de commissie Deetman…

In religie, seksueel misbruik, december, eerste, geweld, hulp, hulpverlening, kant, kerk, en meer.

Nu de commissie Deetman haar rapport heeft uitgebracht – 1400 bladzijden die ik nog niet gelezen heb – is het goed om enkele kritische vragen op een rijtje te zetten. Over de commissie zelf, over de uitkomsten van het onderzoek en over de reactie van de kerkelijk verantwoordelijken.

Zo’n anderhalf jaar geleden kwamen de berichten over grootschalig seksueel misbruik op rooms-katholieke internaten naar buiten. Heel verrassend was dat niet, want het was uit andere landen al bekend. In navolging van die andere landen en onder druk van de publieke opinie besloot de kerk een commissie in te stellen onder leiding van Wim Deetman die dat tot op de bodem zou uitzoeken.

De commissie

Ik schreef daar op 17 maart 2010 over dat het echte probleem niet in het celibaat ligt, maar dieper verankerd is in het systeem van de kerk: “Centraal in de misbruikaffaire is het hele systeem waarin toezicht en openheid ontbraken, waarin misbruikincidenten werden toegedekt of verzwegen en waarin daders eenvoudigweg werden overgeplaatst.”

Toen Deetman zijn onderzoeksopzet presenteerde, vroeg ik op 8 mei 2010 aandacht voor “inzicht in de verschillende typen daders en hoe die zich verhouden tot het systeem.” Ik was en ben blij met de breedte en de grondigheid van het onderzoek. Ik ben ook opnieuw bevestigd dat Deetman vaak een goede pastorale toon weet te treffen. Mijn vragen over de deskundigheid van de commissie zijn niet helemaal beantwoord, maar de presentatie van het rapport geeft wel vertrouwen in de kwaliteit.

Bij het eerste deelrapport (over de hulp aan slachtoffers) was ik teleurgesteld. Op 11 december 2010 schreef ik dan ook dat Deetman alles zo bestuurlijk had aangepakt dat de behoeften van slachtoffers buiten beeld raakten. Dat leek me kwalijk voor het vertrouwen in de commissie en daarom ook in de kerk. Met zijn eindrapport blijkt Deetman veel vertrouwen te hebben herwonnen, zeker ook omdat hij de kerk al een tijdje zeer kritisch oproept echt gehoor te geven aan de slachtoffers.

Anders dan sommige anderen heb ik nooit zo getwijfeld aan de onafhankelijkheid van de commissie. Ik vind het zelfs van belang dat de kerk zijn verantwoordelijkheid nam en opdracht gaf tot dit onderzoek. Die onafhankelijkheid lijkt nu ook buiten kijf, zeg ik met natuurlijk de nodige slagen om de arm.

De uitkomsten

Wat heeft de commissie Deetman opgeleverd aan nieuwe inzichten? Het meest in het oog springen de aantallen. Enige tienduizenden gevallen van misbruik, waarvan enkele duizenden ernstig. Rond de 10 % van alle Nederlanders boven de 40 is in de jeugd op ongewenste wijze seksueel benaderd buiten het gezin. Onder rooms-katholieken ligt dat percentage iets hoger, maar dat heeft vermoedelijk vooral andere dan kerkelijke redenen. Wel is er een groot verschil tussen kinderen in instellingen en daarbuiten: op instellingen liepen kinderen een twee keer zo hoog risico. Daarbij was er geen verschil tussen rooms-katholieke en andere instellingen. Uit de feitelijke meldingen zijn 800 plegers te identificeren, waarvan er nog ruim 100 in leven zijn. Overigens is het aandeel van geestelijken onder de plegers niet hoog te noemen. Daarnaast weten we dat nog steeds jaarlijks 100.000 kinderen slachtoffers worden van seksueel, lichamelijk en psychisch geweld.

Het zijn schokkende aantallen, maar ze wijken niet wezenlijk af van wat we al wisten over seksueel misbruik. Dat komt – erg genoeg – veel vaker voor dan we willen weten of kunnen verdragen. En dat het in autoritaire situaties als internaten nog vaker voorkomt, verbaast ook niet in het licht van internationaal onderzoek. Het mag ook niet de aandacht afleiden van de hoge aantallen slachtoffers van seksueel en lichamelijk geweld binnen gezinnen. Dat is het meest schokkende: dat het zo wijdverbreid is.

Kerkelijke reacties

Het meest onthullend en onthutsend lijkt het rapport waar het zichtbaar maakt hoe bisschoppen en andere kerkleiders reageerden op signalen van seksueel misbruik. Tot heel kort geleden suggereerden ze naar buiten toe dat ze er eigenlijk weinig of niets van wisten. “Wir haben es nicht gewusst.” Deetman laat zien dat men het wel degelijk kon weten en ook wist. Misschien dacht men dat het om geïsoleerde gevallen ging, of dat het met straf en overplaatsing over zou gaan. Feit is dat men al in de jaren vijftig ruimschoots signalen had en dat er ook in die tijd al misbruikschandalen naar buiten kwamen.

Kenmerkend voor de eerste decennia is het zinnetje in de samenvatting van het rapport: “Bij de ontwikkeling van een bestuurlijke aanpak was in die tijd de individuele pleger het uitgangspunt. Er was geen structurele benadering van de problematiek.” Het was echter ook een structureel probleem, wat blijkt uit het feit dat een aantal plegers ook zelf in hun jeugd slachtoffer was: “Er zijn aanwijzingen dat seksueel grensoverschrijdend gedrag jegens de eigen kweek wellicht tot de interne kloostercultuur heeft behoord. Wanneer de verantwoordelijke superieuren (waarschijnlijk of zeker) op de hoogte waren van misbruikgevallen, was overplaatsing (eventueel naar het buitenland) één van de meest toegepaste maatregelen. Boete doen, overplaatsing en eventuele behandeling was aantrekkelijker dan uitzetting uit de orde om verlies van leden of een schandaal te voorkomen.”

Sinds de jaren tachtig is de aandacht voor seksueel misbruik sterk toegenomen. Dat geldt ook in de kerk, maar de bisschoppenconferentie heeft niets gedaan met stukken die ook toen al op tafel kwamen en aandacht vroegen voor misbruik van minderjarigen. Men volgde zelfs de regel van het Vaticaan niet dat pedoseksuele plegers uit hun ambt moesten worden gezet. Voor een deel vinden we dit negeren en miskennen ook buiten de kerk, maar de kerkelijke verantwoordelijken hebben heel erg lang de andere kant opgekeken en zich meer zorgen gemaakt om de reputatie van de kerk dan om het welzijn van slachtoffers.

Ik was met dit alles in gedachten erg benieuwd naar de kerkelijke persconferentie. De vertegenwoordigers van de bisschoppen en van de ordes en congregaties reageerden op het rapport. Aanvullend stuurden de laatsten nog een open brief aan de slachtoffers en ook kardinaal Simonis gaf een officiële reactie. Komende zondag zal een brief van de bisschoppen worden voorgelezen in de kerken. Duidelijk klinken woorden van spijt en schaamte, primair over de plegers van het misbruik, maar ook over de verantwoordelijken die tekortschoten. Ook is er bereidheid om hulp te bieden en schadevergoeding, maar vooral ook erkenning voor het aangedane kwaad.

Is het genoeg?

Dat is allemaal van belang, maar het is voorlopig niet genoeg om het vertrouwen te herstellen. Nog steeds ontbreekt de fundamentele zelfkritiek van de kerk. Daar geeft het rapport Deetman overigens wel genoeg bouwstenen voor.

Seksueel misbruik vraagt niet alleen om een potentiële pleger en een potentieel slachtoffer, maar ook om omstandigheden. Om een setting, een systeem dat het risico verhoogde. De visie op ambt en kerk gaf een machtspositie aan de plegers en maakte het problematisch om klachten goed op tafel te krijgen. En de visie op seksualiteit is op zijn best ambivalent te noemen. Van een deel van de plegers moeten we zelfs zeggen dat ze door de kerk gekweekt zijn.

Het is dan ook niet bevredigend om alleen spijt te betuigen en te spreken over de schuld van individuen. Dat is lang genoeg gedaan. Om schoon schip te maken, is een veel zelfkritischer houding nodig. Niet meer de morele gelijkhebberij die de kerk vaak kenmerkt, maar kritisch kijken naar de eigen visie en de mogelijke schadelijke gevolgen daarvan.

Ik zie dat nog niet gebeuren. Ja, de hulpverlening is verbeterd en er worden schadevergoedingen uitgekeerd. De klachtenprocedures en opleiding van priesters verbeteren ook. Maar echte zelfkritiek is helaas nog ver te zoeken. Het blijft dus de vraag hoe veel de rooms-katholieke kerk van het rapport Deetman leert.


Feiko van der Veen

Feiko van der Veen

GR

Toekomst verzorgingsstaat: economie, staat en geest.

In geen categorie, banken, cultuur, dijsselbloem, drie logica's, driegeleding, economie, evelien tonkens, habermas, en meer.

22 augustus
2010. Hoe moet het nu verder met de verzorgingsstaat sinds de marktwerking niet
gebracht heeft wat er van werd verwacht? Men vindt dat tussen staat en markt
een nieuwe rolverdeling moet komen. Het toezicht op de banken moet strakker.
Uitbesteding van overheidstaken aan de markt is op zijn retour. Voor een echte
nieuwe taakverdeling moeten we volgens mij echter de vraag van drie kanten
bekijken: naast markt en staat ook de cultureel-geestelijke sector in
uitgebreide zin, waar dan ook traditionele onderdelen van de verzorgingsstaat
als onderwijs en gezondheidszorg onder vallen.

Toezicht op de banken moet strenger. De economie heeft
te veel speelruimte gehad. Maar professionals in bijvoorbeeld zorg of onderwijs
moeten juist meer de ruimte krijgen en de bureaucratische verantwoordingsplicht
moet minder, dat is de nieuwe tijdgeest sinds het politieke optreden van Pim
Fortuyn. In het regeerakkoord van Balkenende IV werd in 2007 de gemeenschap weer
meer gewicht toegekend ten opzichte van het individu dan decennia lang het
geval was geweest. In het onderwijs moest de overheid moest zich volgens de
parlementaire enquêtecommissie Dijsselbloem (2008) alleen nog bezig houden met
het “wat” van het onderwijs en niet meer met het “hoe”. In de afgelopen
verkiezingscampagne voor de Tweede Kamer stond echter bitter weinig concreets
over deze zaken in de partijprogramma’s. Er is kennelijk nog een lange weg te gaan
van theorie naar praktijk.

 

Een aantal Nederlandse auteurs houdt zich al jaren met
deze zaak bezig. Achterhuis schreef recent over “de utopie van de vrije markt”.
Van der Lans schreef al drie heel concrete boekjes over de gewenste nieuwe
speelruimte voor de publieke sector. Tonkens werkt verder aan haar idee van de
“mondige burgers, getemde professionals”. Ook zij stelt, dat professionals in
de publieke sector, denk bijvoorbeeld aan onderwijs en zorg, niet steeds meer
bureaucratische verantwoording zouden moeten afleggen aan de overheid, om zo meer
tijd over te houden voor hun echte werk. De verantwoordingsplicht gaat uit van
wantrouwen en dat werkt contraproductief.

 

Komen we er verder mee als we de samenleving zien als
bestaande uit de drie deelsystemen economie, politiek en cultuur? Ligt het
probleem niet grotendeels bij het over het hoofd zien van het geestelijk-culturele
leven? Vooral het “vrije geestesleven” is telkens in de verdrukking. Habermas
analyseert hoe in de moderne tijd door economisering en bureaucratisering economie
en staat de persoonlijke “leefwereld” van mensen binnendringen en aan zich
ondergeschikt maken. Een beeldend kunstenaar als Dikker ziet dat daardoor in
het overheidsbeleid artistiek-inhoudelijke kwaliteitscriteria worden vervangen
door marktgerichte en kunsthistorische criteria en authenticiteit en
vakbekwaamheid uit beeld verdwijnen. Tonkens spreekt over de drie logica’s van
markt, bureaucratie en professionaliteit. In de publieke sector komt de
professional klem te zitten tussen de veeleisende, mondige burgers en de
verantwoordingsplicht vanuit de overheid.

 

Tonkens heeft de drie logica’s met elkaar vergeleken.
Voor de markt is efficiëntie de centrale waarde, voor de bureaucratie
rechtsgelijkheid en voor het professionalisme inhoudelijke kwaliteit. Juist
omdat de speelruimten van economie en politiek nu ten koste gaan van cultuur
vind ik het interessant om bij Tonkens te lezen aan welke speelruimte de
professionele logica behoefte heeft. De professional stelt zich in dienst van het
welzijn van de cliënt. Maar niet van wat de klant wil of kan betalen, maar wat
de klant werkelijk nodig heeft. De professional is niet direct dienstbaar aan
de cliënt zelf, maar aan een hoger doel, een geestelijke waarde, zoals
gezondheid, welzijn of waarheid. Vanuit opleiding en ervaring is de
professional in staat om te beoordelen wat de cliënt nodig heeft. Omdat de
professional werkt met mensen en elk geval uniek is, heeft hij of zij vrije
beslissingsruimte nodig en krijgt deze nu onvoldoende. De alsmaar toenemende
standaarden en protocollen kunnen hooguit hulpmiddelen zijn.  De eigen deskundigheid moet meer erkenning
krijgen en de regeldruk vanuit de overheid moet veel minder en anders. Er moet
er wel sprake zijn van afstemming van het oordeel van de professional op het
verhaal van de cliënt. Want de cliënt weet wel beter hoe het voelt om met haar
of zijn probleem te leven en wat zij of hij er voor over heeft om het op te
lossen.

 

Steiner, grondlegger van de antroposofie, heeft zich
ook met de gezonde samenleving bezig gehouden. Ook hij onderscheidde daarbij
drie geledingen: geestesleven, rechtsleven en economisch leven, die hij
koppelde aan respectievelijk vrijheid, gelijkheid en broederschap. Hij pleit
ervoor het bestuur van de samenleving in drie geledingen te splitsen, die
zichzelf besturen en met elkaar omgaan als waren het soevereine staten. Ook het
geestesleven, dat onderwijs, gezondheidszorg, cultuur enzovoort omvat, zou op
eigen benen moeten staan en een overkoepelend bestuur moeten hebben. Over
bijvoorbeeld de benodigde financiële middelen zou het dan moeten overleggen en
onderhandelen met de besturen van de economie en de staat. Voor mij nog altijd
een inspirerende gedachte. Het geestesleven omvat alles wat uit de individuele
vermogens van de enkeling voortkomt. Het moet zijn plaats in een gezonde
samenleving enerzijds krijgen vanuit haar eigen impulsen, zeg
professionaliteit, en anderzijds laten afhangen van begrip en waardering bij
mensen die haar prestaties ontvangen. Mensen zouden bijvoorbeeld hun eigen
dokter of school moeten kunnen kiezen, waarvan de professionele deskundigheid
niet door de staat, maar door gezondheidszorg en onderwijs zelf zouden moeten
worden gegarandeerd. Daarbij zou niet de inhoud centraal moeten worden
voorgeschreven, maar een vrij geestesleven ruimte moeten geven aan allerlei verschillende
richtingen.

 

Als we onze samenleving in de toekomst zo willen
inrichten, dat de publieke sector van onderwijs, gezondheidszorg enzovoort,
waarin professionaliteit centraal staat, gezonder functioneren, zal er dus
speelruimte van economie en staat moeten verschuiven richting
geestelijk-cultureel leven. Het is de hoogste tijd dat daar serieus werk van
wordt gemaakt. Eigenlijk is het probleem van de verzorgingsstaat volgens mij
echter veel fundamenteler. Het hele geestelijke leven, waaronder het
verantwoordingsbesef van de gemiddelde burger, maar ook de maatschappelijke
verantwoordelijkheid in dienst waarvan de economie zich zou moeten stellen, is
in mijn ogen toe aan een flinke opknapbeurt.

 

Zie voor de in de tekst
besproken literatuur: Hans Achterhuis, De utopie van de vrije markt. Paul Dikker,
Oordelen over kwaliteit, zie http://www.pauldikker.nl/pd.artikel8.htm. Jürgen Habermas: zie artikel Paul Dikker. Jos v.d. Lans: Koning Burger; Ontregelen; en: Erop af! Zie http://www.josvdlans.nl/. Rudolf Steiner, De kernpunten van het sociale vraagstuk. Evelien Tonkens, Mondige burgers, getemde professionals.

Toekomst verzorgingsstaat: economie, staat en geest. is a post from weblog Feiko van der Veen.

donderdag, 15 december 2011

John Jorna

John Jorna

Verbod op onverdoofd slachten

In column van de week, abortus, boerderij, cultuur, de dieren, debat, dieren, dierenwelzijn, eerste, en meer.

PRIMITIEVE RELIGIES

De Eerste Kamer was zeer kritisch over het initiatief wetsontwerp met een verbod op onverdoofd slachten, ingediend door Marianne Thieme van de Partij voor de Dieren. Dat men zich inspant voor meer dierenwelzijn vind ik persoonlijk prima, maar het mensenwelzijn moet daarbij niet uit het oog worden verloren. Onze Marijke Vos sprak met afschuw over wat zij gezien had in een slachthuis waar kosher geslacht werd en een ander waar halal geslacht werd. Maar over de geestelijke pijn van Joden en Moslims hoorde ik geen woord.

Nu is slachten voor mensen, die er niet aan gewend zijn inderdaad geen prettig gezicht. Het tekent alleen maar weer hoever de moderne mens met een stedelijk leefpatroon verwijderd is geraakt van de praktijk van de voedselproductie. Minder dan een eeuw geleden kwam de huisslacht nog veel voor en de plaatselijke slager (=slachter) had zijn eigen slachterij aan huis. Op elke boerderij, maar ook bij veel landarbeiders en ook bij andere arbeiders op het geïndustrialiseerde platteland werd in het varkenskot een varken gemest. Een keer per jaar kwam de slachter. Het bloed werd zorgvuldig opgevangen om er bloedworst of balkenbrij mee te maken. Voor het hele gezin was het een feestelijke dag. Een mooi stuk vlees ging naar de pastoor of de dominee en ook de bovenmeester profiteerde mee. Bij de toenmalige schamele salarissen was dat maar goed ook. Over verdoving heb ik nooit wat gehoord. De buren van een slager hoorden vaak genoeg het gekrijs van de beesten en waren er aan gewend. Het was allemaal vanzelfsprekend. Voor de vegetariër van vandaag echter een afschuwelijke praktijk.

Toch waren de mensen van toen niet wreder dan wat in de natuur gewoon is. Dieren vormen de prooi van roofdieren. Ik moet zeggen, dat ik er slecht tegen kan als een van de vele katten achter de merels aan zit. Ik vind het prachtig op een mooie zomeravond zittend in de tuin naar het gezang van een merel te luisteren. Maar kattenliefhebbers vinden het doodnormaal als hun kat de zoveelste dode merel aan hun voeten deponeert. Hoeveel dierenliefhebbers kunnen niet genieten van die prachtige natuurfilms op Animal Planet, waar een luipaard of jaguar een jonge antilope achtervolgt, doodt en verslindt? Roofdieren zijn ook zeer inspirerend voor de mens. Een merk sportauto heet niet toevallig Jaguar. De Duitsers noemden hun tanks Tiger en Leopard. Sommige mensen zijn helemaal weg van vechthonden, ontlenen er zelfs status aan.

Zo bezien is de grote aandacht voor dierenwelzijn en de keus voor vegetarisch voedsel of veganisme een breuk binnen onze cultuur. Voor steeds meer mensen wordt het dier op gelijke hoogte gesteld als de mens. Het lijkt of het dier weer als een God vereerd wordt, zoals het Gouden Kalf bij de Israëlieten in de woestijn of de kat bij de Egyptenaren. Wordt dierenliefde een nieuwe religie?

Wat mij opviel in de bijdrage van Marijke Vos bij het debat in de Eerste Kamer was, dat weliswaar aandacht werd besteed aan de Vrijheid van godsdienst, maar in het geheel geen aandacht werd besteed aan het geestelijk welzijn van onze Islamitische en Joodse medeburgers. De moderne seculiere mens lijkt niet meer in staat zich echt in te leven in religieuze gevoelens en overtuigingen. Hij kan er alleen maar in veroordelende zin over denken. Het is allemaal zo primitief en achterlijk en onvrij en het veroorzaakt zoveel ellende in de wereld als godsdienstoorlogen en terrorisme en kindermisbruik. Eigenlijk is alle ellende in de wereld aan de godsdiensten te wijten. Het is helemaal niet moeilijk mensen tot zo’n vijandbeeld te brengen.

Ik was, denk ik vijf jaar. Ik zat bij de nonnen op de kleuterschool. Het was de tijd voor Pasen en de zuster vertelde over die boze Joden, die de lieve Jezus aan het kruis hadden geslagen. Kleine Johnnie was vreselijk boos en vooral op de Joodse buren. Hij schold ze uit voor alles wat lelijk was. Ze begrepen er niets van. Mijn ouders moesten en de buren en mij heel wat uitleggen. Niet veel later begon de Tweede Wereldoorlog en ook die buren werden weggevoerd en zijn niet terug gekomen.

De regels, die voor Joden gelden verwijzen naar het slachten van de offerdieren in de tempel, het huis van Jahweh.  Een verbod treft onze Joodse buren in het hart van hun religie. Ze voelen zich niet meer erkend door ons als wij tornen aan hun diepste overtuiging en ze voelen zich bedreigd, want wat komt er straks nog meer. De geestelijke pijn is niet te verdragen.

Maar daar staat tegenover, wat doe je de dieren aan? Bloederige beelden worden getoond. Afschuwelijk! Opeens moest ik denken aan de terechte verontwaardiging als anti-abortus-activisten met bloederige beelden van de abortuspraktijk komen. Als je als voorstander van de mogelijkheid van abortus zo als een afschuwelijke wreedaard wordt neergezet, dan wordt je terecht boos. Zetten mensen met kritiek op het onverdoofd slachten hun Joodse en Islamitische medeburgers ook zo neer als wreedaards? Zou dat diezelfde pijn veroorzaken?

Misschien schort het ons aan empathisch vermogen om je in te leven in mensen met voor ons onbekende en vreemde gebruiken. Zou in gesprek gaan met elkaar en samen naar oplossingen zoeken geen betere oplossing zijn ook ten gunste van het dierenwelzijn en dan wat los komen van eigen dogma’s aan beide kanten?

Jaargang 4, Nr. 193.

donderdag, 8 december 2011

Eric Leltz

Eric Leltz

Twitter GR

Homo emotico

In kredietcrisis, bnp, boeken, de, economie, eurocrisis, geluk, groei, ict, en meer.

eric leltz

De grote belangstelling voor boeken over "het brein" heeft alles te maken met de trits van crises waar we middenin zitten: de klimaatcrisis, de energiecrisis, de kredietcrisis, de eurocrisis, de landencrisis.

We komen tot het besef dat de huidige economische modellen niet meer voldoen in een snelle, innoverende maar complexe wereld. Deze modellen zijn gebaseerd op groei, efficiency, massa en rendement. Ze stammen uit een (industrieel) tijdperk toen omstandigheden niet zo snel veranderden en hulpbronnen in overvloed aanwezig waren. Vandaar dat essentiële zaken als het uitputten van de aarde en luchtvervuiling nauwelijks een rol spelen in deze modellen. Het draait er enkel om welvaart en dat kan tot gevolg hebben dat een lekkende olietanker in de Golf van Mexico een ramp is voor het milieu maar goed is voor het bruto nationaal product (BNP) van dat land. Het besef dat economie meer is dan welvaart en dat het welzijn van mensen ook een prominente rol mag spelen dringt maar langzaam door. Het gaat dan als het ware niet alleen om het BNP maar ook om het BNG, het bruto nationaal geluk. Niet langer draait de economie alleen om de rationele kant van de mens die streeft naar winstmaximalisatie maar gaat het ook om de emotionele kant en winstoptimalisatie. De "homo economicus" van Plato en de "ik denk dus ik besta" gedachte van Descartes vormen slechts een deel van de economische werkelijkheid.

Pas sinds begin van deze eeuw wordt in de economie meer rekening gehouden met de gevoelsmatige kant van de mens. In 2002 wonnen Kahneman en Tverski de Nobelprijs voor de economie voor hun onderzoek naar intuïtieve besluitvorming. Vooroordelen en emoties spelen een grote rol in de besluitvorming. Daarom moet niet langer de wiskunde met zijn modellen basis zijn voor de economie, maar de psychologie. Freud, met zijn "irrationele drijfveren" en Keynes met zijn "animal spirits" hadden het nog niet zo slecht gezien. Mensen zoeken resultaten die goed genoeg zijn en dat hoeven niet altijd financieel optimale resultaten te zijn.

De opkomst van het denken van de mens als gevoelig wezen in de economie is tevens de tijd van de opkomst van de ICT. Bij uitstek een technisch en wiskundig kader maar dat wel wordt ingezet voor personalisatie en om maatwerk te leveren, waarbij ieder mens zich kan onderscheiden. Dit heeft geleid tot een kennissamenleving en een bijbehorende kenniseconomie. Bij deze economie passen fijnmaziger modellen omdat niet iedereen over een kam kan worden geschoren. Ieder beweegt vanuit een eigen unieke ruimte en maakt van daaruit keuzes. Het maakt dan nieuwsgierig naar door welke prikkels deze "homo emotico" zich laat beïnvloeden en door welke juist niet. En dan is inzicht in de diepere drijfveren, waarom maakt iemand een keuze, relevanter dan de keuze zelf.



donderdag, 1 december 2011

Simon Otjes

Simon Otjes

Last.fm Twitter

Mythes over Framing

In framing, groenlinks, politiek, algemeen, amerika, begrijpen, belasting, beleid, boodschap, en meer.

“Sinds de PVV in de Kamer is, is framing een hype in Den Haag” aldus Tofik Dibi in de laatste Helling. Maar wat is framing precies en gebruiken politieke partijen dit instrument wel slim? Hans de Bruijn analyseert in het boek Framing. Over de macht van taal in de politiek hoe Nederlandse politieke partijen hun argumenten framen. Het boek rekent af met een aantal hardnekkige mythes over framing.

De Bruijn ziet een frame als een inhoudelijke politieke boodschap. Het gebruik van deze boodschap leidt tot een bepaalde interpretatie van de werkelijkheid. Kortom, een frame is een manier om de werkelijkheid te construeren en daarmee het debat te sturen. Een typisch staaltje framing is het gebruik van de term death tax door de Amerikaanse Republikeinen; door de belasting op erfenissen weer te geven als een belasting op sterven worden voorstanders van deze belasting in het defensief gedrongen.

Er heersen in een aantal hardnekkige mythes over framing: rechts zou beter in framing zijn dan links; je zou eenduidige frames moeten gebruiken; en je zou nooit in het frame van de ander mogen stappen. Zijn deze mythes waar?

Links is rationeel, rechts is emotioneel

“Door framing wek je met een bepaald woord een gevoel en een sfeer op zonder dat het overeen komt met de werkelijkheid.” aldus Tofik Dibi in De Helling. Framing zou een vorm van factfree politics zijn die alleen maar onderbuikgevoelens aanspreekt. En zoals Femke Halsema eerder stelde”het aanspreken van de overbuik [is] bij links traditioneel een probleem.” Links zit vol goede ideeën maar wint de verkiezingen niet omdat mensen bang worden gemaakt door framende PVV-spindokters. Het traditionele beeld is dus: rationele linkse politiek komt slechter aan dan de emotionele rechtse politiek.

Een goed frame heeft een aantal onderdelen, maar de twee belangrijkste zijn dat mensen het er niet mee oneens kunnen zijn en dat het een bepaalde maatschappelijke onderstroom raakt. Als je succesvol wil communiceren in de politiek moet je een waarheid raken en aansluiten bij de waarden van mensen. Dingen zeggen waarvan iedereen weet dat ze niet waar zijn, werkt niet. Framing is niet een foefje uit een trukendoos: een goed frame is opgebouwd vanuit je eigen waarden – waarden die resoneren bij kiezers.

Het is een mythe om te denken dat links in het algemeen slechter kan framen dan rechts. De SP heeft in het verleden heel succesvol campagne gevoerd op basis van framing. De boodschap ‘de zorg is geen markt’ is een links frame dat werkt. Niemand kan het ermee oneens zijn: de zorg kan toch nooit een markt zijn. Het sluit aan bij een maatschappelijke weerstand tegen marktwerking en waarden als zorgzaamheid en medemenselijkheid.

Maar ook GroenLinks kan goed framen: De Bruijn verwijst bijvoorbeeld naar een ijzersterke speech van Femke Halsema in Paradiso nu ruim anderhalfjaar geleden. Halsema schetst een tweesprong: we kunnen als rechts kiezen voor samenleving met rauwe economische tegenstellingen en harde culturele verschillen of voor een sociale, tolerante en groene samenleving, die zich richt op het welzijn van het individu. Dit is ook een frame. Het construeert een valse tegenstelling en duwt daarmee de tegenstander in het defensief: natuurlijk kiezen we allemaal voor de tolerante en groene samenleving en niet voor de tegenstellingen. Het sluit aan bij een gevoel dat we als samenleving de verkeerde kant op gaat.

Links en rechts framen allebei er is niets fundamenteel anders aan de boodschap van links die het haar onmogelijk maakt om succesvol te framen.

Keep it Simple Stupid

Consistentie zou de kern is van een goed frame zijn. Want als je consistent je eigen boodschap herhaalt dan blijft het hangen. Een frame is simpel en wordt versterkt door herhaling. In een frame zijn dingen zwart of wit, goed of fout, mooi of slecht.

Maar volgens de Bruijn kan ambiguiteit in je boodschap juist bindend werken. Hij illustreert dit met Obama’s speech A More Perfect Union. Deze speech gaat over de relatie tussen blank en zwart in Amerika. Obama stelt dat er een tegenstelling in Amerika is tussen blank en zwart. Zwarten zijn vanwege hun ras nog steeds achtergesteld. Deze tegenstelling kent geen winnaars: ook veel blanken hebben niet het gevoel dat ze vooruitkomen. Obama wil deze tegenstelling doorbreken. Hij kan dat als geen ander omdat Obama, de zoon is van een witte moeder en een zwarte vader. Obama doet dit niet alleen voor blank en zwart, maar ook voor Christen en seculier, en voor Westerling en Moslim in andere speeches. Obama’s ambigue profiel (blank en zwart, met Christelijke, Islamistische en seculiere wortels) zorgt ervoor dat hij als geen ander groepen kan verenigen met een verzoenend frame.

De Bruijn stelt dat GroenLinks als geen andere partij in Nederland een verzoenend en daarmee verenigend frame kan gebruiken. GroenLinks is een links-liberale partij. GroenLinks verenigt het gebrek aan overheidsbemoeienis van liberalisme, en de overheidsbemoeienis dat links kenmerkt. Het ambigue links-liberale frame is niet een probleem, omdat kiezers het niet begrijpen, maar kan juist verschillende groepen aanspreken. GroenLinks kan zo liberale en linkse kiezer allebei bedienen. GroenLinks kan overtuigend de tegenstelling tussen links en rechts overbruggen.

We moeten de kiezer niet onderschatten: het hoeft niet allemaal simpel. Een complex frame kan tegenstellingen overbruggen. Sommige politieke partijen kunnen zo inderdaad beide groepen binden: links en rechts, zwart en wit. Er valt hier wel iets op af te dingen: De Bruijn vergeet dat een partij die links en rechts probeert te verenigen, door links gezien kan worden als rechts en door rechts gezien kan worden als links. Een verbindend frame kan een winnend frame zijn, maar het kan ook gezien worden als vlees noch vis.

Stap nooit in het frame van een ander

Tofik Dibi bekent in De Helling dat hij zichzelf regelmatig betrapt op termen als importbruid, een typische PVV-term: “dat moet je dus nooit doen, want dan neem je het frame van een ander over”. Het doel van een frame is om je tegenstander in het defensief te dringen. Als je in het frame van een ander stapt, stap je dus in een situatie waarvan het doel is dat je ze verliest. GroenLinks diende een anti-anti-islamiseringsmotie in: het doel van het overheidsbeleid is niet om islamisering te bestrijden. Als GroenLinks de term islamisering gebruikt in de context van het wel of niet bestrijden ervan, dan erkent de partij dat islamisering een probleem is. Maar als ze vervolgens stelt dat dit probleem niet bestreden hoeft te worden, dan heeft de partij het debat bijvoorbaat al verloren.

En toch, De Bruijn stelt dat je soms gebruik kan maken van een frame van een ander. Je kan voor hernieuwbare energie en energie-efficiëntie pleiten door te verwijzen naar afhankelijkheid van Nederland van landen als Saoedi-Arabië. Energy independence noemen we dat. Je zegt: als je zoals Wilders vindt dat Islamistische dictaturen een probleem zijn moet je investeren in groene energie. Ik ben hier skeptisch over: je onderschrijft het probleem van de PVV. Je erkent dat islamistische dictaturen een probleem zijn. Moslims zijn eng en gevaarlijk daar moeten we niets mee te maken hebben. Je versterkt dus het meester-frame van de PVV. En daarnaast: de PVV gaat echt niet zeggen: “GroenLinks jullie hebben helemaal gelijk we, gaan jullie moties steunen voor subsidiemolens en subsidiepanelen”. De PVV zal zeggen: inderdaad Saoedische olie is eng. We moeten investeren in kernenergie dat aangedreven wordt door veilige Canadese uranium.

Wat De Bruijn wel correct stelt is dat je effectief met het frame van een ander kan omgaan door reframing: probeer het frame van een ander op zijn kop te zetten. Als D66 het CDA verwijt dat ze bevoogdend zijn omdat ze soft drugs willen verbieden, dan moet het CDA daartegenover stellen dat D66 onverschillig is ten opzichte van drugsverslaafden. Je gaat mee met het frame van een ander, daardoor raakt het uit balans en duw je het weg. Verbale aikido noemt De Bruijn dat. Politiek gaat in de kern niet om partijen die het met elkaar oneens zijn over beleid (ik ben voor softdrugs, jij bent tegen). Het gaat om partijen die heel andere visies hebben en daar heel andere frames aan koppelen (Wij van D66 stellen u in staat om zelf keuzes te maken; wij van het CDA zorgen voor u). Politici praten langs elkaar heen, omdat ze het over andere onderwerpen willen hebben, of over hetzelfde onderwerp maar vanuit een ander perspectief.

maandag, 14 november 2011

Toine van de Ven

Toine van de Ven

Hyves Twitter GR DWARS

Dilemma: sparen voor de N65 of gevolgen van de crisis afzwakken?

Afgelopen donderdag moest de Vughtse raad zich uitspreken over een fonds van 10 miljoen voor de N65. Waar dat geld vandaan moet komen de komende jaren moet nog besloten worden. En juist dat maakt het een lastig besluit…

Na alle lobby-activiteiten van de afgelopen jaren bij buurgemeenten, de provincie en het rijk zou dit het moment zijn om echte actie op de N65 te verzilveren. De doorsnijding van Vught zou aangepakt worden door de weg deels te verdiepen, waardoor de overlast verminderd zou worden. Het rijk betaalt de helft, als de regio de andere helft betaalt. Om een echte stap voorwaarts te zetten stelde het college voor om als Vught 10 miljoen bij te dragen, naast alle uitgaven om de aansluitingen op eigen grond goed te regelen. Een flinke som voor de gemeente. Hiervoor moet dan ook gespaard worden de komende jaren.

Op dit moment ligt er nog geen concreet voorstel hoe die 10 miljoen bijeen gespaard worden. Het gaat alleen om de principe uitspraak of de raad bereid is die 10 miljoen te gaan sparen. En dat maakt het een lastig besluit. Want als dit echt het moment is om stappen te zetten, wie zou dat dan in de weg willen staan? Maar op hetzelfde moment zien we dat we elke euro hard nodig hebben in tijden van bezuinigingen. En elke euro die naar het fonds voor de N65 gaat, gaat niet naar welzijn, WMO/zorg of armoedebeleid… Dat in de begroting 2012 juist zo diep wordt gesneden in deze sociale uitgaven maakt het er niet makkelijker op. Dat we de crisis voor de mensen die dat het hardst nodig hebben niet verzachten, maar wel 10 miljoen sparen voor een investering ooit in 2028 is moeilijk.

PvdA-GroenLinks wil een echte oplossing voor de N65 niet in de weg staan. Daarom heeft de fractie met enige twijfels toch ingestemd met het voorstel om als Vught te sparen voor een fonds. Maar als het college dit fonds wil vullen door extra te bezuinigen op sociale uitgaven, dan zal de fractie haar steun alsnog intrekken. Zeker omdat we vinden dat juist in jaren van crisis de zwakkeren geholpen moeten worden en er dus niet extra op bezuinigd mag worden. Snijden in sociale uitgaven om over 15 jaar ergens de N65 aan te pakken past niet in dat denkbeeld.

zondag, 13 november 2011

Simon Otjes

Simon Otjes

Last.fm Twitter

Paternalisme, Arbeid en Inkomen

In arbeid, inkomen, paternalisme, verdelende rechtvaardigheid, agenda, aow, armoede, belasting, bijstand, en meer.

In de bundel Vrijzinnig Paternalisme pleiten verschillende progressief-linkse auteurs voor een groen en links beschavingsproject. De overheid moet het debat aan gaan met burgers over wat het goede leven is. De auteurs, geleid door Dick Pels, willen hiermee een correctie aan brengen op de liberale koers die GroenLinks onder Femke Halsema heeft ingezet. Zij zou de moraal te veel hebben overgelaten aan het individu.

Het opvallende is dat waar het gaat om praktische politiek de voorstellen van Pels uitermate liberaal zijn en onderbouwd zijn met liberale argumenten. Dit zal ik illustreren aan de hand van het hoofdstuk “Werk, Sociale Zekerheid en Het Goede Leven” waarin Pels samen met Femke Roosma pleit voor het invoeren van een basisinkomen. Ze breken hiermee met de koers van Femke Halsema. Zij schrok in Vrijheid Eerlijk Delen, het stuk waarin ze haar sociaal-liberalisme praktisch uitwerkte, niet terug voor een paternalistische voorstel onderbouwd met paternalistische argumenten: iedereen moest werken omdat dat beter voor hen is. De centrale vraag is: hoe paternalistisch is het vrijzinnig paternalisme van Pels en hoe liberaal het sociaal-liberalisme van Halsema?

Liberalisme? Paternalisme?

Liberalisme houdt in dat de overheid strikt neutraal moet zijn ten opzichte van ideeën van het goede leven. Alle liberalen vinden dat de overheid mensen moet beschermen tegen inbreuken op hun formele rechten. Links-liberalen vinden dat de overheid daarnaast de materiële voorwaarden voor ontplooiing eerlijk moet verdelen.

Paternalisten geloven dat de overheid niet neutraal mag blijven ten opzichte van ideeën van het goede leven. Burgers moeten de ‘juiste keuzes’ maken, omdat dat goed is voor burgers zelf. In essentie zeggen paternalisten: “de overheid weet beter dan mensen zelf hoe ze hun leven moeten inrichten.” Harde paternalisten willen dwang inzetten om mensen daartoe te zetten. Vrijzinnig paternalisme varieert op een van twee manieren op dit thema: ten eerste, omdat vrijzinnig paternalisten niet zeker weten wat het idee van het goede leven is. Zij werpen dit echter niet terug op het individu maar willen een maatschappelijk, democratisch debat over wat het goede leven is. Ten tweede, omdat vrijzinnig paternalisten mensen niet dwingen, maar duwtjes in de goede richting geven: mensen hebben het recht om de verkeerde keuzes te maken, maar ze worden gestimuleerd om de juiste keuze te maken.

De centrale assumptie van Roosma en Pels is dat ieder sociaal stelsel mensen stimuleert om hun leven op een bepaalde manier in te richten. De sociale zekerheid geeft altijd richting aan een idee van het goede leven.  En op dit moment ligt de focus op werk. Roosma en Pels willen door het basisinkomen te introduceren mensen een andere richting geven.

 

Een Vrijzinnig Paternalistisch Pleidooi voor het Basisinkomen

Een basisinkomen is een door de overheid gegarandeerd minimuminkomen dat iedereen krijgt onafhankelijk van of hij of zij werkt of niet. De beste manier om het uit te leggen is dat de AOW-gerechtigde leeftijd verlaagd wordt naar 18. Mensen kunnen daarnaast bijverdienen zoveel als ze willen, maar als ze door een ongelukkige samenloop van omstandigheden, maar ook bijvoorbeeld omdat ze willen zorgen voor hun familie, of gewoon omdat ze lui zijn, (tijdelijk) niet werken kunnen ze altijd rekenen op een inkomen.

De vrijzinnig paternalisten Pels en Roosma hebben een agenda voor het goede leven: dat goede leven bestaat uit een juiste balans tussen werk, vrije tijd, ontwikkeling en de zorg voor anderen. Het basisinkomen kan daarbij helpen omdat het ruimte biedt voor ontplooiing, zorg en scholing. Mensen kunnen de tijd nemen voor scholing, voor de opvoeding van hun kinderen, het verzorgen van hun ouders of zich richten op sport, kunst en wetenschap en toch een (minimum)inkomen hebben. Het kan voor mensen met een baan een manier zijn om arbeid en zorg beter te combineren. Voor mensen aan de onderkant van de arbeidsmarkt geeft het basisinkomen de vrijheid om slecht werk te weigeren. In de huidige arbeidsmarkt kunnen mensen eigenlijk slecht werk niet weigeren omdat ze dan hun inkomen verliezen.

Roosma en Pels vinden hun voorstel paternalistisch omdat het ervan uitgaat dat het legitiem is voor de overheid om zich het welzijn van mensen te bemoeien. Maar die bemoeienis is beperkt. In essentie verandert het basisinkomen de manier waarop we keuzes maken over werk en inkomen. Als mensen besluiten om niet te werken, is het alternatief nu geen inkomen, met het basisinkomen kunnen mensen rekenen op een vast inkomen. Maar voor Roosma en Pels is het basisinkomen niet alleen een financiële maatregel, het is een normatief signaal: de overheid wil dat mensen zich onthaasten. Het voorstel is volgens Roosma en Pels vrijzinnig omdat er geen belemmeringen zijn om slechte keuzes te maken.

 

Het Basisinkomen langs een Vrijzinnige Maatlat

De kern van het betoog van Roosma en Pels is keuzevrijheid. Roosma en Pels willen mensen vrijmaken van arbeidsdwang. Het basisinkomen dwingt niemand om te werken, voor hun kinderen te zorgen of tijd te nemen voor scholing en ontspanning. Het maakt al deze keuzes serieuze opties. Dit gaat uit van een rijker begrip van dwang. Je kan stellen dat de overheid mensen alleen maar dwingt iets te doen, als mensen die zich niet aan de opdracht van de overheid houden, strafrechtelijk vervolgd worden. De overheid dwingt mensen om belasting te betalen: doen we dat niet dan kunnen we worden opgepakt. Je kunt stellen, dat een verzorgingsstaat en de vrije markt op een andere manier dwingt: het wel of niet verkrijgen van een inkomen is daar het beste voorbeeld van. De huidige verzorgingsstaat en arbeidsmarkt dwingen mensen om te werken. Als mensen niet werken, dan hebben ze geen inkomen, en zijn ze veroordeeld tot honger en armoede. In puur formele zin, bestaat de vrije keuze om niet te werken wel, maar is dat geen reële keuze. Mensen moeten werken want anders kunnen ze niet in hun basisbehoeften voorzien. Dat is in mijn ogen ook een vorm van dwang. Door een inkomen te verzekeren heft het basisinkomen deze vorm van dwang op. Het maakt daarmee allerlei opties reëel die slechts formeel bestonden. Mensen kunnen nu besluiten om zich helemaal te richten op de zorg voor hun kind, zonder zich zorgen te maken over de huur. In de kern vergroot het basisinkomen de reële keuzevrijheid van mensen.

Het basisinkomen is vooral goed voor mensen met weinig inkomen: mensen met weinig spaargeld, mensen die net rond komen, zij zitten nu een tredmolen van werk, werk, werk. Ze kunnen niet terugvallen op spaargeld of verlofregelingen als ze uit die tredmolen willen stappen. Als ze het niet redden komen ze in de WW of de bijstand. Deze regelingen gaan uit van het principe van reciprociteit, voor een uitkering staat een tegenprestatie: in de WW moet je solliciteren en dat werk accepteren en in de bijstand geldt steeds meer het principe van work first. Mensen mogen niet uit hun werkritme vallen, want anders komen ze nooit meer aan het werk. Het basisinkomen biedt de zwaksten op de arbeidsmarkt volgens Pels en Roosma meer bestaanszekerheid, maar vooral ook meer keuzevrijheid en grotere autonomie, zonder dat daar de verplichting van een tegenprestatie tegenover staat.

Het basisinkomen kan positieve maatschappelijke gevolgen hebben: onthaasting,meer  tijd voor het gezin, meer ruimte voor scholing, meer actieve beoefening van kunst, sport en wetenschap en beter werk voor mensen aan de onderkant van de arbeidsmarkt. Maar dit gebeurt niet door het principe van dwang, maar door het principe van vrije keuze. Het basisinkomen kan dit gevolg alleen hebben als we uitgaan van een sociaal-liberaal vertrouwen in mensen: als mensen in vrijheid keuzes maken dan zullen dat de juiste keuzes zijn. Vrije mensen kiezen voor zorg, kunst, scholing en onthaasting. Als je mensen vrij maakt dan zullen ze niet kiezen voor niets doen, niet voor televisie, drank en drugs om de verveling door te komen. Mensen zijn van nature geneigd tot ‘het goede’ alleen de samenleving dwingt mensen nu om verkeerde keuze te maken.

Paternalisme (met of zonder bijvoeglijke bepalingen) kunnen we niet bij Roosma en Pels aantreffen: de overheid weet niet beter hoe mensen hun leven moeten inrichten. Als je mensen de vrijheid geeft, dan maken ze de goede keuze. De overheid dwingt mensen nu de verkeerde keuze te maken, door eenzijdig de nadruk te leggen op werk.

 

Een Paternalistisch Pleidooi voor Werk

Ik kan me op het gebied van werk en inkomen wel paternalistischere voorstellen bedenken dan het basisinkomen. Je zou je kunnen voorstellen dat iedereen na een jaar werkloosheid een baan krijgt aangeboden en als ze die niet aannemen de uitkering dan wordt gestopt. Je zou dat kunnen doen omdat je vindt dat mensen economisch zelfstandig moeten zijn, omdat werk goed voor ze is, of omdat je vindt dat niemand uitgesloten mag worden van de voordelen van werk. Dat is de kern van Vrijheid Eerlijk Delen van Halsema. Ik heb al eerder laten zien dat dat voorstel veel dingen is, maar niet liberaal. Roosma en Pels geven de argumenten voor Vrijheid Eerlijk Delen goed weer: de verdedigers hiervan stelden dat mensen niet het recht hebben om geen deel uit te maken van de samenleving. Die deelname maakt ons tot betere mensen. Meedoen is goed voor je. Je onttrekken aan de samenleving is slecht. En een betaalde baan is het hoogste goed. Hiermee sluit Halsema naadloos aan bij het huidige denken over de arbeidsmarkt: iedereen moet (mee) werken. Vrijheid Eerlijk Delen was in de kern een paternalistisch voorstel, waarbij Halsema beter wist wat goed voor mensen was dan de mensen zelf. Neem vrouwen die besluiten om niet te werken als hun kinderen jong zijn. Die keuze hebben vrouwen nu omdat er uitzonderingen zijn in de bijstand voor vrouwen met jonge kinderen. Halsema vond dat vrouwen hiermee hun eigen toekomst op het spel zetten. Door die vrouwen toe te staan te zorgen slaat de overheid een gat in hun CV, waardoor ze als hun kinderen groot zijn, geen werk meer kunnen vinden. Ze missen dan de werkervaring, het werkritme en de opleiding om weer aan de slag te komen. De overheid moet vrouwen behoeden voor de verkeerde keuzes.

 

Liberalisme, Paternalisme en het Basisinkomen

De discussie binnen GroenLinks over Vrijheid Eerlijk Delen ging inderdaad langs de lijnen van liberalen versus gemeenschapsgezinden. Hierbij stond de vraag of mensen moesten werken niet ter discussie: liberaal Halsema en de vakbondsvleugel waren het daarover eens. Halsema was liberaal omdat ze voor het stimuleren van de werkgelegenheid liberale middelen wilde inzetten als ontslagrechtversoepeling. De gemeenschapsgezinden paternalistisch omdat ze mensen wilden beschermen tegen precair werk.

De paternalistische assumpties van het betoog van Halsema zijn slechts door enkelen benoemd. Door te werken ontplooien mensen zich, als mensen beslissen om niet te werken maken ze een ernstige vergissing, waartegen de overheid hen met dwang en drang moet behoeden. Het is opvallend dat het juist Pels, die de liberale koers van Halsema in vrijzinnig paternalistische richting wil bijsturen, het voorstel doet voor het basisinkomen. Dit zou een ontspannen samenleving stimuleren. Maar let wel: een basisinkomen doet dit via de band van vrijwilligheid: als we mensen bevrijden van een door de markt en overheid aangemoedigde arbeidsdwang dan zullen ze de ‘juiste’ keuze maken voor zorg, ontspanning, ontwikkeling en kunst.

Hun voorstel helt wel door naar de vrijzinnigheid en neemt grote afstand van het paternalisme: het basisinkomen vergroot de reële keuzevrijheid van mensen, en in vrijheid zullen ze de juiste keuzes maken. Ik ben, als links-libertair, een groot voorstander van het basisinkomen. Nu de paternalisten van de traditie Halsema nog.

Renate Richters

Renate Richters

Twitter GR

Begrotingsbehandeling

In divers, nee, ondernemers, onderwijs, ontwikkeling, arbeidsmarkt, armoede, begroting, belangrijk, en meer.

Op 8 november behandelde de gemeenteraad de begroting voor 2012. Lees hieronder mijn betoog….

Betoog begroting 2012 GroenLinks

GroenLinks vindt dat het college goed op weg is om de erfenissen uit het verleden en de opgaven voor de toekomst het hoofd te bieden. De begroting is al een heel stuk beter ‘helder en op orde’. We zijn er echter nog niet. Nog té vaak wordt de begroting dichtgereden met kasschuiven, alternatieve inzet van reserveringen, verlengen van afschrijvingstermijnen en voorsorteren op mogelijke kansen en te verwachten voordelen. Wij verwachten dan ook van het college dat zij dit blijft aanpakken.

Het grootste deel van de ruim 56 mln bezuinigingen heeft onze goedkeuring. Heel belangrijk vinden we het extra geld in armoede en de Wmo. Wij zijn ook erg tevreden met de investering in duurzaamheid. Met een beperkt budget weliswaar, maar doordat we dat niet inzetten om allerlei losse projecten op te tuigen maar het investeren in scholing en goede randvoorwaarden, kiezen we voor een fundamentele aanpak waarmee we ons tot de koplopers in de wereld scharen. Daar zijn wij trots op.

Bij een aantal voornemens hebben wij in de commissie en eerder dit jaar kritische kanttekeningen geplaatst. Ik noem er hier een paar:

- De leges, die willen we kostendekkend, maar toen bleek dat de procedures erg duur en omslachtig zijn. Maar onder druk wordt alles vloeibaar is gebleken. In ieder geval bij de horeca. Wij willen dat de andere dossiers zo ook worden doorgelicht.

- Het innovatieprogramma. We zijn het eens met de doelstellingen, maar niet met een structurele financiering voor Brainport Development hierin.

- Cultuur. Voor het CKE zien we positieve ontwikkelingen. Bij de voorstellen over de bibliotheek en de backoffice hebben we nog ernstige twijfels over de haalbaarheid. Hoe denkt de wethouder dit op te lossen?

- Tot slot de sporttarieven, waarover we nog in discussie gaan, maar waarbij wij op basis van het dossier wel het gevoel hebben gekregen dat de taakstelling haalbaar is. We zijn blij dat de ijsbaan toch open zal blijven.

Als we terugkijken op al deze discussies, dan vragen wij ons af wat nu echt het allerbelangrijkste is voor de komende jaren. Wat is het toekomstperspectief waar we voor gaan? Voor GroenLinks is dat meedoen en kansen voor iedereen. Kansen op onderwijs, ontwikkeling, werk en een gezond leefklimaat. Een van de belangrijkste speerpunten in ons verkiezingsprogramma én in ons coalitieakkoord, maar ook het grootste risico in onze meerjarenbegroting.

Deze coalitie heeft ‘werk voor iedereen’ als belangrijk doel gesteld . Maar door de rijksbezuinigingen worden de gemeenten de kansen ontnomen om mensen daar op een goede manier bij te ondersteunen. Gedachten om mensen met een arbeidshandicap gewoon in reguliere bedrijven aan het werk te helpen zijn mooi, maar het gebeurt niet vanzelf! Zonder financiële middelen blijven deze doelen slechts van papier.

Voor die mensen voor wie betaald werk nog een brug te ver is, stelde onze coalitie dat sociale activering of vrijwilligerswerk wenselijk is. Omdat meedoen en ergens bijhoren beter is dan eenzaam thuis achter de geraniums zitten. Door de bezuinigingen van het Rijk op het participatiebudget vervallen deze mogelijkheden. GroenLinks vindt dit erg zorgelijk, wij vragen ons af of het lukt om ook deze mensen een alternatief te bieden. Wij komen hierop terug bij de behandeling van het participatiebudget. En wij verwachten van dit college dat zij er alles aan doet om onze afspraken uit het coalitieakkoord overeind te houden!

Werk voor iedereen. Maar tegelijkertijd behalen we onze doelstellingen door ‘beter te handhaven en de poortwachtersfunctie’. Natuurlijk moeten we fraude bestrijden, daarover is geen discussie. Maar als mensen recht hebben op een uitkering, moeten ze die gewoon krijgen. Als je mensen duurzaam aan het werk wilt hebben, is een goede motivatie erg belangrijk. Iemand met wantrouwen tegemoet treden zal dan niet helpen. Wij willen mensen aanspreken op hun kwaliteiten en hun eigen kracht. Behandel hen dan ook zo, ga naast hen staan ipv boven hen, dat levert zoveel meer resultaat!

Ondertussen wordt de situatie van mensen met een minimum inkomen of een beperking er niet beter op. Zij worden door de rijksmaatregelen vaak dubbel of zelfs driedubbel gepakt. De effecten van deze stapeling van maatregelen, landelijk én lokaal zijn niet te overzien. Hoe kunnen wij dan goede afwegingen maken? Daarom zijn wij voornemens een motie mee in te dienen met onder andere het OAE om de stapelingen van effecten in kaart te brengen, en hier passende maatregelen op te nemen. Want GroenLinks vreest voor de toekomst van bv alleenstaande ouders met kinderen. Die moeten we ontzien!

Maar is het dan alleen maar doemdenken?

Nee. In al deze ontwikkelingen horen we ook heel veel positieve, hoopvolle geluiden. Deze Raad maakt zich zorgen om de draagkracht van de samenleving, of er wel genoeg vrijwilligers zijn om al die dingen te gaan doen die de overheid niet meer wil regelen. Een aantal partijen heeft haar oordeel al klaar. Dat gaat nóóóit lukken. Maar toch hebben bv de vrijwillige hulpdienst, of Humanitas geen enkel gebrek aan vrijwilligers. De zelfhulpnetwerken, waarbij veel gebruik gemaakt wordt van ervaringsdeskundigen, zijn nog nóóit zo succesvol geweest. Bij uitstek voorbeelden van hoe vrijwilligers aanvullend kunnen zijn op professionele zorg. En bij het vrijwilligerspunt melden zich élke week een kleine 20 mensen voor vrijwilligerswerk! Prachtige en hoopvolle voorbeelden. Het gaat er dus ook om hoe je mensen aanspreekt en wat je ze kunt bieden.

Een ander voorbeeld. GroenLinks baalt er stevig van dat het Rijk met de WWnV niks wil doen om de werkgevers te verplichten om mensen met een arbeidshandicap in dienst te nemen. Want doen ze dat vanzelf? Nee, het grootste deel doet dat waarschijnlijk niet vanzelf. Maar ze zijn er wel, die betrokken ondernemers die vanuit een maatschappelijk besef mensen met een grote afstand tot de arbeidsmarkt in dienst nemen. Zo sprak ik laatst de directeur van van Asperdt, hier op de Hurk, die vanuit een maatschappelijke betrokkenheid een huismeesterproject is gestart en daarmee mensen uit een moeilijke doelgroep weer perspectief bood. Wat doen wij om deze werkgevers te ondersteunen? Burgemeester van Gijzel, bijna een jaar geleden deed u een oproep in uw nieuwjaarstoespraak aan werkgevers. U zei toen: ‘Wij hebben klaargestaan toen u ons nodig had. Nu moet het andersom’. Wat heeft ú tot nu toe gedaan om de werkgevers te betrekken bij deze maatschappelijke vraagstukken? Wij roepen u én wethouder Brink op: Zoek de werkgevers in de wijken op, niet alleen in China!

In tijden van financiële krapte moeten we op zoek gaan naar maatschappelijk rendement. Als we toch investeren, plak er dan een maatschappelijke doelstelling aan vast, twee vliegen in één klap! GroenLinks heeft hier allerlei ideeën over. Wij geven hier één voorbeeld.

Met deze begroting besluiten we om bijna 2 ton in het expatcenter te steken. In de commissie legde wethouder Brink uit dat dat geld nodig is om onze gemeentelijke taak te regelen. Maar zien wij onze taak alleen maar als het uitleggen van wetten en regeltjes? Of gaan we voor het welzijn van mensen in onze stad? Het vrijwilligerspunt heeft een project om kenniswerkers te koppelen aan oudkomers (ook weer vrijwilligers) om hen wegwijs te maken in Eindhoven en de integratie te bevorderen. Van die kennisuitwisseling worden beide partijen beter, daarom wordt momenteel gekeken of het project bij het expatcenter kan worden aangehaakt. Twee vliegen in 1 klap. Wij vragen de wethouder om zich in te zetten voor dit project. Als nodig dienen wij hier een motie voor in.

Tot slot voorzitter. Het perspectief waarin we deze begroting beoordelen is er eentje van een samenleving in verandering. We hadden, ook zonder de landelijke bezuinigingen, nooit alles kunnen laten zoals het was. De komende 20 jaar verandert onze bevolkingssamenstelling en de behoefte van de mensen drastisch. Dit had hoe dan ook geleid tot een verdere stijging van het gebruik van bv Wmo en welzijnsvoorzieningen. Door de bezuinigingen wordt het veranderingsproces moeilijker en sneller. Maar de verandering was hoe dan ook nodig geweest. GroenLinks kan en wíl daarom niet garanderen dat alles blijft zoals het was. Wij geloven in de kracht van de samenleving. En wij geloven in de kracht van mensen en het teruggeven van de regie. Het is dan ook zaak om als overheid de goede keuzes te maken om deze ontwikkelingen te faciliteren.

Besturen in deze tijd vraagt om lef. Lef om keuzes te maken, te stoppen met wat was en ruimte te geven aan het nieuwe. Deze coalitie, en dit college maakt in onze ogen de juiste keuzes, binnen de mogelijkheden die zij nu heeft.

———————————————————————————————————

donderdag, 10 november 2011

Klaas Woltinge

Klaas Woltinge

Hyves Twitter Youtube

Presentatie moe? Dat komt in mijn woordenboek niet voor ;-)

In amersfoort, hulp, idee, informatie, kant, bezig, bezoek, keuzes, koffie, en meer.
Van af 27 Oktober j.l., was ik gestart met mijn eerste Wajong Werkt Presentatie voor grotere groepen, had wel eens vaker grote groepen toe gesproken maar niet met een ingestudeerde tekst wat mij overigens wel goed af ging ten opzichte van 1a 2 toeschouwers.

Even in vogelvlucht: Op 27 Oktober had ik naar mijn idee de beste Wajong Werkt presentatie gegeven, ik kwam hier door vervoersproblemen later aan en door mijn verloren tas had ik ook mijn spiekbriefje niet bij mij.. Toen ik binnen kwam kon ik gelijk mijn jas uit trekken en starten met presenteren. Dat ging best vloeiend zeker voor een eerste keer, ik had gewoon de tijd niet vlak vooraf om na te denken wat als dit of dat nou mis gaat etc;

3 November bezocht ik vanuit CrossOver het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport om alle werknemers daar uit te nodigen voor een lunch en een discussie (vind plaats op 10 November) die hen erop zou wijzen dat de Wajongers niet vergeten mogen worden en sterker nog dat zij de Wajongers nodig zijn!

Tijdens die dag gingen we in groepjes van 3 alle afdelingen bij langs en nadat de eerste 2 uitnodigingen verstrekt waren greep ik ook mijn momenten (een vertegenwoordiger van CrossOver tipte mij om ook mijn eigen ding aan te grijpen), liet weten dat ik als Wajonger actief bezig was binnen GroenLinks (legde de nadruk op Chronisch Zieken en Gehandicapten), dat ik vanuit het CNV(j) Wajong Werkt Promo Team de misschien toekomstige werkgevers bezoek om aan hen voorlichting te geven wat Wajongers wel kunnen en zouden willen, wat de financiële voordelen zijn voor de werkgever zijn wanneer deze wel een Wajonger in dienst nemen ook wanneer deze niet naar verwachting zou kunnen presteren en voor mezelf sloot ik telkens af met mijn WSW indicatie (zelf sta ik op een wachtlijst voor betaald werk, ben tegen die tijd 64 of zo), mijn vrijwilligers werk binnen stichting de Zonnebloem en mijn bezigheden binnen de Netwerk Marketing…

Beetje vuil van mezelf misschien, in de 1e plaats was het een (zogenaamde) schreeuw om hulp gevolgd door een aantal trigger punten waar wel over na gedacht mag worden:
- Onderdelen hiervan moeten de 2e kamer gewoon beter bereiken en ikzelf ben bezig om mij hierin ook beter te ontwikkelen.
- Aangeven hoe handig het CNV(j) Wajong Werkt Promotie Team is, ik schrijf nu op persoonlijke titel maar wij informeren toekomstig werkgevers over de huidige regelgeving aan iedere werkgever die ons uitnodigt! Doel is de werkgever beter op de hoogte te stellen, tegelijkertijd hebben wij als Wajonger wel de mogelijkheid om ons eigen visitekaartje achter te laten
- Promotie voor mezelf in de ruimste zin van het woord, mijn eigen kwaliteiten, producten of desnoods adviezen maar even gaan verkopen.

7 November stond er een Wajong Werkt presentatie op de agenda in Leeuwarden voor het UWV, dat kwam mezelf ergens vrij slecht uit i.v.m. tijdsdruk, had nadien een andere afspraak wat ik net op het randje zou kunnen halen wanneer het openbaar vervoer goed zou verlopen. Een kleine week vooraf kreeg ik de bevestiging dat ik ruim op tijd weer de trein Naar Hoogeveen kon pakken om om 14:15 weer terug te zijn in Hoogeveen (zat met trein keuzes, 12:00 retour was goed, 13:00 retour zou ik moeten rennen). Anderzijds, zelf wil ik natuurlijk het CNV(j) Wajong Werkt Promo Team ook dichter in mijn eigen omgeving op de kaart zien te krijgen.

Tijdens de trein reis vanaf Meppel naar Leeuwarden werd ik opgebeld door mijn diëtiste waarbij deze aangaf onze huidige afspraak ook wel wilde doorschuiven naar de 21e.. Mooi ;-)

Zelf arriveerde ik om 10:15 op locatie zoals afgesproken was, mijn collega kwam wat later i.v.m. reistijden, op zich geen ramp want de presentatie startte toch pas om 11:00

Had een uur de tijd om onze spullen alvast klaar te zetten, 10 minuten zijn veelal voldoende, tijdens dat wij aan het woord zijn voor grotere groepen starten wij met een Powerpoint introductie, gevolgd door een filmpje en daarna gaan we tijdens het spreken weer verder met de Powerpoint presentatie.. Het was ff puzzelen, betreffende computers speelden het filmpje veel te langzaam af dus uiteindelijk hadden wij (iemand van het UWV en ik zelf) de beamer maar gekoppeld aan een laptop.

Tijdens het werken aan oplossingen en ook nadien werd er gevraagd aan mij moet je nog oefenen, nee niet nodig was mijn antwoord.. Hoe lang denken jullie bezig te zijn? Antwoordde zelf dat de hele presentatie zo’n 15 minuten zou duren exclusief vragen die wij zouden kunnen gaan krijgen…

Ik overhandigde mijn presentatiemap met daarbij de informatie mijn collega start het gesprek, zelf ga ik daar verder, mijn collega vervolgd weer.. Daar, daar en daar vertellen we samen wat en zelfs de ingestampte teksten kende ik gewoon uit mijn hoofd.

Vanaf het moment dat mijn collega ook arriveerde, wij onderling nog even bij gepraat hadden etc; waren we beiden rustig klaar voor de start..

Mijzelf voorstellen ging prima, de onderdelen waarbij ik met persoonlijke voorbeelden kon komen van mijzelf of wat ik allemaal gezien en gehoord had gingen vloeiend.. Bij de rest liet ik het een en ander over aan mijn collega of ik ging mijn delen bijna voorlezen.

Wij kregen nadien de feedback dat wij een hele goede presentatie neer hadden gezet,
Zelfs bij navraag waarbij ik eerlijk was over mijn mistakes en fouten kreeg ik de feedback dat ik juist die prima had opgelost en dat juist dat een soort van wil toonde!

Het werkgevers congres op 8 November ging ik voor,
Aldus de programmering duurde deze van 12:00 tot 15:25
Tussen 13:55 en 14:25 konden wij onze presentatie geven.


Zelf mocht ik van af 12:00 aanwezig zijn of gewoon vanaf 12:45 om de Lunch mee te pikken, beetje overleg met een coach van het CNV(j) Wajong Werkt Promotie team.
Het gehaast had ik niet zo’n trek aan, het Flevoziekenhuis licht op 10 minuten loop afstand van Almere Centrum…

Zelf kon ik kiezen uit een trein rit Hoogeveen – Hilversum – Almere Centrum, Hoogeveen - Zwolle – Amersfoort – Almere Centrum of Hoogeveen – Hilversum – Almere Centrum maar dan heel weinig looptijd overhouden in een onbekende plaats.

Zelf nam ik de trein van 9:42, arriveerde om 11:55 voor het FlevoZiekenhuis,
Leuk moment om nog even wat nicotine te downloaden en bij binnenkomst trof ik de persoon met wie ik de Wajong Werkt presentatie zou gaan geven.

Nadat we ons aangemeld hadden konden we koffie pakken, genieten van een muziekspel en nog even voor clown spelen. We zaten onderling wat te bluffen om deze op te zetten tijdens de presentatie, gelukkig moesten we de neuzen na de lunch weer inleveren dus had ik meteen een goede smoes om mij niet aan mijn woord te houden ;-)



Onderling hadden we nog even het een en ander overlegd, hij zelf zou zijn eerste presentatie geven. Ik zelf had een houding van we gaan nu misschien 14 a 20 mensen toespreken wat wel een drempel voor mezelf was bij aanmelding, maar tijdens een Werkgeverscongres i.v.m., de week van Chronisch zieken wilde ik er zelf graag bij zijn..

1. om maar bij te leren
2. contacten te leggen
3. Presenteren, een Wajonger hoeft niet aan de kant gezet te worden!
4. Politiek gezien ideeën uit te wisselen

Off topic, terug naar afgelopen presentatie van 8 November.
Tegen de tijd dat wij aan de beurt waren vanuit het CNV(j) Wajong werkt promotie team, mochten wij zo’n 72 mensen te woord staan..

Zelf schrok ik even van het aantal toeschouwers, op advies van onze Coach van het Wajong werkt promotie team vermelde ik na het mezelf voor gesteld te hebben voor een groot publiek.. ff te laten weten dat het gebeuren nieuw voor mij was.

Tijdens de presentatie voor veel meer mensen dan dat ik vooraf verwacht had,
Konden zowel mijn collega Wajongere als ikzelf ons eruit redden met een grapje tussendoor waardoor onze presentatie wel heel duidelijk over kwam!

Slot resultaat was dat ik vanuit het CNV(j) visitekaartjes kon uitwisselen met een aantal mensen, uitgenodigd ben om een presentatie te geven in Schiedam met mijn nieuwe collega waar ik ook zeker graag op in ga!

Onze huidige presentaties lopen tot Juni/juli 2012 als ik mij niet vergis, uit eigen belang hoop ik samen met een collega van mij ook meerdere presentaties te mogen geven bij alles wat boven Zwolle licht ;-)

Meer weten?
Neem gerust contact met mij op.

Femke Halsema

Femke Halsema

Hyves Twitter TK

Peerke Donderslezing: Over de middenklassen in het westen en in Afrika

In goede doelen, ontwikkelingssamenwerking, afhankelijkheid, afrika, algemeen, arabische lente, belangrijk, betalen, bezuinigingen, en meer.

Post image for Peerke Donderslezing: Over de middenklassen in het westen en in Afrika

Goedemiddag,

Toen ik opgroeide, een puber was, mocht ik op een saaie zondagmiddag graag met mijn moeder een eindje gaan rijden. Stapvoets reden we dan door de nieuwe villawijken aan de rand van Enschede  en verlustigden ons aan de gouden leeuwen die oprijlanen markeerden, de Griekse zuilen waarmee Twentse boerderettes waren versierd en wij roddelden er op los. Enschede was, zo aan het einde van de jaren zeventig klein genoeg om te weten wie er woonde, hoe ze hun geld hadden verdiend, en of hun huwelijken gelukkig waren.
Wij, moeder en dochter, uit de gegoede middenklasse hadden het heel goed maar bezaten niet het kapitaal dat daar op die ruime kavels vaak nogal afzichtelijk was uitgestald.
Het was een vriendelijke vorm van aapjes kijken, van verveeld vermaak, waarover wij ons weinig schuldig voelden omdat het vertoon van rijkdom ook voor ons was bedoeld, zondagrijders uit de middenklasse.

Precies diezelfde lust tot ‘rijken kijken’ zie je terug in het nieuwe programma van Jort Kelder ‘Hoe heurt het eigenlijk’. En ik kan me nog steeds goed vermaken met de rose-tankende, glad gestreken en opgepompte nouveau-riche-dames aan de Loosdrechtse Plassen, die uitleggen dat ze niet alleen een motorjacht bezitten (‘zeilen is zo veel werk’) maar ook een tweede huis bij Saint Tropez omdat ‘ze zo vreselijk van cultuur houden’.
In ‘hoe heurt het eigenlijk’ wordt het pronkgedrag van de nieuwe rijken slim afgezet tegen de tradities van het oude geld. Over het algemeen zijn dat Olie B. Bommel-achtige heren die in gedateerd Nederlands uitleggen dat zij hun landhuis, stammende uit 1700 of daaromtrent, in stand weten te houden door een natuurcamping en wat biologische boerderijen op de landerijen toe te laten.

Wat ‘Hoe heurt het eigenlijk’ anders maakt dan eerdere programma’s van bijvoorbeeld Gert Jan Droge is het nogal stichtende karakter. Als kijker word je ook op allerlei manieren duidelijk gemaakt hoe je wel en niet zou moeten leven, wat beschaafd is en wat nastrevenswaardig is. En dat is de nouveau-riche overduidelijk niet. Het oude geld wel want dat heeft tradities, sociaal besef, eet met mes en vork en lepelt geen vaten rose naar binnen maar drinkt een glas goede rode wijn op zijn tijd.

Het stichtende karakter van het programma heeft inmiddels ook geleid tot heel serieuze beschouwingen in kranten. Een van de meest hilarische is wel een beschouwing in de Volkskrant donderdag 4 november waarin werd betoogd dat wij Jort Kelder, als onze nationale polderdandy, dankbaar mogen zijn omdat hij een grote bijdrage zou leveren aan de ‘heropvoeding van Nederland’.
Ofwel, de landerijen zullen wij met zijn allen nooit bezitten, de familienamen ook niet, maar beschaafd gedrag leeft de oude adel ons voor.

Ik vind dat uit zo’n geleerde analyse in de krant vooral een nogal wonderlijke nostalgie naar de 19e eeuw spreekt. De redenering die wordt gehanteerd is eenvoudig. Weliswaar is de rijkdom waar de ontwikkelde smaak op rust, niet binnen ons bereik maar dat neemt niet weg dat we wel degelijk de goede omgangsvormen kunnen kopiëren.
Laat ik het eens bout zeggen. Zoals in de 19e eeuw, zijn armoede en een gebrek aan kansen geen excuus voor slechte manieren.

Wat mij betreft maakt ‘hoe heurt het eigenlijk’ met haar stichtende boodschap en de analyse in de Volkskrant die er op voortbouwt, deel uit van een maatschappelijke en politieke ideologie waarmee ik moeite heb. Het is de ideologie van ‘de eigen verantwoordelijkheid’ die al jaren een grote populariteit geniet.
Het is ook de ideologie waarbij de omstandigheden waarin je leeft, de armoede waar je aan bent blootgesteld, het gebrek aan kansen om hoger op te komen, nooit een argument kunnen zijn voor het gedrag dat je vertoont.
Natuurlijk klopt dit wel op het niveau van het individu. Simpel, als je arm bent en je gaat jatten, dan kan je armoede misschien een verzachtende omstandigheid zijn maar je bent ook gewoon verantwoordelijk voor je criminele gedrag en verdient daar straf voor. Bovendien, voor opgroeiende jongeren in onze samenleving die zich schuldig maken aan crimineel gedrag, geldt ook dat ze weliswaar zelden voortkomen uit de hoogste economische klassen, maar ze wel degelijk kansen hebben. Ze hoeven niet te straatroven omdat er anders geen brood op de plank is. Ze kunnen naar school, er is werk (hoewel de jeugdwerkloosheid relatief hoog is) en ze kunnen een legaal bestaan opbouwen. Dat ze kiezen voor criminaliteit en het terroriseren van anderen, daarop mogen zij – 1 voor 1 – worden aangesproken, evenals de ouders die hen opvoeden.

Maar met het veroordelen van individueel wangedrag en het tot voorbeeld maken van de oude adel ben je er niet als je de staat van een samenleving wil begrijpen. Als je bijvoorbeeld de criminaliteit wil verminderen, de sociale problemen van werkloosheid, van lethargie of een armoedecultuur van mishandeling en uitbuiting wil begrijpen. Laat staan dat de voorbeeldige omgangsvormen van het oude geld en de elites, ook maar het begin van een oplossing vormen voor de vermindering van die problemen.

Ik wijd uit over ‘Hoe heurt het eigenlijk’ omdat ik de populariteit van de boodschap, blijkbaar ook onder sommige intellectuelen, zeker op dit moment, nogal wrang vindt. We leven in een economische periode waarin de tegenstellingen tussen arm en rijk, kansarm en kansrijk, mondiaal, in de Verenigde Staten, in Europa en in Nederland snel toenemen. We leven ook in een periode waarin het geloof in vooruitgang, het geloof dat onze kinderen het beter zullen hebben dan wij, zwaar onder druk staat.
Het was precies dat geloof dat het zondagse uitje van mijn moeder en mij tot vrolijk, oppervlakkig vertier maakte dat vrij was van elke vorm van rancune.
Er kon toen namelijk geen twijfel over zijn dat ik als dochter uit de middenklasse – als ik me een beetje gedroeg – meer kansen zou krijgen dan mijn moeder, dat ik een goede opleiding zou kunnen gaan volgen, dat ik werk zou vinden, een huis, dat ik verre reizen zou kunnen maken en verder alles zou kunnen doen wat ik wilde.

Dat tij is gekeerd.
In de eerste plaats voor de mensen met de laagste inkomens maar ook voor de middenklassen.

Europese middenklassen

In het prachtige boekje ‘Ill fares the land’, beschrijft de Britse historicus – en helaas vorig jaar overleden – Tony Judt, de geleidelijke teloorgang van de westerse verzorgingsstaten, en het verdwijnen en verminderen van kansen op sociale stijging van kinderen uit de lagere sociale klassen en de middenklassen.
Hij beschrijft hoe vooral in de Verenigde Staten en in het Verenigd Koninkrijk na bijna een eeuw van economische groei en welvaartsspreiding (ruwweg vanaf het einde van de 19e eeuw tot 1980), deze tot stilstand zijn gekomen. Er is zelfs sprake van een omgekeerde beweging.

Al in de tien jaar voorafgaand aan de kredietcrisis in 2007 daalde het gemiddelde inkomen van gewone Amerikanen en werd hun geloof in vooruitgang op de proef gesteld. Voor veel burgers gold dat hun huizen hun enige stabiele kapitaal waren. Uit een studie van de Amerikaanse journalist Don Peck blijkt dat aan het begin van 2011 die huizen bij 1 op de 4 middenklasse-gezinnen een nauwelijks nog te dragen schuldenlast is, terwijl 1 op de 7 gezinnen wordt bedreigd door uitzetting en faillissement.
55% van de gewone Amerikanen heeft sinds de crisis te maken gekregen met werkloosheid, vermindering van uren of een forse salarisdaling. Volgens Peck veranderen in de nasleep van de economische crisis de levens van mensen ingrijpend: de verbondenheid tussen generaties staat onder druk, werkloze mannen verliezen hun positie tegenover hun vrouwen en kinderen, jongeren missen toekomstperspectief en zijn somber en voelen zich in de steek gelaten. Ook Tony Judt deelt deze sombere analyse. Hij spreekt van pathologische sociale problemen die horen bij harde klassentegenstellingen: stijgende kindersterfte, verminderende levensverwachting, criminaliteit, een geharde en onverbeterlijke gevangenispopulatie, werkloosheid, obesitas, teenage-zwangerschappen etc. etc.

Judt is de eerste om – terecht – een onderscheid aan te brengen tussen de Verenigde Staten en Groot Brittannië enerzijds en de meer gelijkmatige noord-Europese samenlevingen zoals Nederland anderzijds. Hier zijn de inkomenstegenstellingen nog altijd veel kleiner en is de toegang tot bijvoorbeeld goed onderwijs en relatief goede gezondheidszorg veel beter gewaarborgd. Dat neemt niet weg dat ook in Nederland, net als in andere Europese landen sprake is van een neergaande lijn. De inkomenstegenstellingen groeien en door de bezuinigingen vermindert de toegang tot de publieke voorzieningen voor de lagere en middeninkomens. Denk bijvoorbeeld aan de bezuinigingen op de kinderopvang, de gezondheidszorg, de PGB’s, het onderwijs, de universiteiten en de cultuur.

Tony Judt heeft bovendien een andere boodschap. Hij beschrijft groeiende ongelijkheid niet alleen als onrechtvaardig in zichzelf, maar ook als gevaarlijk voor de sociale en democratische stabiliteit van de samenleving: de geleidelijke toename van sociale en culturele spanningen, de vlucht in extremisme en de snel afbrokkelende bereidheid van mensen om voor elkaar te zorgen, om solidair te zijn – rechtstreeks en via het gezamenlijke betalen van belastingen.
Al deze ontwikkelingen zien we ook in Nederland. De intolerantie jegens elkaar neemt toe, net als de rancune, burgers vluchten naar de politieke flanken en verliezen hun bereidheid – hun stemgedrag is daar een uiting van – om (bijvoorbeeld via belastingen) te investeren in de publieke sfeer, in cultuur, in versterking van het onderwijs, of bijvoorbeeld in ontwikkelingssamenwerking die het lot van de allerarmsten iets verbetert.
Kortom, de groeiende ongelijkheid leidt tot toenemende maatschappelijke tegenstellingen en afnemende solidariteit. Dit ondermijnt geleidelijk het vermogen van een samenleving en haar politici om door inkomensmaatregelen en investeringen in de publieke sector, alsnog het tij te keren.

Afrika

Goed tot hier mijn enigszins sombere analyse van de staat van onze ‘westerse’ samenleving. Nu wil ik met u een hele grote stap maken naar Afrika, als brandpunt van de derde wereld.
In 2009 publiceerde de van oorsprong Zambiaanse econome Dambisa Moyo het boek ‘Dead Aid: Why Aid is Not Working and How There is a Better Way For Africa’. Zij bekritiseert hard en grondig ontwikkelingssamenwerking als een manier om de armoede in Afrika in stand te houden en gewone gezonde economische groei af te remmen. Tegenover de, weinig zoden aan de dijk zettende donaties van Westerse landen, plaatst zij de investeringen die een weinig democratisch land als China in Afrika doet, als duurzamer en toekomstgerichter.
Het hoeft weinig verbazing te wekken dat het boek – zacht gezegd – op een onstuimige ontvangst kon rekenen, temeer daar het al snel een internationale bestseller werd die ook graag door politici geciteerd werd, zoals de president van China. Conservatieven en neoliberalen die Afrika al lang als een bodemloze put beschouwden, zagen in het boek – ook nog geschreven door een Afrikaanse – een mooie aanleiding om alle ontwikkelingshulp stop te zetten. De ontwikkelingsindustrie beschouwde het als een dolksteek in de rug en schreeuwde moord en brand – Bono van U2 voorop – dat Moyo een neo-conservatieve agent was en niet vertrouwd kon worden. De heftige polarisatie rond het boek is begrijpelijk maar ook jammer omdat Moyo’s analyse wel degelijk hout snijdt voor Afrika, net als voor Europa en de Verenigde Staten.

Haar stelling is dat de grote afhankelijkheid van hulpprogramma’s die de afgelopen halve eeuw in Afrika is ontstaan, heeft verhinderd dat er sprake was van gewone economische groei, van stijgende inkomens voor Afrikanen en van de opbouw van democratische rechtstaten. De hulp richtte zich vooral op het verlichten van de ergste armoede en nood, maar creëerde onbedoeld ook afhankelijkheid daarvan.
Bijvoorbeeld in een land als Kenia, waarmee het relatief goed gaat, gaat 70% van het nationaal budget op aan salarissen van politici en overheidsfunctionarissen. Een groot deel van de gewone overheidsinvesteringen in de samenleving komen uit ontwikkelingsbudgetten.

Tegelijkertijd beschrijft Moyo – en dat is een belangrijk punt – ontbraken werkelijke economische investeringen uit Europa en de Verenigde Staten in Afrikaanse landen, terwijl het westen tegelijkertijd zijn grenzen zo goed als gesloten hield en houdt voor grootschalige import uit Afrika. Niet alleen was er sprake van groeiende afhankelijkheid van ontwikkelingshulp, er was in veel Afrikaanse landen ook nauwelijks een alternatief voor in de vorm van economische activiteiten die inkomen opleveren.
Door hulpafhankelijkheid en de afwezigheid van economische bloei kennen veel Afrikanen, volgens Moyo, weinig mogelijkheden voor sociale stijging, de armoede is groot en wordt bepaald niet kleiner, de inkomensafstanden zijn immens. Tegenover een enorme populatie van armen staat een kleine groep van exorbitante rijken, die vaak corrupt is en in het bezit van de politieke macht. Veel andere smaken dan heel arm en heel rijk zijn er nauwelijks: middenklassen bestaan maar summier en vooral in de landen waarmee het naar verhouding redelijk of goed gaat.

Ik ben het maar ten dele met Moyo eens. Ik denk dat zij de ontwikkelingshulp veel te veel verantwoordelijkheid geeft voor de miserabele staat van veel Afrikaanse landen; andere – geografische, etnische, historische en politieke – redenen spelen een minstens even grote rol. Bovendien denk ik dat zij een veel beter onderscheid dient te maken tussen noodhulp, zoals nu in de Hoorn van Afrika en langer lopende ontwikkelingsprogramma’s.
Ik wil deze lezing ook niet gebruiken om de aard van ontwikkelingssamenwerking verder te bekritiseren. Niet alleen wordt die discussie al hevig gevoerd, je ziet ook bij veel hulporganisaties een grote verandering in de hulp die zij bieden. Veel meer dan in het verleden richt die zich op de opbouw van bedrijfjes en het versterken van de economische structuur van landen, en de werkgelegenheidskansen van mensen.

Ik haal Moyo aan vanwege een andere centrale boodschap van het boek: wat heeft Afrika nodig?
Moyo stelt dat Afrika werkelijke economische investeringen nodig heeft die leiden tot de opbouw van een sterke en politiek bewuste middenklasse.
Het is deze middenklasse die in staat zal zijn om belastingen te betalen, en die – als zij een perspectief hebben op sociale stijging en een betere toekomst voor hun kinderen – dat ook willen doen.
Moyo’s stelling is dat de corruptie en het vergaande politieke misbruik dat zoveel Afrikaanse landen kennen, ook wordt mogelijk gemaakt omdat burgers geen belang hebben bij de verandering ervan. Ze zijn arm, voor hun inkomsten afhankelijk van buitenlandse hulp en missen elk perspectief op werkelijke verbetering voor zichzelf, hun kinderen en de samenleving. De sociale problemen waarmee zij worstelen zijn zo groot, de cultuur van armoede zo diep geworteld, dat er nauwelijks ruimte is voor solidariteit met elkaar.
Moyo stelt dat – en dat beschouw ik als haar belangrijkste claim – dat alleen de opbouw van middenklassen, zal leiden tot de politieke en democratische verandering die zo veel Afrikaanse landen heel erg hard nodig hebben. Als Afrikaanse burgers een beter inkomen krijgen, belasting gaan betalen, dan zullen zij ook hardere eisen gaan stellen aan de politici die hun geld besteden. Het is dan namelijk hun geld – en geen ontwikkelingsgeld – dat verdwijnt in corrupte zakken. Het is hun geld dat bestemd is voor het onderwijs van hun kinderen, voor gezondheidszorg en voor het bijstaan van armen.

Hier raakt de analyse van Moyo, zij het over een heel ander en oneindig veel kwetsbaarder continent, aan de redenering van Judt. Ook Judt betoogt dat duurzame welvaart en maatschappelijke stabiliteit voor een belangrijk deel op de middenklassen rusten en op een geringe afstand tussen de hoge en lage inkomens: bij een gelijkmatige spreiding van welvaart, gebonden aan een werkelijk perspectief op sociale stijging, zijn de sociale problemen beheersbaar en zijn mensen bereid en in staat tot werkelijke solidariteit.
Hoe ver Afrika hier misschien nog van verwijderd is, en hoe onbegaanbaar misschien ook de route lijkt, Moyo pleit voor een volwassen en eerlijke omgang met Afrikaanse landen. Zij pleit voor werkelijke economische investeringen, zoals – inderdaad – China dat nu doet, en die in de eerste plaats gewone ‘hardwerkende’ Afrikanen ondersteunen. Terzijde, we hoeven geen rooskleurig beeld te hebben van de motieven van Chinezen om te investeren, maar dat maakt het ook niet per se slecht. Bijvoorbeeld in Liberia, waar ik dit voorjaar was, zijn Chinezen in grote getale aanwezig vanwege de rijkdom aan grondstoffen van het land. Maar je ziet ook overal Chinese winkels en kleine restaurants. Aan de rand van de hoofdstad Monrovia wordt een grote universiteit gebouwd met Chinees geld. Dat maakt – hoe dan ook – een daadkrachtiger indruk dan de Unicef-posters die je verderop in de jungle ziet: ‘also boys like to do the dishes’.

Net als Judt pleit Moyo vooral voor de opbouw van meer egalitaire samenlevingen waarin de rijkdom eerlijker wordt gedistribueerd, de inkomensafstanden kleiner zijn en waar via de belastingen en via politieke inmenging mensen betrokken zijn bij het welzijn van elkaar en van hun land.

Ik denk dat velen van u, die hier vandaag aanwezig zijn, een wat grotere dan gemiddelde belangstelling hebben voor ontwikkelingssamenwerking en worstelen met de vraag hoe wij de derde wereld kunnen helpen. Zoals Peerke Donders, de naamgever van deze lezing, dat meer dan een eeuw geleden deed in Suriname.

Hoe kunnen wij Afrika helpen?

Met het beantwoorden van deze vraag wil ik deze lezing afronden.
In de eerste plaats door ons zelf te helpen. Hoe moeilijk ook de economische periode die wij doormaken, hoe hoog de nood aan bezuinigingen ook is, juist nu moeten wij er naar streven om de inkomensafstanden in onze samenleving niet verder te laten vergroten, en onze publieke sfeer niet te laten verloederen. Alleen als onze samenleving in de toekomst een rechtvaardige is, die gelijke kansen op onderwijs, werk en welzijn kent voor mensen uit alle inkomensklassen, zal er de bereidheid zijn en blijven om over onze schutting heen te kijken en een open oog te hebben voor de noden in Afrika.

In de tweede plaats, door tegelijkertijd onze omgang met Afrika te veranderen. Anders dan Moyo denk ik dat hulp – en zeker noodhulp – voorlopig noodzakelijk zal blijven. Maar wij moeten ons meer en meer concentreren op het investeren in duurzame economische groei in Afrika. Via microkredieten, via venture capitalists die kleine bedrijfjes (taxi-, telecombedrijfjes) helpen starten, via publieke organisaties die mensen trainen in politieke en democratische weerbaarheid, zoals nu door een aantal NL’se organisaties in de landen van de Arabische lente wordt gedaan. We zullen ook eerlijke handel moeten gaan toestaan. De benadeling van Afrika die het gevolg is van protectionisme en tarfiefmuren, is absurd – zeker in het licht van de grote armoede die daar is en de hulp die er vanuit Europa naar toe wordt gezonden.

Als ik terugdenk aan de zondagse ritjes met mijn moeder, moet ik altijd een beetje grinniken, Vanwege het schaamteloze naar binnen loeren natuurlijk, maar ook vanwege de volledige afwezigheid van jaloezie en rancune bij andermans uitgestalde rijkdom. In ons leven zat namelijk ruimte en perspectief genoeg om niet afgunstig te zijn.

Ik hoop dat mijn dochter ooit, met haar dochter (wie weet?) zo’n zondags ritje maakt, vrolijk en enkel licht gegeneerd, wetende dat ook zij alle ruimte hebben om zich te ontwikkelen en ontplooien.
Sterker, ik hoop dat over enige tijd een vrouw in Monrovia met haar dochter een ritje naar de buitenwijken maakt. En zich dan vermaakt. Sans rancune, omdat zij het zelf ook goed hebben.

Deze lezing werd uitgesproken op 6 november in Tilburg, ter gelegenheid van de Peerke Donderslezing op 4 november 2011

dinsdag, 8 november 2011

Simon Otjes

Simon Otjes

Last.fm Twitter

Vrijzinnig Paternalisme onder de loep

In groenlinks, liberalisme, paternalisme, politiek, politieke filosofie, agenda, belangrijk, betalen, bundel, en meer.

In hun bundel Vrijzinnig Paternalisme pleiten vijftien denkers voor een herontdekking van het paternalisme door progressief-linkse partijen als GroenLinks. Door het paternalisme vrijzinnig in te vullen kunnen individuele vrijheid en onze collectieve belangen met elkaar verenigd worden. De redacteuren Pels en Van Dijk stellen zo wijziging voor op de liberale koers van Femke Halsema. Het boek mist echter een heldere gedeelde notie van Vrijzinnig Paternalisme. Pels en Van Dijk definieren zelf drie vormen van vrijzinnig paternalisme maar een groot deel van de bijdrages hanteren niet een van deze drie definities van vrijzinnig paternalisme.

Ik definieer in navolging van Claassen paternalisme als het gebruik van overheidsingrijpen die erop gericht zijn om mensen te dwingen iets te doen omdat het in hun eigen belang is. Mensen moeten gestimuleerd worden om de juist keuze maken voor zichzelf. In het klassieke paternalisme behandelt de overheid haar burgers als een ouder zijn kinderen behandelt: hij dwingt ze voor hun eigen bestwil hun boontjes op te eten. De ouder weet het beter. In een strict liberaal perspectief zijn er twee gronden om op te treden: in de eerste plaats als mensen niet autonoom zijn. Kinderen zijn een kernvoorbeeld van niet-autonome wezens. Paternalisme is dan volgens liberalen als Claassen gerechtvaardigd. De tweede reden om als overheid in te grijpen is om de vrijheid van anderen te beschermen: dan is er geen sprake van paternalisme, maar van overheidsingrijpen ten bate van een derde partij. Als je vader voorkomt dat je je broertje stompt is dat geen paternalisme: hij doet het niet ten bate van jou, maar ten bate van je broertje.

Vrijzinnig paternalisme varieert op dit thema. De auteurs stellen drie manieren voor waarop het paternalisme vrijzinnig kan worden ingevuld.

  1. nudges. In navolging van het concept van libertarian paternalism van Sunstein en Thaler pleiten de auteurs ervoor mensen door nudges te stimuleren om de juiste keuze te maken. Een nudge is een aanpassing van de manier waarop keuzes gepresenteerd worden. In tegenstelling tot klassiek paternalisme is er geen sprake van dwang. Sunstein en Thaler gaan ervanuit dat mensen niet rationeel beslissen. Marktwerking is geen instrument dat past bij Sunstein en Thaler.
  2. Je kan de overheid vervangen door de democratische gemeenschap. Hun paternalisme is vrijzinnig omdat wat “de juiste keuze” is, open is voor democratische deliberatie. In hun bijdrage pleiten Swierstra en Tonkens ervoor om mensen te binden aan normen die door democratische deliberatie zijn vastgesteld.
  3. Je kan “omdat het in hun eigen belang is” ook vervangen door “wat noodzakelijk is om autonoom in een open samenleving te functioneren” Mensen worden niet als autonome wezens geboren, maar moeten worden opgevoed om zelf-sturend te zijn. Kinderen moeten opgevoed tot burgers. Ik heb dit paternalisme omwille van het liberalisme genoemd.

De simpele vraag die ik hier wil beantwoorden is of de overige tien bijdragen behoren tot een van deze drie varianten van vrijzinnig paternalisme. Is er sprake van overheidsingrijpen dat erop gericht is mensen te dwingen dan wel te nudgen om in hun eigen belangte handelen, waarbij dat eigen belang al dan niet democratisch is gedefinieerd dan wel noodzakelijk is voor autonomie.  Ik zal hier kort de bijdragen doornemen. Hiermee doe ik altijd de complexiteit van de bijdrage tekort, maar de grote lijn is vaak genoeg voor deze toets.

Hoe vrijzinnig paternalistisch zijn de bijdragen?

De eerste bijdrage is van Ganzevoort. Hij schrijft over de vrijheid van godsdienst en in het bijzonder die gevallen waarin we de vrijheid van godsdienst willen beperken ten bate van minderheden binnen religieuze minderheden. Bijvoorbeeld: mogen gereformeerde scholen homoseksuelen weigeren als docent? Het kan hier dus in geen geval gaan om vrijzinnig paternalisme. Het gaat hier om overheidsingrijpen ten bate van een derde groep: de vrijheid van gereformeerde scholen wordt beperkt, niet in hun eigen belang maar in het belang van homoseksuelen in gereformeerde kring.

De tweede bijdrage betreft prostitutie. Hierin pleiten Pels en Lacroix voor de recriminalisering van pooierij. Het moet verboden worden voor derden om seksuele diensten van anderen aan te bieden voor geld. Pels en Lacroix willen zelfstandige prostituees toestaan maar prostituees als werknemer niet. Zij zien te veel misbruik, dwang en mensenhandel in de vrije prostitutiesector. Wederom gaat het hier om overheidsingrijpen ten bate van een derde groep, in dit geval vrouwen; zij worden beschermd tegen pooiers.

De derde bijdrage van de hand van Van Dijk betreft het bestrijden van overgewicht. Zij pleit er onder anderen voor om mensen beter te informeren over wat ze eten, en om gezond voedsel goedkoper te maken ten opzichte van ongezond voedsel. Dit doet ze om obesitas te bestrijden. Deze ingrepen kan je verdedigen op paternalistische gronden. Maar het prijsmechanisme is een instrument dat Thaler en Sunstein juist niet onder libertair paternalisme vatten, het prijsmechanisme gaat uit van mensen als rationele actoren. Je kan, zoals ik eerder heb gedaan, het prijsmechanisme juist ook verdedigen zonder terug te vallen in paternalisme. Zoals Van Dijk zelf laat zien in haar hoofdstuk hebben mensen met overgewicht meer zorgkosten. Die worden nu deels gecollectiviseerd door ons verzekeringsstelsel, je kan deze kosten ook privatiseren door ze in de prijs te verrekenen.

Meijers en Smithuijsen pleiten voor het verheffingsideaal in de kunsten, Wiersma pleit voor het verheffingsideaal in de publieke omroep. We betalen allemaal voor deze culturele sectoren. De auteurs vinden dat deze sectoren verantwoord moeten programmeren: kunst kan bijdragen aan een zelf- en maatschappijkritische houding, de publieke omroep de plek moet zijn waar het publieke debat wordt gevoerd. Zeker, het pleidooi van Meijers en Smithuijsen sluit goed aan bij de notie van paternalisme om wille van het liberalisme: kunst is bevrijdend. Echter het is in de kern niet paternalistisch: niemand wordt gedwongen om naar het museum te gaan of naar de publieke omroep te kijken. Mensen hebben die mogelijkheid maar niet de verplichting. In strikte zin is het niet paternalistisch. We moeten we er wel aan bijdragen via de belastingen, of we er nu gebruik van maken of niet. Dat is misschien onrechtvaardig, maar niet paternalistisch.

Eikelenboom wil van ouders meer betrekken bij de ontwikkeling van hun kinderen: hen versterken bij het opvoeden van kinderen. En dat is natuurlijk een typisch geval van een situatie waarbij een derde betrokken is. Ouders moeten betere ouders gemaakt worden voor hun kind. Dat is dus geen paternalisme, want er is een derde partij bij betrokken.

Van der Lans, die al bijna twee decennia pleit voor een linkse heruitvinding van paternalisme, heeft een rijke bijdrage. Ik wil op een voorstel van hem bijzonder inzoomen: de eigen krachtconferenties. Dit is een nieuwe invulling van het maatschappelijk werk dat de focus verlegt van professionals naar burgers. Als er sprake is van een opvoedingsprobleem (losgeslagen kinderen, murw geslagen ouderen) dan moet normaal het maatschappelijk werk ingrijpen. Van der Lans pleit voor eigen krachtconferenties: de omgeving van het kind zelf, onder leiding van een speciaal getrainde leek (geen professional) gaat samen opzoek naar een oplossing. Het gaat hier weer om kinderen, dus in die zin is er geen sprake van paternalisme dat een probleem is voor liberalen. Er zijn duidelijk vrijzinnige aspecten: de eigen krachtconferenties gaan in de kern om mensen zelfredzaam maken (‘samenredzaam’ in de woorden van Pieter Hilhorst) en daarnaast staat sociale deliberatie over wat wel en niet acceptabel gedrag is centraal. Echter een belangrijk aspect van paternalisme mist: door de nadruk te leggen op de sociale omgeving van een kind, is er geen sprake van overheidsdwang. En dus in de strikte zin van wat hierboven is geponeerd geen paternalisme. Maar dat is misschien wel wat retorisch.

Over het stuk van Roosma en Pels heb ik een uitgebreider stuk geschreven: dat zicht kort laat samen vatten als ”het voorstel van Roosma en Pels om een basisinkomen in te voeren is geen nudge (want een financiele maatregel die uit gaat van economische rationaliteit), het gaat niet uit van een ideaal van het goede leven (sterker nog het is een manier om mensen zelf in staat te stellen om te kiezen hoe ze hun leven willen vorm geven) en mensen leren er niet beter van hoe ze moeten omgaan met vrijheid.”

Eickhout en Thomas pleiten in hun bijdrage voor klimaatpaternalisme. Mensen moeten gedwongen worden om hun huis te isoleren. Goed voor hun eigen bankrekening, maar bovenal is het goed voor toekomstige generaties. De reden dat we klimaatpolitiek bedrijven is toch vooral omdat we verantwoordelijkheid willen nemen voor toekomstige generaties. En daarmee is het voorstel in de kern niet paternalistisch: de bijdrage aan de bankrekening van burgers is leuk maar de overheid grijp in omdat ze derden wil beschermen.

Ten slotte de bijdrage van Verbeek. Hij richt zich op de mogelijkheid om techniek in te zetten om mensen te stimuleren zich aan de regels te houden. Een automatische snelheidsbegrenzer in een auto bijvoorbeeld die mensen dwingt om zich aan de maximumsnelheid te houden. Vader Staat delegeert zijn paternalistische taken naar technische middelen. Het gaat hier vaak om paternalistisch ingrijpen en vaak om vrijzinnig paternalisme omdat er ook nudge-achtige middelen tussen zitten, zoals een auto die vervelend piept als je rijdt maar niet bent ingeriemd.

 Conclusie

Zijn alle bijdragen in de bundel vrijzinnig paternalisme vrijzinnig paternalistisch? Nee, ze voldoen lang niet allemaal aan de kenmerken hiervan.

  • Verbeek’s voorstel om mensen met techniek te stimuleren aan verkeersregels te voldoet is een echte nudge. En Van Dijk’s pleidooi om de prijs gezond en ongezond eten met elkaar in balans te brengen zijn vrijzinnig paternalistisch omdat het keuze laat bestaan maar de juiste keuze stimuleert (zij het niet met een nudge).
  • In het geval van Van der Lans en Eikelenboom gaat het paternalisme in het onderwijs en de opvoedingsondersteuning. Van der Lans die de nadruk legt op samenredzame gemeenschappen geeft hier een vrijzinnige draai aan. Maar zeker in het geval van Eikelenboom gaat het om het welzijn van het kind waar ouders beter voor moeten zorgen.
  • Wiersma, Meijers en Smithuijsen komen dichtbij het ideaal van paternalisme omwille van het liberalisme: de publieke omroep en de kunsten dragen bij aan die dingen die we nodig hebben om een goed burger te zijn. Echter hier wordt niemand gedwongen of ook maar genudged. De mogelijkheid wordt geboden. Wat de bundel opvallend genoeg mist is een bijdrage over de gevolgen van vrijzinnig paternalisme voor onderwijs. Het onderwijs is de manier om (jonge) mensen een bepaald beschavings aan te leren. De bundel van S&D, het blad van het wetenschappelijk bureau van de PvdA, over verheffing ging hier juist uitgebreid op in.
  • In veel gevallen is er wel sprake van dwang maar niet van paternalisme omdat er een derde groep is: Eickhout en Thomas laten ons isoleren vanwege toekomstige generaties,  Pels en Lacroix willen pooierij verbieden om prostituees te bevrijden van seksuele slavernij. Ganzevoort wil religieuze gemeenschappen stimuleren om oog te hebben voor hun minderheden.

Vrijzinnig paternalisme laat zich niet vatten in een definitie, maar heeft drie varianten. Een groot deel van de bijdrages in het boek past niet in een van deze drie varianten. Het is een diverse bundel, vol rijke bijdragen, maar het mist een heldere overkoepelende agenda.

zondag, 30 oktober 2011

Ashley North

Ashley North

Hyves DWARS

Heldenschets: JIJ!

In activiteiten, heldenschetsen, sociaal, tolerantie, uitzettingsbeleid, idee, kinderen, klimaat, kracht, en meer.

Het is weer zondag en dat betekent: jawel, een nieuwe heldenschets! Nadat er hoogstaande politici als Andrée van EsIneke van Gent en Jan Schaefer aan de beurt zijn geweest, is het nu wel tijd om eens een wat persoonlijkere heldenschets op te tekenen. Immers, iedereen kan een held zijn!

Deze week moet je de held niet te ver van huis zoeken. Het is er een in wording, op het punt staande toe te treden tot de heroïsche elite. Hij of zij komt op voor mensen in de samenleving die dat het hardst kunnen gebruiken. Tegen de conservatieve wind in doet deze held er alles aan om bekrompen, onverdraagzame en wantrouwende partijpolitiek te trotseren om het welzijn en geluk van medemensen te vergroten. Als kers op de taart zet dit heroïsch figuur diens denkbeelden actief kracht bij door dinsdag deel te nemen aan het ‘Cordon om Mauro‘. De held van deze week…dat kan JIJ zijn!

Het is niet moeilijk om de held van deze week te zijn. Iedereen kan het worden! Jij, ik, je vrienden, buren, familie…noem maar op! Beter nog, laten we ervoor zorgen dat er deze week juist zo veel mogelijk helden zijn! De weg naar het heldendom is simpel.

De route start bij kennisnemen van de zaak Mauro en zijn lotgenoten. 75 kinderen die naar zonder enige inspraak door hun ouders naar Nederland werden gestuurd en hier inmiddels jaren verblijven, staan op het punt dit land uitgezet te worden wegens vermeend onterecht verblijf. Een rekensommetje: kinderen + onvrijwillig hierheen gekomen + jarenlang verblijf in Nederland = blijven in Nederland en krijgen de nationaliteit. Zelfs voor de grootste wiskundige druiloren is deze som te begrijpen. Simpeler is het niet te maken.

Stap 2 van de weg is kennisnemen van de actie die aanstaande dinsdag tussen 13 en 14 uur gepland staat bij het gebouw van de Tweede Kamer in Den Haag. Als idee van Henk Nijhof zal daar een grote groep mensen hand in hand een massale kring om Mauro en zijn naasten vormen om hem te beschermen tegen die politici die hem het land uit willen zetten. Mauro is zelf erg blij met de actie en ook de eerste BN’ers sluiten zich al aan!

De derde stap is zo veel mogelijk mensen uit je omgeving enthousiasmeren om mee te doen. Vrienden, familie, leraren, collega’s, buren….het kan niet gek genoeg. Verspreid het woord! Iedereen is meer dan welkom om actief te laten blijken dat wij het huidige uitzettings- en vreemdelingenbeleid meer dan beu zijn!

De laatste stap is natuurlijk er zelf bij zijn komende dinsdag. Daarvoor is het fijn je aan te melden bij cordonmauro@gmail.com. Dan houdt de organisatie rekening met de opkomst mensen en blijf jij op de hoogte van de ontwikkelingen van de actie! Het is slechts een uurtje van je tijd, dus wees een keer burgerlijk ongehoorzaam en skip desnoods school of werk. Dit is je kans en het ultieme moment om te laten weten dat je het niet langer eens bent met de behandeling van Mauro en zijn lotgenoten! Dit is je kans om uit te groeien tot een echte held!

Ik zie je dinsdag in Den Haag! Tussen 13 en 14 uur gaan wij samen met een nog veel grotere groep mensen er alles aan doen om een eind te maken aan het intolerante vreemdelingenbeleid en klimaat in Nederland! Ik reken op je! Mauro rekent op je!

Meer info:

Cordon om Mauro

De onthustende aftocht naar monoculturaliteit


dinsdag, 25 oktober 2011

Klaas Woltinge

Klaas Woltinge

Hyves Twitter Youtube

Even een teken van leven

In arbeid, jongeren, bestuurder, blog, cnv, de, ministerie van, toekomst, pgb, en meer.
Al een poosje heb ik een behoorlijke blog achterstand terwijl er juist nu blog voer voldoende aanwezig is denkende aan de WMO, Wajong het PGB etc; Ook ‘mijn nieuwe’ bed bevalt mij prima, nu moet ik er nog voor zorgen dat deze echt van mij wordt want heb hem nu in bruikleen van Icare.

Komende dagen en weken hoef ik mij ook niet te vervelen, thuis wil ik diverse ruimtes gaan schilderen en daarnaast een aantal websites van mijzelf een nieuwe look gaan geven.

Donderdag 27 Oktober ga ik naar een netwerkbijeenkomst van MEE Zuid-Hollandse Eilanden, oud-politicus dhr. Rouvoet geeft een korte inleiding in de veranderingen in de Wet sociale werkvoorziening en de Wajong uitkering. Ikzelf samen met iemand anders van het CNV jongeren (Wajong Werkt Promotieteam) geven een presentatie door Dhr. van Gorsel, directeur Wsw de Welplaat Spijkenisse geeft presentatie over de veranderingen in de Wet sociale werkvoorzieningen. Dhr. H. Blom, bestuurder van de MEE Plus Groep, zal vertellen over de werkzaamheden van MEE Zuid-Hollandse Eilanden het gebied van arbeid op dit moment en in de toekomst. Na de verschillende presentaties zal er de mogelijkheid zijn om vragen te stellen aan de sprekers en nadien zoek ik natuurlijk de mogelijkheid om nog een beetje te gaan netwerken.

Vrijdag 28 Oktober ga ik naar Schoonebeek voor een basiscursus voor ‘nieuwe’ vrijwilligers van stichting de Zonnebloem om iets meer te leren over de achtergronden van de doelgroep waarmee ik werk plus de visie van stichting de Zonnebloem zelf.

Donderdag 3 November ga ik vanuit mezelf, een Twitter vriendin van het UWV en CrossOver naar het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport om de medewerkers persoonlijk uit te nodigen voor een speciale bijeenkomst op 10 november en daarbij vertel ik natuurlijk ook wel een beetje mijn persoonlijke (politieke) praatje en het praatje voor vele anderen.

Zelf zit ik dus niet stil ;-)

dinsdag, 11 oktober 2011

Steven de Vries

Steven de Vries

Hyves Linkedin Last.fm Twitter GR DWARS

Wilde circusdieren onethisch en ongewenst

In dierenwelzijn, groen, groenlinks, politiek, utrecht, alternatieven, amsterdam, beleid, circus, en meer.

Dinsdag 4 oktober 2011
GroenLinks en de SP hebben het college vragen gesteld over het verlenen van vergunningen aan circussen die gebruik maken van wilde en exotische dieren. Volgens de fracties past dergelijk dierenleed niet in een diervriendelijke stad als Utrecht. GroenLinks raadslid Steven de Vries: “Wilde dieren lijden enorm onder de gekunstelde leefomgeving van het circus. Ruimtegebrek, verveling en gebrek aan beweging tasten het welzijn van deze dieren ernstig aan.”

De Vries gaat verder: “Dat is onethisch en buitengewoon onwenselijk. Zeker als er alternatieven zijn. In andere steden geldt een voorkeursbeleid bij het verstrekken van vergunningen.” Circussen zonder wilde dieren krijgen voorrang in Groningen, Eindhoven, Amsterdam en Heemskerk. GroenLinks en de SP willen van het college dan ook weten of men met dit beleid bekend is en of het iets voor Utrecht is.

De partijen zijn niet tegen de komst van circussen naar Utrecht. Circussen kunnen een vorm van vermaak zijn voor jong en oud. Een goed voorbeeld hiervan is circus CASCADE!, het kerstcircus zonder dieren van Stadsschouwburg Utrecht. “Het primaire doel van circussen is het vermaken van publiek, helaas niet het waarborgen van dierenwelzijn. Het circusleven staat te ver van het natuurlijke leven van dieren af. De dieren worden er gereduceerd tot objecten ter vermaak. Wilde dieren die gedwongen worden om kunstjes te doen vormen een inbreuk op de goede zeden”, vindt SP raadslid Nicole van Gemert.

Uit verschillende wetenschappelijke publicaties, adviezen van betrokken dierenbeschermingsorganisaties en uit recente wetenschappelijke onderzoeken in opdracht van het Ministerie van EL&I (Voormalig LNV) blijkt dat dierenwelzijn voor wilde dieren in het circus ernstig te kort schiet. Uit een in 2009 gepubliceerd onderzoek van de Universiteit Wageningen, “Welzijn van dieren in reizende circussen in Nederland” (http://edepot.wur.nl/51316), blijkt onomstotelijk dat exotische dieren die in een circus verblijven, lijden. Oorzaken hiervoor zijn gelegen in de onmogelijkheid om natuurlijk gedrag te vertonen en door verveling, gebrek aan beweging, ruimtegebrek en door de frequente, langdurige transportsituaties. Daarnaast toont het onderzoek van de Universiteit Wageningen in samenwerking met de Rijksuniversiteit Groningen “De intrinsieke waarden van dieren in performance-praktijken” (PDF) aan dat de intrinsieke waarde van wilde dieren in circussen wordt aangetast. Het onderzoek stelt dat het houden van wilde dieren in circussen uit ethisch oogpunt ongewenst is, in principe verboden zou moeten worden, en de dieren in een meer aangepaste omgeving geplaatst zouden moeten worden als deze voor handen is. 

zondag, 25 september 2011

Ulbe Spaans

Ulbe Spaans

Twitter

Een muur van Strandhuisjes?

In politiek, natuur, politiek, strand, beleid, communicatie, discussie, fietspad, groen, en meer.

Afgelopen woensdag kwamen politici en ondernemers bij elkaar in “De Westlandse Druif” te Monster om met elkaar een eerste aanzet te geven aan de nota Toerisme en Recreatie.Progressief Westland ( en de Raad van State) heeft altijd het standpunt gehuldigd dat wij geen toeristische gemeente zijn.Wat uiteraard niet wegneemt dat er geen toeristische elementen in het Westland aanwezig zijn.
Wethouder Weverling ging in zijn inleiding met name in op de regisserende en faciliterende  rol van de Gemeente en bakende daarmee tegelijk ook het speelveld af met het oog op eventuele (te hoge) financiële verwachtingen.

Concreet werd na een levendige discussie afgesproken dat er door de ondernemers initiatieven ontplooid gaan worden om meer samenhang in het aanwezige aanbod te krijgen.Te denken valt dan aan arrangementen die elkaar kunnen versterken  in relatie tot de glastuinbouw, cultuur(historie), strand en het aanwezige overnachtingsaanbod.
Maar ook de communicatie naar,met name de randgemeenten, werd genoemd.
Dat bracht een van de ondernemers ertoe om een “cursus”gebiedsmarketing aan te bieden.
Na enig aandringen van de gespreksleider schaarden een tiental ondernemers zich aarzelend achter dit initiatief.
Hieruit bleek dat de gebiedsmarketing die de Gemeente in haar beleid heeft opgenomen (voor  € 1.000.000) vooralsnog Toerisme en Recreatie uitsluit. Deze puur economische gebiedsmarketing; die in het verleden vooral door “groene mannetjes” en “stickers”naar buiten kwam is door Progressief Westland altijd als inefficiënt bestempeld.
Nimmer is het effect hiervan aangetoond.
Jammer dat de recent aangestelde directeur niet aanwezig was, want hij had zich op deze manier alvast kunnen oriënteren op een wellicht toekomstig beleidsonderdeel.  

Progressief Westland bracht naar voren dat de diverse bestuurslagen ( provincie,gemeente, waterschap) een vlotte en transparante besluitvorming in de weg zitten en frustratie en  tijdverlies met zich mee brengen.
Regie hierop is dringend noodzakelijk.
Uiteraard werd het onzalige plan om zo’n 100 strandhuisjes die: “als een muur voor het net aangelegde natuurgebied de natuurlijke opbouw van de duinen verstoren” door ons aangekaart als een volstrekt ongewenste activiteit.

Al met al een aardige aftrap om samenhang en beleid  te realiseren.
Opvallend  was de bijna unanieme conclusie dat natuur, groen, ruimte en cultuurhistorie tot de belangrijkste elementen voor ons welzijn worden aangemerkt.
Goed dat van begin af aan de ondernemers erbij betrokken worden.
Duidelijk werd wel dat de ondernemers het met elkaar zullen moeten gaan oppakken en dat het gezamenlijke belang ook het persoonlijke belang kan bevorderen.
Uit sommige reacties maakte ik echter op dat dit laatste (nog) niet door iedereen werd gedeeld.

 En………. nu we het toch over recreatie hebben.

Wat is het toch jammer dat zo’n schitterende locatie als “de Westlandse Druif” in Monster slechts via het industrieterrein bereikbaar is. Gelukkig wordt hier in de toekomst een fietspad aangelegd zodat men (iets) beter bereikbaar zal zijn.

Ulbe


Aantal berichten op deze pagina: 30. De berichten op deze pagina zijn niet ouder dan 5696 uur (237,3 dagen). Berichtgemiddelde: 0,1 bericht per dag, 0,9 per week.

Volgende pagina

Pagina: 1 2