Voor GroenLinks Drenthe schreef ik een position paper windenergie. Hieronder de volledige tekst.
1. Aanleiding
Dit memo geeft in de positie en uitgangspunten van de GroenLinks-Statenfractie in Drenthe (voorts: GroenLinks) weer met betrekking tot het dossier windenergie. Dit position paper is door de Statenfractie geaccordeerd in haar vergadering d.d. 11 april 2012.
2. Windenergie algemeen
Als fractie van GroenLinks staan we vooralsnog op het standpunt dat een mix van duurzame energieopwekking nodig is om duurzaam te leven (ook volgende generaties een leefbare wereld na te laten) en minder CO2 uit te stoten – daar hoort ook wind op land bij. Drenthe levert van de 6000 megawatt die landelijk opgewekt wordt, als het aan ons ligt, daarvan een beperkte hoeveelheid, onder meer omdat er aan de kust meer wind is. Het zoekgebied dat is aangewezen in de omgevingsvisie is voor ons leidend – dat betekent kortom dat we vinden dat er in de Veenkoloniën windenergie opgewekt moet worden. Voorwaarde voor ons is daarbij wel, dat initiatiefnemers in gesprek gaan met omwonenden en hen de mogelijkheid bieden mee te denken over plaats en vormgeving en ook de mogelijkheid bieden om te participeren en voordeel te hebben van de molens. Randvoorwaarden zijn uiteraard dat overlast door slagschaduw in huis en door geluid voorkomen wordt.
3. Omgevingsvisie Provincie Drenthe
In de Omgevingsvisie1 hebben Provinciale Staten een zoekgebied vastgelegd binnen de provincie waar grootschalige opwekking van windenergie mogelijk wordt gemaakt.
Het Rijk wil dat in 2020 14% van de energie gehaald wordt uit duurzame bronnen, onder andere windenergie. Hiervoor dient 6000 MW windenergie op land geraliseerd te worden. De provincies hebben dit in IPO-verband onderling verdeeld en voor Drenthe betekent dat in 2020 200 – 280 MW gerealiseerd moet zijn. In de Omgevingsvisie is echter expliciet géén maximum aantal MW aan windenergie in de provincie benoemd.
Het aanleggen van windmolenparken zou volgens GroenLinks overal gestimuleerd moeten worden waar dit landschappelijk inpasbaar is. Ook is in de Omgevingsvisie expliciet opgenomen dat na 2020 bouw van windmolens buiten het zoekgebied niet uitgesloten is.
4. Inpassing met draagvlak
Een goede inpassing mét draagvlak betekent voor GroenLinks: een juiste balans tussen behalen van maximaal rendement en maximale beperking in overlast, en participatie door de bevolking.
Beleving van geluidsoverlast bij windmolens is groter als je er geen goed gevoel bij hebt en als je er niets over te zeggen hebt: zoeken naar mogelijkheden de bevolking te betrekken is belangrijk om de overlast te beperken. Geen stroboscoopeffect of slagschaduw in huis, en liefst ook niet in de tuin. De inpassing voldoet minimaal aan het Activiteitenbesluit bij de Wet milieubeheer (geluidsnorm en minimale afstand). Wenselijk is om de overlast zo veel mogelijk te beperken.
Het rendement kan bevordert worden door de molens in de juiste formatie te positioneren. Dit kan conflicten opleveren met landschappelijke inpasbaarheid (zichtlijnen) en directe overlast voor omwonenden. Een goede balans hierin dient te worden gevonden.
Participatie vanuit bevolking is voor GroenLinks een belangrijke voorwaarde voor goede inpassing. Dit kan participatie mét zeggenschap (coöperatie) of zonder zeggenschap (lagere tarieven, aandelen, obligaties, leningen) zijn.
5. Proces: Gebiedsvisie
“Samen met de gemeenten Aa en Hunze, Borger-Odoorn, Coevorden en Emmen en de provincie Drenthe wordt er een gebiedsvisie windenergie opgesteld, met als doel het aangewezen zoekgebied te verfijnen. In de gebiedsvisie zal zo concreet mogelijk worden geformuleerd waar en onder welke voorwaarden windmolen geplaatst kunnen worden. Bij het opstellen van de gebiedsvisie worden ook de inwoners en initiatiefnemers betrokken.”
De gebiedsvisie wordt opgesteld in gezamenlijkheid tussen provincie en gemeenten. Voor GroenLinks is daarbij van groot belang dat de gebiedsvarianten uitgebreid met de bevolking worden besproken.
In het meest gunstige scenario worden de gemeenten het onderling eens over de invulling van de gebiedsvisie. Gemeenten moeten wel hun verantwoordelijkheid nemen binnen de provinciale doelstelling, zodat een gelijkwaardige verdeling van lusten en lasten over het zoekgebied gemaakt kan worden. Emmen en Coevorden zullen waarschijnlijk een groter deel voor hun rekening moeten nemen dan zij tot op heden gedaan hebben.
Enige manier om te zorgen dat het Rijk ons serieus neemt, is als Drenthe (voor en tegen) samen een gebeidsvisie maken, die gedragen wordt, anders gaat het Rijk zijn eigen gang.
6. Rijkscoördinatieregeling
De rijkscoördinatieregeling (RCR) biedt de rijksoverheid de mogelijkheid om bij projecten van nationaal belang de besluitvorming te coördineren. De bedoeling is de procedures te verkorten en te stroomlijnen, waardoor projecten sneller kunnen worden gerealiseerd. Windenergieprojecten vanaf 100 MW opgesteld vermogen vallen verplicht onder de rijkscoördinatieregeling.
In Drenthe zijn inmiddels een aantal initiatieven bekend die onder de RCR vallen, windpark de Drentse Monden (300 – 450 MW) en windpark Oostermoer (120 tot 150 MW).
In principe is de RCR een goede regeling: het geeft het Rijk mogelijkheden om in te grijpen in provincies die hun verantwoordelijkheid in de windopgave niet nemen. Drenthe heeft dat wél gedaan en vastgelegd in haar omgevingsvisie. GroenLinks is dan ook van mening dat het Rijk hier ook daadwerkelijk de verantwoordelijkheid van de provincie moet respecteren.
7. Samenvattend:
- GroenLinks onderschrijft het vastgelegde zoekgebied voor grootschalige windenergie zoals vastgelegd in de Omgevingsvisie.
GroenLinks onderschrijft de taakstelling om voor 2020 minimaal 200 MW en maximaal 280 MW aan grootschalige windenergie te realiseren in Drenthe.
- GroenLinks is van mening dat het opwekken van windenergie ook buiten het zoekgebied (kleinschalig en decentraal) mogelijk moet zijn waar dit op een verantwoorde wijze landschappelijk inpasbaar is.
- De gebiedsvisie wordt in gezamenlijkheid opgesteld door provincie en gemeenten, waarbij wat GroenLinks betreft nadrukkelijk ook de bevolking, tegenstanders en initiatiefnemers worden betrokken;
- GroenLinks hanteert de volgende toetsingscriteria voor verantwoorde inpassing:
- Voldoende participatie door bevolking;
- Stroboscoop-effect: geen effect in woningen en geen slagschaduw langs ramen, liever niet in tuinen;
- Geluid en minimale afstand: wettelijke norm. Aantoonbaar maximale beperking overlast;
- Drenthe heeft bewezen haar verantwoordelijkheid te nemen in het dossier windenergie. GroenLinks is van mening dat het Rijk bij het toepassen van de Rijkscoördinatieregeling de door de provincie en gemeenten in gezamenlijkheid opgestelde gebiedsvisie als leidend moet hanteren.
Meppel, 11 april 2012
STATENFRACTIE GROENLINKS DRENTHE